Paaszaterdag in de Grote en Heilige week, Stille Zaterdag – Christus rooft de Hades leeg en het gloren van het Paradijs.

de Goddelijke Raad

”     God staat in de Goddelijke Raad: in hun midden oordeelt Hij goden. Hoe lang nog zullen jullie onrechtvaardig oordelen en zijn jullie partijdig voor Zondaars?”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Doe recht aan wezen en zwakken, wees gerecht voor hen die gering zijn en de armen. Verlos behoeftigen, bevrijd de arme uit de hand van de zondaar“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Zij weten niets en begrijpen niets, zij tasten in het duister. Alle grondvesten van de aarde, wankelen en worden geschokt“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Ikzelf heb gezegd: jullie zijn goden, allen zijn jullie zonen van de Allerhoogste. Toch zullen jullie sterven als mensen, als elk ander vorst zullen jullie vallen. Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.
Hymne conform Psalm 81[82] voorafgaand aan het Evangelie tijdens de Basilios-Liturgie, deze morgen.

NB. Voor de Orthodoxe gelovigen van de oude kalender is het dit jaar een heel bijzondere Stille Zaterdag, want bij hen wordt tevens het feest van de Boodschap aan de Moeder Gods gevierd

Het Paradijs en de hel
De Heilige Païsios, geestelijk leidsman op de berg Athos heeft een geschiedenis bekend gemaakt over God, Die het Paradijs en de Hel aan een eenvoudig mens openbaarde [misschien wel aan deze heilige zelf, want bij mijn ontmoeting met hem, heb ik waarachtige eenvoud mogen ervaren].
Dit is zijn resumé:
Wel, op een nacht terwijl dat deze eenvoudig levende mens sliep,
hoorde hij een stem zeggen:’    Kom, ik zal je de hel tonen’. 
Hij bevond zich toen in een kamer waar veel mensen rond een tafel zaten,
in het midden van die tafel stond een grote pot met voedsel. 
Toch hadden ze allemaal honger, omdat ze niet konden eten. 
Ze hadden elk een heel lange lepel waarmee ze voedsel uit de pot haalden,
maar met zo’n lange lepel waren zij niet in staat hun mond te bereiken. 
En dus klaagden sommigen, anderen schreeuwden, terwijl anderen zelfs huilden . . . . . “.
Toen hoorde deze eenvoudig levende mens dezelfde stem zeggen:
‘ Kom, ik zal je nu ook het Paradijs laten zien. 
Hij bevond zich vervolgens in een andere kamer, waar eveneens veel mensen rond een tafel zaten, net zoals de vorige. 
En, nogmaals stond er een grote pot met voedsel in het midden op tafel en de mensen hadden dezelfde lange lepels. 
Ze waren echter allemaal goed gevoed en gelukkig, omdat iedereen met z’n lepel voedsel uit de pot kon nemen
en
zo waren ingesteld dat de persoon naast hem gevoed werd. 
Begrijp je nu ook hoe jij, vanuit dit aardse leven vooruit kunt komen en
het leven van het Paradijs op aarde al kunt [be-]leven?”.

Ieder van ons heeft een soort “lepel” gekregen die we kunnen gebruiken om met anderen te delen of om het voor onszelf te proberen. waar het dus om draait is:
Hoe gebruik je de aan jou persoonlijk verleende “lepel?”
Hoe maak jij persoonlijk gebruik van de aan jou persoonlijk verleende talenten [de Genadegaven], die je van God hebt gekregen?

Vanuit de diepte van mijn hart,
roep ik tot de Heer, Die
mij steeds gedenkt

Paaszaterdag of Stille Zaterdag volgt op Goede Vrijdag;
maar wat is zo bijzonder aan deze dag?
Eenieder, die de diensten bezoekt wordt geconfronteerd met een Mystiek gegeven; het is de zaterdag vóór Pasen en de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest.
Deze zaterdag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd, omdat op die dag de klokken niet luiden tot aan de Paaswake.
In de nacht ná Goede Vrijdag tot zaterdagmorgen herdenken christenen de tijd dat het dode lichaam van Jezus Christus in het graf ligt; je kunt dit ook aanschouwen wanneer je op deze nacht/ochtend in een Orthodoxe Kerk bent geweest – er heerst een zwijgende drukte, omdat de actieve parochianen druk doende zijn met de onafgebroken lezing van de Evangeliën – hetgeen een gebruik is bij overledenen, voorafgaand aan de begrafenisdienst.
De apostel Petrus verkondigt:
      Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als Rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis [de hades,de hel], die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden1Petr.3: 18-20.

In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Heilige en Grote Zaterdag of de Grote Sabbat genoemd, omdat op deze dag Christus fysiek “rustte” in het graf.
Maar men gelooft tevens dat Christus op deze dag geestelijk nederdaalde in de hel, de  Hades veroverde, om de zielen van hen die daar vastgehouden waren te redden en naar het Paradijs te voeren.

De Metten van de Heilige en Grote Zaterdag [meestal gehouden op de avond van Goede Vrijdag, zodat meer gelovigen er aan deel kunnen nemen] nemen een vorm aan van een begrafenisdienst voor Christus.
De gehele dienst vindt plaats rond de Epitaphios [Kerkslavisch Plasjenitsa], een icoon in de vorm van een geborduurde of geschilderde doek met de afbeelding van de graflegging van Christus.
Op zaterdagmorgen, wordt er een gecombineerde vesperdienst met de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote gevierd.
Dit is de langste Goddelijke Liturgie van het gehele kerkelijk jaar en traditioneel ook degene die qua uur het laatst gevierd wordt.
Na de Kleine Intocht zijn er 15 oud-oudtestamentische lezingen.
1.]. Genesis 1: 1-13
2.]. Isaiah 60: 1-16
3.]. Exodus 12: 1-11
4.]. Jonah 1: 1-4: 11.
5.]. Joshua 5: 10-15
6.]. Exodus 13: 20-15: 19
7.]. Zephaniah 3: 8-15
8.]. 3[1] Koningen 17: 8-24
9.]. Isaiah 61: 10-62: 5
10.]. Genesis 22: 1-18
11.]. Isaiah 61: 1-9
12.]. 4[2] Koningen 4: 8-37
13.]. Isaiah 63: 11- 64: 5
14.]. Jeremia 31: 31-34
15.]. Danie2l 3: 1-23; waarna de Hymne van de drie Jongelingen in de vuuroven. 

Net voor de Evangelielezing [Matth.28: 1-20] worden alle
[altaar-]bekledingen en gewaden veranderd van zwart naar wit.
De diaken bewierookt de gehele kerk.
In de Griekse traditie strooit de geestelijkheid laurierbladeren en bloembladeren door de gehele kerk om de verbrijzelde poorten en verbroken ketenen van de hel en Jezus’ overwinning op de dood te symboliseren [de Koninklijke deuren wordt uit de scharnieren gelicht en opzij tegen de iconostase gezet.
Terwijl de liturgische sfeer verandert van verdriet naar blijdschap, wordt de paasgroet “Christus is Opgestaan” nog nèt niet uitgewisseld.
Deze klinkt pas héél zachtjes door in afwachting van de Paasvigilie.
De gelovigen gaan door met de vasten, nuttigen slechts wat studentenhaver.

Johannes de doper kondigt de nederdaling ter helle aan de rechtvaardigen van de hades [Slovetsky klooster [17e eeuw]

De reden hiervoor is dat, de Goddelijke Liturgie op Heilige en Grote Zaterdag de verkondiging voorstelt, van Jezus’ overwinning op de dood, aan hèn in de Hades. De Opstanding is nòg niet verkondigd aan de mensen op de aarde
[dit zal plaatsvinden tijdens de Paasvigilie]
De Grote Vasten was van oorsprong
de periode van catechese voor de catechumenen teneinde hen voor te bereiden op de doop en Myronzalving op Pascha [Pasen].
Voor het samenstellen van het hedendaagse Paasvigilie van Johannes Damascinos was deze dienst dè belangrijkste Paasviering.
Volgens de traditie vindt de doop of de inzegening/het ontvangen van de catechumenen plaats na deze dienst.

Voorafgaand aan de Paasvigilie komen de mensen in een stille, niet-verlichte kerk, alwaar de handelingen van de Apostelen worden gelezen.
Later op de avond [meestal rond 23:00 u., begint de Paasvigilie met het Middernachtsgebed, waarbij de canon van de Heilige Zaterdag wordt herhaald.
De weinige kandelaars en lampen, die in de duistere kerk nog enig oriëntatie- gevoel geven worden gedoofd.
En allen wachten in duisternis en stilte op de processie die voorafgaat aan de [Licht-]viering van de Opstanding.

Hij is niet hier, want Hij is opgewekt!
      Laat na de Sabbat, tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien . . . . .
. . . . . En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel des Heren daalde uit de hemel neer en kwam nader, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop.
. . . . . Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
. . . . . .En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden [zij schrokken zich dood en geraakten buiten zichzelf van vrees].
. . . . . Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: ‘Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd’.
En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn discipelen te berichten.
. . . . . En zie, Jezus kwam haar tegemoet en zeide: ‘Weest 
gegroet’. Zij naderden Hem en grepen Zijn voeten en zij aanbaden Hem.
. . . . . Toen zeide Jezus tot haar: ‘Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien’.

Toen zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad om de overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: ‘Zegt, zijn discipelen zijn ’s-nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij buiten moeite blijft. En zij [de soldaten] namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe.

En de elf discipelen vertrokken naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij, maar sommigen twijfelden.
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggend:
. . . . . ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld’
Matth.28: 1-20.

Hymne bij de grote Intocht met de offergaven:
Dat alle sterflijk vlees zal zwijgen, en met vrees en ontzag staande, niets aards in het hart meer zal denken. Want de Koning van de koningen, De Heer van de heersers nadert nu als Offer ter slachting, tot Spijs van de Gelovige, Amen.
Voor Hem schrijden de Koren van de Engelen: de Vorstendommen en Machten, de Cherubijnen en Serafijnen, terwijl zij hun aangezicht bedekken
”.

Communiezang:
de Heer is ontwaakt, als iemand, die slaapt:
Hij is opgestaan om ons te redden!
”.

Laat ons nu verder zwijgen en vol ontzag in stilte de avond afwachten,
en ons verheugen op het komend voortgezet feestgebeuren.