Het Pascha, de Opstanding van onze Heer en God en Heiland, Jezus Christus

In de ‘tijd’ van onze Heer Jezus, de Christus bracht het Joodse Pascha [Hebr: פֶּסַח, Pesach] de gelovigen van Mozes samen naar Jeruzalem met het doel het paaslam te offeren en te nuttigen. Dit herdacht de Exodus die de Hebreeën bevrijdde van de Egyptische slavernij. Vandaag verenigt het Christelijke Pascha [Gr. Πάσχα, Pascha] de volgelingen van Christus, de Christenen in gemeenschap met hun Heer, het waarachtige Lam Gods. Het brengt hen in verbintenis met Zijn dood en Opstanding, Die hen bevrijd heeft van zonde en dood.

Er is een duidelijke continuïteit van het ene feest, dat volgt op het andere, maar het perspectief is veranderd in de overgang van het oude naar het Nieuwe Verbond [een hernieuwde verbintenis, de bevestiging van het doopcontract] door tussenkomst van Jezus – ‘Pascha – .

Vanaf het begin, dat het Volk samensmolt was het Pascha een familiefeest.
Het werd gevierd in de nacht, bij de volle maan van de lente-equinox, de 14e van de maand Abib of van het koren [na de ballingschap- Nisan genoemd].
Een jong lam, dat jaar geboren, werd aangeboden aan de Heer, onze God om de goddelijke zegeningen over de kudden af te smeken.
Het slachtoffer was een lam of een jong geitje, van het mannelijk geslacht, zonder smet; geen enkel botje van dit dier mocht worden gebroken.
Zijn bloed werd als verf, als een teken van behoud, gebruikt bij de ingang van iedere woning.
Het vlees van het geofferde lam werd gegeten tijdens een snelle maaltijd, snel zoals gasten zich haasten wanneer zij op het punt staan op reis te gaan.
Deze nomadische en huiselijke eigenschappen suggereren een zeer oude oorsprong rond het Pascha: het had een offer kunnen zijn dat de Israëlieten aan Farao vroegen – teneinde het in de woestijn te vieren. Het gaat dus terug tot de tijd van Mozes en het vertrek uit Egypte, dit gaf de Exodus zijn definitieve betekenis.

De grote lente van Israël [de Kerk en de wereld] vindt plaats wanneer God Zijn geestelijk Volk bevrijdt van het onderdrukkend, verslavend [Egyptisch, woestijn-] juk van de wereld door een reeks van providentiële interventies, waarvan de meest opvallende tot uiting komt in de tiende plaag: het doden van de eerstgeborenen van het kwaad [de Egyptenaren].
Bij deze gebeurtenis treedt in de Traditie later op in het offer van
de eerstgeborene van de kudde en de verlossing van de eerstgeboren Israëliet.
In Rooms Katholieke kringen was het nog gebruik dat de oudste zoon van het gezin – priester, of indien het een meisje was – moniale [non] werd.
Deze parallelle vergelijking blijft secundair.
Waar het om gaat is dat het Pascha samenvalt met de bevrijding van de Israëliet – de gelovige Christen van het kwaad, van de duvel en z’n malle moer]:
het werd het gedenkteken van de Exodus,
de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
Het herinnerde eraan dat God het kwaad had verslagen en zijn gelovigen had gespaard.
Van nu af aan zal dit de betekenis zijn van het Pascha en de nieuwe betekenis van zijn naam.

Pasch is het equivalent van de Griekse Pascha ,
afgeleid van de Aramese Pasha en de Hebreeuwse Pesah .
De oorsprong van deze naam wordt betwist. Sommigen geven het een vreemde etymologie, Assyrisch [pasahu , om te sussen] of Egyptisch [pa-sh , de herinnering, pe-sah , de slag];
maar geen van deze hypotheses is overtuigend.
De Heilige Schrift, de Blijde Boodschap associeert pesah met het werkwoord pasah, wat betekent ofwel te meppen, ofwel een rituele dans rond een offer te verrichten, of figuurlijk, “springen”, “doorgeven”, “sparen” .
Het Pascha is de doorgang van de Heer, Die ging over het Israëlitisch huis, de Kerk en haar gelovigen en de huizen van de wereld komt, terwijl God de huizen van de verdoemden [de Egyptenaren] trof.

Na verloop van tijd werd een ander feest samengesmolten met het Pascha.
Het joodse feest van het ongezuurde brood was oorspronkelijk nogal verschillend, maar werd uiteindelijk geassocieerd vanwege de datum in de lente.
Het Pascha werd gevierd op de 14e van de maand; het ongezuurde brood werd uiteindelijk vastgesteld van de 15e tot de 21e.
Deze ongezuurde broden vergezelden het aanbieden van de eerste vruchten van de oogst.
De verwijdering van het oude zuurdesem was een rite van zuiverheid en van jaarlijkse vernieuwing, waarvan de oorsprong wordt verondersteld om nomadisch of agrarisch te zijn.
Wat het momenteel ook is, de Israëlitische Traditie associeerde deze rite ook met het vertrek uit Egypte.
Het herinnerde de haast van het vertrek uit Egypte, zo gehaast, omdat de Israëlieten hun deeg moesten afvoeren voordat het gezuurd was.
In de liturgische kalenders worden de feesten van het Pascha en Ongezuurde Broden soms onderscheiden en soms verward, daarom is het in de Orthodoxe Kerken verplaatst naar Transfiguratie, het feest van Christus Licht op de berg met Mozes & Elias. Dit werd oorspronkelijk in de Orthodoxe Kerken gevierd op de huidige zondag van Gregorius Palamas [zie aldaar] in de grote en heilige voorbereidingstijd, de vastenperiode.

Dus het Pascha is door de eeuwen heen geëvolueerd; erg hebben sommige kwalificaties en  wijzigingen plaatsgevonden, maar het belangrijkste is de innovatie van Deuteronomium die het oude familiefeest veranderde in een hoogfeest van de tempel, de woning van de Heilige Geest, ons hart.
De Messias, onze Heer Jezus Christus is inderdaad geboren [zie het Kerstfeest en de Doop in de Jordaan, Theophanie.
Om te beginnen nam onze Heer en Verlosser, Die reeds eeuwen door de Profeten voorzegd is, deel aan het joodse paasfeest; Zijn doel was om het te perfectioneren.
Hij zou het ten slotte verdringen en vervullen.

Op het moment van het Pascha sprak Jezus woorden uit en voerde acties uit die beetje bij beetje de betekenis ervan veranderden.
Zo hebben we het Pascha van de enige  Zoon, Die dicht bij het Heilige der Heiligen blijft omdat Hij weet dat Hij daar dichtbij Zijn Vader is; het Pascha van de nieuwe tempel, waar Jezus het tijdelijke heiligdom heeft gezuiverd en het definitieve heiligdom, Zijn opgestane lichaam, heeft aangekondigd; het Pascha van de vermenigvuldigde broden,
hetgeen Zijn lichaam zal zijn dat wordt geofferd als offer; ten slotte, en vooral het Pascha van het nieuwe Lam, waarin Jezus de plaats van het paas-offer inneemt.
Hij installeert de nieuwe paasmaaltijd en bewerkstelligt Zijn eigen exodus,
de ‘doorgang’ van deze zondige wereld naar het koninkrijk van de Vader.

De beschrijvers van de Blijde Boodschap, de Evangelisten begrepen
de bedoelingen van Jezus haarfijn en wierpen met verschillende nuances het Goddelijk Licht op hen.  De synoptische beschrijving beschrijft de laatste maaltijd van Jezus [zelfs als het aan de vooravond van het Pascha was verteerd] als een paasmaaltijd: het avondmaal wordt binnen de muren van Jeruzalem genomen en het bevindt zich in een liturgie die, onder andere, de recitatie van de Hallél. 

Halleel of Hallél [Hebr: הלל, Arab.: حَلاَلْ] is een van oorsprong Joods gebed
bestaande uit de psalmen 113 tot en met 118.
Hallèl betekent letterlijk “loof” of “prijs”. Het woord Halleluja is hiervan afgeleid.

Maar het is de maaltijd van “hèt Nieuwe Pascha“: waarmee met de rituele zegeningen bestemd voor brood en wijn,  onze Heer en Pedagoog het instituut van de Goddelijke Liturgie in [de Eucharistie] instelt, Door Zijn lichaam te eten en Zijn vergoten bloed te drinken, beschrijft Hij Zijn dood als het offer van het Pascha waarvan Hij het nieuwe Lam is. Johannes de Theoloog geeft er de voorkeur aan om te benadrukken, dat dit feit door het invoegen van een aantal verwijzingen naar Jezus het Lam in Zijn weergave:
      De volgende dag zag hij [Johannes de Doper] Jezus tot zich komen en zei: ‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’“ & “      En toen hij Jezus zag gaan, zei hij: ‘Zie, het lam Gods!’John 1: 29 & 36,
en in het maken van samenvallen, op de middag van de 14e Nisan, het offeren van het lam
      Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het Gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten“; “      En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer 
het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: ‘Zie, uw koning!’”; “      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden“; “      daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij wasJohn.18: 28; 19: 14,31,42.
en de dood aan het Kruis van het waarachtige Paas- Slachtoffer.
      Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld wordenJohn.19: 36.

de graankorrel

Gekruisigd aan de vooravond van een sabbat
      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de 
lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden wordenJohn.19: 31, stond Jezus op de dag na diezelfde sabbat op; de eerste dag van de week, “      En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?Marc 16: 2,3.
Het is ook op de eerste dag dat de apostelen hun verrezen Heer vinden in de loop van een maaltijd die een nieuwe versie van het avondmaal is:
– “      En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte“, “      Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen  Luc.24: 30;42,43;
      Daarna verscheen Hij aan de elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt wasMarc.16: 14;
      Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich 
bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ – ‘ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. 
De andere discipelen dan zeiden tot hem: ‘Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: ‘Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven’. En na acht dagen waren Zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: ‘Vrede zij u!’“; “      Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus.
Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Natanaël van Cana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: ‘Wij gaan met u mede. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.
Jezus zei tot hen: ‘Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’.
Zij antwoordden Hem: ‘Neen’.
Hij nu zei tot hen: ‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij 
wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zei tot Petrus:
‘ Het is de Heer.
Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Heer was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen.
Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood. Jezus zei tot hen: Brengt van de vissen, die gij thans gevangen hebt.
Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
Jezus zei tot hen: ‘Komt en houdt de maaltijd’. Niemand van de discipelen durfde Hem de vraag stellen: ‘Wie zijt Gij? Want zij wisten, dat het de Heer was.
Jezus kwam en Hij nam het brood en gaf het hun en evenzo de vis.
Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na Zijn opwekking uit de doden Zich aan Zijn discipelen geopenbaard heeftJohn.20: 19-26; 21: 1-14;
      En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt“ Hand.1: 4

Op de eerste dag van de week zullen de verzamelde christenen zich verenigen voor het breken van het brood: “      En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernachtHand.20: 7;
      elke eerste dag der week legge ieder van u naar vermogen thuis iets weg, en hij zal dit opsparen, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen gehouden dienen te worden“ 1Cor.16:  2.
Deze dag zou spoedig een nieuwe naam ontvangen: de dag des Heren, the day of the Lord, την ημέρα του Κυρίου,
يوم الرب, oftewel ‘zondag’:
      Ik kwam in vervoering van de geest op de dag des Heren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggend: ‘Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten’“ Openb.1: 10,11a.
Het herinnert al de Christenen op de gehele wereld aan de Opstanding van Christus,  waarin Hij hen verenigt en Zich verenigt met Hem in Zijn Goddelijke Liturgie [Eucharistie],
en wijst hen daarmee naar de hoop van Zijn Parousia:
      Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat 
Hij komt“ 1Cor.11: 26.

In de Paasnacht bereiden Christenen zich net als ieder Zondag voor op hun ontmoeting met hun Heer, die is Opgestaan – Zij vieren dit in het heilige avondmaal met het Lam van God die de zonden van de wereld draagt ​​en wegneemt en vervangen de Joodse paasmaaltijd na een periode van vasten expliciet door een hernieuwing van hun doop, gedoopt en daarmee een Verbond met hun Heer en Meester aangegaan vormen zij het God’s-Volk in ballingschap, ze gaan voorwaarts met hun lenden omgord, bevrijd van kwaad, in de richting van het beloofde land van het Koninkrijk der hemelen.
Aangezien Christus, hun paasoffer, is geofferd, dienen zij het feest niet te vieren met het oude zuurdesem van een slecht gedrag, maar met het ongezuurde brood van zuiverheid en waarheid.
Met Christus hebben zij persoonlijk het Mysterie van het Pascha, het Pasen geleefd door te sterven aan de zonde en op te staan ​​naar een Nieuw [herboren] leven.

Christus is opgestaan!” / “Hij is waarlijk Opgestaan!
“Christ is risen!” / “He is risen, Indeed!”
Christus ist auferstanden! “/ ‘Er ist wahrhaftig auferstanden!’
Christus is verrezen!“/ ‘Hij is waarlijk verrezen!
Christ est ressuscité!“/ ‘Il est vraiment ressuscité!
Cristo è risorto!“/ ‘È veramente risorto!
Hristos a înviat!” / ‘Cu adevărat a înviat!
Χριστὸς ἀνέστη! “/ ‘Ἀληθῶς ἀνέστη!’
[Khristós Anésti! / Alithós Anésti!]
– “Христóсъ воскрéсе!” / ‘Воистину воскресе!
[Christos voskrese! / Voistinu voskrese!]
“al-Masī qām!” / ‘aqqan qām!’
“Masī qām!” / ‘Belāqiqāti qām!’
– المسيح قام! حقا قام! [al-Masī qām! / aqqan qām!]’;
المسيح قام!   بالحقيقة قام! [al-Masī qām! / Belāqiqāti qām!]