Zondag van de vaders van het 1e Oecumenisch Concilie van Nicea in 325, Eén God, één Kerk.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, Simeon Artschischez, miniatuur [1305]

    Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
    Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U zal verHeerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
    Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de Enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
    Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
    En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
    Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, Die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
    Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
    En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij.
    Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
    Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben John.17: 1-13

    Want Paulus had zich voorgenomen Epheze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
Maar hij zond iemand van Milete naar Epheze en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen:
    Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.
>
    Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
    Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.
    Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
    En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden.
    Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien.
    Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft:
           
Het is zaliger te geven dan te ontvangen’.
En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebeden
”.
Hand.20:16 – 18: 28-36.

Hemelse Koning [in het Arabisch] MP3:

Rechtvaardige Rechtspraak

Mozes & de Wet

“ Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land, waarvan de Heer aan uw vaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nakroost geven zou.
Toentertijd zei ik tot u:
ik alleen zal de zorg voor u niet kunnen dragen.
De Heer, uw God, heeft u vermenigvuldigd en zie, heden zijt gij zo talrijk als de sterren aan de Hemelen.
De Heer, de God van uw vaderen, voege er aan u nog duizendmaal zoveel toe als gij nu telt en zal u zegenen, zoals Hij u beloofd heeft.
>Daarop nam ik de hoofden van uw stammen, wijze en ervaren mannen, en stelde hen als hoofden over u aan, oversten over duizend, oversten over honderd, oversten over vijftig en oversten over tien, en opzieners voor uw stammen.
En ik gebood toentertijd aan uw rechters:
Hoort [de] [geschillen] tussen uw broeders en oordeelt rechtvaardig tussen
de een en de ander, of dit diens broeder is dan wel de vreemdeling die bij hem woont.
Gij zult in de rechtspraak de persoon niet aanzien;
Gij zult de onaanzienlijke evenzeer horen als de aanzienlijke;
Gij zult voor niemand vrezen, want de rechtspraak is van God.
De zaak echter, die voor u te zwaar is, zult gij tot Mij brengen, opdat Ik die zal horen”
Deut. 1: 8-11, 15-17.

“  Hoort [de] [geschillen] tussen uw broeders en oordeelt rechtvaardig
tussen de een en de ander, of dit diens broeder is dan
wel de vreemdeling die bij hem woont”
Deut. 1: 16.

de eed‘, de klassiek Christelijk-Germaanse synthese; ‘the oath’, the classical Christian-Germanic synthesis.

Wanneer we het in onze cultuur hebben over de klassiek, vroeg-Christelijk [Joodse] Traditie, benadrukken we de consistentie van Gods openbaring aan Zijn Volk doorheen de geschiedenis.
Het is dan ook niet verrassend dat Keizer Constantijn, toen deze de basis legde voor het Byzantijnse rijk en de Kerk als voetsteun [kurk voor zijn eigen machtslust] gebruikte het hierboven aangehaalde bevel van de profeet Mozes aanhaalde en daarmee een vergelijking trok met het hof, resp.
de gerechtshoven hoven van het oude Israël.
Ook keizer Constantijn bouwde een kerkelijke vriendenkring om zich heen, hetgeen blijkt uit het afgelopen week aangehaald verslag van de aanstelling van de 1e Patriarch van Constantinopel Metrophanos [325-326] en het op gezag van Keizer Constantijn geïnitieerde 1e Concilie te Nicea in Bithynië [hedendaags İznik in Turkije], waarbij
een 1e poging werd ondernomen om in de Kerk consensus te bereiken door middel van een vergadering van de toezichthouders, bisschoppen van de toenmalige bekende ambtsgebieden [van paus was nog geen sprake !!, de paus was slechts toezichthouder over zijn diocees en de patrirach idem].
In juli 306 werd Constantijn de Grote door zijn troepen uitgeroepen tot imperator en Augustus, vanaf 308 werd hij als zodanig ook door de Senaat van Rome erkend. Door allianties, militaire overwinningen en meevallers ging hij een steeds groter deel van het Romeinse Rijk regeren tot hij vanaf 324 alleenheerser werd. Hij bouwde zich een nieuw teritorium rond zijn stad ‘Constantinopel‘.
            De Heilig verklaarde keizer Constantijn was een ‘machtswellusteling’, die je heden ten dage nog wel tegenkomt, dat blijkt uit geheel zijn levensgeschiedenis. Zijn enige doel met de Kerk was een benodigde kurk, een voetenbankje waarop ‘zijn wereldse Rijk’ zou komen en Hij in staat zou zijn ‘orde en rust’ over zo’n massa inwoners van een groot gebied te verkrijgen.
            Tijdens de 1e vergadering/het concilie van Nicea trachtten de deelnemers zoals ook in onze tijd plaats vindt consensus te bereiken omtrent verschillende vraagstukken:
            Er waren 318 toezichthouders bijeen, op papier werd het voorgezeten
door de keizer ‘himself’, maar aangezien deze niet zoveel op had met theologie,
werd Ossius van Cordoba [Sp] de feitelijke voorzitter, deze was een prominent voorvechter van wat later het katholieke christendom zou worden in de Ariaanse controverse, die de 4e-eeuws vroeg-christelijke kerk verdeelde.
            Athanasius, diaken van Alexander van Alexandrië, voerde het hoogste woord, gesteund door Alexander van Constantinopel, hierbij werd de autoriteit van het oude Rome en die van Alexandrië en Antiochië door het concilie erkend, zodat er al in ‘die’ tijd al sprake was van onenigheid over wie wel niet de eerste was onder/over ongelijken zou hebben.
Het was echter de keizer, die besloot de hoofdstad van Rome naar zijn nieuwgebouwde stad Constantinopel te verplaatsen, waardoor ook de bisschop van die plaats een prominente plaats begon in te nemen.
            Er werd een Geloofsbelijdenis aangenomen waarin staat dat Christus ‘homo-ousios’, van dezelfde substantie is, als de Vader en dus ook waarlijk God is. Slechts twee bisschoppen weigerden dit te aanvaarden, en enkele anderen slechts onder voorbehoud, omdat ze bang waren dat acceptatie van het woord ‘homo-ousios’ modalisme zou behelzen.
  Sabellianisme [of modalisme] is een vroeg-christelijke leer
die evenals het adoptianisme gerekend wordt tot het monarchianisme.
Het is vernoemd naar de mogelijk uit de Pentapolis afkomstige Sabellius, die
sinds 215 leider was van de modalisten in Rome.
– Adoptianisme is de opvatting, dat Jezus in feite een door God uitverkoren profeet was. Jezus christus wordt voorgesteld als een bijzonder mens, terwijl zijn Godheid wordt ontkend. De verbinding tussen God en mens is hier een adoptieve-relatie.
– Monarchianisme is een verzamelnaam voor ketterijen, waarin de eenheid van God benadrukt wordt ten koste van de drieëenheid.
Alle drie bovenstaande -ismen werden als dwaalleer beschouwd/ bestempeld en het feit dat Christus ‘homo-ousios‘, van dezelfde substantie, is als de Vader en dus ook waarlijk God is, werd met grote meerderheid van stemmen aanvaard.

            Op zich is het al vreemd dat er op basis van het teruggrijpen op een wetmatigheid over de rechtvaardige Rechtspraak van Mozes van buitenaf [door de Keizer] in de vroeg-Christelijke Kerk tot een wereldse éénheid wordt getracht te komen.
Met ‘de Wet of de profeten’ bedoelt onze Heer en Verlosser ‘de geboden en de leer‘ van het Oude Testament, zoals blijkt uit al Zijn uitspraken:
  “ Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de Wet en de profetenMatth.7: 12.
  “ Aan deze twee geboden [God liefhebben en je naaste als jezelf] hangt
de gehele Wet en de profeten
Matth.22: 40.
Het is dus duidelijk dat Jezus niet gekomen is om de wetten, die God in het Oude Testament al gegeven heeft te ontkrachten, af te schaffen, of uiteen te doen vallen.
Hij waarschuwt:
      Wie dan één van de kleinste van deze geboden ontbindt en de mensen zó leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der HemelenMatth.5: 19.
Christus heeft namelijk bepaald dat er slechts één Waarheid is, en één hoofd van de Kerk en dat slechts ‘Hij’ dat in Liefde en verbonden met de Vader is, als de mensgeworden Zoon van God.
Christus is hier nooit en te nimmer onduidelijk over geweest.
Het Lichaam van Christus, indien je het zo wilt noemen de broeder-, zusterschap- sterker nog het Kindschap van God de Vader heeft geen geïnstitutionaliseerde organisatie nodig, het gaat om de onderlinge Liefde, zoals ook de Drieëenheid onderling met elkaar verbonden is tot één God.
            Ik beweer daarbij niet dat de concilies en hun richtlijnen niet van nut zijn gebleken in de historische ontwikkeling van het navolgen van Christus, maar de machtsblokken Oost- en West, en daartussen het aloude europese Rome, welke heden ten dage in de Kerk zijn doorgedrongen laten zien, waar een nadruk op een werelds georiënteerde manier van denken toe kan leiden.
Het is ook absoluut niet de bedoeling in deze ‘een strijdgeest‘ te voeden, het gaat in de kern bij Christus om Zijn Pedagogie, een leer, die strekt tot een levensreddende houding voor iedere mens, die Hij liefheeft. Het gaat in de Kerk,  zoals die nu bestaat helemaal niet om de ‘Waarheid in Christus‘, maar veelal om een eigen clubje, met een eigen [nationaal getint] nestgeurtje.
            Het is niet voor niets dat ondergetekende spreekt van navolgers van Christus, van spelleiders en toezichthouders, opdat niemand het in z’n [bisschoppelijke] hoofd haalt een te grote broek aan te trekken.
De vroeg-christelijke Kerk draaide ondanks de invloed van diverse ismen/ ketterijen zonder al te veel moeilijkheden op basis van de aloude monastieke beweging, die al vanaf de tijd van de profeten het Licht van de onderlinge Liefde had doen zien. Zonder instituut waren zij maar al te best in staat gebleken en zijn nog steeds in staat afstand te nemen van wereldse invloed en tot een uiteindelijk ‘statuut’ te komen.
De eenheid van de Kerk behoort tot het fundamenteel belijden van de Kerk en zolang die geen gestalte krijgt, leven wij ‘de Heer en Zijn Pedagogie loslatend’ in zonde, sterker nog: dan lasteren we Zijn ene Naam onder de Volkeren.
Het gaat dus niet om goede intenties en alleen ‘een voor het wereldtoneel’ [de publieke opinie] elkaar zoeken met het oog op en tòch niet te bereiken eenheid. Wie van hen [‘de Heren‘] wenst immers z’n positie op te geven?
Het gaat om bekering en bekering kun je niet uitstellen, anders is het niet serieus. Dàn heb je na al die tijd nog steeds niet ingezien
wàt je hebt aangericht en
wàt je ‘zelf‘ in stand houdt.

Tijdens het concilie van Nicea werd los van bovenstaande door persoonlijke inbreng ook de datum van Pasen vastgelegd, het werd de eerste zondag ná de volle maan ná de lente-equinox [wie de tijd, de agenda beheerst, heeft de macht].
Christenen die vasthielden aan de joodse berekeningswijze, gelijk dus aan het begin van Pesach, werden in liefde ‘quarto-decimanen’ genoemd.
Ook werden er een aantal disciplinaire canons/ kerkelijk recht !!! opgesteld en
de autoriteit, de zogenaamde eerste onder gelijken werd aan Rome toegewezen.
Beïnvloeding, handje-klap en werelds bestuur vormde vanaf dàt moment de  boventoon, hetgeen in de daaropvolgende geschiedenis tot vele mistoestanden heeft geleid.
Wanneer dan gesteld wordt dat ons oor geneigd dient te zijn:
“[de] [geschillen] tussen uw broeders en rechtvaardig tussen
de een en de ander te beoordelen en te bezien òf dit
diens broeder dan wel de vreemdeling is die bij hem woont“,
dàn is het helemaal niet zo verwonderlijk dat de Kerk verworden is tot een warboel, waarbij een buitenstaander/toeschouwer er geen touw meer aan vast kan knopen.

Mozes, door de kracht van onze Heer Jezus Christus verheven, leidde het Volk door de Rode Zee.

De aanklacht van Mozes bepaalt wàt God verwacht van elke bevinding die
rechtvaardig wordt genoemd en dat heeft tot gevolg gehad dat zelfs gerechtelijke procedures de concilies van orthodox-christelijke naties gingen overheersen.
Het menselijk-, financieel-, machts- belang stond voorop en de grote tegenstander, de duivel had vrij spel.
Menselijk ingrijpen en menselijke macht en majesteit kunnen van gerechtelijke procedures bespottelijke dingen maken. Ze buigen en verdraaien de oordelen van de rechtbanken om zich aan te passen aan populaire ideologieën door in macht en rijkdom van de situatie te profiteren.
God echter ziet en veroordeelt al dergelijke zondige geestelijke dwalingen.
Vanuit een joods-christelijk perspectief vallen echter helaas alle rechtbanken in
alle landen onder het Mozaïsche bevel, want de grote profeet gaf Gods Volk
slechts een menselijke waarheid die van toepassing is op alle volkeren in alle tijden en plaatsen. Mozes vergat daarbij het ingrijpen van God, Die immers altijd het laatste Woord heeft.
In het ‘onderricht van de twaalf apostelen‘ wordt de gelovige geadviseerd:
‘Zorg niet voor verdeeldheid’, maar maak ‘Vrede tussen disputanten’.
Wanneer er Recht gesproken wordt toon dan als Salomon geen
partijdigheid bij het terechtwijzen van overtredingen.
Hink niet op twee gedachten of iets wèl òf niet waarachtig zou dienen te zijn’
conf. ‘The Apostolic Fathers’, blz. 311.

Terwijl we het Feest van de Heilige Vaders van het 1e Concilie van Nicea vieren, zien we dat hun beraadslagingen eveneens in overeenstemming zijn met
de beschuldiging van de profeet.
Allereerst vergroot Mozes het bevel om  ” -‘rechtvaardig’- te oordelen” door zowel de waarheid in zowel negatieve als positieve bewoordingen te vermelden, alsook door een specifieke toepassing te geven:
“Je zult geen partijdigheid in oordeel tonen; je zult de kleine -‘èn’- de grote oordelen “ Deut. 1: 17.
Het Eerste Oecumenische Concilie volgde deze zelfde regel toen zij de zaak van Arius behandelde. Als spelleider/priester ten dienste van de grote en rijke parochie van Baucalis, in de stad Alexandrië, trok de blik van Arius aanvankelijk veel belangstelling en steun.
Toen hij en de toezichthouder/bisschop van Alexandrië openlijk van mening verschilden, werden plaatselijke conilies bijeen geroepen ter ondersteuning van beide partijen.

H.Nicolaas, toezichthouder van Myra [in het huidige Turkije] slaat Arius tijdens het Concilie van Nicea om de oren.

De kwestie werd uiteindelijk overgenomen door het Eerste Oecumenische [=algemene] Concilie van de Kerk, gesponsord door keizer Constantijn in Nicaea. Arius kreeg ‘zijn‘ dag om zich voor de rechtbank te verantwoorden, maar een meerderheid van de verzamelde ascetisch doorleefde vaders veroordeelden ronduit zijn mening.
Ze streefden ernaar onpartijdig te handelen in het oplossen van wat begon als een zaak tussen ‘n priester en z’n bisschop: ‘klein en groot‘ in de Kerk werden gelijk gehoord. Evenzo, ondanks de sterke steun voor Arius’ opvattingen van velen in de Kerk, inclusief de populaire bisschoppen van drie invloedrijke bisdommen [Nicomedia, Nicea en Chalcedon], keerden de Heilige Vaders van het 1e Concilie niet op hun woorden terug ” voor de aanwezigheid van een mens, want het oordeel is aan God “ Deut. 1: 17.
Ze streefden ernaar getrouw te zijn aan Goddelijke Openbaring zoals ze die hadden ontvangen, want de levenschenkende en reddende Waarheid van God stond op het spel.
Pas nadat er géén geschikte uitdrukking uit de Heilige Schrift gevonden kon worden, gebruikten ze hun toevlucht tot de niet-bijbelse term ‘homo-ousios’ (“van één essentie”) om de relatie tussen God de Vader en God de Zoon tot uitdrukking te brengen. Nicea zelf vormde het laatste hof van beroep, nadat er her en der talloze kleinere concilies waren gehouden in het oosten en het westen, evenals in Alexandrië. Toen de “zaak [te] te hard was”Deut. 1: 17. om een ​​regionaal concilie definitief te bevestigen, spraken zij noodzakelijkerwijs, zoals Mozes gebiedt, vanuit “monastiek doorleefde, verstandige en geïnformeerde mensen” Deut. 1: 15.
Zó werd een beroep gedaan op het hoogste gezag, dat in de Kerk de roeping van een ‘Oecumenisch’ concilie vereist en dat slaat niet alleen op de grote Patriarchaten, maar op de ‘gehele Kerk‘ en omvat niet slechts een aandringen op een compromis in consensus van enkelingen.

” Reconcile yourself first with God and with each other prepare first the way of the Lord make straight His paths”

      De Heer is Koning, met luister getooid: de Heer heeft Zich bekleed met Macht en Zich  omgord. Want ‘Hij’ heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem; stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen
Psalm 92[93] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Apolytikion    
tn.6.
  “  De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en
‘de wachters’ lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend
het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

            Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,’

tn.8.  Boven al zijt Gij verheerlijkt, o Christus onze God,
Die onze
[monastieke] Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht:
Barmhartige Heer, eer aan U
”.

            nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,. AMEN”.

tn.4.    In Heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God, en
hebt Uw Leerlingen verblijd door de Belofte van de Heilige Geest.
Want door Uw Zegen leerden zij, dat
Gij de Zoon God’s zijt, en
de verlosser van de wereld
”.