9e Zondag na Pinksteren – Dit jaar, het Hoogfeest van Transfiguratie

Transfiguratie – Μεταμόρφωση – تجلي , Antiochian icon, Paris

            En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
              En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht.
              En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Petrus antwoordde en zei tot Jezus: ‘Heer, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een’.
Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!’.
Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: ‘Staat op en weest niet bevreesd’.
Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: ‘Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 1-9.

kinderen en jong-volwassenen aanmoedigen en bijstaan om deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie

            Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
Daarom zal het steeds mijn voornemen zijn u hieraan te herinneren, hoewel gij het weet en in de Waarheid, Die bij u is, versterkt zijt.
Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden, want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft doen weten. Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken. Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
Want Hij heeft van God, de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de hemel horen komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren.
En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten2Petr.1: 10-19.

Transfiguratie – μεταμόρφωση – تجلي

Transfiguratie, de Verheerlijking van onze Heer, de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor in het bijzijn van Zijn drie trouwste volgelingen wordt door de gehele Kerk als een hoogtepunt herdacht.
Het allerhoogste streven van de mens is namelijk de Leer, de Pedagogie van Christus, waarbij een volledige verandering van vooruitkomen of verschijning wordt nagestreefd teneinde een mooie spirituele staat te bereiken.

De Leer van Christus, de Zoon van God, Die in de woorden ”de Zoon des mensen” ligt besloten, kan in de volgende  hoofdstukken worden onderverdeeld:
de beproevingen van de Zoon des mensen en de Heerlijkheid van de Zoon des mensen; op deze wijze is Hij ons tot levend Voorbeeld geweest.
Dit geheel werd afgesloten met de Hemelvaart en de aangekondigde tweede komst van de Zoon des mensen [de Parousie], waarbij de Kerk in haar verwachting van de hernieuwde tegenwoordigheid van de Zoon des mensen gehonoreerd zal worden. Dit zal plaatsvinden hetzij in de nabije toekomst òf in de verst verwijderde tijdsperiode — waarin de wereld ‘nieuw’ gemaakt zal worden en er zowel ‘een geestelijke als lichamelijke Opstanding’ zal plaatsvinden en ‘Gerechtigheid en eeuwige Beloningen’ toegekend zullen worden.

1.]. Het begin van de hier geschetste indeling wordt bij voorbeeld gevormd door plaatsen, waar wordt verhaald hoe iemand bij onze Heer, Jezus Christus komt en zegt: “ Meester, ik zal U volgen al de dagen van mijn leven, waar U ook heen gaat”. Hij krijgt daarop als antwoord: : “ De vossen hebben holen en de vogelen des Hemels nestelen, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggenMatth.8: 20; Luc.9: 58.
Het is niet zo dat onze Heer en Verlosser met deze woorden alleen maar wil afschrikken, door te beschrijven hoe sober Zijn leefwijze is en voor ons eveneens dient te zijn.
De betekenis ervan is veeleer dat het eerste stadium van de weg van ieder waarachtig spiritueel streven ‘ontheemding’ met zich meebrengt.
Het ontheemd zijn, ‘het verliezen van het eigen thuis’, is het begin van de beproevingen op de weg van de Zoon des mensen. Dit geldt voor ieder mens die streeft naar innerlijke verdieping.

Tamariskboom ‘Gallica’, al groeiend ‘Bloeiend

2.]. Het eerste hoofdstuk van deze leer over het hogere wezen van de mens komt tot volledige ontplooiing in de woorden van onze Heer, die men pleegt aan te duiden als de ‘aankondiging van het lijden’. De eerste aankondiging wordt door Christus uitgesproken onmiddellijk na de belijdenis van Petrus; de tweede volgt nadat de drie uitverkoren volgelingen de Christus in Zijn Heerlijkheid hebben aanschouwd op de berg Thabor. Onder het afdalen van de berg na afloop heeft Christus reeds een woord vol raadselen over de Zoon des mensen gesproken: ”Vertel niemand van dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 9. Daarmee wordt niet alleen bedoeld dat de drie discipelen tot Pascha het stilzwijgen wordt opgelegd, de gebeurtenis in het hart dienen te bewaren. Zij hebben op de berg het beeld mogen aanschouwen van de ‘volledig tot ontwikkeling gekomen’ mens als geestelijk wezen.
Eerst nadat zij alle stadia van de beproeving hebben doorgemaakt en het licht van de mens als geestelijk wezen ‘ook in hen’ als een nieuw levenslicht krachtig zal zijn ontvlamd – ‘eerst dan’ zullen zij vanuit het diepst van hun wezen het recht hebben, het geschouwde te verkondigen.

Vanaf dit ogenblik stelt Christus zijn volgelingen onvermoeibaar, steeds weer opnieuw en steeds krachtiger, beelden voor ogen, die hun de beproevingen en de stadia van het lijden tonen, die zij ‘
moeten’ doormaken.
Wanneer Christus over de marteldood van Johannes de Doper tot hen spreekt zegt Hij: “Zo zal ook de Zoon des mensen moeten lijdenMatth.17: 12.

Muren van Jericho, Labyrint – uit Farhi Bijbel [ca.1325]

In de leerstof van de Pedagogie aan de volgelingen wordt een geweven draad [een rode levenslijn] ingevlochten van ernstige waarschuwende woorden:
De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van de mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derde dage zal Hij opgewekt worden” Matth.17: 22-23.
“ Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derde zal Hij opgewekt worden
Matth.20: 18-19.
Gij weet, dat het over twee dagen Pascha is: dan wordt de Zoon des mensen overgeleverd worden om gekruisigd te wordenMatth.26: 2.
De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door 
wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren wasMatth.26: 24-25a.
– Als de Zoon des mensen was Hij de onvermoeibare Zaaier die het zaad uitstrooide; als zodanig zal Hij straks de Maaier zijn, die de oogst in de hemelse schuren zal verzamelen.
– Als de Zoon des mensen heeft Hij nu de plaats die Hem toekomt in de hemel:
  En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die 
uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebbenJohn 3: 13-15.
– Ten slotte zal Hij als Zoon des mensen het middelpunt zijn van alle dingen, de hemelse zowel als de aardse, want tot Nathanael zei hij:  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u mensen, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

God de Schepper heeft in het begin van de wereld de mens geschapen naar Zijn beeld. De eerste ‘Adam’ [ Hebr.: אָדָם ‘, “mens”, Arabisch آدم] – die uit de aarde was – heeft dat beeld verbroken.

De Zoon des mensen’ is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden

De Zoon van God kwam om dit te herstellen, om als Mens het raadsbesluit van God te volbrengen. Het werd als Zoon des mensen in Zijn Persoon verankerd in plaats van in eer en vertrouwen zoals God die tevoren aan de eerste mens had gegeven.
Deze titel, de naam ‘Zoon des mensen’ heeft zoals men ziet een ‘zeer rijke‘ betekenis en houdt verband met de Persoon van onze Heer Jezus, Christus.
Die Naam is verbonden met al Zijn lijden en met al Zijn waardigheden, behalve – dat spreekt vanzelf – de hoedanigheden die Hem toebehoren als God.
Onze Heer is het waard ‘boven alle dingen’ te worden geprezen tot in alle eeuwigheid. Hij is de gezalfde Mens, de menselijke Tempel zonder smet ‘gebouwd’ door de Heilige Geest en daarna door diezelfde Geest vervuld:
  De Heilige Geest zal over u [de Theotokos] komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het Heilige,
dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden
Luc.1: 35.
De Zoon des mensen is de vernederde Mens, de Man van smarten, Die neerdaalde en Zichzelf heeft ontledigd:
  Hij, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 7-8.
Ten slotte is de Zoon des mensen, de verhoogde Mens, gekroond met Goddelijke Eer en Heerlijkheid:
Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigenJohn.5: 39.
  Gij hebt Hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met Heerlijkheid en Eer hebt Gij Hem gekroond, alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen Hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat Hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn Hebr.2: 7,8.
Naast dat wij gewone mensen alle stadia van de beproevingen hebben doorgemaakt dienen wij willen wij het Licht van de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor op z’n minst kunnen begrijpen,
in staat te worden gesteld ‘Zijn voedsel’ tot ons te nemen.
“Het is ‘Mijn’ voedsel”, zegt onze Heer en verlosser, “de Wil te doen van Degene die ‘Mij’ als Zoon des Mensen gezonden heeft en Zijn werk te volbrengenJohn.4: 34; 6: 38.

de Wil van God [de Vader]
Het is duidelijk dat Christus over de Wil van God [de Vader] spreekt als over iets ‘goeds’, iets ‘levends’, iets ‘warmhartigs’, dat ons leven voedt; voeding is ‘iets wat ons goed doet’ dat vreugde geeft, kracht; voedsel [het dagelijks brood] is immers een van de Genadegaven van God.
Heel dikwijls leeft er een zekere angst om de Wil van God te doen: wanneer ik me ertoe laat verleiden er aan toe te geven, dat dit mij totaal in beslag zal nemen; er zal geen rekening worden gehouden met m’n grenzen – ik dien me totaal óver te geven, zonder me door -wat dan ook- tégen te laten houden.
Wanneer ik ook maar een vingertje geef, dan zal God me helemaal grijpen en dan kan ik het als mens niet langer overzien en dat is voor een mens een verschrikking! Het weerhoudt hem daadwerkelijk de stap te maken.
Onze Heer en Verlosser spreekt niet op deze manier; het zijn waarschijnlijk foute voorstellingen, die wijzelf van het Kruis dat we met ons meedragen, hebben laten ontstaan, zelf hebben gevormd – God staat daarbuiten.

Daarom twee begrippen:
ten eerste wat je kunt noemen ‘het plan van God met de mensheid’ en
ten tweede ‘de Wil van God’;
willen we -op z’n minst- kunnen nagaan wat dit alles te betekenen heeft.

1.]. Het plan van God met de mensheid
    Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wilJohn.5: 21.
    Want dit is de Wil van Mijn Vader, Dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben en Ik zal hem opwekken ten jongsten dageJohn.6: 40.
    De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het Evangelie [de Blijde Boodschap] te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des HerenLuc.4: 18,19.
    Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waardMatth.10: 7-10.
    Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt niet [anders] dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapenJohn.10: 9-11.

In de herhaling van de letterlijke woorden van Christus ontmoeten wij slechts Goddelijke Liefde en Leven. Het plan van God in het boek der Schepping [Genesis] is goed, want ‘Hij zag, dat het goed was‘; het menselijk wezen is gemaakt om het gegeven goede Leven te beleven; die mens wordt geplaatst tegenover het kwaad; het hoe en waarom wordt door de Bijbel niet uitgelegd noch verlicht; de oorsprong van het kwaad blijft een raadsel: hoe dan ook -het komt niet van God-; dit wordt symbolisch verbeeld door ‘de slang’, een schepsel ‘los’ van God, een onderkruipsel; Jezus is gekomen om ‘het kwaad’ te bestrijden; Hij wordt er Zelf het slachtoffer van; God is Dè Eerste, Die ‘met de mens‘ betrokken is door het directe gevecht tegen het kwaad.
Wij mensen leven in een wereld -‘getekend door het kwaad‘-, het lijden, de zonde; het komt erop aan dat we ons situeren tegenover deze werkelijkheid als zoon/dochter van God.
Jezus Christus, de Zoon van God heeft het kwaad voor ons overwonnen. Hij is er compleet door heengetrokken tot Hij er als mens aan ten onder ging – stierf en zo is Hij binnengegaan in de Verrijzenis. Hij heeft voor ons de dood overwonnen, zo proberen wij, die Hem aanschouwen en in Hem te geloven, Hem te volgen en daarmee het eeuwig leven te bereiken. 

Het plan van God kunnen we terugvinden in de Levenswetten: die wetten zijn ons gegeven en er wordt ons gevraagd om ze te onderhouden. We maken kennis met de voorwaarden van een vruchtbaar leven: hoe kunnen we ‘op de juiste manier‘ liefhebben? Door elkaar naar de mond te praten of de Waarheid proberen te achterhalen?
Dit is onze levensopgave, te achterhalen hoe we binnen onze vrijheid, kunnen beminnen. Zonder onszelf te laten vernietigen, in respect voor de ander, zonder een relatie te bevriezen, door ‘in de Waarheid te zijn !!!
In deze Levenswetten zit houvast opgeslagen, opdat ons leven ‘Vruchtbaar‘ zal kunnen zijn. De eerste vorm van gehoorzaamheid aan het plan van God is precies deze Wetten te kennen en te onderhouden. Het principe is om de bakens: deze bakens te leren kennen, ze aan te hangen – dat is nu net ‘voor mij‘ een eerste manier om te leven volgens de Wil van God.
Aldus ontdekken we dat het helemaal niet gaat om een vernietigende wil.
Integendeel !!! ; het ‘plan van God‘ zal het leven opbouwen.
Dit is iets wat we dienen te integreren, als levenskunstenaars, als kinderen van God, als dienaren van het Hemels Koninkrijk – wij hebben als taak het Hemels Koninkrijk op de wereld ‘wáár‘ te maken!

2.]. De Wil van God.
De Levenswetten zijn bedoeld voor de gehele mensheid, voor alle mensen; ze zijn universeel. Het zijn wetten als grondbeginselen, welke de wezenlijke basis vormen van ons bestaan, zijn in ons hart gegrift.
De Wil van God doen is de manier waarop ‘ik’ met geheel mijn persoonlijkheid antwoord geef, de wijze waarop ‘ik’ ze persoonlijk beleef, die Levenswetten.
Dit is dus erg privé, persoonlijk; dit hangt af van wie ik als persoontje ben in het geheel, van mijn geschiedenis, van mijn omgeving, van wat ik kan doen.
DE WIL VAN GOD is datgene wat God van ons verlangt [conf. André Louf, Cisterciënzer monnik, 1929-2010].
Je kunt deze woorden daarom ook anders horen, begrijpen:
“Het is mijn verlangen, zo zegt Christus Zelf, om het verlangen van God te realiseren. Het gaat om zowel mijn verlangen als Zijn {Gods] verlangen!”.
Het is zeker dat Christus een groot verlangen beleefde binnen datgene wat door Zijn Vader van Hem verwacht werd, met Wie Hij in de Heilige Geest een éénheid vormt en Hij dit ook in Liefde vervuld heeft, zij het met grote moeilijkheden, maar nogmaals met een grote vreugde in het hart.
Men kan niet gelukkiger zijn dan wanneer men Christus’ verlangen vervult, in gehoorzaamheid aan wat de Geest van God te zeggen heeft.
De ‘Blijde Boodschap van onze Heer en Verlosser‘ is het ‘Leven‘ tot op het einde tot op ja . . . . . je laatste snik dóór te geven.
Voldoe ik al aan de Wil van God, heb ik me die al ‘eigen’ gemaakt.
Welke plaats dien ik persoonlijk in te nemen in het Goddelijk plan met de mensen, met de mensen om mij heen? In welke levensfase bevind ik me, beweeg ik me wel overeenkomstig de Wil van God? Sta ik wel voldoende open voor God en de naaste, of ben ik alleen maar bezig m’n eigen ‘zin’-netje door te drukken?
Dit heeft een troostende uitwerking en onze Heer en Verlosser is mij dankbaar dat ik als Zijn Volgeling Zijn Goddelijke Wil aanhang, terwijl ik me op Zijn weg begeef.
Dat is de vertaling van het woord: ‘Hebreeër’ [
עברי ]: ‘degene, die zich onderscheidt van z’n omgeving, die daarin gelukkig is omdat hij onderweg is naar het Hemels Koninkrijk’.

zie PDF: – vervolg ‘de Wil van God’ ➽  PDF – vervolg ‘de Wil van God’

daarna:

 Er zijn diverse door de hoogste macht ingebakken regels waaraan ieder mens zich dient te houden, deze werden in de Joodse geloofsvoorschriften [de tien geboden] vastgelegd:
        Je dient te beslissen over jou leven;
        ondervindt je leven binnen jouw concrete grenzen;
        Geef jezelf vorm in het goede, in God, op een juiste afstand van de ander;
        Je bent een eenheid van lichaam en psychè en hart;
        Probeer zoveel mogelijk resultaat te bereiken [80% van de 20%].

Er wordt weer goud gevonden in Californië – op de een of andere manier hebben onderaardse verschuivingen goudaderen blootgelegd die door waterstroompjes aan het licht komen. Het Nederlands journaal roept lachend op je vakantie-bestemming maar om te gooien teneinde je financieel resultaat te vergroten.
Wij christenen hebben echter een goudmijn met velen te delen en dat vieren we op dit Hoogfeest van Transfiguratie; de droom van een gemeenschap, een vriendenkring, die de christelijke gemeenschap ondersteunt.
De Orthodoxie heeft de christengemeenschap in de Lage Landen iets te vertellen en daarom mag ‘haar Blijde Boodschap’ niet doodbloeden, anders verdwijnt niet enkel het religieuze leven, maar wordt ook het leven van de Kerk ‘Zelf’ verzwakt.
In onze drukke en versnipperde wereld zijn dergelijke van ‘geestelijk water’ voorziene plekken in de woestijn geen overbodige luxe. Het gaat hierbij niet om het nog meer vergaren van kerkgebouwen, maar om ‘de geest van de Orthodoxie’, het uitdragen en zo een ‘mee’ teken te zijn van Gods aanwezigheid in de Lage Landen.
De Orthodoxie is een gemeenschap, die haar rijke ‘vroegchristelijke’ en ‘door de kerkvaders doorgegeven’ spiritualiteit in een verdorde kerkelijke omgeving wil doen opbloeien.
Het is niet voor niets dat uit diverse oorspronkelijk vroegchristelijke landen de vluchtelingen hier een onderkomen zoeken. In de eerste plaats zoeken zij rust -na een periode van oorlog en geweld- maar daarnaast brengen zij ‘een door God gegeven spiritualiteit’ met zich mee, waar menig asceet nog aan kan tippen. Zij beleven nog ondanks hun financiële armoede, dat een schamele snee brood, voedsel betekent om er weer tegen te kunnen.

Eenzaamheid is een belangrijke factor in ons leven; eenzaamheid is de naaste opzoeken; het delen van de eenzaamheid vindt plaats in stilte en die stilte -het tot onszelf komen- vraagt om tijd en ruimte. Het plaats maken voor de uitdrukkelijke ontmoeting met de levende God.
Dit vraagt om gedragsregels, het lekkers weer eens opnieuw antwoord geven op de roepstem van God.
Het doel van ons leven is immers ‘God‘ en dat leven zijn wij hier in onze westerse beschaving onderweg kwijtgeraakt. Het eeuwige Leven, het Hemels Koninkrijk, is de onderlinge liefdesband van de Heilige Drie-eenheid; het eeuwige leven betekent dat wij door de Heilige Geest en de Zoon van God de Vader weer leren kennen. We leren God kennen door uit Hem geboren te zijn en als kinderen van één Vader mogen wij uit Hem leven.
Wij kunnen Hem niet ‘ALLEEN’ kennen door studie er dienen momenten en gelegenheden te zijn van verinnerlijking, bezinning op het leven.
Het elkander [de naaste] liefhebben komt voort uit de liefde tot God en Die zijn we kwijtgeraakt, dus weten we ook niet meer wie onze naasten zijn, ook al doen we alsof en strooien de goegemeente zand in de ogen.
We zijn niet ‘meer’ in staat om te beminnen zoals Hij dat van ons vraagt, zoals ‘Hij‘ ons bemint. Wij zijn niet ‘meer’ in staat te beminnen zoals ‘Hij‘ ons heeft liefgehad.
Christus zocht dikwijls de eenzaamheid op om Zijn vader te ontmoeten en de Wil van de Vader te doen; Hij is -voor ons christenen- ons leven en de volle zin van ons leven. ‘Hem’ leren kennen….. door ‘Hem’ gevonden te worden, om ‘door Hem’ en ‘in Hem’ te leven.
Hij dient voor ons weer ‘alles’ te worden; want ‘in Hem’ dienen we de Vader te vinden. Ons christelijk leven dient weer afgestemd te worden op het leven ‘in‘ Christus en ‘door‘ Christus, zo hebben onze voorvaderen het ons geleerd.
In de eenzaamheid van ons bestaan ontmoeten wij de dorheid en de lusteloosheid van deze tijd.
Loop in de winkelstraten en de overvolle vakantie-gelegenheden en zie de jagende mens – zie onze jongeren, die zich gevangen weten in alcohol, xtc en drugs. Wanneer wij in de woestijn om ons heen de stilte proberen op te zoeken, leren we onszelf kennen . . . . .
de ervaring van onze zwakheid kan een kans zijn om ons leven over te geven aan de leiding van de Heilige Geest. We dienen een keuze maken op de tweesprong . . . . .  in geloof en vertrouwen en dit is ‘de Transfiguratie’, Die ons op dit hoogfeest voor ogen wordt gehouden.

Van nu af zult de Hemel geopend zien en de Engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

     We worden door de Heerlijkheid van Christus op de berg in het bijzin van Mozes en Elia geconfronteerd ‘met onszelf in de aanwezigheid van God’.
Het vraagt oefening en geduld . . . . . om te volharden in gebed en in de stilte.
Het vraagt om een verandering van onze houding, mentaliteit, die tot verhoging van onszelf, van ver-’Heerlijk’- [Christelijk-] king leidt.
We leggen ons leven in Gods handen, we zien Hem aan en blijven kijken naar Zijn zachte liefdevolle vaderlijke blik.
We dalen af naar de eenzaamheid van ons hart . . . . . ook tijdens onze dagelijkse bedoeningen . . . ons hart dient gezuiverd te worden . . . van ijdele trots, hoogmoed  en jaloezie . . .
We dienen onze nietigheid te erkennen . . . inzicht te krijgen in de noodzakelijke overgave . . .
De weg van de zuivering en de omvorming is een lange doorgang door de rode zee een levensweg. Op die wijze groeit er een innerlijke rust en vrede. Er is die strijd van de oude mens tegenover de nieuwe mens.
In de eenzaamheid leef je in relatie met God, de wereld . . . het is geen breuk in relatie met de wereld, maar we zijn niet langer ‘van’ de wereld.
We komen tot een hechtere band met God, met de medemens, met onszelf.
Hoe meer je God nadert, hoe meer je dichter bij de mensen nadert.
Wanneer we leven in verbondenheid met de gehele schepping ervaren we ook het lijden van de mensheid.
Verwerf ‘de innerlijke vrede‘ en duizenden om je heen zullen gered wordenH. Silouan, de Athoniet.

“In ontwakend Geloof volharden . . .”, wanneer we werkelijk -diep in ons hart- geloven dat wij de persoonlijke Tempel vormen van de Heilige Drie-eenheid dan zijn wij niet langer alleen. Door te volharden in eenzaamheid ben je nooit alleen, daar is je vaderland, want je bent verbonden met jouw oorsprong en hebt de sprong gemaakt naar ‘verbondenheid’, het je verbonden weten.
En die verbondenheid geeft je Zijn Heiligheid, Zijn Sterkte, Zijn onsterflijke Kracht en het spontane verlangen om je “liefde tot God” beantwoord te krijgen.
In deze eenzaamheid kun je stoten op Gods stilte. Dit zijn momenten waaraan we niet aan kunnen ontkomen . . . . . er is geen tweegesprek, God is ver weg.
Er volgt een ontmetelijke stilte, een onbekende stilte . . . . .
God is dan een woestijn . . . maar jij dient Hem ‘jouw tijd‘ te geven, die je van Hem krijgt . . . . . een paar jaar in Zijn eeuwigheid is niets vergeleken bij onze tijd van wachten.
Maar het zwijgen van God spreekt van Zijn aanwezigheid; Zijn zwijgen is voor ons de ruimte om Zijn aanwezigheid te beleven. In die stilte is God aanwezig en Hij wil niets anders dan Zich dichter bij ons te brengen; het is het geheim van Zijn onmetelijke Liefde, Die Zich openbaart.

Dit bereiken wij slechts door trouw te blijven aan ons dagelijks gebedsleven; op die manier is Hij als ‘onze Vader’ bij ons met geheel Zijn Wezen [“Ik ben, Die ben, die is . . .; Gr. Ἐγώ εἰμι’, Lat. ‘Ego sum’, Arabisch.’أنا ‘ ].
En zo manifesteert Christus, de Zoon van God Zich in Zijn Heerlijkheid op de Berg Thabor.
Heer, vijf talenten heb Gij mij gegeven: kijk, nog eens vijf heb ik erbij verdiend.
Goed zo trouwe dienaar, omdat ge in weinig trouw geweest zijt, zal ik u over veel aanstellen, treedt binnen in de vreugde van uw Heer’’ uit de gelijkenis Matth.25: 14-30.

Apolytikion     tn.7.
    Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God
en aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw Heerlijkheid.
Doe ook voor ons, zondaars Uw eeuwig Licht stralen:
Gij,Die ons het Licht schenkt, eer aan U
”.

Kondakion     tn.7.
    Op de berg werd Gij verheerlijkt
en vol verbazing mochten Uw Leerlingen Uw Heerlijkheid aanschouwen.
Opdat zij, wanneer zij U gekruisigd zouden zien,
Uw Lijden als vrijwillig zouden erkennen,
en aan de wereld zouden verkondigen,
dat Gij in Waarheid zijt de Afglans van de Vader
”.

Exapostilarion     tn.3a
  Onveranderlijk Licht,
Aanvangloos Licht uit het Licht van de Vader, o Woord.
In Uw stralend Licht hebben wij U
heden op de Thabor geschouwd,
als het Licht Dat van de Vader is,
en als Licht de Heilige Geest,
Die heel de schepping verlicht
”.