3e Zondag ná Pinksteren – De ‘Mystieke’ ervaring van het genezen.

Christus, alleen Heerser, & de Apostelen; Christ Pantokrator & the Apostles; Xristos Pantokrator & Apostoloi

    De lamp van het lichaam is het oog.
Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
       Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
       Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden.
       Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
       Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien:
       zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
            Indien nu God het gras het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
            Maakt u dan niet bezorgd, zeggende:
Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden?
Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit.
Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
           Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en
dit alles zal u bovendien geschonken worden
Matth.6: 22-33.

    Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de Heerlijkheid van God.
       En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding bedroefdheid, en de bedroefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.
God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft
Rom.5: 1-10.

              Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen en Mammon
Matth.6: 24; Luc.16: 13.

Zelfgenoegzaamheid is een dodelijke vijand van alle spirituele groei

              Ik meen dat het bij de engelen ‘complacency’ wordt genoemd, maar ik hoor het die toezichthouder nog steeds zeggen:
Het wordt toch wel tijd dat de kerkgangers van mijn gemeenschap mij een nieuw kleed cadeau zullen doen, m’n oude is weliswaar niet versleten, maar tòch – het wordt hoog tijd’. Het spijt me maar op zo’n moment hoor ik het aloude liedje van ‘Sinte Maarten’: “ m’n moeder mag het niet weten, m’n vader heeft geen geld, is dat niet vlot verteld”.
             Het mag wel gemakkelijk in de omgang zijn, maar het bevreemd mij:
hoe gemakkelijk sommige spelleiders en toezichthouders in hun manier van leven de dienst aan God voor die aan de Mammon verwisselen.
De lamp van het oog mag dan misschien verlicht zijn, er komt bij mij in zo’n situatie toch wel het idee van enige ‘overpowering’/‘overwhelming’ opborrelen.
Je kunt weliswaar bepaalde wensen hebben, maar toch je zet jezelf wèl degelijk te kijk.

  • Hoe gemakkelijk onroerend goed als kerkelijk bezit wordt overgedragen van en aan project-ontwikkelaars, terwijl menig armoedzaaier daar toch hemel- en aarde toe heeft dienen te bewegen om tot de financiering tot de bouw van dat god’s-huis te komen. De houding van het ene kerkgenootschap verschilt niet in wezen van de andere, met gevolg dat de uitroep: ‘Heer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’ – mij eveneens telkenmale over de lippen komt.
    Door een dergelijke rechtvaardiging uit het Geloof, hebben velen hun Vrede en hun Hoop op verlossing van kerkelijke zijde reeds enige decennia geleden gedag gezegd.
  • Weet wèl dat de Kerk slechts een bestaansgrond bezit om zielen te redden en heiligen voort te brengen. Indien je ‘het heiligen‘ uit het menselijk leven bant, haar theologie en haar ‘ere’-dienst, houdt de Kerk òp Christus ná te volgen.
    Je zou het kunnen noemen wat je wilt, maar het zou ‘niet langer‘ de Kerk zijn.
    Christus Zelf heeft aangegeven dat de ‘rechtgelovige‘ Kerk, Die van ‘het ware Geloof‘ in Christus, Zijn Kerk is, waarvan ‘Hij’ het hoofd is.
    Deze Kerk bevat de schat van de Genade van de Heilige Geest, Die de Kerk naar
    de gehele Waarheid‘ leidt.
    De Kerk doet dit, in overeenstemming met Zijn onweerlegbare belofte,
    door het verlenen van Genadegaven,
    door Zijn heiligen in deze Kerk te manifesteren en te verheerlijken
    door middel van een groot aantal tekenen en Mysteriën [RK = Sacramenten].
  • Het is een gevolg van deze empirische waarheid dat eenieder
    • òf die zich als toezichthouder of spelleider, d.w.z. ‘geestelijke’ mag noemen
    • òf de gewone leek, de gewone gelovige, die door woord of daad,
    de heiligen kleineert, àchter blijft wat betreft het Geloof.
    En wanneer wij hierbij de Paulinische uitdrukking mogen gebruiken,
    veroordelen ze zichzelf voor God en Zijn heiligen.
    Aan de andere kant laat de empirische Waarheid in het leven van de Kerk zien dat zij die de heiligen liefhebben en hen op verschillende manieren eren,
    met name door de Kerk in eerbied te volgen, hetgeen zij uiten door navolging in
    de goddelijke aanbidding, zéér stèrk in het Geloof staan.
    Indien we strijden tegen onze persoonlijke hartstochten met de versterking van de voorspraak van de Heiligen, mogen we tevens daadwerkelijk hopen op onze redding.
    Hieruit valt af te leiden dat het navolgen of wel het beminnen van de heiligen
    een criterium vormt van een waarachtig Orthodox geestelijk leven.
                   Paulus zegt niet voor niets:
    dat hij niet alleen roemt in de hoop op de Heerlijkheid van God; hij roemt méér in de verdrukkingen, daar hij wèl ‘béter’ wist:
    dàt de verdrukking volharding uitwerkt, en
    dàt de volharding bedroefdheid, en
    dàt de bedroefdheid hoop; en
    dàt de hoop niet beschaamd maakt,
    omdat slechts de Liefde van God in ons hart
    wordt uitgestort door de Heilige Geest.
    Onze Heer een Verlosser vult Zijn navolger Paulus de apostel der heidenen aan:
    Onze Hemelse Vader weet immers”,
    dat wij, en ik bedoel zowel kerkgangers als buitenstaanders:
    aan alle mogelijke zaken behoefte hebben”, maar
    dit alles behoeft nog niet gerealiseerd [min of meer verwacht, opgeeist] te worden.
    We dienen ons echter nog te verheugen op het feit dat er ‘tégen de storm ìn‘ nog gelovigen zijn, die het vertrouwen in de Heer hebben behouden.
    Indien we een van de grootste der Profeten en Heiligen in zijn wijze van leven en dan wordt bedoeld, de Heilige ‘Johannes de Doper‘ navolgen: Laten we dan elke vorm van vermaak en hang naar luxe en verslaafd zijn aan de wereld achter ons laten en overgaan tot een leven van terughoudendheid.
    Want deze tijd van leven is voor zeker een tijd van bezinning en ommekeer, zowel voor niet-ingewijden als voor gedoopten:
    – voor niet-ingewijden, zodat zij na hun berouw deel kunnen hebben aan de heilige Mysteriën;
    – voor de gedoopten, opdat zij, die ná hun doop gestruikeld zijn in de beproeving zich reinigen en de tafel des Heren met een zuiver geweten/kleed kunnen naderen.
    Laten we dan deze aantrekkelijke en liederlijke manier van leven achter ons laten. Het is gewoon onmogelijk – om boetvaardig te leven en tegelijkertijd in luxe te leven.
    Laat de grote Doper jou persoonlijk dìt leren
    door zijn wijze van kleden,
    door zijn manier van eten,
    door zijn manier waarop hij zich huisvest;
    kortom zoals hij door het leven is gegaan [tot z’n kop er af ging].
    Wil je ècht dat we onszelf in toom houden?
    Dit zou je jezelf kunnen afvragen, heb ik dat allemaal wel nodig?
    Nee, je hebt het niet nodig, maar het wordt je wèl aanbevolen,
    in navolging in Christus.
    Maar mòcht het voor jou onmogelijk zijn, probeer dàn in ieder geval berouw te tonen, zelfs wanneer je niet in de woestijn, maar in de stad woont – in een groot paleis en een grote auto onder je . . . .
    Want het oordeel is ons nabij, Christus staat immers ook aan jouw deur en klopt:
    Komt allen, die vermoeid en belast zijn”.
    Maar zelfs wanneer je dáár geen antwoord op weet, dien je daar niet ontmoedigd door te worden. Want het einde van ieders leven is net als het einde van de wereld voor degene voor eenieder – ‘op het moment’ – dat je werkelijk wordt geroepen. Voor de een iets eerder dan voor de ander en dàn staat Christus ons in al Zijn Liefde op te wachten.De roeping tot God, de roep tot dienstbaar zijn
    Wij noemen onze God ‘een Levende God‘, omdat Hij een God is, Die tot ons spreekt, ons aanspreekt en ons roept.
    Al vanaf den beginne wanneer de mens heeft gezondigd en God hem tot Zich roept: ‘Adam, waar ben je?
    God riep Abraham om zijn land te verlaten en te gaan naar het land dat Hij wilde geven.
    Hij riep de Profeten in het eerste Testament en de profeten in het nieuwe Testament.
    In het eerste hebben we gelezen hoe Isaiah, geconfronteerd met Gods Heiligheid, zijn persoonlijke    tekortkomingen inzag en hoe God Zelf voorzag in de oplossing door Zijn Heilige Geest.
    Het was immers pas nadat Isaiah zijn tekortkomingen had erkend, nadat hij God’s Zorg en Genade daarvoor had ontvangen, dat hij de roep tot dienstbaarheid hoorde.
        Toen zei Isaiah: ‘   Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een mens, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de Heer der heerscharen, gezien’.
    Maar een van de Serafijnen vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; Hij raakte mijn mond daarmee aan en zei:
        Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend. Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei:
        Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?
    En ik zei: ‘Hier ben ik, zend mij’Isaiah 6: 5-8.
    We zien hier onder welke omstandigheden Isaiah, de profeet zich geroepen voelt en reageert op de roep van de Heer.
    God maakt absoluut geen ‘gebruik van vrijwilligers;
    [ Dit is de werkelijkheid van hetgeen ik het idee heb dat heel veel christenen zich hierin niet zullen  erkennen ]
    maar wanneer ik sommige trouwe medewerkers gebukt zie gaan onder een veel te zware werkdruk, bij gebrek aan mede-dienaren, heb ik echt met hen te doen.
    Daarmee bedoel ik dat het vrijblijvende, autonome karakter van ‘vrijwillige’ dienstbaarheid naar mijn bescheiden mening helemaal ‘niet past in‘ God’s visie in onze dienst ten opzichte van Hem. De waarheid van deze uitspraak zal ons
    nú wel duidelijk worden:

Waarachtige dienstbaarheid
In ons verlangen om de Heer te dienen, dienen we eerst tot het punt te komen dat wij als ‘navolgers’ beseffen dat we ‘van onszelf uit‘ volstrekt in-effectief en hulpeloos zijn, ja als een zandkorrel aan het strand of een druppel water in de zee.
Zolang je denkt dat jij ‘zelf’ de klus wel kunt klaren en dat God Zich maar dient te verheugen dat ‘jij’ hoogstpersoonlijk voor Hem wilt werken,
is er niet veel dat jij kunt doen wat van enige blijvende waarde voor Hem is.
Maar indien je – ‘net als Isaiah’ – tot het punt gekomen bent dat je beseft dat
jij totaal ongeschikt en onwaardig bent, zelfs niet in staat bent om het werk te doen, dan zal God Zijn hand uitstrekken en je leven door Zijn Heilige Geest be-‘vuren‘.
Dàn is er geen sprake meer van ik moet dit nog of dat nog [doen òf hebben],
neen, dan kùn je niet anders dàn ‘Zijn weg gaan‘ en geef je jezelf vrijwillig over aan Zijn nukken.
Maar denk niet dat het je dàn gemakkelijker af gaat,
neen, dan begint het pas.

De noodzaak van nederigheid
Iedere mens die door God in de Blijde Boodschap voor een speciale taak wordt geroepen, dient zichzelf vanaf den beginne ‘ongeschikt’ voor die taak te achten.
Wanneer je ooit iemand tegenkomt die zegt dat hij geroepen is door God,
een studie volgt en dat deze mens zich dàn volledig in staat acht om
die taak uit te voeren,  zichzelf in doen en laten verheft, dàn kun je er bijna zeker van zijn dat deze ‘niet’ door God geroepen is,
door wie dan wel dat mag ieder voor zichzelf invullen.
Menigeen dient zich nu eens terdege achter z’n oren te krabben.

Hoe dan ook, Isaiah diende derhalve heel eenvoudig gewoon, deemoedig en nederig te zijn. Hij diende zichzelf nederig op te stellen in de aanwezigheid van de Heiligheid van God, voordat hij geschikt was om de taak waarvoor God hem riep, uit te voeren.
Hetzelfde geldt – zo mag nu duidelijk zijn – voor eenieder van ons, mijzelf incluis.

Johannes de Doper riep de mensen op om zich te bekeren:
Bekeer u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen”.
En Johannes verkondigde dat de Messias zou komen: ‘Jezus, de Christus’.

 Ook Christus kwam door de Vader en de Heilige Geest teneinde mensen tot God te roepen.

Hij riep de twaalf Apostelen om Hem te volgen.

Na Zijn hemelvaart riep Hij de apostel Paulus.

  Ook vandaag klinkt Zijn roepstem, door Zijn Woord en Pedagogische oproep:
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande;
in Naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat
wij zouden worden Gerechtigheid van God in Hem
2Cor.5: 20,21.
        Hij roept op tot nederige bekering en volkomen Geloof in Hem; om
tot Hem in het Hemels Gastmaal te komen, te voldoen aan het [huwelijk’s] Verbond met God.

Stap uit je twijfelachtige houding en volg je innerlijke roep, vervolg dapper de weg van God’s plan met jouw leven. 

        Mensen reageren heel verschillend op God’s roepstem.
De een reageert in ongeloof, de ander in halfslachtig Geloof [loopt de kantjes eraf], enkelen in waarachtig Geloof;
immers velen zijn geroepen, maar weinige uitverkoren” o.a. Matth.22: 14.
        Onze Heer vergelijkt dit verschil door de gelijkenis met een boer die zaait.
Het zaad is het Woord: het zaad dat tussen de rotsen zal vallen,
wordt verstikt door onkruid, maar het kan ook in goede aarde vallen.
        Dàn wordt de roeping van God beantwoord met intens Geloof en onvoorwaardelijke bekering.
God roept alle mensen, zonder uitzondering.
        Over geheel de aarde gaat Zijn roepstem:
    Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt.
Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en
bidden tot een god die niet verlossen kan.
Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen.
Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige,
verlossende God is er buiten Mij niet.
Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want
Ik ben God en niemand meer.
Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan,
een Woord dat niet zal worden herroepen: dat
voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.
Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte, tot
Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan
allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
in de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [waaronder de Kerk]
gerechtvaardigd en zal het zich beroemen
Isaiah 45: 20-25.

        Het woord ‘verzoening’ laat zien hoe de Liefde van God Zich een weg gebaand heeft naar verloren zondaars, mensenkinderen zoals u en ik van nature zijn.
        Liefde, Die gestalte kreeg in onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.
God stelde Zich -‘in Hem’- totaal anders op tegenover de mens[-heid].

Leven is méér dan het voedsel dat wij gebruiken en  ons lichaam en de inzet daarvan is méér dan de kleding, die wij dragen, de manier waarop wij ons huisvesten.
        De Blijde Boodschap zegt immers: “God is Liefde1John.4: 8.
Het heeft betrekking op een onvoorwaardelijke, zoekende liefde van ons mensen.
Het is een Liefde zoals God Die heeft geopenbaard.
Hij heeft zonder enige voorwaarde -u en mij, evenals al de andere mensen- in deze wereld, opgezocht.
Hij heeft Zijn Zoon gegeven zonder eerst te vragen:
‘Vinden jullie dat goed, zijn jullie het er allemaal mee eens?’
    God heeft ons immers in Christus uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij Heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd  als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
– naar het welbehagen van Zijn Wil,
– tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed,
– de vergeving van de overtredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen,
in overeenstemming met het Welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,
– om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,
– opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze Hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 4-12.

        Wij kunnen de Heer onze God daarin alleen maar gelijk geven, want
stel dat Hij toch eerst toestemming aan ons gevraagd zou hebben.
Hij zou een overvloed aan meningen te horen hebben gekregen; daar
is in de verste verten niet doorheen te komen!

Nee, gelukkig zijn alle dingen
uit Hem en door Hem en tot Hem”.
Het is uit Hem voortgekomen.
Het is Zijn plan.
God nam het initiatief:
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft,
Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel,
want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is
nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van
God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft
Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 23-26.
En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan Zijn twaalf discipelen 
ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om 
te leren en te prediken in hun stedenMatth.11: 1.

Apolytikion
tn.2.
    Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U
“.

Kondakion
tn.2. 
  Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde
“.

Theotokos, zij die wijst

Theotokion    
tn.2. 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder God’s.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.