Orthodoxie & Mens durf te leven

Mensen hebben mensen nodig om mens te zijn; de ont-Goddelijking van deze wereld leidt altijd tot een ont-menselijking.
Een mens zonder liefde verwordt tot een monster, jaagt anderen angst aan, de meesten verachten dit niet.
Deze mens verwordt tot een gevoelloze nietsontziende ambtenaar, die als ware hij/zij een robot slechts de regeltjes  uitvoert.
De mens is géén naakte aap, noch is het tot een veredeld heiligdom gedoemd,
om slechts volgzaam anderen te volgen.
Ten diepste verlangt elk mens omhelsd te worden door zijn Vader als  de verloren zoon en is aanspreekbaar als de door God geroepene.
De mens die in afzondering leeft, leeft zonder meer als een zonderling, maar zal er beslist z’n eigen bedoelingen mee hebben, hij/zij zoekt de hoogste hoogten.
De Übermensch in de wereld, die zich verheft boven de anderen roept altijd maar weer opnieuw als tegenhanger de onderdrukte op.
De mens is als gevolg doorgaans geneigd tot het goede, maar heeft tevens een donkere kant wanneer hij zich losmaakt uit  z’n relatie met God en z’n naasten.
Onder de mensen zijn meer profiteurs die profiteren dan Profeten die profeteren; zij zijn tot een zwijgende, niet-reagerende meerderheid verworden, die via een afstand tot de naaste en een cultuur slechts toekijkt.
De mens is geen machine waar als vanzelfsprekend vreugde, geluk en vrolijkheid uit voortkomt – je dient je daar voor ìn-te-zetten. Mensen vragen niet meer “wat zijn je beweegredenen?”, maar “ hoe voel je je nu?”; de moderne mens zegt ” -Ik voel, dus ik ben-”. Wie zichzelf onbenullig vindt, geeft zichzelf een te laag cijfer en cijfert zich weg tot voordeel van degene, die zich over z’n rug verheft.
Een mens is geneigd tot een gulzige levenshouding, wanneer hem/haar niet geleerd is te minderen en in z’n lust naar alom heersende hang naar lust en genot, loopt hij tegen de klippen op en zichzelf voorbij.
Medemensen zijn evenmensen en treden niet op de voorgrond; de meeste van ons zijn in het intermenselijke verkeer vaak tegenliggers, die anderen trachtten te verblinden door onszelf te verheffen. Wij zijn verslaafd aan zelfmedelijden, onze ik-zucht, hebzucht, eerzucht en genotzucht en dienen ons anderszins te ontwikkelen door ons in de liefde tot onszelf en elkaar zien te komen.
Op het gebied van de naastenliefde ervaren we een hellend vlak, waar we wat onszelf betreft trachtten we te ontlopen. Wij ervaren dat wij reinigers zijn naar een onbekende bestemming, maar wanneer we een bestemming aangereikt krijgen gedragen wij onszelf alsof we misleid worden en gaan geleidelijke vooruitgang uit de weg. Wij reageren slechts verstandelijk en wanneer wij de Waarheid dienen te ervaren overvalt ons een lelijk-eendje-gevoel; een geestelijk aangetast gevoel van eigen waarde; toch heeft onze Schepper ons boven de engelen gesteld.
Mensen zijn wat dat betreft als ijspegels, die weliswaar warmte bij elkaar zoeken,  maar o wee, wanneer je te dichtbij komt; dàn hebben we veelal lange tenen en meestal ook een scherpe tong.
Wanneer het over het hart gaat, lopen we direct naar een cardioloog in plaats van rust te nemen en je tot de Schepper te wenden
– dat doen we pas wanneer er helemaal geen redden meer aan is en we op het randje van onze mogelijkheden staan, geen uitweg meer weten.
Zelfonderzoek is wat ons mensen vreemd is, we rennen liever de grote mensenmenigte na en vergeten dat wij ook op goddelijke inzichten blind kunnen varen.
Zoals je in de achterafstraatjes van een mensenleven valse geesten tegenkomt,  worden we omgeven door valse bankbiljetten, waar bloed aan kleeft en we maken er [ook als kerk] maar al te graag gebruik van; we verbergen ons heimelijk onder zwart-witte camouflagekleding van een keurig leven.
Wij hebben telkens een bemoediging nodig en om de moed niet te verliezen verbergen onszelf achter onze negatieve motivatie, die kan leiden tot uitputting.
We hebben behoefte aan een geestelijk fundament, maar wanneer we ons op dat gebied succesvol dienen te gedragen zijn we toevallig niet thuis; het komt ons nimmer gelegen.
Veel succesvolle mensen zijn geestelijk zo van zichzelf vervuld en betrokken als hun juist geleegde papier-bak, zijn niet genegen energie buiten hun vriendenkring te besteden; voor hen is het aardig om slechts ‘belangrijk’ te zijn.
In plaats van elkaar tegen te werken is het voor een mens echter véél meer van  belang om aardig te zijn, want door gemeenschap met eenieder wordt de gehele wereld overwonnen.

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

1.]. Voorvader Adam werd de rauwe wereld ingestuurd samen met z’n metgezel Eva, nadat zij zich beiden door van de boom te eten bóven God hadden gesteld. Deze hoogmoedige daad werd hen tot zonde aangerekend en zij hebben er tot op de dag van vandaag spijt van.
2.]. De Heer heeft daarop de profeet Noach, met de onbewuste Schepping gevrijwaard van de ondergang en hen als teken de regenboog gesteld, als teken van Zijn Verbond met de mensheid, haar nageslacht en met alle levende wezens. Wanneer wij de boog in de wolken zien verschijnen, dienen wij niet te denken aan een mogelijke pot met goud, waar zij de aarde treft, maar aan het eeuwigdurende Verbond tussen God en al wat op aarde leeft:
Zie Ik richt Mijn Verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeftGen.9: 16. Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods Trouw de wereld, Die trouw heeft God vastgelegd in het Verbond met  Noach.

Belofte aan Abraham

3.]. Onze Voorvader Abraham is door het Geloof uitgegaan uit zijn land en heeft uitgezien naar de vervulling van Gods belofte. In zijn nageslacht  zou de hele wereld gezegend worden. In de geboorte van Isaäk heeft hij daarvan al de voorlopige vervulling gezien.
4.]. De profeet Joseph werd uit de put gehaald, waarin hij door z’n broeders werd verkocht en God liet hem in Egypte volgroeien tot Farao’s hoogte, waarop
5.] De ogen van profeet Jaäcob, later ook Israël genoemd [volgens de Traditie de derde aartsvader na zijn grootvader Abraham en vader Isaäk] konden weer zien, waardoor hij zijn zoon Joseph herkende. God had hem [Israël] gezegd: “Ik ben God, de God van uw vaderen. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten”.
De geschiedenis van Joseph  de brug tussen de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaäc en Jaäcob aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte?
6]. De profeet Mozes heeft de Joodse Volk met God verbonden en hen van Egypte, het land van ellende naar het beloofde land geleid, waardoor ze bevrijd werden van onderdrukking en slavernij.
7.]. De Profeet Isaiah draagt in zijn naam [Yeshayahoe, de Hebreeuwse naam], niet alleen materiaal van hemzelf, maar ook van latere leerlingen. Hij was gehuwd en had twee zonen die allebei een symbolische naam droegen: ‘Maher-Salal Chas-Baz‘ [haastige roof, spoedige buit, Isaiah 8: 1-4] en ‘Sear-Jasub‘ [een rest keert weer, Isaiah 7: 3].
Deze twee namen vormen als het ware een samenvatting van wat Isaiah te zeggen had: hij voorspelde de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar zag ook hoop voor de tijd daarna. Een kleine rest van het Volk zal overblijven en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David. Daarnaast protesteerde Isaiah ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het beloofde land van zijn tijd.

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

8.]. De Profeet David liet ons naast de lofzangen, de boetepsalm na, waarin hij zijn berouw toonde over z’n begane zonden.
9.]. De Profeet Job werd beproefd en door zijn standvastig Geloof werd hij genezen van zijn ziekte.
10.]. De Profeet Jeremia maakt het volk duidelijk dat de oorzaak van de problemen niet bij God ligt – hij roept het Volk op hun manier van leven te veranderen. Hij laat ook zien dat het onvoldoende is dat de tempel en de eredienst aldaar goed draaien – er is meer nodig om Gods hulp te verkrijgen, zij dienen op een rechtvaardige manier met elkaar om te gaan. Hij heeft de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van z’n tijd goed gevolgd; hij gaat in tegen de spelleiders [priesters en koningen van het Volk]. Zelden luisteren ze naar hem, isoleren hem en voeren hem tegen zijn wil in naar Egypte, waar hij vermoedelijk is overleden.

Jonah, de vis’ model voor de diepten, waarin de mens ten onder gaat

11.] de Profeet Jonah [Hebr. ‘duif’] overleefde drie dagen in de buik van een vis. Hij vertegenwoordigt het verhaal van de leer van het vermogen om zich te bekeren en door God te worden vergeven.
Jonah is het hoofdpersonage in het gelijknamige boek, waarin de Heer hem gebiedt naar de stad Ninevé te gaan om daar tegen te profeteren “want hun grote verdorvenheid is voor mij opgekomen”, maar Jonah probeert
in plaats daarvan te ontkomen.
In het tweede Verbond noemt Christus Zich “méér dan Jonah” en houdt de Farizeeën “het teken van Jonah” voor, dat is Zijn Opstanding. Vroeg-  christelijke gelovigen zagen Jonah als een type voor Jezus Christus, onze Verlosser. Bewonderen wij niet de volmaaktheid van onze gezegende Heer?
Met Zijn Liefde, Zijn tederheid, Zijn vermogen om te verdragen wat er ook op Zijn weg kwam, is niets te vergelijken. Toch ervoer Hij het menselijk ongeloof, dat er de oorzaak van was, dat zij niet wisten hoe ze door zich afhankelijk van God op te stellen en door zelfverloochening gebruik konden maken van de Macht, waardoor de tegenstrever uit zijn bouwwerken geworpen kan worden!
Wie echt de behoefte heeft om te vasten, die zal dat ook doen en degenen, die dat niet kunnen opbrengen zullen er niet toe worden gedwongen. Vasten is immers het jezelf open stellen tot God, de Vader, dit heeft onze Heer Jezus Christus ons zo geleerd en niemand heeft Hij daartoe gedwongen.
De Heer der Heerscharen zorgt ervoor dat een plant [Hebr.
קיקיון een kikayon, wonderolieboom een snelgroeiende plant, die na enkele jaren een hoogte tot 13 meter kan bereiken] over Jonah’s schuilplaats groeit om hem wat schaduw van de zon te geven. Later veroorzaakt de Heer dat een worm de wortel van de plant bijt en deze verdort. Jonah, nu blootgesteld aan de volle kracht van de zon, wordt zwak en smeekt Jahweh hem te doden.

Wonderolieboom

      God vroeg Jonah: ‘Ben jij terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Daarop zei de Heer: Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor jij jezelf geen moeite hebt gegeven en die je niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan.

vrucht van de kikayon – de wonderolieboom

Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd- en-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?’Jonah 4: 9-11.

Het heeft velen getroffen wat de beroemde theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer over de wraakpsalmen schreef.
Het gaat niet over Bijbelse plaatsen, of het moest die cel zijn in Flossenburg van waaruit hij in het laatste uur van zijn leven werd weggeroepen door de commandant om opgehangen te worden:
Gefangene Bonhoeffer, mitkommen !”.
Hij nam één van zijn vrienden terzijde en antwoordde: ”Dit is het einde, voor mij het begin van het nieuwe Leven”.
In al de wraakpsalmen wordt het oordeel van God afgesmeekt over de vijanden en belagers van de psalmist. Wat we daar lezen over de vijanden van de psalmist klinkt niet zo vriendelijk:
In hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig. Een open graf is hun keel, zij plegen bedrog met hun tong” Psalm 5: 10. De dichter bidt vervolgens: “Oordeel hen God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getrek, O Heer”. De psalmdichter – en meestal is dit David – roept het Godsgericht op over Gods vijanden.  Hoe kan dat nou?
Jezus heeft toch gezegd dat we onze vijanden dienen lief te hebben, maar Hij heeft in Zijn Traditie de wraakpsalmen gebeden of Hij die vijanden wilde straffen. Hebben we hier niet  te maken met een heel groot probleem, met een theologische dwaling en nog wel in de Blijde Boodschap?
Christus bidt aan het kruis voor zijn vijanden. Maar kunnen we de wraakpsalmen en het gebed van Jezus dan nog wel serieus nemen? Wordt het niet hoog tijd dat we ook de wraakpsalmen maar dienen te gaan schrappen uit ons psalterion?, die passen toch niet meer in onze tijd? Kunnen wraakpsalmen vandaag de dag nog wel verstaan worden als een gebed van onze Heer Jezus Christus en een oproep tot Gods wraak?
We mogen ons zelf toch niet wreken?
Allereerst dienen wij hier vast te stellen dat het hier niet gaat om persoonlijke wraak. De vijanden waarvan hier immers sprake is, zijn vijanden van God en van de zaak van God, het gaat om het uitbannen van de tegenstrever.
Het gaat de dichter en degene die de Traditie volgt zeker niet om persoonlijke wraakgevoelens; het is niet de wraaklust die Christus in z’n gebed drijft.
Christus toont dat de wraak ten-opzichte van de tegenstrever van de mensen aan God overgelaten dient te worden.
Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van Gods Gerechtigheid en Zijn uiteindelijke Gericht over de zonde. Wij zijn hierbij echter niet slechts toeschouwers; we kunnen en mogen geen standpunt innemen: Laat het Gericht van Uw heilige toorn maar als een bliksem inslaan bij al die smeerlappen en slechte mensen.
Echter Gods wraak is gekomen; Zijn gericht is voltrokken; Het vuur van Gods toorn is ingeslagen. Waar?
Op Golgotha. Meestal zeggen we: het gaat in de wraakpsalmen om wat er tenslotte, in de toekomst zal plaatsvinden – hetgeen ons in de Blijde Boodschap met zoveel woorden in duidelijke taal is voorzegd. In het eindgericht zullen al Gods vijanden ten onder gaan in het uur en in het vuur van het goddelijk gericht.
Zij wel en wij niet”, want wij [Orthodoxe Christenen] behoren immers niet tot de vijanden van God.
In het geheel niet, want de Blijde Boodschap zegt tevens dat niemand aan dat gericht kan ontkomen; we dienen allemaal voor de rechterstoel van Christus, de Zoon van God te  verschijnen.
Maar met die boodschap dien je niet aan te komen in deze tijd, waarin alles nadrukkelijk en vooral de het ’openbare werk’ de eredienst van het volk – waar voor het oog van de wereld ‘de buitenkant’ wordt vertoond en daarvoor God als Liturg [‘sponsor’]  heeft dient schoon, helder en sprankelend ‘soft’ over te komen. Dat er op de achtergrond zaken spelen, die het daglicht wel eens niet kunnen verdragen en dat er vooraleerst men begint ‘vergeving’ aan allen voor de misdaden gevraagd dient te worden, wordt veelal vergeten – het Kyrië eleïson klinkt immers zó ‘mooi’. De gelovigen zouden immers gillend wegrennen wanneer zij geconfronteerd worden met de werkelijke betekenis van de woorden, die in de Goddelijke Liturgie aan de mens worden voorgehouden – daarom is het maar goed dat we kunnen wegzwijmelen bij de Kerk-slavische, Oud-Griekse, Latijnse teksten, die toch geen hond verstaat.
Toch zijn we allemaal vijanden van God en ontkomt niemand – ook de spelleiders niet aan het Laatste Oordeel, wat ons allen te wachtten staat.
Maar als besluit de uiteindelijke tekst van de Blijde Boodschap: Gods wraak trof niet de zondaar, maar de enige Zondeloze, Die in de plaats van de zondaar is gaan staan: Jezus Christus, de Zoon van God, onze Verlosser.
Hij en Hij alleen droeg de wraak van God om de voltrekking waarvan de psalmist heeft gebeden; Hij alleen stilde Gods toorn over de zonden van de mensen.
Hij alleen bad in het uur waarin dat goddelijk gericht aan Hem werd voltrokken voor zijn vijanden: “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”.
God vonnist Zijn vijanden door hun straf aan de enige Rechtvaardige te voltrekken, waardoor wij van vijanden, vrienden van God mogen worden.
Wij mensen zijn per slot van rekening allemaal vijanden van God. Maar zoals alle offers in het Oude Verbond plaatsvervangend waren, zo is ook het grote offer van Jezus Christus plaatsvervangend.
Hij gaat onder het Gods gericht ten onder en Hij alleen bidt voor de vijanden van God om vergeving.

Bewogen woorden

Alleen aan het kruis van Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is de Liefde van God te vinden. “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”, Hij richt zich daarbij tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde. Zij, die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf. Daarom zegt Christus tot de mens, die Hij tot Zich roept: “      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn Juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn Juk is zacht en Mijn Last is lichtMatth. 11: 28-30.
Het zal ons nu duidelijk zijn alle wraakpsalmen leiden naar het Kruis van onze Heer Jezus Christus en naar de vergevende liefde van de vijanden van God; aan iedereen zijn wij mensen liefde verschuldigd.
    Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want
wie de ander liefheeft, heeft de Wet vervuld.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan,
gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom
is de liefde de vervulling van de Wet

Rom.13: 8-10;
Want de gehele Wet is in één woord vervuld, in dit:
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf
” Gal..5: 14.
 doe dit evenzo en je zult leven

Mens, naastenliefde is op billijkheid gebaseerd.
    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun evenzo
Luc.6: 31;
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun ook aldus: want
dit is de Wet en de profeten
” Matth.7: 12.
Zij die werkelijk God’s kinderen zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen overeenkomstig de Bergrede de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk. Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die vermoeid en belast zijn en zij ondergaan dit alles, alsof Christus hun Weldoener mag zijn . . .
Hoe goed past hierbij de bijna juichende boetezang
de Deur der Boete’ welke ons de komende weken zal begeleiden:
De deur der boete open mij, o Levenschenkende,
want , zie, mijn geest is ontwaakt en verlangt naar Uw heilige Tempel,
daar ik de tempel van mijn lichaam geheel verontreinigd heb.
Maar Gij, Barmhartige, reinig mij door Uw Genade
””;
en het
Gebed van Jonah:
  Ik schreeuwde in mijn nood tot de Heer,
mijn God, verhoor mij.
Uit de ingewanden van de onderwereld klonk
mijn angstkreet en U hebt mijn stem gehoord.
U hebt mij gewroken in de diepte in het hart
van de zee, en de watervloed heeft mij omvangen.
Al Uw draaikolken en golven zijn [als een tsunami] over mij heen gegaan.
Toe zei ik: ‘ verstoten ben ik uit Uw ogen;
zal ik ooit weer Uw Heilige Tempel aanschouwen?
Wateren omringen mij tot in mijn ziel;
de uiterste afgrond is om mij heen.
mijn hoofd komt tot in de grondslag van de bergen,
ik ben neergezonken in de aarde, waar de grendels voor eeuwig gesloten zijn.
Maar U voert mijn leven uit het verderf tot U omhoog, Heer mijn God.
Toen mijn ziel in mij ontsteld was, dacht ik aan de Heer,
en mijn gebed kwam tot U, in Uw Heilige Tempel.
Zij die ijdelheden en leugens vereren,
geven prijs wat hun tot barmhartigheid strekt.
Maar ik zal lof zingen met mijn stem:
met belijdenis zal ik U offeren.
mijn geloften zal ik gestand doen,
want mijn Verlossing komt van de Heer’ 
Jonah 2: 2-7.
En de Heer sprak tot de vis en
deze spuwde Jonah uit op het droge en
daarop klonk de lofzang:

— Theotokos van het teken —

    Zij die nietige afgoden dienen, geven Hem prijs,
Die hun met veel medeleven Genadig is.
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; 
wat ik beloofd heb, wil ik betalen;
de redding is aan de Heer der Heerscharen.
“Hoe heilig is Gods Naam!
Laat volk bij volk te zaâm Barmhartigheid verwachten;
nu Hij de zaligheid, voor die Hem vreest,
bereidt, door al de nageslachten.
Des Heren arm is sterk; Hij deed een krachtig werk;
die hoog zijn van gevoelen, heeft Hij verstrooid, verward, met alles,
wat het hart, dier trotsen mocht bedoelen.
Die stout zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht, gestoten van de tronen;
maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.
Hij heeft, na lang geduld, met goederen vervuld de hongerige monden;
Hij zag geen rijken aan; maar heeft z’, in hunnen waan, gans ledig weggezonden.
Zijn goedheid klom ten top; Hij nam Zijn Gemeenschap op, naar ‘t heil, Zijn knecht beschoren; gelijk Hij, ons ten troost, aan Abram en zijn kroost, voor eeuwig had gezworen
“.
uit: lofzang van de Theotokos, berijming Statenvertaling.