Orthodoxie & vergeven – overgeven – vergeten

God is Almachtig, draag het aan Hem over

Het is opvallend hoe met het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ door Christenen en ook door Orthodoxe Christenen vaak verkeerd wordt omgesprongen.
Met name tijdens een vergeving’s-ritueel als bij de Orthodoxen Vesperdienst op Vergeving’s-zondag bemerk je dat de mens er toch enorm veel moeite mee heeft; men heeft ontwijkend gedrag.  Men durft elkaar niet aan te kijken of doet al wenend en snikkend de ronde en de vraag komt dan de vraag op is het onderwerp ‘vergeven – overgeven – vergeten’ hier wèl goed uitgewerkt?
Er zijn ook in ons leven voorbeelden aan te geven van dingen die absoluut niet mogelijk waren, èn dingen waar nu ineens wèl ruimte voor wordt gegeven.
Er zijn nu eenmaal altijd zaken in het leven, die een bepaald schuldgevoel bij je oproepen.  Soms dien je te onderkennen dat je slechts een deel van het “verhaal” kende, soms wist je méér en werd het dienen-te-vergeven ‘verzacht’ tot het leren vergeven.
Het is jammer dat daar dat de mens in dat soort situaties vaak alleen maar ‘verhard’, zich terugtrekt op het eigen eilandje en de zaak laat rusten tot via de Traditie een goddelijke richting wordt aangereikt.  Het is de vraag of de Traditie —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte biedt  en  er —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte aan het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ wordt gegeven.
Heel lang gaf ik nog wel toe aan de traditionele aandrang, maar iedere keer overspoelde de beladen schuld me weer.  Zeker wanneer de gewoonte zich openbaart, dat  het oude leventje gewoon weer wordt voortgezet. Heel lang had ik me aangeleerd me wat betreft het overgeven  niet meer bij voorbaat al tegenover God op te stellen. Bang voor de overweldigende Liefde waarschijnlijk, bang ook dat er tè veel pijn in één keer boven zou komen.

God doet leven

God is menslievend, heeft de mensen en de wereld lief en is vergevensgezind jegens iedereen, Over vergeven kan immers slechts gesproken worden, wanneer er sprake is van daadwerkelijk berouw en bekering.
Gods Liefde gaat namelijk nooit ten koste van Zijn Gerechtigheid.
Zo is het ook in relaties tussen mensen onderling:
wanneer er bewust onrecht wordt gepleegd ten opzichte van elkaar, dan  dient dat uitgepraat te worden en daarmee dient er een streep te worden gezet en de kwestie worden beëindigd.
Degene die onrecht heeft geleden, dient vanaf dàt moment te vergeven,  en het leed dàt er het gevolg van was, dient dan  -evt. als een lering’s proces- aanvaard te worden. Dàt is de prijs die bij de vergéving betaald dient te worden zoals Christus dat ons in Zijn Blijde Boodschap heeft geleerd.
Voor een goede omgang met elkaar en met God is het nodig  dat we leren elkaar te vergeven. God vindt dat zelfs zo belangrijk, dat Hij  dit als een voorwaarde stelt om ooit zelf vergeving te ontvangen.
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergevenMatth.6: 12,14,15.

kogel door de Kerk

Vergeven kan erg bevrijdend werken – er wordt niet voor niets gezegd ‘de kogel is door de kerk’, er is [meestal na lang overleg] ergens een beslissing genomen; de knoop is [eindelijk] doorgehakt.  Maar soms kan de bovengenoemde uitspraak van Jezus erg bedreigend overkomen.
Dat komt omdat we de indruk hebben dat we altijd iedereen moeten kunnen vergeven. Maar dat is een misverstand.

Want hoe dienen wij dan te vergeven?
      Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
God geeft ons in Christus vergeving voor onze misstappen – wanneer we zondigen tegen God, dan brengt dat immers scheiding met zich mee, dat verbreekt de relatie met Hem. God kan en wil ons dat graag vergeven, maar niet zo maar; Hij kan alleen maar vergeven wanneer die zonde wordt erkend en losgelaten. 

Het doel van vergeving is het wegnemen van schuld zodat de relatie wordt hersteld en we met een schone lei verder kunnen gaan. Zo vergeeft God ons.
En zo behoren we tevens elkaar te vergeven.
Wij christenen dienen onze vijanden lief te hebben, hen te zegenen en voor ze bidden, leert Christus ons in de Bergrede.
Maar houdt niet automatisch in dat je hen ook vergeven kunt.
Dat kan God ook niet; ja, Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, maar
vergeven kan Hij pas wanneer de bozen hun schuld belijden en zich bekeren.
Zo behoren ook wij te handelen tegenover degenen die òns onrechtvaardig behandelen: we mogen voor ze bidden en ze zegenen en liefhebben.
Maar vergeven kunnen we hen pas wanneer zij daarom vragen, vrede met ons willen sluiten en hun vijandschap afleggen.

Maar wat dient er dan te gebeuren wanneer de tegenpartij dat niet wil,
geen schuld erkent en in zijn houding volhardt?
Zich in z’n ivoren toren terugtrekt en doet alsof er niets indringends heeft plaatsgevonden, zich er-onder-uit draait?
        Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: ‘Ik heb berouw’, zult gij het hem vergevenLuc.17: 3,4; en
    Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mee, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. 
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel“.
Matth.18: 15-18.

In zo’n geval spreekt Christus dus ‘niet’ meer over vergeven, zelfs al wordt de gehele samenleving opgeroepen gezamenlijk Zondag van de Orthodoxie te gaan vieren.

Wanneer vergeven niet mogelijk is omdat de tegenpartij alle schuld ontkent,
z’n kop in het zand steekt  en volhardt in het onrecht, betekent dat dan dat
wij dienen te blijven rondlopen met een verbitterd hart en wraakgevoelens?
Gelukkig niet, want in dat soort situaties dienen wij te handelen zoals Jezus dat deed.
Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt1Petr.2: 23.
Het is daarbij de bedoeling dat we leren onze rechtszaken aan
God over te laten wanneer we onze vergeving bij de mens[en] niet kwijt kunnen.
Wij Christenen kunnen met het onrecht dat ons wordt aangedaan bij God terecht.
Het Koninkrijk der Hemelen is namelijk een rechtsstaat waar de rechtspraak berust bij de meest ideale Rechterlijke Macht, Die er is: God, de Alwetende en Almachtige, de volmaakt onpartijdige en Rechtvaardige Rechter, Die het allerbeste voor heeft met alle partijen.

En hoe meer we Zijn volmaaktheid als Rechter gaan beseffen, des te gemakkelijker wordt het onze rechtszaken helemaal aan God over te geven. God, de Vader weet namelijk alles, zowel van ons als van de tegenpartij. Ook alle verzachtende omstandigheden van de tegenpartij die ons wellicht onbekend zijn. Dus als we onze rechtszaken aan Hem toe vertrouwen, weten we zeker dat die naar Genade en Recht zullen worden afgehandeld; dáár behoeven we absoluut niets meer aan toe te voegen.
Naarmate we zicht krijgen op God als onze Rechtvaardige Rechter, zijn we in staat om net als onze Heer en Verlosser, Die toch veel heeft moeten incasseren, alle rancuneuze gedachten en gevoelens los te laten en volkomen aan God over te geven.
Het is enorm bevrijdend te weten, dat God onze rechtszaken volmaakt rechtvaardig behartigt.  Dat kan ons zó -‘vrij’- maken, dat we tot onze verwondering zelfs in staat zullen zijn onze vijanden te eten te geven als ze honger hebben en hen te laten drinken wanneer ze dorstig zijn.
Op die wijze overwinnen we het kwade door het goede en verbreken we harde harten:
      Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden’, spreekt de Heer. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede te doenRom.12: 19-21

In de praktijk zijn daar wonderlijke voorbeelden van bekend – zelf in de wreedste oorlogssituaties.  Zodra wij onze rechtszaak aan God toevertrouwen, is de aandacht niet meer gefixeerd op de tegenpartij en op het onrecht.
Dan wordt je aandacht gericht op God, in die situaties sta je open voor Hem zodat Hij je de dingen kan laten zien zoals Hij ze ziet en dan schrijf je er zoals nu, lustig op los. Zeker ook ten aanzien van jezelf: je ogen gaan open
-voor datgene wat er eventueel bij jezelf fout zit-, een balk of een splinter!
Dat kun je dàn belijden ten opzichte van de tegenpartij.
Misschien is dat wel de eerste stap is in het proces van verzoening!

Maar afgezien daarvan kan God eerst dàn aan het hart van de tegenpartij gaan werken. Want omdat we zelf niet meer zelf op onze rechten staan, maar onze rechtszaak aan Hem toevertrouwd hebben, lopen we Hem om maar te zeggen niet meer voor de voeten en heeft God de gelegenheid om in te grijpen.
In die situaties is het mogelijk om te vergeven.
En wanneer dat niet mogelijk is, overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In beide gevallen is een grote innerlijke vrijheid tegenover onze medemensen het gevolg,  ook in de kleine dingen.

Bij veel [Orthodoxe] Christenen leeft echter de gedachte dat God  tòch nòg van ons verlangt, dat we ‘iedereen te allen tijde’ — ‘onvoorwaardelijk en eenzijdig’ dienen te vergeven.
Onvoorwaardelijke vergeving is het vergeven van onrecht dat je wordt aangedaan zonder dat er sprake is van berouw of bekering van de tegenpartij.
Ook in de sociale hulpverlening komt deze gedachte vaak voor,  waarbij de onvoorwaardelijke vergeving gezien wordt  als de enige manier om los te komen van verbittering, wrok en haatgevoelens.
Daarbij dienen we echter een aantal zaken niet te vergeten:
1.]. Bij onvoorwaardelijke vergeving ben je meer uit op je eigen belang dan op dat van de ander. Je vergeeft om zelf bevrijd te worden: bevrijd te worden van wrok, van een gekwetst rechtvaardigheidsgevoel en van een verlangen naar genoegdoening.
En vooral ook om in aanmerking te kunnen komen voor Gods vergeving.
Bewogenheid en liefde voor de tegenpartij spelen hierbij nauwelijks een rol.
Daarom is dit een oneigenlijk gebruik van vergeving.
2.]. Wanneer je moet vergeven, ongeacht de houding van de tegenpartij, zul je worden geconfronteerd met een gevoel van onvermogen.
En ook van onwil omdat het voor je besef niet eerlijk is en onrechtvaardig.
Dat brengt je in conflict met God die van je zou eisen dat je toch vergeeft.
Het gevolg is dat je je tegenpartij, naast het onrecht dat hij je aandoet,
ook nog gaat verwijten dat hij de oorzaak is van dat conflict met God.
Dat maakt het vergeven nog onmogelijker.
Het wakkert het verwijt aan en er ontstaat haat in plaats van liefde: een vicieuze cirkel.
3.]. Vergeving bevrijdt niet van haat, verwijt en wrok.
Wanneer je wrok in je hart hebt en verbitterd bent, kùn je zelfs niet vergeven!
Wrok, haat en verwijt die het gevolg zijn van geleden onrecht, verdwijnen alleen maar wanneer het gezonde, door God geschonken rechtvaardigheidsgevoel bevredigd wordt,
hetzij doordat de tegenpartij tot andere gedachten komt en vergeving vraagt,
hetzij God als Rechtvaardige Rechter de zaak in handen neemt.
Rechtvaardigheidsgevoel is namelijk niet iets verkeerds.
Integendeel, ook God heeft deze eigenschap, het behoort tot Zijn natuur.
Alleen mag het bij ons niet leiden tot het nemen van het recht in eigen hand!
Dat dient overgelaten te worden aan Degene die dat veel beter kan.
Hij is alwetend en almachtig en rechtvaardig!
Zelfs van elk ijdel woord zal Hij rekenschap vragen.
Daarom schrijft de Apostel:
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn. Want er staat geschreven: “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer!Rom.12: 19; en David:
U wil ik belijden, Heer, uit heel zijn hart:
al Uw wonderwerken verhalen.
In U wil ik mij verheugen en juichen;
Uw Naam bezingen Allerhoogste.
Omdat mijn vijand terugwijkt;
hij wordt zwak en vergaat voor Uw aanschijn.
Want U hebt mij recht versaft en mijn zaal verdedigd;
U zetelt op Uw troon en Uw oordeel is rechtvaardig
Psalm 9: 1-4a
Ons door God ingeschapen rechtvaardigheidsgevoel wordt volkomen bevredigd wanneer we beseffen dat God zich ons lot aantrekt en  dat het recht zijn loop zal hebben.  Dan gaan we tevens zien dat het ònze kleinmenselijke verantwoording niet meer is.
In alle andere gevallen is het verdwijnen van haat en wrok alleen maar
het gevolg van verdringing of van een capitulatie voor het onrecht met alle gevolgen van dien.
4.]. Wanneer onrecht onvoorwaardelijk dient te worden vergeven, dan leidt dat inderdaad heel makkelijk tot verdringing. Wanneer het onrecht namelijk niet wordt aangepakt of weggedaan, dan dient de vergevende partij het op één of andere manier uit de aandacht te laten verdwijnen.
Want vergeven is —‘onmogelijk’— wanneer je voortdurend wordt geconfronteerd met het onrecht.
Daar dien je dan je ogen voor proberen te sluiten. Wanneer dàt echt lukt, is het gevaar groot dat het verdrongen is. Met alle gevolgen van dien.
5.]. Door de eis van onvoorwaardelijke vergeving  komt het schuldbesef terecht op de verkeerde schouders.
Het slachtoffer  voelt zich veroordeeld omdat hij/zij het vermogen mist om van harte te vergeven. En de schuldige vindt het vanuit z’n ivoren toren vanzelfsprekend dat hèm alles zonder meer vergeven behoort te worden.
6.]. De prediking van “altijd iedereen vergeven ongeacht de houding van de tegenpartij”  maakt het de slachtoffers van onrecht onmogelijk een beroep te doen op God als Rechtvaardige Rechter en Wreker van het kwaad zoals dat staat in bovenstaand Rom.12:19.
Deze prediking maakt ze daarom rechteloos:
God staat voor hen aan de kant van de sterkste en veroordeelt hen als zwakken om te capituleren voor het onrecht en de pleger ervan te accepteren alsof er niets gebeurd is.
En dat op straffe van het verliezen van het eigen recht op vergeving bij God.
7.]. Door onvoorwaardelijke vergeving wordt  de eigenlijke oorzaak van het probleem -‘niet’- opgelost.
Vergeving op zich neemt het onrecht namelijk niet weg.
Onrecht verdwijnt alleen wanneer het door de dader wordt beleden en nagelaten.  Alleen wanneer dat gebeurt, heeft vergeven zin, zodat er met een schone lei een nieuw begin kan worden gemaakt.

Overgeven èn vergeven?
Is het dan niet mogelijk om het beiden te doen:
het onrecht aan God óver te geven en dàn voor jezelf de dader te vergeven?
Dat lijkt een ideale oplossing.
Maar we dienen daarbij niet te vergeten dat vergeven niet alleen een effect heeft op degene die vergeeft, maar óók op de tegenpartij.
1.]. Vergeven betekent dat je de ander bevrijdt van de schuld die hij heeft ten opzichte van jou.
Je zet een streep door alles wat er gebeurd is, je neemt hem/haar niets meer kwalijk, je sluit je ogen voor het onrecht waarin hij/zij nog volhardt.
Wanneer je hem/haar ècht vergeeft, accepteer je hem/haar zoals deze mens is en handelt.
Het logische gevolg is dat hij/zij alle schuldbesef verliest.
Dat is namelijk meestal het effect van vergeving èn zelfs het doel ervan:
vergeving zet een streep door de schuld.
2.]. Nadat vergeving geschonken is,  is er in feite geen enkele noodzaak meer voor berouw, schuldbelijdenis of bekering door de tegenpartij.
De dader weet zich met zijn handelwijze door de tegenpartij geaccepteerd.
Voor hem/haar betekent vergeving dàn eigenlijk:  ‘bevrijding’ van de plicht schuld te erkennen en zijn/haar verkeerde handelwijze te ‘beëindigen’ – op te lossen.
3.]. [Orthodoxe] Christenen, die een slecht geweten hebben en onrecht plegen,
zoeken in hun on-be-keer-lijk-heid vaak de sympathie en acceptatie van andere toegewijde christenen.
Dàt geeft hen een valse rust en een idee dat het nog best wel meevalt met ze.
Daarom schrijft de Apostel:
      Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met ontuchtigen [‘hoereerders’] niet met de ontuchtigen uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten stappen [‘gaan’].
Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een ontuchtige [‘hoereerder’], geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet je zelfs niet samen eten.
Staat het soms aan mij, hen te oordelen, die buiten zijn?
Oordeelt ook gij niet (alleen) hen, die in uw kring zijn?
Hen, die buiten zijn, zal God oordelen.
Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg

1Cor.5: 9-13.
Daarmee zegt Paulus, dat je jezelf van dit soort ‘buitenissige’ mensen dient te distantiëren, dat je zelfs niet met ze moet eten, laat staan ze vergeven wanneer ze zich niet bekeren. Vergeving en acceptatie zonder bekering stompt het geweten van de overtreder af.
Christus zal ons daarom nooit aanvaarden wanneer we volharden in ongerechtigheid. Christus kan geen zonde doen en wil absoluut geen Dienaar van de zonde zijn.
4.]. Onvoorwaardelijke vergeving kan dan ook nooit in het geestelijke belang zijn van de schuldige. Het blokkeert immers de weg naar bekering en reiniging – ook al roept de Traditie daartoe op. Dat is de reden dat deze vorm van vergeving in de Blijde Boodschap dan ook niet voor komt.
Vergeving spreekt per definitie de dader vrij van schuld.
Een zegen voor degene die schuld erkend heeft en zich bekeert,  een vrijbrief voor hem die wil volharden in het kwade.
5.]. Wanneer we de ànder vergeven, dan dient dat in het Hemels Koninkrijk te kunnen worden overgenomen.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel en
al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat,  als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 18-20.
Maar dat is onmogelijk wanneer onze vergeving niet synchroon loopt met de vergeving van God. We dienen alleen te vergeven wanneer God vergeven kan.
Pas wanneer er sprake is van erkenning van schuld en loslaten van ongerechtigheid,  zijn we in staat de ander zó te vergeven dat God het met Zijn zegen bekronen kan.

Zachte heelmeesters…
Het klinkt onbarmhartig:
alleen vergeven wanneer er sprake is van erkenning en bekering, en  anders overgeven aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt.
Maar het tegendeel is waar.
Wanneer het in praktijk wordt gebracht,
komt de weg vrij voor bewogenheid [medelijden] en  Christelijke Liefde voor de tegenpartij.

Goed evenwicht…
Dit nu is het proces dat leidt tot de overwinning van het goede over het kwade
waarover de apostel nogmaals spreekt:
      Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. 
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven:
Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten;
indien hij dorst heeft, geef hem te drinken,
want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar
overwin het kwade door het goedeRom.12: 14-21.
Enkel en alleen langs deze weg komt er in ons leven een goed evenwicht tussen liefde en gerechtigheid zoals dat ook het geval was bij Christus en Stephanos die beiden van harte om vergeving konden vragen voor hun moordenaars. Ze zeiden niet: “We vergeven jullie!” . . . . .  maar ze vroegen God hen te vergeven.
Ze vroegen dat voor degenen die niet wisten wat ze deden.
Bij de kruisiging waren dat de Romeinen.
En bij de steniging was dat o.a. Paulus, die schreef dan ook later dat hem ontferming was bewezen omdat hij het in zijn onwetendheid, uit ongeloof had gedaan.
“ . . . . . hoewel ik vroeger een godslasteraar, een vervolger en een geweldenaar was.
Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genadegave van onze Heer geweest,
met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus
1Tim.1:13, 14.

Misplaatste verdraagzaamheid…
Te veel verdraagzaamheid ten aanzien van onrecht zal in de praktijk betekenen
dat er steeds meer ruimte komt voor het recht van de sterkste ten koste van de zwakken.
We zien bijvoorbeeld niet zelden dat alle begrip wordt opgebracht voor de bedrijvers van ongerechtigheid, terwijl nauwelijks wordt omgekeken naar de slachtoffers van hun praktijken.
We dienen daarom uit te kijken dat die geest van onrecht en wetteloosheid
ook niet ons christelijke denken aantast.
Barmhartigheid mag nooit ten koste gaan van rechtvaardigheid.
Gebeurt dat wel, dan zullen de zwakken ‘altijd’
– het kind van de rekening zijn- en rechteloos worden.
Barmhartigheid werkt bederf in de hand wanneer  het -‘niet’- gepaard gaat met rechtvaardigheid.

Volhardend gebed om recht…
Daarom wekt Jezus ons in de gelijkenis van de weduwe op:
      Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop,
dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zei:
‘ Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zei:
‘Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij’.
En een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf:
‘ Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens,  toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan’.
En de Heer zei: ‘Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?
Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Doch, als de Zoon des mensen [weer-]komt, zal Hij dan het Geloof vinden op aarde?“  Luc.18: 1-8.

Christus vraagt ons  ten volle gebruik te maken van Gods rechterschap en
Zijn aanbod om onze rechtszaken te behartigen en ons recht te verschaffen.
Daar dienen we niet alleen voor ònszèlf gebruik van te maken, maar óók voor anderen.
Wanneer we zien hoe het onrecht in de wereld hand over hand toeneemt, dan
zou het wel eens onze taak dienen te zijn om Gods oordelen daarover af te roepen.
Waarom zouden we bijvoorbeeld God niet kunnen vragen om zijn oordelen te laten gaan over  de producenten en verspreiders van wapens, porno, en die
al dat soort afschuwelijk zaken bedrijven en winsten te vervloeken?
Wanneer Gods gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid;
      Ook in de weg van uw gerichten hebben wij U verwacht, o Heer;
naar Uw Naam en naar Uw Gedachtenis ging ons zielsverlangen uit.
        Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed  zoek ik U; want wanneer Uw Gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld Gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genadegaven bewezen, hij leert geen gerechtigheid;
hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet
Isaiah 26: 8-10.
Het kan dus absoluut geen kwaad om daar doelgericht om te vragen, integendeel.
Misschien is de snelle groei van dit kwaad wel een gevolg van ons falen in dit opzicht.
Wanneer er in onze maatschappij niemand meer gebruik zou maken van de rechterlijke macht, dan zou de ongerechtigheid oneindig veel sneller om zich heen grijpen dan nu al het geval is.
Zou dat in het Koninkrijk van God dan niet zo zijn?
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch als de Zoon des mensen komt, zal hij dan nog het Geloof vinden op aarde?Luc.18: 7-8.
Laten we ook hierin vrijmoedig worden zodat
het antwoord op Jezus’ vraag wat ons betreft positief zal kunnen zijn!

Het gezin en de gemeenschap…
Bovenstaande principes zijn daarop overeenkomstig de Orthodoxe Traditie ook in gezins- en de gemeenschaps- verband toegepast.
Het gezin is een rechtsstaat in het klein.
Kinderen dienen te leren het recht niet in eigen hand te nemen, maar hun rechtszaken aan de ouders toe te vertrouwen.
Ouders behoren dit zo serieus te nemen dat het rechtsgevoel bij de kinderen
volkomen wordt bevredigd en ze wat dàt aangaat rust vinden in hun ouders.
In de Christelijke Geloofsgemeenschap is dit voor de kinderen van de éne Vader,
onze God hetzelfde en zal het niet moeilijk voor een ieder zijn om dat ook toe te passen in de wereld, waarin zij een voorbeeld vormen voor het leven met God en aan Hem hun vechtzaken toe te vertrouwen.
Het zal ons nu duidelijk zijn dat we nadat de ander ons na afloop van de Vergeving’s-Vespers zegt:
Vergeef mij m’n zonden en fouten en bid voor mij, ik ben een zondaar”,
dat het altwoord steevast zal luiden:
God zal ons vergeven!”.

Eenieder een goede vastenperiode toegewenst
als voorbereiding op het Groot en Heilig Pascha.