de Vastenperiode van de Apostelen

De apostelvasten vindt plaats op de maandag na de zondag van Allerheiligen [de zondag na Pinksteren], en duurt tot het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus,
welke plaatsvindt op 29 Juni volgens de kerkelijke kalender [12e Juli, de werelddatum].

Het vasten en de onthouding gedurende de Vasten van de Apostelen is minder streng dan die gedurende de Grote Vasten:
We onthouden ons de gehele vasten van het eten van vlees en zuivelproducten.
De kerkvoorschriften bepalen tevens dat, op maandag, woensdag en vrijdag tijdens de Apostelvasten, we ons onthouden van het nuttigen van vis, wijn en olie;
op de andere dagen van de week, dinsdag en donderdag, onthouden we ons van het eten van vis. Het eten van vis is toegestaan ​​op zaterdag en zondag en op gedenkdag van bepaalde grote heiligen, zoals op het Feest van de Geboorte van Johannes de Doper [7e Juli].

Vasten bestaat niet alleen uit het onthouden van bepaalde levensmiddelen, maar behelst ook het minimaliseren van de hoeveelheid eten.
Dit houdt niet in slechts een maaltijd te nuttigen, maar gewoon niet teveel  te eten.
De beoefenaar is verkeerd bezig, wanneer hij een bepaalde tijd [op een maaltijd] wacht, maar zich vervolgens ten tijde van de maaltijd te buiten gaat en lichaam en geest met onverzadigbare eten vol-stopt.

Het draait om de verhouding tot hoe het lichaam van de onthouder dun en licht wordt, zodat het spirituele leven zich perfectioneert en
zich op prachtige wijze openbaart.
Dan komt de ziel tot ontplooiing als in een onstoffelijk lichaam.
Vleselijke gevoelens worden uitgeschakeld en
de geest welke van de wereld wordt bevrijd,
stijgt op naar hemelse gewesten en wordt volledig in de contemplatie van de spirituele wereld ondergedompeld.
Elke dag dient men zich erop toe te leggen net genoeg voedsel tot zich te nemen om het lichaam de mogelijk te bieden, kracht op te doen om een vriend en helper van de ziel te blijven in het uitvoeren van de deugden.
Anders zou men met een uitgeput lichaam ook de ziel verzwakken
“.
cf. Seraphim van Sarov

Het vasten en onthouden is de moeder van het welbevinden;
de vriend van eerbaarheid en
de partner van deemoedigheid

[ziekten vinden vaak hun grondslag door het teveel tot zich nemen
van een wanordelijke en onregelmatige voeding].
Heilige Simeon, de Nieuwe Theoloog

De vasten van de heilige apostelen is zeer oud en dateert uit de eerste eeuwen van het Christendom.
We hebben de getuigenis van de Heilige Athanasius de Grote, Heilige Ambrosius van Milaan, de heilige Leo de Grote en Theodoretus van Cyrrhus die hier betrekking op hebben.
De oudste getuigenis over de apostelvasten wordt ons overgeleverd door de Heilige Athanasius de Grote [† 373].
In zijn brief aan keizer Constantijn welke handelt over de onderdrukking door de Arianen, schrijft hij: “In de week na Pinksteren, heb ik gelovige christenen waargenomen die vastend naar de Kerk gingen om er te bidden“.
De Heer heeft ons dit voorgehouden“,
zo zegt Ambrosius [† 397],
dat zoals we gedurende de veertig dagen aan Zijn Lijden deelachtig zijn geweest, we ons derhalve ook dienen te verheugen over Zijn Opstanding gedurende de periode voorafgaand aan Pinksteren.
We vasten niet tijdens deze periode tot Pinksteren, omdat onze Heer Zelf gedurende die dagen onder ons aanwezig was
– de aanwezigheid van Christus was immers als voedzaam voedsel voor ons Christenen.
Zo ook laten wij ons tijdens de Pinksterdagen voeden door de Heer,
Die onder ons aanwezig is gedurende de dagen na Zijn Hemelvaart.
Zodra Hij in de hemel is opgenomen, leggen wij ons weer toe op de door Hem opgedragen vasten

Preek 61
De basis van deze praktijk welke de Heilige Ambrosius baseert op de woorden van Jezus aan Zijn Discipelen in het Evangelie:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
“.
Matth.9: 14,15

De Heilige Leo de Grote [† 461] zegt:
Na de lange feest tot en met Pinksteren is het vasten vooral nodig om onze gedachten te zuiveren en
ons waardig te maken om de gaven [de Genade]
van de Heilige Geest te ontvangen.
– Daarom werd deze heilzame gewoonte in gang gezet
van het vasten de vreugdevolle dagen waarin
we de Opstanding en Hemelvaart van onze Heer vierden en
de komst van de Heilige Geest mochten verwelkomen
“.