Zondag, de dag van de Heer

De Goddelijke Liturgie
begint bij de aanvang van de ene eredienst en
eindigt bij het begin van de volgende [dienst].
met andere woorden is
een onafgebroken dienst aan God.

De sabbat
Toen God de Hebreeën in het vierde gebod van de Tien Geboden het
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt” voorschreef
gaf Hij ook de reden hiertoe aan:
Want in zes dagen heeft de Heer hemel en aarde gemaakt,
de zee, en alles wat zich erin bevindt en
Hij rustte op de zevende dag.
Daarom zegende de Heer de sabbatdag en heiligde die
“.
Ex.20: 8,11; cf. Gen.2: 1-3

De Profeet Mozes bewerkt de Tien Geboden in Deuteronomium 5 en
hij voegde er nog een andere reden aan toe:
Vergeet niet, dat je een dienaar bent in
het land van Egypte, en
de Heer, uw God,
zal u van daar door een sterke hand en
een uitgestrekte arm wegleiden;

Daarom heeft, de Heer, uw God, bevolen om de sabbatdag te bewaken en te heiligen“.
Deut.5: 15

De Hebreeën werden opgeroepen om zich van werken “te onthouden” [Ex.20: 8],
en haar “behoeden” – in acht nemen [Lev.19: 3, 30], en
de sabbat te “heiligen” ofwel te “zegenen” [Jer.17: 19-27; Ez.20: 19,20; Neh.13: 15-22]
door te rusten van bijna elk soort werk.
God verwachtte deze wekelijkse heiliging van de tijd om hen Zijn geweldig scheppingswerk en haar wonderbaarlijke verlossing uit Egypte te doen overwegen.
Deze omschrijving van de sabbatviering betekende voor de gelovigen een van de belangrijkste manieren waarop God de mensen opdracht gaf
de verbintenis met Hem te versterken.
Ex.31: 12-17 [zie Lev.24: 8]
Oorspronkelijk werd het houden van een gezamenlijke eredienst
niet gekoppeld aan de sabbat; echter waarschijnlijk is met de ontwikkeling van de synagoge tijdens de ballingschap in Babylon [6e eeuw vóór Christus],
de sabbat de samenkomst dag als viering in de synagoge geworden,
zoals het heden te dage voor Joden nog steeds geldt.

Zondag, dag van aanbidding
In het vroege christendom bleven de Joodse christenen de Sabbat in acht te nemen en hielden hun diensten op de sabbat [Hand.13: 13-15, 42-44, 18: 1-4].
Maar ze ontmoette elkaar ook voor de viering van de Goddelijke Liturgie op zondag [Hand.20: 7; 1Cor.16: 1-2],
welke “de dag des Heren” werd genoemd [Openb.1: 10],
omdat Jezus op een zondag is opgestaan.
De Heilige Ignatius van Antiochië bevestigt [± 107 na Christus] dat de zondag
de belangrijkste dag van aanbidding voor de vroege kerk was:
Ze hebben de sabbat losgelaten en
stellen daar nu de dag des Heren voor in de plaats
– de Dag, waarop het leven voor ons het eerst aanvangen,
dankzij Zijn Opstanding uit de doden“.

De Heilige Constantijn de Grote respecteerde als eerste Christelijke keizer deze gewoonte en gaf in 321 opdracht Christus Opstanding elke zondag te vieren,
waarmee elke zondag een heilige dag
zou worden.
Orthodoxe Christenen beschouwen
de zaterdag nog steeds als de sabbat,
de dag waarop de Kerk al
de martelaren en gestorvenen gedenkt,
omdat Christus op Grote en Stille Zaterdag in het graf rustte.

Zondag, de achtste dag
Naarmate de dag nà de zevende dag [toen God na Zijn zes dagen van de Schepping uitrustte] en de dag van Christus als Opstandingsdag werd gezien
werd op een mystieke wijze onder christenen de zondag als de “Achtste Dag” beschouwd.
Het was immers de dag  die “buiten de natuur en de tijd” stond [MaxCon],
het begin van een totaal andere wereld” [Barn].
Of je het nu die bepaalde dag,
of dat je het ook als de eeuwigheid kunt benoemen,
je duidt hetzelfde idee aan“[Basilius de Grote].

Heel toepasselijk, in de week na het Pascha [Pasen], de Lichte Week genoemd,
en viert de Kerk gedurende acht dagen het Pascha, net alsof het een doorlopende dag zou zijn.
Overeenkomstig de traditie krijgen baby’s op de achtste dag na de geboorte hun naam.
En werden vroegchristelijke doopkapellen met acht zijden gebouwd,
Omdat ze voor ogen hadden dat de nieuw gedoopte het rijk van de achtste dag betrad,
de dag van de eeuwige rust in het ‘hemelse Koninkrijk’ welke
Christus ons in het vooruitzicht heeft gesteld.
Hebr.4: 1-11

Liturgisch gezien begint de zondag met de eerste Vespers van de zondag
namelijk op zaterdagavond en eindigt de zondag met de 2e Vespers op Zondag.
Vanaf het Vaticaans Concilie is dit voor de rooms-katholieke kerk de voornaamste reden geweest om de zondagse eucharistieviering
’s avonds voorafgaand aan de zondag te gaan vieren.
Persoonlijk ben ik van mening dat God overal en onafgebroken en
iedere dag geëerd dient te worden; iedere dag, die God geeft [zoals mijn moeder, het regelmatig noemde] ongeacht wat de agenda aangeeft.

We vervallen terug tot ‘de heidense, prehistorie periode’
De Raad van Kerken in het Midden-Oosten Raad [de MECC]
– een regionale oecumenische orgaan waarvan de leden uit onder meer
Rooms-Katholieke, Orthodoxe en Protestantse kerken afkomstig zijn
– heeft in een verklaring een oproep aan de internationale gemeenschap gedaan:
om gedurfde initiatieven te nemen en zich tegen” aanvallen op Christenen in het Midden-Oosten te verzetten .
De Raad van Kerken heeft “gelovigen van alle religies en mensen van goede wil
opgeroepen tot God te bidden
om op te komen voor de redding van die mensen in het Midden-Oosten,
met name de Christenen die zwaar te lijden hebben en als schapen naar de slachtbank worden gevoerd om te worden afgeslacht en dat zij niemand om zich heen hebben
hun recht op gerechtigheid en genade en hun leven verdedigt“.
Dit betekent dat we niet alleen lijfelijk verzet bieden tegen extremisme
[welke ook binnen het Christendom voorkomt] maar respect tonen voor
iedere vorm van religie – een mens heeft er namelijk niet om gevraagd in
welke nest hij werd geboren.
Respect en belangstelling voor elkaars achtergrond doet in deze wonderen.

De Dag des Heren is in het Christendom is over het algemeen zondag,
een dag waarop men zich voor de gezamenlijke eredienst[en] bijeenkomst verzamelt.
Het wordt door de ‘meeste’ Christenen beschouwd als
de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Jezus Christus,
van Wie in de Canonieke Evangeliën wordt gezegd
dat Hij uit de dood is opgestaan vroeg in de morgen op de eerste dag van de week en
dat de Kerk hiervan getuigt.
o.a. Openb.1: 10

In het vroege Christendom ontmoetten
de gelovigen elkaar op een zondag
rond “het breken van brood” hetgeen in het boek Handelingen van de Apostelen
wordt aangehaald [Hand.20: 7].
Kerkvaders [uit de 2e eeuw zoals Justinus Martelaar] getuigen van de wijdverbreide praktijk van de zondagsviering [1e Apologie, hfdst. 67],
tevens dat het in 361 AD een gemandateerde wekelijkse gebeurtenis is geworden.
Dit houdt niet in dat we tijdens iedere maaltijd die wij gewoon zijn te houden
de Heer niet dankzeggen voor de goede gaven die Hij ons doet toekomen
in het Grieks, “κατά κυριακήν δέ κυρίου”,
betekent letterlijk “Op de Heer van de Heer”,
oftewel wanneer we maar samenkomen óf elkaar ontmoeten
doen we dat met God voor ogen.

Zelfs heidenen, die in God [Christus] geloven en
berouw tonen over de zonden die zij hebben begaan,
zullen deze erfenis ontvangen, samen met de Patriarchen en Profeten
en het gewone volk welke eveneens van Jacob afstamt,
zelfs wanneer ze de sabbat niet in acht nemen,
noch besneden zijn, noch de feesten in acht nemen
“.
Justin [Martelaar] – “de dialoog met Trypho”.

Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid,
uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot
een verbond voor het volk,
tot een licht der natiën:
Om blinde ogen te openen,
om gevangenen uit de kerker te leiden,
uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
“.
Is.42: 6,7

Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het volk, baant, baant de weg,
zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog
boven de volken.
Want de Heer doet het horen tot het einde der aarde:
Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt;
zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit.
En men zal hen noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden:
Begeerde, Niet verlaten Stad.
Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht?
Ik ben het, die in Gerechtigheid spreek, Machtig om te verlossen.
Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt?
Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij,
Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid;
toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.
En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun.
Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij.
En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen
“.
Is. 62: 10-12 Is.63: 1-6