8e zondag ná Pinksteren – naviering van Transfiguratie – Metamorfose een totale omwenteling in ons gedrag

Het gehele innerlijk leven door de maaltijd-‘lens’ zien, afb. van een ‘migrantenkerk‘; See the entire inner life through the meal ‘lens’, image of a ‘migrant church‘; Δείτε ολόκληρη την εσωτερική ζωή μέσω του φακού γεύματος, της εικόνας μιας «μεταναστευτικής εκκλησίας»; شاهد الحياة الداخلية بأكملها من خلال عدسة الوجبة ، صورة “كنيسة مهاجرة”.

    En toen Hij uit het schip [van de Kerk, de wereld in] ging, zag  Hij een grote menigte, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en  genas onder hen de zieken.
Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden:
‘   De plaats
[hier] is [ontzettend] eenzaam en de tijd is [haast] reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om
spijzen voor zich te kopen
[economie te bedrijven]’.
Maar Jezus zei tot hen:
‘     Zij behoeven niet
[van Mij] weg te gaan, geeft gij hun te eten’.
Zij zeiden tot Hem:
‘     Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen
[wij zijn blut, platzak]’.
Hij zei:
‘     Brengt Mij die hier
[Zijn opdracht = breng de mensen bij Mij]‘.
En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn Leerlingen en de Leerlingen gaven ze aan de menigte.
En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de menigte zou hebben weggezondenMatth.14: 14-22.

een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid“; “a crucified Christ, a jolt for the Jews, a foolishness for the Gentiles“.

    Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus:
‘ weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn;
weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.

Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de ( huisgenoten) van Chloe, dat
er twisten onder u zijn.

Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft:
Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! 
Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?

Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat
niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. 
Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken1Cor.1:10-17.

Job en zijn echtgenote, I.M.Sinaï, 11e eeuw

    Maar Job antwoordde: Waarlijk, jullie zijn nog eens mensen: met u zal de wijsheid uitsterven.

  • Ook ik heb verstand, zo goed als gij, ik doe voor u niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend?
  • Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vrome.
    • Voor de ongelukkige, smaad, is de mening van de voorspoedige; dat is het deel van degenen wier voet wankelt. ✥ 
    Vredig staan de tenten der geweldenaars en veilig zijn zij die God tot toorn prikkelen, ieder die God naar zijn hand wil zetten.
    ➥ Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten.
    ➥ Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen.
     🌈           Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des Heren dit doet,
    in Wiens hand de ziel is van al wat leeft en de Geest van ieder sterveling?
    Toetst het oor de woorden niet, en proeft het gehemelte niet de spijze?
    Bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.
    Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten;
    Houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om.
    Bij Hem is kracht en beleid, Zijn’s is de misleide en de misleider.
    Raadsheren zendt Hij barrevoets heen, en rechters maakt Hij tot dwazen. Boeien, door koningen aangelegd, slaakt Hij en Hij bindt een band om hun lendenen.
    Priesters zendt Hij barrevoets heen en wie vast staan, stort Hij neer.
    Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, en neemt het onderscheidingsvermogen van de ouderen weg.
    Hij giet smaad uit over edelen en maakt de gordel van machtigen los. Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het lichtJob 12: 1-22.

Niemand houdt van pijn, zoekt de pijn op en wil alleen maar pijn ervaren alleen om de pijn zelf;
de belangrijkste pijn wordt veroorzaakt door een niet volledig ontwikkelde elite.

Alles wat we vandaag doen heeft betekenis voor de toekomst, want tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

Onze wereld in beweging naar de afgrond
Christus wil heus wel, Die ziet de menigte mensen om Zich heen, is ontroert en met ontferming bewogen, waarop Hij nog steeds de zieken onder een menigte van mensen geneest.
Vervolgens gaat Hij nog een stap verder en voedt op Mystieke wijze de menigte met 5 broden en 2 vissen, waarna van de overschotten 12 grote korven gevuld worden, hetgeen op een overvloed duidt.
Vervolgens roept Paulus op tot eenstemmingheid om scheuringen te vermijden; dat de Kerk aan-één-gesloten dient op te treden en één van zin dient te zijn in gevoelen. En wanneer je om je heen kijkt is de elite daar echt niet naar uit.

      Waar hebben wij dat nog meer gehoord, het lijkt wel òf wij het kerkelijk laatste nieuws hebben aangezet, waarin het ach en wee weerklinkt en de chaos alom is, zijn we daarom op weg naar de ontslaping van de Theotokos?
      De wereld speelt ook een rol, want je hoort in de lezing van Job verwijzen naar het feit dat wijsheid vèr te zoeken is, terwijl de geweldenaars zich vredig in hun tenten [paleizen] terugtrekken en zij zich veilig achten ten opzichte van de toon van God – terwijl zij iedereen naar hun hand zetten.

Neen, ik ben niet van Constantinopel, ik ben niet van Moskou, ik heb mij laten voorlichten door de ascetische vogelen in de Hemelen en de vissen in de zee.
    Die weten nog wàt de hand des Heren doet.
    Die weten nog in Wiens hand de ziel zich bevindt van al wat leeft en
      tevens de geest bezit van iedere sterveling, zij zingen slechts de lof tot God.
  Zij zijn nog op de hoogte dat het oor de woorden, die door mensen geuit worden, dient te toetsen en dat het gehemelte de spijzen dient te proeven, alvorens het door te slikken.
  Die weten nog dat grijsaards ‘wijsheid en ervaring’ in hun leven’s-jaren hebben opgebouwd en daardoor inzicht hebben, je met raad en daad kunnen bijstaan.
  Deze zien dat geleidelijk aan alles tot op de grond wordt afgebroken, dat er niet meer wordt opgebouwd.
  Dat God door toezichthouders, die telkenmale van richting veranderen, zich verder opsplitsen – de wateren terugdringen zodat het Geloof opdroogt en de mensen niet meer weten waar de Waarheid Zich bevindt.
  Zowel de de misleide als de misleider bevinden zich in God’s hand.
  Koningen, raadsheren, priesters bindt Hij een band om de lendenen, stuurt Hij bloot’s-voet’s  weg en die nog overeind kunnen blijven laat hij [-‘door overbelasting, opgebrand’-] instorten.
  God brengt de diepe duisternis waar wij ons in bevinden aan het licht en legt de diepste diepten van het menselijk onvermogen bloot.
  Alles wat vandaag gedaan wordt heeft betekenis voor de toekomst, want
tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

  • – In de wereld is het niet anders,
    opwarming van de aarde droogte in de wereld

    de natuur lijdt onder de overbelasting, welke de mens veroorzaakt.
    – Ontbossing, uitsterven van hele dierenrassen, vissen, die worden overbevist en in plastic afval sterven;
    – De lucht welke een levensvoorwaarde voor de mens is wordt steeds verder vervuild, door technische snufjes wordt de mens een robot – weet niet meer hoe te communiceren, zit de gehele dag aan de elektronische tap [telefoon, televisie] en nu wordt ook nog G5 ingevoerd, waarmee ook verdere inbreng van de mens lamgelegd wordt.
    – Dat de mens ziek wordt van al deze ontwikkelingen wordt terzijde geschoven, als de economie maar draait en anderen daarmee naar de hand worden gezet.

    Verneder jezelf, kom tot inzicht
    Wanneer worden we wakker, wanneer zal het tij gekeerd worden
    – God laat weten dat het hoog tijd wordt, Hij geeft enkel het teken van Jonah.
    Indien wij echter onszelf beoordelen, zullen wij niet onder het oordeel komen.                               Maar onder het oordeel van de Heer worden wij getuchtigd, opdat                                       zij niet met de wereld veroordeeld zullen worden 1Cor 11: 31,32.

  • Gaan we zo ver dat onze ledematen smelten, zoals het lood reeds smeltende is, weet u dat de orgelpijpen in de kerken al door de hitte ontstemd zijn geraakt;
    het water stijgt ons straks in de Lage Landen aan de lippen.

    Keer om nu het nog niet te laat is, de temperatuur loopt stapsgewijs op
    – straks is er zelfs zonder machinale opwekking geen normaal leven meer mogelijk.
    – Kinderen verliezen hun spraakvermogen, weten niet meer of er liefde of een kwaad woord wordt geuit. Zij kijken slechts naar hun mobiele communicatie-middelen en herkennen de gelaat’s-uit-drukkingen van de steeds wisselende opvoeders niet meer, die verschillen van aard.
    – de verontreiniging wordt opgevoerd.
    – Jullie weten toch nog, dat jullie, toen jullie nog onder invloed van de wereld heidenen waren, u
     blindelings naar de stomme afgoden heen liet drijven? 1Cor.11: 2.
        Ook ik heb verstand, net zo goed als jullie, ik doe voor jullie echt niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend? Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vromeJob 12: 3,4.
    De hoofdstukken aan het begin van het boek Job benadrukken de spirituele kloof tussen Job en zijn omgeving.
    Vanaf voorgaande zin geeft de lijdende Profeet zijn [bloed-]broeders en vrienden advies over hun fouten en benadrukt het belang van zichzelf te vernederen voor
    de Heer en de grenzeloze soevereiniteit van God te aanvaarden.
    Vervolgens zal Job een pleidooi doen om de Genade van God voor zichzelf te verkrijgen, een dusdanig geformuleerd gebed dat dit iedereen zal zegenen die zijn voorbeeld volgt.
                De ascetisch gevormde H. Hesychius van Jeruzalem ontwaart, ziet de trots en de arrogantie van Job’s omgeving, waaronder zijn medebroeders en vrienden:
    Terwijl Job op een mesthoop zit, zit jij op je door jezelf tot koninklijk verheven troon.
    Hij is bedekt met ziekte en jullie zijn in goede gezondheid.
    Hij is een voorwerp van minachting en jullie strijken voor de wereld de eer op. Zijn omgeving, medebroeders en vrienden hebben Job verlaten;
    zijn dienaren zijn vertrokken; zijn bloedverwant hebben hem verstoten.
    Maar jij . . . geniet ervan te genieten van wat niets anders is dan werelds gras, “wind waait erover en het is er niet meer”.
    Waarom ben je dan nog bij Job betrokken? Is het misschien dat jullie, door je van hem te onttrekken, op de vlucht bent voor gerechtigheid?conf. Manley, Wisdom, pg. 216.

Maar zie, Job is -zelf beter wetend- nog best aardig voor degenen, die hij adviseert. Hij biedt leven’s-gevende raad en roept hen – en ons – op tot
de verhoging die in ware nederigheid ligt.

Profeet job

Job doorzoekt eerst de harten van zijn vrienden:
Bovendien zijn jullie mannenbroeders. Zal de wijsheid voor zeker met jullie  afsterven?‘.
Vervolgens leidt hij hen naar nederigheid.
Maar ik heb ook een hart in mijn binnenste, net zo goed als jij. Een rechtvaardig en onberispelijk man is een voorwerp van spot geworden’.
En hij deelt dit inzicht met betrekking tot nederigheid:
Want het was verordend dat hij op de afgesproken tijd onder de macht van anderen zou vallen en zijn huizen door de wettelozen zouden worden geplunderdJob 12: 5.

Het punt welke hij aanstipt is kinderlijk eenvoudig
      vernederende gebeurtenissen en kwellende omstandigheden
geven niet noodzakelijkerwijs aan dat een mens slecht of zondig is.
In de door God als goed-maar-gevallen wereld kan onze huidige toestand
      òf we nu genieten van de goede dingen in het leven,
      òf dat we worden getroffen en beroofd van wereldse genoegens
      absoluut ‘niet’ direct worden toegeschreven aan zonde of onberispelijk leven.

De profeet blijft over nederigheid spreken om in deze een plechtige waarschuwing af te geven: “Laat echter niemand worden overtuigd dat hij, als hij slecht is, onschuldig zal worden gehoudenJob 12: 5.

We dienen -‘óh zó’- voorzichtig te zijn en God nooit lichtzinnig uit te proberen, te testen, want “laat degenen die de Heer uitdagen niet worden overtuigd dat er geen beoordeling’s-proces voor hen zal volgenJob 12: 6.
Zelfvertrouwen voor God op basis van iemands opgeblazen blazoen, z’n materiële status is rampzalig en misleidend.
We dienen niet voorbij te gaan aan het feit dat “de rijkdommen van [God’s] goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid” bedoeld zijn om iedereen tot bekering te leiden, “     beseft gij niet, dat de goedertierenheid God’s u tot boetvaardigheid leidt?Rom.2: 4.
God heeft Christus Jezus, als Vader over de mensheid voorgesteld als zoenmiddel door het Geloof, in Zijn bloed, om Zijn Rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraag-zaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden Rom. 3: 25.
    Want allen hebben gezondigd en schieten tekort in de Heerlijkheid van GodRom.3: 23. Inderdaad, we dienen in dit leven zeer bedachtzaam en met de grootste zorg onze pelgrimstocht naar  God voort te zetten!

De profeet Job herinnert ons eraan wat de geschapen wereld > als vanzelf-sprekend als normaal gedrag ontwijkt:
dat ‘het leven van elk levend wezen is in God’s hand‘,
inclusief ‘de adem van elke mensJob 12: 10.
Met prachtige beelden, waaraan menig filmregisseur niet kan tippen spoort Job ons aan nederige gehoorzaamheid te leren van de dieren, de vogels, “de vissen van de zeeJob. 12: 8 en
zelfs de stomme aarde die we elke dag moedig vertrappen, door de grond van al haar krachten te ontdoen en haar natuurlijk herstel geen tijd gunnen.

eikenprocessierups, rupsje nooit genoeg

Zo ontstaan de ons overweldigende mistoestanden in de natuur, zoals de afgelopen tijd de eikenprocessierups [als gevolg van ons gedrag als ‘rupsje-nooit-genoeg’].
Zoals de heilige Tikhon van Zadonsk ons voorhoudt:
Laten we. . . op onderzoek uitgaan en ons eigen gedrag bezien, hoe we leven, hoe we ons gedragen, hoe we denken,
hoe we spreken, hoe we handelen, met
welk hart we anderen aanspreken voor God Die
alle dingen aanschouwt, ziet en hoe we elkaar behandelen.
En. . . laten we onszelf . . . in waarheid [met open vizier] benaderen . . .
en corrigeren

conf. Journey to Heaven, pg. 57.

Wie zal de vlammen van vuur voor mij doven?
Wie zal mijn duisternis verlichten indien U
geen Genade meer voor mij kunt opbrengen,
o Heer, omdat U de Minnaar van de mensen bent?

conf. de tekst uit de Grote completen

De soevereiniteit van God
Het boek Job gaat nog verder, “ . . . bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij God is Wijsheid en Sterkte, Hij heeft raad en doorzichtJob 12: 12,13.
In de goddelijke leer van de eeuwig lijdende profeet Job wordt ieder menselijk schepsel aangespoord om de onvoorwaardelijke soevereiniteit van de Heer te overwegen.
Na de nederigheid als de juiste deugd voor God te hebben aanbevolen Job 12: 7-9,
gaat de profeet op natuurlijke wijze voort op weg naar de ongekwalificeerde Heerschappij van God.
    De Heer is Koning, met luister getooid:
de Heer heeft Zich bekleed met Macht en Zich omgord.
Want Hij heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem;
stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen” Psalm 92[93] vert. ROK ’s-Gravenhage.

       De Heerschappij van de Heer regeert alle dingen
naar Zijn Wijsheid, Macht, raad en begrip Job 12: 13.

de berg op, naar de grot

Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus, onze God verheft ook nederigheid/ascese als een noodzakelijke voorwaarde om
de Soevereiniteit van God te aanschouwen:
      Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen . . .
>      Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven
Matth.5: 3,5;
zij die het ‘horen’ zullen zich verheugen.
       Basilius de Grote drukt hetzelfde gevoel uit in dit liturgisch gebed:
      Het is waarlijk waardig, recht en overeenkomstig de luister van Uw Heerlijkheid,
U te loven, U te bezingen, U te aanbidden, U te danken, en
U te verHeerlijken als de alleen werkelijk zijnde God” Eucharistische Canon

        Job behandelt Job de drie aspecten van Gods aard:
1.]. Soevereiniteit over de schepping Job 12: 13-15;
2.]. Het enig waarachtige bestuur van de menselijke aangelegenheden Job 12: 16-21; en
3.]. De Openbaring van waarheden die doordringen in de donkerste schaduw van de dood Job 12: 22.   

       Zoals we telkens wanneer wij de Goddelijke Liturgie van de Guldenmond bijwonen kunnen horen,  heeft God ons “uit niet-bestaan ​​tot bestaan ​​[uit het niets tot het zijn] gebracht en toen we wegvielen heeft Hij ons weer opgericht en Hij is niet opgehouden alle dingen te doen totdat Hij ons terug heeft gevoerd naar de hemel”.
Job neemt een algemeen aanvaarde waarheid in acht:
“In de tijd is wijsheid en in een lang leven kennis” Job 12: 12.
Hij voegt echter een belangrijke waarschuwing toe:
slechts aan God behoort de bron van de ziel van alle Wijsheid en Kracht, Die
inherent is aan menselijke kennis, want Hij is wijsheid en kennis.
Begin daarom met Hem om “raad en begrip” te vragen Job 12: 13.
Laat je niet in met menselijke tekortkomingen – ‘bidt, huil, vecht en bewonder, niet zonder de Kerk, het Lichaam van Christus’.
Met deze opmerkingen ondergraaft Job elke poging om een eerdere advies over nederigheid te ontwijken.
De soevereiniteit van God over alles wat bestaat kan omver blazen, achter houden of vernietigen zoals Hij dit verkiest Job 12: 14,15.

Laat derhalve heel de mensheid beven van ontzag.
Denk aan Gods snelle reactie tegen de arrogantie van de koning van Babylon toen deze in grote waan en arrogantie verklaarde:
Is dit niet het grote Babel, dat ‘ik’ gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door
de sterkte van mijn macht en tot eer van mijn majesteit? Nog was dat woord over de lippen van
de koning gekomen, toen er een stem uit de hemel klonk
[neerdaalde]:
‘ U wordt aangezegd, o koning Nebukadnessar
[Hebr.= ‘ moge de Profeet de kroon beschermen’]
: het koningschap is van u geweken, men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte van het veld; gras zal men u te eten geven als aan de runderen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat gij erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het 
koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wilDan 4: 30-32.

Job openbaart onomwonden dat God de raadgevers wegleidt, Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, neemt het onderscheiding’s-vermogen weg “de lippen van de gelovigen worden andersJob 12: 20; zij ontvangen het goddelijk vuur niet meer op de lippen.
De Heilige Gregorius de Grote merkt hierbij op dat Job hier aantoont dat God “het woord van waarheid geeft aan degenen die het doen en het ontneemt aan degenen die het niet doen” Manley, Wisdom, pg. 245.
We dienen  toch al onze gewoonten opzij zetten, die
onszelf slechts eer doen toekomen voor persoonlijke prestaties en lof op te strijken voor het werk van onze handen.
Ten slotte herinnert Job ons eraan dat de Heer vanuit de ondoorgrondelijkheid en duisternis van Zijn wezen ontzettend veel van de ‘diepe dingen’ van zijn raad aan ons openbaart ten einde ons her-op-te-voeden. De belangrijkste aanwijzing is God’s verlichting van “de schaduw van de doodJob 12: 22.
Hij legt zonde bloot en staat niet toe dat – de dood – als gevolg daarvan wordt verzwegen; wordt weggestopt, om er maar niet bij stil te hoeven staan.
Zoals Sint Hesychius van Jeruzalem opmerkt, zijn
vanaf de Pedagogie van onze Verlosser de verschrikkelijke nadelen en
schadelijkheid van zonde algemeen bekend geworden
” Manley, Wisdom, pg. 246.
tot onze Bruidegom:
    Onzichtbare Rechter, hoe hebt U aanvaard in het vlees te worden gezien?
Hoe is het mogelijk, dat U komt om door wet’s-overtreders gedood te worden en door Uw Lijden onze veroordeling teniet te doen?
Daarom brengen wij, o Woord, eenstemmig lof, grootheid en roem aan Uw Macht

– Kathismazang Orthros, Palmzondagavond.

Een pleidooi voor God’s Genadegaven
    Zo legt een mens zich neer en staat niet weer op; totdat de hemelen niet meer zijn, ontwaken zij niet en worden niet wakker uit hun slaap.
Och, of Gij mij daarentegen in het dodenrijk zou willen vasthouden,
mij uit Uw Aanschijn verborgen hield, totdat uw toorn geweken was;
dat Gij mij een tijd zou stellen en pas dan weer aan mij zou denken
Job 14: 12,13.
In voorgaand hoofdstuk 12 hield de Profeet Job ons de nederigheid voor
als bevestiging van de soevereiniteit van God, een waarheid die hij uit langdurige ervaring van pijn en diep, alomvattend lijden heeft leren kennen.
Toch pleit hij in zijn nederigheid om de Genadegaven van God, niet alleen voor zichzelf en voor alle mensen,  maar tevens dat Hij in staat mag blijken zijn hoop en vertrouwen in de Heer te handhaven.

Saint John of Damacus, Syrië

Het pleidooi van de profeet is zoals dat van de Heilige Johannes Damascinos, die schrijft:
  Al ons sterfelijk streven, tot zelfs in de kleinste de dingen, die wij nastreven zijn ijdelheid en
verdwijnen met de dood als sneeuw voor de zon.
Rijkdom wordt niet langer meegenomen, noch zal er enige glorie jouw voortgang na de dood vergezellen: want wanneer de dood komt, verdwijnen al deze dingen abrupt en volkomen.
Laten we daarom de onsterfelijke koning tot Christus aanroepen, Hij Die rust geeft in de woonplaats van allen die zich op Hem verheugen, aan hen die ons reeds zijn voorgegaan’
conf.: Orthodoxe begrafenisdienst.
Inderdaad, moge ieder van ons z’n ijdelheid onderkennen
gedurende de paar dagen die ons nog in dit leven resten en
pleiten dat de Onsterfelijke Koning ons de Goddelijke rust schenkt:
1.]. We dienen het met Job eens zijn dat iedereen
die geboren is uit een vrouw maar een kortstondige levensloop heeft en bovendien met woede en toorn is omgevenJob 14: 1.
De lijdende Profeet vermijdt de moderne neiging om dode lichamen
mooier te maken dan zij zijn, en de lelijkheid en de kou van de dood te verdoezelen. Hij verbergt zich niet voor de duistere macht die over ons en over onze beschaving zweeft.
En indien wij dan geen acht slaan op de stem van Job, laten dan in ieder geval de stalinistische goelag, de nazi-vernietigingskampen, die nog steeds in andere vorm voort blijven bestaan. evenals de terroristische aanslagen, de genocide en de etnische zuivering een goddelijke nederigheid in ons dienen op te wekken met
betrekking tot dit korte, onzekere leven.
2.]. Job deelt de conclusie van de Apostel Paulus dat:
Immers allen hebben gezondigd en daardoor beroofd zin van God”s HeerlijkheidRom.3: 23.
De Profeet zegt: “Zelfs als. . . het leven is maar één dag op aarde zou zijn” Job 14: 5, de waarheid [rein òf onrein] komt altijd boven water [aan het Licht] Job 14: 4.
David herinnert ons eraan:
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren;
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangenPsalm 50[51]: 5.
Iedereen zal voor de gevreesde rechterstoel van Christus staan.
3.]. Job merkt op dat de Waarheid van God
“Indien de dagen van de mens zijn vastgesteld, het getal van zijn maanden door God bepaald zijn, Hij als God Zijn grenzen heeft gesteld, die Hij voor nog geen seconde zal overschrijden” Job 14: 5.

Saint Methodius de belijder – Apostel gelijk

De Heilige Methodios verheugt zich juist over dit feit, omdat
de mens misschien geen . . . eeuwig levend kwaad zou kunnen laten voortduren, zoals het geval zou zijn geweest indien de zonde in hem dominant zou zijn geweest, wanneer de mens zich een onsterfelijk lichaam zou hebben aangemeten . . .
[de fysieke en psychische medische vooruitgang is op zich niet slecht, maar zou zich hiervan toch wel meer bewust dienen te zijn] 
God heeft hem om deze reden sterfelijk verklaard
conf. Discours on the Resurrection 1.4, ANF vol. 6, pg. 364.
Er is immers een zegen te vinden in de dood.

De Profeet eindigt met een intens pleidooi tot God,
zeer wel passend bij ons omringende tijdperk, ons huidig bestaan
​​- laat de Heer ieder mens de rust [van bestaan] gunnen/schenken en
opdat deze tevreden zou kunnen zijn met zijn leven van een aangenomen loon-dienaar Job 14: 6.
Hoewel hij de onverbiddelijkheid en zekerheid van de dood niet uit de weg gaat, biedt Job een verzoekschrift aan voor een heilige rust Job 14: 7-14.
Job spreekt over de dood als gericht zijnd op een doel, waarbij de rust van de mens wordt vergeleken met het verwelken van hardnekkige bomen.
    Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.
Maar wanneer een mens sterft, dan ligt hij/zij krachteloos neer;
geeft een mens de geest, waar is hij/zij gebleven?Job 14: 8-10.
De Heilige Hesychius van Jeruzalem merkt op dat Job door
de dood – “slaap” – te noemen Job 14: 2 Job zijn vaste Hoop op de Opstanding bevestigt conf. Manley, Wisdom, pg. 276.
De dood blijft alleen ‘rusten’ totdat ‘de hemel is opgelost‘ en eerst dàn zullen de doden ‘ontwakenJob 14: 12.
4.]. Uiteindelijk vraagt ​​Job dat zijn rust in God’s handen bewaard mogen worden, waarbij de Heer hem [onder Zijn Vleugelen] beschermt tegen de ultieme toorn.
Daarom pleit hij dat “U mij een vaste tijd zou toewijzen waarin U mij zou gedenkenJob 14: 13.
Overeenkomstig de Heilige Hesychius weegt Job “ de Glorie van de toekomende tijd en het Eeuwige Leven, evenals de grote demotie/degradatie die dit huidige, vluchtige leven stil sluipend nadert”.

    O Heer, U hebt ons allen veroordeeld om
terug te keren naar de aarde vanwaar  we zijn weggenomen en
om U een ​​goddelijke rust af te smeken:
mogen we met Uw dienaren rusten in
de woning van de rechtvaardigen.
Orthodoxe begrafenisdienst.

Jesus Christ, ‘Just Judge‘, by Marchela Dimitrova

Op deze Zondag na Transfiguratie, die voorafgaat aan het feest van de Ontslaping van de Theotokos heeft de Kerk de Waarheid van het leven met je gedeeld.
Dit is de Waarheid van de Hogepriester, van onze Heer en Verlosser, Die alle losse eindjes aan elkaar heeft geknoopt.
Hij werd met ontferming over de mensheid bewogen en genas de zieken, slechts begeleid is door Zijn Liefde en Zorg voor eenieder van ons.
Aldus heeft Hij ontelbaar veel [een menigte van] mensen gevoed met Zijn Leven-schenkend Woord.

Let derhalve alleen op jou woord:
“Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, wees mij, zondaar, genadig”.
Deze manier door in stilte on-op-houdelijk de handeling van
het gebed voor te zetten doet op zichzelf geen afbreuk aan je bestaan. Je toont je daarbij als vanzelfsprekend een volwaardige loon-dienaar van Christus.
Het houdt je scherp en het smaakt als maar zoeter, alsof je honing in de mond hebt. Het gebed wordt op den duur zó vanzelfsprekend, dat je jezelf er niet langer toe behoeft te dwingen om onophoudelijk voortdurend deze smeekbede met je hart te beleven. Zowel kwa plaats en tijd in de eeuwigheid zal dit altijd en overal een bron van inspiratie in je leven zijn en blijven.