”Weest ook gij uitgebreid”, een kostbaar geschenk


+ Bp. Basil (Essey) van Wichita

 

In de Orthodoxe Kerk is de Heilige Schrift altijd gelezen in de context van het leven en onderricht van haar heilige ledematen. Gewoonlijk wordt aan hen gerefereerd als ‘de heilige Vaders’ daar zij, als waarachtige vaders, ons onderrichten en opvoeden door hun levenschenkende woorden en hun levend voorbeeld. In het leven van de Kerk betekent daarom het woord ‘traditie’ allereerst het overdragen van het waarachtige leven – zowel als de weg daartoe – door hen die ons zijn voorgegaan.

Zulk een lijn der Traditie in onze dagen ontspringt aan de persoon van de heilige Silouan de Athoniet (1866-1938), wiens leerling, archimandriet Sophrony (1896-1993), geroepen was diens woord bekend te maken aan allen die dorsten naar het goddelijk leven. En zijn geestelijke kinderen streven ernaar op hun beurt de rijkdommen die zij ontvangen hebben met anderen te delen. Eén van hen is archimandriet Zacharias, monnik van het klooster van de H. Johannes de Doper te Tolleshunt Knights (Essex, Engeland), dat gesticht werd door oudvader Sophrony. Na zijn dissertatie over de theologie van zijn geestelijke vader heeft hij vele voordrachten gehouden, waarin hij ons bekend maakt met de geestelijke Schatkamer van de Orthodoxe Traditie.

Het boek “Weest ook gij uitgebreid” is gebaseerd op een serie voordrachten, gehouden in de Verenigde  Staten van Amerika in A.D. 2001, ter introductie op de theologie van de heilige Silouan en oudvader Sophrony. Twee aanvullende lezingen tonen de essentie van dit onderricht, zoals dit wordt uitgedrukt in de weg van het monnikschap – niet alleen voor degenen die dit specifieke pad willen volgen, maar ook als voorbeeld en inspiratie voor allen die ‘in de wereld’ leven.

ENKELE CITATEN:
Toen de zalige oudvader en stichter van ons klooster, vader Sophrony, nog mét ons was, zochten sommigen van ons, zijn monniken, gretig naar een aanleiding – “gelegen of ongelegen” – om hem te bezoeken en zijn woord te horen. Ieder contact met hem was een bron van inspiratie, en een opening naar nieuwe horizonnen in ons leven.

De Oudvader woonde in een klein huisje aan de rand van het kloosterterrein. In zijn laatste jaren was hij door ouderdom aanzienlijk verzwakt, en af en toe sliep hij, gezeten in een leunstoel. Vaak gebeurde het, dat in onze contacten en gesprekken met de mensen die ons bezochten, een vraag of probleem naar voren kwam, en wij snelden dan naar onze Oudvader om van hem het juiste antwoord te vragen, en dit vervolgens over te brengen aan de desbetreffende pelgrims. Soms vonden wij hem in slaap. Dan schudden wij zachtjes aan zijn leunstoel en wekten hem. En wij legden hem de vraag voor die gerezen was. Hij opende dan zijn ogen, en vrijwel onmiddellijk vloeide het woord van zijn lippen. Het was een verbazingwekkende en wonderbaarlijke gebeurtenis. Zijn stem kwam ‘van de andere kant’, van de hemel. De genade in zijn woorden doordrong en overtuigde op onweerstaanbare wijze het hart, niet alleen dat van ons, maar ook de harten van hen die de wil van God hadden gezocht, en aan wie wij zijn woord overbrachten.

Het grote wonder dat op mij (levend in de nabijheid van vader Sophrony) meer indruk maakte dan wat dan ook, was het woord van God dat uit zijn mond kwam, en de energie van de genade waarmee het geladen was. Wij waren getuige van zoveel wonderen wanneer hij voor mensen bad, en geen van ons hechtte daar veel belang aan, omdat hijzelf daar geen aandacht aan schonk. Maar wat ons werkelijk van verbazing versteld deed staan, was het woord dat uitging uit zijn mond…
+ uit hfst.1, De heilige Silouan de Athoniet en zijn leerling, oudvader Sophrony

Wanneer het de Godheid welbehagelijk is
Zich te verenigen met het menselijk wezen,
dan wordt de mens in zichzelf
de aanwezigheid van de Goddelijke kracht gewaar,
die hem transfigureert en hem Godgelijk maakt,
niet alleen als vermogen, “naar Zijn beeld”,
maar ook als werkzame energie, “naar Zijn gelijkenis”.
+ Archim. Sophrony (geciteerd door Bp. Basil voorafgaand aan de tweede voordracht)

Voor ons Christenen is er niets dat boven Christus uitgaat. Voor ons is Christus de absolute God en de volmaakte mens. Hij zeide: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.” En het is zeer belangrijk voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te kennen.

De weg is Christus Zelf, en als wij de weg kennen, en onszelf op deze weg plaatsen, dan – daar Hijzelf de weg is – wordt Hij onze medereiziger, onze metgezel; dan verbindt Hij Zichzelf met ons, zoals Hij bij Lukas en Cleopas kwam op de weg naar Emmaüs. Hijzelf is de Waarheid, zowel goddelijk als menselijk. En wanneer wij deze waarheid kennen, dan worden wij waarachtig – in twee opzichten: In de eerste plaats kennen wij de Waarheid, dat is, Christus Zelf, en wij aanbidden Hem in Geest en in waarheid. En tegelijkertijd beginnen wij ook de waarheid te kennen over onszelf, de waarheid van onze volstrekte armoede; en zo staan wij vóór Hem in ontzag en eerbied, en vervullen onze dienst aan Hem. Hij is ook het Leven Zelf, en zonder deze gave des levens te kennen, die Hij op aarde gebracht heeft, blijven wij in troosteloze verlatenheid – zoals Hij zeide: wij “sterven in onze zonden”. Als wij echter Zijn gave kennen, dan weten wij dat het de gave van het leven is, ja zelfs, van leven “in overvloed”. Dus Christus is de Weg, en het is voor ons van levensbelang deze weg te kennen.

Hoe heeft Christus deze weg op aarde getoond? Hij heeft deze getoond door neder te dalen, van de hemel tot de aarde; en nog zoveel te meer, door neder te dalen tot de “nederste delen der aarde”. Dat wil zeggen, Zijn weg is een nederige weg. Hij is een nederige God, en Hij weet Zijn leven “neer te leggen voor Zijn vrienden” – want als God heeft Hij de macht dit weer op te nemen.

Wij zijn allen geschapen “naar het beeld en de gelijkenis” van God. Hiermee heeft God, vanaf het allereerste begin, in ons het vermogen gelegd Hem te kennen, en dat ten volle – want Hij heeft ons in staat gesteld de openbaring van het Evangelie te ontvangen, die zou komen in Zijn eniggeboren Zoon. Maar uiteraard kennen wij de tragische gebeurtenis die plaatsvond: De mens werd afvallig en verwijderde zich van de levende aanwezigheid van God. Maar God verliet de mens niet. En de mens, in zijn diepste wezen, vergat nimmer dat zijn oorsprong in God is. Hij heeft altijd het ingeboren verlangen gehad naar rechtvaardigheid, naar gelijkheid, naar vrijheid van geest. Doch door de tragische gebeurtenis van de Val zien wij in de ervaring van ons aardse bestaan, dat er géén rechtvaardigheid is; er is geen gelijkheid; er is geen vrijheid van geest.

En deze monsterlijke ‘empirische bestaansvorm’, die onze wereld is, heeft de vorm van een pyramide. De machtigen der aarde zitten aan de top van de pyramide, op de schouders van degenen onder hen; er is geen gelijkheid, en de sterken overheersen de zwakken. Maar dit is niet zoals God het bedoeld heeft. God wilde, dat wij allen gelijk zouden zijn voor Gods aanschijn, en daarom heeft Hij ons allen dezelfde geboden gegeven. Dát is het teken van onze gelijkheid voor God. Elk van ons moet ze in zijn eigen leven toepassen, maar Hij heeft aan ieder van ons dezelfde geboden gegeven.

Zo worden wij dan geconfronteerd met deze monsterlijke pyramide van het empirische bestaan van deze wereld, waarin de machtigen der aarde hun gezag doen gelden, zoals de Heer zegt – en zij worden zelfs “weldoeners” genoemd. “Doch alzó zal het niet zijn onder u”, zeide Hij, maar “indien iemand de eerste wil zijn, die zal de laatste zijn van allen, en de dienaar van allen”. Dus de Heer heeft deze pyramide omgekeerd, zoals vader Sophrony zegt, om deze misvorming van de wereld te genezen, en Hij heeft Zichzelf aan het hoofd geplaatst van de omgekeerde pyramide. Hij is nedergedaald tot het laagste punt daarvan, dat wil zeggen, Hij ging tot de diepste afgrond van de Val van de mens, en Hij nam op Zich de ‘last’ van de gehele wereld, het volledige gewicht van de pyramide.

Vanaf dat moment, wie zou vóór Hem kunnen staan om Hem te oordelen? Hij heeft God gerechtvaardigd, maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Hij heeft God gerechtvaardigd, door Zijn liefde te tonen, een liefde “tot het einde” – die “grotere liefde”, die niemand heeft zoals Hij, zoals de Heer zegt in het Evangelie. En in gehoorzaamheid aan het gebod van God de Vader, heeft Hij Zijn leven neergelegd voor de wereld. Wie kan sindsdien met God in het oordeel treden? Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons overgeleverd. Zal Hij ons, “mét Hem, niet ook álle dingen schenken?” zegt de Apostel.

Maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Want Hij heeft een pad voor ons afgetekend. Hij heeft ons op aarde een weg getoond – de Weg, waarvan de profeten hebben gedroomd en gesproken. Deze weg, die Hij op aarde getoond heeft door Zichzelf onderaan de omgekeerde pyramide te plaatsen, is de weg naar beneden, de weg van de nederdaling. Door deze weg te tonen, heeft Hij de mens gerechtvaardigd; Hij heeft hem een voorbeeld gegeven. Als de mens Zijn weg volgt, dan zal God de Vader hem ontvangen als Zijn zoon. En God zal tot iedere persoon dezelfde woorden herhalen, die Hij sprak tot Zijn eniggeboren Zoon: “Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt,” en “Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb”. Hij zegt hetzelfde tot ons allen, die het pad van Christus volgen en ‘omlaag gaan’, om Hem te ontmoeten op het laagste punt van de omgekeerde pyramide. God heeft Zijn liefde voor de mens getoond door op aarde de weg van Zijn Zoon te tonen. En de mens, op zijn beurt, toont zijn liefde voor God wanneer hij deze weg volgt – de weg der nederigheid.
+ uit hfst.9, De weg van Christus

Deze recente uitgave is nu ook verkrijgbaar in de Nederlands taal
en rechtstreeks te bestellen via:
Uitgeverij Orthodox Logos, Tilburg, NL
ISBN/EAN: 978-90-818718-7-7
Paperback, 320 pag. / €18,56 (incl. BTW),
danwel via uw plaatselijke boekhandel onder vermelding van bovenstaande boekgegevens.

Fantastisch vertaald uit de oorspronkelijke talen (Grieks & Engels)
door A. Arnold-Lyklema, Cyprus.
– Griekse editie: «Πλατυσμός της καρδίας»
– Εngelse editie: «THE ENLARGEMENT OF THE HEART»
Be ye also enlarged” [2 Corinthians 6:13]
in the Theology of Saint Silouan the Athonite and Elder Sophrony of Essex