11e Zondag ná Pinksteren – oordelen en veroordeeld worden

    Daarom is het Koninkrijk der Hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren/slaven.
Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was.
Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden
De dienaar/slaaf wierp zich [voor zijn voeten] neer als smekeling en zei:
Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
De heer van die dienaar/slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
       Toen die dienaar/slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zei:
  Betaal wat gij schuldig zijt’.
De mede- dienaar/slaaf nu wierp zich voor hem neer en bad hem dringend, zeggende: Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben.
       Toen nu zijn mede- dienaren/slaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen.
       Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem:
Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd.
Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw mede- dienaar/slaaf, zoals ook ik medelijden had met u?
       En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.
Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeftMatth. 18: 23-35.

Heilige Amandus en de heidenen, de Geschiedenis van Gent [Be]; Holy Amandus and the Gentiles, the History of Ghent [Be]

    want het zegel op mijn Apostel-schap zijt gij in de Heer. Dit is mijn verdediging tegen hen, die zich een oordeel over mij aanmatigen.
      Hebben wij geen bevoegdheid om te eten en te drinken?
      Hebben wij geen bevoegdheid om een zuster als vrouw mee te nemen gelijk ook de andere apostelen en de broeders des Heren en Kefas [Hebr.=‘ rotsblok’]?
      Of hebben alleen ik en Barnabas [Hebr.= ‘zoon van rust’] geen bevoegdheid om vrij te blijven van handenarbeid?
      Wie doet ooit dienst in het leger en betaalt zijn eigen soldij?  Wie plant een wijngaard zonder van de vrucht daarvan te eten?
      Of wie weidt een kudde en geniet niet van de melk der kudde?
Spreek ik hier soms van menselijk standpunt, of spreekt ook de wet niet van deze dingen?  
Want in de wet van Mozes [Hebr.=‘uit het water getrokken’] staat geschreven: Gij zult een dorsende os niet muilbanden. Bemoeit God Zich soms met de ossen?
      Of zegt Hij dit in elk geval om onzentwil? Ja, om onzentwil werd het geschreven, omdat de ploeger moet ploegen in de Hoop, en wie dorst [dient te dorsen] in de Hoop zijn deel te ontvangen.
      Indien wij het zijn, die voor u het geestelijke gezaaid hebben, is het dan te veel, dat wij van u het stoffelijke zouden oogsten?
      Indien anderen deel hebben aan de bevoegdheid over u, wij niet veel meer? Doch wij hebben van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt, maar wij verdragen alles om geen hindernis voor het Evangelie van Christus op te werpen1Cor.9: 2b-12.

Zoals uit de lezingen van vandaag blijkt is een van de voornaamste geboden van onze Heer en Verlosser om niet te oordelen en de Apostel geeft van hetzelfde blijk op een wel zeer nadrukkelijke manier.
Dat kan ook niet anders want beiden zijn geboren en getogen in de Joodse cultuur. Een rond 120 voor Christus levende Joodse leraar zei al:
Oordeel iedereen met de balans doorslaand in hun voordeel”.
Het verwijst naar het [‘goud’-]schaaltje in de handel, waarbij het goud gele graan, welk tot brood [levensvoorwaarde] diende in een schaaltje gegoten werd tot deze op gelijke hoogte stond met het gewicht aan de andere kant. Een menslievende verkoper zal er een beetje extra opdoen, zodat de balans in jouw voordeel doorslaat. De gedachte hierachter is dat je andermans daden gunstig afmeet.
Wij herkennen hierin de wijze waarop de andere schrijver van de Blijde Boodschap dit weergeeft: “     Weest barmhartig, gelijk uw Vader Barmhartig is. En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmee gij meet, zal u  opnieuw gemeten wordenLuc.6: 36-38.

Zoals u wel weet ben ik er persoonlijk heel slecht in, met name wanneer
het onrecht van meerderen zich steeds maar weer opnieuw blijkt te herhalen.
Maar mag je als Christen dan wèl of niet oordelen?
Deze vraag is er een die vele christenen in verlegenheid brengt.
Een zorgvuldige studie van de Blijde Boodschap met een open geest maakt duidelijk dat over bepaalde vitale zaken het niet alleen juist is maar er ook nog een positieve plicht is om te oordelen. Velen onder ons Orthodoxen beseffen niet dat de Blijde Boodschap ons beveelt te oordelen.
De Heer Jezus Christus beval:
oordeelt een rechtvaardig oordeelJohn.7: 24.
Hij zei tot de mens: “Gij hebt recht geoordeeldLuc.7: 43.
Aan anderen vroeg onze Heer:
En waarom oordeelt gij ook van
uzelf niet, wat recht is?
Luc.12: 57.

De apostel Paulus schreef:
Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt [κρινατε] gij, hetgeen ik zeg1Cor.10: 15.
En opnieuw: “Doch de geestelijke [mens] onderscheidt [ανακρίνει] wel alle dingen, maar hij zelf wordt door niemand onderscheiden [ανακρίνεται]” 1Cor.2: 15.
Het Griekse grondwoord is overal κρίνω: onderscheiden, (be)(ver)oordelen; m.a.w. het is onze ‘positieve plicht’ om te oordelen.

In de 19e eeuw zei een de Schotse hymnograaf en dichter Horatius Bonar [1808-1889] hier onomwonden over:
Er bestaat een gevaar om te vervallen in een zacht en verwijfd christendom, onder het mom van een verheven en etherische theologie.
Het christendom werd geboren voor lijdzaamheid; niet een exotische maar een geharde plant, diep verankerd door de felle wind; niet slap, noch kinderachtig, noch laf.
Het gaat met sterke schreden en opgericht gestel;
het is vriendelijk, maar vastberaden; het is zacht, maar eerlijk; het is kalm, maar niet meegaand; gedienstig, maar niet imbeciel;
beslist, maar niet lomp.
Het is niet bang het harde woord te spreken van de veroordeling tegen dwaling,
noch zijn stem te verheffen tegen het omgevende kwaad onder het voorwendsel dat
dit toch maar van de wereld is; het deinst niet terug voor het geven van een eerlijke berisping en vreest daarbij niet de beschuldiging van onchristelijk te handelen.
Het noemt zonde zonde, bij wie die ook mocht gevonden worden, en riskeert liever de beschuldiging van gedreven te zijn door een slechte geest dan zijn plicht niet te doen.
Laten we strenge woorden niet fout beoordelen in een eerlijk dispuut.
Vanuit de hitte kan een adder komen, maar we schudden hem af en voelen geen letsel.
De godsdienst van het Oude en het Nieuwe Testament is gekenmerkt door fervente,
uitgesproken verklaringen tegen het kwade.
Het spreken van zachte dingen in zulk geval kan sentimentaliteit genoemd worden, maar  het is geen christendom.
Het is een verraad van de zaak van Waarheid en Rechtschapenheid.
Iemand die beslist, mannelijk, eerlijk en opgewekt is  [niet bot of ruw, want een christen dient hoffelijk te zijn en beleefd], die is het die heeft geproefd dat de Heer goedgunstig is, en hij verlangt een verhaasting van de wederkomst, van God’s dag.
Ik besef dat liefde een menigte van zonden bedekt, maar het noemt niet het kwade goed, louter omdat een respectabel mens dat kwaad heeft begaan; het verontschuldigt geen tegenstrijdigheden, louter omdat de tegenstrijdige broeder een ‘belangrijke’ naam
[positie] heeft en een vurige geest; oneerlijkheid en wereld’se -gezindheid blijven oneerlijkheid en wereld’s-gezindheid,  ook al wordt die gezien in iemand die blijk geeft over geen algemene ontwikkeling te beschikken“.

         Het is ons derhalve een voorrecht en onze plicht om alles te doen wat
we maar kunnen om elkaar’s geestelijke opbouw te stimuleren.
      Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf;
gij mocht ook eens in verzoeking komen.
       Verdraagt elkanders moeilijkheden [en bidt voor elkaar]; zo zult gij de [liefdes-]wet van Christus vervullen.
Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, en het niet is, dan vergist hij zich zeer. Ieder dient zijn eigen werk toetsen; dan zal hij slechts voor  zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander.
Want ieder zal zijn eigen last dragen. En hij, die onderricht wordt in het woord, dele van 
alle goed mede aan wie dat onderricht geeftGal 6: 1-6.

absoluut niet oordelen
God verbiedt ons onze mede-christenen te oordelen over  het eten van bepaalde vormen van voedsel, het  houden van bepaalde vasten-dagen, etc.
Dit onderwerp wordt behandelt in Rom.14: 1, Cor.10: 2, 3: 33 & Col.2: 16-17
Enkel God kan in de harten kijken en Hij alleen kent  de motieven die achter handelingen staan 1Cor.4: 1-5.
Niet oordelen over wie gered is of niet, immers
De Heer kent degenen, die de Zijnen zijn2Tim.2: 19.
Wij kunnen niet in iemands hart kijken en zeggen dat iemand al dan niet ‘onze lieve en rechtschapen Heer’ heeft aangenomen als zijn persoonlijke Redder, indien zij beweren dat zij dat gedaan hebben.
Maar we kunnen beter collectief onszelf toetsen aan:
Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel;
het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles ‘nieuw’ geworden
2Cor.5: 17.
Als deze verandering niet heeft plaatsgehad, dan is het belijden van ons Geloof ijdelheid.

absolute beoordeling:
Het onzedelijk gedrag van
vooraanstaande praktiserende christenen
dient absoluut geoordeeld worden.
– Dit is zelfs een apostolisch bevel:
              Maar die buiten zijn oordeelt God.
En doet gij deze boze uit u weg
1Cor.5: 13.

Disputen onder christenen over
              de zaken, die dit leven aangaan1Cor.6: 3.
zouden door een tribunaal van christenvrienden beoordeeld dienen te worden,  in plaats van zoals in onze tijd naar ongelovige burgerlijke rechtbanken te gaan en de beoordeling dient zeker niet aan de een of andere ex-politicus opgedragen te worden.
Het hele zesde hoofdstuk van 1Corinthiërs maakt  hierover God’s plan duidelijk voor Zijn Volk.
En enkele verrassende waarheden worden hier geopenbaard:
1.]. Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen?” en
2.].Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?
Geliefden, staan wij God wel toe om ons voor die hoge plaats voor te bereiden?
Wij dienen onszelf te oordelen.
Onderzoekt uzelf, of gij in het Geloof zijt, beproeft uzelf2Cor.13: 5.
Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de Heer getuchtigd, opdat
wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 31-32.
Wàt een verandering en wàt een zegen zou het zijn indien wij onze eigen fouten even onbarmhartig zouden oordelen als die van ànderen
– en indien we de fouten bij anderen even onbarmhartig zouden oordelen als die van ons zelf !!!
En christenen zouden zichzelf veel tuchtiging van de Heer besparen indien zij hun ongehoorzaamheid zouden oordelen en bekennen tegenover God.
En, Oh, hoeveel oneer en onvruchtbaarheid zou onze gezegende Heer in deze tijd worden bespaard, hoeveel afvalligen zou dit in onze tijd voorkomen hebben!

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, eer aan U
“.

Kondakion
tn.2 
  Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion
tn.2 
  Onbegrijpelijk en hoogHeerlijk zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

11e Zondag ná Pinksteren – Nieuwjaar, het Mysterie van de herinnering aan de Liefde van God voor de mensen.

1e openbare optreden van onze Heer en Verlosser in de Synagoge van Nazareth; 1st public performance of our Lord and Savior in the Synagogue of Nazareth.

    En hij kwam te Nazareth [Hebr.=‘bewaakte, afgezonderde], waar Hij
[als God-mens in dienst aan God, de Vader] opgevoed was, en Hij ging volgens Zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om vóór te lezen.
En Hem werd het boek van de Profeet Isaiah ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is:
    De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het Evangelie [de Blijde Boodschap] te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de mensen die verbroken zijn heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren’.
     Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar [de diakon] terug en ging zitten.
En de ogen van allen in de Synagoge waren op Hem gericht.
En Hij begon tot hen te zeggen:
    Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld’.
En allen betuigden hun instemming met Hem en zij verwonderden zich over
de Genaderijke woorden
” Luc.4: 16-22a.

Apostel Paulus: boodschapper, verkondiger; Apostel Paul: Messenger, Publisher.

    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
      Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, Die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der Waarheid komen.
Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd.
      En ik ben daartoe als een verkondiger en een apostel gesteld – ik spreek waarheid en geen leugen – als een leermeester der heidenen in Geloof en Waarheid1Tim.2: 1-7.

    Zalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen:
    Ik word van Godswege verzocht, want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Dwaalt niet, mijn geliefde broedersJacobus 1: 12-16.

    Jullie zijn kinderen van de Heer, uw God; jullie zullen jezelf om een dode geen insnijdingen toebrengen, noch het haar boven uw voorhoofd wegscheren; want jullie zij een Volk, dat de Heer, uw God, heilig is, en jullie heeft de Heer [en Verlosser] uitverkoren om Hem een eigen Volk te zijn uit al de volkeren, die op de aardbodem wonen” Deut. 14: 1,2.

    Wanneer jullie komen in het land, dat de Heer, uw God, u
ten erfdeel geven zal en jullie het in bezit nemen en daarin wonen, d
an zullen jullie  van de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die jullie zult inzamelen van het land, dat de Heer, uw God, aan jullie geven zal, nemen, en in een mand doen en naar de plaats gaan, die de Heer, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen.
En [aldaar] gekomen bij de priester, die er dan wezen zal, zult jullie tot hem zeggen: Ik verklaar heden voor de Heer, uw God, dat ik gekomen ben in het land, waarvan de Heer aan onze vaderen gezworen heeft, dat Hij het ons zou geven.
Dàn zal de priester de mand
[met uw offer] van u aannemen en die voor het altaar van de Heer, uw God, zetten. Daarna zullen jullie voor het aangezicht van de Heer, uw God, betuigen: Een zwervende Arameeër was mijn [voor-]vader; hij trok met weinige mannen naar Egypte en verbleef daar als vreemdeling, maar werd er tot een groot, machtig en talrijk VolkDeut. 26: 1-5.

De tekst waarmee Christus Zijn Openbare Leven inluidt is gebaseerd op:     Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit
de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
Isaiah 42: 7
    De Geest des Heren Heren is op Mij, omdat de Heer Mij gezalfd heeft;
Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan deemoedigen, 
om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en
voor gebondenen opening van de gevangenis;
om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om al de treurenden te troosten“; Isaiah 61:1 en 2
       Deze tekst gaat nog verder [zie ;],
want als een boven-talentvol Joods Leraar acht Christus dat
zijn toehoorders het vervolg automatisch in hun herinnering oproepen:
    Om over de treurenden van Sion [Hebr.=‘verdorde en verschroeide plaats’] te
beschikken, dat men hun zal geven hoofdsieraad in plaats van as, vreugde-olie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.
En men zal hen noemen:
Terebinten der Gerechtigheid
** , een planting des Heren, tot Zijn ver-Heerlijking.
Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.
Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar gij zult priesters des Heren heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volkeren genieten en u op hun heerlijkheid beroemen.
In plaats van uw schande gewordt u dubbele vergoeding en in plaats van smaad zullen zij jubelen 
over hun deel;
zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen,
blijvende vreugde zal 
hun geworden.
Want Ik, de Heer, heb het recht lief.
Ik haat onrechtmatige roof,
Ik zal hun stipt hun loon geven en
een eeuwig Verbond met hen sluiten.
En hun nageslacht zal onder de volkeren vermaard zijn en
hun nakomelingschap te midden der 
natiën;
allen die hen zien, zullen erkennen, dat
zij het nageslacht zijn, dat
de Heer gezegend heeft
Isaiah 61: 3-9.

** Gerechtigheid is dé karaktereigenschap van God, die
verlangt van de mens inzicht in zijn/haar levensstijl
;
wat een eik is bij ons, al zinnebeeld voor als ‘het staat als een huis’,
is een terebint in Israël [de Kerk]. 

De mens en God
De hang van de mens naar God is vanaf de zondeval een messiaans teken geworden: het geeft de mensheid op een oppervlakkige manier al het voedsel dat
zelfs niet in haar verwachting lag.
Dit is de reden waarom de Satan vanaf de Theophanie bij de [toegestane] confrontatie van de openbaring van Christus zegt:
indien U in deze wereld als een god zult willen beheersen dan zullen deze stenen brood worden”, hetgeen aanduid dat
wanneer dàt plaats vindt, het op de een of andere manier ook
van de Schepper afkomstig dient te zijn.
Alleen God is immers in staat de mensheid uit stof te formeren.
         Toen echter de volheid van de tijd gekomen is, werd het brood onder de vijfduizend mensen vermenigvuldigd.
          Het Lichaam van Christus geeft z’n kinderen daarmee het voorschrift van het “eerste leven”, het waarachtige voedsel wat ons voor eens en voor altijd wordt aangeboden, waardoor dit zonder enig angst voor honger en dorst door
onze Heer Zelf wordt aangeboden aan degenen, die op Zijn roep tot Hem te komen, in Geloof gereageerd hebben:
”     Alle dingen zijn Christus, onze Heer, [immers] overgegeven door Zijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbarenMatth.11: 27.

Het is immers allereerst God Zelf, die ons voedsel geeft te juister tijd, teneinde
in de wereld te kunnen voortbestaan. Overal over de wereld bevinden zich potentiële navolgers van Christus, de Zoon van God.
Het is Christus, die ons als Zoon van God heeft bijgebracht dat wij ‘God dienen lief te hebben en God in de naaste lief te hebben als onszelf‘.
Overal in de wereld bevinden zich dus mensen, die de Goddelijke Openbaring kunnen leren kennen door de ander. De apostel en Theoloog Johannes haalde daarom in de nadagen van ieder jaar dit Mysterie aan als een Christelijke sprekende gelijkenis van de Eucharistie, waarin onder andere wordt gezegd:
Want door deel te nemen eet je Mijn vlees”,
ieder dag, die God ons geeft.
Het is de wijsheid van de kerkvaders, die het teken van het Lichaam en Bloed Christus duiden als een ‘medicijn tegen de dood’ van de mensheid, omdat
alleen dìt voedsel alle menselijke behoeften van welke aard dan ook kan bevredigen.

‘Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

De Liturgie van alle dag
De diaken zegt als voorbereiding bij de aanvang van iedere Liturgie:
    Het is tijd om voor de Heer te dienen Psalm118[119]: 126. Zegen Vader”,
waarop de priester en de diaken een kruisteken maken en zachtjes memoreren:
    Gezegend is onze God, immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
diaken antwoord: “AMEN”.
De priester vervolgt:
    De Heer geleide uw schreden tot elk goed werkPsalm118[119]:105.
    Gedenk mij, Vader”.
    God, de Heer gedenkt u in Zijn Koninkrijk,
       immer nu en altijd en inde eeuwen der eeuwen”.
    AMEN” de diaken buigt, gaat de de noordelijke deur door en
stelt zich op voor de Koninklijke deuren, maakt drie x een buiging en zegt in zichzelf:
    Heer, open mijn lippen opdat mijn mond Uw Lof zal verkondigen” {3x] en
vervolgens luid en duidelijk:
Zegen, Meester”.
Dit is een wijze waarop iedere dag zou dienen te beginnen en
zo was dat voorheen ook, iedere dag in mijn jeugd
begon met een korte Eucharistische Liturgie, maar
de wereld heeft ons ook in dit opzicht overweldigd.

Het Mysterie van de Liefde van God

Goddelijke Liturgie

De volledige geschiedenis van God in onze ondermaanse tijd is die van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
God, Die onafgebroken schept, raakt betrokken bij Zijn schepping en is er deel van geworden in tijd, ruimte en geschiedenis om aldus de wereld te verlossen en tot herstel te brengen.  

Samengevat is dit wàt de door God aangegeven aanbidding doet:
Het ‘herdenkt‘ God’s werken in het verleden, het ‘anticipeert‘ op God’s Heerschappij over geheel de schepping en ‘actualiseert‘ zowel verleden als toekomst in het heden teneinde individuele mensen, gemeenschappen en uiteindelijk – ‘de gehele wereld te transformeren‘-.
Aanbidding vanuit de Blijde Boodschap gaat niet over mijzelf en mijn persoonlijke aanbidding, maar over het zien, het memoriseren, gedenken van God’s reddende handelen in de geschiedenis.
Aanbidding is onze menselijke reactie in Geloof op datgene wat God nog steeds doet en gedaan heeft.
Aanbidding verkondigt, maakt God ‘openlijk‘ bekend, bezingt en beeldt God’s bestaan in deze en de toekomende wereld uit.

Het is geen samengesteld en vervolgens ingevoerd programma.
Aanbidding gaat niet over ons. Aanbidding is een vertelling van God’s werken in deze wereld van haar oorsprong tot haar voleinding.
Hoe kan de wereld haar ‘eigen’ geschiedenis kennen tenzij wij deze historie verhalen in publieke aanbidding?
Aanbidding is geworteld in de Blijde Boodschap en deze is weer, al klinkt het vreemd, in onze eigen persoonlijke menselijke geschiedenis aanwezig.
       Het goede nieuws dat God niet alleen de zondaren verlost maar de gehele wereld terug brengt tot haar oorspronkelijke vorm, zoals Hij het als Schepper en formeerder bedoeld heeft en zag dat het goed was.

Heilige Drieëenheid

       Dit is het grote en ongelofelijke nieuws dat de Ene met Zijn twee eigen handen – het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest – de Tuin [het Paradijs] in het Hemels Koninkrijk zal herstellen.

Aanbidding is samenkomen om dit grote verhaal van begin tot eind,
te zingen en  in het menselijk geheugen terug te roepen,
te herinneren.

De Vroeg-Christelijke herinnering
De kerkvaders van de Vroeg-Christelijke Kerk zagen de Goddelijke Liturgie niet als een herdenking of een leeg symbool, maar als het onthullen van Jezus Christus, in Wie we de verzoening ontwaren tussen God en mensen.
Hoe intenser we herinneren en zoals het tegenwoordig wordt genoemd ‘avondmaal’ meeleven, hoe standvastiger ons geestelijk leven door het vernemen van het Woord en  de daadwerkelijk deelname aan het Woord gevoed wordt.
De gemeenschap, de deelname aan God’s Lichaam en God’s Bloed verkondigt immers voor hen die ze ontvangen, de reiniging van hun ziel tot vergeving van zonden, tot gemeenschap met de Heilige Geest, tot volheid van het Koninkrijk der Hemelen, tot vrijmoedigheid tegenover God, maar niet [zoals maar al te vaak verkondigt is] tot vonnis of veroordeling.
Wij offeren onze dienst eveneens voor hen, die in Geloof ontslapen zijn en weten ons daarmee verbonden, voor elke geest, die in Geloof tot volkomenheid is gekomen.
Het is een uiting van dit Mysterie, weliswaar geeft het een beeld weer, maar
ze deze beelden zijn niet leeg dit Mysterie vertegenwoordigt een waarachtige realiteit, ze geven betekenis en voeren God’s aanwezigheid onder de mensen aan
en zijn ons tot zegen, want de hand des Heren heeft ons verheven:
Ik zal niet sterven, maar leven en
de werken des Heren in woord en daad verkondigen
”.

Indien we onze harten, ons verstand en onze wil openen teneinde ons zelf in de geschiedenis van onze Heer en Verlosser te plaatsen, denken we God’s gedachten ná, belichamen we God’s verhaal van Liefde, worden we gebroken brood en uitgegoten wijn voor anderen in een vleesgeworden, gekruisigd, verrezen/ opgestaan, en toekomstgericht leven.

Liturgische kalender
Op grond van het eerste Verbond [O.T.] wordt de schepping geacht te hebben plaatsgevonden 3761 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling.
De godsdienstige kalender is gebaseerd op wat daarover in de Wet [Thora] door God aan Mozes en Aäron is opgedragen.
In Egypte zei God al tegen Mozes en Aäron:“   Voortaan dient deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar te zijn” Ex.12: 1-2. Het nieuwe jaar begint onder het Joodse/met Israël verbonden Volk op Rosj Hasjana, een gewichtige tweedaagse periode van gebed en inkeer, en als zodanig is dit gebruik in het nieuwe Verbond, in Christus voortgezet en vormt het nieuwe jaar vanaf het [Romeinse] Nieuwe jaar 1 september een nieuw begin van de tijdscyclus.
De Apostelen hebben in navolging van Christus, deze belangrijke leidraad voor het gelovige leven voortgezet en de kerkvaders zijn uiteindelijk tot een jaar-indeling overeenkomstig de seizoenen van het jaar gekomen.
Een Liturgische kalender is dus niet – ‘zo maar‘- een leidraad, het is onderwijs op een gevarieerd steeds terugkerend en toch niet helemaal terugkerende her-innering, opdat wij de grote dankzegging via een tabel kunnen navolgen.
Hoe -‘intensiever’- je deze leidraad volgt, hoe dringender je de behoefte zult ervaren in het dagelijks gebruik en kan bij een volkomen wijze van hanteren,
recht doen aan de invulling van het Liturgisch leven van alle dag.
In de Orthodoxie worden verschillende kalenders gehanteerd, de oude en de nieuwe; de Gregoriaanse en de Juliaanse kalender; het verschil in de paasdatum met het westen is niet alleen het gevolg van het feit dat de Orthodoxe Kerk nog eeuwen na 1582 [het jaar waarin Rome haar kalender invoerde] de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de Juliaanse kalender wordt berekend. Lang daarvoor heeft de Orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór òf op Pesach zou kunnen vallen.

                  In de Nederlandse taal mogen we dankbaar zijn aan de voormalige

Archimandriet Adriaan Korporaal

Benedictijn, Archimandriet Adriaan [Korporaal 1913- 2002], die in zijn leven onvermoeibaar steeds weer opnieuw, met veel geduld en toewijding, alle gegevens heeft verzameld en bewerkt om uiteindelijk tot de invulling van ons ‘Orthodoxe Liturgisch Leven’ te komen [zie Klooster ‘geboorte van de Heilige Johannes de Voorloper’,
Stichting Orthodoxe Kerk Nederland, ’s-Gravenhage;
http://www.johannesdevoorloper.nl/boeken.html.
                  Momenteel worden de oorspronkelijke uitgaven tevens bijgehouden door het Orthodox Klooster in de Peel [Asten (NB)],
[zie Stichting “Geboorte van de Moeder Gods” Asten;
http://www.orthodoxasten.nl/uitgaven.htm, orthodoxasten@gmail.com.

                  De liturgische teksten zijn in de Orthodoxie onveranderd gebleven,
het vindt immers z’n basis in de oorspronkelijke onveranderlijke leringen van de de vroeg-Christelijke Kerk; de Nederlandse vertalingen volgen daarom nadrukkelijk  de vertaling in het Nederlands van de oorspronkelijke door de vroeg-christelijke kerkvaders geformuleerde Liturgische teksten.
Dit alles om zoals de apostel Paulus ons vermaande daarmee:
    allereerst de smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen
voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat
wij allen een stil en rustig leven mogen leiden in
alle godsvrucht en waardigheid
”.
Het toepassen van de oorspronkelijke principes heeft in iedere lokale en culturele setting in de loop van de menselijke geschiedenis een andere uitwerking gekregen, dit mag uiteindelijk de uitdaging en de reis blijken te zijn, die wij als christenen met elkaar mogen ondernemen.
Wij willen onze bloed’s-broeders in Christus geen norm voor schrijven, maar
ik hoop dat dit verslag aan het begin van het kerkelijk jaar tot gevolg mag hebben van een algehele ontdekkingstocht naar de principes van de vroeg-christelijke Kerk en dat een dergelijk onderzoek zal inspireren om de dienst als één geheel te zien, één geheel dat God’s Aanwezigheid onder de mensen mag openbaren.

Laat ons onszelf wel bewust blijven, dat Christus, Zijn Wil niet aan ons heeft opgelegd; Geloof dient -‘in alle vrijheid‘- te worden aanvaard en niet door het een of ander Constantijns hierarchiek systeem aan gelovigen worden opdrongen – indien je dàt probeert te doen breek je het Geloof bij de wortel af.
Daarop volgt een conclusie dat beleid van bovenaf heeft afgedaan, niet langer gedragen wordt door het christenvolk.
Geloof en alles wat daar vanuit canons uit voortvloeit dient door onderwijs
‘in vrijheid’ – aan onze kinderen te worden doorgegeven, opdat zij ‘zèlf’ in staat zijn een keuze te kunnen maken over de door God geleide inrichting van hun leven. Daartoe is dringende catechisatie nodig, niet alleen aan leeftijdsgroepen, maar ook in combinatie aan gezinnen.

Een stil en rustig leven leiden in
alle godsvrucht en waardigheid.
    Wees wèl-gegoed, met een goed humeur in tijd van voorspoed, maar 
denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken.
      Allerlei heb ik gezien in mijn ijdele dagen: er is een rechtvaardige, die ondanks zijn gerechtigheid te gronde gaat en er is een goddeloze, die ondanks zijn boosheid een lang leven heeft.
     Wees niet al te zeer rechtvaardig en gedraag u niet al te wijs; waarom zoudt gij uzelf tot verbijstering brengen? Prediker 7: 14-16.
                                 Zou er nog tijd voor handen zijn om te ervaren dat in het leven goed 
doen gerechtvaardigd is, feest te vieren, te rouwen om wie heen gingen, om je vervolgens vóór te bereiden op het onvermijdelijke?
Hoe meer ascese in het alledaagse leven wordt opgenomen, hoe heilzamer en minder overlastgevend het leven wordt ervaren en dat niet opgelegd aan het volk, maar door eigen doen en laten dient te worden onderwezen.
Wie zich uit liefde, in hevig God’s-verlangen, genoeg ontrukken kan aan aardse dingen en in voldoende vurigheid, om God, de mensen om zich heen steeds met  broeder- zusterliefde bijstond in hun geestelijke nood, zou hier op aarde reeds de Hemel kunnen leren kennen en beleven.
Wat de liefde het meest begeert, uiteraard met de kanttekening egocentrische lichamelijke lust vermijdend, zal een ieder die dit belijdt tot God’s-vrucht leiden.
Die leeft in Christus’ liefde; die zal de naastenliefde nastreven, wanneer dit ook geboden zal zijn: in blijde als in droeve dagen, bij sterkte of verslagenheid,
met raad en daad en troost verschaffend of vermanend.

Wanneer de rede – ‘God’ – vreest om Zijn Sterkte en Grootheid tegenover eigen kleinheid en daarom in staat God’s Sterkte [Macht] en Grootheid te verwerven, als zij hierdoor dan tevens gaat vrezen dat zij God’s liefste [heilige] niet kan worden omdat zij oordeelt dat zo’n edel wezen haar niet toekomt – want hierdoor geven velen het op. Het gaat veel eer om kleine dingen zwijgend groots te volbrengen, in plaats van groots te doen over kleine aangelegenheden.
Indien God’s liefde als voorwaarde bij een onderhandeling wordt bedongen – dan dwaalt hierin de rede en nog heel wat dingen meer.

Ommekeer, wedergeboorte

Door ijdele hoop op persoonsgerichte Goddelijke vergeving vergissen zich een aantal mensen. Want waren zij zeker van dat alles hun vergeven is, dan zouden zij God liefhebben en dit dan tevens dag-in-dag-uit in hun daden tonen. Zij rekenen er dus op hetgeen zij nimmer verwerven zullen. Want zijn zij lauw en laten zij ná hun schuld [in het Mysterie van de wedergeboorte] te kwijten tegenover God en Zijn Liefde, aan Wie men tot aan de dood schatplichtig is.
Maar hieromtrent heb ik u niet veel te verhalen; in naastenliefde dwaalt men vaak door onbezonnen dienstverlening, zoals wanneer men zonder noodzaak, dus louter uit eigen voorkeur, bestuurt, geeft of helpt en zich nodeloos uitput.
Het zijn immers dikwijls gevoelens van genegenheid wat men naastenliefde noemt.
Een levensregel bindt u soms aan dingen waarvan u vrij zou kunnen zijn; dus hierin kan de rede doelloos ronddwalen.
Een vurige geest van goede wil, diep in uw hart, doet méér dan enige regel kan bewerken.
Ook aardse tranen plengen is verkeerd: al houdt onze rede dan wel vóór
dat wij om wat ons toekomt, wenen, ’t is meestal eigenzinnig pruilen.
En hierin dwaalt men werkelijk veel.
Die uit zijn op verkeerde vroomheid, iets anders zoeken dus dan God, zijn afgedwaald van het goede pad.
Want Hem alléén zal men wensen te verlangen, blij aanvaarden wat Hij ons schenkt. Maar al te vaak ziet men mensen ronddwalen, die in gevoeligheid troost zoeken, dit immers, is slechts zinnelijk neigen tot God of tot de mensen.
Waar men veeleer uit slaafse vrees voor God en het beducht zijn voor Z’n straffen, dan wel uit liefde dingen doet of laat, daar faalt de rede.
Door aan te nemen wat men missen kan, hetzij uiterlijk of innerlijk, doet men de rede dwalen, zoals door het verwerven van allerlei bezittingen, het zich behaaglijk maken zonder last en door angstvallig steeds met God en alle mensen de goede lieve vrede te bewaren.
In het geven dwaalt men dikwijls, wanneer men voorbarig, volledig afstand van zichzelf wil doen, òf zich geheel beschikbaar stelt voor allerhande dingen waartoe men niet uit Liefde is bestemd.
En al zijn dure tijd besteed aan getob, verdriet, ofwel verpozing, aan ruziemaken en verzoenen, in lief en leed, is eveneens een dwaling van de rede.
Steeds maar weer ingaan dus, op al wat je beroert, verwart ten zeerste onze rede: hierin is al het vorige inbegrepen.
De rede faalt wanneer men onbeheerst – zoals het uitkomt – aan vrees en al die andere dingen toegeeft, òf slaafse angst òfwel vermetele hoop gaat koesteren, in affectieve neigingen [met jonge deernen vlijen wil] en al wat afwijkt van de volmaakte Liefde.
Wanneer ik verhaal dat rede faalt in al deze punten die de mensen vaak tot richt-snoer dienen, dan is het juist omdat ‘zij zelf’ zo belangrijk zijn en het de taak van de rede is ze elk, naar eigen aard en waardigheid, aan ons te duiden.  

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, eer aan U
“.

Kondakion
tn.2   
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion    
tn.2 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

11e zaterdag ná Pinksteren Augustus, de 31 – De plaatsing van de Gordel van de Alheilige Moeder Gods in een kerk in het district Chalcoprateia van Constantinopel.

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
‘       Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen?’.
‘       Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
‘       Martha, Martha, jij maakt je bezorgd en druk over vele dingen,
        . . . . . maar weinige zijn nodig of slechts één; want
‘       Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat
       van haar niet zal worden weggenomen’
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat
een vrouw uit de schare haar stem verhief en
tot Hem zei:
‘       Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Hij zei:
‘       Zeker, zalig, die ‘het Woord God’s horen en het bewaren’

Luc.10:38-42; 11: 27,28.

PdfAKATHIST van de heilige Moeder Gods

stammen van Israël [de Kerk] verzameld rond de Ark van het Verbond in de woestijn bij de berg Sinaï

    Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en  achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, met een gouden reukofferaltaar en de ark van het Verbond, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen van het Verbond [de Thora, de Wet]; daarboven waren de cherubijnen der Heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voort-durend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr. 9: 1-7.

  Gehoorzaamheid is God behagen en op alles wantrouwen, hoe
goed het ook is, tot het einde van iemands leven

H. Johannes van de Ladder. Gehoorzaamheid is als de Theotokos
antwwordde op God’s oproep: ” Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw Woord“.
Er zijn er velen onder de mensen, die zich navolger van Christus noemen, die
slechts zicht hebben op het feit dat Christus mens onder ons is geworden teneinde ons te redden.
Zij gaan er daarbij echter niet langer vanuit dat hen eenmaal ook nog een oordeel staat te wachten; de eerste keer kwam Hij om ons te redden,
de tweede keer komt hij echter om te oordelen.
Bij zijn tweede komst zal Hij ons hartelijk ontvangen, doch zal Hij als een rechtvaardige rechter oordelen over datgene wat wij tijdens ons leven zoal gedaan hebben.

De eerste keer kwam Hij om ons te redden,
de tweede keer komt hij om te oordelen.
Dàt is de gehele Waarheid over onze Heer en Verlosser.

Ja, wij verkondigen dat wij gered zijn door Zijn Bloed, maar Johannes de Theoloog houdt ons tot slot van de Blijde Boodschap het boek Openbaring voor.

De bergen roken

Dáár staat dat mensen zich zullen verstoppen en tot de bergen, die roken zullen roepen: ‘Val op ons!’ Men wil zich tegen die tijd verbergen voor het aangezicht des Heren.
Mensen zullen in shock zijn wanneer ze erachter komen dat, wat ze tijdens hun leven in een catechese hebben ondervonden van de Heilige, de Sterke en onsterfelijke God, die ook over hun doen en laten een oordeel zal vellen.
Onze Heer zal uiteindelijk afrekening houden met
Zijn vijanden, daar heeft Hij als ‘Heer en Meester’ het recht toe,
wij hebben immers als mens de eeuwigheid verontreinigd.
De boeken zullen worden geopend, alles
wat we hebben gedaan, wordt openbaar
”.
Zelfs onze diepste geheimen zullen van de daken worden geschreeuwd.
Dàt is de dag van het Laatste Oordeel.
Wie zal worden vrijgesproken?
Ik geef het je op een briefje, niemand.
Niemand kan zich onttrekken aan z’n tekortkomingen, ook ik niet.

Op de dag dat God’s boek wordt geopend, gaan alle andere boeken dicht. Vervolgens dien je maar nederig af te wachten of je naam vermeld staat in het boek des levens van het Lam,
dàn vormt die dag immers niet langer een bedreiging voor je.
Maar hoe krijg je je naam in het boek van het Lam?
Om in het boek te komen, dienen je on-gerechtigheden, je tekortkomingen,  je zonden door Zijn Bloed te zijn weggewassen.
Omdat onze Heer en Verlosser voor je is gestorven en op die manier voor je zonden heeft betaald,
kun je worden vrijgesproken en als rechtvaardig worden beschouwd in God’s ogen.
Dàn kom je in Zijn boek, in Zijn eeuwige gedachtenis, herinnering’s boek terecht.

De Ceintuur  [de ‘riem’, ‘sjerp’ of ‘gordel, Gr.= ‘zone’] van de Theotokos is een reliek van de  Heilige Maagd Maria, welke momenteel bewaard wordt in het I.M. Vatopedi op de berg Athos.
Volgens de heilige traditie van de Orthodoxe Kerk
werd de Theotokos voorafgaand aan de door Christus gewenste opname in de Hemel [feest van 15 aug] in
Jeruzalem door de twaalf  apostelen begraven.
Drie dagen later arriveerde Thomas de apostel, die
vertraagd was en niet in staat was om de begrafenis bij te wonen en deze vroeg om een laatste aanschouwing van het lichaam van de Moeder God’s.
Toen hij en de andere apostelen bij het graf van Maria aankwamen, ontdekten ze dat haar lichaam verdwenen was.
Uit de overlevering is ons bekend dat de Maagd Maria hem destijds verschenen is en  dat zij de apostel Thomas haar gordel [Gr.= ‘ζώνη, van ‘zone’] overhandigde.
Er is geen daadwerkelijk bewijs van deze gebeurtenis, noch is deze reliek onderwerp van een of ander uitspraak van de vaders tijdens de Concilies geweest. Tòch doet deze geschiedenis de ronde in  de overlevering van gelovige christenen en werd deze gordel [‘zone’], die door de Moeder God’s zelf uit kameelhaar was vervaardigd in Jeruzalem bewaard, totdat deze tegelijk met haar mantel in de 5e eeuw naar Constantinopel werd overgebracht en ter verering werd aangeboden in de kerk van de Theotokos Blachernae.
Deze relikwie werd vervolgens door keizerin Zoe, de vrouw van keizer Leo VI , uit dankbaarheid voor een wonderbaarlijke genezing met gouddraad geborduurd.
De keizerin had een visioen dat ze van ‘haar zwakheid zou worden genezen’ indien de riem van de moeder God’s over haar heen zou worden gelegd.
Já, óók de groten der aarde kunnen wanneer zij zich ervoor ‘open’ stellen,
onderkennen dat zij ten opzichte van hun Schepper slechts ‘zwak’ staan.
De keizer vroeg toen de Patriarch om de koffer te openen, waarop de Patriarch het zegel verwijderde en de koffer opende waarin deze reliek werd bewaard.
De gordel van de Moeder van God’s bleek door de tijd volledig heel en onbeschadigd te zijn gebleven.
De Patriarch plaatste de gordel om de – als ‘ziek’ zijn ervaren keizerin en
onmiddellijk werd ze bevrijd van haar zwakheid.
Zij zongen gezamenlijk de Hymne van dankzegging tot de Allerheiligste Moeder God’s en vervolgens plaatsten zij de eerbiedwaardige ‘Zone’ terug in de houder en verzegelden deze.
De houder dient vervolgens enige malen te zijn open gemaakt en opnieuw verzegeld te zijn, want er bevinden zich gedeeltes in het Vatopedi-klooster op de Heilige berg Athos, de kloosters van Trier [Germ.] en te Georgië.

Je zult je afvragen waarom deze reliek op de laatste dag van het kerkelijk jaar onze aandacht vraagt.
Wèl in de Blijde Boodschap wordt er slechts vier keer over het boek der Rechtvaardigen gesproken en in drie van de vier gevallen worden er ook namen uit dit boek geschrapt.
Omdat onze Heer en Verlosser voor jou is gestorven en op die manier voor je zonden heeft betaald, kun je worden vrijgesproken en rechtvaardig  worden bevonden in God’s ogen.
Eerst dàn kom je in het goede boek terecht, aangrijpend niet?
Net als de keizerin gaan wij christenen gebukt onder de menselijke zwakheid;
dit blijft knagen en wij zouden maar àl te graag worden genezen, van de verwondingen wanneer de tegenstander ons heeft verslagen en ons duidelijk maakt dat slechts zijn verblijfplaats, de hel, je einde zou zijn. Nu is de hel, het niet langer verkeren in God’s nabijheid, welke als vreselijk brandende koude wordt ervaren [vandaar de gelijkenis met het vuur].
In de devotie, de innige verering van de Christenheid, het gewone volk, speelt de Moeder Gods een grote rol als bemiddelaarster bij Haar Zoon, onze Heer.
Het is niet voor niets dat de Moeder God’s Thomas in zijn menselijke onvolkomenheid te hulp schiet, zelfs nog ná haar overlijden.
Op een plaats waar de hemel buigt en de aarde raakt wordt de gordel gekoesterd
opdat de sluier tussen deze wereld en de volgende dun en doorzichtig wordt.
Aldus wordt je gedragen op de vleugels van de asceten in de woestijn van de berg Athos, in kloosters van Trier [Germ.] en Georgië.
Daarom wordt deze gordel van de Moeder God’s op het eind van het kerkelijk jaar onder de aandacht gebracht, opdat zij voor ons zondaars nu en in het uur van onze dood tot onze Heer en Verlosser mag bidden dat Hij ons terwille mag zijn.

The feast of the Holy Belt, the feast of Chastity and Obedience, I.M. Vatoppedi, Athos.

Door heiliging blijf je vermeld in het boek van God, je hebt zowel een leven nodig dat is ingesteld op God’s wil, als de vergeving van zonden. Vergeving en heiliging zijn de twee meest belangrijke zaken die een mens hier op aarde nodig heeft. Beide dingen wil God ons zonder meer geven en zeker wanneer de Moeder God’s voor ons pleit. Met die twee zaken zijn we klaar voor God’s nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Neem van mij aan de Orthodoxie behaald de overwinning op de dood niet door aantallen, de overwinning wordt alleen door het Geloof in de Opstanding van de Zoon van God bereikt.
Door de Opstanding heeft onze Heer Jezus Christus de dood overwonnen en schenkt Hij het leven aan degenen, die in de graven verblijven.
Tot mijn grote schrik dien ik aan het einde van een christelijk leven te bekennen, dat er nog maar weinig gelovigen om mij heen over zijn die deze Waarheid onder- schrijven/kennen. De overgrote en de immense stroming van het ongeloof, de afwijzing van geloof door diegene die langzaam maar zeker
is afgeweken van het oorspronkelijke geloof.
Geloof in de Opstanding vereist niet alleen strijdbaarheid en vrijmoedigheid, maar ‘voor al’ het vasthouden aan aloude principes van onze voor vaderen:

Het laatste oordeel en herstel
    Roept dit uit onder de volken: Heiligt de oorlog, doet de helden opstaan; dat alle krijgslieden aantreden, oprukken!
♨︎  Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held.
♨︎  Maakt u op en komt, alle volken van rondom, en verzamelt u. Doe, o Heer, uw helden daarheen afdalen.
♨︎  Laat de volkeren opstaan en oprukken naar het dal van Josaphat [Hebr.= ‘de Heer spreekt recht’], want daar zal Ik zitten om alle volkeren van rondom te richten.
♨︎  Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp. Komt, treedt, want de perskuip is vol; de wijnbakken stromen over. Want hun boosheid is groot.
♨︎  Menigten, menigten in het dal der beslissing, want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
♨︎  De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
✥  En de Heer brult uit Sion [Hebr.= ‘ruïne, verschroeide plaats’] en verheft Zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar de Heer is een schuilplaats voor Zijn Volk en een veste voor de kinderen van Israël [de Kerk].
✥  En jullie zullen weten, dat Ik, de Heer, uw God ben, Die woont op Sion, Mijn heilige berg, en Jeruzalem zal een heiligdom zijn, en vreemdelingen zullen er niet meer doortrekken.
            Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim [Hebr.= ‘van de acacia’s’] drenken.
Egypte zal tot een woestenij worden, en Edom [Hebr.=‘rood’] tot een woeste wildernis, vanwege het geweld de kinderen van Juda aangedaan, in wier land zij onschuldig bloed hebben vergoten.
Maar Juda zal blijven tot in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht.
En Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, dat Ik niet onschuldig verklaard had.
En de Heer zal blijven wonen op Sion
Joël 3: 9-21.

    zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan.
Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag 
ten einde brengen en de bediening, die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om het Evangelie van de Genade van God te betuigenHand.20: 22-24.
Met klem wordt ons telkenmale in de Joods- Christelijke cultuur voorgehouden waar het in het leven van de mens om draait; velen horen het, maar luisteren niet omdat ze veel te druk zijn met eigen wereldse eigenaardigheden.
Nogmaals:
    Laat de volkeren opstaan en oprukken naar het dal van
Josaphat
[Hebr.= ‘De Heer is rechtvaardig en spreekt recht’], want
dáár zal Ik zitten om alle volkeren van rondom te richten
[te berechten]”.
Het Volk van God [Israël, Juda] en de Kerk delen een voortdurende geschiedenis, waarbij  elke generatie God’s oproep tot gemeenschap òf weerstaat òf omhelst.
Aanvallen tegen ons weten van geen ophouden en vredige tijden zijn zeldzaam.
De wreedheid van de aanval varieert, want de oorlogvoering wordt zowel in
onze ziel als extern ervaren in de vorm van veldslagen en totale oorlog.
               De onderliggende oorzaak van dit oneindige conflict is het kwaad en de  zonde, de voornaamste en onophoudelijke dodelijke ziekte van de mens.
               We weten echter met zekerheid dat God ons nooit zal loslaten en
alleen laat gaan in de voortdurende oorlogvoering, die tegen ons wordt gevoerd.
               Hij handelt door te oordelen, te corrigeren, te verdedigen en te redden, zoals Hij ons openbaart door Zijn Kruis en Zijn Verrijzenis.
    Het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de macht zou komen van het bederf. Zo werd Hij als Eersteling van de ontslapenen ook de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij van allen en in alles de Eerste zou zijn”,
uit: Goddelijke Liturgie van de H. Basilios.

           Indien Joël als Profeet van de Allerhoogste verklaart dat God
zal aanzitten om alle naties rondom te oordelenJoël 3: 12 op een door Hem bepaalde tijd en, ten slotte, op “de dag des Heren . . . in de vallei van het oordeel” Joël 3: 14.
De Heer handelt altijd om “Zijn Volk te beschermen en. . . versterk de zonen van Israël [de Kerk] “ Joël 3: 16.
Joël registreert ook deze belofte:
U zult weten dat Ik de Heer, uw God, degene ben,
Die in Zion op mijn heilige berg woontJoël 3: 17.
Vergis je niet:
Want Hij is onze God en wij zijn
het Volk van Zijn weide,
de kudde van Zijn hand

Psalm 94[95]: 7, vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Temidden van het tumult van de wereld en de beproevingen van onze huidige dag, en elke keer in de geschiedenis, is de Heer de ware Toevlucht aan Wie we ons vastklampen. Verdrukkingen hebben en zullen, zolang de aarde is, bestaan: ​
Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals
er niet geweest is van het begin der wereld tot nu
toe en ook nooit meer wezen zal.
En indien die dagen niet ingekort werden, zou
geen vlees behouden worden; doch
ter wille van de uitverkorenen zullen
die dagen worden ingekort
Matth. 24: 21,22.
In feite is de Heer en Zaligmaker ons ter wille, want Hij maakt ons duidelijk dat het niet te lang zal duren “tenzij die dagen werden ingekort, geen vlees zou worden gered”.
Vanwege de grote goddeloosheid die tegen Gods volk is begaan, voorspelt Joël dat verwoesting over hele naties zal komen
vanwege de wandaden tegen het volk van Juda [en de Kerk], vanwege
het onschuldige bloed dat in hun land is vergoten
Joël 3: 19.
Onze Heer en Verlosser
zal hun bloed wreken en het niet ongestraft latenJoël 3: 21.
De heiligen, de serieuze navolgers van de Heer zullen gerechtvaardigd worden
en de Kerk zal zien ‘vreemdelingen zullen er niet meer. . . ‘er niet meer’ doortrekken Joël 3: 17.
De Kerk zal niet langer meer geïntimideerd worden door oost of west, door geld en macht’s-spelletjes. Het bloed van de Martelaren en asketen zal worden gerekend tot degenen die hen hebben gedood.
Daarom wees eveneens gereed,” raadt de Heer ons aan,
want de Mensenzoon komt op een uur dat u niet verwachtMatth.24: 44.

Vijanden van het volk van God en elke onderdrukker van de Kerk
zullen een verlatenheid wordenJoël 3: 19. Zij zullen in de kou staan, buiten de Heerlijkheid van God.

Maar laten wij rechtvaardigen ons verheugen, want alles wat wij ervaren is geen strijd en pijn. De Heer verzekert ons dat het conflict zal eindigen en
dat Zijn waarachtige heiligen hun beloning zullen ontvangen:
  De bergen zullen zoetheid druipen en melk zal uit de heuvels stromen, en
alle beken van Juda zullen met water stromen.
En een fontein zal uit het huis des Heren stromen en
het zal
[leven’s-]water leverenJoël 3: 18.
  Christus is onze Énige, onze eeuwige fontein en
giet nu Zijn herstel uit.
De Kerk zal voor altijd door heiligen bewoond worden . . .
van generatie op generatie
Joël 3: 20.

Christus, Licht der Waarheid

De levenschenkende Christus is opgestaan ​​als de zon,
precies hetzelfde als de profeet Joël dit beloofde.
We behoeven niet naar de vallei van Josaphat te komen om als Zijn vijanden beoordeeld te worden.
Wij kunnen ons bekeren en gereinigd worden bij
Zijn fontein – onze enige toevlucht – en
deelnemen aan de waarachtige redding in Hem.

    Geef ons, Meester, nu wij slapen gaan, rust naar lichaam en ziel.
Behoed ons voor een duistere [zondige] slaap, en voor iedere [donkere en] nachtelijke begeerte.
Breng tot rust de aandrang van onzuivere neigingen:
doof de vurige pijlen van den boze, die in het geheim op ons afkomen.
Doe bedaren de opstandigheid van ons vlees en kalmeer iedere bezorgdheid voor aardse en voorbijgaande dingen.
En geef ons, o God, een waakzame geest, zuivere gedachten en een nuchter hart;
geef ons een lichte slaap, vrij van iedere fantasie.
Doe ons opstaan op de tijd van het gebed, gesterkt door Uw Geboden, Uw oordelen steeds gedenkend.
Maak dat wij U de gehele nacht in de geest mogen verheerlijken door het bezingen, zegenen en loven van Uw Heilige en alleenlijke Naam:
van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest,
nu en altijd en inde eeuwen der eeuwen. AMEN.
Hooggeprezen altijd-maagd en gezegende Moeder van Christus God,
breng ons gebed tot Uw Zoon, onze God, opdat Hij door U onze zielen moge redden.
Mijn vertrouwen is de Vader, mijn toevlucht de Zoon, mijn bescherming is de Heilige Geest,
Al-heilige Drieëenheid, eer aan U,
Eerst aan U, Christus, onze Hoop,
eer aan U
”.

fresco: Theotokos, ‘ruimer dan de hemelen’; Platytera.

Een opmerkelijk en on
begrijpelijk gebeuren.
De Theotokos leeft in de hemelen en
aanschouwt onophoudelijk de Glorie van God, maar zij veronachtzaamt ons achtergelaten mensen niet en
zij omhelst in haar mededoden de gehele aarde en alle gelovigen.
Deze smetteloze moeder, die haar Zoon ons heeft gegeven.
Zij is onze vreugde en onze hoop!
Heilige Moeder God’s, bescherm ons!
H. Silouan, de Athoniet.

11e donderdag nà Pinksteren, 29e Augustus – de onthoofding van de Heilige, glorieuze Profeet, voorloper en doper Johannes.

De rechtvaardige zal zich verblijden in de HEER, en op Hem vertrouwen‘; ‘The righteous shall rejoice in the LORD, and trust in Him.

    En koning Herodes hoorde van Hem [Christus], want Zijn Naam was bekend geworden; en men zei:
Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Het is Elia, weer anderen: Een profeet als een van de profeten.
Toen dan Herodes van Hem hoorde, zei hij: Johannes, die ik onthoofd heb, die is opgewekt.
Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had.
Want Johannes had tot Herodes gezegd: Gij moogt de vrouw van uw broeder niet hebben.
Herodias had het op hem voorzien en wilde hem doden, doch zij kon dit niet, want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne.

Paranoïde Herodes

      En toen er een gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn legeroversten en de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen.
En de koning zei tot het meisje: ‘ Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven’. En hij zwoer haar: ‘  Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn koninkrijk.
En zij ging heen en zei tot haar moeder:
‘ Wat zal ik vragen?’ En deze zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper’.
En terstond ging zij haastig naar binnen tot de koning en vroeg, zeggend: ‘     Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper’.
En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren.
En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder.
     En toen zijn discipelen het hoorden, kwamen zij en namen zijn lijk weg en legden het in een graf.
     En de apostelen kwamen weer samen bij Jezus en berichtten Hem al wat zij gedaan en geleerd hadden
Marc.6: 14-30.

John the Baptist

    En toen hij zijn loopbaan volbracht, zei Johannes:
Wat gij meent, dat ik ben, ben ik niet, maar zie, ná mij komt Hij, wie ik niet waardig ben het schoeisel van Zijn voeten los te maken.
Mannen broeders, zonen van het geslacht van Abraham, en vereerders van God onder u, tot ons is deze heilsboodschap gezonden.
      Want die te Jeruzalem wonen en hun oversten hebben Hem niet erkend en zij hebben de uitspraken der profeten, die elke sabbat worden voorgelezen, door hun oordeel vervuld, en hoewel zij geen grond voor doodstraf konden vinden, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen;  en toen zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem af van het hout en legden Hem in een graf.
Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt; en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen, die met Hem van Galilea naar Jeruzalem opgegaan waren, die thans getuigen van Hem zijn bij het Volk.
     En wij verkondigen u, dat God de Belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de tweede psalm geschreven staat“ Hand.13: 25-33a

Vanitas- [ijdelheid-]   verwijzing, Gerrit Dou
    Waarom woeden de heidenen ? Waarom zinnen de volken op ijdelheid ? In opstand zijn de koningen der aarde; de vorsten zijn samengeschoold.
Zij zijn in opstand tegen de Heer en tegen Zijn Gezalfde.
Zij zeggen: Laat ons hun boeien verbreken, laat ons hun juk van ons afwerpen. Maar die in de Hemelen woont lacht hen uit: ‘de Heer bespot hen’.
Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn, in Zijn gramschap brengt Hij hen in verwarring. Doch ik ben door Hem als koning gesteld, over Sion, Zijn heilige berg.
Om de bevelen des Heren bekend te maken en te verkondigen. De Heer toch zei tot mij:
‘Gij zijt
[slechts] mijn zoon; heden heb Ik u verwekt.
Vraag Mij, dan geef Ik u volkeren tot erfdeel; de einden der aarde tot uw bezit. Gij zult hen weiden met ijzeren staf, hen stukslaan als aardewerk.
Nu dan, koningen, wees wijs: wordt onderricht, gij allen die de aarde oordeelt.
Dient de Heer in vreze, juicht Hem toe met ontzag.
Aanvaardt onderricht, opdat de Heer niet zal toornen, en gij niet verloren gaat van de gerechte weg, wanneer straks Zijn toorn ontbrandt. Gelukzalig zijn allen, die op Hem hebben vertrouwd” Psalm 2, vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Johannes de Doper [Oudgrieks: Ἰωάννης ὁ βαπτιστής,
de persoonsnaam afgeleid van het Hebreeuwse 
יוחנן, Jochanan,
de Heer heeft Genade getoond”],  is in het Christendom, maar zeker in het op de ascese gestoelde Orthodoxe Christendom, maar ook bij het Gnostisch Mandeïsme en de Islam een Profeet van de Allerhoogste.
Hij leefde zo ongeveer 7 jaar voor Christus, was Zijn neef en werd vóór onze Heer aan het Kruis stierf en ná 3 dagen opstond, dus vóór het jaar 30, onthoofd.
Johannes heeft omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea gepredikt Luc.3: 1,2.
De oudste bronnen over zijn leven zijn de werken van Flavius Josephus en
de vier Evangeliën in het Nieuwe Testament. Ook in verschillende apocriefen van het Nieuwe Testament komt Johannes voor.
In de Koran wordt Johannes de Doper ‘Yahya’ genoemd.

Wie is deze Johannes de Doper?
    Troost, troost mijn volk, zegt uw God. 
Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des Heren dubbel ontvangen heeft voor al zijn zonden.  Hoor, iemand roept:
‘ Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God.
> Klim op een hoge berg, vreugdebode Sion; verhef uw stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem; verhef ze, vrees niet; zeg tot de steden van Juda:
> De ellendigen en de armen zoeken naar water, maar het is er niet, hun tong verdroogt van dorst; 
Ik, de Heer, zal hen verhoren;
Ik, de God van Israël
[van de Kerk], zal hen niet verlaten.
Ik zal op kale heuvels rivieren doen ontspringen en bronnen te midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen.
> Druppelt, hemelen, van boven en laten de wolken gerechtigheid doen neerstromen; de aarde 
zich zal openen, opdat het heil zal ontluiken en zij daarbij gerechtigheid zal doen uitspruiten;
Ik, de Heer, heb dit geschapen.
> Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën.
Verkondigt het met jubel-klanken, doet dit horen, verbreidt het tot aan het einde der aarde; zegt:
‘ De Heer heeft zijn knecht Jaäcob verlost. Zij leden geen dorst, toen Hij hen door de woestijnen 
leidde; Hij deed voor hen water uit de rots stromen; Hij toch spleet de rots, zodat het water 
vloeide’.
> Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt, want de kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de HeerIsaiah 40: 1-3, 9; 41: 17-18; 45: 8; 48: 20-21; 54: 1.
Wij hebben jaren voor zijn wonderlijke aankondiging via Isaiah van hem gehoord, de meesten onder ons kennen zijn oproep welke verzegd is door Isaiah:
Bereidt de weg des Heren, maakt recht uw wegen voor onze God” wij weten van zijn geboorte uit ouders, die op hoge leeftijd en daardoor onvruchtbaar waren, Zacharias, een priester, en Elizabeth, uit de dochters van Aäron, de broer van Mozes en de eerste hogepriester.
Wij navolgers van Christus hebben allen reden om
de Voorloper, bekend als groter dan de profeten, te bekronen met lofliederen en vooral zelf te worden als een de apostelen; want zijn profeten hoofd was afgesneden voor de wet des Heren
conf. exaposteilarion.
Johannes de Doper wordt een glorieuze Martelaar voor Gods Wet [de Thora],
is getuige namens de heiligheid van het Verbond’s-huwelijk en
dringt er bij iedereen op aan zich uit berouw diep voor de Heer te buigen.
Wij zijn het niet meer gewend, in de war geraakt door vernieuwende praktijken in de Kerk, maar Johannes roept op Boete te doen alvorens
een ontmoeting met onze Heer en Verlosser te hebben.
Ja, wij dienen in zak en as te zitten vanwege onze ongehoorzaamheid
ten opzicht van onze Heer en Schepper.

Wie is deze mens die we Voorloper van Christus en de doper van de Heer noemen? Christus onze Heer Zelf leert ons dat hij:
Onder degenen die uit vrouwen zijn geboren, er niemand is, die groter
geworden is dan Johannes de DoperMatth.11: 11.
Hij is net als de andere der Profeten, hij gaat de weg om uitgeworpen, miskend te worden.
De vaders van de Kerk, het Lichaam van onze Heer, Jezus Christus, voor-zien ons van een zorgvuldig geselecteerde en uitgebalanceerde reeks  van instructieve verzen van Isaiah aan  de vooravond van de herdenking van de onthoofding van Johannes.
Deze verzen leren in de eerste plaats dat Johannes als een priester optrad,
iemand die zich verbindt, zich uitslooft voor God’s Volk Isaiah 40: 2.
Hij wordt beschreven als een stem in de woestijn, in onze wereld, die
verworden is tot een wildernis, waar mensen door eigengereidheid zijn vervallen tot een wrede en zondige wereld Isaiah 40: 3.
We leren tevens dat hij een boodschapper is die
de goede tijdingen brengt voor Zion
– dat wil zeggen voor de Kerk van God – want 
bij
het zien van Christus Jezus roept hij uit: “Zie uw God!Isaiah 40: 9.
Door naar de Heer Jezus Christus te wijzen, geeft zowel de profeet als de Doper Johannes aan dat de Godmens datgene  zal doen opspringen dat “armen en behoeftigen zich buitengewoon zullen verheugen; want wanneer zij water zullen zoeken, maar er niemand is en hun tongen zijn uitgedroogd van dorst, zal Ik, de Heer uw God, hen [ver-]horen;  Ik, de Heer God van Israël [de Kerk], zal hen niet verlatenIsaiah 41: 17.
Christus bevestigt deze profetie wanneer Hij zegt: “Wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, zal nooit dorst hebbenJohn.4: 14.

De Doper bereidt dus op unieke wijze menselijke de harten voor om Christus de Heer te zien als de God die mensenlevens omvormt [transformeert] door
“  rivieren in de bergen en fonteinen midden in de vlakte te openen.
Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnenIsaiah 41: 18.
Zonder de Heer, onze God aan je zij ben je kansloos; Hij leert ons om ons tot Christus te wenden als Degene Die waarachtig is en dorstige harten lest, indien we ons maar met Hem zouden verenigen en onze waanzinnige en zinloze arrogante inspanningen om deze wereld om ons heen onze dorst te laten lessen.
Onze wereld snakt en hunkert naar ware gerechtigheid en wordt overgoten door een uitstorting van gezegende Genadegaven.
We hebben onze buik er vol van en hebben er meer dan genoeg van dat wij door de wereld slechts bedrogen uitkomen, de wereld die ons slechts geweld en immoraliteit aanbiedt.
We komen slechts bedrogen uit wanneer wij ons op de wereld verlaten; dat blijkt niet één keer, dat komen we dagelijks op onze weg tegen.

Wat een vriendelijke dienst verricht Johannes de Doper dan voor ons ondergeschikte menselijke ras, terwijl hij ons op de Heer, Jezus Christus wijst!
De Voorloper weet dat de wolken in de hemel “Gerechtigheid kunnen neer plenzen, uitgieten”, opdat de aarde ‘bekering’ ondergaat, die “gezamenlijk gerechtigheid zal voortbrengen” 
Isaiah 45: 8 hetgeen de mensheid de Verlossing en redding zal doen toekomen.
Wij mensen blijven echter slaven in het Babylon, in de verwarring van deze wereld, zolang wij de slavernij van deze wereld als onze natuurlijke staat accepteren.
De Voorloper dringt er echter bij ons op aan “Babylon [Hebr.=’verwarring‘] te verlaten” en “van de Chaldeeërs [Hebr.=’ kluitenbrekers, zij, die ons in verwarring brengen‘] weg te vluchten“. We dienen “een stem van blijdschap’ de laten weerklinken en het iedereen, die het maar horen wil hiervan te doordringen.
Verkondig het tot aan het einde der aarde en zeg:
    De Heer heeft Zijn dienaar verlostIsaiah 48: 20.
Laat je niet langer in met het geharrewar om
je heen en kies voor de ascetische weg,
Johannes de Doper onthult ons dat alleen Christus ons door de woestijn van het leven kan leiden en
  water kan veroorzaken; dit [uit] de rots kan slaan en laten stromen . . . . .  Hij zal de rots splitsen [en] het water zal stromenIsaiah 48: 21, zodat onze onuitblusbare dorst zal worden gelest.
Dus geen vriendschappelijke bezoekjes meer, die toch alleen maar uitlopen op het aloude
‘achterklap’ en kwaadspreken, zelfs met de Mitra nog op.
We hebben een Heiland om ons uit onze diepste pijn te verlossen, al is de gehele wereld inclusief de uitzinnigen in de Kerk op drift geraakt van eigen dunk en hooghartig wedervaren, zo onthult ons de Heilige Johannes de Doper.

Laten we onszelf onderzoeken en vragen: “   Waarom ben ik niet langer verheugd? Waarom ben ik onvruchtbaar en draag ik geen vruchten meer in het [kerkelijk] leven?”.
De Heilige Johannes de Doper schreeuwt het ons van de daken toe:
Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; 
breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt [op uw lauweren rust], want de kinderen der eenzame
zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de Heer
Isaiah 54: 1.
    Omdat u een praktiserend leraar van zuiverheid bent, en een reddende gids tot bekering, smeekt u, a.u.b, Doper en Voorloper bij Christus, onze God om  ons te verlossen van de vernedering van onze hartstochten
Uit, verzen van de Litie voor dit feest

Midden onder u staat Hij, Die jullie niet kennen‘, mosaic; ‘In the midst of you is He, Who you do not know‘, mosaïc.

God en profeet:
  Zie, Ik zend Mijn bode, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot Zijn tempel [van het hart] komen de Heer, die jullie zoeken, namelijk de Engel van het Verbond, die
jullie begeren.
Zie, Hij komt, zegt de Heer der heerscharen. Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en 
wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend.
Hij zal de zonen van Levi [Hebr.=‘verbonden’, zij die zich verbonden weten’] reinigen, Hij zal hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de Heer in gerechtigheid offer brengen.
>  Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Heer aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren.
Ik zal tot u ‘ten gerichtenaderen; Ik zaleen snelle aanklagerzijn tegen de tovenaars, tegen de echtbrekers, tegen de meinedigen, tegen hen die het loon van de dagloner drukken, weduwe en wees verdrukken, en de vreemdeling terzijde dringen, maar Mij niet vrezen, zegt de Heer der Heerscharen.
Voorwaar, Ik, de Heer, ben niet veranderd, en gij kinderen van Jaäcob, zijt niet verteerd. Van de dagen van uw vaderen af zijt gij afgeweken van mijn inzettingen en hebt ze niet onderhouden.
Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren, zegt de Heer der heerscharen.
En dan zeggen jullie: In welk opzicht dienen ‘wij’ terug te keren?
> Breng uw gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zal zijn in Mijn huis; beproeft Mij toch daarmee, zegt de Heer der heerscharen, òf Ik dàn niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
Dan zal Ik, u ten goede, de kaal-vreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet zal verderven en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zal zijn, zegt de Heer der heerscharen. En alle volkeren zullen u gelukkig prijzen, omdat jullie een land van welbehagen zijn, zegt de Heer der H
eerscharen.
> En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God, en ontkomen.

[Eerst] Dàn spreken zij die de Heer vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste:
De Heer, Die bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de Heer vrezen en Zijn Naam in ere
[hebben ge-]houden. Zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de Heer der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen, zoals iemand zijn zoon spaart, die hem dient.
Dàn zullen jullie tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient” Maleachi 3: 1-3, 4-7, 10-12, 15-18.
Met deze tekst voor ogen kun je toch niet langer zeggen, “Oh, Das war in jener Zeit, das war damals“.
        Zie, Hij komt eraan . . . . als een identificatie van de persoon (of personen) aan naar wie Maleachi in deze verzen verwijst, dient ons toch wel enige moeilijkheden op te leveren.
De meeste angstvallige lezers zijn het erover eens dat de uitdrukking “Mijn boodschapper, zoals hierboven is geciteerd weliswaar verwijst naar Johannes de Voorloper, maar zij doen dat niet allemaal.
Het Woord van God en Zijn Pedagogie is immers ook ‘tot ons’ gericht, ook tot onze tijd.
       De meeste kerkvaders van ons lezen de derde zin van Maleachi als
een verwijzing naar Christus’ Weder-komst, en met name de Heilige Cyril van Jeruzalem pakt het hele bestaan, ‘het zijn’ op als zorgwekkend en heeft hij het over de Heer, Die komt als zijnde in Zijn twee verschijningen. 
Hij zegt: “de profeet Maleachi spreekt over twee verschijningen:

En plotseling zal er naar de tempel [van het hart] komen Heer, wie U zoekt“;
dat was de eerste komst van onze Heer, maar onze heer heeft op de Olijfberg al gesproken over welke de voortekenen zullen zijn voor Zijn wederkomst:
“     Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt, want er zullen velen komen die Mijn Naam gebruiken en zeggen: ‘Ik ben de Messias’ en ze zullen veel mensen misleiden’Matth.24: 4,5.

“ Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias” òf: “Daar is hij” in het Oosten of het Westen, bij de een of de andere hoogwaardigheids-bekleder, geloof dat dan niet.”Matth.24: 23.

“ Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dàt je dàn niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen” Matth.24: 6.

  Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: dat alles is het begin van de weeënMatth.24: 7-8.
Dat is dus het begin van [de ellende] het einde. Sommige christenen hebben het hier in dit verband ook over ‘de laatste generatie‘ vóór de laatste wederkomst des Heren. Ze wijzen daarbij op:

Leer van de [natuur] vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij isMatth.24: 32,33.
De “vijgenboom” is in de Pedagogie van de Heer een symbool voor het land Israël en in haar verlengde ‘de Kerk’:

Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van Mijn NaamMatth.24: 9, en tevens de grote afval van gelovigen:

Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar gaan hatenMatth.24: 10.
     Vele mensen vallen dus van hun geloof af en de wetteloosheid neemt toe, de onderlinge liefde bekoelt:

En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelenMatth.24: 12.
Over de tweede wederkomst zegt Maleachi:
  ‘En de Boodschapper van het Verbond, naar Wie je verlangt, ja, Hij komt eraan’ zo zegt de Heer der heerscharen”.
Nu hoe duidelijke wil je het nog hebben ?, we hebben het over het hier en het nu.  conf. Catechetical Lecture 15, NPNF Second Series, vol. 12, p. 104.

We merken daarbij op dat in de oorspronkelijke Griekse tekst als het woord angelos twee keer voorkomt in Maleachi 3: 1.
Het eerste gebruik is suggestief voor Johannes de Voorloper:
Ik zend Mijn boodschapper uit” [kleine letters].
De tweede keer dat het verschijnt, staat het met een hoofdletter:
zelfs de Boodschapper van het Verbond”.
Met andere woorden, zelfs de vertalers van de Orthodoxe studiebijbel volgen
de Heilige Cyril van Jeruzalem, die de eerste angelos als de Voorloper Johannes interpreteert en de tweede Angelos als een verwijzing naar Jezus Christus, de Zoon van God en Zijn wederkomst.
Deze interpretatie wordt versterkt door de volgende verzen.
We herinneren ons misschien dat de engel Gabriel de boodschapper van God was aan de Theotokos Luc.1: 26 en aan Zacharias, de vader van Johannes Luc.1: 19.
Als een door God aangestelde boodschapper lijkt de Heilige Johannes de Doper veel op een engel die, wanneer hij spreekt nauwkeurig God’s vertegenwoordiger is. In zijn zuiverheid, anders zijn dan anderen en Gerechtigheid draagt, kortom ​​Johannes de Voorloper heeft een gelijkenis met God Zelf.
Daarom dienen wij ook niet verbaasd te staan dat we meningsverschillen tegenkomen over de identiteit van de ‘Boodschappers‘ die voorkomen in de profetie van Maleachi [it’s the devil, who is causing confusion].
Zowel in woord als in actie vinden we veel overeenkomsten tussen de God-mens en Johannes, Zijn doper, profeet en voorloper.
We kunnen zowel Christus als Johannes gemakkelijk als angelos beschouwen, of als de boodschappers van God.
Johannes de Doper en de Heer Jezus spreken ‘in vuur en vlam‘ van de Heilige Geest hun woorden uit – tegen – “de zonen van Levi” [vers. 3 (weet u het nog, Levi ‘Hebr.=‘verbonden’, zij die zich verbonden weten’)] en de Sadduceeën, de elite van de Tempel [welgesteld en bekleedden machtige functies, inclusief die van de voornaamste priesters en hogepriester], zie Matth.3: 7 en Matth.21: 23].
Evenzo veroordelen zowel Johannes als Jezus hun zonde en slechtheid [zie Luc.3: 3 en Luc.13: 1-5], inclusief enkele van de specifieke kwaden genoemd in de profetie van Maleachi Mal. 3: 5.
Evenzo verkondigen zowel de Voorloper als onze Heer Jezus Christus mededogen voor de onderdrukten en de vreemdeling/ de buitenlanders, die Malachi even-eens voorspelt Mal.3: 5.
Johannes de Doper aarzelt niet om iemand te dopen die de Meester bekent in zonden en berouw en voor de Heer buigt Marc.1: 4.
De Heer Jezus Christus, roept als Zoon van God de zondaars tot bekering, èn zuivert hen ook; Hij stuurt ze vervolgens erop uit om
Zijn bediening van bekering voort te zetten Marc.2: 13-17.

Mogen wij die verenigd zijn met de Heer Jezus als onze Koning en God
en Zijn en onze geloofsgemeenschap in zendingsopdracht en liefde omarmen;
als de bediening welke door de profeet en Doper Johannes wordt gedeeld met zijn neef,  Heer en Meester, onze Heiland, Jezus Christus.
[Eerst] Dàn zullen we als ware navolgers Christus kunnen volgen zoals Johannes de Doper aangeeft, want hij appelleert ons op het feit dat:
Het is genoeg voor de discipel te worden als Zijn Heer en Meester, en
voor de slaaf als Zijn HeerMatth.10: 24, want zoals Johannes de Doper mogen wij dàn waarachtige navolgers van Christus worden om vervolgens vast te stellen dat:
      Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebul heeft gegeven, hoeveel te meer aan zijn huisgenoten!
Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, òf het zal geopenbaard worden en verborgen, òf het zal bekend worden.

Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.
En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel
Matth.10: 25-28.
Predikt dus eveneens jouw ongenoegen van de daken !!! en blijf niet massaal zwijgen en gedwee meelopen met de massa, doch durf ‘zelf’ ascetische wegen te bewandelen.

    O Christus, onze God, gehoorzaam aan Uw bevelen,
hebben Uw Leerlingen vol Geloof al het aardse van zich afgestoten. Zó
[op die manier] hebben de roemrijken de gehele aarde licht gemaakt,
door het Licht van Uw Genadegaven, toen zij
U als de Blijde Boodschap verkondigden
”.
Canon 1e ode van alle Heiligen.

    Alsdàn zal de rechtvaardige met grote vrijmoedigheid staan tegen degenen, die hem bedroefd hebben en die zijn arbeid en inzet verworpen hebben. Wanneer dezen dit dàn [in-]zien, zullen zij ijselijk verschrikken voor zulk een zaligheid die zij niet vermoed hadden; en zij zullen met naberouw onder elkaar spreken en van angst de geesten verzuchten: ‘Deze is het, die wij veeleer tot een spot hadden en tot een smadelijke beschimping
Wijsheid van Salomon 5. 1-3,
Vanuit de grond van ons hart bevestigen wij dat
onze Heer en Verlosser zal wederkomen in heerlijkheid om levenden en doden te oordelen en aan Wiens Rijk geen einde zal zijngeloofsbelijdenis.
> De rechtvaardige, al mocht hij vroegtijdig sterven, is toch in rust”;
> Want de gestorven rechtvaardige veroordeelt de levende goddelozen en de schielijk volkomen jeugd het lange leven van de onrechtvaardigen Zij zien wel het einde van de wijzen, maar zij merken niet wat de Heer over hem bedenkt, en waarom hij hem bewaard heeft
> En Hij zal hen onvoorzien neer laten storten en zal hun uit de grond rukken, dat zij geheel ten onder gaan; en zij zullen in angst zijn en hun nagedachtenis zal verloren zijn
> En of zij een tijd lang aan de takken groeien, terwijl zij geheel los staan, worden zij toch van de wind bewogen en door de sterke wind uitgeroeid. En de ontijdige takken worden gebroken; en hun vrucht is niet van nut, onrijp om te eten en nergens toe deugend. Want kinderen, die uit onechte bijslaap geboren worden, dienen, wanneer men hen vraagt, te getuigen van de boosheid tegen de ouderen

Wijsheid van Salomon 5: 7; 4: 7, 16-17, 19-20; 5: 4-6.

De verklaring, zoals de hierboven wordt geciteerd uit de Wijsheid van Salomon, voert ons vèr voorbij het rijk van het dagelijkse leven.
Overeenkomstig deze manier van denken neemt het ons mee naar een dimensie die niet wordt begrensd door tijd en ruimte, een dimensie die dwars door elke tijd heen loopt.  Het moment zegent op zich alle goede daden en weent over elke zonde.  Dwaas zijn zij die alleen voor het hier en nu kunnen leven en niet [in-] zien hoe hun acties zullen voort klinken en een eeuwig gevolg hebben.

Salome met het hoofd van Johannes de Doper voor koning Herodes, by Gilliam Forchondt

Herodes Antipas, die verantwoordelijk was voor de afschuwelijke wijze waarop de Voorloper vermoord werd, vertoont deze dwaasheid.
Die mens, die Johannes onthoofde, kon het rijk van deze heilige en zijn stralende Genadegave die hem verleend was niet waarnemen, want hij werd verblind door een wolkenlaag die hem omringde van lust en trots, de sensualiteit waaraan hij zich had overgeleverd en de verheven vakkundigheid die hij in z’n hoogmoed nastreefde.
Uiteindelijk zijn deze passies voor hem tot een “onbegaanbare woestijn” geworden. De mensen uit zijn omgeving [uit de eerste eeuw] waren bekend met de misdaden van Herodes Antipas en zijn vrouw Herodias, wiens schendingen van God’s wetten de executie van de heilige, profeet en doper Johannes tot resultaat had ; het ‘onrecht‘ onder de mensen blijft namelijk nimmer verborgen.
Een paar jaar later begon Herodes een rampzalige oorlog met zijn voormalige schoonvader, koning Aretas, en zijn eigen leger werd vrijwel compleet met de grond gelijk gemaakt, vernietigd.
Hij vroeg vervolgens om de titel van koning van de Romeinse keizer, die het
bevel gaf tot een grondig, keizerlijk onderzoek.
Herodes en Herodias werden kort samengevat door de rechtbank veroordeeld en
uit Palestina naar het verre binnenland van het Romeinse Gallië verbannen.
Deze twee stierven daarop in eenzame ballingschap nabij Lyon.
Misschien bracht hun deportatie naar Gallië Herodes en Herodias ertoe te erkennen dat ze zich ernstig misdragen hadden, verontreinigd als zij waren op ‘de paden van de wetteloosheid’, maar het lijkt ons onwaarschijnlijk.
Hun vrome tijdgenoten zagen de hand van God in de bittere omkering die hen overkwam.
Allen die Christus als Heer en Meester belijden en Johannes de Doper vereren
als een heilige mens en volwaardig dienaar van God begrijpt dat
in de eeuwigheid een veel ergere ballingschap Herodes en Herodias stond te  wachten. Als we ons iemand proberen voor te stellen aan wiens lippen een klaagzang over deze lezing van toepassing is, dan schiet het lot van Herodes en Herodias ons gemakkelijk te binnen.

Koning Herodes de Grote, wie z’n neus schendt, die schendt z’n aangezicht.

Maar, met name de flagrante zonden van Herodes dienen ons tot berouw op te roepen. Door God’s Genade verrijkt weten wij dat ieder mens, die door het leven wandelt, zonden begaat. Wat we ons niet realiseren is dat onze zonde zich niet beperkt tot onze menselijke periode , waarin de tijd heerst, maar het speelt zich ook af in de dimensie van de eeuwigheid !!!
Johannes de Doper en Voorloper mag dan misschien vèr vóór zijn tijd gestorven zijn,  hij leeft en zal voor eeuwig bij de Heer leven.
Zoals de Heilige Johannes Chrysostomos opmerkt:
‘   In onze eigen dagen en door alle toekomstige tijden heen,
blijft Johannes Herodes over de hele wereld weerstaan,
beiden zowel voor zichzelf als voor anderen
conf. voorzienigheid van God, ACCS New Testament 2, pg. 87).
Ja, zonde heeft consequenties die door de geschiedenis weerklinken, nagalmen, maar -, nog ontnuchterend is het feit dat zonde de eeuwigheid vervuilt.
De eeuwige dimensie geeft immers een dringende noodzakelijkheid aan het menselijk leven, met name voor wat betreft de zonde.
God zal de goddelozen in verdeeldheid brengen en
hen hardnekkig verpletteren en sprakeloos te gronde richten en
hen op hun grondvesten laten schudden.
Zij  zullen tot het einde toe droog en onvruchtbaar blijven;
zij zullen pijn lijden en hun herinnering zal vergaan” zie vers 4: 19.
Doch daarentegen zal de rechtvaardige, die
de Heer heeft bekend, tot de zonen van God worden gerekend . . .
en . . . deel uitmaken van Zijn trouwe dienaren onder de heiligen ” zie vers 5: 5.
Moge God ons genadig zijn om voor altijd
in angst en beven de keuze van berouw en ommekeer te mogen maken!
”       Maar God zij gedankt, Die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren en de reuk van zijn kennis allerwegen door ons verspreidt, want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan;  voor dezen een doodslucht ten dode, voor genen een levensgeur ten leven.
En wie is tot zulk een taak bekwaam? Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het Woord van God, maar wij spreken in Christus uit zuivere bedoelingen, ja, op Gezag van God en voor God’s aangezicht
2Cor.2: 14-17.

Kondakion
tn.8.
  Gij zijt in waarheid de grootste onder de Martelaren,
terwijl ik méér gezondigd heb dan zelfs de wettelozen,
maar ik mag de hymne voor u zingen, Johannes.
U hebt de vrijmoedigheid bij de Heer,
bevrijd mij van alle onheil, opdat
ik tot u zal mogen roepen:
  Verheug u, aankondiger van de Genade
’”

    Johannes, prediker van Berouw en Bekering,
u heiligde de aarde toen uw hoofd werd afgehakt.
En daar u in de gunst valt bij de Heer,
smeek a.u.b. onophoudelijk tot Hem
om de redding van onze zielen
”.
Hymne van het feest,
de Onthoofding van Johannes de Voorloper.

10e Zondag ná Pinksteren – in Christus Jezus verwekt door de Blijde Boodschap.

Het Mysterie van de herinnering aan de Liefde van God voor de mensen; The Mystery of the memory of the Love of God for the people

    Er kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer, en zei:
‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.
En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
Jezus antwoordde en zei:
Breng hem Mij hier’.
En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’
Hij zei tot hen: ‘Vanwege uw kleingeloof.
Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad,
zult gij tot deze berg zeggen:
Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen
en niets zal u onmogelijk zijn.
Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen:
‘De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen,
en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden’.
En zij werden zeer bedroefd”
Matth.17: 14b-23b.

 

de apostelen konden niet genezen; the apostles could not heal.

    Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt.
Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld
1Cor 4: 9-16.

Blijf bij mij Heer, want d’ avond is nabij; ‘Stay with me, Lord, for the evening is near‘; ‘Μείνετε μαζί μου, Κύριε, γιατί το βράδυ είναι κοντά‘;’ ابق معي يا رب لأن المساء قريب‘.

    Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun bloed-bijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien. 
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde  vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”. Psalm 15[16] vert. ROK. ’s-Gravenhage.
” Abide with me” [Hymn]:
https://www.youtube.com/watch?v=EfwaS05wg5Q

Streven naar het allerhoogste

-‘blijven vissen’-, in een wereld, die onstuimig is

Onze Almachtige Heer en Verlosser is de enige Die in ons leven de Kracht, de Macht en het Recht toekomt Zich het vermogen toe te eigenen Zich als een alleen-Heerser [Pantocrator] te gedragen. Hij heeft er echter nimmer voor gekozen Zich als zodanig te gedragen, omdat het Zijn doel niet was ons ook maar iets op te leggen, ons ergens toe te dwingen. Christus wilde ons veeleer tot voorbeeld zijn en Zijn Al-Machtig-heid dusdanig in te zetten om ons uit de dood, de afgrond van onze wanhoop, te doen verheffen.
We dienen ervan doordrongen te zijn dat God geen absolute Macht inzet, omdat
macht slechts wordt gedefinieerd als eenheid van een geestelijke of lichamelijke
activiteit in de eenheid van tijd.
Omdat God boven de tijd staat en kan doen wat Hij wil, is de Almacht van onze Heer en Verlosser niet juist in de zin van het woord.
Zijn absolute kracht is slechts Zijn uitdrukking tegenover ons in het dagelijks leven en deze absolute kracht wordt tegenover ons uitgedrukt als iets wat absoluut als –‘zalig’ – wordt beschouwd.
God, onze Heer en Meester, gebruikt Zijn almachtige natuur immers om ons te helpen naar Hem toe te komen, dat wil zeggen om persoonlijk te trachten een eeuwige perfectie te bereiken, maar dan zonder onze vrijheid te ondermijnen.
Hij behandelt ons met de grootst mogelijke voorzichtigheid, zoals een gigantische hijskraan die een kleine baby in de lucht probeert op te tillen zonder
hem/haar enige schade te berokkenen.
Indien onze Heer en Verlosser dus geen alleen-Heerser [Pantocrator] is, maar zegt:  “Geef Mij de gelegenheid jou te onderwijzen,
neem Mijn juk op je en leert van Mij, want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en
al doende zul je rust vinden voor je ziel
conf. Matth.11: 29.
Waarom proberen we dan voortdurend méér dan onze Heer te bereiken en
onszelf meer Macht en vermogens toe te eigenen om anderen en daarmee onze ziel te onderdrukken, hetgeen zich nu eenmaal vèr boven ons niveau bevindt en
ons onvermogen alleen maar bevestigt? Het is immers een weg zonder einde.
Onze Almachtige Heer bewees dat Hij helemaal geen despoot was, al
was dat alleen al door Zijn Opstanding!
Leven in navolging van Christus is een hoog ideaal, maar weinigen onder ons brengen dàt tot een goed einde.
Daarom zijn er regels nodig vanwege de tegenstrijdige praktische uitvoering.
Christus zegt wanneer Hij zieken geneest en wij niet in staat zijn ons wereldse Hoogmoedig gedrag te veranderen:
    Oh, ‘ongelovig en verkeerd geslacht’, hoelang zal Ik nog bij u zijn?
Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng de patiënt bij Mij’.
En Jezus, onze geneesheer, bestraft de mens en de boze geest
ging van de mens uit, doch de mens was genezen van dat ogenblik af
”.
      Ben je ìn Christus, dan ben je met Hem bekleed, dan ga je in dat proces volledig op, dan doe je geen zonden meer.
     De situatie blijkt echter anders te zijn, de geest is gewillig, het vlees is zwak.
Wanneer je zondigt als je in Christus bent is dat aanstootgevend.
Je zielenheil hangt niet af van verkeerde besluiten; je wilt het wèl zo goed mogelijk doen, maar slechts door onafgebroken gebed en vasten [ascese], zijn wij enigszins in staat onszelf van het kwaad te bedwingen.
Paulus noemt dàt het fundament, en dàt is leven in Christus.
Wie daarop bouwt met hout of steen wordt bewaard, als door vuur heen.
Er is dus wel enig verschil, echter iedereen wordt ge-vrij-waard.
Wie in Christus is doet wel zonde, maar wil het niet meer.

reverse side if an icon. Ι(ησοῦ)C Χ(ριστὸ)C Ν(ι)(Κ(ᾷ) — Jesus Christ Conquers                      Φ(ῶς) Χ(ριστοῦ) Φ(αίνει) Π(ᾶσιν) — The light of Christ shines for all CT(αυρῷ) CT(αυρωθεὶς) Δ(όξα) Π(ατρός) — Crucified on the Cross You are the Glory of the Father              (Χ)ριστὸς (Χ)ριστιανοῖς (Χ)αρίζει (Χ)άριν — Christ Grants Grace to Christians

 

Waarom dan tòch:
Heer, bewaar en behoed ons tegen dit zondig geslacht?
Vermaningen zijn tijdelijk geldig, maar op de lange duur werkt het niet.
Wanneer je echter onafgebroken [door gebed en vasten, ascese] in Christus bent,  je daadwerkelijk mèt Christus hebt bekleed, heb je de wet en de regels als het ware niet meer nodig – je leidt dàn als vanzelf een ‘Geestelijk’ Leven.
Maar je mag dàn geen andere dingen meer meedelen of doen dan in de ‘Blijde Boodschap‘ worden aangegeven, anders ga je alsnog ten onder en dan blijken ook monastiek levenden slechts mensen te zijn.
Paulus zegt nergens dat zijn vermaningen tijdelijk zijn.
De regels in het Nieuwe Verbond [NT] zijn in feite herhalingen van wat al in het Eerste Verbond [OT] als bekend wordt verondersteld.
De mens dient het echter steeds maar weer herhaald op z’n bordje te krijgen, ook als je het al lang wist, opdat het Verbond met God niet verslapt, achteruitgaat en verkommert.
Voor een navolger van Christus dient groei nooit los gezien te worden van de ‘Blijde Boodschap‘.
Het is verstandig en wijs je geestelijke ervaringen hieraan te toetsen, òf iets in de Geest van God is of de geest van het verderf is.

Christus drijft de duivel uit in aanwezigheid van Joden en Apostelen.

Voorstellingen en onthullingen
Wat men in gedachten voor zich ziet en het bekend worden van de feiten gaan nooit tegen God in, groei brengt je altijd dichter bij God.
Herhalen, herhalen en nog eens herhalen hebben lichaams- en geestelijke kracht tot gevolg en geen sleur. De aparte vermeldingen zijn niet alleen bedoeld voor die tijd en die omstandigheden.                    Hoe ga je zelf om met nogal gevoelige teksten?
Bijvoorbeeld overmatig eten en drinken? Intermenselijke relaties?
Is er een standaardregel voor welke teksten nu opgevolgd dienen te worden en welke niet? Belangrijk is de relatie met de scheppingsorde.
Zo is de mens en zijn omgeving geschapen en bedoeld, alles dient in evenwicht te zijn – door zowel het individu als z’n omgeving gedragen te worden.
De schepping dient uitgangspunt te zijn [schepping’s-orde], niet de werkelijkheid alle dag van de dag, van het hier en het nu, van boven- en ondergeschikt.
Vanaf de schepping is het de verkeerde kant op gegaan, de mens besliste hooghartig ‘zelf‘, ging aan God en de medemens voorbij.
Dàn komt Christus, de tweede Adam.
Ook kun je duidelijkheid krijgen door de bestudering van de geschiedenis en
hoe andere mensen in andere werelddelen bij voorbeeld met  deze vraagstukken omgaan, lees maar:

Statenbijbel uit 1729, gedrukt door Pieter & Jacob Keur, Dordrecht

      Het woord des Heren, dat kwam tot Joël [Hebr.=‘voor wie de Heer God is’], de zoon van Petuel [Hebr.=‘verschijning van God’].
         Hoort dit, gij oudsten, en neemt ter ore, alle inwoners van het land.
Is zo iets geschied in uw dagen of in de dagen van uw vaderen?
Vertelt daarvan aan uw kinderen; laten uw kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan het volgende geslacht.
Wat het knaagdier had overgelaten, heeft de sprinkhaan afgevreten; wat de sprinkhaan had overgelaten, heeft het beest dat verslindt afgevreten; en wat het beest dat verslindt had overgelaten, heeft de het beest dat kaalvreet afgevreten.
Wordt wakker, jullie dronkaards en huilt, en jammert allen, jullie wijndrinkers, om de jonge wijn, want deze is van uw mond weggerukt [jullie uit de hand geslagen].
Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken, machtig en ontelbaar; zijn tanden zijn leeuwen-tanden en het heeft hoektanden van een leeuwin.
Het heeft Mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting en Mijn vijgenboom tot een geknakte stam gemaakt; het heeft de schors geheel en al afgeschild en weggeworpen; zijn ranken zijn wit geworden.
Weeklaag als een maagd, met een rouwgewaad omgord, wegens de verloofde van haar jeugd.
Spijsoffer en plengoffer zijn ontrukt aan het huis des Heren; de priesters, de dienaren des Heren, treuren.
Verwoest is het veld; de aardbodem treurt, want het koren is verwoest, de most verdroogd,
de olie weggeslonken.
De landbouwers zijn verslagen, de wijngaardeniers jammeren, over de tarwe en over de gerst, want de oogst van het veld is verloren gegaan.
De wijnstok is verdord en de vijgenboom is verwelkt; granaatappelboom, ook palm en appel-boom, alle bomen van het veld zijn verdord.
Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht.
Omgordt u en weeklaagt, gij priesters; jammert, gij dienaren van het altaar; komt, overnacht in rouwgewaden, gij dienaren van mijn God, want aan het huis van uw God zijn spijsoffer en plengoffer onthouden.
Heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen; vergadert, gij oudsten, alle inwoners des lands, tot het huis van de Here, uw God, en roept luid tot de Heer
Joël 1: 1-14.

Ultieme fileer-klem, welke je vis zeker en vast, veilig vasthoudt.

Wanneer je een milieu-freek/klimaat-fanaat bent en let op de ons omringende levenssfeer zul je ‘zeker en vast’ [Ndlnd’s, vast en zeker] door bovenstaande tekst worden aangesproken.
Maar wanneer je hoort dat de ‘wijnstok’ verschrompelt en de ‘vijgenbomen’ schaars in aantal zijn dan dient er een licht bij je op te gaan, want dàt is een belangrijk signaal.
☦️   Dàn gaat het om de ‘Kerk’ en het Israël [Hebr.=‘ God heeft de overhand, God zegeviert’] en dat gaat wèl een niveau dieper dan het materiële voortbestaan van de wereld.
☦️   Dàn dient de Profeet van stal gehaald te worden zoals Jonah, die naar Nineveh [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’] en die zei: “Ik wil niet”.
Inderdaad onze profeten, de meeste van onze huidige toezichthouders willen niet, die zijn te druk met onderlinge conflicten en vechten elkaar de tent uit [Je wilt niet weten, wat de strijdende partijen elkaar rond het conflict ‘Rue-da-Rue’ allemaal naar het hoofd slingeren en welke zgn. vriendschap’s bezoekjes er worden afgelegd].
Zij hebben hiermee de vreugde van de mensenkinderen beschaamd gemaakt en deze haken massaal af, je ziet het om je heen.
Omgord daarom uzelf daarom met een zak, as en jammer, [“  Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder –‘niet zonder’– onze Heer”] u die gewijd zijt voor God’s aangezicht. Doe alom uw rouwkleed aan, u die op het altaar dient.
Ga in tot een ascetisch bestaan, u die God zegt te dienen . . . . .
Laat af uzelf te verlagen tot wereldse manier van doen en
onttrek u aan de slachtpartijen
” – achtervolg uw omgeving, – met uw Blijde Boodschap -, die immers van Christus afkomstig dient te zijn.
Brutale hooggeplaatsten ontketenen wrede oorlogen, terreur en bloedige revoluties, ja, ook in de Kerk worden in de ‘naam van religie’ grote tweestrijd ontketend.
Tegelijkertijd gaat de wereld ten onder aan door de mens veroorzaakte gewelddadige  omwentelingen van de natuur, welke hun eigen rampspoed veroorzaakt.
Dergelijke plagen kunnen het hart doen wankelen, immers alles lijkt ‘van God los’.  Hoe kunnen we dan nog enig begrip opbrengen bij dergelijke hoogmoedige kwaden die plaatsvinden in de schepping van de God, Die liefheeft en Wiens voorzienigheid vele zegeningen schenkt en zegeningen die nog mogen voort-komen uit de natuur, uit de kunst van mensen en vrouwen en van de bevindingen van de hedendaagse wetenschap?
Profeten leren ons ‘om acht te slaan op God’s oordeel‘ in onze tijden van ramp-spoed en tegelijkertijd: ‘blij te blijven zijn en ons te verheugen in de Heer, onze GodJoël 2: 23.
Joel richt zich in het bijzonder op de activiteit van de Heer in het weefsel van de geschiedenis, van “het bloed en vuur en damp van rook” Joël 3: 3 tot “ de zoetheid en melk . . . van de heuvelsJoël 3: 18.
In de opening, beschrijft Joël een natuurramp – zwermende sprinkhanen – die door het land Juda raast, het leven verwoest en alles ervoor consumeren Joël 3: 1. Hordes insecten verslinden het graan in de velden en strippen de wijngaarden en fruitbomen kaal. De indringers zijn woest in hun vernietigende uitwerking.
Joël spoort zijn luisteraars aan om ‘al uw kinderenhierover te vertellen, en uw kinderen aan hun kinderen naar de volgende generatieJoël 3: 3, want hij kan zich zoiets niet herinneren dat tijdens of vóór zijn leven plaatsvond Joël 3: 2.
Wij leren onze menselijke, natuurlijk ingebakken destructiviteit alleen maar te begrijpen door te leven in, door en nabij de rampen in deze wereld,
pas – ‘dàn’ – gaat de mens een ‘licht’ op, dat het anders kàn.
De profeet instrueert elke mens ‘om wakker te worden’,  door ‘het Woord van de Heer‘ te ontvangen Joël 3: 1 en gezegend te worden.
Wij zouden catastrofes moeten veroorzaken om ons te wekken, net zoals de sprinkhanenplaag Joël wakker maakt.
Leer vanuit de authentieke geschiedenis van hem en verminder tragische gebeurtenissen niet tot een louter dagelijks ‘nieuwsbericht’.
Immers een nieuwbulletin trekt voor één momentje je aandacht en vervolgens  zet je je lieve leventje weer voort alsof het allemaal een ’ver-van-m’n-bed-show’ betreft.
Zie en neem waar wat er allemaal om je heen gebeurt met méér dan vleselijke ogen
➥   laat ons daarom horen wat de Geest des Heren zegt Openbaring 2: 7 !
Hoor dit, u oudsten, [toezichthouders en spelleiders] en luister, gij allen die het land bewoontJoël 1: 2.
Laten we vanuit het hart aandacht schenken aan wat de Heer zegt en ons innerlijke oog openen voor de diepere spirituele niveaus van het bestaan, tot een visie op geschiedenis, naties en volkeren zoals deze gezien wordt door God’s ogen.
Als we [als de dood zijn] dood worden door routine en door het constante genot van de goede dingen van het leven, kunnen we merken dat we ‘alle‘ innerlijke zegen missen.
Wij worden virtuele dode zielen die rondlopen in stervende lichamen.
Zo ja, luister dan naar de woorden van Joel:
Word nuchter, jij die dronken bentJoël 1: 5 !!!.
De levensomstandigheden veranderen vaak van de ene dag op de andere en raken ons onbewust.
Sprinkhanen verwoesten een hele regio; de kerken verdwijnen en er is algemene afval; HIV, Ebola en vreselijke ziekten infecteren de helft of meer van de bevolking van een natie. Een jaarlijkse fysieke routine, die woedende kanker in het lichaam vaststelt; op een vrijdag namiddag brengt een roze slip met onze laatste salaris. Een briefje op de keukentafel vermeldt doodleuk: ‘Ik heb je verlaten en ben weggegaan. Ik zal niet terugkomen. Knuffel de kinderen voor mij’.
Oh, ja, hoe gemakkelijk kan vreugde en blijdschap [worden] en
zich verwijderen uit je mondJoël 1: 5, wanneer we dit
het minst verwachten wordt elk Verbond met de voeten getreden !!!
We zijn misschien niet klaar om vreselijke dingen te accepteren na het wonen in tijdelijke genoegens. Het is goed dan het boek Joël eens aandachtig te lezen en  acht te slaan op zijn waarschuwing.
De waarschuwingen komen niet uit de lucht vallen, maar komen als Genadegaven van God, die de profeet duidelijk maakt
opent het verstand dat dit voortkomt uit ervaring;
profeten zijn ervaringsdeskundigen, die hebben daar ècht niet voor gestudeerd.
Hij biedt een wake-up call zodat we niet zullen wanhopen over neergangen en calamiteiten.
We doen er goed aan om te rouwen Joël 1: 8, “omgord [onszelf] met een zak en een gejammerJoël 1: 13 terwijl we
de vastenperioden van de Kerk en
de [maandag-] woensdag en vrijdag  en de zaterdag voorafgaand aan de ontmoeting met de Heer door onthouding heiligen. Een gebalanceerd spiritueel dieet en het neerzinken op onze blote knieën dient van nu af vooraf te gaan aan genezende tijden van zelfonderzoek, berouw en bekentenis als onderdeel van onze disciplines omvatten teneinde spirituele groei een kans te geven.
Kom uit je comfort-zone allemaal, toezichthouders, spelleiders en de gehele christelijke gemeenschap, want de tijd is nabij !!!
”     Sta ons allen toe, o Heer Jezus Christus,
    dat wij de tijd van het leven, die ons nog overblijft, in vrede  en boetvaardigheid mogen voleindigen;
    dat het einde van ons leven christelijk, smarteloos, zonder reden tot schaamte en vredig zal mogen zijn;
    en om een goede verdediging voor de ontzagwekkende rechterstoel van Christus;
    om éénheid van Geloof en gemeenschap met de Heilige Geest smeken,
    bevelen wij onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan.
Want Meester, alleen aan U vertrouwen wij heel ons leven toe en onze Hoop.
Wij roepen U aan , wij bidden en smeken U:
maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan Uw Hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van het gewijd en geestelijk Altaar; tot vergeving van onze ongerechtigheden, en kwijtschelding van onze fouten;
tot gemeenschap met de Heilige Geest;
tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen;
tot vrijmoedigheid tegenover U; Maar niet tot vonnis of veroordeling“.
”     En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor een oordeel, het wagen U, Hemelse God en Vader aan te roepen en te zeggen”:
    Onze Vader, Die in de Hemelen zijt,
Uw Naam wordt geheiligd
Uw Koninkrijk komt
Uw Wil geschiede zoals in de Hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze
”.
En àls horen wij het de Heer Jezus Christus Zelf als opwekking zeggen:
    Want van U is het Koninkrijk,
       de Kracht en de Heerlijkheid:
       van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
      nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
“.
waarop wij dan volmondig kunnen antwoorden: “AMEN”.
uit: liturgie van de H. Johannes Chrysostomos.

Apolytikion 
tn.1  “  

Engel aan het graf, atelier John Damascene

Terwijl de steen door de Joden verzegeld was en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion    
tn.1
  “  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion    
tn.1
  “   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak, nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak, meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

Augustus, de 21e Heilige Apostel Judas Taddeüs & martelaar [† ca 70]

Judas Thaddeüs, apostel – Αγίου Θαδδαίου του Αποστόλου

    Wat dunkt u? Iemand had twee kinderen. Hij ging naar de eerste en zei:
‘ Kind, ga en werk vandaag in de wijngaard [de Kerk]. En hij antwoordde en zei: Ja, heer, maar hij ging niet.
Hij ging naar de tweede en sprak evenzo. En deze antwoordde en zei:
    Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging toch’.
Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan?
Zij zeiden: De laatste. Jezus zeide tot hen:

Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods.
Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd.
De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zaagt, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd” Matth.21: 28-32.

    Mocht het echter van belang zijn, dat ik ook de reis maak, dan zullen zij met mij reizen. En ik zal tot u komen, wanneer ik Macedonië doorgereisd ben, want ik zal de reis door Macedonië doen,  maar dan zal ik mij mogelijk bij u langer ophouden, misschien wel de winter doorbrengen, zodat gij mij kunt voorthelpen, wanneer ik verder reis.
     Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken, want ik hoop enige tijd bij u te blijven, indien de Heer het toestaat.
Maar ik zal nog tot Pinksteren te Efese [Hebr.= ‘toegestaan’] blijven; want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn [ontzettend] vele tegenstanders.
Wanneer Timotheüs* [Hebr.= ‘God vererend’] komt, zorgt er dan voor, dat hij bij u niet afgeschrikt wordt, want hij doet het werk des Heren evenals ik; laat niemand hem dan geringschatten. Maar helpt hem voort in Vrede, opdat hij tot mij komen kan, want ik wacht op hem met de broeders.
En wat broeder Apollos [vernoemd naar een van de belangrijkste oud-Griekse, Romeinse mythologische godheden] aangaat, hem heb ik herhaaldelijk verzocht met de broeders tot u te gaan, doch hij wenste [‘ eigenwijs ‘] bepaald niet nu te gaan, maar hij zal gaan, zodra het hem gelegen komt1Cor.16: 4-12.
*     Timotheüs is de zoon van een gelovige Joodse vrouw en een Griekse vader uit Lystra. Hij was een leerling en medewerker van Paulus die hem waarachtig kind in het geloof noemt.
Hij kreeg verschillende belangrijke opdrachten. Zo bleef hij in Efese achter om te voorkomen dat bepaalde mensen daar een afwijkende leer zouden onderwijzen en zich zouden verdiepen in [hoogmoedige] verzinsels.

What would Jesus do?

Apostolische navolging
”     Indien je God wilt dienen, bereid je hart dan niet voor op lekker eten en drinken,
verwacht geen rust of een gemakkelijk leventje, maar wees je bewust dat je zult lijden, zodat je alle verleidingen, problemen en verdriet kunt verdragen.
Bereid je dan voor op zware lasten, op vasten, spirituele worstelingen en veel ellende, want ‘door vele ellende te ondergaan‘ wordt ons geboden ‘het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan‘.
We dienen niet te vergeten dat het hemelse koninkrijk met geweld wordt ingenomen, en zij die hierbij geweld gebruiken, grijpen het met beide handen aan, omdat het waarachtige geluk van de ware overwinning alleen door pijn wordt verkregen.
Zelfs wanneer je je soms alleen en eenzaam voelt in al je beproevingen,
indien je dicht bij God’s wil probeert door te gaan en dat ook te blijven,
zal God jou altijd wel iemand namens Hem sturen, die klaar staat om je te helpen. Hij zal je echter altijd bij voorkeur liever alleen laten vechten, opdat
jij persoonlijk de volheid van de overwinning in ontvangst kunt nemen.
Wereldse genoegens, als pracht en praal, rijkdom, aanzien en macht, zijn
slechts wereldse illusies, zoals wolken zonder regen die door allerlei winden worden voortbewogen.
Laten wij echter in alles wat wij doen, in de beslissingen, die wij nemen,
slechts – ‘in Christus’ – de eeuwige vervulling zoeken, en de waarachtige zaken nastreven welke alleen door de pijn heen, door ons kruis op te nemen, kan ontstaan”.
conf. Sergius van Radonezh

Christus en de twaalf Apostelen

Apostelen van Christus.
Apostelen van Christus komen tot de wereld om verlossing te brengen voor al de mensen.
Judas Taddeüs is één van de twaalf apostelen van onze Heer en Verlosser.
De naam ‘Taddeüs‘ betekent zachtaardig en dient dus niet te worden verward met
de apostel waarover de Heer Zelf het oordeel toekomt, die andere Judas, net zoals degene die zijn werk zegt te gaan doen, zijn plicht verzaakt.
Wanneer we het Evangelie van vandaag lezen deed de laatste uiteindelijk, hoewel
het helemaal niet aantrekkelijk was, wat hem werd opgedragen.
De twaalf apostelen en het apostolische ambt is hen door de Heer aangereikt.
Hij benadrukte daarmee dat zij hier geen Glorie, rijkdom en eer mee zouden bereiken, maar dat je  het kruis van ‘de wereld’ op je dient te nemen, je eigen leven dient te verachten teneinde het toekomstige leven te bereiken.
De heilige apostelen verkondigden hun Geloof in Jezus Christus in onze gehele omliggende ruimte [Kosmos] tot aan de sterren en de planeten in het heelal aan toe.
Zij zijn ooggetuigen, die Zijn Pedagogie hebben onderstreept en zijn als zodanig veelal gekroond met de krans van het martelaarschap, want profeten worden nu eenmaal gedood of op z’n minst buitengesloten.

Apostles Judas Thaddeüs and James the Less, German school 15th cnt

Judas Taddeüs wordt geïdentificeerd met Judas, de broeder van Jaäcobus,
de Mindere en is als zodanig een mogelijke broer van onze Heer. Dit maakt op zich niet uit, want overeenkomstig de leer van onze Heer nemen wij allen – als kind van God – een gelijkwaardige positie in:
onze Heer doet niet aan persoon’s verheerlijking, de enige die wij verheerlijken is God, in de heilige Drieëenheid.
De zachtmoedige, Taddeüs, was waarschijnlijk eveneens een visser, hoewel er ook stemmen opgaan dat hij, net als zijn vader Jozef timmerman was. Ná de Hemelvaart des Heren zou hij samen met Simon met Simon de Zeloot
de Blijde Boodschap hebben verkondigd in Syrië, Mesopotamië en Perzië.  

Levant & Crusader states 1135

  Hij preekte in zijn geboortestad Edessa; Edessa werd later het meest nabije van de Kruisvaarder’s-staten. Het strekte zich uit aan weerszijden van de bovenloop van de Eufraat, op de huidige grens tussen Turkije en Syrië, en werd door de koninkrijkjes Antiochië en Cilicisch Armenië van de Middellandse Zee gescheiden.
Hoofdstad was Edessa [tegenwoordig het Turkse stadje Urfa]. Edessa ontwikkelde zich reeds vroeg tot een centrum van Christelijke godgeleerdheid.
Zoals gezegd preekte Judas Taddeüs in zijn geboortestad Edessa waarvan bekend is dat een Hebreeër, die goed opgeleid was in de door God gegeven geschriften, hem opzocht.
Deze hoorde de verkondiging over Christus’ leven alsmede van Zijn Kruisdood en Zijn Opstanding uit de doden en ontwaarde dit ‘engel’-gelijke leven in de menier waarop deze Apostel z’n leven inrichtte. 
Deze tijd en landgenoot was zo onder de indruk van de Pedagogie des Heren, dat
hij zich liet dopen en Christus en Zijn reddende passie navolgde.
Eveneens is bekend dat Judas Taddeüs in Edessa de melaatse Avgar reinigde van zijn melaatsheid en hem vervolgens als doopte. Na aldaar velen te hebben onderwezen en verlicht met het Woord van de Waarheid en vele navolgende Christelijke gemeenschappen te hebben gesticht in de Syrische steden, arriveerde hij in Beiroet.
 Beiroet, God’s genade is ons nabij, want ook dáár verkondigde hij het Evangelie en doopte er velen. Hij bracht ook daar Zijn vreedzame Geest over, nadat hij het bevel van de Heer tot een geheel had gemaakt met zijn levensdoel, welke Christus aan zijn discipelen had op-ge-dragen:
“  Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het Evangelie aan de gehele schepping.
Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen:
in Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen wordenMarc.16: 15-18.

Twelve Apostles by Nowitzki Tramonto,
Judas & Simon in the middle

Vanuit Beiroet vertrok hij naar ‘A’mis in Mesopotamië om daar vijf jaar te blijven. Samen met zijn broeder en reisgenoot Simon de Zeloot trok hij jarenlang door alle provincies van het Perzisch Rijk, hij voorzag aldaar in zijn eigen levensonderhoud  door zijn beroep van timmerman uit te oefenen.
Uiteindelijk deed hij Berytos in Fenicië aan, de stad waar hij zou sterven.
Over de manier waarop hij aan zijn einde kwam
– was het een natuurlijke dood of onderging hij de marteldood? –
zijn de bronnen niet eensluidend.
Meerdere bronnen spreken van een marteldood onder  een overvloed aan stokslagen, anderen menen dat hij onthoofd werd.

Apolytikion
tn.3.
    Heilige Apostel en Martelaar
Judas de zachtmoedige,
bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
zal mogen schenken aan onze zielen
”.

Prijslied uit Officie 9 [Apostelen]:
Wij prijzen, wij prijzen u, heilige Apostelen, want door uw prediking hebben jullie heel de wereld verlicht, en Christus gebracht tot aan de einden der aarde” [=refr.]

     In het begin van het Boek staat geschreven over mij,
     dat ik Uw Wil zou volbrengen
  -refr.

     Mijn God, dit is mijn wil”
     Uw Wet
[Thora, liefdesgeboden] is in het midden van mijn hart    -refr.

     Ik heb het Evangelie van Uw Gerechtigheid verkondigd
     in de grote bijeenkomst
    -refr.

     Zie, ik weerhoud mijn lippen niet; Heer, U weet het.
     Uw Gerechtigheid verberg ik niet in mijn hart,
     over Uw Verlossing heb ik gesproken
”.     -refr.

     Evenmin heb ik Uw Barmhartigheid en
     Uw Waarheid bedekt in de volle Kerk
”.     -refr.-

     Gewaardig U Heer, om mij te bevrijden;
     Heer, treed nader om mij te helpen
”.     -refr.

     Laat juichen en zich verheugen in U,
     allen die U zoeken, Heer
”.     -refr.

     Laat hen altijd zeggen:
     ‘Hoogverheven is de Heer’,
     zij, die Uw Verlossing liefhebben
”.     -refr.

     Ik ben wel behoeftig en arm,
     maar de Heer draagt zorg voor mij
”.     -refr.

     Gij zijt mijn Helper en mijn Beschermer;
     mijn God, wacht toch niet langer
”.     -refr.

Augustus, de 20e Heilige profeet Samuel bleef ondanks alle tegenslagen met de Heer tot op z’n laatste levensjaren de Heer trouw.

Aan de doden wordt een Mysterie [een wonder] toegedaan, krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen?To the dead a Mystery [a miracle] is added, under what authority do You do these things?

      En toen onze Heer en Verlosser de tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten van het Volk Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden:
       Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?
Jezus antwoordde en zei tot hen:
    Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.
      Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen?’
En zij overlegden onder elkander en spraken: Indien wij zeggen:
      ‘ Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
      Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want
      zij houden allen Johannes voor een profeet.
En zij antwoordden en zeiden tot Jezus:
    Wij weten het niet.
Hij van zijn kant zei tot hen:
    Dàn zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe’

Matth. 21: 23-27.

 

Gelooft, het ware Evangelie; Believe, the true Gospel.

    Wat zullen anders zij doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen doden opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen?
Waarom zijn ook wijzelf van uur tot uur in gevaar?
Zowaar als ik, broeders, op u roem draag in Christus Jezus, onze Heer, ik sterf elke dag.
Indien ik te Epheze, naar de mens, met wilde dieren gevochten heb, wat baat het mij? Indien er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden.
Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.
Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij?
Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders.
       Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad Zijn eigen 
lichaam1Cor.15: 29-38.

Samuel [ Hebr: ‘Shamu’el’; Arab.: صاموئيل ‘Ṣamuʾil’] is de naam van de Profeet, wiens naam in het Hebreeuws שם האלוהים Shem HaElohim = “naam van God” of שמע אלוהים Sh’ma Elohim = “God hoorde” betekent.
Samuel was de laatste van de gezaghebbende rechters in het oude Testament; hij zegende Saul met olie tot eerste koning van Israël and later tevens koning David. Bij de hang naar de menselijk superieure houding ging ook het oude Israël ten gronde; de geschiedenis zal zich in het nieuwe met keizer Constantijn herhalen.

De Profeet van Israël
De profeet Samuel had kijk op [en inzicht in] mensen en sprak het Israëlische Volk erop aan dat het spijt diende te betuigen voor haar gedrag.
Het Volk werd hiertoe in de stad Gilgal [Hebr.=‘wiel of rollend’] opgeroepen door deze trouwe man die hen decennia lang als profeet en rechter had gediend.
Het zal overeenkomstig de moderne seizoenen mei of juni geweest zijn; het droge seizoen was zo goed als voorbij. De velden in de regio waren goudgeel met volle tarwe-aren welke klaar waren om geoogst te worden. Er viel een stilte over de mensenmassa. Hoe kon Samuël hun harten bereiken?

In het Koninkrijk der Hemelen zullen de blinden zien, de kreupelen lopen en de melaatsen rein worden; In the Kingdom of Heaven the blind will see, the lame walk, and the lepers will become clean.

De mensen begrepen totaal niet hoe ernstig hun situatie was.
Ze hadden er met kracht op aangedrongen dat een ‘menselijke koning’ over hen zou regeren, dat deze hen wel redding zou brengen in hun onmacht nog ‘iets’ te veranderen.
Zij begrepen niet dat zij hiermee een grove minachting jegens hun Heer hadden getoond, God was immers hun heil en toe-verlaat, hun God, Heer en Meester en
Samuel was slechts zijn woordvoerder, Zijn Profeet.
Hoe kan een menselijk systeem dan nog steeds het idee hebben ‘zelf’ iets aan de toestand in de wereld te veranderen?
Ze wezen hun Heer en God, met wie zij een Verbond hadden afgesloten eigenlijk af als hun Koning! Hoe kon Samuël hen tot inkeer, tot berouw brengen?

Samuels jeugd kan ons veel leren over het opbouwen van Geloof in God, aks Heer en Meester van je leven, ondanks slechte invloeden van buitenaf, van de wereld om je heen.

Waarom sprak Samuël dan nu over zijn jeugd?
Waarom is het gelovige voorbeeld van Samuël’s leven heden ten dage nog steeds een voorbeeld voor ons?
De Profeet Samuël sprak: “Ik ben oud en grijs geworden” zo hield hij z’n toehoorders voor. Zijn wit geworden haar voegde het benodigde gewicht toe aan zijn woorden. Vervolgens zei hij:
„Ik heb van mijn jeugd af aan tot op deze dag het vuur voor jullie uit mijn sloffen gelopen” 1Sam.11: 14,15; 12: 2.
Hoewel Samuel oud was, was hij heel helder, hij was zijn jeugd niet vergeten.
Zijn herinneringen aan die vroege dagen waren nog steeds levendig.
De beslissingen die hij toen als een opgroeiende jongen had genomen, hadden hem geleid tot een leven van geloof en toewijding aan God, zijn Heer.

Samuël heeft z’n Geloof in God dienen op te bouwen en te handhaven, hoewel hij keer op keer omringd werd door mensen die trouw en ontrouw waren.
In onze tijd is het nèt zo uitdagend om Geloof op te bouwen, want we leven in een trouweloze en omkoopbare wereld:
    de Heer zei: ‘Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt.
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het Geloof vinden op aarde?
Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaarLuc.18: 6-9.
Laten we eens in ogenschouw nemen wat we kunnen leren van bijvoorbeeld Samuel’s leven, te beginnen in zijn vroege jeugd.

In z’n jonge jaren ‘open staan voor de dienst des Heren’, als dienstknechtSam. 5,6.
    Een gezonde opvoeding is met name in onze tijd een voorwaarde voor een gezonde levenshouding op latere leeftijd.
Waren de kinderjaren van Samuel dan zo ongewoon, hoe wisten zijn ouders hier zo zeker dat hij beschut werd door de Allerhoogste?
Samuël had een ongewone jeugd, in ieder geval afwijkend van wat wij momenteel kennen.
Kort nadat hij was opgegroeid tot kleuter, en op driejarige leeftijd of iets meer,
begon hij al een leven van dienst in het heilige tabernakel van de Heer in
Silo [Hebr.=‘plaats van rust’] meer dan 20 mijl van zijn huis in Ramah [Hebr.=‘heuvel’]; de heen weg het dal in was voor hem eenvoudig, de terugweg naar de wereld moeilijk.
Zijn ouders, Elkanah [Hebr.=‘God heeft bezeten, van hetgeen God heeft geschapen’] en
Hannah [Hebr.=‘Genadegave’], droegen hun jonge kind op aan de Heer op een speciale manier in een gebedsdienst, waardoor Samuel voor het leven ‘een nazireeër* werd.
* Een Nazireeër betekent dat hij vanaf zijn geboorte aan God werd toegewijd,
ongesnoeid als een wijnstok in de wijngaard opgroeide – zo werd zijn haar niet ‘gesneden’/geknipt en onthield hij zich van alle genotsmiddelen.
Dit hield niet in dat Samuel werd afgewezen, onbemind werd door zijn ouders, maar dat zij God hiermee dankbaarheid toonden voor het geschenk dat zij van Hem een kind hadden gekregen.
Hij werd daarom opgedragen in de Tempel, en zij wisten dat hun zoon in Silo,
de plaats van rust’ zou worden verzorgd.
De hogepriester Eli hield ongetwijfeld toezicht op de zaken, want Samuel werkte nauw met hem samen. Er waren ook een aantal vrouwen die in enig verband rond de tabernakel dienden, kennelijk op een georganiseerde manier Sam.38: 8; Richt.11: 34-40.

Je kunt je hierbij nu de volgende vragen stellen:
     1.]. Hoe hebben Samuëls ouders hem jaar na jaar liefdevol aangemoedigd?
     2.]. Wat kunnen ouders tegenwoordig leren van de ouders van Samuel?
Bovendien vergaten Hannah en Elkana nooit hun geliefde eerstgeborene, zij waren dag-en nacht bij hem betrokken wiens geboorte een antwoord was op hun gebed. Hannah had God om een zoon gevraagd, en had beloofd de jongen aan God op te dragen in een leven van heilige dienstbaarheid.
Bij elk bezoek bracht Hannah Samuel een nieuwe mouwloze jas die ze had gemaakt voor zijn dienst in het tabernakel.
De kleine jongen heeft die bezoeken zeker gekoesterd, hield ontzttend veel van zijn ouders. Hij bloeide ongetwijfeld op vanwege de liefdevolle aanmoediging en
begeleiding van zijn ouders toen ze hem leerden wat een voorrecht het is om onze Heer de Schepper van Hemel en aarde op die unieke plek te dienen.
     Ouders zouden heden ten dage ondanks alle drukte van de wereld
veel kunnen leren van de wijze waarop Hannah en Elkanah met hun kind omgingen.  Het is in onze tijd gebruikelijk dat ouders al hun inspanningen op
het gebied van opvoeding concentreren op materiële zorgen, terwijl ze de  geestelijke behoeften veelal negeren.
     Maar Samuël’s ouders stelden geestelijke zaken voorop, en dàt had grote invloed op de vorming tot volwassene, zoals hun zoon opgroeide.
    Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg,
ook wanneer hij oud geworden is,
zal hij daarvan niet afwijken
Spreuken 22: 6.
Zonder twijfel zal de jonge Samuel beïnvloed zijn geweest door zijn dagelijks verblijf op die heilige plaats – hij leerde aldaar verantwoordelijkheden op zich te nemen als spelleider en voorbeeld voor zijn geestelijk nageslacht;
ook vandaag nog kunnen wij ons de jonge man voorstellen die niet alleen in lichaamslengte toenam en zijn omgeving in de heuvels rond Silo, de ‘plaats van rust’ verkent. Rust; orde, netheid en regelmaat werd hem als het ware met de paplepel ingegeven terwijl hij naar stad en vallei keek die zich aan zijn zijde uitstrekten, zijn hart sprong op van vreugde rond het tabernakel, de door de Heer der heerscharen geschonken vreugde op die heilige plaats.
De tabernakel werd immers 400 jaar eerder opgebouwd als draagbaar heiligdom voor het Volk op hun tocht door de woestijn van het leven.

Ook nú nòg ervaren wij deze vreugde wanneer wij herhaald opgaan naar het huis des Heren; in de woorden die hij ons later deed toekomen omschrijft hij dit als: “Dat hij diende voor het aangezicht des Heren, als een jongen met een linnen lijfrok omgord1Sam.2: 18.
    Dat eenvoudige mouwloze kledingstuk gaf duidelijk aan dat Samuel de priesters hielp bij hun dienst in het heiligdom.
Hoewel hij niet van de priesterlijke klasse was, had Samuel plichten, zoals
het ‘s morgens openen van de deuren naar de binnenplaats van plaats van ontmoeting en het verzorgen van de oudere Eli.
Hoezeer hij de privileges ook genoot, na verloop van tijd werd zijn onschuldige hart onrustig. Er was iets vreselijk mis in het huis van God.

Zuiver blijven ook àl wordt je omgeven door een verraderlijke wereld.
Op jonge leeftijd was Samuel getuige van echte goddeloosheid en bederf,
dit is hetgeen in oude tijden reeds – ‘de wereld’ – werd genoemd.
Eli had namelijk twee zonen, genaamd Hophni [Hebr.=‘vuistvechter’] en Phinehas [Hebr.= ‘de bronskleurige’], “zij waren nietswaardige lieden; zij erkenden de Heer niet1Sam.2: 12.
De twee gedachten in dit vers gaan hand in hand, letterlijk “zonen van waardeloosheid”; zij hadden geen waarden en normen, hetgeen hun andere ongerechtigheden deed ontstaan, het een kwam voort uit het andere.
        Hophni en Phinehas laten ons de gevolgen zien welke een principiële tekortkoming kan veroorzaken.
De geboden van God geven specifiek de plichten van de priesters aan en de wijze waarop zij hun  offers dienden op te dragen in Zijn huis, Zijn heilige Tempel [het hart].
En deze geboden hebben een goed doel, zijn met een goede reden omkleed!
Die offers vertegenwoordigden de door God gegeven voorzieningen om onge-rechtigheden te voorkomen en te vergeven zodat mensen voor het aangezicht des Heren schoon en rein konden voortbestaan, en Hem in waardigheid tegemoet konden treden.
Maar het onrecht van Hophni en Phinehas brachten hun mede-priesters er ten langen leste, na een heel lange tijd, toe inzicht te verkrijgen de offergaven met groot respect te behandelen.
Wanneer wij gerechtigheid willen bewerkstelligen, indien dat zo is, doen wij er goed aan lessen te trekken uit het geduld de nederige en waarderende geest van de profeet Samuel:
      Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten.
Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij Genade. Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u te zijner tijd zal  verhogen. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam1Petr.5: 5-8a.

Het zout der aarde = vechten tegen een onzichtbare vijand; The salt of the earth = fighting an invisible enemy

Ons wordt op het hart gedrukt: “   Uw tegenpartij, de duivel, gaat [in onze wereld] rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Weerstaat hem, vast in het Geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten1Petr.5: 8b,9

     Hoe worden ongetwijfeld ook in onze tijd voor de omgeving bekend staande
oprechte mensen getroffen door de goddeloosheid in het huis van God?
Hoe faalde Eli [Hebr.= ‘opgang tot de Heer’], immers in zijn tijd zowel als vader als als hogepriester?, we blijven immers maar mensen.
          Stel je daarom voor ogen, dat de jonge Samuel met grote ogen toekijkt, terwijl  grove mistoestanden ongecorrigeerd maar hun beslag kregen.
Hoeveel mensen ziet hij niet aan zich voorbij trekken – inclusief arme, nederige, onderdrukte mensen – die het heilige tabernakel naderden in de hoop wat spirituele troost en kracht te vinden, alleen om teleurgesteld, gekwetst of vernederd weer te vertrekken?
En hoe voelde hij zich toen hij hoorde dat Hophni en Phinehas ook nog God’s geboden inzake de seksuele moraal negeerden, omdat zij relaties hadden met enkele van de vrouwen die daar in het tabernakel dienden?:
      Eli nu was zeer oud. Wanneer hij hoorde, wat zijn zonen geheel Israël al niet aandeden en dat zij sliepen bij de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst, z
ei hij tot hen: ‘Waarom doen jullie dergelijke dingen, dat ik het gehele volk over die wandaden van jullie hoor spreken? Dat gaat niet, mijn zonen. Het is geen goed gerucht, dat ik hoor: ‘zij brengen het volk des Heren tot overtreding. Indien de ene mens tegen de andere mens zondigt, dan zal God hem richten; maar indien een mens tegen de Here zondigt, wie zal dan voor hem tussenbeide treden?’.
Maar zij luisterden niet naar hun vader, want de Heer wilde hen doden
“ 1Sam.2: 22-25.
Vergis je niet, het is in onze tijd niet anders, zelfs bisschoppen [asketen?] kunnen hun handen niet thuishouden. Misschien kijk je net als Samuel hoopvol op naar Eli om er iets aan te doen.
Samuël dient net als vele oprechte navolgers van Christus diep verontrust te zijn geweest om de slechtheid van Eli’s zonen te zien. De toezichthouder Eli was in de beste positie om de groeiende ramp aan te pakken.
Als hogepriester was ‘hij’ immers verantwoordelijk voor wat er in de tabernakel het hart van de mensen plaatsvond.
Als vader had hij de plicht zijn zonen te corrigeren.
Tenslotte deden ze zichzelf en talloze anderen in het land van de wereld pijn.
De menselijke Eli faalt echter in beide opzichten, als vader en als hogepriester.
Hij bood zijn zonen slechts een flauw, zwak uitbrandertje aan, je ziet het heden ten dage toch om je heen.
Maar zijn zonen hebben ook in onze tijd een veel sterkere discipline nodig. Ze begingen zonden die de dood meer dan waard waren!
Onze Heer en Verlosser zendt ook in onze tijd een krachtige boodschap aan Eli, en hoe reageert Eli’s familie, de bloedverwanten van Christus op de waarschuwing?

De zaken in de wereld bereiken een dusdanig punt dat de Heer „een man van God”, een naamloze profeet, naar Eli zond met een krachtige oordeel’s-boodschap.
De Heer onze Verlosser zegt tegen de toezichthouder Eli:
„Je blijft je zonen meer eren dan ik [geboden heb]”.
God voorspelt dus dat de slechte zonen van Eli op dezelfde dag zouden sterven en dat het gezin van Eli zwaar zou lijden en zelfs zijn bevoorrechte positie in de priesterklasse [dynastie] zal verliezen – ‘je ziet het toch de kerken lopen leeg’.
Heeft deze krachtige waarschuwing een verandering in dat gezin teweeg gebracht? Het verslag onthult niet zo’n verandering van hart:

Ze zagen waar de Heer en Verlosser verblijf hield‘; ‘They saw where the Lord and Savior stayed‘ John.1: 35-42.

      Er kwam een man Gods tot Eli en zei tot hem:   Zo zegt de Heer: heb Ik Mij niet duidelijk aan het huis van uw vaders geopenbaard, toen dit in Egypte aan het huis van Farao onderworpen was?
En Ik heb hem uit alle stammen van Israël [de Kerk] Mij tot priester verkoren om mijn altaar te beklimmen, reukwerk te ontsteken en de efod te dragen voor Mijn aangezicht; aan het huis van uw vaders heb Ik alle vuuroffers van de Israeliëten [de Kerk] gegeven. Waarom verachten jullie Mijn slachtoffer en Mijn spijsoffer, die Ik in [Mijn] woning voorgeschreven heb, eren jullie je zonen boven Mij, en doet jullie je te goed aan het beste deel van elk spijsoffer van mijn volk Israël [de kerk]?
        Daarom, luidt het woord van de Heer, de God van Israël, Ik heb duidelijk gezegd: uw huis en het huis van uw vaders huis zullen voor altijd voor Mijn aangezicht wandelen, maar nu luidt het Woord des Heren:
       ‘ dit zij verre van Mij! Want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden.
Zie, de dagen komen, dat Ik uw kracht en die van het huis van uw vaders verbreken zal, zodat er geen oud man in uw huis zal zijn.
Jullie zullen de nood van [Mijn] woning moeten aanzien niettegenstaande alle weldaden, die Hij aan Israël [de Kerk] bewijst, en in uw huis zal er nooit een oud man zijn.
       Maar de enkeling, die Ik niet zal verdelgen van bij Mijn altaar, zal uw ogen verteren en uw leven doen verkwijnen; al wat uit uw familie stamt, zal op mannelijke leeftijd sterven.
       En wat uw beide zonen Hophni en Phinehas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op een dag zullen zij beiden sterven.
       En Ik zal Mij een betrouwbaar priester aanstellen, die naar Mijn hart en in Mijn Geest handelt en Ik zal voor hem een duurzaam huis bouwen, zodat hij te allen tijde voor het aangezicht van Mijn gezalfde [Christus] wandelen zal.
       Wie dan nog in uw huis mocht overgebleven zijn, zal komen om zich voor Hem neer te buigen voor een zilverstukje of een brood, en zal zeggen: stel mij toch aan bij een van de priester- diensten, opdat ik een stuk brood te eten heb.
       De jonge Samuel was in de dienst des Heren onder toezicht van Eli. Nu was in die dagen het Woord des Heren schaars; gezichten waren niet talrijk1Sam.2: 27– 3: 1.

Hoe duidelijker dienen we het nog te krijgen mensen van deze tijd?
Wat lezen wij niet aan Nieuws over de voortgang van de jonge ascetisch levende Samuël, die ondanks al datgene wat er om hem plaatsvindt gewoon stand houdt,
misschien tegen beter weten in?  Vindt je deze vrije nieuwsgaring niet hartverwarmend?
Welke invloed heeft al de corruptie van de wereld op de jonge Samuël?
Van tijd tot tijd vinden we in dit donkere verslag heldere lichtstralen, de Blijde Boodschap verhaalt over de groei en vooruitgang van Samuel.
Bedenk dit we wanneer we lezen over Samuël, die getrouw ‘als dienaar des Heren voorde Heer diende‘. Zelfs op jonge leeftijd concentreerde Samuël z’n leven slechts in dienst ten opzichte van zijn enige Heer, onze God.
In vers 21 van hetzelfde hoofdstuk lezen we iets dat nog hartverscheurender is:
De jongen Samuël bleef de Heer nabij en groeide in wijsheid tot Hem op”.
Naarmate hij lichamelijk opgroeide, werd de band met zijn Hemelse Vader steeds maar sterker. Zo’n hechte persoonlijke relatie met de Heer, onze God is de zekerste beschutting onder Zijn vleugelen als bescherming tegen elke vorm van verval, corruptie. 
1Sam.2: 17,18.

    Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, geef gehoor aan mijn stem.
Laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking. Zo Gij op ongerechtigheden zoudt acht slaan, Heer; Heer, wie kan dat doorstaan ?
Maar bij U is vergeving; omwille van Uw Naam, Heer, heb ik U verbeid.
Mijn ziel verwacht Uw Woord; mijn ziel vertrouwt op de Heer.
Van de ochtendwake tot de nacht dient Israël te vertrouwen op de Heer.
Want bij de Heer is barmhartigheid; bij Hem is overvloedige Verlossing.
Ja, Hijzelf zal Israël verlossen, uit al zijn ongerechtigheden.
Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, òf zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] dient op de Heer te vertrouwen, van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 129,130[130,131] vert. ROK ’s-Gravenhage:
lees tevens Psalm 118[119] in pdf, welke tot het nachtgebed behoort:
10e – Psalm 118[119] vert. ROK ’s-Gravenhage

Spreek Heer, Uw Woord volgt ons van nabij

Eli & Samuel

Hoe kunnen onze jeugdige navolgers van Christus Samuël’s voorbeeld navolgen?
Wanneer zij worden geconfronteerd met bederf van hun omgeving, waaruit blijkt dan dat Samuël de juiste koers heeft gekozen?
Het zou voor Samuël oh zo gemakkelijk zijn geweest om te redeneren dat indien de toezichthouder, de spelleider, de hogepriester en zijn zonen kunnen toegeven aan de zonde, hij dat net zo goed had kunnen doen en had kunen doen wat hij maar wilde.
Maar de bedorvenheid van anderen, inclusief degenen, die een gezag’s-posities bekleden, is nooit en te nimmer een excuus om te zondigen.
Tegenwoordig volgen veel christelijke jongeren het voorbeeld van Samuël en
blijven ‘in de Heer opgroeien‘ – zelfs als sommigen in hun omgeving geen goed voorbeeld geven.

Hoe kun je in deze tijd standvastig blijven in het Geloof; de enige mogelijkheid tot het bereiken van de Zaligheid?
We hebben het vandaag kunnen lezen:
Al die tijd werd de jongen Samuël groter en sympathieker, zowel
vanuit het standpunt van de Heer als vanuit dat van de mensen1Sam.2: 26.
Samuël was dus zéér geliefd, tenminste door degenen wier mening ertoe deed.
‘De Heer Zelf’ koesterde deze jongen als Zijn Vader vanuit de Hoge om zijn trouwe koers te behouden.
En Samuel wist zeker dat Zijn God en Vader zou handelen tegen alle slechtheid die in Silo [‘de plaats van rust’] aan het daglicht werd blootgesteld, maar misschien vroeg hij zich af ‘wanneer dàt zou plaatsvinden‘, zoals in onze tijd.
Op zekere nacht volgt op dergelijke vragen een antwoord:
Spreek, want uw dienaar luistert1Sam.3: 10.

In de avond en de nacht is Uw Woord mij nabij
Het was bijna ochtend maar nog steeds donker; het flikkerende licht van de grote lamp van de tent brandde nog. In de stilte hoorde Samuel een stem die zijn naam riep.
Hij dacht dat het Eli was, die nu heel oud en bijna blind was.
Samuel stond op en “rende” naar de oude man.  Kun je deze jongeman in gedachten zien, op blote voeten haasten om te zien wat Eli nodig had?
Het is ontroerend om op te merken dat Samuel Eli met respect en vriendelijkheid behandelde. Ondanks al zijn zonden was Eli nog steeds toezichthouder, spelleider, hogepriester des Heren.
Samuël maakte Eli wakker en zei:
Hier ben ik, want u riep mij”.
Welnu, hetzelfde gebeurde opnieuw en opnieuw!
Uiteindelijk besefte Eli wat er aan de hand was.
Het was zeldzaam geworden voor de Heer der Heerscharen om
een visioen of een profetische boodschap naar zijn volk te sturen, en
het is niet moeilijk te begrijpen waarom.
Maar Eli wist dat onze Heer weer sprak – nu tot deze jongen!
Eli zei tegen Samuel dat hij terug naar bed moest gaan en
vertelde hem hoe hij een goed antwoord diende te geven;
Samuel gehoorzaamde.
Al snel hoorde hij de stem roepen: “Samuel, Samuel !”.
De jongen antwoordde: “Spreek, want uw dienaar luistert1Sam.3: 1, 5-10.
Hoe kunnen wij vandaag de dag nog naar onze Heer en God luisteren en waarom
is het beslist de moeite waard om dat te doen?
Het gebod “Er is maar één God en buiten Hem kennen wij geen ander”
verbiedt de mens om ook maar “iets anders” belangrijker te vinden dan God.
Indien je eigen familie, je huis, je geld, je kleren, je speelgoed, vakanties, computers of mobiele telefoons òf wat dan ook het beste van je tijd, geld of energie kosten, dan zijn ze voor jou belangrijker dan God.
Dàn wijst het vingertje van je hart niet meer naar onze Heer en Zaligmaker, onze God, maar naar iets of iemand anders.
Dàn heb je bij wijze van spreken ‘Het eerste gebod‘ overtreden.
Natuurlijk is het noodzakelijk of om op vakantie te gaan, maar soms kan je zo druk zijn met alles, dat je vergeet om zelf je tijd te nemen voor het lezen van God’s Woord, om aandachtig tijd te nemen voor gebed…. dan doe je het misschien nog eventje vlug . . . . . er tussen door.
”   Maak haast, maak haast, maak haast, wij hebben ongelofelijke haast . . .” is onze voornaamste [Liturgische] Hymne geworden; de Goddelijke Liturgie kan gemakkelijk in 20 minuten, that’s it . . .
Onze Heer en Verlosser had uit eindelijk een knecht in Silo [‘de plaats van rust’] die luisterde.
Dàt werd het levenspatroon van Samuel en dàt kan ook jou overkomen;
het is namelijk in jou, in de tempel van het hart, je ‘stille, moment van rust’ en
dàn speelt tijd geen rol.
We behoeven echt niet in de nacht te gaan liggen wachten op een boven-natuurlijke stem om met ons te praten.  Tegenwoordig is God’s stem er in zekere zin altijd wanneer je je eigen pet er maar naar zet.
Het is daar in Zijn voltooide Woord en in het gebed, daarom dringen de kerkvaders, de oude asketen er op aan dat je bidt tijdens ‘het werk van je handen’ en dat je dagelijks Zijn Woord [aan de hand van de door hen opgestelde kerkelijke kalender] bestudeert.
Hoe meer wij de gelegenheid nemen naar God te luisteren en op Zijn Woord te reageren, hoe meer ons geloof zal groeien.
Zo was het ook met Samuël.

Ondanks zijn angst bracht Samuel de oordeel’s-boodschap des Heren etrouw door aan de toezichthouder, de spelleider, de priester Eli.
Ondanks het feit dat er in de tuin van God absoluut geen plaats is voor een koning, keizer of wat voor mens ook die macht en gezag naar zich toetrekt [teneinde politiek te bedrijven]; heeft God toegegeven aan hetgeen ten diepste zou leiden tot de scheiding tussen Kerk en staat hetgeen de mens in de wereld ongelukkig en eenzaam heeft gemaakt:
Verheffing en de ongenade
Samuël kreeg op aanwijzing van God de indruk om het goede in een koning, keizer of wat voor mens dan ook in dit geval koning Saul te zien; deze was toen nog een opmerkelijke mens: God gaf Saul namelijk iets mee waaraan hij uiteindelijk verantwoording kan, mag, ja móest afleggen ten opzichte van God.
. . . . . Dat was ‘toen nog’ voor koning Saul de manier om zelfrespect en eigen-waarde hoog te houden en soms ook tegen de stroom in te blijven gaan, omdat hij daarmee zeker wist dat hij op het juiste spoor zat:
’Hij was deemoedig, indrukwekkend en vindingrijk, aanvankelijk tevens eenvoudig en zeer bescheiden’ 1Sam.10: 22,23, 27.
Naast dergelijke gaven bezat koning Saul een kostbare eigenschap:
de vrije wil, het vermogen om zijn levensloop te kiezen en op basis van afwegingen zijn beslissingen te nemen:
      Ik neem heden de Hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslachtDeut.30: 19.
Uiteindelijk heeft Saul dàt kostbare geschenk, die Genadegave ‘niet goed gebruikt’ en toonde hij steeds verder groeiende, zijn gedrag waarbij hij zich steeds verder verheven voelde boven de andere mensen.
Wanneer een mens de warme gloed van nieuw verworven macht in zichzelf koestert, is bescheidenheid [deemoed] vaak de eerste kwaliteit die wegsmelt.
Het duurde dan ook niet lang òf Saul begon arrogant te worden; ‘hij’ koos, als BOBO []Bourgeois-bohème] er voor de bevelen van God te negeren die Samuël hem had doorgegeven; hij begon zich dusdanig te verheffen dat hij zich boven de anderen van het Volk stelde.
Eens werd Saul ongeduldig en offerde een offer dat Samuël van plan was te offeren; Samuël kon daarop niet anders of moest hem wel een sterke correctie toepassen en voorzegde Saul dat het koningschap niet in zijn dynastie, zijn familie zou blijven.
In plaats van te worden gekastijd door de discipline, beging Saul vervolgens nog ergere ongehoorzaamheid ten opzichte van God:
    Hij wachtte zeven dagen, tot de tijd die Samuel had bepaald. Maar toen Samuel niet naar Gilgal kwam, begon het volk van hem weg te lopen; Daarom zei Saul: Brengt mij het brandoffer en 
de vredeoffers. En hij offerde het brandoffer [zelf].
>     Samuel zei tot Saul: ‘ Gij hebt dwaas gehandeld; gij hebt niet in acht genomen het gebod van de Heer, uw God, dat Hij u geboden heeft, anders zou de Heer uw koningschap over Israël voor altijd bevestigd hebben. Maar nu zal uw koningschap niet bestendig zijn. De Here heeft Zich een mens uitgezocht naar Zijn hart [de koning en profeet David] en de Heer heeft hem tot een vorst over zijn volk aangesteld, omdat gij niet in acht genomen hebt wat de Heer u geboden had1Sam.13: 8,9,13,14.
Onze Heer riep de mensen vervolgens naar Gilgal, die al verscheidene malen eerder als verzamelplaats [en boodschap aan] voor het Volk heeft gediend, de plaats waar het Volk ná het verblijf in de woestijn de Jordaan zijn overgestoken, toen de ark van het Verbond aldaar het water beroerde.
Op die historisch belangrijke plaats bad Samuel in Geloof en de Heer en Verlosser antwoordde met een onweersbui [doopwater wordt wèl gezegd] en God de Vader stond Samuel daarmee bij Zijn Volk, dáár in Gilgal eindelijk de ernst van hun weerstand tegen God in te zien.
Laten we ons daarom weer bij de bestemming van het God’s-volk [de Kerk] voegen opdat wij net als zij ons aangesproken voelen tot het Woord van God [zoals bij onze doop].
Op dat moment herinnerde de oudere Samuël zich weer aan zijn integriteit en
vroeg voor zijn Volk [de Kerk] een onweer [een plens water] om hen te herinneren aan hun oorspronkelijke doelstelling:
Ik ben de Heer uw God en buiten Hem kennen wij niemand anders
Niet Samuël, maar zijn ‘Heer en God, van zijn leven’, onze Heer en Zaligmaker, had hun opstandige harten bereikt.
Van zijn jeugd af aan tot aan zijn oude dag vertrouwde Samuel op zijn God;
en de Heer beloonde hem.
Tot op de dag van vandaag is Onze God en Vader niet veranderd.
Hij ondersteunt nog steeds degenen die via Christus
het oorspronkelijk Geloof van Samuël navolgen.
De Israëlieten waren geboren zondaars, net zoals jij en ik.
Maar: hoe zondig we ook zijn, we denken nog altijd dat we God kunnen gehoorzamen.
Wij Christenen denken dat er op z’n minst nog wel ìets goeds in ons zit en
dat God daar wel tevreden mee zal zijn. Israël [de Kerk] is ervan overtuigd dat het Volk God kan gehoorzamen.
Ze roepen uit:
Alles wat de Heer gesproken heeft, zullen wij doen.
En onze spelleider, profeet, priester brengt  tijdens de Goddelijke Liturgie
deze woorden van het volk  weer aan de Heer over
conf. Ex.19: 8.

Kondakion
tn.8 
  Reeds voor uw ontvangenis was u als
een kostbare gave aan God toegewijd en
vanaf uw jeugd hebt U Hem als een engel gediend, Al-zalige.
U was geroepen om de toekomst te verkondigen;
daarom roepen wij u toe:
  Verheug u, Profeet van God,
grote Hogepriester Samuel !’
”.

9e Zondag ná Pinksteren – Onze Heer en Verlosser ‘dwingt’ z’n leerlingen Hem mèt het schip [de Kerk] vooruit te gaan

bestevaer

    En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat
Hij de scharen zou hebben weggezonden.
       En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden.
Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
       Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen.
In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee.
       Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan,
werden zij verbijsterd en zeiden: ‘Het is een spook!’.
En zij schreeuwden van vrees.
       Terstond sprak Jezus hen aan en zei:
Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!‘.
Petrus antwoordde Hem en zei:
‘Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan
tot U te komen over het water’.
En Hij zei:
‘Kom!’.
En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus.
Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en
begon te zinken en hij schreeuwde:
Heer, red mij [ons]!
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zei tot hem:
Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen.
Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden:
Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesareth
[Hebr.=‘harp’] aan land” Mattheüs 14: 22-34.

    Want Gods mede-arbeiders zijn wij;
      Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
Naar de Genade van God, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop
een ander voortbouwt.
Maar ieder zie wel toe,
hoe hij daarop bouwt.
      Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.
      Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver,
kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, 
ieders werk zal aan het licht komen.
Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en
hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.
Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch
hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.
Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?
Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden.
Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
”.
1Cor.3: 9-17.

Wanneer je om je heen kijkt krijg je sterk de indruk dat God de goddelozen slechts beloont en vraag je jezelf af:
Waarom zijn de tijden aan de aandacht van
onze Heer en Verlosser ontsnapt?
Waarom zijn de goddelozen ver over God’s grenzen heengegaan en hebben ze met het waswater het kind weg gegooid, de kudde met de herder weggenomen?
”.

In vorige afleveringen hebben we via de studie van
de profeet Job al een skala aan kwade handelingen of ontbreken van
handelingen van de goddelozen aangehaald en aangetoond
hoe het soort personen worden geïdentificeerd welke
daarmee worden bedoeld:
degenen die geen respect hebben voor door God ingestelde grenzen en
proberen de mensen van God te manipuleren, door
over hen te heersen en te trachten de plaats in

heilige boontjes

te nemen van hun waarachtige Herder.
Daarbij hebben wij niet aflatend aangehaald dat de basis daartoe gelegd is door de [heilige?] keizer Constantijn, die immers de hiërarchie, waaronder die van de heiligen in de Kerk heeft aangebracht.
Neem van mij aan – voor God – zijn wij allen gelijkwaardige heiligen en
is een bevordering tot heilige, hoewel voor velen een voorbeeld, echt
geen hiërarchieke aanduiding.
Als eenvoudig navolger van Christus, Die immers Al-Barmhartig is
zou je moedeloos worden van je eigen valkuilen en
keren dat je plank eens flink misslaat.
Ieder mens is een zondaar, al heeft hij zich zondag’s op
z’n best gekleed en heeft hij toestemming een keizerlijke hoed te dragen.

Onze Heer en Verlosser vormt de mensen op een dusdanige  manier dat
ze in staat zijn slechte manieren kunnen herkennen.
Tijdens m’n sociaal-juridische opleiding werd mij geleerd dat
er mens-beïnvloedende patronen bestaan van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen die zich openbaren vanaf de pubertijd.
Nu lopen er mensen rond, die in geneeskundig opzicht een
persoonlijkheid hebben ontwikkeld, die moreel dusdanig
gevormd zijn dat zij hun geweten herhaaldelijk negeren.
Daar kunnen ze niets aan doen – je zou kunnen zeggen, dat
de mensheid God’s schepping tijdens de opvoeding in
hun jeugd heeft misvormd, het een en ander heeft
laten aanbranden – misbaksels noemen we dat in de keuken.
Job heeft het goede leven van de ‘aardige‘ mensen die
goddeloos zijn in hoofdstuk 21 heel duidelijk omschreven
[interessant boek, hè, die Blijde Boodschap?].

menselijke ongerechtigheden
Vandaag laten wij ons onderzoekende licht vallen op hoofdstukken 24,25, waarbij Job de menselijke zonden belicht en de menselijke voorkeur voor duisternis [de schaduwzijde van het leven] uit angst voor blootstelling.
Tegen zulke zondaars roept Job op tot het oordeel van God, zowel
in dit huidige leven als in het leven hierna.

vissen in een wereld, die onstuimig is

Slechte mensen nemen de goederen van anderen:
de ezel van de wezen en. . . de os van de weduweJob 24: 3.
Of het nu een misdadiger, een crimineel of een doortrapte manipulator is,
de goddelozen hebben geen respect voor het fatsoenlijke.
Ze zijn bereid om door dik en dun, met welke middelen dan ook, datgene
te grijpen wat zij wensen.
De roofzuchtige daden van de goddelozen richten zich meestal op de kwetsbaren,
zoals de vaderloze en de weduwen, m.a.w. degenen, die vanuit hun sociale positie toch hun mond niet open doen, al worden zij beroofd en is hun mond in de kiem gesmoord. Dergelijke daden onthullen een diepe lafhartigheid en een pervers gevoel van goed en kwaad.

    Waarom zijn vanwege de Almachtige geen oordeel’s-tijden voorbehouden en
zien zij die Hem kennen, Zijn dagen van Recht en Gerechtigheid niet?
Er zijn er, die de stenen aan de grens verzetten, die kudden roven en ze weiden.
De ezel van de wezen voeren zij weg, de koe van de weduwe nemen zij te pand;
De armen dringen zij van de weg,
de ellendigen van het land verbergen zich allen tezamen“.
>           Uit de stad stijgt het gekerm van stervenden op en
roept de ziel van gewonden om hulp, doch God slaat geen acht op het gebed.
Anderen behoren tot de vijanden van het licht, zij kennen zijn wegen niet en
blijven niet op zijn paden.
Tegen het daglicht maakt de moordenaar zich op en
doodt de ellendige en de arme, en
’s-nachts is hij een dief gelijk.
Het oog van de overspeler wacht op de schemering, denkende:
Geen oog mag mij zien; en hij legt een bedekking op zijn gezicht.
In het duister dringt men de huizen binnen; overdag sluiten zij zich op,
zij willen niets weten van het daglicht; want voor hen tezamen is diepe duisternis als 
morgenstond, daar zij met de verschrikkingen van de diepe duisternis vertrouwd zijn.
Snel drijven zij voort op de zee van het leven, het watervlak, vervloekt wordt hun erfdeel in het land, zij slaan de weg naar de wijnbergen niet in.
Droogte en hitte roven het sneeuwwater weg, zo het dodenrijk hen die zondigen.
De moederschoot vergeet hem, de wormen vergasten zich aan hem, aan
hem wordt niet meer gedacht, de ongerechtigheid wordt gebroken als een boom.
> Toen nam de Suchiet [Hebr.=‘hutbewoner’ (kluizenaar) Bildad [Hebr.=‘door vermenging in de war gebrachte liefde’] het woord en zei:
Heerschappij en verschrikking zijn bij Hem, die Vrede gebiedt in Zijn hoge Hemel.
Zijn zijn legerscharen te tellen? En over wie gaat Zijn Licht niet op?
Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, òf
hoe zou hij rein zijn, die  uit een vrouw geboren is?
Zie, zelfs de maan; zij schijnt niet helder, en de sterren zijn niet rein in zijn ogen;
hoeveel te minder de sterveling, een made, het mensenkind, een worm?”.
Job 24: 1-4, 12-20; 25: 1-6

    En terstond dwong onze Heer en Verlosser Zijn volgelingen in het schip [van de Kerk] te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
       En toen Hij de scharen weggezonden had,
ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden.
Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen
Matth.14: 22,23.

Christus Verlosser

Maar De Heer kent hun werken en bracht ze in de duisternis . . .
Want te zijner tijd zal de schaduw van de dood voor hen dezelfde zijn . . .
Zij zullen de problemen van de schaduw van de dood kennen

Job.24: 14,17.

De Profeet Job geeft hier een profetische verklaring af, die z’n weerga niet kent:
God ziet en overgiet alles en de goddelozen zullen hun goddelijke beloning ontvangen.
Wat slechts over blijft is:
1.]. het schip van de Kerk ‘niet’ te verlaten, wàt er ook [ja, ook dáár] gebeuren mag.
2.]. van de menigte afstand te nemen.
3.]. de berg te blijven beklimmen en
4.]. te bidden tot de avond [van het leven] valt.

Maar blijf waakzaam, want deze goddelozen lokken de zwakken, terwijl
ze zich “van de juiste weg afkerenJob 24: 4.
In de handel van soft- en harddrug’s verbouwen de armen
immers de illegale gewassen alleen om te worden uitgebuit door
de drug’s-baronnen.
Op het verkooppunt wordt de verslaafde [als ‘kat’-vanger],
verlamd door afhankelijkheid, gedwongen tot prostitutie,
kleine diefstal of dusdanig misvormd teneinde
nieuwe slachtoffers te maken, allemaal ten voordele van
de primaire mensenhandelaren.

Athos, de Berg van het zwijgen, overwegen is wat resteert.

Degenen die God minachten, zijn geneigd de zachtmoedigen in de wereld te terroriseren, zodat
de zachtaardige mensen zich hebben verborgenJob 24: 4.
Inderdaad, de oude, de broze, de arme en de nietsvermoedende zijn slechts doelen voor de goddelozen, terwijl de rijken en machtigen zichzelf [zelfs door bevriende rechters] kunnen verdedigen.

Deze wrede gebruikers profiteren van mensen zonder middelen wanneer ze met eelt op de handen “de zwakken uitwerpenJob 24: 12.
De verzen 5 tot en met 11 herinneren ons eraan hoe kwaaddoeners achteloos blijven voor de pijn die ze toebrengen:
de ziel van de kinderen zuchtte enormJob 24: 12.
Vergeet niet te bidden voor de goede inspanningen van
slachtofferhulp en zij die voor hen opkomen in
de opvang met vrijwilliger’s hulp- en zij, die als klokkenluiders
getuigenis afleggen, die gewonden en verdriet trachten te kalmeren.

de berg op, naar de grot

De profeet Job identificeert ook de dodelijke gezwellen die woekeren in de harten van de goddelozen, die uiteindelijk deze slechte en zielige zielen consumeren.
Ze vermijden de algehele controle, willen niets weten van overleg en samenwerking;
zij hanteren perfect verborgen manieren en houden hun politieke schema’s geheim
Job 24: 16.
Hun verterende angst dient als een gevangenis te worden ervaren Job 24: 15,
toch doemt de dood op als
hun onontkoombare en laatste terreur Job 24: 17.
Hun tragische leven getuigt van de godvrezende mensen die
naar Gerechtigheid verlangen en wel proberen ‘het Licht te kennenJob 24: 16.

Gebedsnoer van de ‘‘tranen van de moeder Gods”, [Δάκρυ της Παναγίας] wordt eveneens voor het Jezusgebed gebruikt

Job besluit met een gebed, op een wijze zoals een navolger van Christus
zich niet behoort te gedragen en vraagt ​​dat het deel van de goddelozen
op aarde wordt vervloektJob 24: 18.
Hij bidt dat God hun vooruitzichten en succes verwelken moge worden Job 24: 19.
Hij hoopt dat de ervaring van een nederlaag het mogelijk zal maken dat
hun zonden worden “herinnerd aan de herinneringJob 24: 20, zodat zij zich kunnen keren van de duisternis, wenen voor God en Zijn vergeving zoeken.
Laten wij eveneens bidden dat de goddelozen
de resterende tijd van dit leven in vrede en berouw mogen voleindigen en
dat zij een goede verdediging voor de rechterstoel van Christus bereiken zoals
de ‘goede moordenaar’ aan Zijn Kruis.
En laten we voor onszelf dezelfde Genadegaven vragen:
    O Heer, die elke kwaal en elke zwakheid geneest,
laat Uw oog vallen op ons Uw kinderen in
alle wegen die wij afdwalen;
geef ons de overwinning over de vijand en
maak ons ​​deelgenoot aan Uw Heilige Mysteriën
”.
conf. het gebed bij het Mysterie van de Doop

Ontbrekende grondbeginselen:

Bij het vallen van de avond verbonden in verdriet; At nightfall connected in sorrow

Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
       Doch het schip [de Kerk op onze levensweg] was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen.
In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee.
       Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: ‘Het is een angstaanjagend luchtverschijnsel] een spook!’.
Job geeft ons daarom nog een toetje, een toegift, een notabene:

Al het nieuws in beeld; All the news on screen

           Hoe zal een sterveling zich rechtvaardigen voor de Heer?
Of hoe kan hij die uit een vrouw is geboren zichzelf zuiveren?
Job 25: 4.
       De kerkvaders vinden weinig fout in de reactie van een van hun vrienden ‘Bildad’. Bildad [Hebr.=‘door vermenging in de war brengende liefde’], de letterlijke betekenis van de naam is onzeker, het bestaat uit twee elementen [BL DB] maar welke dat zijn is niet bekend. Sommigen zien het eerste deel van de naam als een afleiding van Bel, de Babylonische Baal].
Zoals de Heilige Johannes Chrysostomos opmerkt is Bildad botweg in
tegenspraak met wat God’s profeet al heeft verklaard:
dat in dit leven de goddelozen blijkbaar vaak aan het oordeel ontsnappen.
Maar door te beweren dat geen sterveling ‘rechtvaardig is voor de HeerJob 25: 4,
herhaalt hij feitelijk een waarheid die eerder door Job is verklaard Job 9: 2.

Bildad de Shuhite [de kluizenaar] overdrijft voornamelijk, en zijn denken mist belangrijke elementen, z’n theologie is onevenwichtig;
hij klampt zich vast aan een simplistisch Geloof in een goddelijke oorzaak en gevolg als reactie op de moraliteit of immoraliteit van mensen.
Hij begrijpt Job’s onderscheid tussen de goddelozen en de rechtvaardigen niet.
Ten slotte is Bildad zo geobsedeerd door de corruptie van alle mensen dat
hij, in een poging waagt Job te dwingen zijn ‘geheime‘ zonden te belijden,
een fout maakt door te zeggen dat God een universum heeft geschapen dat onzuiver is.

Laten we de bewering van Bildad onderzoeken dat ‘de mens bedorven isJob 25: 6.
Hij blijft hard op Job inhakken om te erkennen dat God in dit leven
geen rust zal geven aan iemand die anderen misbruikt Job 25: 3.
De Heilige Johannes Chrysostomos beweert dat Bildad
dit verkeerde geloof benadrukt als
een manier om “ruimte te scheppen voor Job
– om de profeet uit te nodigen om zijn verborgen zonde te belijden die
hem grote ellende heeft gebracht.
Johannes Guldenmond merkt op dat Bildad eigenlijk vraagt:
Zal het mogelijk zijn dat een enkele rechtvaardige ooit zal bestaan?
conf. Manley, Wisdom, pg. 407.
Bildad wil tevergeefs dat Job wordt beoordeeld en onderzocht, want
volgens hem is ‘de mensenzoon een wormJob 25: 6.
Zijn argument ontrafelt echter in het licht van het feit dat
‘God succes in dit leven toestaat’ voor velen van de goddelozen.
De rechtvaardigen ondergaan, net als Job, onterecht leed en ellende, maar
worden gezegend voor God.

Karoúlia [Grieks, Τα Καρούλια] is een gebied in het zuidwesten van de berg Athos, waar diverse kluizenaars wonen

Vervolgens komen we bij een ander misverstand van de ‘hutbewoner’:
hij kan niet begrijpen dat Job’s herhaalde verklaringen van
zijn rechtvaardigheid tegenover God mogelijk waar zijn.
De Heilige Gregorius de Grote verduidelijkt op eenvoudige wijze
het verschil tussen het concept van gerechtigheid van Job en Bildad.
Zijn antwoord op de vraag van Bildad
– “Hoe zal een sterveling rechtvaardig zijn voor de Heer?Job 25: 4 – is eenvoudig:
Elk rechtvaardige mens is gewoon door verlichting [door Genadegaven] van God, niet door vergelijking met God”.
Er zijn mensen die, wanneer ze door de gave van de Geest
worden geholpen tegen de broosheid van hun vlees,
worden gemaakt om zich op te heffen [zich tot heilig te verklaren],
ja te glanzen in hun deugden, ja, en zichzelf ook openbaren ‘oplichten’ in de wonderen ‘met behulp van wonderbaarlijke tekenen‘.
conf. Manley, Wisdom, pg. 409.
Maar verwijt hen niets, want er bestaan waarachtig heiligen die rechtvaardig zijn door God’s Genadegaven.

Ten slotte beweert Bildad, in zijn intense verlangen Job van zonde te overtuigen en hem in zijn simplistische theologie in te passen, dat
de sterren niet zuiver in Zijn ogen zijnJob 25: 5.
Zonder twijfel wordt de gehele schepping bestuurd door de Heer van alles en allen; natuurlijk, “als Hij de maan bestelt, dan schijnt deze nietJob 25: 5.
Maar de sterren onzuiver noemen, verstoort de goedheid van Gods schepping
– het is absurd om zonde toe te kennen aan levenloze wezens!

De Apostel Paulus  neemt waar
dat de hele schepping gezamenlijk kreunt en werkt met geboorte tot nu toeRom.8: 22, want de zonde van de mens verstoorde de relatie tussen de geschapen orde en de mensheid.
Maar zoals we weten uit het scheppingsverslag, “zag God alles wat Hij had gemaakt, en inderdaad, het was zeer goedGen.1: 31.
De zonde van de mens heeft de inherente goedheid van de schepping niet vernietigd, hoewel zelfs de grond omwille van ons werd vervloekt:
Daar houden de goddelozen op met woelen,
daar rusten zij wier kracht is uitgeput
Job 3: 17.
Waarom?
Zodat we kunnen beginnen aan de lange reis terug naar
onze oorspronkelijke ongerepte schoonheid,
geholpen door de Genade en Liefde, kortom de Barmhartigheid van God.
Help ons Al-Barmhartige,
Gij die de zonde van de wereld wegneemt, en
reinig U van elke vlek van vlees en geest en
leer mij heiligheid te vervullen uit vrees voor U
”.
gebed voorafgaand aan de communie
van Sint Basilius de Grote.

Goddelijke Liturgie

De tegenstrever van de mensheid gebruikt bij voortduring een soortgelijke techniek bij alle mensen wanneer wij het op iemand gemunt hebben.
Wij dienen derhalve doordrongen te zijn hoe we ons zouden kunnen verdedigen. 
Het hangt namelijk van onszelf af om toch ‘nog iets’ te ondernemen.
Door gebed en het bestuderen van de geïnspireerde Blijde Boodschap, het onderzoeken van de pedagogie van de Heer, zullen we merken dat bovenstaande aanvallen, bij wijze van spreken, een gebruikelijke gewoonte is van de boze.
In het begin opent hij zijn aanval door de harten van degenen die 
God aanbidden te beproeven, allereerst met behulp van het zaad van het stellen van kwaadaardige vragen te zaaien, en ons aan te zetten in het aas van schamele genoegens te happen om vervolgens verschillende verfijnde methoden als stap op zijn weg in te zetten.
Bovenal valt hij ons gewelddadig aan op 
elk punt waarvan hij weet dat we al eerder zijn gevallen en hij succes heeft behaald.
Hij is uiterst gewiekst en gebruikt telkenmale onze eigen zwakheid als bondgenoot van 
zijn slechte bedoelingen en gebruikt telkens opnieuw de passie die onze ziel eerder verwondde.
Zo valt hij bijvoorbeeld een mens met gewelddadige aanvallen lastig door onze zintuigen 
met de meest verdorven prikkels voor vleselijke genoegens aan te spreken en deze in te zetten; terwijl in een andere situatie een basiswinst wordt voorgehouden teneinde een grote winst binnen te halen en op de een of andere manier onheilige rijkdom wordt voorgehouden ten einde je op de best mogelijke manier de genadeslag te geven.
Als een bekwaam generaal, die een stad belegert, haast hij zich met alle voortvarendheid bij elke gelegenheid en mogelijkheden om de verzwakte delen van de muur aan te vallen en 
beveelt hij zijn stormrammen daar actie te ondernemen, 
heel goed wetende dat in die contreien de eenvoudigste verovering valt te behalen.
  De satan slaat zijn slag, wanneer hij van plan is een menselijke ziel te belegeren, op het zwakste moment van de dag, wanneer je vermoeid bent, en hij vindt op deze manier heel eenvoudig de weg dat je jezelf aan hem onderwerpt – vooral wanneer hij ziet dat je geen hulp krijgt van die hulpmiddelen [zoals het gebed] waardoor het waarschijnlijk zou zijn dat de passie zou worden verslagen,
zo zet hij nobele emoties in, provocaties tot mannelijke moed, suggesties voor toewijding en zelfs de mystieke eucharistie.
Want juist deze aangelegenheid is vooral effectief als een tegengif voor 
het moorddadige gif van de tegenstrever, hij leidt je af door je af te leiden met vriendelijke ontmoetingen of door kinderen, die nu eenmaal kinderen blijven – ook tijdens de Liturgie. 
Niet voor niets wijst Paulus ons op het voortdurend gebed en
 is het raadzaam zo veel als mogelijk is aandachtig aan de goddelijke liturgie deel te nemen.
 Maak je geen zorgen wanneer dat nu eens niet je eigen parochiegemeenschap is,
 òf in je eigen taal, Christus is immers overal aanwezig en mocht je spelleider bezwaar maken,
 dank de Heer dan, dat Hij je de mogelijkheden aanbiedt Hem aldaar te ontmoeten.
De Goddelijke Liturgie is immers het gebed van de gehele mensheid opdat de Heer Zich over ons zal ontfermen en ook jou zal redden.

Apolytikion    
tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion    
tn.8.
    Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige

Theotokion    
tn.8.
    Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

9e Donderdag ná Pinksteren, Augustus 15e – de ontslaping van Allerheiligste Moeder en altijd maagd gebleven, de Theotokos

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis.
En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan
de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
      Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen?’.
      Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
      Martha, Martha, jij maakt je bezorgd en druk over vele dingen, . . . . . maar weinige zijn nodig of slechts een; want
      Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat
       van haar niet zal worden weggenomen’
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat
een vrouw uit de schare haar stem verhief en
tot Hem zei:
      Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Hij zei:
      Zeker, zalig, die ‘het Woord God’s horen en het bewaren’

Luc.10:38-42; 11: 27,28.

      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die,
in de gestalte God’s zijnde, -‘het aan God gelijk zijn’- niet als een roof heeft geacht,
maar Zichzelf ontledigd heeft, en heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft
Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot
de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en
       Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat
       in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die
       in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
en alle tong zou belijden’:
      Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’

Phil.2: 5-11.

  De Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zij heeft haar zeven pilaren uitgehouwen, zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd, ook heeft zij haar tafel bereid.
Zij heeft haar dienstmaagden uit-gezonden, zij roept boven op de hoogten der stad:
‘ Wie onverstandig is, dient zich hierheen te keren’;
tot de verstandeloze zegt zij:
‘ Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn die ik gemengd heb;
laat varen het onverstand, dan zult gij leven, en betreedt de weg van het verstand.
Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben,
Geef aan de wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs de rechtvaardige, en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoog Heilige is verstand.
Want door mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegdSpreuken 9: 1-11.

Ontslaping van de Moeder Gods

Dormition van de Moeder God’s is een groots feest in de Orthodoxe Kerken,
ook wel zomer-Pascha genoemd, die het “in slaap vallen”, het ontslapen oftewel de lichamelijke dood gedenken van Maria de Theotokos als een eeuwigdurende gedachtenis.
De “Moeder God’s” [de God-dragende] als dag van herdenking heeft de Heer haar mee-, weggenomen en als ware het tevens haar lichamelijke Opstanding bewerkt, voordat ze door Christus, haar Zoon en onze Zoon van God in de Hemel wordt opgenomen.
De Orthodoxe kerk leert dat zij samen met andere personen ‘lichamelijk’ naar
de hemel werden gebracht:
Henoch , Elia [Elias] en de Theotokos [de Maagd Maria].
       Vergelijkbaar met de westerse ‘veronderstelling’ van Maria, vieren de orthodoxen ‘De ontslaping van de Theotokos’ op 15 augustus.
       In tegenstelling tot de westerse onzekerheid over de fysieke dood van Maria,
leert de Orthodoxie, dat Maria lichamelijk een ‘natuurlijke dood’ stierf, zoals
elke andere mens, dat ze werd begraven door de apostelen [behalve Thomas, die te laat was], en drie dagen later [nadat Thomas was gearriveerd] bleek te ontbreken in haar tombe.
De Kerk leert dat de apostelen een openbaring ontvingen waarin de Theotokos aan hen verschenen is en hen openbaarde dat ze door onze Heer en Verlosser, haar Zoon Jezus was opgewekt en haar lichaam en ziel naar de Hemel had gebracht.
De Orthodoxie leert dat Maria al de volheid van Hemelse gelukzaligheid geniet, die al de andere heiligen [alle gelovigen] pas ná het laatste oordeel zullen ervaren.
Vandaag vieren we een grote en vreugdevolle plechtigheid:
‘het ontslapen’, het in slaap vallen van de Moeder van God in Jeruzalem, en haar lichamelijke overbrenging in Heerlijkheid.

Avondloos Licht

“Het hele mysterie van de economie”
Tijdens de Vespers, in de avond bij ‘het Avondloos Licht’ gelezen
– lezingen uit Genesis, Ezechiël en Spreuken – worden ons een reeks afbeeldingen aangeboden, die allemaal een verwijzing bevatten naar de Theotokos.
– Zij is de ladder die opklimt van de aarde naar de hemel, aanschouwd door de aartsvader Jaäcob in een visioen Gen. 28: 12.
– Zij is Beth-el [Hebr.=‘God’s huis’] en de poort van de hemel Gen.28: 17.
– Zij is de oostelijke poort van het tempelheiligdom, die gesloten blijft Maagdelijk:
niemand komt binnen, “want de Heer, de God van Israël [de Kerk], is er doorheen gekomen“, zoals Ezechiël heeft profeteerd Ez.44: 2.
– Zij is wijsheid, of het huis van wijsheid, waarover koning Salomo spreekt Spreuken 9: 1.

                         Deze lezingen – uit Genesis, Ezechiël en Spreuken –
vertegenwoordigen de 3 afdelingen van de Joodse Bijbel:
de Thora, de profeten en de geschriften.
Gezamenlijk vormen ze een ‘boeket’ dat alles weergeeft wat we het Oude Verbond noemen.
Het is alsof om te zeggen:

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijst

Maria is de som waarnaar de hele geschiedenis van Israël al die tijd, als een verwijzing heeft gewezen.
Zij is de dochter van Zion, het scharnier van de heilsgeschiedenis.
In haar is het begin van het Nieuwe Verbond, Je kunt het Nieuwe Testament ook niet bevatten, zonder het Oude Testament te hebben gelezen
– het vormt de basis, zoals Christus dit aan de Emmausgangers eveneens heeft voorgehouden.

In de woorden van de Heilige Johannes van Damascus [Syrië]:
‘In de naam Theotokos zit het hele Mysterie van de economie;
’Economie’ –  oikonomia, zoals we vaak in onze hymnes horen –
verwijst naar God’s ordening van Zijn ‘huishouden’,
Zijn bestuur van de schepping en Zijn geschiedenis volgens Zijn plan
voor onze persoonlijke redding en verheerlijking van Zijn mensheid.
Er is een volgorde  in God’s plan en een eenheid van betekenis;
deze eenheid wordt geopenbaard in de persoon van de Heilige Maagd.

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender;

De rol van Maria in deze economie, haar identiteit als ‘Moeder’, houdt niet op bij het baren of grootbrengen van haar kind.
We zien haar niet alleen bij de Aankondiging [25 Maart] en de Geboorte van onze Heer en Verlosser [25 December], maar ook bij zijn eerste wonder te Kana, aan de voet van het Groot en Heilig Kruis [14 September] en met de Kerk op Pinksterfeest, de Geboorte van de Kerk.
Zoals Johannes van Damascus reeds zei:
het hele Mysterie van God’s Economie”.

In de feestelijke cyclus van ons liturgisch jaar, die op 1 september begint, is het eerste grote feest ‘de geboorte van de Theotokos’ op 8 september.  Het laatste grote feest is vandaag, haar ontslapen, het in slaap vallen, zoals wij de dood noemen en Haar lichamelijke veronderstelling in de Hemel.
Onze liturgische herinnering aan het Heil’s-werk van Christus begint en eindigt met Maria, de Moeder God’s.
We beginnen met haar geboorte, we eindigen met haar verheerlijking.
In de naam Theotokos zit het hele mysterie van God’s Economie”.

Een vrouw bekleed met Christus,
het ‘Zon-overgoten Licht’ van de schepping.
Aan het einde van zijn leven, in ballingschap op het eiland Patmos, had
de apostel Johannes een visioen.
Een groot teken verscheen in de hemel:
een vrouw gekleed met de zon, met
de maan onder haar voeten en
een kroon van twaalf sterren op haar hoofd
Openb.12: 1.
De meeste verslaggevers, uitleggers van het Goddelijk Mysterie
nemen dit beeld uit het boek Apocalyps om te verwijzen naar de Kerk,
òf het overblijfsel van Israël [de Kerk].
Sommigen zien hier echter een afbeelding van de Theotokos, Maria, vooral
omdat zij de dochter van Zion is en zij de Kerk typeert.
Sommigen zien zelfs een beeld van haar lichamelijke veronderstelling.

Een groot teken verscheen in de hemel: een vrouw bekleed met de zonOpenb.12: 1; ja, ‘Zij had zich met Christus, het Licht bekleed’.
In de lichamelijke ‘overdracht’ door Christus van de Maagd herkent de Kerk een ‘groot teken‘.
Een profetisch teken dat ons spreekt over onze bestemming, de betekenis van de dood, van lichamen, van menselijke relaties.
Dit teken vertelt ons:
de dood is niet het laatste doel van de mens’.
Ten slotte zijn we, zoals de filosoof Heidegger bedacht, alleen ‘tot de dood zijn’;
eindige tijd en dood zijn niet onze ultieme horizon’.
De moeder van van onze Heer en Verlosser werd ‘tot leven vertaald‘.
Dit teken vertelt ons: een ‘hemel‘ van zuivere geesten is niet ons laatste bezit.
Christenen zijn geen ‘platonisten’!
Het lichaam is niet de gevangenis van de ziel, een cocon die
moet worden afgeschud voor het ‘ware zelf‘ als een vlinder.
Plato had het helemaal verkeerd, sloeg de plank totaal mis:
onze ware persoon, zoals God het bedoelde,
is niet alleen ziel, maar ook lichaam.
Redding van de persoon betekent redding van het lichaam
’.
                     Dit teken vertelt ons:
door de Opstanding van onze Heer en Verlosser zal ieder van ons weer opstaan
in ons lichaam, hersteld, zoals we ook ooit in de moederschoot werden verwekt:
als mannelijk of vrouwelijk.
En een groot teken verscheen in de hemel:
een vrouw bekleed met de zon Openb.12: 1.
Opgestaan tot Glorie, is Maria, de Theotokos nog steeds Vrouw .

Bepaalde oude ketters, gnostici genaamd, geloofden dat hier iets te overwinnen was: in het koninkrijk der hemelen zouden er geen mannelijke en vrouwelijke zijn, òf misschien zouden vrouwen als mannen worden [Evangelie van Thomas, logion 114].
Deze gnostici hoonden het huwelijk en vooral de voortplanting.
Ze zochten bevrijding van de banden van de natuur, zij komen het zelf wel af,
wáár heb ik dat nog meer gehoord?
                   We hebben heden-ten-dage nog steeds onze gnostici.
Onze gnostici willen dat we man en vrouw, niet langer als vader en moeder  beschouwen, maar als uitwisselbare, veranderende identiteiten:
niet het goede en duurzame ontwerp van de Schepper, maar
bevindingen van de samenleving of zoiets als van plastic zelf-geconstrueerde-afbeeldingen – al gelang naar ieders wens inwisselbaar, te veranderen.

Neen, wij mensen zijn geschapen naar God’s Beeld en Gelijkenis.
Daarom houdt de Kerk ons vandaag een andere visie voor.
                   Het is een teken voor onze tijd,
een teken van tegenspraakLuc.2: 34.
Je bent vertaald in het leven, o moeder van het leven
Dit teken zegt: Opgestaan tot Glorie, Maria, de Theotokos is nog steeds ‘moeder’.
In de lichamelijke ver-Heerlijking van Maria krijgen we een beeld,
een voorschot, van de Glorie van het Koninkrijk dat
we hopen te be-erven.
Het is volledig  belichaamde Glorie, waarin
de schoonheid van het gecreëerde verschil behouden blijft.
Een Glorie waarin natuurlijke banden van liefde niet worden opgelost.
Een Glorie waarin ieder van ons moeder of vader en zoon of dochter zal blijven voor iemand.
                  En tegen iedereen die, net als de geliefde discipel,
een hoofd op de boezem van de Heer heeft laten rusten, of
bij Zijn Kruis in gebed heeft gestaan, zal Christus zeggen:
Zoon, zie uw moederJohn.19: 27.

Er is geen mens méér verheven dan de Maagd Maria, de Panagia.
En er is geen grotere titel voor haar in onze theologische woordenlijst dan “Moeder”.
Dit zou ons iets dienen te openbaren, iets te moeten vertellen.
Dit woord, -‘moeder’- , gaat veel verder dan fysiek vruchtbaar zijn.
Het noemt een allesomvattende menselijke zorg, een spirituele band, een roeping van God.
Deze spirituele moederschap, voorbij bloedverbanden en nageslacht,
is het geschenk en de roeping van elke vrouw:
gehuwd, getrouwd of [bom-moeder] ongehuwd;
drager van velen, één of geen.
Het is een geschenk, waarvan ieder van ons
– de gehele mensheid – die de gezegende, de begunstigde is.
Dit is het goede geschenk van onze Schepper – niet onze mode.
En zoals het feest van vandaag ons herinnert, eindigt het niet in de dood.

Ontslapen’ zijn = de overgang naar het Eeuwig leven
Na de opstanding van onze Heer en Verlosser was
het onze Allerheiligste Moeder God’s, die
de steun en toeverlaat was van de apostelen en
de nieuw opgerichte kerk van Christus.
Zij was het die de nieuwe christenen onderwees,
zoals zo vaak in de geschiedenis van de kerk ook de vrouwen het voortouw nemen.
Zij leidde hen en troostte als een waarachtige moeder in hun zorgen.
In de langere versie van haar levensloop lezen we dat
ze drie dagen voor haar ontslapen werd bezocht door de aartsengel Gabriël, net
zoals ze bij de aankondiging was geweest en
hij vertelde haar over haar aanstaande,
glorieuze overgang van dood naar leven.
Daarna verzamelde de Heilige Geest op
een wonderlijke manier alle apostelen in Gethsemane,
[Hebr.= ‘oliepers’, waar het zweet wordt tot bloed]
in het huis van de Moeder van God, zodat
zij heel menselijk haar laatste zegen konden verkrijgen en
aanwezig konden zijn bij haar begrafenis.
Toen ze eenmaal de lof tot God’s Moeder hadden gezongen,
vroegen ze haar om hen een laatste lering toe te vertrouwen.
Onze-Lieve-Vrouwe vertelde hen toen een gelijkenis, waarin
deze wereld als een handelsbeurs is, en dat degenen die de beste deals maken,
ook de beste aankopen doen, want zij ‘zijn‘ degenen die als
overwinnaars’ de grootste winst behalen.
Ze legde verder uit dat hetzelfde geldt voor spirituele aangelegenheden.
Degenen die de geboden van Christus het meest nauwgezet en
met de grootste ijver naleven, zijn degenen die als ‘helden van Christus’
de grootste winst behalen en in het koninkrijk God’s bovenal verheerlijkt zullen worden.
En zij drong er bij hen op aan om door te gaan met de ‘goede strijd’.

En hoe blij is Onze Lieve Vrouw als ze ons ziet worstelen met als doel onze redding!
Wat een voldoening geeft dit haar.
En hoeveel streefde zij niet naar het goede terwijl ze hier op aarde was
– ook al was ze niet nodig, omdat ze zondeloos was –
teneinde ons een voorbeeld van perfecte bekering/ascese te geven:
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en
       Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat
       in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die
       in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
en alle tong zou belijden’:
     
Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!.
In Gethsemane [Hebr.= ‘oliepers’], waar ze gehuisvest was, vonden zij
na haar ontslaping een vloer met slijtplekken doordat die
zo vaak werd gebruikt om haar ‘grote buigingen’ te doen.

We dienen haar onbaatzuchtige gehoorzaamheid tot Christus ná te volgen,
haar hartverwarmende nederigheid, haar verborgen spirituele inspanningen,
haar vurige gebed, de constante waakzaamheid die ze beoefende,
haar goddelijke, vurige liefde tot Goden de spirituele pijn die
haar als een mes doorboorde bij de kruisiging van haar zoon.
Voor degenen die zich bezighouden met de spirituele strijd,
is zij een ‘triomferende bondgenoot‘, hoewel zij mogelijk in
een eerder stadium een verloren leven hebben geleid.
Laten we daarbij ons geheugen opfrissen dat voor
Maria van Egypte’ Onze-Lieve-Vrouw de ‘zekerheid‘ werd voor
haar ascetisch berouwvolle leven.
En nadat deze heilige zich in de woestijn had teruggetrokken,
waar ze een bovenmatige strijd leverde, troostte
Onze Lieve Vrouw haar persoonlijk door aan haar te verschijnen.

Als de bewaarder van kloosters is ook zij degene die
hen goddelijke geschenken geeft, vooral aan monniken op de berg Athos [Gr.].
Zij was het die de zegen van ‘het gebed van het hart’ gaf aan de Heiligen Maximos Kavsokalyvis, Gregorius Palamas, Silouan de Athoniet en ook aan ouderling Josif de Hesychast die nu verbonden is met onze broeder’s en zuster’s in Christus Zaligheid.
En er is nog een reden waarom vandaag een speciale betekenis heeft voor ons, die zijn spirituele kleinkinderen zijn:
het is de verjaardag van zijn gezegend vertrek uit dit leven, ná afloop van de Goddelijke Liturgie, in 1959.
Hij hield zoveel van Onze-Lieve-Vrouw – hij noemde haar zijn lieve moederke en ontving door haar nabijheid veel inzichten, ja, goddelijke openbaringen en genadegaven via haar van de Heer.

alheilige Moeder God’s, bescherm ons

En inderdaad, deze liefde voor de Moeder van God is typerend voor de heilige vadertjes van de berg Athos, wie er geweest is herkent het.
Bij het horen van haar naam kunnen ze hun tranen niet bedwingen,  zij die opgeklommen zijn puur uit hun brandende genegenheid voor de Al-Reine Maagd en  Moeder door Jezus Christus, onze Heer, van ons allen.
Alleen al bij het geluid van haar naam, wordt een ziel die God liefheeft,
bewogen tot bewondering, tot dankbaarheid en oneindige Liefde tot God.
Dus alleen al de beeltenis voor ogen, de herinnering aan de Moeder van God, van
degene, die in de geest aan haar denkt, is voldoende om de betrokkenen te heiligen.
De overleden vader Athanasios, uit het klooster van Iviron, zei altijd
dat liefde voor de Moeder van God mensen redt, ook
al hebben ze geen goede werken voor of vanuit zichzelf.

Mensen van vandaag moeten naar beste weten en kunnen
gebruik maken van de bemiddeling van de Moeder van God’s, die
voor onze redding haar bestaan in de wereld gekregen heeft.
     In alle pijn, leed en moeite, die wij in dit leven te dragen hebben,
     dienen we niet vergeten dat er dè
     helpster van de noodlijdende, een verdediger bij God en troost van de wanhoop‘ is, op
     wie we een beroep kunnen doen en troost vinden, en
     een onmiddellijke [‘snel verhoor’] oplossing en antwoord biedt.
Zij verwijst onophoudelijk naar onze Heer en Verlosser, Zaligmaker Jezus, de Christus,
de Zoon van God, tot Heerlijkheid en eer aan God, de Vader.
     We bidden dat Onze Lieve Vrouwe, de Moeder van God, die
     is overgegaan tot het leven‘, ons altijd haar zegen zal geven, zodat
     we dit leven kunnen doorstaan met zo weinig mogelijk schade en gevaar als
     gevolg van de misleidingen en schema’s van de boze en
     dat zij ons het Hemelse Koninkrijk van haar Zoon waardig zal maken.
     Amen.

    Heer, gedenk David en al zijn zachtmoedigheid.
Hoe hij zwoer tot de Heer, en gelofte deed aan de God van Jaäcob.
Ik zal mijn woontent niet binnengaan, noch neerliggen op mijn rustbed.
Ik zal mijn ogen geen slaap toestaan, noch sluimering aan mijn oogleden, of rust aan mijn voorhoofd.
Totdat ik een plaats heb gevonden voor de Heer: een woning voor de God van Jaäcob.
Zie, wij hadden ervan gehoord in Efrata, wij hebben de Ark gevonden in het woudveld.
Nu kunnen wij binnentreden in Zijn Woning, en neervallen op de plaats waar Zijn voeten stonden.
Sta op, Heer, ga in tot Uw rust; Gij en de Ark van Uw Heiliging.
Dat Uw priesters Gerechtigheid aandoen; dat Uw heiligen jubelen.
Omwille van David, Uw dienaar, wend het aangezicht niet af van Uw gezalfde.
De Heer heeft naar Waarheid gezworen aan David, Hij zal het zeker gestand doen.
Vrucht van uw lichaam zal Ik plaatsen op uw troon, als uw zonen Mijn Verbond onderhouden. Als zij Mijn Getuigenissen bewaren, zoals Ik die hun zal leren.
Dan zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid zetelen op Uw Troon.
Want de Heer heeft Sion uitverkoren; Hij heeft haar gekozen tot Woning voor Zichzelf.
Dit zal Mijn rustplaats zijn in de eeuwen der eeuwen; hier zal ik wonen, want Ik heb haar gekozen.
Haar buit zal Ik zegenen in overvloed; haar armen verzadigen met brood.
Haar priesters zal Ik bekleden met Verlossing; en haar gewijden zullen jubelen van vreugde.
Daar zal Ik een hoorn oprichten voor David; een licht gereed maken voor Mijn gezalfde.
Zijn vijanden zal Ik met schaamte bekleden, maar op hem zal Mijn heiliging bloeien
Psalm 131[132] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

voor de fijnproevers, ‘de achtste dag’:
    En de Heer zei tot mij:
  Deze poort zal gesloten blijven; zij zal niet geopend worden en
niemand mag daardoor binnengaan, want de Heer, de God van Israël [de Kerk],
is daardoor binnengegaan; daarom dient zij gesloten te blijven

Ezechiël 44: 2.
Dit is een van de verzen gelezen tijdens de Vespers aan de vooravond [het ontluiken] van dit feest en vormen slechts een splinter-dun
gedeelte van een uitgebreid visioen welke de Profeet ontving tijdens zijn ballingschap in deze wereld, in Babylon [Ezechiël hfdst. 40-46]
Het complete visioen beschrijft in detail de reiniging van een nieuwe en heilige Tempel [ons hart].
            Zoals delen van de openbaring zijn overgeleverd aan Johannes de Theoloog, biedt het visioen van Ezechiël een inkijkje in de komende geschiedenis van de tijd, hetgeen – dus zijn verwijzing naar de “achtste dagEzechiël 43: 27.
We leren het belang dat de kerkvaders aan ‘de achtste dag’ toekennen.
Volgens de brief van Barnabas zegt God:
Het zijn niet de vele malen gevierde aantal keren dat
‘Shabbat gevierd wordt’, die Mij behagen, maar
de Shabbat die Ik maak en waarop ik, nadat
ik alle dingen tot rust heb gebracht,
een achtste dag zal beginnen,
dàt is een nieuwe wereld

conf. Martimort, The Liturgy and Time, pg.19.

De Tempel [het hart] van de komende geschiedenis van de tijd wordt verder geopenbaard wanneer God verklaart:
De priesters zullen uw hele Brandoffers en uw Vrede’s-offers op
het altaar offeren, en Ik zal u aanvaarden
Ezechiël 43: 27..
Merk op dat Ezechiël God’s uitleg ontvangt op een moment dat het God’s-Volk
verpletterende nederlagen lijdt vanwege hun flagrante ongerechtigheden,
zoals in onze tijd.

Veel Profetische uitingen waarschuwen dat de Heer noch het volk, noch hun brandoffers zal accepteren vanwege hun misbruik van rechtvaardigheid en minachting voor gerechtigheid, zie Jeremia 7: 22-24. Niettemin spreekt God over een nieuwe schepping – een waarin Zijn Volk door Hem zal worden aanvaard.

Verder kijkend, zien we dat God Ezechiël toestaat de Glorie van de Heer te voorzien, Die weer in de tempel woont, zoals Zijn Glorie in de vroegere heiligdommen van Israël [de Kerk] heeft gewoond Ex,40: 34; 2Kron. 5: 14.
Over welke andere Tempel kan de profeet spreken als hij zegt:
Ik zag en zie, het huis des Heren was vol HeerlijkheidEzechiël 44: 4?
Laten we zicht krijgen op hetgeen onze Heer en Zaligmaker aan Profeet Ezechiël
Zijn glorieuze inwoning aantoont in de schoot van de Maagd!
De incarnatie van Christus initieert de nieuwe schepping, zoals de woorden van het Apolytikion van Annunciatie onthult:
Heden is de aanvang van onze Verlossing en de Openbaring van het Mysterie dat voor alle eeuwen geopend wordt, want de Zoon van God is de Zoon van de Maagd geworden”

Merk op dat in het visioen van Ezechiël deze glorieuze toekomstige Tempel
een poort op het oosten heeft – een poort die gesloten is.
“Deze zal niet worden geopend en niemand zal erdoorheen gaan, omdat
de Heer, onze God van Israël [de Kerk] erdoor zal binnengaan
Ezechiël 44: 2.
Zie hoe onze goede God aan de Profeet de maagdelijke baarmoeder van de Theotokos onthult:
Verheug u!  O ongeschonden poort . . . die levend naar uw Schepper en God is geborenfeestelijke dogmatikon.

Wij die verenigd zijn met Christus zijn het meest gezegend onder de mensen, want ons wordt openlijk die dingen getoond die slechts gedeeltelijk aan Ezechiël worden onthuld:
Wat de Vorst betreft, omdat Hij Vorst is, mag
Hij daarin gaan zitten om te eten voor het aangezicht des Heren;
door de voorhal der poort zal Hij naar binnen gaan en
langs dezelfde weg naar buiten gaan
Ezechiël 44: 3.
Niemand in de gehele wereld mag in welke tijd dan ook zich deze positie aanmeten dan onze Heer Jezus Christus, “de Prins van het Leven, Die God uit de doden heeft opgewekt” :
    De God van Abraham en Isaäc en Jaäcob, de God van onze vaderen,
heeft Zijn knecht Jezus verheerlijkt, Die jullie hebben overgeleverd en
verloochend ten overstaan van Pilatus [de wereld], ofschoon
deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten.
Doch jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat
jullie een mens, die een moordenaar was, geschonken zou worden; en
de Leidsman ten leven hebben jullie gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. En op het Geloof in Zijn naam heeft
Zijn naam deze, die jullie zien en kennen, sterk gemaakt; en
het Geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in
tegenwoordigheid va jullie allemaal
Handelingen 3: 13-16.
Hij alleen ging naar binnen en woonde in de baarmoeder van de Maagd, en
zij die Hem droeg was “een maagd die baarde en nadat zij maagd was gebleven“.
In het Mysterie van onze Verlossing heeft God
de meest waarachtige mens -de ‘God-barende’- Theotokos
toestemming verleend om ‘de Heer der Heerlijkheid’ in zich te dragen.
Bovendien, door de inwoning van God,
behaalde Maria een speciale overwinning op de dood . . .
ze werd ver-Heerlijkt in haar lichaam . . .
want in de Moeder God’s, de altijd maagd gebleven Maria
bereikte de menselijke natuur haar doel

conf. Gillet, Het Genadejaar van de Heer, pg. 244.

  Terwijl de Prins van Leven vanuit
het ‘uiterste oosten van het oosten‘ tot ons kwam
via het maagdelijk heiligdom, door de ongeschonden poort,
zo wordt heden God’s doel aan ons geopenbaard in haar dood.
Zoals uw bevalling een zaadloze omvatting was;
is ook uw ontslaping [het in slaap vallen] in de dood zonder corruptie:
door de gebeden tot uw Zoon, o God-barende Theotokos,
verlos onze ziel van de dood”.
compilatie van de verzen en Troparia van dit feest.

Tot al de navolgers, door onze Heer geroepen, die
op hun levensweg de onsterfelijke mijmeringen,
de sfeer van de ongeschapen schoonheid,
de liefde van onze God blijven onderzoeken,
gefeliciteerd met dit feest.
[in dienst van de Hoogste
geeft dit voor zeker opperste soldij]

8e zondag ná Pinksteren – naviering van Transfiguratie – Metamorfose een totale omwenteling in ons gedrag

Het gehele innerlijk leven door de maaltijd-‘lens’ zien, afb. van een ‘migrantenkerk‘; See the entire inner life through the meal ‘lens’, image of a ‘migrant church‘; Δείτε ολόκληρη την εσωτερική ζωή μέσω του φακού γεύματος, της εικόνας μιας «μεταναστευτικής εκκλησίας»; شاهد الحياة الداخلية بأكملها من خلال عدسة الوجبة ، صورة “كنيسة مهاجرة”.

    En toen Hij uit het schip [van de Kerk, de wereld in] ging, zag  Hij een grote menigte, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en  genas onder hen de zieken.
Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden:
‘   De plaats
[hier] is [ontzettend] eenzaam en de tijd is [haast] reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om
spijzen voor zich te kopen
[economie te bedrijven]’.
Maar Jezus zei tot hen:
‘     Zij behoeven niet
[van Mij] weg te gaan, geeft gij hun te eten’.
Zij zeiden tot Hem:
‘     Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen
[wij zijn blut, platzak]’.
Hij zei:
‘     Brengt Mij die hier
[Zijn opdracht = breng de mensen bij Mij]‘.
En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn Leerlingen en de Leerlingen gaven ze aan de menigte.
En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de menigte zou hebben weggezondenMatth.14: 14-22.

een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid“; “a crucified Christ, a jolt for the Jews, a foolishness for the Gentiles“.

    Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus:
‘ weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn;
weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.

Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de ( huisgenoten) van Chloe, dat
er twisten onder u zijn.

Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft:
Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! 
Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?

Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat
niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. 
Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken1Cor.1:10-17.

Job en zijn echtgenote, I.M.Sinaï, 11e eeuw

    Maar Job antwoordde: Waarlijk, jullie zijn nog eens mensen: met u zal de wijsheid uitsterven.

  • Ook ik heb verstand, zo goed als gij, ik doe voor u niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend?
  • Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vrome.
    • Voor de ongelukkige, smaad, is de mening van de voorspoedige; dat is het deel van degenen wier voet wankelt. ✥ 
    Vredig staan de tenten der geweldenaars en veilig zijn zij die God tot toorn prikkelen, ieder die God naar zijn hand wil zetten.
    ➥ Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten.
    ➥ Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen.
     🌈           Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des Heren dit doet,
    in Wiens hand de ziel is van al wat leeft en de Geest van ieder sterveling?
    Toetst het oor de woorden niet, en proeft het gehemelte niet de spijze?
    Bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.
    Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten;
    Houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om.
    Bij Hem is kracht en beleid, Zijn’s is de misleide en de misleider.
    Raadsheren zendt Hij barrevoets heen, en rechters maakt Hij tot dwazen. Boeien, door koningen aangelegd, slaakt Hij en Hij bindt een band om hun lendenen.
    Priesters zendt Hij barrevoets heen en wie vast staan, stort Hij neer.
    Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, en neemt het onderscheidingsvermogen van de ouderen weg.
    Hij giet smaad uit over edelen en maakt de gordel van machtigen los. Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het lichtJob 12: 1-22.

Niemand houdt van pijn, zoekt de pijn op en wil alleen maar pijn ervaren alleen om de pijn zelf;
de belangrijkste pijn wordt veroorzaakt door een niet volledig ontwikkelde elite.

Alles wat we vandaag doen heeft betekenis voor de toekomst, want tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

Onze wereld in beweging naar de afgrond
Christus wil heus wel, Die ziet de menigte mensen om Zich heen, is ontroert en met ontferming bewogen, waarop Hij nog steeds de zieken onder een menigte van mensen geneest.
Vervolgens gaat Hij nog een stap verder en voedt op Mystieke wijze de menigte met 5 broden en 2 vissen, waarna van de overschotten 12 grote korven gevuld worden, hetgeen op een overvloed duidt.
Vervolgens roept Paulus op tot eenstemmingheid om scheuringen te vermijden; dat de Kerk aan-één-gesloten dient op te treden en één van zin dient te zijn in gevoelen. En wanneer je om je heen kijkt is de elite daar echt niet naar uit.

      Waar hebben wij dat nog meer gehoord, het lijkt wel òf wij het kerkelijk laatste nieuws hebben aangezet, waarin het ach en wee weerklinkt en de chaos alom is, zijn we daarom op weg naar de ontslaping van de Theotokos?
      De wereld speelt ook een rol, want je hoort in de lezing van Job verwijzen naar het feit dat wijsheid vèr te zoeken is, terwijl de geweldenaars zich vredig in hun tenten [paleizen] terugtrekken en zij zich veilig achten ten opzichte van de toon van God – terwijl zij iedereen naar hun hand zetten.

Neen, ik ben niet van Constantinopel, ik ben niet van Moskou, ik heb mij laten voorlichten door de ascetische vogelen in de Hemelen en de vissen in de zee.
    Die weten nog wàt de hand des Heren doet.
    Die weten nog in Wiens hand de ziel zich bevindt van al wat leeft en
      tevens de geest bezit van iedere sterveling, zij zingen slechts de lof tot God.
  Zij zijn nog op de hoogte dat het oor de woorden, die door mensen geuit worden, dient te toetsen en dat het gehemelte de spijzen dient te proeven, alvorens het door te slikken.
  Die weten nog dat grijsaards ‘wijsheid en ervaring’ in hun leven’s-jaren hebben opgebouwd en daardoor inzicht hebben, je met raad en daad kunnen bijstaan.
  Deze zien dat geleidelijk aan alles tot op de grond wordt afgebroken, dat er niet meer wordt opgebouwd.
  Dat God door toezichthouders, die telkenmale van richting veranderen, zich verder opsplitsen – de wateren terugdringen zodat het Geloof opdroogt en de mensen niet meer weten waar de Waarheid Zich bevindt.
  Zowel de de misleide als de misleider bevinden zich in God’s hand.
  Koningen, raadsheren, priesters bindt Hij een band om de lendenen, stuurt Hij bloot’s-voet’s  weg en die nog overeind kunnen blijven laat hij [-‘door overbelasting, opgebrand’-] instorten.
  God brengt de diepe duisternis waar wij ons in bevinden aan het licht en legt de diepste diepten van het menselijk onvermogen bloot.
  Alles wat vandaag gedaan wordt heeft betekenis voor de toekomst, want
tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

  • – In de wereld is het niet anders,
    opwarming van de aarde droogte in de wereld

    de natuur lijdt onder de overbelasting, welke de mens veroorzaakt.
    – Ontbossing, uitsterven van hele dierenrassen, vissen, die worden overbevist en in plastic afval sterven;
    – De lucht welke een levensvoorwaarde voor de mens is wordt steeds verder vervuild, door technische snufjes wordt de mens een robot – weet niet meer hoe te communiceren, zit de gehele dag aan de elektronische tap [telefoon, televisie] en nu wordt ook nog G5 ingevoerd, waarmee ook verdere inbreng van de mens lamgelegd wordt.
    – Dat de mens ziek wordt van al deze ontwikkelingen wordt terzijde geschoven, als de economie maar draait en anderen daarmee naar de hand worden gezet.

    Verneder jezelf, kom tot inzicht
    Wanneer worden we wakker, wanneer zal het tij gekeerd worden
    – God laat weten dat het hoog tijd wordt, Hij geeft enkel het teken van Jonah.
    Indien wij echter onszelf beoordelen, zullen wij niet onder het oordeel komen.                               Maar onder het oordeel van de Heer worden wij getuchtigd, opdat                                       zij niet met de wereld veroordeeld zullen worden 1Cor 11: 31,32.

  • Gaan we zo ver dat onze ledematen smelten, zoals het lood reeds smeltende is, weet u dat de orgelpijpen in de kerken al door de hitte ontstemd zijn geraakt;
    het water stijgt ons straks in de Lage Landen aan de lippen.

    Keer om nu het nog niet te laat is, de temperatuur loopt stapsgewijs op
    – straks is er zelfs zonder machinale opwekking geen normaal leven meer mogelijk.
    – Kinderen verliezen hun spraakvermogen, weten niet meer of er liefde of een kwaad woord wordt geuit. Zij kijken slechts naar hun mobiele communicatie-middelen en herkennen de gelaat’s-uit-drukkingen van de steeds wisselende opvoeders niet meer, die verschillen van aard.
    – de verontreiniging wordt opgevoerd.
    – Jullie weten toch nog, dat jullie, toen jullie nog onder invloed van de wereld heidenen waren, u
     blindelings naar de stomme afgoden heen liet drijven? 1Cor.11: 2.
        Ook ik heb verstand, net zo goed als jullie, ik doe voor jullie echt niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend? Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vromeJob 12: 3,4.
    De hoofdstukken aan het begin van het boek Job benadrukken de spirituele kloof tussen Job en zijn omgeving.
    Vanaf voorgaande zin geeft de lijdende Profeet zijn [bloed-]broeders en vrienden advies over hun fouten en benadrukt het belang van zichzelf te vernederen voor
    de Heer en de grenzeloze soevereiniteit van God te aanvaarden.
    Vervolgens zal Job een pleidooi doen om de Genade van God voor zichzelf te verkrijgen, een dusdanig geformuleerd gebed dat dit iedereen zal zegenen die zijn voorbeeld volgt.
                De ascetisch gevormde H. Hesychius van Jeruzalem ontwaart, ziet de trots en de arrogantie van Job’s omgeving, waaronder zijn medebroeders en vrienden:
    Terwijl Job op een mesthoop zit, zit jij op je door jezelf tot koninklijk verheven troon.
    Hij is bedekt met ziekte en jullie zijn in goede gezondheid.
    Hij is een voorwerp van minachting en jullie strijken voor de wereld de eer op. Zijn omgeving, medebroeders en vrienden hebben Job verlaten;
    zijn dienaren zijn vertrokken; zijn bloedverwant hebben hem verstoten.
    Maar jij . . . geniet ervan te genieten van wat niets anders is dan werelds gras, “wind waait erover en het is er niet meer”.
    Waarom ben je dan nog bij Job betrokken? Is het misschien dat jullie, door je van hem te onttrekken, op de vlucht bent voor gerechtigheid?conf. Manley, Wisdom, pg. 216.

Maar zie, Job is -zelf beter wetend- nog best aardig voor degenen, die hij adviseert. Hij biedt leven’s-gevende raad en roept hen – en ons – op tot
de verhoging die in ware nederigheid ligt.

Profeet job

Job doorzoekt eerst de harten van zijn vrienden:
Bovendien zijn jullie mannenbroeders. Zal de wijsheid voor zeker met jullie  afsterven?‘.
Vervolgens leidt hij hen naar nederigheid.
Maar ik heb ook een hart in mijn binnenste, net zo goed als jij. Een rechtvaardig en onberispelijk man is een voorwerp van spot geworden’.
En hij deelt dit inzicht met betrekking tot nederigheid:
Want het was verordend dat hij op de afgesproken tijd onder de macht van anderen zou vallen en zijn huizen door de wettelozen zouden worden geplunderdJob 12: 5.

Het punt welke hij aanstipt is kinderlijk eenvoudig
      vernederende gebeurtenissen en kwellende omstandigheden
geven niet noodzakelijkerwijs aan dat een mens slecht of zondig is.
In de door God als goed-maar-gevallen wereld kan onze huidige toestand
      òf we nu genieten van de goede dingen in het leven,
      òf dat we worden getroffen en beroofd van wereldse genoegens
      absoluut ‘niet’ direct worden toegeschreven aan zonde of onberispelijk leven.

De profeet blijft over nederigheid spreken om in deze een plechtige waarschuwing af te geven: “Laat echter niemand worden overtuigd dat hij, als hij slecht is, onschuldig zal worden gehoudenJob 12: 5.

We dienen -‘óh zó’- voorzichtig te zijn en God nooit lichtzinnig uit te proberen, te testen, want “laat degenen die de Heer uitdagen niet worden overtuigd dat er geen beoordeling’s-proces voor hen zal volgenJob 12: 6.
Zelfvertrouwen voor God op basis van iemands opgeblazen blazoen, z’n materiële status is rampzalig en misleidend.
We dienen niet voorbij te gaan aan het feit dat “de rijkdommen van [God’s] goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid” bedoeld zijn om iedereen tot bekering te leiden, “     beseft gij niet, dat de goedertierenheid God’s u tot boetvaardigheid leidt?Rom.2: 4.
God heeft Christus Jezus, als Vader over de mensheid voorgesteld als zoenmiddel door het Geloof, in Zijn bloed, om Zijn Rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraag-zaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden Rom. 3: 25.
    Want allen hebben gezondigd en schieten tekort in de Heerlijkheid van GodRom.3: 23. Inderdaad, we dienen in dit leven zeer bedachtzaam en met de grootste zorg onze pelgrimstocht naar  God voort te zetten!

De profeet Job herinnert ons eraan wat de geschapen wereld > als vanzelf-sprekend als normaal gedrag ontwijkt:
dat ‘het leven van elk levend wezen is in God’s hand‘,
inclusief ‘de adem van elke mensJob 12: 10.
Met prachtige beelden, waaraan menig filmregisseur niet kan tippen spoort Job ons aan nederige gehoorzaamheid te leren van de dieren, de vogels, “de vissen van de zeeJob. 12: 8 en
zelfs de stomme aarde die we elke dag moedig vertrappen, door de grond van al haar krachten te ontdoen en haar natuurlijk herstel geen tijd gunnen.

eikenprocessierups, rupsje nooit genoeg

Zo ontstaan de ons overweldigende mistoestanden in de natuur, zoals de afgelopen tijd de eikenprocessierups [als gevolg van ons gedrag als ‘rupsje-nooit-genoeg’].
Zoals de heilige Tikhon van Zadonsk ons voorhoudt:
Laten we. . . op onderzoek uitgaan en ons eigen gedrag bezien, hoe we leven, hoe we ons gedragen, hoe we denken,
hoe we spreken, hoe we handelen, met
welk hart we anderen aanspreken voor God Die
alle dingen aanschouwt, ziet en hoe we elkaar behandelen.
En. . . laten we onszelf . . . in waarheid [met open vizier] benaderen . . .
en corrigeren

conf. Journey to Heaven, pg. 57.

Wie zal de vlammen van vuur voor mij doven?
Wie zal mijn duisternis verlichten indien U
geen Genade meer voor mij kunt opbrengen,
o Heer, omdat U de Minnaar van de mensen bent?

conf. de tekst uit de Grote completen

De soevereiniteit van God
Het boek Job gaat nog verder, “ . . . bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij God is Wijsheid en Sterkte, Hij heeft raad en doorzichtJob 12: 12,13.
In de goddelijke leer van de eeuwig lijdende profeet Job wordt ieder menselijk schepsel aangespoord om de onvoorwaardelijke soevereiniteit van de Heer te overwegen.
Na de nederigheid als de juiste deugd voor God te hebben aanbevolen Job 12: 7-9,
gaat de profeet op natuurlijke wijze voort op weg naar de ongekwalificeerde Heerschappij van God.
    De Heer is Koning, met luister getooid:
de Heer heeft Zich bekleed met Macht en Zich omgord.
Want Hij heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem;
stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen” Psalm 92[93] vert. ROK ’s-Gravenhage.

       De Heerschappij van de Heer regeert alle dingen
naar Zijn Wijsheid, Macht, raad en begrip Job 12: 13.

de berg op, naar de grot

Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus, onze God verheft ook nederigheid/ascese als een noodzakelijke voorwaarde om
de Soevereiniteit van God te aanschouwen:
      Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen . . .
>      Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven
Matth.5: 3,5;
zij die het ‘horen’ zullen zich verheugen.
       Basilius de Grote drukt hetzelfde gevoel uit in dit liturgisch gebed:
      Het is waarlijk waardig, recht en overeenkomstig de luister van Uw Heerlijkheid,
U te loven, U te bezingen, U te aanbidden, U te danken, en
U te verHeerlijken als de alleen werkelijk zijnde God” Eucharistische Canon

        Job behandelt Job de drie aspecten van Gods aard:
1.]. Soevereiniteit over de schepping Job 12: 13-15;
2.]. Het enig waarachtige bestuur van de menselijke aangelegenheden Job 12: 16-21; en
3.]. De Openbaring van waarheden die doordringen in de donkerste schaduw van de dood Job 12: 22.   

       Zoals we telkens wanneer wij de Goddelijke Liturgie van de Guldenmond bijwonen kunnen horen,  heeft God ons “uit niet-bestaan ​​tot bestaan ​​[uit het niets tot het zijn] gebracht en toen we wegvielen heeft Hij ons weer opgericht en Hij is niet opgehouden alle dingen te doen totdat Hij ons terug heeft gevoerd naar de hemel”.
Job neemt een algemeen aanvaarde waarheid in acht:
“In de tijd is wijsheid en in een lang leven kennis” Job 12: 12.
Hij voegt echter een belangrijke waarschuwing toe:
slechts aan God behoort de bron van de ziel van alle Wijsheid en Kracht, Die
inherent is aan menselijke kennis, want Hij is wijsheid en kennis.
Begin daarom met Hem om “raad en begrip” te vragen Job 12: 13.
Laat je niet in met menselijke tekortkomingen – ‘bidt, huil, vecht en bewonder, niet zonder de Kerk, het Lichaam van Christus’.
Met deze opmerkingen ondergraaft Job elke poging om een eerdere advies over nederigheid te ontwijken.
De soevereiniteit van God over alles wat bestaat kan omver blazen, achter houden of vernietigen zoals Hij dit verkiest Job 12: 14,15.

Laat derhalve heel de mensheid beven van ontzag.
Denk aan Gods snelle reactie tegen de arrogantie van de koning van Babylon toen deze in grote waan en arrogantie verklaarde:
Is dit niet het grote Babel, dat ‘ik’ gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door
de sterkte van mijn macht en tot eer van mijn majesteit? Nog was dat woord over de lippen van
de koning gekomen, toen er een stem uit de hemel klonk
[neerdaalde]:
‘ U wordt aangezegd, o koning Nebukadnessar
[Hebr.= ‘ moge de Profeet de kroon beschermen’]
: het koningschap is van u geweken, men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte van het veld; gras zal men u te eten geven als aan de runderen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat gij erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het 
koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wilDan 4: 30-32.

Job openbaart onomwonden dat God de raadgevers wegleidt, Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, neemt het onderscheiding’s-vermogen weg “de lippen van de gelovigen worden andersJob 12: 20; zij ontvangen het goddelijk vuur niet meer op de lippen.
De Heilige Gregorius de Grote merkt hierbij op dat Job hier aantoont dat God “het woord van waarheid geeft aan degenen die het doen en het ontneemt aan degenen die het niet doen” Manley, Wisdom, pg. 245.
We dienen  toch al onze gewoonten opzij zetten, die
onszelf slechts eer doen toekomen voor persoonlijke prestaties en lof op te strijken voor het werk van onze handen.
Ten slotte herinnert Job ons eraan dat de Heer vanuit de ondoorgrondelijkheid en duisternis van Zijn wezen ontzettend veel van de ‘diepe dingen’ van zijn raad aan ons openbaart ten einde ons her-op-te-voeden. De belangrijkste aanwijzing is God’s verlichting van “de schaduw van de doodJob 12: 22.
Hij legt zonde bloot en staat niet toe dat – de dood – als gevolg daarvan wordt verzwegen; wordt weggestopt, om er maar niet bij stil te hoeven staan.
Zoals Sint Hesychius van Jeruzalem opmerkt, zijn
vanaf de Pedagogie van onze Verlosser de verschrikkelijke nadelen en
schadelijkheid van zonde algemeen bekend geworden
” Manley, Wisdom, pg. 246.
tot onze Bruidegom:
    Onzichtbare Rechter, hoe hebt U aanvaard in het vlees te worden gezien?
Hoe is het mogelijk, dat U komt om door wet’s-overtreders gedood te worden en door Uw Lijden onze veroordeling teniet te doen?
Daarom brengen wij, o Woord, eenstemmig lof, grootheid en roem aan Uw Macht

– Kathismazang Orthros, Palmzondagavond.

Een pleidooi voor God’s Genadegaven
    Zo legt een mens zich neer en staat niet weer op; totdat de hemelen niet meer zijn, ontwaken zij niet en worden niet wakker uit hun slaap.
Och, of Gij mij daarentegen in het dodenrijk zou willen vasthouden,
mij uit Uw Aanschijn verborgen hield, totdat uw toorn geweken was;
dat Gij mij een tijd zou stellen en pas dan weer aan mij zou denken
Job 14: 12,13.
In voorgaand hoofdstuk 12 hield de Profeet Job ons de nederigheid voor
als bevestiging van de soevereiniteit van God, een waarheid die hij uit langdurige ervaring van pijn en diep, alomvattend lijden heeft leren kennen.
Toch pleit hij in zijn nederigheid om de Genadegaven van God, niet alleen voor zichzelf en voor alle mensen,  maar tevens dat Hij in staat mag blijken zijn hoop en vertrouwen in de Heer te handhaven.

Saint John of Damacus, Syrië

Het pleidooi van de profeet is zoals dat van de Heilige Johannes Damascinos, die schrijft:
  Al ons sterfelijk streven, tot zelfs in de kleinste de dingen, die wij nastreven zijn ijdelheid en
verdwijnen met de dood als sneeuw voor de zon.
Rijkdom wordt niet langer meegenomen, noch zal er enige glorie jouw voortgang na de dood vergezellen: want wanneer de dood komt, verdwijnen al deze dingen abrupt en volkomen.
Laten we daarom de onsterfelijke koning tot Christus aanroepen, Hij Die rust geeft in de woonplaats van allen die zich op Hem verheugen, aan hen die ons reeds zijn voorgegaan’
conf.: Orthodoxe begrafenisdienst.
Inderdaad, moge ieder van ons z’n ijdelheid onderkennen
gedurende de paar dagen die ons nog in dit leven resten en
pleiten dat de Onsterfelijke Koning ons de Goddelijke rust schenkt:
1.]. We dienen het met Job eens zijn dat iedereen
die geboren is uit een vrouw maar een kortstondige levensloop heeft en bovendien met woede en toorn is omgevenJob 14: 1.
De lijdende Profeet vermijdt de moderne neiging om dode lichamen
mooier te maken dan zij zijn, en de lelijkheid en de kou van de dood te verdoezelen. Hij verbergt zich niet voor de duistere macht die over ons en over onze beschaving zweeft.
En indien wij dan geen acht slaan op de stem van Job, laten dan in ieder geval de stalinistische goelag, de nazi-vernietigingskampen, die nog steeds in andere vorm voort blijven bestaan. evenals de terroristische aanslagen, de genocide en de etnische zuivering een goddelijke nederigheid in ons dienen op te wekken met
betrekking tot dit korte, onzekere leven.
2.]. Job deelt de conclusie van de Apostel Paulus dat:
Immers allen hebben gezondigd en daardoor beroofd zin van God”s HeerlijkheidRom.3: 23.
De Profeet zegt: “Zelfs als. . . het leven is maar één dag op aarde zou zijn” Job 14: 5, de waarheid [rein òf onrein] komt altijd boven water [aan het Licht] Job 14: 4.
David herinnert ons eraan:
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren;
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangenPsalm 50[51]: 5.
Iedereen zal voor de gevreesde rechterstoel van Christus staan.
3.]. Job merkt op dat de Waarheid van God
“Indien de dagen van de mens zijn vastgesteld, het getal van zijn maanden door God bepaald zijn, Hij als God Zijn grenzen heeft gesteld, die Hij voor nog geen seconde zal overschrijden” Job 14: 5.

Saint Methodius de belijder – Apostel gelijk

De Heilige Methodios verheugt zich juist over dit feit, omdat
de mens misschien geen . . . eeuwig levend kwaad zou kunnen laten voortduren, zoals het geval zou zijn geweest indien de zonde in hem dominant zou zijn geweest, wanneer de mens zich een onsterfelijk lichaam zou hebben aangemeten . . .
[de fysieke en psychische medische vooruitgang is op zich niet slecht, maar zou zich hiervan toch wel meer bewust dienen te zijn] 
God heeft hem om deze reden sterfelijk verklaard
conf. Discours on the Resurrection 1.4, ANF vol. 6, pg. 364.
Er is immers een zegen te vinden in de dood.

De Profeet eindigt met een intens pleidooi tot God,
zeer wel passend bij ons omringende tijdperk, ons huidig bestaan
​​- laat de Heer ieder mens de rust [van bestaan] gunnen/schenken en
opdat deze tevreden zou kunnen zijn met zijn leven van een aangenomen loon-dienaar Job 14: 6.
Hoewel hij de onverbiddelijkheid en zekerheid van de dood niet uit de weg gaat, biedt Job een verzoekschrift aan voor een heilige rust Job 14: 7-14.
Job spreekt over de dood als gericht zijnd op een doel, waarbij de rust van de mens wordt vergeleken met het verwelken van hardnekkige bomen.
    Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.
Maar wanneer een mens sterft, dan ligt hij/zij krachteloos neer;
geeft een mens de geest, waar is hij/zij gebleven?Job 14: 8-10.
De Heilige Hesychius van Jeruzalem merkt op dat Job door
de dood – “slaap” – te noemen Job 14: 2 Job zijn vaste Hoop op de Opstanding bevestigt conf. Manley, Wisdom, pg. 276.
De dood blijft alleen ‘rusten’ totdat ‘de hemel is opgelost‘ en eerst dàn zullen de doden ‘ontwakenJob 14: 12.
4.]. Uiteindelijk vraagt ​​Job dat zijn rust in God’s handen bewaard mogen worden, waarbij de Heer hem [onder Zijn Vleugelen] beschermt tegen de ultieme toorn.
Daarom pleit hij dat “U mij een vaste tijd zou toewijzen waarin U mij zou gedenkenJob 14: 13.
Overeenkomstig de Heilige Hesychius weegt Job “ de Glorie van de toekomende tijd en het Eeuwige Leven, evenals de grote demotie/degradatie die dit huidige, vluchtige leven stil sluipend nadert”.

    O Heer, U hebt ons allen veroordeeld om
terug te keren naar de aarde vanwaar  we zijn weggenomen en
om U een ​​goddelijke rust af te smeken:
mogen we met Uw dienaren rusten in
de woning van de rechtvaardigen.
Orthodoxe begrafenisdienst.

Jesus Christ, ‘Just Judge‘, by Marchela Dimitrova

Op deze Zondag na Transfiguratie, die voorafgaat aan het feest van de Ontslaping van de Theotokos heeft de Kerk de Waarheid van het leven met je gedeeld.
Dit is de Waarheid van de Hogepriester, van onze Heer en Verlosser, Die alle losse eindjes aan elkaar heeft geknoopt.
Hij werd met ontferming over de mensheid bewogen en genas de zieken, slechts begeleid is door Zijn Liefde en Zorg voor eenieder van ons.
Aldus heeft Hij ontelbaar veel [een menigte van] mensen gevoed met Zijn Leven-schenkend Woord.

Let derhalve alleen op jou woord:
“Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, wees mij, zondaar, genadig”.
Deze manier door in stilte on-op-houdelijk de handeling van
het gebed voor te zetten doet op zichzelf geen afbreuk aan je bestaan. Je toont je daarbij als vanzelfsprekend een volwaardige loon-dienaar van Christus.
Het houdt je scherp en het smaakt als maar zoeter, alsof je honing in de mond hebt. Het gebed wordt op den duur zó vanzelfsprekend, dat je jezelf er niet langer toe behoeft te dwingen om onophoudelijk voortdurend deze smeekbede met je hart te beleven. Zowel kwa plaats en tijd in de eeuwigheid zal dit altijd en overal een bron van inspiratie in je leven zijn en blijven.