7e Maandag van Pascha – opdat wij waardig mogen worden

”     Uw hart worde niet ontroerd of mag niet de moed verliezen [worden versaagd].
> Indien jullie in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat jullie maar willen, en het zal u gegeven worden [geworden]”.
John.14: 27c-15:7

 

Paulus onderwijst ons als Antiochenen, die als eerste Christenen genoemd werden;
Paul teaches us as Antiochians, who were called first Christians;
بول يعلمنا كأنطيكيين ، الذين كانوا يطلقون على المسيحيين الأوائل.

”     En de volgende dag gingen wij vandaar en kwamen te Caesarea [de keizers’-stad] ; en gekomen in het huis van Philippus [Hebr.= liefhebber van paarden (-kracht, pk’s)], de Evangelist [Hebr.= brenger van de Blijde Boodschap], die behoorde tot de zeven, bleven wij bij hem. Deze had vier ongehuwde dochters, die profetessen waren.
En toen wij daar verscheidene dagen bleven, kwam uit Judea een zeker profeet, genaamd Agabus.
Toen deze bij ons gekomen was, nam hij de gordel van Paulus, en zich voeten en handen bindende, zeide hij:
‘     Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in de handen der heidenen’.
Toen wij dit hoorden, verzochten zowel wij als de broeders daar ter plaatse hem, niet op te gaan naar Jeruzalem.
Toen antwoordde Paulus: ‘     Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Heer Jezus’.
En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden:
De wil des Heren zal geschieden
Hand.21: 8-14

Christus tronend, de Theotokos en Johannes de Doper by Ann Chapin

”     Zie, van de Heer, uw God, is de hemel, ja, de Hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is; alleen aan uw vaderen heeft de Heer Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volkeren uitverkoren, zoals dit heden het geval is.
Besnijdt dan de voorhuid uws harten en weest niet meer hardnekkig.
Want de Heer, uw God, is de God der goden en de Heer der Heescharen,
de Grote, Sterke en angstwekkende God, Die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; Die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven.
Daarom zullen jullie de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.
De Heer, uw God, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen, Hem aanhangen en bij Zijn Naam zweren.
Hij is uw lof en Hij is uw God, Die onder u deze grote en vreselijke dingen gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben”
Deuteronomy 10:14-21

Voor het leven gekruisigd, een monniksleven

De vroeg-christelijke Kerk heeft een groot aantal mensen gekend, die
Paulus hebben nagvolgd en bereid waren eveneens te sterven [en daardoor] een

belangrijke rol hebben gespeeld bij voor de Naam van de Heer Jezus; Het is dus niet verwonderlijk dat het altaar van Apostolische Kerken relieken bevatten op basis waarvan wij onze diensten opdragen.
Voorafgaand aan de oud-Testamentische lezing van de Vespers wordt aangegeven:
”            En nu, Israël [Kerk], wàt verlangt de Heer, uw God, van u? 
Hij vereist alleen
⁌   dàt je de Heer, je God, vreest  en leeft op een manier die Hem behaagt, en
⁌   dàt je van Hem houdt en Hem heel je hart en ziel dient. 

⁌   dàt je altijd de Geboden en besluiten van de Heer dient te gehoorzamen,  die
Hij [als God en Vader] ons vandaag voor ons eigen bestwil heeft gegeven“.
Deuteronomy 10:12-13.
Is dat alles, zul je je afvragen maar is het tot je doorgedrongen dat je door je te laten dopen een Verbond met ” de God der goden en de Heer der Heescharen,
de Grote, Sterke en angstwekkende God, Die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt” hebt afgesloten?
Door de Doop ben je gezalfd met de Myronzalving, ben je deelgenoot geworden aan het leven, lijden stervern en Opstanding van onze Heer en Verlosser.
Dat betekend dat er geen compromis meer met iets anders te sluiten is, je bent door het Bloed van Christus gekocht en betaald, lijfeigene van de Heer, king van God de Vader geworden.
Je bent kind van God geworden en met al je broeders en zusters in Christus in
Zijn Lichaam, de Kerk opgenomen; wanneer
je dat tot je door laat dringen en leest wat er dan van je vereeist wordt,
dàn praat je wel anders.
Dàn kun je niet meer zeggen, dat je in de Kerst-, Paas-, de Pinkstervreugde deelt,
wanneer je 1 òf 2 maal per jaar een Christelijke Kerk bezoekt.
Neen, een kind heeft de doop voeding nodig, begint met lammetjes melk en krijgt bij het volgroeien steeds zwaardere kost te verstouwen; dring steeds dieper in het Mysterie met God door.
Door de Kracht van de Heilige Geest, welke ons met Pinksteren voorzegd is,ontvangen wij op Mystieke wijze Goddelijke Kracht en die wordt alleen gevoed wanneer je met de regelmaat van de klok een dienst in de Kerk bezoekt, daat waar je gezegend wordt, zoals al onze voorvaderen zich gezegend wisten.
Dàn  verbindt “de Heer, uw God, Die in de hemel is, ja, de Hemel der hemelen, zich met u op aarde en alles wat daarop is; want alleen aan uw vaderen heeft de Heer Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volkeren uitverkoren, zoals dit tot op heden het geval is“.
Dàn staat er bij de Apostel dat Philippus, die de Blijde Boodschap verspreidde vier dochters had, die ‘profeterend‘ optraden’.

 

Vrouwen verlangen naar volmaaktheid in Christus

De aanvullende taak van de vrouwen wàt verlangt de Heer, uw God van hen:
Dàt is hetzelfde als de zus van Mozes deed, die profeteerde eveneens en volgde daarmee Mozes, die een lied had gecomponeerd over de Rietzee, omdat deze een weg voor Israël [de Kerk] heeft vrijgemaakt, waardoor de vijand [de farao en z’n strijdkrachten] werd uitgeschakeld.
‘     De profetessen [Mirjam en de vier dochters van Philippos] pakten hun tam-boerijn en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend’.
De profetessen zingen het refrein en de vrouwen gaan vóór in zang en dans. En dan durven de emanciperende vrouwen zich in onze tijd nog af te vragen wàt hun taak wel niet zou zijn in de hedendaagse Kerk?
Oók de Moeder God’s werd op haar taak gewezen en zei vervolgens tegen de dienaren aan de bruiloftsmaal te Cana: “Doe maar wat de Heer u zegt en het zal goed komen” – voor al het overige zweeg ze en bewaarde al wat zij mee-maakte in haar hart.
Ook in deze tijde speelt de vrouw een stimulerende rol en houdt echtgenoot en kinderen bij de les.
Ook de Moeder God’s, de Theotokos [de God-‘barende’ (‘dragende’)] is in de bovenzaal bij de Apostelen nadrukkelijk aanwezig en neemt daarmee haar belangrijke positie in haar Mystieke inbreng als Moeder van de Kerk, die van het verwachten van de Heilige Geest nooit heeft opgehouden de moederlijke zorg op zich te nemen van een pelgrimerende Kerk, een Kerk onderweg naar het Hemels Koninkrijk.

In de beginperiode [tot 325] dreef de Kerk op haar Martelaren en werd geïnspireerd door opvolgers van de profeten en Johannes de Doper, uit wiens midden de meest gevorderden uitverkoren werden als toezichthouder/ bisschop te gaan dienen over de ontstane diocees, welke de geestelijke herders begeleiden, die de verschillende [veelal door de Apostelen gestichtte] stadsgemeenten bedienden. De geestelijk herders vormden net als de Levieten in het 1e Verbond een soort barrière om de te voorkomen dat de gelovigen te dicht bij het Heilige der Heilige kwamen, waardoor de toorn van God op het Israëlische kamp zou vallen conf. Num.1: 53.  Alle gelovigen dienden hun huisvesting op een bepaalde afstand van het Verblijf der Samenkomst zien te vinden – vèr genoeg om de heiligheid van de Tabernakel te beschermen en toch dichtbij genoeg om hen naar de samenkomsten te kunnen laten komen.
Ook daarin speelden de vrouwen een kerkelijke hoofdrol in de opvoeding en het tegen de verdrukking in standhouden van het Christelijk Geloof. In moeilijke tijden blijken met name de vrouwen de steunpilaren van de Kerk.

Alle volkeren klapt in de handen, juicht voor God met vreugde kreten.
Want de Heer is verheven, ontzagwekkend; Hij is een Koning, groot over heel de aarde.
Hij heeft volkeren aan ons onderworpen, heidenen onder onze voeten gebracht.
Hij heeft ons als Zijn erfdeel gekozen,  de schoonheid van Jaäcob die Hij liefhad.
God is omhooggestegen onder gejuich, de Heer onder bazuingeschal.
Zingt een Psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning: zingt een Psalm.
Want de Koning over heel de aarde is God: zingt de psalm met verstand.
God heerst over de volkeren, God zet zich neder op Zijn heilige troon.
De vorsten der volkeren zijn vergaderd voor de God van Abraham.
Want de sterken der aarde behoren aan God: zeer hoog zijn zij verheven”.
Psalm 46[47] vert ROK. ‘s-Gravenhage.

H. Theophanos en zijn echtgenote Pansemnas van Antiochië [Hebr.-= ‘pertinent tegen (de wereld)’].
Vroeger besloten jongeren veelal op jonge leeftijd tot een ascetisch leven.
Een mooi vorbeeld is de vita van de heilige Theophanos, van Antiochië welke vandaag de 10e juni wordt herdacht.
Als jongeman was hij op 15 jarige leeftijd gehuwd met een niet-christelijk [heidens] meisje, welke na een gelukkig huwelijk na drie jaar kwam te over-lijden. In deze tijd van uiterste droefheid hoorde hij spreken over Christus en zijn hart ging open naar een hogere liefde. Hij werd gedoopt en leefde vervolgens als kluizenaar in een kleine cel bij de stad.
Na enkele jaren drong de gedachte aan hem op dat er in Antiochië zovelen een zondig leven leidden uit onwetendheid en hij zag het als zijn christelijke plicht om ten minste één van hen te redden. Daarom verliet hij zijn cel, ging naar huis en zei tegen zijn vder dat hij opnieuw wilde trouwen. Deze was daarop zeer verheugd en gaf hem geld ter waarde van tien pond goud [wereldprijs is momenteel zo’n 50 Euro per gram].
Theophanes stak zich nieuw in de kleren en ging naar Pamsemna, een vrouw die bekend stond om haar slechte levenswandel.
Hij knoopte een gesprek met haar aan en vroeg hoe lang ze dit soort leven leidde. Zij antwoordde: “Sinds twaalf jaar”. “Zou je dan niet liever gewoon getrouwd zijn?“Niemand heeft me ooit gevraagd”, zuchtte zij. “En als ik je dan zou vragen om mijn vrouw te worden – Pamsemna, wat zou je dan zeggen?
Zij was intussen zo onderde indruk geraakt van zijn ernstige persoonlijkheid dat zij het hoofd liet hangen en zei: “Als ik maar niet zo onwaardig was”.
Toen namTheophanos haar hand en zei: “Pamsemna”, hier is geld; bereid de bruiloft voor, want als je van me houdt dan zul je van mij zijn”
– Met tranen in haar ogen antwoordde zij: “Niemand heeft ooit zo tot me gesproken. Wat kan ik anders dan van je houden?
Nu ging hij weg.
Een tijd later kwam hij bij haar terug en zei: “Het is tijd, ga met me mee”.
Zij vroeg waar ze dan heen zouden gaan en waar hun huis zou zijn. Toen wees hij naar de hemel: “Daar waar niet gehuwd wordt noch ten huwelijk gegeven, maar waar ze zullen zijn als engelen Gods”.
Zij was kwaad en wilde niet, maar ze hield van hem en luisterde toen hij begon te spreken over God Die rechtvaardig is en het onrecht haat; en over Jezus Christus, Die op aarde gekomen is om zondaars te redden.
Toen brak haar tegenstand en ze begon een diep verlangen te krijgen naar een heilig en ongeschonden leven.
Langzaam aan bracht hij haar ertoe zich geheel af te wenden van haar zondig leven en dit uit te wissen door het heilige water van de Doop.
Theophanos bouwde nu voor Pamsemna een cel in de buurt van de zijne, en leerde haar het ascetische leven van vasten en onophoudelijk gebed, het strijden tegen de opstandige hartstochten, het zich bewust zijn van God’s tegen-woordigheid en het verlangen naar het hemelse verblijf der rechtvaardigen.
Zo leefden zij elk in hun eigen cel gedurende bijna twee jaar en zij stierven toen gezamenlijk, misschien ten gevolge van een besmettelijke ziekte.
Na hun dood, in 369, werden zij in hetzelfde graf gelegd.

De weg van het leven
Het [huwelijk’s] Verbond met God wordt veelal vergeleken met het huwelijk’s Verbond wat de mens met de ander aangaat. In het begin wordt het uitbundig gevierd, maar vervolgens volgt het onbekende, steken er stormen op en wordt het moeilijker om het woord gestand te doen en elkaar vast te houden.
Werkelijke tegenstand vormt op cruciale momenten de mens en bouwt mee aan de vorming van het karakter – door levenserving wordt de mens volwassen.
Er zijn twee wegen: een van het leven en een van de dood, maar re is een groot verschil tussen die twee wegen.
De weg van het leven is de volgende. Houdt in de eerste plaats van God, die jou heeft gemaakt en ten tweede van je [meest] naaste als van jezelf. Alles wat je niet wilt dat het jou overkomt, doe dat ook een ander niet aan.
Wat je hieruit moet leren is het volgende:
Zegen wie jullie vervloeken, bid voor je vijanden en vast voor degenen, die je vervolgen. Want wat voor verdienste is het om te houden van wie jullie houden? Jullie dienente houden van wie haar voor jullie voelen,
eesrt dan zullen jullie geen vijanden ervaren en
zal de Heilige Geest op jullie kunnen neerdalen en
jullie Vrede brengen.
uit: de Didachè [Gr: Διδαχή = ‘onderricht, onderwijzing’) een vroeg-christelijk geschrift, gerekend tot de Apostolische Vaders en werd in de eerste helft van de tweede eeuw na Christus door een onbekende auteur uit Syrië in het Grieks geschreven.

Vespers bij ‘Heer ik roep . . .’
tn.4.  ”   In Uw onzegbare goedheid bent U vleesgeworden en ofschoon U als God niet kunt sterven, hebt U zó vrijwillig het Kruis en de Dood ondergaan.
Maar ten derede dage bent U uit de doden opgestaan, en op de veertigste dag bent u opgevaren naar de Hemel, vanwaar U eerst was neergedaald; om Vrde te schenken aan de aarde, en alles terug te brengen tot Uw Vader“.