Orthodoxie & de Kerkvaders

Ο προφήτης Ιωνάς ρίχτηκε στη θάλασσα, Κατακόμπε Χ. Πέτρος και Μαρκελινός, Ρώμη, 3ος, 4ος αιώνας; Prophet Jonah thrown into the sea, Catacombe H. Petros and Marcellinos, Rome, 3rd, 4th century; Profeet Jonah in de zee gegooid, Catacombe H. Petros en Marcellinos, Rome, 3e,4e eeuw.

De vroeg-christelijke kerk heeft een groot aantal mensen gekend, die
een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdediging en verdieping van het christelijke Geloof. Dit bestond onder andere uit de verdediging van het Christelijke Geloof tegen ketterse stromingen binnen de kerk en/of het heidense geloof daarbuiten.
De verdieping van het eigen Geloof gebeurde door Homilieën en geschreven studies van de Blijde Boodschap, etc..
De term Kerkvader heeft zijn oorsprong in het feit dat toezichthouders, welke in de Apostolische opvolging stonden in de vroege kerk werden gezien als leraren van de gelovigen. Zij waren het die de hen toegewezen gemeenschap dienden in te wijden in het Geloof.
Zij werden daarom vaak aangeduid met Vader.
Sommige toezichthouders overstegen in hun taak
de grenzen van hun eigen toegewezen gemeenschap, zodat
ze waarachtige Vaders van de Kerk genoemd ‘konden’ worden.
De term werd overigens later niet meer exclusief voor toezichthouders gebruikt, maar werd overgeheveld naar hun herdershonden,
de spelleiders in de gemeenschappen.

Op dit moment bevat de
geaccepteerde lijst van kerkvaders meer dan 300 personen.
Als criteria voor een toekenning van de titel kerkvader aan een bepaalde persoon gelden:
• Hij dient in de Orthodoxe Geloofstraditie te staan.
• Hij dient al vanaf het begin Kerkelijke goedkeuring te genieten.
• Hij diende veelal ook een langdurige monastiek en diepgaande levenservaring
te hebben opgedaan, hetgeen een diep-menselijk contact met de Heer veronderstelt.
• Hij dient daardoor een Heilige levenswandel te hebben geleid.
• Hij dient tot de periode van de Christelijke Oudheid of
daarvan afgeleid te behoren.
Dat deze kenmerken niet altijd even strak worden gehanteerd blijkt wel uit het feit dat Origenes en Tertullianus ook over het algemeen tot de kerkvaders worden gerekend. De eerste is èchter in 553 als ketter veroordeeld, terwijl
de laatste zich op latere leeftijd bij de als ketters beschouwde stroming van de Montanisten [extatische en starre prediking rond Montanus †195] heeft aangesloten.

Het Grieks voor ‘vader’ is: ‘πατέρα’, splits je dat woord in ‘πα τέρα’ dan is de betekenis ‘helemaal opnieuw’. Het Grieks-Nederlands woordenboek vertaalt ‘‘πατέρα’’ met: vader, stamvader, voorvader; schepper, stichter, oorzaak ook vertaalt  met o.a.: de verwekker of mannelijke voorouder
de bewerker en overdrager van iets [iemand die anderen met zijn eigen geest heeft doordrongen, die hun gedachten in beweging brengt en regeert];
            ’πατέρα’ wordt in de vertaling NBG51 nog steeds vertaald door ‘vader’.

van de steigers af?; van de hoge werkplek afdalen; from the scaffolding?; descend from the high workplace; από το ικρίωμα? κατεβαίνουν από τον υψηλό χώρο εργασίας.

Nu luidt een Nederlands spreekwoord:
als het huis afgebouwd is, dan breekt men de steigers af’,
hetgeen gehanteerd wordt, wanneer ‘het doel bereikt is, vergeet men de helpers’.
In die zin kan het woord vader misschien geaccepteerd worden, maar
over het algemeen mag duidelijk zijn dat een Goeroe en Goeroegedrag in de Orthodoxie ‘niet’ geaccepteerd wordt;
de mens dient namelijk in vrijheid z’n christelijk leven te kunnen beleven en
niet de roede of gram van een of andere ‘vader’ op z’n nek te halen, wanneer
men zich tot een andere ‘minder‘ overheersende gemeenschap wendt.
Jezus daagt een religieus spelleider uit om ‘wakker’ te worden en
te begrijpen dat de ‘Waarheid’, Christus Zelf recht tegenover hem staat.
Wanneer deze mens Jezus ‘goed‘ noemt dan dient deze persoon een begin te maken te begrijpen dat  onze Heer en Verlosser, Jezus Christus ‘God’ is en
geen religieus spel speelt, maar tot oprecht en vrij Geloof dient te komen.
Jezus ontkent niet dat Hij God is; Hij bevestigt dat Hij als Zoon, God is en
dat de mens deze erkenning waarachtig dient te onderkenen en ook werkelijk nodig heeft.  

Eeuwige vragen’ zijn niet simpelweg religieuze speculatie, maar
de fundamentele vragen van de menselijke ziel.
En ‘alleen God’ kan antwoord geven op diep menselijke vragen.
Wanneer een spelleider er op staat ‘met ‘Vader’ of ‘Monseigneur’ aangesproken
‘wenst’ te worden, mag je dàt voor mij -stilletjes- beschouwen als ziekmakende hoogmoedigheid.
Wie kan dàn nog gered worden?’ vroeg Petrus en
Hij kreeg van de Zoon van God, de Verlosser het antwoord:
      Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God”.
Toen zei Petrus:
Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen’.
Jezus zei tegen hen:
Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het Koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige levenLuc.18: 28-30 en
maak je geen zorgen wanneer je aan het volgende gevolg geeft:
Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat
de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen.
Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der Waarheid,
Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet;
maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijnJohn.14: 12-17.

En zo lang je jezelf in de eerste plaats blijft toeleggen ‘toegerust te worden
met de Heilige Geest en dáár aanhoudend om blijft bidden
zal Christus overheersen in onze levens.
Gelukkig mogen veel van onze jongeren en ouderen weten dat
Christus voor hun zonden gestorven is en uit de doden is Opgestaan;
ze mogen zich daarin ook verblijden.
Maar hoeveel mensen weten nog dat hun eigen ik-gerichte leven,
hun oude Adam’s-natuur met Christus gekruisigd is?
Hoeveel gelovigen -ook spelleiders- leven uit de Waarheid,
dat hun oude eigengereide leven gekruisigd is
[dus: als een verleden tijd en een voldongen feit]?
De weg van het Kruis, het gekruisigde leven,
is een voortdurend leven uit het vaste feit:
Niet meer ik, maar Christus”.
Wat een bevrijding is deze ontdekking.
men behoeft en kan niets meer van zichzelf verwachten, maar
mag uit de volheid van Christus leven.
Wanneer we déze Waarheid gaan verstaan, dan
wordt de wááràchtige Christelijke Vrijheid in ons leven openbaar.
Leven vóór en úit Christus in een Heilig, zonde-overwinnend leven.
Alles, maar dàn ook alles slechts van Christus verwachten!; van Christus
ontvangen via de Heilige Geest van God de Vader.
En dit leven is beschikbaar voor iedereen, die Christus werkelijk volgt,
hetgeen zich werkelijk uitstrekt naar een Heilig en toegewijd leven.

Heer, Gij zijt mijn toevlucht en mijn vreugde
in de
beproeving die mij omgeeft;
bevrijd mij van hen die mij hebben omsingeld.
Hij zal mij begrip geven,
mij de weg leren die ik
 moet gaan;
‘k zal mijn ogen op U richten

conf. Psalm 31[32]: 7,8, vert. ROK ‘s-Gravenhage.