Orthodoxie & de Bron des Levens

Heilige Drieëenheid, toonbeeld van Goddelijke Liefde

God is in de Drie-eenheid de oorsprong van al het leven.
Alle schepselen en ook wijzelf leven door Hem. Voor ons mensen is God veel meer, Hij wil ook de bron zijn van ons geestelijk leven. Veel mensen leven los van deze levensnoodzakelijke bron en zijn, geestelijk gesproken, eigenlijk dood. Denk dat je kan worden aangesloten op deze bron, die leven en overvloed geeft.

Die Levensbron vult je met Wijsheid, en je leven kan zo overvloedig worden dat je zelf een bron wordt voor anderen, waardoor zij geholpen worden om dodelijke gevaren te ontgaan.

Hoe de mens over God denkt – de manier waarop de mens Hem ervaart – is in wezen een weerspiegeling van hemzelf.

    Een vermogen, uit niets verkregen, slinkt weg; maar wie met eigen hand vergadert, wordt rijk. Een langgerekt hopen maakt het hart ziek, maar een vervulde begeerte is een boom des Levens. Wie het Woord veracht, moet het ontgelden; maar wie het gebod vreest, hem zal vergolden worden. Het onderricht van de Wijze is een Bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken. Goed inzicht verschaft gunst, maar de weg der trouwelozen is onbegaanbaarSpr.13: 11-15.
De wetsovertreder besluit bij zichzelf om te zondigen, want er is geen vreze Gods voor zijn ogen. Hij huichelt voor Zijn aangezicht, dat hij onrecht zou opsporen en haten. De woorden van zijn mond zijn wetteloosheid en bedrog, hij wil niet verstandig zijn om het goede te doen. Hij beraamt onrecht op zijn bed, hij staat op elke slechte weg; van boosheid heeft hij geen afkeer.
Heer, in de hemel is Uw barmhartigheid, Uw waarheid reikt tot de wolken. 
Uw rechtvaardigheid is hemelhoog gebergte; Uw oordelen een bodemloze zee. Mensen en vee hebt Gij, Heer, gered; overvloedig is Uw erbarmen, o God.
De kinderen der mensen zijn vol vertrouwen onder de beschutting van Uw vleugelen. Zij verzadigen zich aan de overvloed van Uw huis, Gij drenkt hen met de stroom van Uw vreugden.
            Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht.
Schenk Uw erbarmen aan wie U kennen, Uw gerechtigheid aan de oprechten van hart. Laat de hoogmoedige voet mij vertreden, noch de hand van zondaars mij doen wankelen. Want gevallen zijn allen die onrecht bedrijven, zij zijn neergestort en konden niet blijven staan” Psalm 35[36] vert. ROK ’s-Gravenhage.

“ Want bij U is de bron van het Leven; in Uw Licht zien wij het licht”.

  God heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade[gaven] te tonen naar [Zijn] goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door Genade[gaven] zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen” Eph.2: 6-9.

Veel mensen willen zo graag Gods goedheid ervaren.
God is niets dan goed; Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en
laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen;
Zijn Liefde is universeel, Die omvat alle mensen.
Maar dat wil niet zeggen dat iedereen zich
door God geliefd voelt, zijn goedheid opmerkt.
Je kunt de indruk krijgen dat er bij Hem
aanzien des persoons is, maar dat is absoluut niet zo.
En de oorzaak ligt bij de mens zelf.
Het geheim bestaat erin om tot Christus te komen en
in Hem tot een nieuw mens herboren te worden.
Daar, ìn Christus Jezus, bewaart God Zijn Goedheid als
een kostbare schat, in de ‘goede werken’ die Hij voor ons heeft bereid.

Walking by Faith

Dus wanneer de mens wandelt in de werken, die God voor de mens bereid heeft, en daarmee God dient in eenvoudige trouw en liefde voor Hem,
gaat de mens de overweldigende rijkdom aan goedertierenheid ondervinden van Gods Genadegaven.
De mens gaat ervaren wat David weergeeft in: 
    De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.
Op grazige weiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn Naam. Zelfs al ga ik midden in de schaduw des doods, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij.Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost. Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers. Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk! Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven. Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagenPsalm 22[23] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Gods Goedheid zal de mens altijd blijven achtervolgen!

Je kunt zeggen: het Godsbeeld van een mens, zoals hij over God denkt, is z’n eigen spiegelbeeld.
      Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid, volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn  ogen. Met een heilige zult Gij U heilig tonen en onschuldig met een schuldeloos mens. Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen, maar met een arglistige toont Gij Uw list. Een nederig volk zult Gij verlossen, maar de ogen der trotsen vernedert Gij. Gij schenkt licht aan mijn lamp; Heer mijn God, verlicht mijn duisternis” Psalm 17[18]: 25-26.

Wie zelf bekrompen is en weinig over heeft voor z’n medemensen, ervaart God als bekrompen. Wil je God ervaren als loyaal, als Koninklijk, met een warm en goed hart, wees dan evenzo tegenover je medemensen.
Daarvoor is Kracht genoeg de vinden in de Blijde Boodschap, de Pedagogie, die Jezus Christus, de Zoon van God, heeft gebracht om de mens van een slechte, akelige natuur herboren te doen worden tot iemand die oprecht, rein en rechtschapen is.
      Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven.Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, dient zijn tong van het kwade te weerhoudenen zijn lippen van bedrog te spreken; hij dient van het kwade af te wijken en het goede te doen, hij dient de vrede te zoeken en die na te jagen, want de ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun smeking, maar het aangezicht des Heren is tegen hen, die het kwade doen1Petr.3: 8-12.

Trouw blijven aan Gods wetten en Gods werkingen teneinde slechts het goede te doen, om het Theologisch uit te drukken: “in de goedertierenheid Gods blijven”.

God dwingt iemand niet tegen zijn wil in.
          Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Of veracht gij de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt? Maar in uw weerbarstigheid en on-boetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, Die een ieder vergelden zal naar zijn werken: hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; maar hun, die zichzelf zoeken, der waarheid ongehoorzaam 
en der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap” Rom.2: 3-8.

In Gods geweldige goedheid en lankmoedigheid jegens ons mensen trekt en lokt Hij ons  heel subtiel naar Zijn Bron, naar Zijn weg, om zo volgens Zijn eigen wetten, Zijn rijkdom aan goedheid over ons te kunnen uitstorten.
            Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.
Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon.
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt“ Openb.3: 20-22.
            Hoe vereerd zou je wel niet zijn, als de Zoon van de Allerhoogste voor je deur zou staan? Onze Heer en Verlosser staat voor de deur van ons hart en Hij klopt. Hij wil graag naar binnen, maar Hij is geen brutale indringer; Hij wacht tot wij de deur voor Hem opendoen. We hebben zelf de sleutel van de deur van ons hart! Wij bepalen wat er binnenkomt: het goede, of het kwaad.
Goed en kwaad kan niet samengaan – als we het goede, het Licht, Christus binnen willen laten, dient de schaduwzijde, het kwaad verwijdert te zijn.

Onze Heer, Jezus Christus, de Zoon van God wil binnenkomen. Hij wil maaltijd met òns mensen houden, en wil graag dat wij maaltijd houden met Hèm.
Híj wil onze innerlijke mens versterken, zodat we Zíjn Kracht verkrijgen om in onze dagelijkse situaties nèt zo te leven als Hij!
Een goede, neen, de beste grond om Hem binnen te laten in ons hart.

De apostel Johannes, de Theoloog bij uitstek, waarschuwt de wereld ‘niet’ lief te hebben en ‘ook niet’ wat ‘ìn’ de wereld is en dan wijst hij op allerlei begeerten die ons van God aftrekken. Als die begeerten macht hebben in ons leven gaan we samen met de wereld ten onder.
Paulus, de Apostel bij uitstek schrijft over het Kruis [opnemen] als de mogelijkheid om  bevrijd en verlost te worden van al die kapot makende begeerten.
Hij verkondigt, als persoonlijke getuigenis: “ Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mijGal.2: 20; en
      Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mee-gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de zonde, z’n kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven van de zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zondeRom.6: 5-7.
Iedere dag zie je het opnieuw in het nieuws: politici, winnaars van een vredesprijs, wetenschappers en sociaal hulpverleners, kortom mensen met een duidelijke roeping in het leven. Mensen die iets voor de mensheid betekenen, of in ieder geval voor delen ervan. Het lijkt of zij vanaf hun geboorte tot grote daden voorbestemd zijn.
Maar jij? Wat is het doel van jouw persoonlijk leven?

Indien jij jezelf bij Christus hebt aangesloten, in Christus bent gedoopt en je met Hem [met het gewaar worden van de Gerechtigheid] hebt bekleed, heb je de boze, het kwaad verzaakt en kun je vervolgens jezelf meer concreet de vraag stellen: Wat wil Jezus dat ik met mijn leven zal doen? Wat wil Hij met de jaren die ik hier op aarde zal leven?
Het antwoord is, dat je met Jezus als ‘Heer en Meester van je leven’ een roeping en toekomst hebt, die al ‘het’ verheven prijzen van de wereld alsmede de macht en eer onder de mensen niet kunnen evenaren!
Dàt is pas leven.