5e Zondag van de vasten – Heilige Maria van Egypte

Christus, het Licht der wereld – temidden van Zijn Heiligen.

      Zij waren onderweg, opgaande naar Jeruzalem en Jezus ging voor hen uit, en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd. En opnieuw nam Hij de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen:’ Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan.
En Jacobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: ‘Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen’. Hij zei tot hen: ‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’. Zij zeiden tot Hem: ‘Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw Heerlijkheid’. Doch Jezus zei tot hen: ‘Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: ‘Wij kunnen het’. Jezus zei tot hen: ‘De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde, staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is. En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jacobus en Johannes kwalijk te nemen.
En Jezus riep hen tot Zich en zei tot hen: ‘Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet. Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen’”. Marc.10: 32b-45

      Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en de besprenkeling met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?”. Hebr.9: 11-14

‘God heeft nooit haast’, dansje in de kerk, Marius van Dokkum – museum Ootmarsum

Onze Heer heeft nooit ‘haast’ bij het herstellen van de gevallen/verontreinigde ziel of dat nu door hoogmoed, geldzucht of lichamelijk hunkeren wordt veroorzaakt; God heeft de eeuwigheid in handen, dus haast behoeft Hij niet te maken.
Welzeker wenst Hij dit herstel zo gauw mogelijk, maar Hij heeft geduld, want het herstel dient werkelijk te zijn en niet een ondoordacht terzijde schuiven van de verontreiniging.
Christus verwacht dat wij Hem serieus nemen, tot op het bot; daarom geeft Hij ons met Zijn Vader en de Heilige Geest de winst van geestelijke oefeningen op onze pelgrimstocht.
Het is terecht, indien u al bent vergeven [gedoopt], heeft het Goddelijk Bloed immers de zonden weggewassen, de weg tot God is geopend en behoeven wij niet langer beangstigd te zijn voor het Laatste Oordeel.
Maar het zou zeker niet van de Heilige Geest afkomstig zijn, wanneer gezegd wordt: “ Ik ben gewassen in het Goddelijk Bloed en dus rein. Waarom zou ik me nog druk maken over zonden!”. Juist de zekerheid van de oneindige Genadegaven, Die ons ten deel valt, is het sterkste motief voor schaamte en deemoedig gedrag, wanneer we steeds maar weer opnieuw tot zonde vervallen. Als gedoopten behoren we immers tot de heiligen, maar dat betekent nog niet dat wij mensen niet tot zonde kunnen vervallen. Mozes zei tot het volk Israël [de Kerk]: “    Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en 
opdat er vrees voor Hem over u zal komen, opdat gij niet zondigtEx.20: 20
Hij heeft gezegd: Wees niet bang voor Gods beproevingen, God keurt je; heb respect voor Hem en wees je bewust van Zijn aanwezigheid, zodat je niet zult zondigen. Wat voor smet komt op de Naam des Heren neer en wat voor een pijn zal dit doen vanwege het gebrek aan liefde tot Hem. Dat we dàt opnieuw gedaan hebben terwijl wij van Hem de Genadegaven ontvangen hebben, waar Hij zwaar voor heeft moeten boeten/lijden, om onzentwil.
Wanneer David zo verschrikkelijk gezondigd heeft met Bathseba en Ura, dan komt de Profeet Nathan tot hem en zegt: “ Gij zijt die mens!” waarop David zichzelf in de eerste dertien verzen van Psalm 50[51] beschuldigd en vanaf vers 14 roept Hij God aan om herstel van de gemeenschap met Hem als de Allerhoogste.
Hetzelfde zien we bij Petrus alvorens de haan kraait vertrouwde hij niet op de Heer maar op ‘zijn eigen liefde‘ tòt de Heer. Ongetwijfeld was er in die liefde een geestelijke verwantschap, maar evenzeer een groot deel natuurlijke liefde tot zijn Meester. Anders was hij niet overtuigd geweest dat zijn liefde veel groter was dan die van de anderen. Het is van de natuurlijke mens en dus van de oude mens, die voor God niet bestaan kan. Wanneer hij dan de Heer verloochend heeft, ziet Deze hem aan en herinnert hem daardoor aan Zijn Woord.

Onze gewoonten, het terugvallen op de oude mens, onze handel en wandel en de onderlinge verbindingen worden getoetst door ditzelfde levend tweesnijdend zwaard van het Woord. “Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Ziet toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg van de eeuwigheidPsalm 138[139]: 23,24Dit is het gebed tot God wat uit deze -op God gerichte- gezindheid voortkomt; God kennen en Zijn liefde ervaren is immers het allermooiste wat er is.
Of je nu wèl of niet in God gelooft, we weten allemaal dat we bedoeld zijn om lief te hebben en geliefd te worden. Onze diepste behoefte en ons meest intense verlangen is uiteindelijk dat we geliefd zouden worden door iemand die ons kent zoals we zijn, met onze zwaktes en fouten, en die ons toch volkomen aanvaardt en waardeert.
Dat is de liefde die we allemaal nodig hebben. Liefde die ons niet afwijst of veroordeelt. Liefde die ons begrijpt en helpt. Liefde die ons niet zal misbruiken of kwetsen, maar liefde die ons veiligheid en bescherming biedt. Wat ik uit eigen ervaring geleerd heb en wat miljoenen mensen wereldwijd ervaren, is dat deze volmaakte Liefde niet van een ander mens kan komen.
Alleen God kan ons deze liefde geven, omdat Hijzelf Liefde is; het is onlosmakelijk verbonden aan Zijn wezen; – God IS liefde -.
Alle authentieke Liefde komt ten diepste bij Hem vandaan. Hij is de bron van de Liefde waar we allemaal naar verlangen en nodig hebben.
De reden dat God de Persoon bij uitstek is om ons geluk te kunnen geven op gebied van seks en zelfbevrediging, is omdat Hij onze Schepper is.
Hij is degene die onze seksualiteit bedacht heeft! Seks is Gods idee! Hij maakte ons als gevoelige, seksuele wezens en zag dat het ‘goed’ was.
Niemand heeft erom gevraagd een lichaam te hebben dat last heeft van hormonen, dat gevoelig is voor aanraking en dat behoefte heeft aan genegenheid. God heeft ons zo geschapen en Hij is blij met hoe Hij ons gemaakt heeft. God is dus ‘niet’ -tegen seksueel genot-. Hij is de regisseur, de bedenker ervan! Hij heeft het aan de mens gegeven.

in gesprek over sexualiteit

Omdat God sexualiteit gemaakt heeft, weet Hij ook hoe seks ons gelukkig kan maken, maar ook hoe dit ons geluk kan roven en ons verdriet en hartzeer kan opleveren. Omdat God ontzettend veel van ons houdt, wil Hij ons helpen om ‘het goede’ te ervaren en niet datgene wat ons pijn doet. Net als een echte Vader en daardoor je ‘beste’ vriend wil Hij ons beschermen en de juiste weg laten zien, waar we het geluk kunnen vinden, waar we allemaal zo naar verlangen.
De boodschap die Jezus Christus bracht, was dat God in de eerste plaats een liefhebbende Vader is. Hij is een Vader, Die Zich over ons ontfermt en Die ons wil verlossen van alles wat ons innerlijk vervuilt en beschadigt. God is een Vader, Die ons door en door kent en Die ons wil doen ‘Opstaan’ in Zijn Liefde, zonder altijd gebukt te gaan onder zaken die als een last op onze wegen vormen. Veel mensen gaan gebukt onder ondraaglijke gevoelens van schuld en schaamte vanwege hun seksuele gevoelens en hebben het idee gekregen dat God hen haat en afwijst, terwijl het tegenovergestelde waar is.
God heeft alle begrip voor onze noden en wil ons als vriend helpen om er gezond mee om te gaan. Jezus Christus sprak nooit haatdragend of veroordelend jegens mensen die worstelen met hun seksualiteit, maar zocht die mensen juist op, en liet hen zien dat ze voor God bijzonder waardevol zijn en dat God hen wil helpen; Christus toonde ons het Vaderhart van God.

Christus laat ons zien dat seksualiteit een kostbaar geschenk is, dat God dit heeft gegeven aan man en vrouw. Hij gaf het echter niet maar als iets waarmee we kunnen experimenteren, zoals we zelf willen. Hij heeft seks in de eerste plaats bedoeld als iets wat man en vrouw met elkaar beleven, in de veilige geborgenheid van een huwelijk.
Het huwelijk is bedoeld als een plaats van veiligheid en bescherming, waarbinnen je je in alle vertrouwen open en bloot kunt geven aan degene die beloofd heeft voor altijd voor je te zorgen. Buiten een huwelijk is er geen enkele bescherming voor je seksualiteit; daarmee wordt niet bedoeld dat je van genot wordt beroofd, maar dat er een mogelijkheid bestaat om jou optimaal geluk en vreugde te laten ervaren. Geen hartzeer, maar genezing, bescherming van je gevoelsleven. Omdat uitwisseling van het gevoelsleven via seksualiteit in wezen bedoeld is om te delen met je geliefde, binnen de veilige geborgenheid van een gezond huwelijk, is losgeslagen sexualiteit eigenlijk iets wat buiten de ware liefde staat.

Joseph and Potiphar’s wife, mosaic. 12,13 cnt. Cathedral of San Marco, Venice

De boekenweek staat op dit ogenblik in het beeld van de ‘Lust-literatuur’, het is een item van de wereld om ons heen. De wereld is behekst/betoverd door een vrijzinnige politieke actie als tegenstelling tot de religieuze agenda; de vrijzinnige morele meerderheid kenmerkt zich met de opvatting dat echtscheiding acceptabel is en homoseksualiteit niets bijzonders, vrouwen zeker niet tot hun bestemming komen door kinderen te baren, kinderen vooral hun autonomie en ontplooiing dienen te ontwikkelen en hun ouders daarom zeker niet in alles behoeven te respecteren en dat de moderne leefwijze sterk te verkiezen is boven de traditionele leefwijze. De cultuur van de Lage Landen is wat ons op televisie, reclame en in films wordt voorgeschoteld; liberaal, vrijzinnig, semi-verlicht, wat zelfgenoegzaam, meestal ironisch, soms met een vleugje maatschappelijke betrokkenheid. In die cultuur is van het Joods-Christelijke niet zo heel veel meer over; in ieder geval zijn de bronnen met modder dichtgeslibd. De verdraagzaamheid van de meerderheid is niet zo groot; geconfronteerd met ander opvattingen over seksualiteit, vrouwen, huwelijk en opvoeding, duwt de vrijzinnige ‘moral majority’ al gauw woorden als ‘intollerantie’, discriminatie’, ‘onderdrukking’ en ‘onaanvaardbaar’ [conf. socioloog Wim Dekker]

Sexualiteit die je zelf beleeft, zonder liefde te delen is op jezelf gericht. Je bevredigt enkel jezelf en er is geen sprake van intimiteit, geborgenheid of het delen van liefde. Het is iets wat je met jezelf doet en de ander wordt gebruikt en gevoelsmatig buitengesloten.
Dat is de reden, dat de Kerk, sexualiteit, die -zonder werkelijke liefde en op jezelf gericht is- afwijst; omdat het Gods schepping respectloos benadert – datgene wat als heilig [volmaakt] bedoeld is wordt verontreinigd. Elke geestelijk ingestelde gelovige, die zich bezig houdt met het respectloos omgaan met datgene wat ‘als goed’ bedoeld is, wordt zich bewust dat hij/zij – zijn/haar eigen oorsprong tekort doet. Indien hij/zij er daarentegen op een geestelijke wijze Genadevol mee bezig houdt, zal onderkennen dat het resultaat zal zijn, dat hij/zijzelf meer geheiligd en gereinigd wordt. Toch is er de nuchtere realiteit van ontelbare mensen die worstelen met sexualiteit, zelfs in een gezond huwelijk. Het is mijn diepe overtuiging dat God hier begrip voor heeft. Hij wil ons helpen om er op een gezonde, pure manier mee om te gaan, zodat het ons niet verziekt of beschadigt; God heeft werkelijk het beste met ons voor – altijd. 

Een fundamenteel principe is dat God ons wil leren om geen zaken te doen, die schade berokkenen aan onszelf of anderen. Zijn verlangen is om ons geluk, leven, vrede en vreugde te geven. Als een bepaalde beleving van seksualiteit onszelf of anderen beschadigt, dan is dat niet Gods wil. Voor christenen geeft de apostel Paulus dit algemene principe: Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op. Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de anderconf. 1Cor.10: 23,24.
Het gaat er dus om dat we enerzijds moeten nastreven wat goed is voor ons welzijn, en bovendien dat we ons inzetten voor het geluk van anderen. Een bekende uitspraak van Jezus Christus geeft ons eveneens een concrete richtlijn:
“      Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegdMatth.5: 28. Dit heeft te maken met het kijken naar een persoon die niet jouw huwelijkspartner is en in je gedachten bewust fantaseren over seksuele omgang met die persoon. Het gaat verder dan iemand zien en beseffen dat je die persoon aantrekkelijk vindt. Het gaat over het toestaan van gedachten van lust, die je eigenlijk beter zou dienen te weerstaan.
Wat doe je met zo’n gedachte of gevoel die ongevraagd op je af komt? Open je de deur van je hart en geef je het alle ruimte om zich te ontwikkelen?
Of verwerp je deze gedachten en bewaar je je hart zuiver voor God en je medemens?

De levensbeschrijving van de heilige Maria van Egypte wordt ons aangeboden geschreven door de Heilige Sophronios, bisschop van Jeruzalem. De Heilige Sophronios was een Syriër uit Damascus die in 634 bisschop van Jeruzalem werd. Het levensverhaal werd later uit het Grieks vertaald in de Latijnse taal door Paulus, diaken van de parochiekerk in Napels.
      Het is goed dat men Onze Heer en Meester lof toezingt en Zijn naam verheft en de redenen van Gods werken met eerbied aanduidt; daarom laat je niet weerhouden Hem te danken“.
Tobit 12: 7
Zo sprak de Engel tegen Tobias nadat de blindheid van zijn vader omgezet was in glorieuze Verlichting en nadat zijn verlossing van allerlei soorten gevaren zijn nederige toewijding aan God tot ontwikkeling bracht. 
Want het is inderdaad schadelijk en gevaarlijk om de geheimen van een Koning te openbaren, maar voor de ziel is het schadelijk om over de glorieuze Goddelijke werkzaamheden te zwijgen. De bisschop van Jeruzalem aarzelde erover of hij over de dingen van God durfde te spreken, maar  vreesde hetzelfde oordeel op te lopen zoals dat uitgesproken tegen de luie bediende die een talent van zijn Heer ontving en het in de grond verborg in plaats van het aan het werk te zetten door handel te drijven.
Dit is de reden dat de Heilige Sophronios op geen enkele manier over het ontwerp van dit heilige verhaal kon zwijgen en het hierbij in liefde aan zijn broeders/zusters in het Geloof aanbiedt.

Heilige Maria van Egypte

Het levensverhaal van de heilige Maria van Egypte:
http://www.lucascleophas.nl/?p=12956  in het engels;
film in het Arabisch, Engels ondertiteld:
YouTube
https://www.youtube.com/watch?v=2-IgHyq07KA

Apolytikion Maria van Egypte    tn.8
In U, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld,
want nadat gij het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen
leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten,
maar te zorgen voor de ziel die onsterfelijk is.
Daarom o heilige Maria verheugt zicht uw geest met de Engelen
”.

Kondakion  Maria van Egypte   tn.3
Gij, die eens van ontucht vervuld was,
zijt door berouw de bruid van Christus.
Vol verlangen naar de levenswandel van de Engelen,
hebt gij de demonen overwonnen door het wapen van het Kruis.
Daarom zijt gij, heerlijke Maria,
nu verschenen als de Bruid van de Koning
”.