Orthodoxie & ‘Ga heen, uw zoon leeft!’ – openheid van Geloof

Christus, de Geneesheer; Christ, the healer.

      En er was te Capernaüm een hoveling, wiens zoon ziek was. Toen deze hoorde, dat de Heer uit Judea naar Galilea gekomen was, ging hij tot Hem en verzocht Hem te komen en zijn zoon te genezen; want deze lag op sterven.
Jezus zei dan tot hem: Indien jullie mensen geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven.
De hoveling zei tot Hem: ‘Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
Jezus zei tot hem:
     ‘ Ga heen, uw zoon leeft!’
De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak en ging heen. 
En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn slaven hem tegemoet en zeiden, dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden; zij zeiden tot hem: ‘Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts’.
De vader dan bemerkte, dat het dat uur was, waarop Jezus tot hem gezegd had Uw zoon leeft en hij werd zelf gelovig en zijn gehele huis.
En dit deed Jezus weer als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen wasJohn.4: 46-54.

David & Salomon

      En Stephanos, vol van Genade en Kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het Volk. Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, van de Cyreneeërs en van de Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicië en Asia en redetwistten met Stephanos, en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.
Toen schoven zij mannen naar voren, die zeiden: ‘Wij hebben hem lasterlijke woorden tegen Mozes en God horen spreken’.
En zij brachten zowel het Volk als de oudsten en 
de schriftgeleerden in opschudding; en op hem aandringende, sleepten zij hem mee en leidden hem voor de Raad, en voerden valse getuigen aan, die zeiden: ‘Deze mens spreekt onophoudelijk lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en de wet, want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en de zeden veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd’.
En allen, die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat 
van een engel.
En de hogepriester zei: Is dat zo?
En hij zei: ‘     Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God van de Heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: ‘Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

David & Salomon

. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis.
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:           De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?
Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden.
         Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.
Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de Heerlijkheid van God en Jezus, staande ter rechterhand van God.
         En hij zei: ‘     Zie, ik zie de Hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de  rechterhand van God.
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopte hun oren toe en stormden als een man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd.
En zij stenigden Stefanus, die de Heer aanriep, zeggend:
‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. En op de knieën vallende, riep hij met luide stem:
‘Heer, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hijHand.6: 8-7: 5, 47-60.

De mensen die Christus al van jongsaf aan kenden, onderkenden niet Wie hij in werkelijkheid was; The people who knew Christ from a very early age did not recognize Who he really was.

Onze Heer heeft in de weergave van Johannes voorafgaand aan de ontmoeting met de hoveling van Herodes, wiens zoon dodelijk ziek was
een ontmoeting gehad met de vrouw aan de bron en vervolgens staat vermeld dat Hij getuigd heeft dat een Profeet in zijn vaderland niet in ere is, tevens begint de huidige perikoop met:
Christus kwam dan opnieuw te Cana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had”.
In de handelingen wordt vandaag ‘een vervolging van een diakon’ beschreven,
na de woorden:
” Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden”.
Het Evangelie van Johannes beschrijft de Blijde Boodschap als een adelaar, die
over een helikopterview beschikt en een dusdanig perspectief biedt dat
onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdlijnen en minder belangrijke zaken.
Hij zweeft als het ware heen en weer tussen de Blijde Boodschap, de oplossingen, die worden aangeboden en zaken die daarmee in tegenspraak zijn; schaduw, warmte en licht wisselen elkaar af.

eenzame Pelgrim; lonely Pilgrim.

Wat in beide lezingen opvalt is dat een Profeet op zijn thuisbasis,
zijn vaderstad en onder zijn verwanten, in zijn eigen huis niet bewonderd zal worden, laat staan dat hij daar enige lof zal ontvangen.
Hier wordt gesproken over de genezing van een zoon van een hoveling van het hof van Herodes, welke gezien z’n achtergrond al helemaal geen aansluiting bij Christus zou behoren te zoeken. God heeft erbarmen met de armen en er wordt ons hier een genezing voorgehouden van een kind, dat opgevoed is door een van de koninklijk ambtenaren aan het hof van Herodes.
De Hemel is voor God een troon en de aarde een voetbank voor Zijn voeten.
Wat voor huis zal de mens Hem bouwen, of wàt is de plaats van Zijn rust?
Heeft Zijn hand dit niet allemaal gemaakt? Niet- of zwak- gelovigen sluiten hart en oren, zij verzetten zich altijd tegen de Heilige Geest. De Joodse bevolking, die in Galilea woonde, was in de ogen van degenen die in Judea woonden, nimmer beschouwd als een gemeenschap volstrekt vrome Joden, zij leefden immers in het gebied van de voormalige noordelijke koninkrijk; Orthodox, ècht ‘goed en vroom‘ Jood zijn dàt was ‘alleen‘ mogelijk in het zuiden, in Judea.
– ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen??John.1: 47 zo heeft Nathanaël reeds aan het begin gezegd. Dus Galilea wordt beschouwd als religieus onbetrouwbaar, maar onze Heer en Zaligmaker komt uit die streken voort en is derhalve Iemand,
Die iets geweldigs doet ontstaan:
>>> Hij geeft de aanzet tot een religieus relativisme ten opzichte van de Tempel van Jeruzalem. Alleen daardoor wordt Hij al gekend als een Profeet, Die Zich met
de moed der Hoop tegen de bestaande orde verzet.
God wil namelijk helemaal ‘niet‘ dat het priesterschap zich als koningen gedraagt
zichzelf ontzettend tegoed doet en zich goed bedeeld – en de kerkelijke organisatie met veel gezag en hoogmoed handhaaft door rituele diensten en raadselachtige handelingen.
Openheid van doen en laten en nederig handelen brengt de mens nader tot God in plaats dat dit het volk angst ingeboezemd wordt door verschillende gewoonten en gebruiken tot in uiterste door te voeren – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg – het volk kijkt al genoeg tegen God op.
Dat behoeft de Kerk met haar groots voorkomen en gebouwen niet nog eens dunnetjes over te doen.

Wat in deze lezingen wordt getoond is dat wáár Geloof openheid van zaken geeft.
Eerst dàn wordt duidelijk dat Christus als Profeet niet als een komeet op aarde neerdaalt en door hoogmoed van mensen ten onder dreigt te gaan, maar een uitnodiging omvat om de mens zich in eigen leven dusdanig te laten gedragen dat er niet langer een scheiding bestaat tussen het gewone en het ongewone?

Dan begint het probleem dat Jezus waarschijnlijk al eerder heeft ervaren met zijn eigen familieleden, met zijn eigen dorpsgenoten.
          En Hij [Christus] ging in een huis; en er verzamelde zich opnieuw de menigte, zodat zij zelfs geen brood konden eten.
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: ‘Hij is niet bij zijn zinnen’. En de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden:
‘Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit’.
            En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
‘Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan’Marc.3: 20-25.

Het is moeilijk om uit het Nieuwe Testament dit tafereel te wissen, waarin Maria en de broers van Jezus, de Profeet ontmoeten voor de toegang van de autoriteiten in Jeruzalem.
De orthodoxen joden verklaren dat alleen in naam van de allerhoogste, de Duivel, Christus de wonderen van genezing kan verrichten; de doodstraf staat in het pact van de duivel; bèter dáárom, dat iemand Jezus opsluit in de privé-gevangenis van zijn eigen huis als een mentale patiënt: “Hij is gek” – hij is gek geworden;  dìt is historisch gezien de diagnose van de broers en de moeder van Jezus over de toestand van de man uit Nazareth.
En hoe reageert onze Heer en Verlosser?
Hij gaat zitten en zegt:
Wie zijn Mijn moeder en broeders?
En rondziende over degenen, die in een kring rondom Hem zaten, zei Hij:
‘ Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Al wie de wil Gods doet, die
is Mijn broeder en zuster en moeder
Marc.3: 31-35.
Het gaat niet langer om familiebanden, maar om innerlijke saamhorigheid,
om een ​​leven met dezelfde glans van eenvoud.
En wat is diezelfde onderlinge Christelijke glans?
Dat is de wijze waarop een monnik leeft – evenwicht tussen werk en privéleven
– het nastreven van geluk ten koste van alles maakt ons eigenlijk ongelukkig –
het is immers niet de bedoeling voortdurend, de gehele tijd gelukkig te zijn.
Innerlijke rust zien te vinden in een hectische wereld van informatie, e-mails en overuren maken, m.a.w. je eigen ego oppoetsen.

Slechts vertrouwen op God
    Heer, neig Uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.
Behoed mijn ziel, want ik ben U gewijd; mijn God, red Uw dienaar die op U vertrouwt.
Ontferm U over mij, o Heer, want heel de dag roep ik tot U.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan barmhartigheid
voor ieder die U aanroept.
Leen Uw oor, Heer, aan mijn gebed; geef acht op de stem van mijn smeken.
Toen ik beproefd werd heb ik tot U geroepen, omdat Gij mij altijd verhoort.
Uws gelijke is er niet onder de goden, Heer: niets evenaart Uw werken.
Alle volkeren die Gij gemaakt hebt, Heer,  zullen komen en voor U neervallen; zij zullen Uw naam verheerlijken.
Want Gij zijt groot en Gij doet wonderen: Gij alleen zijt God.
Heer, leid mij op Uw weg, opdat ik voortga in Uw Waarheid.
Moge mijn hart zich verheugen, door het vrezen van Uw naam.
Ik wil U belijden, Heer mijn God, uit heel mijn hart; ik wil Uw Naam verheerlijken in eeuwigheid.
Want Uw barmhartigheid is groot over mij: Gij hebt mijn ziel ontrukt
aan de afgrond van de hades.
God, de overtreders zijn tegen mij opgestaan, de samenscholing der machtigen
belaagt mijn ziel: want zij houden U niet voor ogen.
Maar Gij, Heer mijn God, zijt goedertieren en barmhartig:
Grootmoedig, Rijk aan Genadegaven, en Waarachtig.
Zie op mij neer, ontferm U over mij, geef kracht aan Uw dienaar; red de zoon van Uw dienstmaagd.
Doe aan mij een teken ten goede, opdat zij die mij haten,
het zien en beschaamd staan.
Omdat Gij, Heer, mijn Helper zijt, Die mij hebt getroost”.
Psalm 85[86] vert. ROK ’s-Gravenhage   

“the beloved is Mine and I am his”.

    Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis [een onderkomen].
De Allerhoogste echter woont ‘niet’ in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:
          De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?’”.
Probeer God niet mooier te maken dan Hij al is
– God ìs niet te evenaren door datgene wat men met mensenhanden maakt –
God bevindt Zich in de Tempel van het hart, al onze gedachten dienen gericht te zijn  op Zijn onuitputtelijke Liefde tot ons mensen, dàn zijn wij Gods Tempel.
Het is goed dat wij zorgen dat er plekken van stilte, dat er plekken van het Mysterie [het geheim] zijn, zoals onze ‘eenvoudige kerkgebouwen; eenvoudig omdat overdaad schaadt.
En het is goed dat wij zorgen dat zo’n ruimte geschikt blijft om er met het Mysterie [het geheim] van God in aanraking te komen.
Om te zorgen dat dit voor een kerkgebouw nòg méér kan opgaan, dient het eenvoudig te zijn, ook voor toekomstige generaties.
Tegelijk dienen wij er goed van doordrongen te zijn dat een kerkgebouw niet de Kerk is, niet de Tempel van God. Neen, de Kerk, het Lichaam van Christus, de Tempel van God, zijn de mensen. En de mensen, die spelen een spel in Zijn tuin.
En mensen zijn dat vooral in het diepst van hun hart, dáár waar zij, vèr voorbíj aan hun eigenbelangen, geraakt worden door God.
Maar zij zijn het ook samen, als zij zich inzetten voor elkaar, als  zij samen bouwen aan die ontzagwekkende plaats waar gediend en  God eer wordt toegebracht hetgeen de Kerk, het Lichaam van Christusm zou moeten zijn:
een mensengemeenschap waar Gods wetten, die van Rust – Vrede en Gerechtigheid heerst.
En Deze Heer, Jezus Christus, Die vredestichter, de weerloze mensenzoon,
maakt van touwen een zweep en slaat daarmee al diegenen, die alle soorten geld tegen elkaar uitwisselen, de handelaars de Tempel uit en hij gooit de tafels van de projectontwikkelaars om.
Hij, Deze zachtmoedige God-mens roept het van de daken:
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt !!!”
Misschien als mens een beetje arrogant, maar:
Niemand behoefde Hem iets over de mens te leren,
Hij wist Zelf donders goed wat men aan een mens had
”.
Dat is de Goddelijke Wijsheid en de Christelijke Geest en
daardoor leiden [lijden] wij een Christelijk leven.

Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en
mij de toegang niet ontzegd”.

“Juich voor de Heer, gehele aarde, dien de Heer met vreugde.

Komt voor Zijn aanschijn met gejubel, weet dat de Heer werkelijk onze God is.
Hij heeft ons gemaakt, niet wijzelf:  wij zijn Zijn volk, de schapen van Zijn weide.
Gaat Zijn poorten binnen met belijdenis, Zijn voorhoven met Hymnen.
Belijdt Hem;  zingt de lofzang voor Zijn Naam.
Want de Heer is goed, Zijn barmhartigheid is voor eeuwig; en van geslacht tot geslacht duurt Zijn Waarheid“. Psalm 99[100] vert. ROK ‘s-Gravenhage