Orthodoxie & de -in het hart bewaarde- vrees voor God.

Een drievoudig snoer in een huwelijk wordt niet spoedig verbroken” Pred.4: 12b

      Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
         Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
         In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn Wil,  tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn Genadegaven, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten;
        in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
        In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het Evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen jij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijner HeerlijkheidEph.1: 1-14.

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

De angst voor God is de geboorte van het Geloof en een vereiste voor spirituele vooruitgang. Indien de vreze Gods zich in het hart vestigt, zoals de goede herder [hoeder], regelt Hij alles.

Maar zijn we dan bang voor God?
Voor de ongelovige is de vrees voor God de angst voor het oordeel van God en de eeuwige dood, die bestaat uit een eeuwige afzondering van God;
      Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem! Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten en niet een van die is vergeten voor GodLuc.12: 5;
      De Heer zal Zijn Volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!  
Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden. Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebtHebr.10: 30b-34.

Voor de gelovige is de vrees voor God iets heel anders !!!
De vrees van de gelovige is een ontzag voor God.
Een goede beschrijving hiervan komt eveneens van Paulus tot de Hebreeën:
Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar Hemels Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 28,29.
Deze eerbied en ontzag is precies wat de vrees voor God betekent voor ons Christenen. Dit is de motiverende factor voor onze overgave aan de Schepper van het Universum.
Wanneer dat zo is, laat ons onze Heer dan dankbaar wezen, Die dit aan ons heeft doen toekomen en laat Hem als een kostbare schat bewaard worden.
Maar indien we het niet gezien hebben of hebben willen inzien, laten we dan doen wat we kunnen om het te krijgen, wetende dat ons gebrek aan zorg te wijten is aan onze onvoorzichtigheid en verwaarlozing.

Uit Gods angst is geboren berouw, verbrijzeling, rouw om de zonden.
Ieder mens mag wensen dat dit gevoel, de voorloper van redding, nooit van het hart afwijkt!

Om de angst voor God in ons te behouden, dienen we de herinnering aan de dood en het oordeel ononderbroken te bewaren, verenigd met het bewustzijn van de tegenwoordigheid van de Heer: God is altijd in onze nabijheid en in ons nog steeds, alles waarnemen, zien, horen en kennen, en onze meest verborgen geheimenissen.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wanneer dit offer aan de Drie-ëne God, de herinnering aan de dood, een gevoel van Goddelijke aanwezigheid -in ons Geloof, als een stempel wordt gevestigd, dan wordt het gebed spontaan uit het hart opgeheven, dan wordt de Hoop op redding bevestigd, als een voorschot op de erfenis, die ons te wachten staat.
Onze erfenis bestaat niet uit een fraaie villa of een dikke bankrekening. Onze erfenis bestaat uit een plaats in het Hemels Koninkrijk, de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde waar wij ons als een kind zo blij geborgen mogen weten.
Daar is alle zonde vergeven en leven we in volkomen toewijding aan onze Heer.
Dat is ons grootste verlangen wanneer we weer eens zijn vastgelopen in onze eigenzinnige onvolkomenheid. Zelfs in een onvolkomen leven kan Christus nog zoveel moois bewerken, daar kun je versteld van staan.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen en
ontsteek in hen het vuur van Uw Liefde.
Heer zend Uw Geest uit en
alles zal herschapen worden
”.

God Gij hebt de harten van al de Gelovigen door
de verlichting van de Heilige Geest onderwezen:
geef dat wij door die Heilige Geest
de ware Wijsheid mogen blijven bezitten en
ons door Christus, onze Heer en Meester,
altijd over Zijn Troost mogen verblijden.

Onze vrees voor God betekent dat we een dusdanig ontzag voor Hem hebben,
dat dit een enorme invloed heeft op de manier waarop we ons leven leiden.
De vrees voor God bestaat uit het respecteren van Hem,
het onderwerpen aan Zijn tuchtiging en
het vol ontzag aanbidden van Hem, als
Heer en Meester van ons leven.
De acceptatie van de God als Heer en Meester is 
geen fase in de ontwikkeling tot onafhankelijkheid; 
het bouwt voort op de in Christus verkregen vrijheid.
Het impliceert een levenslange groei en ontwikkeling, 
om vanaf de doop de mens vrij te maken van z’n beperkingen
, teneinde tot een hoger niveau van vrijheid in gebondenheid te komen. 
Met het perspectief van een tweeledige benadering van 
het verwerven van vrijheid die als gevolg van die emancipatie is verkregen, 
kunnen we de volledige betekenis van het accepteren de vrees voor God beter waarderen. Alleen een waarlijk vrij volk, niet alleen fysiek maar 
tevens spiritueel bevrijd van haar ondergeschikt zijn, 
kan een Goddelijk Verbond tegemoet treden en 
de Vreze God’s als leidraad aanvaarden.