Palmzondag – Orthodoxie & Lazarus zaterdag als voorfeest van Palmzondag [2]

Christus bij binnenkomst in de hoofdstad gezeten op een ezel

De enige triomf, die onze Heer en Verlosser -menselijk gezien- tijdens zijn verblijf hier op aarde heeft mogen ervaren was Zijn Intocht in  -ook de in onze tijd- beleefde Heilige stad Jeruzalem. In de voorliggende periode heeft Christus telkenmale afstand genomen -en heeft dit ook aan Zijn volgelingen voorgehouden- van enige vorm van pracht en praal.
Hij wilde dit niet en verlangde dit niet -het zat niet in Zijn Goddelijke genen- ; z’n moeder [Gods] zal net als de mijne verkondigd hebben, ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’.
Ondanks Zijn afwijzende houding liet Hij -enige vorm van lof toe-, niet groots, niet met groot spektakel aangekondigd, maar eenvoudig omringd door Zijn volgelingen en de kinderen.
Hij liet toe wat de Profeet voorzegd had:
        Jubel luid, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u, Hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een jong van een ezelin. Dan zal Ik de wagens uit Efraim en de paarden uit Jeruzalem tenietdoen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan; en Hij zal de volkeren Vrede verkondigen, en Zijn Heerschappij zal Zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde. Ook laat Ik ter wille van uw eigen verbondsbloed de gevangenen onder u vrij uit de put, waarin geen water is. Keert terug naar de burcht, gij gevangenen, die hoop moogt koesteren; nog heden verkondig Ik: ‘dubbel zal Ik u vergelding doen’. Want Ik span Mij Juda, op de boog leg Ik Efraim, en wek uw kinderen, o Sion, op tegen uw kinderen, o Griekenland, en maak u als het zwaard van een held. Dan zal de Heer hun verschijnen, en Zijn pijl zal als de bliksem uitschieten, en de Heer der Heerscharen zal de bazuin blazen en optrekken in zuiderstormenZacharia 9: 9-14.
Uiteraard wilde Hij dat het doel van Zijn missie openbaar zou worden; Hij is immers de Messias, de Koning en Verlosser van Israël en de Kerk.
De eenvoud van de Blijde Boodschap benadrukt vandaag alle Messiaanse elementen, de Palmtakken, het Hosanna, de uitroepen van blijdschap voor Jezus Christus, de Zoon van David en de Koning van Israël en Zijn Kerk.
Heel gewoon, in Zijn dagelijkse gewaad, Zijn werkkleding, zonder al te veel poespas – zo heeft Hij dit gewild, geen nieuwsgaring, geen ophef, gewoon heel eenvoudig op een ezel.

– Ezels zijn sobere, taaie, aanhankelijke, sterke, intelligente, voorzichtige en volgzame rijdieren. Ezels houden van aandacht; ze moeten met soortgenoten samen leven om zich prettig te voelen. Het is alsof Christus hier de biologische aanleg aangeeft, waarmee Hij Zijn Kudde op de juiste wijze verzorging geeft.

Israël God’s Volk

 

De geschiedenis van Israël wordt hierbij op deze dag voltooid, komt tot een einde en draagt bovendien de betekenis in zich, dat het Koninkrijk der Hemelen wordt aangekondigd. Om het doel van Zijn missie , de Blijde Boodschap van het Koninkrijk van God te openbaren, wordt ons -als proloog- de komst van de Messias  voorgehouden.
Omdat de Koning, Zijn Heilige Stad, Zijn Hoofdstad [als ’s-Gravenhage, Brussel & Luxemburg] binnenkomt vinden alle profetieën en verwachtingen hun vervulling in de persoon van Jezus, Christus, de Zoon van God.
Christus openbaart hier het Koninkrijk Gods op aarde, tussen ons mensen.
– Op Palmzondag brengen wij deze herinnering tot leven; door Palmtakken stellen wij ons gelijk aan de inwoners van het [Hemels] Jeruzalem; tezamen verwelkomen wij de Heer der Heerscharen, de Koning van Hemel en aarde.
Wij zingen luid: “Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in de Naam van de Heer [van God]”; ik vraag me daarbij af of iedereen hierbij in onze tijd wel de ware betekenis voor ons mensen herkent?
Het belangrijkste van wat hier plaatsvindt is onze eigen belijdenis, dat Jezus Christus, onze Heer en Meester is, Die komt ons  -hier en nu- verlossen van alle ongerechtigheden. We vergeten maar al te vaak dat het Koninkrijk der Hemelen, hier op aarde is – ‘onze Vader, Die
in de Hemelen zijt’ en niet zoals de vrijzinnigen het tegenwoordig formuleren; ergens in de Hemel [enkelvoud].
God is ons nabij, heel nabij op de rand van ons hart en wij zijn -door de doop- medeburgers van Zijn Koninkrijk en meer dan ooit belijden wij hier ons Geloof in Hem.

Lazaros, temidden van zijn zusters Maria en Martha

Laten we niet vergeten dat Christus werkelijk hier op aarde heeft rondgelopen en slechts een korte periode in de hoofdstad Jeruzalem. En in de icoon van Lazaros heeft Hij de mens in z’n algemeenheid als ware vriend herkent; in Lazaros herkent Hij iedere mens afzonderlijk – in deze stad Jeruzalem [volksetymologisch ‘woning door God bewoond, beschermd’ -‘stad van Vrede’] wordt de gehele mensheid/schepping door God omarmd.

⁌  In die korte periode dat Christus, de Zoon van de levende God, in Jeruzalem verbleef werd het lot van de gehele schepping bepaald – deze korte periode was beslissend voor de vervulling van de Goddelijke wens om via Zijn Zoon de mensheid te redden en hen mee te voeren naar het hernieuwde Paradijs, het Hemels Koninkrijk.

de sleutel tot bevrijding

Gedurende het voorbereidend proces wordt een begin gemaakt van de vervulling van Gods beloften aan Abraham, Izaäk en Jacob, hier wordt beslissend onthuld wat Gods bedoeling is met ons verblijf in het ondermaanse; het is de ‘finishing touch’ van alles wat God voor de mens heeft gemaakt; en vervolgens is het aan de mens wat deze hiermee doet. God houdt ons de deur naar bevrijding voor ogen, wij behoeven alleen maar -in positieve zin- te reageren.

Groot en Heilig Kruis boven de iconostase – Kerk van alle Heiligen, Stavrovouni, Cyprus

  In de komende week houden wij christenen onszelf deze korte tijd van Christus Triomf, die zo’n grote eeuwige betekenis heeft, voor ogen.
De Kerk, hoewel hier op aarde verdeeld, verkondigt het lijden, het Kruis en de Opstanding van Christus – zij getuigt ook in onze tijd van de Goddelijke achtergrond en eeuwige betekenis van Haar fundament. Christus zal uiteindelijk een oordeel vellen over degenen, die Hem ontkennen, omdat er geen ruimte voor hèn is in het Leven, waar Hij regeert, redt en verlost.

De mens ziet zwijgend en treurend toe hoe machthebbers en geld hun lot bepalen; kan z’n lot alleen in God’s handen leggen

  Wij weten tevens dat het gelovige volk, dat Hem bejubelt, slechts voor het moment is, want op de weg naar Golgotha, aan het Kruis en in het graf, zal Hij opgeofferd worden aan de Macht en het geld. Het menselijke door God ingegeven gevoel wordt opzij geschoven en Christus wordt genadeloos gedood; Hij, Die Leven schenkt wordt gedood om door Zijn offer, de mensheid te redden. De takken in onze handen bevestigen onze bereidheid en ons verlangen om Hem te volgen in Zijn offervaardigheid; geestelijk accepteren wij de weg van de opoffering en zelfverloochening als de enige koninklijke weg naar het Goddelijke Koninkrijk. Maar uiteindelijk verwelken deze takken en wordt de overwinning van Christus vergeten op het moment dat wij werkelijk met de keuze worden geconfronteerd; wij zijn maar mensen en niet in staat gebleken de aanvallen van de tegenstrever en de door God toegestane beproevingen te weerstaan. Maar wij weten dat Zijn Leven, welke Hij aan het Kruis voor ons heeft gegeven – voor ons eeuwig leven inhoudt.

‘Langs de weg in het veld staat het kruis alleen, want het is niet meer zoals voorheen.
Van iedere voorbijganger kreeg het een groet en ook van verschillenden een weesgegroet. Nu sta je daar geheel alleen te staan, wat hebben de mensen je toch voor kwaad gedaan?’.

Eeuwigheid wil zeggen: nooit eindigende vooruitgang, steeds voort-schrijdende progressie. Zoals J.R.R.Tolkien het formuleerde: ‘Wegen gaan steeds maar door‘. Dit geldt eveneens voor de geestelijke Weg, niet alleen in dit leven maar ook in de Komende Tijd, we gaan steeds verder en steeds voorwaarts, niet achteruit. De komende Tijd is niet enkel en alleen een terugkeer naar het begin, een herstel van de oorspronkelijke staat van volmaaktheid in het paradijs, maar het is een ‘nieuw’ begin. Er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, groter en mooier dan de vorige.
‘Hier beneden’ zegt kardinaal John Henry Newman, “betekent leven: veranderen en volmaakt zijn wil zeggen dat men vaak veranderd is“. Maar is dat enkel hier beneden het geval? De Heilige Gregorius van Nyssa geloofde dat er zelfs in hemelse volmaaktheid een groei zit. Omdat God oneindig is, is ook dit ‘streven voorwaarts‘ [επέκτασης, zoals de Griekse vaders het noemden] onbeperkt.
De ziel, die God ‘bevat’, blijft Hem toch maar steeds weer verdere zoeken; haar vreugde is volkomen en toch wordt ze altijd maar intenser. God komt ons steeds méér nabij en toch blijft Hij de Andere; wij aanschouwen Hem van aangezicht tot aangezicht en toch dringen we steeds dieper door in het Goddelijk Mysterie. Hoewel wij niet langer vreemdelingen zijn, blijven we toch pelgrims. Wij zijn onderweg “tot een steeds heerlijkere gelijkenis met Hem” [2Cor.3: 18] en dan tot nog grotere heerlijkheid.
Door Zijn dood heeft Christus de dood vertreden en zingen wij:

Apolytikon Palmzondag     tn.1
Als een belofte van de gemeenschappelijke Opstanding
hebt Gij voor Uw Lijden Lazaros uit de doden opgewekt, o Christus God.
En daarom mogen wij, evenals de kinderen, de symbolen dragen van de zegepraal
en tot U roepen als Overwinnaar van de dood:
Hosanna in den hoge: gezegend Hij, die komt in de Naam des Heren
”. 

Kondakion Palmzondag     tn.6
In de Hemelen gezeten op de Troon,
maar op aarde opeen lastdier,
hebt Gij, o Christus God,
de hymne der engelen en het gezang van de kinderen aanvaard,
die U toeriepen: Gezegend Hij, die komt, om Adam weer te roepen
”.

  • -Wanneer de Leraar in de Goddelijke Liefde Zijn knechten dient, hoeveel te meer zullen de slaven dan niet elkaar in liefde dienen? –

    Wìj zien op aarde de buitenkant; Gód kent de binnenkant. Wij zien de schijn, God ziet het wezen.

  • De Kerk neemt dikwijls de kleur aan van haar omgeving; op schrale grond is ook kerkelijk leven armetierig. In plaatsen waar van geslacht op geslacht vissers hebben gewoond, die ongevoelig werden, is de Kerk lijdelijk. Waar eeuw op eeuw de mens zich voor kou en vocht diende terug te trekken in hun huizen zijn de christenen meer naar binnen gekeerd, waar men altijd buiten leeft in Licht en Zon zijn de christenen meer naar buiten gekeerd. De beste gemeenschap is echter de gemeenschap, die ‘leeft’.
Catholicon, church of the Holy Sepulchre, Jerusalem

Wanneer staat een gemeenschap als goed bekend? Daarvoor bestaan wel enkele criteria; morgen- en avonddiensten zijn goed bezocht; de catechetische vorming vindt algeheel onthaal; het bestuur doet datgene waar zij voor staat [vertrouwen, rust en regelmaat]; de geestelijkheid krijgt het respect wat haar toekomt [niet te veel en niet te weinig] en het gezamenlijk overleg [de parochie-vergaderingen] worden goed bezocht. Wanneer de gemeenschap dan ook nog genuanceerd kan omgaan met verschillen [alles met de mantel der liefde wordt omringd], zou je kunnen spreken van een goede en levende gemeenschap. Komende week zal in iedere gemeenschap saamhorigheid noodzakelijk zijn – er is in de hoeveelheid aan diensten genoeg te doen; zie in alles wat je te doen staat de ‘verplichting’ ten opzichten van de Heer en Zijn Lichaam.
Voor de komende dagen zullen er wat betreft de deelname en de inzet overvloedige deelnames noodzakelijk zijn, hou je beschikbaar voor het geval men een beroep op je doet – aanwezigheid, inzet, schoonhouden, bloemen, kaarsen, financiële bijdragen en al wat niet meer.
We dienen als gemeenschap gewoon onze verplichtingen te kennen en ons niet onttrekken aan datgene wat van ons verwacht wordt. Dit dient eenvoudig het doel te zijn van onze deelname aan het komend kerkbezoek; op die manier bewaken wij de voortgang van onze heilige diensten en dat begint bij onszelf. Indien wij naar lichaam en geest onze gezondheid willen bewaken, dienen we ons leven dusdanig in te richten dat wij een ander geen aanleiding geven zich te ergeren aan ons gebrek aan inzet. Misverstanden over dit onderwerp zijn er velen en veroorzaken verdriet en teleurstelling, welke juist in deze tijd vermeden dienen te worden; oppervlakkigheid, onwetendheid kunnen teleurstellende calamiteiten voorkomen.

“Biecht, ‘God heeft de tijd’, wij niet!”.

Wees daarom op tijd met je afspraken omtrent biecht en laat dit niet op het allerlaatste moment aankomen, bereid je hier thuis al op voor, dan behoef je jezelf geen goedkope excuses te maken en ga je met respect om met je medemensen. De Kerk verwacht van haar gelovigen een goede voorbereiding en niet alleen dat jij je persoonlijk aan het vasten houdt.  Laat je hoogmoed in deze varen en steek de komende dagen de handen uit de mouwen, zodat de inzet niet van steeds maar weer dezelfde mensen afhankelijk is. Kom nu eens een half uurtje vroeger dan gewoonlijk, dan ontdek je als vanzelfsprekend wat voor inzet er noodzakelijk is; het voorkomt dat er misverstanden ontstaan en er geïmproviseerd moet worden.
Het laat van jou kant een bewuste mate van deelname zien, het kost je haast niets en het geeft inhoud aan je ziel. Wanneer je de komende periode op deze wijze aan de diensten deelneemt zul je ervaren dat God Zich werkelijk in je openbaart. Je doet namelijk wat je kunt, je stelt je beschikbaar naar datgene wat je aankunt, je geeft je over in Gods handen en als tegenprestatie zul je ervaren dat God verschijnt.