Juni 25e, de Heilige Adelbert van Egmond, Apostel van Kennemerland

Saint Adelbert van Egmont, June 25De Heilige Adelbert van Egmond
was afkomstig uit Engeland en een tijdgenoot van de Heilige Willibrordus [658-738] en monnik uit het gezelschap, die met Willibrord werd uitgezonden om de Friezen te bekeren tot het christendom.
Zijn naam spelt men wel eens verschillend:
Adhelbert, Adelbert, Adalbert, Aelbert of Albert.
Er wordt gezegd dat hij
de eerste aartsdiaken van Utrecht is geweest.
Hij zou ca. 702 door Willibrord zijn uitgezonden om
het Evangelie in Kennemerland te gaan prediken,
waar hij in Egmond, in de buurt van Alkmaar [N-Holland] een kerk bouwde.
De Heilige Adelbert van Egmond wordt eenvoud,                                                                               beminnelijkheid en een open levenshouding toegedicht                                                               en dit spreekt de mensen tot op de dag van vandaag aan.
Adelbert sterft en zijn volgelingen bouwen een kerkje op zijn graf in het oude Egmond op
de plek die wij nu de Adelbertusakker noemen.
Pelgrims komen het ‘wonderdadige’ gebeente vereren en
de kerk bouwt daardoor een groot landbezit op.
In het jaar 922 geeft koning Karel III de Eenvoudige van West-Francië
de kerk te Egmond met alles wat daartoe gerechtelijk behoort:
‘dienstlieden, beemden, bosschen, weiden, wateren en waterloopen’ aan zijn ‘getrouwen Dirk’.  In het jaar 922 is deze Dirk I de eerste graaf van Holland en legt er met nieuwe grondbezit een stevig fundament onder het graafschap Holland;
hij sticht er te Hallem een nieuw houten kloostertje.
Met pauselijke toestemming laat hij daar het opgegraven gebeente van Sint Adelbertus overbrengen. Op de plek van het oorspronkelijke graf welt helder duinwater op en
vanaf dat ogenblik zijn er twee bedevaartplaatsen.
De bron, die later de Adelbertusput heet, trekt van heinde en ver
pelgrims aan die er genezing zoeken.

Als datum van zijn dood [door Le Cointe] wordt 25 juni 705 opgegeven.
Deze Adelbert was de patroonheilige van Egmond, waar zijn trouwe dienaar,
Theodoric I, de graaf van Holland ca. 922 een heiligdom voor zijn relikwieën bouwde.
Egbert, de aartsbisschop van Treves en kleinzoon van Theodoric I, die
zelf van mening was voorspraak van de H. Adelbert te zijn genezen van een heftige koorts [beschreven in het ‘Monachi Mediolacenses’, te Metloch, nabij Saarbrück, in het bisdom Trier]
heeft in de tiende eeuw een levensbeschrijving van Adelbert op papier gezet.
Een andere autoriteit, die zich hiermee heeft beziggehouden was een monnik die in de twaalfde eeuw in Egmond verbleef.
Deze schrijvers geven aan dat een bepaalde Engelse priester, die Egbert heette, persoonlijk een goddelijk gebod kreeg, om Willibrord, Adelbert en tien anderen metgezellen op
een zending onder de volken van Noord-Duitsland sturen.
Volgens alle beschrijvingen was Adelbert van adellijke komaf en het is niet onwaarschijnlijk dat
hij de kleinzoon van Oswald ie geweest, de koning van Deira.
Deze Adelbert overleed in 642 voor Marcellinus [die beweert zelf een van de bovengenoemde twaalf zendelingen te zijn geweest]
In de levensbeschrijving van de H. Swidbert, wordt Adelbert’s vader
‘Edelbaldus Filius Oswaldi regis’ genoemd en we weten uit de geschriften van Bede dat
deze Oswald weer een zoon was van Edilwald, Adilwald of Oidilwald, die
voor korte tijd regeerde over Deira totdat hij als verrader te Oswy werd bevonden en
zijn koninkrijk met de omverwerping van Penda in 655 verloor.
De Heilige Adelbert, voldoet dus als zoon van deze Edilwald, wel genoeg aan de voorwaarde
een tijdgenoot van de H. Willibrord [658-738] te zijn geweest.
Volgens dezelfde autoriteit vinden we de naam van Adelbert’s optreden
onder een lijst van predikers die uitgezonden werden naar
de verschillende streken in West-Duitsland in
opdracht van de broedergemeenschap te Utrecht [702].
In deze lijst wordt de plaatsaanduiding Egmons specifiek genoemd als
de plaats waar hij tewerk werd gesteld.
De gehele kwestie wordt echter in twijfel getrokken, omdat de ‘Vita Swiberti’, grote invoegingen bevat, die vervalsingen en onjuistheden bevat.
De Bollandisten weigeren de vaders alle krediet te geven; maar Le Cointe (iv. 204)
geeft ons de mogelijkheid dat alles een gefundeerde waarheid zou kunnen bevatten en
volgt bovenstaande weergave zonder enige aarzeling.

De abdij van Egmond is uiteraard de belangrijkste organisatie, die de nagedachtenis van deze heilige, is toevertrouwd, totdat deze tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 door de Spanjaarden volkomen werd vernietigd [Motley, opkomst van de Nederlandse Republiek, pt. Iii. Ch. 9] .
Maar zelfs in het latere 1709, toen de Bollandisten hun beschrijving van het levensverhaal van de H. St. Adelbert  vastlegden, bleven de dorpelingen van Egmond en omstreken nog steeds de 25e juni als nagedachtenis van hun patroonheilige vasthouden.
Overige schrijvers, zoals Mabillon houden een iets andere datum aan [ca. 740], hetgeen er toe heeft geleid dat in Dr. Smith’s ‘Woordenboek van de christelijke Biografie’ ander data worden gehanteerd. Tanner haalt een ‘Epistolae’ [brief] van Adelbert als nog bestaand aan en
de ‘Epistola ad Herimannum’ [zie Adelbert in de uitgave van Spalding] wordt eveneens,
hoewel zonder toestemming, toegewezen aan deze auteur.

De abdij van Egmond
abdij van EgmondIn 1933 begint de herbouw van het klooster o.l.v. bouwmeester A.J. Kropholler, die
ook het kloostermeubilair ontwerpt.
In 1935 komen monniken uit Oosterhout
de ‘Priorij van Sint Adelbert’ bevolken en
in 1945 beginnen zij een kaarsenmakerij om in hun levensonderhoud te voorzien.
De abdij breidt steeds meer uit en de verheffing tot Benedictijner abdij is in 1950.
Het karakteristieke silhouet van de Sint Adelbert-abdij is
in de wijde omgeving in het landschap te zien.
Op het terrein van de abdij is het sobere kerkhof van de monniken.
Er zijn middeleeuwse putten, bakstenen schuilkelders met gewelven en
een grafsteen van Floris I.
Tussen de abdij en het protestantse kerkje is nog een stukje van een middeleeuwse muur van kloostermoppen.
Bij de abdij behoort tevens een boerderij die sinds 1989 niet meer door de monniken wordt bestierd maar door een boer.
Ook is er een vlindertuin en de stichting Pom beheert een boomgaard met oude fruitrassen.
Over de lange historie van de monniken in Egmond en van hun betekenis valt nog heel veel meer te vertellen.
De Sint Adelbert-abdij is natuurlijk in de eerste plaats
het verblijf van een groep monniken die een sober leven leiden van gebed:
‘Vacare Deo’ [vrij zijn voor God],
een leven volgens de regel van Benedictus.