2e Zondag van Pasen – Thomaszondag, of Anti-Pascha

    Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen:
Vrede zij u!’.
       En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen:
Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
En Thomas [Hebr.= ‘Tweeling’], een der twaalven, genaamd Didymus [Hebr.= ‘tweevoudig’], was niet met hen, toen Jezus daar kwam.
       De andere discipelen dan zeiden tot hem:
Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
                               En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei:
Vrede zij u!’.
Daarna zei Hij tot Thomas:
                    Breng uw vinger hier en zie Mijn handen en breng uw hand en steek die in Mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig.
Thomas antwoordde en zei tot Hem:
    Mijn Heer en mijn God!
Jezus zei tot hem:
    Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.
Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven

Saint Thomas Cross Lamp

zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn NaamJohn.20: 19-31.

    En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk;
en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo [Hebr.=‘vol Vrede’].
Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog.
       En des te meer werden er toegevoegd, die de Heer geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.
       En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mee. En zij werden allen genezen.
       Maar de hogepriester stond op en allen, die met hem waren – de zogenaamde partij van de Sadduceeën – en zij werden vervuld met naijver, en zij sloegen de handen aan de apostelen en zetten hen in het huis van bewaring.
       Maar een Engel des Heren opende des nachts de deuren van de gevangenis en leidde hen naar buiten en zei:
         Gaat heen, gaat in de tempel staan en spreekt tot het volk al deze woorden des levens“ Hand.5: 12-20.

    Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld.
Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zal zeggen: ‘Het is Waarheid’.
       Gij zijt, luidt het Woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die Ik [uit-]verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn.
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; jullie toch zullen Mijn getuigen zijn, luidt het Woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren?
Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van Israël [de Kerk]:
Om uwentwil zend Ik iemand naar Babel [Hebr.=‘verwarring (door vermenging)’] en doe al de Chaldeeën [Hebr.= ‘kluitenbrekers’] als vluchtelingen afdalen naar
de schepen waarover zij jubelden“
Isaiah 43: 9-14.

Profeet Isaiah, van de hand van grootmeester schilder, ‘Raphaël‘, -It.

Hierboven staat uit de mond van Isaiah, die leefde van 750 tot  700 v.Chr.:
“ Wie onder jullie kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en
men het hore en zal zeggen:
‘Het is Waarheid’”.

Herinneren we de lessen van de afgelopen week nog,
de lessen van de Leven’s-schenkende Bron of
is de feestvreugde nu al weggestroomd, als
water naar de zee [gedragen].
Toch is iedere zondag opnieuw een Pascha en
is de feestvreugde er niet minder om:
de Kerk probeert jou niet-aflatend bij de les te houden.
Om uwentwil zend God iemand naar deze Babylonische wereld en doet Hij
al de Chaldeeën [de kluitenbrekers, die u van uw uitverkoren pad afleiden] als vluchtelingen afdalen naar de schepen waarover zij niet aflatend blijven jubelen [d.w.z op grootse wijze jouw aandacht trekken].
Ja, de wereld is sterk en blijft aan ons gelovigen trekken, maar waarachtig Geloof gaat niet verloren, al rapporteert het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek] nog zo hard [namens de grootmachten], dat de Kerk verdwijnt.

Hoe ervaren wij ‘betrokken’ kerkmensen dat?
Oftewel:
Thomas [Hebr.= ‘Tweeling’], een der twaalven, genaamd Didymus [Hebr.= ‘tweevoudig’],
Òf: wij laten de Kerk niet los, ‘wij
weten ons verlost van de onrust, die de wereld ons brengt – alleen, daarom wil je het Geloof al niet loslaten.
Wat is anders de zin van je bestaan – zand erover en je bent er niet meer?
Nemen we dáár ná àl díe ervaringen in
ons leven soms nog genoegen mee?
Als het goed is en je wilt overleven en het Hemels Koninkrijk wilt  bereiken
dan kàn het niet anders of je zet door, je zet je intensief en
met hebben en houden in om
datgene te behouden waarvoor je ‘het leven‘ hebt verkregen.
De H. Geest, verkregen bij de doop, laat je niet los,
laat je niet in je eentje voort dobberen, daar mag je op vertrouwen.
Want de oude Voorvader en Profeet Mozes zei het al:
    De mens, die de gerechtigheid naar de wet doet, zal daardoor leven.
Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus:
    Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; òf:
    Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen.
Maar wàt zegt zij?
    Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord  van het Geloof, dat wij prediken. Want indien u met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot Gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.
      Immers het schriftwoord zegt:
‘Al wie op Hem Zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen’
Rom.10: 5-11.

De twee rechtvaardigheden worden in Thomas tegenover elkaar gesteld,
– de rechtvaardiging die voortkomt uit de algemeen aanvaarde wetmatigheid, die van goddelijke navolgers volgzaamheid verwacht, terwijl
– de diepere laag van rechtvaardigheid, die uit Geloof voortkomt en
onherroepelijk Geloof verwacht.
Mozes bemiddelde in de eerste methode en Paulus verkondigde de tweede.
    Christus is daarentegen het einde van de wet, namelijk tot tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooftRom.10: 4.
De twee methoden voor het verwerven van rechtvaardigheid sluiten elkaar uit.
Rechtvaardigheid door het doen van werken van de wet is waarover Mozes sprak Rom.10: 5; maar de rechtvaardigheid die uit het geloof voortkomt spreekt anders Rom 10: 6-8.
Paulus maakt een evangelische toepassing Rom. 9-10 ; en
laat dan, door het gebruik van twee citaten,
de wereldwijde omvang zien Rom.10: 11-13.

het groene Hart, Licht & Leven

De Waarheid.
de Profeet Isaiah verkondigde het al:
            Gij zijt, luidt het Woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die
Ik [uit-]verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat
Ik dezelfde ben; vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn.
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser. Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en
ben geen vreemde onder u; jullie toch zullen Mijn getuigen zijn,
luidt het Woord des Heren, en Ik ben God
”.

Voor veel gelovigen is het een streven om God ‘lief’ te hebben, òf
om God de eerste plaats te geven.
Òf welke andere uitdrukking er ook aan wordt gegeven.
Het klinkt -‘óh zó’- mooi en wordt ook door christenen
vaak gewoon als zodanig geaccepteerd.
De vraag die je jezelf vervolgens mag stellen
hoe je dit nu eigenlijk zult dienen te doen?
Het klinkt mooi, maar het kan ook lekker váág blijven.
Toen de leerlingen aan onze Heer en Verlosser bij monde van Phillipus
dé cruciale vraag stelden:
  Heer, toon ons de Vader en het is ons genoegJohn.14: 8.
Heeft Christus hen een nogal ontnuchterend antwoord gegeven:
  Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent u Mij niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien;
hoe zegt jij dan: ‘Toon ons de Vader?’”.
Met dit antwoord maakt de kijk van Christus op God,
de kwestie van het Christelijk Geloof nogal wat anders.
God is concreter geworden:
het heeft ‘alles’ met onze Heer Jezus Christus als Zoon van de Vader te maken blijkbaar. Het lijkt zelfs op een hele nieuwe definitie van God en Geloof.
Toch is Zijn mededeling op een ander moment nu juist dat
Hij niet iets heel nieuws gaat brengen, maar
juist het oude betekenis geeft:

Thora en de Profeten

  Meent niet, dat ‘Ik’ gekomen ben om
de wet of de profeten te ontbinden;
Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen
Matth.5: 17.
Dit zijn beide interessante statements van onze Heer, ze laten twee kanten van [Didymus [Hebr.= ‘tweevoudig’] zien.
Enerzijds iets nieuws, anderzijds is het helemaal niet iets nieuws.
Ook op een ander moment refereert Jezus gewoon naar de oude geschriften,
zo van: nee hoor, ze zijn niet veranderd:
    Meester, wat is het grote gebod in de wet?
Hij zei tot hem:
‘ Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel 
en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod.
Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt de gehele wet en de profetenMatth.22: 36-40.

Hoe kàn je ‘God -‘hier en nu‘ – liefhebben’ bóven àlles?
Toch is het mij en anderen pas véél later opgevallen
wat Jezus -‘hier en nu’- eigenlijk precies zegt.
Alles wat God van de mens vraagt is samen te vatten in dit:
”   God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf“.
Maar, en dàt wordt wanneer je dáár diep op in gaat
gewoon een heel ingewikkelde vraag gevonden; namelijk:
hoe kàn je God liefhebben boven alles?
Heeft dat bijvoorbeeld te maken met veel bidden,
een stille tijd inbouwen, contemplatie, meditatie, geld geven,
actief zijn voor de kerk, deelnemen aan kerkelijke rituelen?
Als ik héél eerlijk ben, lijken me deze activiteiten
soms toch best een echt lijkend, maar niet bestaande bezigheid,
als je begrijpt wat ik hiermee bedoel.
Het is niet voor niets dat het eerste [God liefhebben boven alles] en
het tweede [je naaste als jezelf] uitwisselbaar zijn.
Ze worden achter elkaar genoemd, maar expliciet wordt genoemd dat
het tweede gelijk is aan het eerste.
Het is dus niet zo dat God liefhebben belangrijker is dan
het liefhebben van je naaste.
En die logica vind je vaker terug. Als je erop let is dat verrassend vaak.

Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat,
bevindt zich nog altijd in de duisternis.
Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, maar
wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. conf 1John.2: 9-11.

De vraag voor mij was hoe je God kunt liefhebben boven alles.
Nu kan je over God eindeloos filosoferen en theoretiseren.
Je kunt je helemaal verdrinken in religieuze activiteiten en innerlijke processen.

Maar als je je naaste ziet, dat wordt alles vaak erg concreet.
Je ziet je naaste en je kunt je naaste leuk vinden of niet.
Je leeft met je naaste samen, je komt je naaste tegen, je bent medemens.
Daar kan je ook heel erg over filosoferen en theoretiseren, maar
waarom ingewikkeld doen?
Indien je medemens hulp nodig heeft, dan is dat de naaste waar
jij medemens voor bent.
Heb lief, zoals je jezelf liefhebt.
O ja, onze Heer en Zaligmaker is nog wel wat radicaler als dàt hoor.
Voor de mensen die werkelijk ‘door dik en dun’ willen gaan:
    Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:
Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten.

‘ Heb uw vijanden lief, ja bidt voor hen ‘

Maar Ik zeg u: ‘Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat
jullie kinderen mogen zijn van uw Vader, die in de Hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en
laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen“ 
Matth.5: 43-45.
Hoe je God liefhebben kan hebben boven alles?
Nou, misschien is dat helemaal niet zo ingewikkeld.
Misschien heb je God lief boven alles door je naaste lief te hebben als jezelf.

Óh, en vóór je het vergeet: je naaste heb je ècht niet voor het uitkiezen.
Het kan zomaar iemand zijn waar je van nature mee omgaat, òf
juist iemand waar je een hekel aan hebt, die jou haat.
Maar ja, wie heeft er ooit beweerd dat
navolging van Christus voor ‘watjes was?
  Heer. Jezus Christus, Mijn Heer en mijn God!, sterker nog Zoon van God, ontferm u over mij, arme zondaar”.

    Mijn zoon, vergeet mijn onderwijzing niet en uw hart dient Mijn geboden te bewaren, want lengte van dagen, en jaren van leven, en Vrede zullen zij u vermeerderen.
      Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen.
     Vertrouw op de Heer met uw gehele hart en steun niet op uw eigen inzicht.
Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.
     Wees niet wijs in eigen ogen, vrees de Heer en wijk van het kwaad; het zal medicijn wezen voor uw vlees, en lafenis voor uw gebeente.
     Vereer de Heer met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten
Wijsheid 3: 1-9.

    Drink water uit uw eigen regenbak en welwater uit uw eigen bornput.
Moeten uw bronnen op straat overstromen, [uw] waterbeken op de pleinen?
       Zij moeten voor u alleen zijn, niet voor vreemden nevens u.
Uw bron zij gezegend, verheug u over de vrouw van uw jeugd:
Een liefelijke hinde, een bekoorlijke ree; laat haar boezem u te allen tijde vreugdedronken maken, wees bestendig verrukt over haar liefkozingen.
       Waarom zoudt gij dan, mijn zoon, afdwalen naar een vreemde, de boezem van een onbekende omarmen?
Want voor de ogen des Heren liggen ieders wegen open, Hij weegt al zijn gangen.
Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze, in de strikken zijner zonde raakt hij vast.
Hij sterft, omdat tucht hem ontbreekt, door zijn grote dwaasheid verdwaalt hij.
            Mijn kind, indien gij borg zijt geworden voor uw naaste, voor een vreemde uw handslag hebt gegeven; als gij verstrikt zijt door de woorden van uw mond, gevangen zijt door de woorden van uw mond; doe dan toch dit, mijn kind, en red u, want gij zijt in de greep van uw naaste gekomen: ga, klamp uw naaste aan en bestorm hem“ Wijsheid 5: 15-6: 3.

Apolytikion
tn.7.  ”   Nadat de steen verzegeld was, o Christus God,
zijt Gij, het Leven opgestaan uit het graf; en
bij gesloten deuren stond U temidden van Uw Leerlingen,
als de Opstanding van het heelal,
om door hen in ons de rechte geest te vernieuwen,
volgens Uw grote Barmhartigheid“.

Kondakion
tn.8. Met zijn nieuwsgierige hand, o Christus God,
mocht Thomas Uw leven-brengende Zijde betasten,
hoewel U binnengetreden waart [als zwevend] door gesloten deuren.
Daarom riep hij tot U, tezamen met de andere Apostelen:
U zijt mijn Heer en mijn God“.

Donderdag in de Lichte week, de 1e week na Pascha – opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben.

      En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; deze kwam in de nachts tot Hem en zei tot Hem:
        Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.
Jezus antwoordde en zei tot hem:
        Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt,
kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemus zei tot Hem:
        Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden
Jezus antwoordde:
        Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.
Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
        Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het Hemelse spreek?
        En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebbenJohn.3: 1-15.

    En Petrus antwoordde hun:
Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.
      En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.
Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.
      En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.
      En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen
Hand.2: 38-43.

‘Iets nieuws leren? Geen tijd!’

Hier volgt iets spectaculairs, iets nieuws en besef daarbij dat:
     Er is niets waar je na lang zoeken inzicht in hebt gekregen
    dat niet kan worden getoond, want
    ‘ware liefde’, dat – ‘deel je met anderen’
”.

Navolgers van Christus, dienaren van de Heer, blijken niet altijd ‘even gemotiveerd‘ om aan de slag te gaan met ‘ iets nieuws te leren‘ een opleiding of training.  Geen tijd, te druk, geen zin, geen geld; het zijn allemaal voorbeelden van obstakels die dienaren des Heren tegen kunnen komen als het om leren gaat. Wanneer zijn zij enthousiast en wanneer niet? En kun je als Kerk-organisatie jouw toegewezen navolgers stimuleren om iets nieuws te leren? Ja dat kan, bijvoorbeeld door hen te inspireren en mogelijkheden aan te bieden, te faciliteren. Er zijn uiteraard veel verschillende redenen waarom dienaren des Heren er soms toe besluiten [nog] niet door te leren. De gedachte dat een leven lang leren noodzakelijk is, maar ook leuk, is zeker nog geen gemeengoed.

In de lezing van Johannes spreekt onze Heer en Zaligmaker
vandaag over Hemelse aangelegenheden.

schematische weergave van onze doop in Christus; schematic representation of our baptism in Christ; تمثيل تخطيطي لمعموديتنا في المسيح.

Opnieuw geboren worden betekent natuurlijk niet dat je nog een keer uit je moeder geboren dient te worden, maar
het gaat hier om het geestelijk herboren worden.
Dat houdt in dat de Heilige Geest jou persoonlijk overtuigt van jouw nalatigheid ten opzichte van God en de mensen en dat dìt je juist uitnodigt tot onze Heer en Verlosser te gaan.
Het besef dat je maar een gebrekkig mens bent ten opzichte van God, hetgeen de Heilige Geest in je bewerkt is het begin van de wedergeboorte.
– “En als Hij [de Heilige Geest] komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel” John.16: 8.

Vanaf ‘dàt moment zal de Vernieuwing in je gehele leven doorwerken, naarmate
jij God’s Geest persoonlijk maar de ruimte geeft òm ‘Zijn werk’ te doen.
Je zou het kunnen vergelijken met het leven van een jong geboren mensje dat
aan het begin van zijn leven staat en nog vele dingen dient te leren alvorens
tot volkomen volwassenheid te komen.
Onze Heer en Verlosser antwoordde Nicodemus op z’n vraag:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt
uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan
” John.3: 5.

Doop in de Jordaan door Elena Cheraksova

         De nieuwe geboorte wordt bewerkt door water en Geest.
Water is een Mysterie van het Woord van God, het Doop-Mysterie dat
jou reinigt en schoonwast, je bekleed met Christus.
Daarnaast is de Geest van God er om je te wijzen dat jouw verkeerde gewoontes die je van het leven in God’s nabijheid verwijderen en
wat je daaraan dient te gaan doen. Daarbij zal Hij het nieuwe leven van Jezus meer en meer in jou uitwerken.
Iemand die opnieuw geboren is, kun je herkennen aan het feit dat
deze mens gelooft dat Jezus Christus, de Zoon van God is.
Die persoon leeft vanuit het Geloof en draagt van daaruit overvloedig vrucht.
Dat wil zeggen dat de uitwerking van het navolgen van Christus zichtbaar is in iemands leven.
Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft [ook] degene lief, die uit Hem geboren is.
            Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen God’s liefhebben, wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde van God, dat wij Zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons Geloof.
Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?
Dit is Hij, die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus, niet slechts met water [de doop], maar met het water en met het bloed [het Kruis].
En de Geest is het, Die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is
1John.5: 1-6.

de doop, bekleed worden met Christus

Samenvattend zou je kunnen zeggen, dat iemand die opnieuw geboren wordt, nieuw leven ontvangt door Jezus, wat betrekking heeft op zijn of haar gehele leven.
Maar is het nu zo dat iedereen die als navolger van Christus gedoopt is automatisch behouden is?
Behouden betekent hetzelfde als redden.
Onze Heer en Verlosser is gekomen om mensen te redden en niet om ze te veroordelen.
God heeft [immers] Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar van de ondergang te redden…” John.3: 17.
Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden…” 1Tim.1: 15.
In geheel de Blijde Boodschap wordt gesproken dat je
het eeuwige Leven ontvangt door het Geloof in Christus Jezus:
⁌           Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij
zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar
eeuwig leven zal hebben
” John.3: 16.
Niemand kan zichzelf verlossen of door goede werken voor God rechtvaardig staan.
⁌           Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en
dat is niet uit uzelf: het is een gave van God;
niet uit werken, opdat niemand zal roemen.
Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om
goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat
wij daarin zouden wandelen
Eph.2: 8-10.
Door het Geloof in wat onze Heer en Verlosser uit liefde voor de mensen
voor ons aan het Kruis heeft gedaan – d.w.z. ook voor jou persoonlijk en
door Wie Hij, als Zoon van God is, wordt de gebroken relatie
tussen God en jou hersteld.
Op het moment dat jij gelooft wat Onze Heer en Verlosser
voor jou heeft gedaan en dat aanvaardt, spreekt
God, de Vader jou vrij van schuld.
⁌           Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en
met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt,
zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot
gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.
Immers het schriftwoord zegt:
‘ Al wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek.
Immers, een en dezelfde is Heer over allen,
rijk voor allen, die Hem aanroepen; want:
al wie de Naam des Heren aanroept,
zal behouden worden’
” Rom.10: 9-13.
Voor degenen die in Jezus zijn, is er geen veroordeling meer en
toch geeft de Blijde Boodschap wèl de volgende waarschuwing.
Je kunt wel gered zijn, maar God vraagt ook synergie, d.w.z.
dat jij met Hem samenwerkt om tot betere resultaten in je leven te komen en
je dienovereenkomstig toewijdt in de Gehoorzaamheid aan Hem.
Waarachtig Geloof wordt gekend aan de uitwerking ervan:
⁌   Want elke boom wordt aan zijn eigen vrucht gekend. Want van dorens leest men geen vijgen, en van een braamstruik oogst men geen druif” Luc.6: 44.
⁌   Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het Geloof zonder werken   doodJac.2: 26.
⁌   Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft” 1John.2: 6.

De metten van deze donderdag in de Lichte week beginnen opnieuw met de lofpsalmen, waaronder:

tn.2.    Een Engel riep het
Verheug Utot de hoog-begenadigde,
reeds voor Gij ontvangen was, O Heer.
Evenzo wentelde een Engel de steen van Uw roemrijk graf bij Uw Opstanding.
Zo bracht de een, waar smart was het symbool van de vreugde; en waar eerst de dood had geheerst, mocht de ander verkondigen U de Leven-schenkende Meester.
Daarom roepen wij tot U: Weldoener van het heelal,
Heer, eer komt slechts U toe
”.

tn.5.    Ofschoon, Heer, de wettelozen het graf hadden verzegeld,
bent U uit de groeve getreden, zoals u geboren bent uit de Moeder God’s.
Uw on-lichamelijke Engelen verstonden niet hoe U het vlees hebt aangenomen; en
onzichtbaar bleef Uw Opstanding voor de soldaten, die U bewaakten.
Want beide Mysteries zijn door hun verhevenheid verzegeld voor
het onderzoek van een geschapen verstand.
Maar Uw wonderen zijn geopenbaard aan ons, die in Geloof het Mysterie aanbidden.
Schenk aan ons, die u loven daarvoor de vreugde en de grote Barmhartigheid
”.

tn.5.    Zoals U, Heer getreden zijt uit het verzegelde graf,
bent U ook bij Uw [ons] Leerlingen binnengegaan, ondanks de gesloten deuren,
om hun [ons] de wondertekenen te tonen van het Lichaam, dat
U hebt aangenomen, lankmoedige [= toegevende] Verlosser.
U hebt geleden als het zaad van David, maar
als Zoon van God bevrijdt U de wereld.
Groot is Uw Barmhartigheid,
onvatbare [=niet te begrijpen] Verlosser:
ontferm U over ons en red ons
”.

Bij: Heer, ik roep . . . vespers van deze donderdag in de Lichte week

tn.6.  Over de hel hebt U, Christus, de overwinning behaald, door
Uzelf te laten verheffen aan het Kruis, om hen die gezeten waren in
de schaduw van de dood met U te doen opstaan, daar
U geheel vrij bent onder de doden, vanuit de woonplaats van het Licht.
Al-Machtige Verlosser, ontferm U over ons
”.

tn.6.    Heden heeft Christus de dood vertreden, zoals Hij voorzegd had:
Hij is opgestaan, en heeft weer Vreugde aan de wereld geschonken.
Daarom zingen wij allen tezamen:
Bron van het Leven, ontoegankelijk Licht,
Al-Machtige Verlosser, ontferm U over ons
”.

tn.6.  “  Wij roemen Uw Kruis, o Christus, en
bezingen Uw Opstanding, want
U bent onze God, en
buiten U kennen wij geen ander
”.

tn.6.    Ere zij Uw Macht, o Heer, want
U hebt hem vernietigd, die
de heerschappij had over de dood:
door Uw Kruis hebt U ons vernieuwd; en
U schenkt ons Leven en onsterfelijkheid
”.

tn.6.    Altijd de Heer zegenend,
bezingen wij Zijn Opstanding; want
Hij heeft aan het Kruis geleden, en
door Zijn dood de dood vernietigd”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”,

tn.6.    Uw graf, Heer, heeft de boeien van de onderwereld verscheurd en gebroken; en
Uw Opstanding uit de doden heeft de gehele wereld verlicht:
Heer, eer aan U
”.

  Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen”.

tn.6.    Alheilige Maaagd, wie zou u niet zaligprijzen?
Wie zou uw rein baren niet bezingen?
Immers de Eengeboren Zoon, Die
buiten alle tijd uit de Vader is voortgekomen,
is uit u, Al-reine geboren.
Op onzegbare wijze is Hij vlees geworden:
hoewel Hij [geheel] God was,
is Hij [geheel] mens geworden omwille van ons.
Toch is Hij niet verdeeld in twee Personen, maar
in beide onvermengde naturen blijft Hij de ene Heer en God.
Smeek tot Hem, verheven Al-zalige, dat
Hij Zich over onze zielen zal ontfermen”.

  Ik wil U liefhebben, Heer mijn kracht; de Heer is mijn steun, mijn Toevlucht en mijn Bevrijder.
Mijn God, mijn Helper op Wie ik vertrouw, Hij is mijn Verdediger, de hoorn van mijn heil en mijn Beschermer.
Zingend wil ik de Heer aanroepen, dan zal ik verlost zijn van mijn vijanden.
Ik was omringd door smarten van de dood: stromen van onrecht bedreigden mij.
Helse smarten moest ik verduren, zij spanden dodelijke strikken tegen mij.
Maar in mijn beproeving riep ik om hulp tot de Heer; ik riep luid [met luide stem] tot mijn God.
Vanuit Zijn heilige Tempel hoorde Hij mijn stem; mijn geween voor Zijn aanschijn bereikte Zijn   oren.
Toen wankelde bevend de aarde, de grondvesten der bergen werden geschokt.
Zij beefden, omdat God tegen hen toornde [zijn kwaadheid uitte]; rook steeg op van Zijn gramschap.
Vuur vlamde op van Zijn aanschijn: een brandende vuurgloed ging van Hem uit.
Hij boog de hemelen neer om af te dalen; er was duisternis onder Zijn voeten.
Hij besteeg de Cherubijnen en vloog, Hij vloog op de vleugels van de wind.
Hij maakte duisternis tot Zijn schuilplaats; onweerswolken tot een tent om Zich heen.
Maar voor de stralende gloed van Zijn aangezicht barstten de wolken uiteen, met hagel en vlammend vuur.
De Heer deed het donderen uit de hemelen, de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken.
Hij schoot Zijn schichten af en verstrooide hen; talloze bliksems om hen te verwarren.
Toen werden zichtbaar de bronnen der wateren, de grondvesten der aarde werden blootgelegd.
     Om Uw verwijten, Heer; door de ademtocht van de storm van Uw toorn.
➻ Hij reikte vanuit den hoge en greep mij;
➻ Hij ontrukte mij aan de alles overstromende wateren.
➻ Hij bevrijdde mij uit de macht van mijn vijanden; van
hen die mij haatten en mij hadden overmeesterd.
Zij overrompelden mij op de dag van mijn beproeving, maar de Heer is mijn sterkte geworden.
➻ Hij leidde mij uit in vrije ruimte, Hij heeft mij verlost, omdat Hij mij liefheeft.
De Heer vergeldt mij volgens mijn gerechtigheid, Hij vergeldt mij volgens de reinheid van mijn handen.
Want ik heb de wegen des Heren gehouden, ik ben niet goddeloos afgeweken van mijn God. En al Zijn oordelen staan mij voor ogen, Zijn gerechtigheid houd ik niet verre  van mij.
➻ Met Hem zal ik onbevlekt zijn, ik zal mij hoeden voor mijn ongerechtigheid.
Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid, volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
♨︎ Met een heilige zult Gij U heilig tonen, en onschuldig met een schuldeloos mens.
♨︎ Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen, maar met een arglistige toont Gij Uw list.
Een nederig volk zult Gij verlossen, maar de ogen der trotsen vernedert Gij.
➽ Gij schenkt licht aan mijn lamp; Heer mijn God, verlicht mijn duisternis.
Door U wordt ik bevrijd uit het hol der rovers; met hulp van mijn God spring ik over een muur.
Mijn God, onbevlekt is zijn weg; de uitspraken des Heren zijn louter als vuur.
Hij beschermt allen die op Hem vertrouwen; want Wie is God buiten de Heer, Wie is God buiten onze God ?
De God die mijn sterkte omgordt, Die mijn weg onbevlekt heeft gemaakt.
Die mijn voeten maakt als die van een hert, Die mij vast doet staan op de toppen der bergen.
Die mijn hand onderricht voor de strijd, Die mijn armen staalt tot een boog.
U schenkt mij beschutting om mij te redden, Uw rechterhand heeft mij behouden.
Uw onderricht heeft mij voortdurend gesterkt, Uw lering zelf heeft mij onderwezen.
U maakt mijn schreden ruim onder mij, mijn voeten werden niet zwak.
Ik zal mijn vijanden achtervolgen en inhalen, ik keer niet terug voordat zij vernietigd zijn.
Ik zal hen neerslaan, zij houden geen stand; zij vallen onder mijn voeten.
U hebt mij met kracht omgord voor de strijd, en allen aan mij onderworpen die tegen mij opstaan.
U deed de vijand mij de rug toekeren; die mij haten hebt U vernietigd.
Zij riepen, maar er was niemand om hen te verlossen; zij riepen tot de Heer, maar Hij verhoorde hen niet.
Zo vermorzel ik hen tot stof voor de wind, ik zal hen vertreden als straatvuil.
U ontrukt mij aan de plannen der volkeren; U stelt mij aan tot het hoofd der heidenen.
Een volk, dat ik zelfs niet kende, heeft mij gediend; zodra zij mij hoorden, gehoorzaamden zij.
Zonen van vreemden huichelden voor mij: zij deden zich afgemat voor en wankelden op hun  voeten.
De Heer leeft, en gezegend zal mijn God zijn; hoogverheven is de God van mijn heil.
De God die mij wreekt en volkeren aan mij onderwerpt, Hij bevrijdt mij ook van mijn verbitterde vijanden.
U verheft mij boven hen die tegen mij opstonden; U hebt mij bevrijd van de onrechtvaardige  mens.
Daarom wil ik U belijden onder de volkeren, Heer; ik wil psalmzingen voor uw Naam.
Want Hij verheft het heil van Zijn koning; Hij doet barmhartigheid aan Zijn gezalfde, aan David, zijn zaad, tot in eeuwigheid
”.
Psalm 17[18] vert. ROK. ’s-Gravenhage

Prokimen
tn.7 
  Ik wil U liefhebben, Heer, mijn Kracht;
de Heer is mijn rots, mijn toevlucht en mijn Beschermer
”.

Apostich
tn.6.    Uw Verrijzenis, o Christus onze Heiland,
bezingen de Engelen in de Hemelen:
maak ook ons op aarde waardig om
U met een rein hart te verheerlijken
”.

Nogmaals:
”     Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en u neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat u gelooft, hoe zult u geloven, wanneer ‘Ik’ [Christus] u van het Hemelse spreek?” [uit bovenstaande Evangelielezing van Johannes].
òf:

Archimandriet Meletios, Russ. Orth. Kerk – H. Nicolaas, Amsterdam

”     Wij hebben afgelopen zondag samen de belangrijkste, de meest beslissende en meest leven’s -veranderende gebeurtenis in de menselijke geschiedenis gevierd. Na weken van voorbereiding hebben wij nieuw leven van Christus ervaren, en een nieuw leven in Christus, niet alleen voor onszelf, maar voor de gehele schepping.
Er dreigt altijd een gevaar dat wanneer dit punt bereikt is, dat we gewoon weglopen . . . . . alsof wanneer je het nieuwe leven in Christus aanvaard hebt, dat het dan wel genoeg is [dat het wel ‘welletjes’ is geweest].
Wat betekent dat nu precies?
Dat kan ieder voor zich slechts zelf beantwoorden, op persoonlijk basis.
Dat wil zeggen:
Wat betekent dit – “leven zonder angst voor de dood” – exact voor jou?
Wat dient er onderzocht te worden?
Wat dient er in jouw leven te worden veranderd?
De Kerk zal ons helpen, ons zoveel als het in haar vermogen ligt bijstaan,
in het bijzonder in de Evangelie-lezingen van aankomende weken.
Maar . . ., desalniettemin [maar, toch],
zullen ‘wij’, als navolgers van Christus het werk dienen te doen.
Hoe verandert God’s roepen jou, of zou de Opstanding van Christus . . .
jouw leven dienen te veranderen?“.
Uit: bulletin nr. 12, 29-4-2019, ROK. Amsterdam.