Orthodoxie & de onverstandigen en tragen van hart

Emmaüsgangers, by Constant Nieuwenhuys

    En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen meeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan.
       Een dan van hen, genaamd Cleophas, antwoordde en zei tot Hem: ‘Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is?’.       En Hij zeide tot hen: Wat dan?
Zij zeiden tot Hem: ‘Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk  en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen 
en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël [onze Kerk] verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hem hebben zij niet gezien.
       En Hij zei tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?  En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
       En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.
       En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?
       En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd en dezen zeiden: De Heer is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood” Luc.24: 13-35.

    Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen.  Gij zijt los van Christus, als gij door de Wet Gerechtigheid verwacht; buiten de Genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het Geloof de Gerechtigheid, waarop wij hopen.  Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de Waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Hem, die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Heer, dat gij geen andere mening zult hebben. Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zijn zalGal.5: 1, 4-5, 7-10.

In de kerkgeschiedenis heeft God in Zijn Genade veel onzuiverheid verdragen om de verspreiding van de blijde Boodschap voort te zetten. Een voorbeeld hiervan is de kerk van de middeleeuwen, waar veel afgoderij en onreinheid zich met het christelijk geloof had vermengd. In die periode zien wij aan de ene kant oordeel via enorme rampen en epidemieën. Toch heeft God de Kerk laten voortbestaan en heeft de verspreiding van de Blijde Boodschap ondersteund, ondanks de verschrikkelijke geestelijke en morele corruptie. Ook in onze tijd zien we dat de Heer veel misstanden en onvolwassenheid heeft getolereerd, om te voorkomen dat allerlei hoopvolle ontwikkelingen tot stilstand zouden komen. Omdat God ZichZelf niet verloochent en dus ook trouw is aan Zijn Heiligheid, komt er echter onherroepelijk een moment waarop Hij het schietlood gaat hanteren en ziet of Zijn huis nog in de pas loopt met Zijn Instructies.
Dan gaat hij ook de hedendaagse versies van de zonen van Levi, de gemeente en haar leiders, zuiveren door het oordeel heen. Deze reiniging is een hoofdkenmerk van het geestelijke seizoen waarin wij nu beland zijn. De maatstaven die de Heer hierbij hanteert zijn onder meer financiële integriteit, waarachtige nederigheid en seksuele reinheid.
Ook geestelijke volwassenheid is een belangrijke maatstaf. Hierbij draait het onder meer om de volgende vragen. Blijven wij als kinderen op onze eigen noden en behoeften gericht of draait ons leven op het volgen van Hem en het bouwen van Zijn Koninkrijk der Hemelen? Blijven de beminde gelovigen geestelijk afhankelijk van enkele gewijde leiders of leren zij ook ‘zelf’ in geestelijke evenwicht te gaan en te blijven staan? Het niet tijdig onderkennen van demonische misleiding is een belangrijke reden waarom christelijke gemeenschappen in de Lage Landen in ernstige crises belanden en waarom bewegingen tot vernieuwing na verloop van tijd vastlopen.
Deze crises zijn dus niet alleen maar aanvallen van de duivel, maar zijn in veel gevallen veroorzaakt door de Heer Zelf. Deze crises zijn door God gestuurde louteringen en zijn bedoeld om ons te dwingen slechts voor Hem en Zijn idealen te laten kiezen.

Les réfugiés 1991 detail, by Constant Nieuwenhuys

God is alleen maar Licht, en in Hem is geen duisternis. Dus, zo redeneren veel christenen, als God door iemand heen werkt, kan er geen ruimte zijn voor duisternis, en dus ook niet voor demonische krachten in die persoon. Het feit is echter dat wij christenen, God niet zijn. Alleen in God is Licht en geen duisternis, maar dat wil niet zeggen dat in christenen ook dus alleen maar licht huist en geen duisternis. Het werk van de Heilige Geest in ons is natuurlijk altijd zuiver. Maar er kan geestelijke onzuiverheid in ons zitten die zich tijdens ons bidden, zegenen of bedienen manifesteert samen met het werk van de Heilige Geest.  Dit is net als zuiver water dat door een vervuilde waterleiding loopt. Uiteindelijk komt dan uit de kraan met het zuivere water ook vervuiling van de leiding mee. Ook is het water uit de kraan niet helemaal zuiver wanneer water uit een zuivere bron vermengd wordt met water uit een onzuivere bron. Van geestelijke onreinheid gemengd met een zalving van God zien wij al voorbeelden in het oudtestamentische Israël, het komt dus ook in de hedendaagse Kerk voor. Geestelijke onreinheid komt gedeeltelijk voort uit demonische smetten uit ons verleden die wij nog niet hebben opgeruimd, maar wij kunnen ook opnieuw demonische smetten oplopen nadat wij zijn bevrijd. Rijpe christenen en leiders zijn hiervan niet uitgezonderd. “      Geeft de duivel geen voet [laat hem er niet in slagen een positie te verwerven] en bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossingEph.4: 27,30.
Een van de twee mannen die van Jeruzalem naar Emmaüs lopen, door het bergachtige terrein, heette Cleophas. Een van de vrouwen die onder het Kruis stonden was Maria, de vrouw van Cleophas. Als die twee dezelfde zijn, dan hebben ze misschien in de ochtend wel ruzie gehad: de trouw van Maria tegen de rouw van haar man, beide emoties zijn manieren om te geloven. Ze zijn in de Blijde Boodschap verbeeld in twee personen ofschoon ze in werkelijkheid altijd samengaan. In ieder leven veel van dit soort conflicten; daardoor lijkt het alsof we moeten kiezen.

Veelkleurige levensweg by S. Brombacher

De resultaten van het onderzoek ‘God in Lage landen‘ ten spijt: de tijd dat iedereen dacht dat God en geloof een privékwestie voor een zonderling rijtje enkelingen zouden worden, is echt voorbij. Steeds minder mensen geloven in God, meer mensen noemen zich atheïst, zo wordt ons voorgehouden. De meeste kerken zien veel van hun leden vertrekken, kerken sluiten en worden aan de hoogste bieder ‘verkocht’. De groep die het belang van religie voor de samenleving onderschrijft, slinkt snel. En de groep Nederlanders die nog wel eens in een kerkbank plaatsneemt, telt weliswaar nog meer dan drie miljoen mensen, maar wordt eveneens steeds kleiner. Maar dat alles betekent niet dat religie uit de samenleving verdwijnt. Secularisatie betekent niet het einde van religie; het betekent wèl het einde van religie zoals we haar kenden. Godsdienst manifesteert zich opnieuw krachtig in de samenleving, religie is overal. Niet alleen omdat de Lage landen eeuwenlang een christelijke samenleving hebben gehad en je zo’n erfenis niet zomaar wegpoetst. Religie is tastbaar aanwezig, in het maatschappelijk debat, in nieuwe ontwikkelingen. We zien dit in de vele nieuwe vormen van samen-kerk-zijn die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond schieten, in polemieken over de vluchtelingenstromen en wat hun komst voor onze westerse samenleving betekent, in de debatten over het gevaar van religieus terrorisme. De diversiteit van de religiositeit in de samenleving is enorm, en neemt alleen maar toe. Mensen sprokkelen ‘zelf’ hun zingeving bij elkaar, al dan niet geïnspireerd door verschillende westerse en niet-westerse religieuze tradities. Want als we nergens meer in geloven, kunnen we ‘alles’ geloven.
Zoals geen ge . . . [gezeur], iedereen rijk, dus ieder z’n eigen religie. De bindende en verbindende kracht van religieuze gemeenschappen is niet meer vanzelfsprekend. Niet de gemeenschap, maar jijzelf wordt de drager van je eigen religiositeit. De ongebonden ‘zelf’-religiositeit gaat gepaard met een ontwikkeling die ook in de politiek waarneembaar is: de verzwakking van het midden – als het verbindende midden zijn kracht verliest, bloeit er aan de randen van alles op. Met de kleinere kerken aan de flanken – orthodox, vrijzinnig, evangelisch – blijkt het over het algemeen wél goed te gaan. Aan de randen van het weggezakte institutionele religieuze midden kan echter ook veel ellende opbloeien, de duivel heeft vrij spel.

Emmaüsgangers onderweg

De apostel Paulus heeft ons geleerd: “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet zietHebr.11: 1. Indien je dus Geloof hebt, hoop je op dingen die niet gezien worden, maar waar een Waarheid op gebaseerd wordt. Geloof is een beginsel van iets ondernemen en ook in het resultaat geloven. Wanneer je aan een waardig doel werkt, oefent je Geloof uit; je vestigt je Hoop op iets dat je nog niet hebt kunnen waarnemen.
Maar in onze tijd lijkt het erop dat je niet behoeft te kiezen, niets behoeft te ondernemen – en dat welk resultaat het ook oplevert vrucht zou kunnen dragen – je doet goed en wanneer je na dit leven je Heer en Meester zult ontmoeten zie je dan wel weer.  Het nastreven en zoeken naar datgene wat onze voorvaders hebben gedaan wordt als ouderwets  – niet van deze tijd afgedaan.
Het lijkt mij onvoldoende een zuivere ziel te handhaven; het zoeken naar het goddelijke in jezelf lijkt voor mij passender dan de kostbaarste edelstenen, die momenteel voor miljoenen bij Christies worden geveild. Met andere woorden men dient het offer aan de Heer te dragen vol innerlijke 
zuiverheid en adeldom. De Kerk, het Lichaam van de Heer, dient, naast eredienst, een plaats van verstilling te zijn met ruimte voor onderlinge aandacht en plaats van gesprek, geen persoonlijke ambitie maar een aansporing voor de gehele wereld om haar heen.
Dit vormt het antwoord op het onderricht van de Meester.
In het Lichaam zijn alle ledematen door de Heer gelijk bevonden, als tegenwicht gegeven voor vermeende Hoogmoed van enkelingen, welke slechts tweedracht zou zaaien en afdwalen van de oorspronkelijk opdracht, de onderlinge Liefdesband. Eigenwaan brengt Gods bedoeling om zeep en brengt het christenvolk af van de rechte weg en druist in tegen Gods plannen. Het Lichaam van Christus, Zijn Kerk heeft de bedoeling het afdwalen van de mens van de weg naar God recht te zetten, te herstellen en de verlangens van iedereen te richten op slechts een doel: vooruitgang in Christus.  Het bouwen van een Godshuis heeft slechts een doel een ‘bestaande’ gemeenschap een, hetgeen door hen gewenst werd, geschikt bevonden om onderdak te bieden voor de dienst aan God.
Een gebouw en haar inrichting mag nimmer als een voorwerp vormen van speculatie of eigen gewin, het dient slechts een bekroning te zijn van het christelijk Geloof van de medebroeders. Niets wijst er op dat de Heer hierbij behoefte betoonde aan pracht en praal, wat hiervan gemaakt is, is louter van wat wij mensen ‘kunst’ noemen, een opvallen door uiterlijk vertoon, waarbij de een niet onder wil doen voor de ander, dus Hoogmoed.

De mens dient in de leer van de Blijde Boodschap van de Heer slechts gericht te zijn op onthechting, zonder gebruikmaking van allerlei kunstgrepen. Onthechting aan het aardse heeft tot gevolg dat men als vanzelfsprekendheid ook de naaste zijn primaire levensbehoeften gunt, immers de gedeelde [geld]middelen komen ten goede van minderbedeelden. Saamhorigheid komt alle stervelingen te goede en zal de aantrekkelijkheid van Gods Boodschap onder de mensen alleen maar doen toenemen, enerzijds omdat het beter is om te geven en anderzijds de vreugde van het delen/ontvangen.
Zo’n overtuigingskracht en vruchtbare uitstraling zal een zichtbare uiting zijn van de christelijke ethiek; het zal een gunstig invloed uitoefenen op de westerse cultuur als geheel. Dit christelijk gedachtengoed zal een andere dan verbale uiting vormen waarmee de wereld zich kan omgevenen.
Er dienen nieuwe lijnen getrokken te worden in de geschiedenis der mensheid, zowel in die van de productie van goederen, het verkrijgen en gebruik van energie, het geld en de handel, de macht [via het huidige wapengeweld], ongekende verslavingen van de een tegenover de armoede van anderen. De geschiedenis zal zich daadwerkelijk gaan richten op de navolging van Christus, de naastenliefde en de armoede. Iedereen, die aanspraak wil maken op daadwerkelijke betekenis voor de toekomst dient zich in deze lijnen te verdiepen.
Er dient niet langer gedaan te worden alsof het om losse verbanden gaat en er mag niet [om 
eigen gewin] verdoezeld worden dat er nog steeds geen enkel andere methode bestaat om met zekerheid de wezenlijke problemen van deze wereld op te lossen: wat is de wisselwerking tussen de ontwikkeling van de huidige westerse welvaart en die van de samenleving als geheel?
Het is mij duidelijk geworden, dat je de vraag naar de toekomst van het christendom niet kunt stellen los van de vraag naar de toekomst van de mens.
– Met welk mensbeeld zijn we bezig, waar streven wij als samenleving naar? Welk ideaalbeeld van de mens staat ons eigenlijk voor ogen als je daarbij denkt aan wat mogelijk is? Je zou daarbij het 
begrip Kerk, het Lichaam van Christus sterker dienen te accentueren, waarbij er een zachte bries van rebellie door de samenleving waait.
– De kerken mogen voor wat betreft hun plaatselijke concilies met opgeheven hoofd door het leven gaan, maar de nederigheid wordt meer met de mond beleden dan vanuit de oorspronkelijke 
belijdenis. Zou er sprake zijn van intens beleefde nederigheid dan zou genoemde rebellie reeds aanwezig zijn en zich vanuit de christelijk traditie alom manifesteren en de bevrijdingstheologie zich door Gods Geest daadwerkelijk bevrijding in de wereld veroorzaken. Wie God bemint, zoekt in alles Gods eer.

Zijn eigen vernedering maakt die mens juist blij, omdat daardoor Gods Grootheid, Zijn Heiligheid, Sterkte en Onsterfelijkheid uitkomt en de mens Gods vriendschap hierdoor kan winnen. Wie zichzelf liefheeft, kàn God niet beminnen. Maar wie zichzelf nìet liefheeft omwìlle van de alles overtreffende volheid van de Liefde, die bemint God. ” In Christus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar Zijn Goedertierenheid over ons in Christus JezusEph.2: 7.
Daarom zoekt de mens niet zijn eigen eer, maar Gods eer. Want wie zichzelf liefheeft zoekt zijn eigen eer, maar wie God liefheeft zoekt de eer van zijn Schepper, die in hem hernieuwde schepping mogelijk maakt [een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde]. 
Het behoort tot de aard van een opmerkzame en godminnende ziel om altijd Gods eer te zoeken in alle geboden die zij onderhoudt en zich te verheugen in haar vernedering, omdat God eer toekomt vanwege Zijn Grootheid en de mens daarom vernedering, om daardoor God vriendschap te winnen. Als wij dat doen, zijn ook wij, naar het voorbeeld van de Heilige Johannus de Doper, blij over de eer die de Heer geniet en dan gaan wij onafgebroken zeggen: “Hij moet grotere worden, wij moeten kleiner worden.  Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en Zijn getuigenis blijken maar weinig mensen aan te nemen. Wie Zijn getuigenis echter aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig is” conf. John.3: 30-33.
Spreken wij met wijsheid over God, dan zullen wij nooit ijdel worden; wereldse wijsheid echter is uit op roem en eigen gewin. Uit datgene wat wij doen, kunnen wij zonder omhaal van woorden opmaken krachtens welke wijsheid wij spreken. Dit dienen wij dan te doen: alle eer en roem te ontvluchten vanwege de alles overtreffende rijkdom van de Liefde van onze Heer, Die ons zozeer bemind heeft.
Heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend1Cor.8: 3.
Want naar de mate waarin de ziel waarneemt opdat zij de Liefde van God in zich ontvangt, groeit zo iemand in de liefde tot God en de mensen om hem heen.
Derhalve verlangt zo iemand vurig naar de verlichting van de kennis, tot hij bemerkt dat zelfs zijn gebeente het gewaar wordt. Hij herkent zichzelf niet meer, maar is door de liefde tot God geheel omgevormd. Hij verblijft dan in het leven en is er niet langer in, want terwijl hij in het lichaam woont, verblijft hij er buiten, omdat zijn ziel door de liefde rusteloos naar God uitgaat. Immers, onverminderd gloeit zijn hart van het, door de Goddelijke Geest verleende liefdesvuur en wordt als het ware aangezet door zijn verlangen. Hij wordt een met God, eens en voorgoed ontrukt aan de liefde voor zichzelf door de liefde tot God. “ Want hetzij wij in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van U. Want de liefde tot Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, Die voor hen gestorven en opgewekt is” 2Cor.5: 13-15.

De zon komt op en geeft ons licht;
zo brengen de Hemelen een bericht.
Want na het donker van de nacht
komt altijd weer een nieuwe dag.