Dinsdag na Thomas Zondag, ‘Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen’.

Rusten aan het hart van de Vader‘ [russ. icoon]; ‘ Rest at the heart of the Father‘ russian icon.

    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.
       Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zal veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal worden.
       Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; Wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.
       Dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het Licht, want hun werken waren boos.
       Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het Licht, en gaat niet tot het Licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen;
       maar wie de Waarheid doet, gaat tot het Licht, opdat van zijn werken mag blijken dat zij in God verricht zijnJohn.3: 16-21.

    En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeen, zeer verontwaardigd, omdat zij het Volk leerden en in Jezus de Opstanding uit de doden verkondigden; en zij sloegen de handen aan hen en stelden hen in bewaring tot de volgende dag, want het was reeds avond.
       Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend.
       En het geschiedde tegen de volgende dag, dat hun oversten en hun oudsten en hun schriftgeleerden bijeenkwamen te Jeruzalem, en Annas, de hogepriester, en Kajafas, Johannes, Alexander en allen, die tot het hogepriesterlijk geslacht behoorden; en toen zij hen hadden laten voorkomen, wilden zij van hen weten:
       Door welke kracht of door welke Naam hebt gij dit gedaan?
Toen zei Petrus, vervuld met de Heilige Geest, tot hen:
       ‘ Oversten van het volk en oudsten, indien wij thans in verhoor genomen worden ter 
zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is, dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, Die jullie gekruisigd hebben, maar Die God heeft opgewekt uit de doden, dat door Die Naam deze hier gezond voor u staat’Hand.4: 1-10.

 

‘ Zoek God met andere ogen ‘ – ‘ Seek God with different eyes ‘.

  De hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen. Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Hij heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels. Zijn loop gaat op tot het einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloed.
De Wet des Heren is onbevlekt, en bekeert de zielen. Het getuigenis des Heren is waar, en geeft wijsheid aan de kleinen. De oordelen des Heren zijn recht, zij verblijden het hart. Het gebod des Heren is stralend, het verlicht de ogen.
De vreze des Heren is rein, en blijft in de eeuwen der eeuwen.
De gerechtigheden des Heren zijn waar, gerechtvaardigd in zichzelf.
Begerenswaard boven goud en edelgesteente; zoeter dan honing en raat.
Uw dienaar onderhoudt dan ook Uw geboden, want dat schenkt grote vergelding.
Wie kent al zijn overtredingen ? Reinig mij van mijn verborgen kwaad, en behoed Uw dienaar voor vreemde zonde. Als die mij niet overheersen, dan ben ik onbevlekt; en word ik gereinigd van grote zonde.
Dan hebt Gij behagen in het woord van mijn mond: de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen. Heer, Gij zijt mijn Helper, en mijn Verlosser”.
Psalm 18[19] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

verleden – heden – toekomst

De Apostelen, Leerlingen van de pedagogie van de Heer, navolgers, die later Christenen werden genoemd, staan gisteren, heden en vandaag voor het oude gerecht. Het aloude gerecht van het Verbondsvolk welke dagelijks zegt:
  Hoor, Israël [Kerk, Verbondsvolk]: de Heer is onze God; de Heer is een! Jullie zullen de Heer, jullie God, liefhebben met geheel je hart en met geheel jullie ziel en met geheel jullie kracht. Wat ik jullie heden gebied, zal in jullie hart zijn, Jullie zult het jullie kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer jullie in je huis zitten, wanneer jullie onderweg zijn, wanneer jullie neerliggen en wanneer jullie opstaanDeut.6: 4-14.
De grote navolger van Christus, Paulus, die als voormalig Farizeeër doorspekt is van de leer van het Sanredrin, de rechtbank met hun oversten en oudsten vult dit voor hen nog aan:
  De Heer, onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God is gisteren en heden dezelfde en tot 
in eeuwigheid. Laat u niet meeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in Genade en niet in spijzen [het jezelf tegoed doen]: wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevondenHebr.13: 8,9.

Genezing, inclusief hun gaven, mogelijkheden en beperkingen. Daarom zul je in de omgang en communicatie met hen op zoek moeten gaan naar passende vormen!

En die Bobo’s, deze belangrijke Bolle Bonzen van het Volk stellen de navolgers van Christus de vraag: Door welke Kracht of door welke Naam hebt gij dit gedaan?.
Zij weten niet wat zij vragen, want zij vragen naar de hen al sinds eeuwen bekende bovenstaande weg welke Mozes hen al heeft voorgehouden !!!
De Apostelen geven hen derhalve het eenvoudige antwoord: “ In Naam van de Zoon van God, de Enige, Die de Vader heeft gekend en van Hem getuigd heeft, en die jullie hebben omgebracht, maar Die is opgestaan uit de doden . . .
God de Vader heeft Hem opgewekt uit de doden, waardoor wij hier door Zijn Naam voor jullie staan
”.
Ook de Profeten hebben hiervan getuigd en de laatste onder hen zei: “   Voorwaar, Ik, de Heer, ben niet veranderd, en jullie kinderen van Jaäcob, zijt niet verteerd [hebben Hem niet aangenomen]. Van de dagen van jullie vaderen af zijn jullie afgeweken van de  inzettingen van de Heer en hebt ze niet onderhouden. Keert daarom tot de Heer, jullie God terug, dan zal Hij ook werkelijk tot jullie terugkeren, zegt de Heer der heerscharen. En dan zeggen jullie: In welk opzicht dienen wij terug te keren?conf. Maleachi 3: 6,7.

Opinies van mensen kunnen veranderen. Mensen kunnen wèl zeggen dat God niet meer geneest, maar dat verandert ‘niets’ áán wàt Onze Heer en Verlosser over Zichzelf zegt: “ Hij verandert niet, Hij is en blijft Dezelfde. En indien Hij in Zijn tijd onder ons genas, geneest Hij ook vandaag”.
Dit is wat de Apostelen vervuld met de Heilige Geest, tot de rechtbank van de wereld zeggen:
        Oversten van het volk en oudsten, indien wij thans in verhoor genomen worden ter 
zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is, dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, Die jullie gekruisigd hebben, maar Die God heeft opgewekt uit de doden, dat door Die Naam deze hier gezond voor u staatHand.4: 9,10.
Ook de Moeder God’s zei dit gisteren tegen de dienaren aan het Hemels gastmaal, die de watervaten vulden:
doet al datgene, wat Christus, de Zoon van God u zegt ” en
tot op de dag van vandaag zijn er velen, die Christus, de Zoon van God op Zijn Woord volgen, nadat zij door Hem geroepen zijn:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal jullie rust geven; neemt Mijn juk [Mijn Kruis] op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust 
vinden voor jullie zielen; want God’s juk is zacht en Zijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Afstand tussen mensen onderling
Wij toehoorders van vandaag horen de Pedagogie van Christus uit de mond van Zijn navolgers, de Christenen. Wat horen zij anders dan dat zij de Heer Uw God dient lief te hebben en uw naasten als u zelf.
     Er is echter in de westerse samenleving veel onvrede over de afstand tussen de mensen onderling.
Wij zijn terecht gekomen in een informatiesamenleving welke niet te vergelijken is met de communicatie tussen de mens van voorheen. Vergelijk dit met de overgang die wij hebben gemaakt van de zelfvoorzienende landelijke samenleving naar het tijdperk van de industriële wereldomvattende handelssamenleving. We zijn in enkele decennia verzeild geraakt in de informatiesamenleving, waarin diegenen die kennis en informatie hebben ook de alle macht in handen krijgen. Robotisering beïnvloed kansen op het werk. Grote commerciële bedrijven beschikken over zò véél van onze privégegevens en dat kan je als deelnemer aan deze samenleving erg onzeker maken, vooral als de beschikbare informatie van overheden of bedrijven onbetrouwbaar lijkt te zijn of wordt betwist. Maak je hier echter niet druk over, vertrouw op God.
        Zo’n grote overgang naar een nieuwe manier van samenleven gaat zelden gepaard zonder maatschappelijke wrijving, onderling wantrouwen en conflict. De vraag is hoe wij, christenen, daar mee omgaan. Of we ons hiervan bewust zijn, zodat we er rekening mee kunnen houden.

Ons alledaagse leven met haar kleine ontmoetingen
Kijken naar iemand in je omgeving gaat vaak gepaard met (voor)oordelen, aannames en overtuigingen.     
       Terwijl iemand werkelijk naar iemand omkijken verbonden is met acceptatie en respect. Kijken gebeurt meestal alleen naar de buitenkant.
We letten vaak op de uiterlijke kenmerken en baseren daar ons oordeel op. Mensen die alleen kijken naar de buitenkant kunnen keihard zijn in hun oordeel en daardoor een ander veel pijn doen.
       Iemand die echter eenvoudig blijft door nederigheid te betrachten wordt door meer mensen dan wij zouden denken als ‘vreemd, afwijkend’ gezien. Er worden grappen over gemaakt en de persoon in kwestie wordt vaak niet serieus genomen. Dat iemand pijn wordt gedaan door op deze manier naar hem te kijken en zó te behandelen, daar heeft niemand enige boodschap aan. Terwijl dat lichaam ‘alleen maar’ de buitenkant is.
       Want in dat van God gekregen lichaam zit een mens, net zoals u en ik. Iemand die gewoon gelukkig wil zijn, wil werken, vrienden hebben, een gezin. Net zoals u en ik. Die mens voelt vreugde en verdriet, net zoals jij en ik. Die is ook te kwetsen, net zoals jij en ik. Maar wordt dat gezien? Nemen we ècht de moeite om in de ander de werkelijke persoon te zien?
       Hoe kunnen wij vandaag de dag -‘in God’s Naam’-, ’in Christus’ als mens onze identiteit behouden of überhaupt vinden en ons daardoor ook nòg dùrven te ópenen voor de ander?
Hoe kunnen wij zó in ontmoeting met de ander als beeld van God een ontvanger zijn en er voor open staan om door de ander iets te leren over God als de Ander?
      
Weten wat je dankzij Genade als Christen gelooft
Wat van ons als navolger van Christus gevraagd wordt is om in ‘ontmoeting’ te gaan met je naasten.  Je naaste ‘zien’ las Christus, is je naaste als Christus ‘ontmoeten’, elkaar dusdanig als mens te respecteren en te accepteren dat iemand die er anders uitziet ook een gewoon mens is met normale behoeften en noden. Neem dus de moeite om ook die lastige naaste te accepteren, dat deze is zoals hij/zij is. En ga met hem/haar in gesprek, want we weten niet waardoor hij of zij geworden is  zoals hij of zij nu is en dat geldt voor heel veel mensen, die je dagelijks ontmoet.
Zie elkaar, leef met elkaar, praat met elkaar in plaats van over elkaar, zie de mens zoals deze is. Zo zien wij en horen we als Christus onze medemens, de ander, de naaste en weten we wie zich buitengesloten voelt.
Leef je dus in een bepaalde samenleving en wil je absoluut deelnemen aan die Joods-Christelijke samenleving, dan dien je ook de taal te spreken en daardoor te verstaan, aan te kunnen voelen wat er in je omgeving omgaat.

Door welke kracht doen wij daadwerkelijk wat wij geloven?
Aan de Apostelen werd de vraag gesteld:
Door welke kracht of door welke Naam hebben jullie dit gedaan?
In deze tijd zijn er heel veel mensen dakloos. Door allerlei omstandigheden zijn ze op straat terecht gekomen. Hoe wordt er naar deze mensen gekeken?
Het zijn veelal slechts de hulpverleners die over het algemeen ook de mens achter tragedies zien. Maar daartegenover staan maar al te veel anderen klaar om met het vingertje te wijzen: ‘eigen schuld, dikke bult’, òf ‘eigen Volk eerst’. Ook zij spreken door hun egoïstische houding niet de taal van hun omgeving; zij zijn van hun roots vervreemd: Zij stellen: ‘hadden ze maar niet dit òf hadden ze maar zó’ òf ‘dàt juist niet moeten doen’ en ook wij hebben ‘rechten??’ en zij dienen ons maar niet al te veel ‘in de weg’ te zitten.
En dit gebeurt er allemaal om ons heen, terwijl men het verhaal van de persoon in kwestie niet kent. Men ziet veelal alleen de verslaafde en de dakloze, die misschien problemen gaat geven. Maar werkelijk de mens zien, zijn/haar eenzaamheid, zijn/haar schaamte, kennen doet men niet.
Indien we iemand werkelijk als Christus willen zien, willen weten wie die mens is achter zijn of haar uiterlijk, dan zullen we de moeite moeten nemen om verder te kijken en niet direct te oordelen.
In de ogen van God zijn alle mensen gelijk, God kijkt niet naar rangen en standen, naar jouw kleur, zowel die van jouw aannames als die van je huid.
God is een ruimdenkende ‘Scheppende”, een bezorgde, “een menslievende God“, Die maakt dat er iets positiefs tussen de mensen onderling plaatsvindt.
    Toen Farao het Volk [van de wereld] had laten gaan, leidde God hen niet op de weg naar het land der Filistijnen [Hebr.= ‘land van tijdelijke bewoners’ – in het woordgebruik van Nederland: ‘naar de verdoemenis‘], hoewel deze de naaste was; want God zei:
Het Volk [van de wereld] mocht eens berouw krijgen, wanneer zij in strijd gewikkeld werden, en naar Egypte terugkeren. Dááròm liet God het volk zwenken, de woestijnweg op naar de Schelfzee. Ten strijde toegerust trokken de Israeliëten [de Kerk, met het Woord] op uit het land EgypteExodus 13: 17,18.
Deze verzen van Exodus vertellen de bevrijding van het oude volk van God door een Mysterie, een wonderbaarlijke passage door de Rode Zee en de bijbehorende vernietiging van het achtervolgende leger van Farao.
De doorvoer van Israël [de Kerk] vertegenwoordigt een vrijlating van de slavernij in vrijheid, van bondgenootschap van het bondgenootschap tot etnische identiteit.
Het markeerde en markeert nog steeds de opkomst van het Volk van God op het toneel van de geschiedenis – en het begin van een woestijnstrijd om de vrijheid te realiseren die God hen had gegeven.
Voor ons Christenen is het een voorafschaduwing van onze dooppassage naar het leven in Christus met al zijn worstelingen, nederlagen en overwinningen.

De hoofd-boodschap van dit gedeelte van Exodus kan in de slotwoorden van het ‘Onze Vader’ worden samengevat: “God verlost ons als Vader van de boze”.
Dit is het gebed dat onze Heer ons geleerd en voorgeleefd heeft:
God’s kinderen zowel van Israël als van Zijn Kerk, zijn Zijn Lichaam, steken een onbegaanbaar obstakel over, de Rode Zee die grenst aan Egypte. Ze gaan de Sinaï-woestijn binnen om hun veertigjarige/levenslange strijd te beginnen om de vrijheid te verwezenlijken die God hun heeft geschonken.
De Heilige Vaders van de Kerk merken op dat deze bevrijding aan de Rode Zee typerend is voor onze bevrijding in het leven in Christus, want God bevrijdt altijd in de aanwezigheid van waar Geloof in de Heer Jezus uit de diepte, uit de wateren opborrelt.

Zoals de heilige Gregorius van Nyssa zegt:
De mensen zelf, zijn door door de Rode Zee te trekken,
begonnen aan de verkondiging van de Blijde Boodschap, het
goede nieuws van de redding door het [doop-]water.
De mensen gingen over, en de Egyptische koning met zijn gastheer
werd verzwolgen, en door deze acties werd hierdoor
het doop-Mysterie [Sacrament] voorspeld.
Want zelfs nu, wanneer een van de mensen in
het water van de wedergeboorte herboren wordt, op de vlucht voor Egypte,
voor de last van de zonde, wordt deze bevrijd en gered
”.
De uiteindelijke overwinnaar, de kampioen namens Zijn volk is God ‘Zelf;
Hij  is een scheppende, een boetserende God, heeft de mens lief en kan er
maar geen genoeg van krijgen, want Hij heeft hen een
Koninkrijk, een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, voor ogen gesteld.
Ook wij die door de wateren naar nieuw leven gaan, ons met Christus, Zijn Zoon hebben bekleed, doen er goed aan diep in dit Exodus-verslag te gaan spitten om te ontdekken wat er in die twee woorden zit, zegt God: “ Ik ben” – Ik ben nu gisteren, heden en morgen dezelfde: ik plaats ook jullie in deze wereld en verwacht van jullie hetzelfde gedrag.

Indien we aandachtig lezen, valt ons de eenvoudige aanpak van de acties van Mozes en Zijn Volk op, het trekt onze aandacht ook die van de Farao en zijn strijdkrachten op.
Maar bovenal vormen de daden van God herhaaldelijk de basis van de heldengeschiedenis en geven ze verlossing aan die horde weggelopen slaven:
God leidde hen’ – “ De Heer ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en ’s-nachts in een vuurkolom [als een kaarsvlam] om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaanExodus 13: 21.
God zei hen om “hun tenten op te slaan, te gaan kamperen in het dorp tussen Migdol [de toren van Babel] en de zee, tegenover Baäl Zephon [de heer van het noorden]. . . door de zeeExodus 14: 2.
Bovendien onthult God van tevoren dat Hij “Farao’s hart zal verharden en dat hij hen zal vervolgen; en ik zal verheerlijkt worden in Farao en in heel zijn legerExodus 7: 4.
Op het kritieke moment in de zich ontvouwende gebeurtenissen grijpt God in en “schudt de Egyptenaren van Zich af in het midden van de zeeExodus 14: 27.

schematische weergave van onze doop in Christus; schematic representation of our baptism in Christ; تمثيل تخطيطي لمعموديتنا في المسيح.

Het is juist deze Heer, onze God en Vader, Die ons leidt naar de wateren van de doop, want Hij roept ons op:
Wast u, wordt rein; en doet het kwaad weg uit uw zielen” en “vanuit den Hoge schenkt Hij​​ de wedergeboorte door het water en de Geestuit: de gebeden bij de doop, Sacramentarion ROK. ’s-Gravenhage [blz.34].
Evenzo, geeft God ons de opdracht “om te leven [te wandelen] volgens al Zijn geboden, om ze ongeschonden te bewaren, en het Bruiloftskleed onbevlekt te houden; en daardoor deel te krijgen aan de zaligheid der Heiligen in Zijn Koninkrijk”, gebed over de catechumeen,
Sacramentarion ROK. ’s-Gravenhage [blz.25].
Wanneer een mens die dingen doet, zal hij/zij het leven in hen vinden, zoals het oude Israël dit in het Beloofde land verkreeg.
En God onthult alles “de eeuwige goede dingen” die de onze zullen zijn indien we onszelf maar als kinderen van het Licht zullen gedragen.
De grootste zegeningen van het leven in Christus komen wanneer we op God vertrouwen, getrouw de woestijn doortrekken en de beproevingen en bijbehorende strijd ondergaan, onze dood door het kruis op ons nemen en

met Christus de Opstanding uit de dood vieren – onze doorgang door het wasbekken van wedergeboorte naar het zoon/dochter-schap in de bron van het leven.
Christus onze God is waarachtig en grijpt, als altijd’ Genadig in, om  “ons allen tot overwinnaars te maken, zelfs tot het einde, door de onvergankelijke overwinningskrans te overhandigen” gebed bij de Myronzalving,
Sacramentarion ROK. ’s-Gravenhage [blz.43].

In opdracht van onze Heer, by order of our Lord.

Net zoals toen: “ Mozes zijn hand uit strekte over de zee en tegen het aanbreken van de morgen vloeide de zee terug in haar bedding, terwijl de Egyptenaren haar tegemoet vluchtten; zo dreef de Heer de Egyptenaren midden in de zee. De wateren vloeiden terug en bedekten de wagens en de ruiters van de gehele legermacht van Farao, die hen in de zee achterna getrokken waren; er bleef van hen niet een over.
Maar de Israëlieten [zoals de navolgers van Christus, van Zijn Kerk] gingen op het droge midden door de zee en de wateren waren hun rechts en links als een muur.  Zó verloste de Heer op die dag de Israëlieten [zoals de navolgers van Christus, van Zijn Kerk] uit de macht der Egyptenaren. En Israël [en de Kerk] zag de Egyptenaren dood op de oever der zee liggen. Toen zag Israël [en de Kerk], welk een machtige daad de Heer tegen Egypte gedaan had; en het God’s-volk vreesde de Heer en zij geloofden in de Heer en in Mozes [Christus, de Zoon van God], Zijn knecht [Zoon] Exodus 14: 27-31.

Zoals velen van u die in Christus zijn gedoopt, zich hebben bekleed met Christus.
Alleluja!:

Dopeling

    De wet is dus immers maar een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit Geloof gerechtvaardigd zouden worden.
Nu echter het Geloof gekomen is, zijn wij niet langer meer onder de tuchtmeester.
Want gij zijt allen zonen van God, door het Geloof, in Christus Jezus.
Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.
Hierbij is niet langer meer sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van 
Abraham, en naar de Belofte erfgenamen [van het Hemels Koninkrijk]“ Gal 3: 24-29.


Lofpsalmen 2e dinsdag
tn.1.    Gij hebt het Kruis op U genomen, en
de dood te niet gedaan, doordat
Gij zijt opgestaan uit de doden.
Maak ook ons leven vreedzaam, Heer, want
Gij alleen zijt de Almachtige
”.

tn.1.    Verwerp mij niet, Verlosser, wanneer ik tot U kom, al
heb ik U door mijn zonden veronachtzaamd.
Wek mijn verstand tot Berouw en
maak mij een aanvaardbare werker in Uw Wijngaard:
schenk mij de beloning van het elfde uur, en
de grote Genade
”.

tn.1.    De strijders van de grote Koning boden weerstand aan
de redeneringen van de Tirannen, en
zij verdroegen vol moed de verschrikkelijke kwellingen.
Zo hebben zij het bedrog volkomen vertreden, en
zijn waardig geworden om de overwinningskrans te ontvangen.
Zij vragen aan de Verlosser Vrede en de grote Genade
”.

“  Eer aan de Vader en aan de Zoon en an de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
”.

tn.2.  “  Hoewel de deuren waren gesloten, stond Jezus temidden van Zijn Leerlingen.
Hij nam hun angst weg en schonk hun de Vrede, en
zei tot Thomas: ‘Waarom gelooft gij niet in Mij, dat Ik uit de doden ben opgestaan?
Kom hier met uw hand en leg die in Mijn zijde en overtuig u.
Dan schenkt uw ongeloof aan allen het bewijs van Mijn Lijden en Mijn Opstanding, en
leert hun om met u te roepen: ‘mijn Heer en mijn God, eer aan U”
”.

Apostichen
tn.2. Zingt onophoudelijk, gelovigen, tezamen met de Engelen, voor
Christus Die op de derde dag uit het Graf is opgestaan, en
Die de wereld met Zich uit de dood verheven heeft
”.

  Over heel de aarde klinkt hun Boodschap: tot aan de grenzen van de wereld hun woorden”.

tn.2.    Nadat Thomas Uw zijde had aangeraakt kwam hij tot het Geloof, Barmhartige; en
daardoor erkennen ook wij U als Heer en als God
”.

  De Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God: het uitspansel verkondigt het werk van Zijn Handen”.

tn.2.    Gij schenkt Vrede aan Uw Volk, Verlosser, doordat
Gij uit het Graf zijt opgestaan, en
de wereld hebt vrijgemaakt uit de macht van de hades,
Als de Almachtige
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en an de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
”.

tn.2.    Ofschoon de deuren waren gesloten kwam Christus bij Zijn Leerlingen, doch
Thomas was door Gods Voorzienigheid niet bij hen, en
hij sprak: ‘ ik zal niet geloven tenzij ik zelf de Meester zal aanschouwen, en
de doorboorde zijde zal zien, waaruit het Bloed en het Water voor de Doop gevloeid heeft;
ik geloof niet tenzij ik de wonde zie, welke de dodelijke wonde van de mens genezen heeft;
ik geloof niet, tenzij ik zie, dat Hij niet slechts een geest is, maar
dat Hij ook vlees en beenderen heeft.
Heer, , Die de dood vetreden hebt, en Die Thomas volledig hebt overtuigd:
wij eren U
”.

De Heer is Koning, met luister getooid: de Heer heeft zich bekleed met Macht en Zich omgord.
Want Hij heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw Troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem; stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagenPsalm 92[93] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

“Christus is verrezen/opgestaan”

  God is Dezelfde, vanaf de moederschoot totdat u oud en grijs bent, zorgt Hij voor uIsaiah 46: 4. Hij blijft in u wonen en Zijn genezing blijft voor u beschikbaar.
Onze Heer en Verlosser heeft voor eens en altijd het offer voor uw genezing en herstel gebracht. Het is niet omdat u eenmaal uw genezing ontvangen hebt, dat God u geen tweede keer wil genezen. Zijn genezende kracht blijft in u, tot in lengte van dagen. U kunt er steeds aanspraak op maken.
  Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zonPrediker 1: 9.
Laat toe dat de genezende Kracht van God door u heen stroomt en uw lichaam, alsmede die van uw omgeving gezond maakt en houdt tot in lengte van jaren.
Christus is Opgestaan” – “Hij is waarlijk opgestaan