Orthodoxie & de weg tot het zoon-schap [1]

Horeb, is zoals u waarschijnlijk weet
een andere naam voor de berg Sinaï,
de berg waar God de profeet Mozes en
het volk van Israël heen leidde en
hen Zijn Thora [Zijn instructies] gaf.
Dit was de plaats van de oorspronkelijke Theophanie,
de eerste keer dat het gehele volk Israël [en niet slechts één individu],
de heerlijkheid des HEREN in  donder en bliksemflitsen op de berg
kon aanschouwen.

Maar het volk van Israël kon daar niet eeuwig blijven;
er wachtte hen betere dingen in het beloofde land,
het “land van melk en honing“.
Horeb betekent in het Hebreeuws zoiets als
een droge of een desolate plek“, die voortvloeit uit
de wortel  חרב HRB, wat “droog” is.
Het is een onbewoonbare omgeving en zeker geen plaats
voor een heel volk om er te wonen.
Dus gebood God hen om Horeb te verlaten en
een begin te maken met de tocht die hen naar het land zou voeren dat
Hij hun voorvader Abraham gegeven had.

In het oude testament is de profeet Mozes
een zeer opvallende figuur. Er leefden Grote mannen vóór hem en ook ná hem volgden er velen.
Maar “zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht,
is er in Israël geen profeet meer opgestaan
“. Deut.34: 10
Dat bleef gelden tot zijn eigen profetie werd vervuld:
Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben,
zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren
” [Deut.18: 15].
Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen
de Heer Jezus werd gezonden,
van Wie de Vader zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in
Wie Ik Mijn welbehagen heb;
luister naar Hem!

Matth.17:  5

Wat was eigenlijk het geheim achter het leven van Mozes?
Was het zijn grootheid Prins van Egypte te worden?
Was het zijn kennis van het Egyptische religieuze leven en haar cultuur?
In het geheel niet, zijn leven was als geen ander in het Eerste Verbond [ het Oude Testament een duidelijke typering van de weg tot het zoon-schap.
Hij verwijst in eerste instantie naar de Zoon, Die het ware Israël zou verlossen van
de “vleespotten van Egypte“.
Maar hij verwijst ook naar de zonen Gods, die
“als Zijn gehele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid
bevrijden zal worden hetgeen toegang verschaft aan de vrijheid en
heerlijkheid van de kinderen van God“.
Rom.8: 21

Zo’n Mozes heeft de wereld nodig.
Aan politici, wetenschappers of religieuze leiders is er totaal geen gebrek.
Zij zullen de gigantische problemen niet kunnen oplossen.
Het antwoord is Jezus, de Christus én door Hem de zonen Gods.
Wij weten, dat de hele schepping in al haar leden verzucht en in barensnood is“.
Rom.8: 22
Reikhalzend verlangt de schepping:
de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God“.
Rom.8: 19
Dat klonk als een klok toen Paulus dit opschreef en
dat is zeker ook nu in onze tijd een alom-klinkende waarheid.
Jezus is de Zoon van God, en nog wel “de eniggeboren Zoon
John.3: 16
want in Hem woont geheel de volheid der Godheid lichamelijk” [Col.2: 9].
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van
de eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid
“.
Joh.1: 14

Maar Hij zou ook “de eerstgeborene zijn van veel andere zonen“, die
God “bestemd heeft tot gelijkvormigheid aan Zijn Zoon“.
Rom.8: 29b
Jezus was “het begin, de eerstgeborene uit de doden”, “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15,18], onder
Wie uiteindelijk “alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd wordt samengevat“.
Eph.1: 10

Jezus’ leven was dus niet een éénmalige gebeurtenis van een eenling.
Nee, Zijn geboorte was het begin van de “Opstanding uit de doden” [Col.1: 18].
“Christus als eersteling, vervolgens die van Christus bij Zijn Wederkomst”
1Cor.15: 23, Jac.1: 18 en
uiteindelijk “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15].
Zijn leven was een teken van de weg tot het zoon-schap,
een teken dat Hij de wegwijzer was en is tot de weg die
ook anderen zouden gaan [Isaiah.7: 14 en Luc.2: 34].
Natuurlijk was Zijn Hemels zoenoffer als
Lam Gods voor de zonde van de wereld éénmalig.
Maar op Zijn leven rust geen auteursrecht.
Het dient te worden nagevolgd onder
begeleiding en discipline van de heilige Geest.
Hij is de Zoon van God.
Hij komt met Zijn loon” [Openb.22: 12], met de zonen Gods.
Hij is het Hoofd en zij maken deel uit van Zijn Lichaam [de Kerk].
Net als Jezus de Christus [de Gezalfde] worden ook de zonen op
dezelfde wijze door Gods Geest geleid [Rom.8: 14],
hetgeen zal leiden tot een totale verlossing van de gehele schepping [Rom.8: 19-22].

Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van
de weg tot dit zoon-schap.
Als eerste ging Jezus die weg.
En wie met Jezus Christus is bekleed,
zal eveneens zelf die weg dienen te gaan.
Daarom worden hier enkele gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het leven van Mozes
vergeleken met die uit het leven van Jezus.
Hierdoor zullen wij een beter inzicht krijgen, hoe
God in óns leven van Zich doet spreken, wanneer Hij en hoe Hij óns vrij-koopt
uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam” en wij de weg tot zoon-schap mogen gaan
opgeroepen door een nieuw gezang voor Gods troon door de vier dieren, de oudsten en de losgekochte aardse mensen
in wiens mond geen leugen is te vinden en die onberispelijk zijn“.
Openb.14: 3-5

Voor degenen die zich het pad van het spirituele leven in Christus Kerk begeven
is het niet ongebruikelijk  om een mystieke ontmoeting met God  te ervaren,
een eigen unieke Openbaring als die van de berg Sinaï, een soort Theophanie,
een moment waarbij in het diepste punt van ons wezen de aanwezigheid van God wordt ervaren, de genade van de Heilige Geest.
Dit gebeurt aan het begin van de pelgrimstocht, waarop al snel de “uittocht” uit “Egypte” volgt, dat wil zeggen de tocht door de woestijn anders gezegd de confrontatie met de wereld begint.

Hoogleraar gezondhiedspsychologie Ernst Bohlmeijer [Twente] zegt hierover:
Het verwerven van ‘eudaimonia’ is een van de grootste uitdagingen voor de mens.
Eudaimonia was het antwoord van de Griekse filosoof Aristoteles op de zoektocht naar een ethische leidraad voor een gelukkig leven.
Het betekent letterlijk een goede [εύ, van πνεύμα ] geest [δαίμων, daimon] hebben of
tot ontwikkeling brengen.
In de tegenwoordige tijd zeggen we daarover: ‘Het beste in onszelf naar boven halen‘.
Aristoteles dacht daarbij vooral aan deugden zoals oordeelsvermogen, gematigdheid, eerlijkheid en liefde. Deze zelfontplooiing zou niet ten koste van andere mensen mogen gaan.
De positieve psychologie noemt eudaimonia ‘bloei’.
Bloei is de kunst om een vreugdevol, betrokken en betekenisvol leven te leiden.
We weten allemaal dat het verwerven van ‘eudaimonia’ – hetgeen de Russische
heilige Seraphim van Sarov, het verwerven van de Heilige Geest noemt – niet gemakkelijk is; het verlangt deemoed en doorzettingsvermogen.
Verwaarlozing en geweld in onze jeugd kunnen ons direct op een achterstand zetten.
We leven in een woestijn, een maatschappij met veel competitie en met steeds hogere eisen aan productiviteit. Ten opzichte van vorige generaties is er veel meer vrijheid, worden we gedwongen keuzes te maken, hetgeen beangstigend kan werken.
Een groot deel van onze hersenen stamt uit de préhistorie, inclusief alle tendensen tot bijvoorbeeld vlucht- en vecht-gedrag, tribalisme [voortdurende strijd of collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen gemeenschap (groep)] en een voorkeur voor negativiteit.
Er is veel lijden in de wereld. Dat komt tot ons door de ontwikkeling van de communicatiemiddelen [televisie, computer en mobiele telefoon].
Dit lijden kan ook onze naaste en onszelf opeens treffen. En hoe we het ook proberen te wenden of keren, we
zijn en blijven sterfelijke wezens en vergankelijkheid is
een basiskenmerk van ons leven.
We krijgen de opdracht – mee af te wijken van die wereld [dit tranendal]  en een leven lang in de wildernis op zoek te gaan naar het aan ons allen Beloofde Land en als Christen de volmaakte eenheid met Christus te vinden.
Een leven wat met Christus  in God is verborgen“.
Col. 3: 3

Het is een tijd van leven waarin de voortgang in de richting van het doel misschien een verbeelding [utopie] lijkt, waarbij we net als het volk Israël in de woestijn van de zonde en ongehoorzaamheid dwalen als een generatie die
geen enkele vooruitgang in de richting van het heil maakt.
Toch is dit een test-periode,  de dagen van de wandelroute die beschreven staat:
Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, *
zoals in de verbittering, ten dage van de beproeving in de woestijn“.
Psalm 94 [95]: 8

Velen zijn niet bereid om te vertrekken Horeb.
Zij zijn niet bereid de ontberingen in de woestijn te doorstaan, door
in betoond karakter en een vast Geloof te volharden [Rom.5: 3-5; Jacobus 1: 2-4].
Ze zijn niet bereid met de echte problemen die hen belagen om te gaan,
om een reëel antwoord te bewerkstelligen op de vragen die aan hun geweten knagen en
als gevolg daarvan, verschuilen ze zich achter een muur
van al te extravagante vroomheid, fanatisme, of apathie.

Zowel de geboorte van Mozes in het Oude Testament als
die van Jezus welke wij met Kerst vieren,
gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen.
In beide gevallen trachtte een machthebber
zijn troon te redden door een massamoord. De Farao gaf bevel om alle pasgeboren Hebreeuwse jongens te verdrinken in de Nijl [Ex.1: 22].
Herodes liet in Bethlehem
alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden.
Iets dergelijks staat ook in Openbaringen vermeld.
Daar staat “de grote draak” voor “de barende vrouw“, om “haar kind” [een “mannelijk wezen“, dat
alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf]
te verslinden zodra zij haar kind gebaard had“.
Openb.12: 4-5

Deze gebeurtenissen leren ons éen en diezelfde les:
De satan, de tegenstrever bestrijdt met alle macht
de geboorte van de Zoon.
Steeds weer zien we zijn woede en haat,
maar iedere keer komt God tussenbeide om
de Zijnen in veiligheid te brengen.

Wie is nu dat “mannelijke wezen“, de “zoon“?
We lezen in het Oude Testament, dat Israël zo genoemd wordt.
Zo zegt de Heer: Israël is Mijn eerstgeboren zoon;
laat hem gaan, opdat hij Mij zal kunnen dienen
“.
Exodus 4: 22-23
Er staat ook, dat dit een [vooraf-] “schaduw is van de toekomstige goederen” [Hebr.10: 1].
Tevens dat alles wat het volk Israël overkomen is
gebeurd is als een voorbeeld [voor ons] en het functioneert als zodanig als een
vooraf gegeven, opgeschreven waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is, over hen die door de verderfengel omkwamen“.
1Cor.10: 11 en
Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is
1John1: 1-2

De verlossing van Israël uit Egypte van toen symboliseert de verlossing tot zoon-schap nu.
Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het “mannelijk wezen”, van
Jezus Christus, het Hoofd [van de Kerk] en
van de Christus Zijn [Volk, het] voltallige lichaam van zonen.
Matth.1: 16-17

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
is geboren in het vlees,
het Hoofd [van Zijn Kerk] werd als eerste geboren.
De volledige [Open]baring van het hele zonen-lichaam moet nog komen [Op.12: 5].

En vrouwelijke gelovigen dan?
Zijn er in dit “mannelijke wezen” ook dames?
Eigenlijk zouden we ook kunnen vragen of er ook mannen zijn die zich ‘bruid’ kunnen noemen, of
zoals in Babylon, de ontuchtige, de Hoer.
Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk:
>  natuurlijk wel!
Het gaat er in de Bijbel niet om, of iemand van
het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is, zoals de feministen ons doen voorkomen,
maar of iemand mannelijk [= geestelijk] is of vrouwelijk [= een innerlijke gevoel, een mensenziel bezit].
De mens heeft namelijk zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant in zich.
Iedereen heeft mannelijke èn vrouwelijke hormonen.

In een man overheersen de mannelijke, in een vrouw de vrouwelijke hormonen.
Met de innerlijke mens is het net zo:
innerlijk mannelijk [= geestelijk] èn vrouwelijk [= bezit een mensenziel].
In de één overheerst het “mannelijke”, in de ander het “zielse”.
God is echter één, is volmaakt in balans [Jac.2: 19].
En toen Hij Adam schiep naar Zijn beeld en gelijkenis,
was deze mannelijk-vrouwelijk [Gen.1: 27b letterlijk].
Ook Adam kende de harmonische eenheid en
het volmaakte evenwicht tussen “mannelijk” en “vrouwelijk“.
Hij was ook één.

Ook Jezus kende dit innerlijke evenwicht.
Hij handelde nooit in een ziel-bewogen opwelling, op menselijke initiatief of uit medelijden. Hij, de Zoon van God,
kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen;
want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo
“.
John.5: 19
Hij liet Zich leiden door Gods Geest. Hij was innerlijk één.
Vandaar dat “de onreine geesten zich voor Hem neer wierpen,
telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God
“.
Marc.3: 11

De meeste gelovigen kennen deze innerlijke harmonie niet.
Ze zijn innerlijk verdeeld. In hen overheerst het zielse,
welke bevrediging zoekt voor het vlees [Col.2: 23].
Zij proberen de boventoon te voeren door anderen [naar beneden] te [onder]drukken.
De ziel wil namelijk bezitten – hebben > zij begeert.
Ze zoekt meer de zegeningen dan dat zij door hun gedrag de Gever zegent.
Maar de volgelingen van het Lam leren deze innerlijke harmonie wel kennen.
Hun eigen ziel is tot rust en stilte gebracht;
Ik houd mij niet op met grote dingen; *
noch met wat te wonderbaar voor mij is
“.
Psalm 130 [131]: 2
Het zijn zonen, die maagdelijk zijn [Openb.14: 4].
Ze zijn mannelijk-vrouwelijk. Geest en ziel zijn volkomen in balans.
Daarom doen ze “Goud van zich uitvloeien“;
Wat betekenen de twee olijftakken, die
door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
“.
Zacharia 4: 12
Naar hen dient geluisterd te worden.
Niet naar mensen, in wie het zielse overheerst.
Die moeten, als innerlijk vrouwelijken,
‘zwijgen’ in de gemeente,
want het is haar niet vergund te spreken,
maar zij moeten ondergeschikt blijven,
zoals ook de wet zegt
“.
1Cor.14: 34

“‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad [land]’, ‘onder zijn verwanten en geloofsgenoten'”. [Marc. 6: 4]
Eenieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar eenieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht,
de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij met de heilige engelen
komt in de heerlijkheid van Zijn Vader
“.
Marc.8: 35-38
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Marc.  4: 9

Het doel van dit schrijven is om bijstand te bieden aan
degenen die de berg Horeb afdalen om de woestijn in te gaan en werkelijk de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan door Christus te volgen en Goddelijke wegen te bewandelen.
Moeilijke vragen niet te omzeilen door enkel naar anderen te wijzen, werkelijk om te gaan met de moeilijke kwesties die we in de “woestijn” van het geestelijk leven tegenkomen.
De pijnlijke vragen die ons beangstigen,
problemen die we omzeilen teneinde niet
met eigen onvermogen geconfronteerd te worden.

We dienen dit te doen vanuit het primaire perspectief dat de Bijbel ons biedt, die prachtige complexe en vaak verontrustende verzameling van teksten die we de Heilige Schrift of de Blijde Boodschap noemen.
Daarbij kunnen we ons niet verschuilen achter een vals gevoel van veiligheid
en de Bijbel rooskleuriger laten schijnen dan zij is
zonder ons aandeel in de problemen te benoemen.
We dienen met onszelf de frontale confrontatie aan te gaan
met alle instrumenten die de moderne wetenschap ons biedt.

Wij dienen, net als de Israëlieten,
de Egyptenaren hun macht te ontnemen” en in elk opzicht Christus te dienen gebruik makend van de moderne wetenschap.
Met de moderne wetenschap welke door de kerkvaders  Hermeneutiek [Grieks: ἑρμήνευειν; ‘uitleggen’, ‘vertalen’] genoemd werd en wij zullen daardoor
Christus de Logos Immanuel ontmoeten zoals Deze met het toekomstige Kerstfeest gevierd wordt.

Iedereen is welkom in aanwezigheid tot onze Heer.
Het vereist slechts een verlangen om God te kennen en
een gewillige geest om in Zijn aanwezigheid te vertoeven.
God laat iedereen vrij in z’n keuze en
heeft iedereen een kleine mate van geloof gegeven, dus
laten we het kleine beetje geloof wat we in Christus hebben uitbouwen en
tot de onze maken en laten wij ons daarmee voorbereiden op Zijn komst en
Hem de eer geven die Hem toekomt, in eenheid met de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.

Een goede Philippus-vasten toegewenst.