Orthodoxie & Vergeving van onvolkomenheden

Want levend en krachtig is het Woord van God en
scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar
ziel en geest, been en merg elkaar raken en
het is in staat de opvattingen en gedachten van
het hart te ontleden
“.
cf. Hebr. 4 : 12

Isaiah, een dienaar van de Heer
was al op leeftijd.
Om hem heen werd
het leven ondraaglijk en gewelddadig:
In zijn eigen land,
waren de mensen onderling in conflict en
in landen om hem heen dreigde er een [wereld-]oorlog.
Maar Isaiah gelooft met hart en ziel dat
deze dingen niet kunnen voortduren
zonder dat God te hulp zal komen en
de mensen de vrede weer zullen oppakken;
al het vertrouwde weer zullen herstellen en opbouwen. Hier volgt wat hij profeteerde:
Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en
de panter zich neerleggen bij het bokje;
het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn,
en een kleine jongen zal ze hoeden;
De koe en de berin zullen samen weiden,
haar jongen zullen zich tezamen neerleggen en
de leeuw zal stro eten als het rund;
Dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en
naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.
Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op geheel mijn heilige berg, want
de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals
de wateren de bodem der zee bedekken“.
Isaiah 11: 6-9

Zolang een mens zichzelf in het middelpunt stelt,
zal hij zijn medemens niet kunnen vergeven;
zijn gekwetste ego laat dit niet toe.
Echter, wanneer de mens zich bekeert en
besluit om God in het centrum van zijn leven te plaatsen, dan wordt hij in staat gesteld hen, die hem bedroefd en benadeeld hebben door hem onrechtvaardig te behandelen, te vergeven.

We dienen onszelf te bevrijden van
wraakgevoelens en een harde opstelling,
want ons egoïsme overheerst ons,
ja tiranniseert onze ziel.
Om deze reden, leerde Christus ons om onophoudelijk de vergiffenis van God te zoeken,
met als voorwaarde dat wij aan anderen hun schuld ten opzichte van onszelf vergeven.

Volgens de Heilige Johannes Chrysostomos,
kon de Heer ons best vergeven zonder van tevoren enige voorwaarde te stellen en te verwachten dat wij op onze beurt onze medemensen zouden vergeven.
Echter, op deze manier, laat Hij ons nog duidelijker kennis maken met Zijn overgrote Liefde . . . . . ,
Hij verwacht van ons dat we in deze
profiteren van een dergelijke opstelling,

waardoor er ontzaglijk veel mogelijkheden
aan vriendelijkheid en naastenliefde
worden geopend.

Dit biedt namelijk het perspectief om
uit jouw liefdeloos gedrag en opkomende woede lessen te trekken en je met je medemens te verbroederen“.
Het is overduidelijk dat wrok en vijandigheid je van je broeder of zuster zal vervreemden
die eveneens lidmaat is van het Lichaam van Christus en
waarvan je allebei afhankelijk bent.
Met vergeving van zonden en verzoening, wordt je weer verenigd en
herstel je de gebrokenheid.
Hoe kunt je als ledemaat gescheiden worden van je totale lichaam?
Alleen als je niet langer lidmaat bent van het Lichaam van Christus of
als je een afgestorven lichaamsdeel van Hem bent, zul je je broeder of zuster
niet langer als verbonden met Christus ervaren.

De Christen die het gebed des Heren [het Onze Vader] bidt leeft gericht op God,
leeft naar het voorbeeld van de Hemelse Vader.
Aangezien God vergeeft, vergeeft de Christen ook.
Zo niet, hoe kan hij dan in hemelsnaam vragen ​​om hem te vergeven,
zonder dat hij de kleine vergrijpen van zijn broeders kan kwijtschelden?
Hij zou de gewiekste dienaar in de bekende parabel zijn
die het bedragje van een collega-bediende niet kon kwijtschelden,
terwijl zijn Genadevolle Heer hem zijn eigen, enorme schulden had ontheven.

Dit verzoek helpt ons een nederige geest te behouden, omdat
het ons niet alleen herinnert aan onze eigen zondigheid, maar
ook aan de zondigheid van de gehele menselijke natuur.
De Heilige Gregorius van Nyssa verwijst heel duidelijk naar de zondigheid van de menselijke natuur, wanneer hij zegt:
Laat ons vanaf dit ogenblik eens beginnen,
de zonden van die mens ten opzichte van God eens op te tellen.
Allereerst is deze mens schuldig en verdient hij het door God berispt te worden,
want hij heeft zich vervreemd van zijn Schepper,
trok op met Gods vijand door zich van Hem te verwijderen en
onverkwikkelijk ten opzichte van zijn eigen Heer.
Ten tweede, omdat hij zijn onafhankelijke vrijheid inwisselde door de dodelijke slavernij van de zonde en koos hij zonder erbij na te denken voor de kracht van de vernietiging,
in plaats zich in Gods nabijheid te blijven.
Is er geen groter onrecht dan niet langer de schoonheid van de Schepper voor ogen te houden en in plaats daarvan je aandacht te richten op de hoedanigheid van de zonde?Wat voor straf moet er worden opgelegd voor
de minachting van de Goddelijke kledij [je bent immers met ‘Christus’ bekleed] en
in plaats daarvan geef je gedachtenloos de voorkeur aan de verlokkingen
die door de duivel worden aangeboden?
Die andere mens zou toch eveneens jouw ontelbare misdaden kunnen oprakelen?
De vernietiging van het beeld en het vernietigen van het Verbond, welke wij
bij onze eerste schepping al hebben meegekregen.
Het verlies van de drachme en het vertrek uit het vaderlijke huis [verloren zoon].
De overgave aan het smerige leven tussen de varkens en de verspilling van de kostbaar verkregen rijkdom en alle andere soortgelijke misdaden die we in de Blijde Boodschap tegenkomen en die we zonder erbij na te denken zo kunnen opnoemen.
Aangezien het menselijk ras schuldig is aan dergelijke misdaden tegen God zou het
om deze reden straf verdienen.
Ιk denk dat het Woord [Logos] ons voedt met de woorden van het gebed [het Onze Vader].
Hij leert ons om geen slag om de arm te nemen in ons gesprek met God,
alsof we allemaal een schoon geweten zouden bezitten,
zelfs indien er ook maar voor zover mogelijk, een mens zou rondlopen, die
vrij is van menselijke zonden
“.
Gregorius van Nyssa, Homilie over het Gebed.

Lees op een rustig ogenblik eens:
Isaiah 60: 1-22 ;   Isaiah 61: 1-11 en
Isaiah 62: 1-12;
in deze drie hoofdstukken, geeft Isaiah ons
een vooruitblik op de toekomstige heerlijkheid van het Nieuwe Jeruzalem.
God zal behagen stellen in Zijn volk.
Zijn Volk zal blinken als een baken van deemoed en rechtvaardigheid
[als voorbeeld voor de mensheid], hetgeen aanduidt dat alle volken zich voor de Heer, onze God zullen neerbuigen.
Jezus Christus, onze Heer heeft uit Jesaja 61: 1-2 geciteerd, toen
Hij Zichzelf identificeerde als de Messias, Die door God is gezonden:
Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen;
om aan gevangenen bevrijding te verkondigen;
aan blinden het gezicht terug te geven,
om gebrokenen in vrijheid heen te zenden“.
Luc.4: 18,19.

Ware levensbeschouwing of geloofsovertuiging bestaat niet uit het aanschouwen van rituelen; als het vasten en het brengen van [slacht-]offers,
in brandoffers stelt God immers geen behagen.
Onze Heer en God eert zaken als een berouwvolle geest en een vermorzeld en nederig hart, gehoorzaamheid aan Zijn geboden en dat wij anderen met rechtvaardigheid, eerlijkheid en respect behandelen. Doe met de Heer goed in welwillendheid aan Sion;
dan zullen de muren van het Nieuwe Jeruzalem weer opgebouwd worden.
cf. Psalm 50; Isaiah 58: 1-14 en Amos 5: 18-27