Maandag in de 2e week na Pascha – de bruiloft te Kana [Hebr.=‘plaats van het riet’], Openbaring van de Heerlijkheid van de Heer


  En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar; 
en ook Jezus en Zijn discipelen [al Zijn Volgelingen] waren ter bruiloft genodigd.
    En toen er gebrek aan wijn kwam, zei de moeder van Jezus [de Theotokos] tot Hem: ‘ Zij hebben geen wijn’.
    En Jezus zei tot haar: ‘ Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn uur is nog niet gekomen.Zijn moeder zei [echter] tot hen, die bedienden: ‘Wat Hij u ook zegt, doet dat!’
Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten.
    Jezus zeide tot hen:
‘ Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand. 
    En Hij zei tot hen:
‘ Schept nu en brengt het aan de leider van het feest’. En zij brachten het.
Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was – en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die
het water geschept hadden,

Bruiloft te Kana, teken van Transformatie“;  “Wedding at Cana, sign of transformation‘;  “Γάμος στην Κάνα, σημάδι μετασχηματισμού

wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zei tot hem:
‘ Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard’.
            Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft Zijn Heerlijkheid geopenbaard, en Zijn discipelen [al Zijn Volgelingen] geloofden in HemJohn.2: 1-11.

  Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het Aangezicht des Heren, en Hij de Christus, Die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zal zenden;
Hem moest de Hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige Profeten, van oudsher.
Mozes toch heeft gezegd:
    De Heer [onze] God zal u een Profeet doen opstaan uit uw broeders, gelijk mij: naar Hem zult gij horen in alles wat Hij tot u spreken zal; en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar Deze Profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid.
      En al de profeten, van Samuel af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken hebben ook deze dagen aangekondigd.
      Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met uw vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zei:
      En in uw nageslacht zullen alle stammen der aarde gezegend worden.
God heeft in de eerste plaats voor u Zijn Knecht doen opstaan en Hem tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer af te brengen van zijn booshedenHand.3: 19-26.

Een Profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal
de Heer, uw God, u verwekken; naar Hem zult gij luisteren . . .,

Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in Zijn mond leggen, en Hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik Hem gebied . . .,
De mens, die niet luistert naar de woorden welke Hij in Mijn Naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragenDeut.18: 15,18,19.
  En de rentmeester ontbood de schuldenaars van Zijn Heer één voor één bij zich. Hij zei tot de eerste: Hoeveel zijt gij Mijn Heer schuldig?Luc.16: 5, m.a.w.:
wat heb jij persoonlijk met je talenten gedaan?‘.

  Johannes de Doper heeft van Christus, het Woord getuigd en heeft geroepen, zeggend:
Deze was Het, van Wie ik zei: ‘ Die ná mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik.
Immers uit Zijn volheidhebben wij allen ontvangen zelfs Genade op Genade; want de wet is door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid zijn door
Jezus Christus gekomenJohn.1: 15-17.

    Ik hef mijn ogen tot U, Die in de Hemelen woont.
Zie, zoals de ogen van dienaars, op de handen van hun meesters.
Zoals de ogen van de dienaressen, op de handen van haar meesteres.
Zó zien onze ogen naar de Heer onze God, totdat Hij zich over ons ontfermt.
Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons:
‘ wij zijn [immers] overladen met verachting, onze ziel is er geheel en al van vervuld’. Wij zijn de hoon van de rijkaards, de verachting van de hoogmoedigen
Psalm 122[123] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Mozes is een prachtige voorafbeelding, een typisch voorbeeld van ‘ de goede Herder’; God’s raad bestaat,
Hij bestuurt de eeuwen en overziet de eeuwen;
Hij is een aionische God, Die in alles doorwerkt.
Paulus wil ons in al zijn brieven duidelijk maken dat er een verborgenheid verzwegen is, niet alleen in de tijden van het Oude Verbond, niet alleen in de volheid van de tijd, maar àl de voor hem liggende aionen door.
In dit verband geven de aionische tijden een hoedanigheid aan.
Zo is het ook bij de aionische God.
De aionische God wil zeggen, dat Hij in alle aionen doorwerkt.
Niet maar – eens zo nu en dan- , maar Hij heeft de aionische tijden in
Zijn hand.
Zijn Koninkrijk is over alle aionen,
Zijn raad bestaat,
Hij bestuurt de eeuwen en overziet de eeuwen [Αιονον- aionen].

Ook de bruiloft van vandaag vindt dus in de tijd plaats in Kana.

Waarom nu een bruiloft in Kana?
Is dat zo­maar een toevallige plaatsnaam? Die bruiloft vindt bovendien plaats op de derde dag.
Nu we­­ten we en zeker na het hoogfeest Pascha, dat de derde dag in de Blijde Boodschap in de Pedagogie van de Heer ‘altijd’ een meerwaarde heeft.
Bij het scheppingsverhaal [‘van Mozes‘] lezen we al, dat op de derde dag de aarde te voor­schijn komt, dan ‘laat het droge zich zien’.
Van die derde dag wordt ook twee keer gezegd dat ‘het -goed- was‘, dus op de derde dag komt er land in zicht; zoals al gezegd de derde dag is het geheimenis van Pasen.

Je kunt hier in verband met die bruiloft ook nog op een wat andere ma­nier over verhalen:
Als je opnieuw terugkijkt in het 1e hfdst van Johannes, dan lees je:
    De volgende dag zag hij, Johannes de Doper, Jezus tot zich komen en zei:
  Zie, het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemtJohn.1: 29 [dat is de tweede dag].
En dàn gaan we vervolgens nog een stap verder:
    De volgende dag stond Johannes [de Doper] daar weer met twee van zijn discipelen [volgelingen]” John.1: 35 [dat is de derde dag].
En dàn nog dieper nog een stap verder:
    De volgende dag wilde Hij [Christus] naar Galilea vertrekken en Hij vond Philippus [Hebr.= ‘liefhebber van paarden’]. En Jezus zei tot hem: ‘Volg Mij!John.1: 44 [dat is de vierde dag]. Bedenk tevens dat ook Nathanaël [Hebr.= ‘
gave van God‘ uit Kana afkomstig was [zie John.21: 2]

Waarom liefhebber van Paarden?
Op deze dag [6 Mei] hebben we in 2019 tevens de gedenkdag van de rechtvaardige lankmoedige [geduldige] Job, die ontzettend veel geduld heeft getoond ondanks problemen, welke vooral werden veroorzaakt door de duivel, die andere mensen daartoe als instrument gebruikt.
Een paard is een schepsel, dat door de mens voornamelijk gehouden wordt als
rij- en trekdier.
In Openbaringen komt de Onze Heer Zelf op een wit paard, gevolgd door Hemelse legers op witte paarden. Een wit paard spreekt van Overwinning.
Ook in het boek Job wordt over het begrip paard gesproken:
    En vergeet, dat een voet ze vertrappen en het gedierte van het veld ze vertreden kan? Zij behandelt haar jongen hard, alsof zij de hare niet zijn; of haar zwoegen vergeefs is, deert haar niet, want God heeft haar wijsheid onthouden en haar geen deel aan het inzicht gegeven. Wanneer zij fier met de vleugels klapt, lacht zij om ros en ruiter. Kunt u het paard sterkte geven, zijn nek met manen bekleden? Kunt u het doen springen als een sprinkhaan? Zijn trots gesnuif is een verschrikking.
Het doorwoelt met vreugde het dal, met kracht trekt het de strijd tegemoet;
Het lacht om de vrees en is onvervaard en deinst voor het zwaard niet terug.
Boven hem rinkelt de pijlkoker, flikkeren lans en speer;
Onstuimig en wild verslindt het de bodem en is niet te houden als de hoorn klinkt;
Het hinnikt, zo vaak de hoorn wordt geblazen en reeds van verre ruikt het de strijd, het geroep der aanvoerders en het krijgsgeschreeuw“ Job 39: 18-28  

➽ ✸ ➽    En dan belanden we vandaag in Johannes 2:
En op de derde dag was er een bruiloft te Kana
in Galilea en de moeder van Jezus was daar
  John.2: 1.
[dat zou je alles doornemend de zevende dag kunnen noemen].
Dus de bruiloft te Kana zou te Kana op de zevende dag zijn geweest en 
dat betekent ‘dat -‘alles tot één geheel‘- wordt gerealiseerd’.
Want dàn zitten we daar straks op de grens van de zevende dag naar de achtste dag. De overgang van de schep­ping naar de nieuwe schepping, van de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde. Dit alles heeft dus met de eeuwen der eeuwen, met de tijd te maken [Αιονον- aionen].

Het woord Kana [Qana’] wordt in het Hebreeuws met een qoph geschre­ven, hierdoor zijn we onderweg dit geheimenis van Kana te ontdekken.
In dit ver­band zijn er een paar woorden die hierbij meespelen:

Het houdt in dat onze Heer dit gedaan heeft als grondbeginsel van Zijn tekenen:
Qana’; dit woord wordt dus met een aleph geschreven, hetgeen ijveren betekent.
We komen dit ook tegen in ‘El qana’ [Hebr.=‘Ik ben de ijverige God’].
Dat begrip kennen we wel uit de tien geboden aan Mozes [de 10 woorden]:
    Ik, de Heer uw God, ben een naijve­rig God”. 

  • Qanah; de betekenis van dit woord is ‘kopen, verwerven’.
    God heeft de hemel en de aarde gekocht.
    Dat is ook wat Melchisedek, priester van de Aller-Hoogste zegt:
            En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zei: ‘ Gezegend zij Abram door God, de Aller-Hoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverdGen.14:18 20a.
    Al deze achterliggende begrippen spelen dus mee en de ijver van onze Heer en Verlosser wordt ons dus op deze bruiloft te Kana geopenbaard. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat God Zijn Schepping terug koopt, want dit is het begin van de tekenen.
    Je kunt het ook  anders formuleren, zoals Johannes de Theoloog ook doet:
        Dit heeft Jezus gedaan als begin van Zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft Zijn Heerlijkheid geopenbaard, en Zijn discipelen [al Zijn Volgelingen] geloofden in Hem”. Al degenen, die hebben ervaren dat zij geroepen werden en aan wie de Zoon Zijn Blijde Boodschap wil openbaren:
        Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
    God koopt door Zijn Verbond, door de doop met de mensen, de schepping terug,

de ijver van de Heer der Heerscharen zal dit bewerken.

Nu zijn er nog twee Hebreeuwse woorden die met Kana in verbinding staan:
Qēn wordt geschreven met een qoph en een nun; qēn heeft de betekenis van nest.
Kana kan dus ook nest betekenen. In welk nest vindt die brui­loft plaats?

Qanèh heeft de betekenis riet. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken. Dat speelt daar ook nog in mee dat wanneer het riet kaarsrecht is het als richtsnoer, meetlint kan worden verbonden.
Overigens is er nog een verbinding tussen Kana en ons woord canon [maatstaf, richtsnoer] ; ze behoren tot dezelfde woordfamilie: ‘een recht riet kan als maatstaf dienen’.
Maar we weten allemaal dat het riet, qanèh, zich daar bevindt, waar water overgaat in land. Riet heeft dus een markerende functie.
Hier in Kana krijg je dus ook de overgang van water naar land, van het water naar het Land der Belofte. Het wordt een overgang, waarin de vraag meespeelt waar je bent. We bevinden ons op de grens. En nu komt de Messias en brengt ons naar de overzijde.
Ook Mozes bevond zich in een biezenmandje [nest-mandje] in het riet

De vraag doet zich nu voor: In welk nest vindt die brui­loft plaats?
In dat verband staat er hiermee verbonden een merkwaardig vers in het boek Deuterono­mi­um.
    Wanneer u onderweg een vogelnest aantreft in de een of andere boom of op de grond, met jongen of eieren [en de moeder zit op de jongen of de eieren], dan zult u met de jongen niet ook de Moeder wegnemen; de Moeder zult u in elk geval laten wegvliegen, maar de jongen mag u meenemen; opdat het u wel ga en gij lang leeftDeut.22: 6,7.
Wat moet je doen als je een vogelnest vindt? De moeder laat je -volgens de Wet van Mozes [de Thora]- vlie­gen en de jongen of de eieren mag je meenemen.
Dan handel je dus in overeenstemming met de Wet [de Torah] van God.
Dit lijkt toch wel een wat vreemde tekst. Is dit nú het ideaal ???
Op dat idee waren we zelf nooit gekomen, maar gelukkig hebben wij de godde­lijke Wet en zij onderwijst ons wàt er in het verschiet ligt, wat er gedaan dient te worden.
Of heeft dit mis­schien toch een diepere zin? Op het eerste gezicht lijkt dit voorschrift deels humaan en deels inhumaan.

“Theotokos, de moeder van het Lichaam van Christus, de Kerk “; ” Theotokos, the Mother of the Body of Christ, the Church – Woman, what do I need from you?”.

Die Moeder mag vrijuit wegvliegen, maar ze is wel alles kwijt.  Verloren zouden de eieren zijn, vernietigd zouden de בנים [Hebr. banim= ‘de zonen’] zijn; en de berooide moeder mag vervolgens gaan genieten van haar vrijheid.
Zó komt de berooide moeder
in ieder geval niet in ‘een kooitje’ terecht.
Maar met de kinderen van God, de navolgers van Christus gaat het anders:
”     Gij zult den Heer, uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 37.
Paulus zegt hierover:
    Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden
voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ Wil, maar gij zijt verstandig in Christus;
wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe1Cor.4: 9-13.

In de Vigilie van de grote & Heilige Sabbath,  zó hebben in de Evangelielezing hierboven vastgesteld dat de bruiloft te Kana te Kana op de zevende dag moet zijn geweest en  dat betekent:
dat àlles tot -een geheel- wordt gesmeed, wordt gerealiseerd’, wanneer
we het volgende lezen en goed tot ons door laten dringen:

Val van Jericho

    Terwijl de Israëlieten te Gilgal [Hebr.= ‘ wiel of rollend‘] gelegerd waren,
vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho
[Hebr.= ‘stad van lieflijke geur’]; en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land,
ongezuurde broden en geroosterd koren, op dezelfde dag.
En het manna hield op, daags nadat zij van de opbrengst van het land hadden gegeten.
Dus hadden de Israëlieten geen manna meer, maar zij aten dat jaar van
wat het land Kanaän
[Hebr.= ‘ laagland’] opleverde.
Het gebeurde nu, terwijl Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg.

Michaël is an archangel in Judaism, Christianity, and Islam.

Zie, daar stond een man tegenover hem met een – getrokken zwaard – in de hand.
Jozua trad op hem toe en vroeg hem:
  Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders?’. [m.a.w.”bent u vóór of tégen ons]
Doch hij antwoordde:
‘ Neen, maar ik ben de vorst van het Heer des Heren
[Michaël], tot u ben ik gekomen.
Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht ter aarde, boog zich neer en zei tot hem:
    Wat heeft Mijn Heer tot Zijn knecht te zeggen?’”.
En de vorst van [Heerscharen] de Heer der Heerscharen zei tot Jozua:
    Doe uw schoenen van uw voeten, want
de plaats waarop gij staat, is heilig’.
En Jozua deed dit
Joshua 5: 10-15.
                                Nog een keer het gedeelte:
  Toen hielden de kinderen van Israël Pascha op de veertiende dag 
van de
maand ‘s avonds, ten westen van Jericho, over de Jordaan in de vlakte
Jozua 5: 10.
In overeenstemming met de woorden van de PaasHymne van Johannes Chrysostomos:
U, die de vastenperiode hebt doorlopen en u, die dit niet hebt gedaan,
verheugt u heden, want de tafel is rijk beladen
”, welke bij deze opwekken de lezing voorafgaand aan Pascha wordt gelezen, verwijst naar de goddelijke voorziening die we dankzij het optreden en de overwinning  van onze Heer en Heiland, Jezus Christus hebben ontvangen.
We vieren het Pascha van de Heer, want
Christus is Opgestaan, en het Leven is bevrijd!
We worden door dit vers bemoedigd, zoals door de woorden van
Johannes worden uitgenodigd om
Hem vorstelijk te vereren . . . het kalf is vet, laat niemand hongerig heengaan.
Neem deel aan de hele beker van het Geloof. Geniet van al de rijkdommen van de Haar goedheid
”.


Wat kunnen we leren van het oude Pascha van Israël?
Laten we ons om te beginnen de situatie van Israël voor ogen stellen met dit specifieke Pascha van voorheen, want
  God’s heilige mensen zijn nu ‘door God’ in het Beloofde Land aangekomen.
Ze zijn de Jordaan overgestoken en
hebben hun kamp opgeslagen op de vlakte bij het fort van Jericho.
De viering van het Pesach dat in deze passage wordt beschreven,
raakt een noot die ‘nooit‘ eerder bekend was:
            Het eerste paasmaal werd door de slaven in Egypte gegeten, die
op de vlucht waren, in de duisternis van de nacht, met de dood die door het land trok en toch aan de kinderen van Israël voorbij ging, hen aan de dood deed ontkomen.
Maar deze Pesach maaltijd vereist de inzet ‘zonder eigen arbeid’; door noch te planten noch door te oogsten:
Ze aten [immers] van de ongezuurde en
nieuwe tarwe van het land
Joshua 5: 11.
Gedurende hun veertig jaar in de woestijn waren ze op wonderbaarlijke wijze onderhouden door het manna, maar ‘nu’ proeven ze de vruchten van de Belofte, van een land wat om hunnentwil Genadevol door God in eigendom is gegeven.

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

Deze lezing moedigt ons aan om ons het Pascha in Christus -door de doop-  en de -Myronzalving van de Heilige Geest-,
welke afgesloten wordt met -de ontmoeting van de Heer-, door
het ontvangen van de communie, op
een vergelijkbare manier te vieren:
Laat de mensen U de lof toezingen, o God: laat alle volken u prijzenEisodikon van Pascha.

Myronzalving bij het Mysterie van de doop

Degenen met ongebonden harten het Pascha vieren in de wetenschap dat we genieten van een echte voorsmaak van het ons Beloofde Land,
een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde’.
We zijn inderdaad door de wateren van Jordanië getrokken om deelachtig te worden aan de glorieuze Bruiloft’s-tafel in het Hemels Koninkrijk des Heren.
Christus, ons Pascha, werd voor ons opgeofferd, laten we daarom het feest der feesten vieren“; oftewel:
    Doet het oude zuurdeeg weg, opdat u allen een vers deeg moogt zijn;
u bent immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus.
Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg,
noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met
het ongezuurde brood van Reinheid en Waarheid
1Cor.5: 7-8.
Wij vieren het bruiloftsmaal met de verrezen Christus, niet
langer in slavernij van zonde en dood, want

“Christus is verrezen/opgestaan”

Christus is in ons midden! Hij is en Hij zal zijn!”.
We nemen deel aan het feest van het bruiloftsmaal, dat
de Heer voor ons heeft bereid.
Gaat het? Jazeker, en daarom volgt op de
vreugdekreet: “Christus is Opgestaan”,
volmondig en royaal: “Hij is waarlijk Opgestaan” tot
Zijn Hemelvaart aan toe.
Het oude Israël eet het Pascha-maal onder
aan de muren van Jericho [zie Joshua 5: 10],
een te nemen vooruitstekend vestingwerk in hun eerste gevecht.
Joshua meldt dat het veroveren van het land een jarenlange strijd zal vergen, met
ontzettend veel conflicten, waarvan er zijn, die eindigen in mislukking, maar de meest met succes.
Op dezelfde manier liggen er -nog vele gevechten met de tegenstrever- voor ons in het verschiet, maar vandaag eten en vieren we in de kennis dat
het tij gekeerd is tegen onze grote vijand[en].
O Christus, onze Redder, wij waren gisteren met U gekruisigd:
verheerlijk ons ​​met U in Uw Koninkrijk
PaasCanon, 3e ode.
       Tegen het einde van onze lezing ontmoet Jozua, de
leider van het God’s-volk, “de hoofdaanvoerder Michaël
van de Heer der HeerscharenJoshua 5: 14.
De grote Aartsengel Michael,
met een – getrokken zwaard – in de hand
Joshua 5: 13,  staat vóórop in de strijd tegen
de sterfelijke aanvaller van het volk van de Heer.
Joshua komt moedig naderbij en vraagt:
Bent u voor ons of tegen ons,
staat u aan de kant van onze tegenstanders?
Joshua 5: 13.

Николай Велимирович

Zoals de Heilige Nikolaj Velimirović, van 1920-1956 toezichthouder van Ohrid en Žiča ons eraan herinnert, dienen we “niet te vertrouwen. . . onze eigen mogelijkheden, maar op Hem die voor ons vecht” uit de ‘Proloog van Ochrid’.
                    De machten der Hemelen zijn vóór ons, in onze nabijheid geplaatst en altijd bij ons aanwezig – om vóór òns te strijden, voor zover ‘wij’ dàt willen.
Laten we, nèt als Jozua, de aanvoerders der Hemelse gewesten weten te respecteren en
voor altijd, zoals hij gedaan heeft, God’s Wil weten te zoeken Joshua 5: 14.

Laten we onze zintuigen reinigen zodat
we Christus kunnen aanschouwen als een bliksemschicht met
het ongenaakbare licht van de Wederopstanding terwijl we voor Hem
de hymne van de overwinning zingen
PaasCanon, 1e ode.

Apostichen Vespers 2e maandag na Pascha
tn.1.    Komt alle volkeren, gaat rond Sion,
omgeeft haar torens, treed er binnen;
geeft eer aan hem, die uit de dood is Opgestaan, want
Hij is onze God, Die ons verlost uit onze overtredingen
”.

         Ik hef mijn ogen tot u, Die in de Hemelen woont”

tn.1.    Ik ben veroordeeld door mijn slechte gedachten en werken, o Verlosser,
maar wend mijn geest tot bekering opdat ik tot
U, God mag roepen:
red mij goede Weldoener, en ontferm U over mij
”.

         Ontferm u onzer, Heer, ontferm U onzer;
red mij, goede Weldoener, en ontferm U over mij”.

tn.1.    Uw moedige belijdenis in de arena
heeft de macht van de demonen overwonnen en
de mensheid uit de dwaling bevrijd.
Bij uw sterven hebt U gelopen:
moge het offer van onze ziel
U aangenaam zijn, want
tot U Heer, ging ons verlangen uit; en daarom
hebben zij dit tijdelijk leven geringschat Menslievende
”.

         Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN”

Apolytikion
tn.2. 
  Uw navolgers, Heer, waren bijeengekomen na
Uw Opstanding en hadden de deuren gesloten.
Toen stond U in hun midden en schonk hun de Vrede.
Zelfs Thomas geloofde nadat hij Uw handen en Uw zijde had mogen aanschouwen
en hij beleed U als Heer en als God, Die hen die op U hopen verlost, Menslievende
”.

Apolytikion
tn.2. 
  Nadat de steen verzegeld was, o Christus God,
bent U, het Leven, opgegaan uit het Graf; en
bij gesloten deuren staat U temidden van Uw navolgers,
als de Opstanding van het heelal, om
door hen in ons de rechte geest te hernieuwen,
volgens Uw grote Barmhartigheid
”.

”  Wij, levend in deze tijd, zijn een schouwspel geworden voor
de wereld en voor engelen en de mensen [om ons heen].
Wij zijn dwazen om Christus’ Wil, maar gij zijt wijs in Christus;
wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt eervol, maar wij zijn veracht.
Tot op dit huidig uur hebben we allebei honger en dorst, en zijn we naakt, en worden we gehaast en hebben we geen vaste verblijfplaats;
En arbeiden, werkend met onze eigen handen:
we worden beschimpt, we zegenen; vervolgd worden we, lijden we eraan:
We worden belasterd, we smeken:
we zijn gemaakt als de vuiligheid van de wereld, en
zijn de verspilling van alle dingen tot op deze dag1Cor.4: 9-13.
”  God heeft [echter] de dwaze dingen van de wereld verkozen om
de wijzen beschaamd te maken,
wat voor de wereld zwak is,
heeft God uitverkoren om
wat sterk is te beschamen” conf. 1Cor.1: 27 en
Jij bent het zout van de aarde . . .
jij bent het licht van de wereld
” en
Christus heeft ons het eeuwige Leven geschonken,
wij aanbidden Zijn Verrijzenis op de derde dag”, want
Christus is Opgestaan”,
” Hij is waarlijk Opgestaan.