Maandag in de Lichte week, van de vernieuwing – niemand heeft God ooit gezien, ik Johannes Profeet en Voorloper, de Doper ben de Christus niet

De Verloren Zoon, ets van Jan Luyken [1649-1712]

    Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan de boezem van de Vader is, Die  heeft Hem doen kennen.
           En dit was het getuigenis [over Hem] van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?                  En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: ‘Ik ben de Christus niet’.
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zei: ‘Ik ben het niet’. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: ‘Neen’.
Zij zeiden dan tot hem: ‘ Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf?
            Hij zei:
Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de P
rofeet Isaiah gesproken heeft’.
En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem:
            ‘ Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
Johannes antwoordde hun en zei:
            Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, Hij, Die ná mij komt, Wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.
Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopteJohn.1: 18-28.

    Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een Sabbath’s-reis daar vandaan.
En toen zij in de stad gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes en Jaäcobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheüs, Jaäcobus, de zoon van Alpheüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jaäcobus.
       Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
En in die dagen stond  Petrus [door de H. Geest gedreven] op onder de broeders
– en er was een groep van ongeveer honderd twintig personen bijeen – en hij sprak:
           Mannen broeders, het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de Heilige Geest voorheen bij monde van David gesproken heeft aangaande Judas die de gids is geweest van hen, die Jezus gevangen namen; want hij werd tot ons getal gerekend en had aandeel aan deze bediening gekregen.
     Er moet dan van de mannen, die zich bij ons hebben aangesloten in al de tijd, dat de Heer Jezus bij ons in – en uitgegaan is, te beginnen met de doop van Johannes tot de dag, dat Hij van ons werd opgenomen, een van hen met ons getuige worden van Zijn Opstanding.
     En zij stelden er twee voor: Jozef [Hebr.= ‘de Heer heeft toegevoegd’], genaamd Barsabbas [Hebr.= ‘zoon van Sabbas’], die de bijnaam Justus [Hebr.= ‘ de Heer is rechtvaardig, geeft redding’] had, en Matthias [Hebr.= ‘geschenk van God’].
     En zij baden en zeiden: Wijs Gij, Heer, die aller harten kent, die ene aan, die Gij van deze twee hebt uitgekozen, om de plaats van deze dienst en dit apostelschap in te nemen, waarvan Judas vervallen is om naar zijn eigen plaats te gaan.
     En zij lieten hen loten en het lot viel op Matthias en hij werd gekozen verklaard bij de elf apostelenHand.1: 12-17; 21-26.

uit: ‘Heer ik roep – 2e vespers aan de voor-avond van deze maandag:
tn.2.  ”    Hem Die vóór alle eeuwen door de Vader is voortgebracht,
God het Woord, dat vlees heeft aangenomen uit de Maagd Maria,
komt laat ons Hem aanbidden; want
ná Zijn Kruisdood werd Hij begraven, zoals Hij gewild had.
En opgestaan uit de doden, verloste Hij mij, de verloren mens“.

We gaan vandaag over in een vervolg op Pascha, een hoogtepunt in onze wedloop, pelgrimstocht, naar het Hemels Koninkrijk in onze tijd, welke wij het Pentecostarion noemen, een nieuwe fase:

Rusten aan het hart van de Vader‘ [russ. icoon]; ‘ Rest at the heart of the Father‘ [russian icon].

Niemand onder ons mensen heeft God ooit gezien, ook Johannes niet, die stelde “ik ben de Christus niet” [m.a.w. ‘Ik zal niet veroordelen, het oordeel is aan God, de Zoon‘] – maar midden in/onder u mensen staat Hij, Die u niet kent !!!
⁌    – òf het het -‘hier en nu’- is
⁌    – òf in de periode dat de Zoon van God, Die Zich onder de mensen bevond,         ⁌      – slechts Hij, Die aan de boezem/het hart van de Vader is,
⁌    – is Hij, Die Hem [de Vader] door de Heilige Geest heeft doen kennen.
Hoe heeft Christus Zijn Vader immers aan ons getoond
⁌     – ‘juist’ in Zijn Blijde Boodschap, in Zijn Pedagogie en
⁌     – Hij heeft ons Zijn Pedagogie voorgeleefd.
Toen de resterende apostelen naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg terugkeerden, die dicht bij het -‘gisteren nog zo bezongen’- Jeruzalem is,
een Sabbath’s-reis daar vandaan, beseften zij dat zij niet meer compleet waren.
Het getal ‘tien’ is immers de som van drie en zeven, beide bijzondere getallen in de Bijbel. Het getal tien staat voor veelheid, compleetheid en perfectie.
Het getal twaalf speelt eveneens een grote rol in het oude en nieuwe testament; ook in dit getal wordt vaak aangegeven dat het gaat om iets dat compleet is. Soms wordt aangegeven omdat je twaalf krijgt als je 3 en 4 met elkaar vermenigvuldig. En ook die twee getallen zijn weer heel bijzonder in de Pedagogie van de Blijde Boodschap.
Wanneer je naar de bijbelse historische geschiedenis kijkt
zie je dat twaalf inderdaad iets laat zien dat compleet is en
vergeet niet dat Christus bij de uit- wegzending van de apostelen
opdracht gaf twee aan twee erop uit te trekken [een door twee deelbaar aantal apostelen]. Op cruciale momenten ontstaat er bij het ontbreken van één doorslaggevende persoon een duidelijke leemte in slagvaardigheid – een rancune in kennis en vaardigheid; dit werd reeds in den beginne onderkent en daartoe besloot men [door de Heilige Geest ingegeven] de leemte op te vullen, een wijziging aan te brengen.
Zie hoe [politiek-] correct het in handelingen door Lucas wordt geformuleerd:
    het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de Heilige Geest voorheen bij monde van David gesproken heeft aangaande Judas, die de gids is geweest van hen, die Jezus gevangen namen; want hij werd tot ons getal gerekend en had aandeel aan deze bediening gekregen”.
•  Weet wel wij mensen moge; Judas niet veroordelen:
⁌    hij kreeg spijt, smeet de zilverlingen naar het hoofd van het Sanhedrin, het rechtscollege in een adem genoemd met de schriftgeleerden en de Farizeeën
⁌    hij werd tot het getal van de Apostelen gerekend en had aandeel aan hun bediening gekregen, had op zijn manier zijn strepen verdiend.
⁌    hij moest vanwege onvoldoende standvastigheid en het ontbreken van kwaliteit het veld ruimen.

  • Jezus Christus, de uiteindelijke Rechter, over de mens

    en ondanks Judas’ droevig einde, ingegeven door de macht van de tegenstrever, mogen ‘wij’ christenen ‘niet’ oordelen; opdat ook wij zoals Christus ons leert onze schuldenaren dienen te vergeven.
    Wat er in ons leven ook plaatsvindt, blijf ten alle tijd in gebed voor de zieken en daar behoren zelfs jouw grootste vijanden toe opdat wij zelf niet veroordeeld zullen worden.
    Er is er maar Één, Die oordeelt en dat is Hij Die gezeten is op de Troon van Zijn Vader.

Om terug te komen op de keuze tot het invullen van het hiaat, het lot viel op Matthias.
Matthias is een naam van Griekse komaf, die net als naam’s-variant Mattheüs is afgeleid van de Bijbelse naam Mattathias [die leefde tot 165 v.Chr.], die weer is afgeleid van de Hebreeuwse de naam Mattitjah(u) “geschenk van God”. Bedenk in alles wat ons overkomt – dat God, de leidende hand heeft in bepaalde processen en dat de mens uiteindelijk z’n hoofd zal dien te buigen.

En het verlengde ligt de halsstarrige afwijzing door Israël, de Hebreeën van Christus:
We kunnen daarbij terugkijken op hetgeen in de lezing van Profeet Zacharias
in het eerste uur van afgelopen Grote en Heilige Vrijdag werd gesteld:
En zij vestigden mijn loon op dertig zilver-stukkenZach.11: 12.
Oftewel: ‘Wat ben Ik, jullie Zoon van God’ jullie waard?’.
Wij jubelen sinds gisteren, ‘ de magistrale stralende dag‘ in de schittering van Pascha, want God heeft in Zijn Genade Zijn aangezicht op ons gericht :
Glans [op uw gezecht], laat uw verkregen Licht schijnen, o Nieuw Jeruzalem, want de Heerlijkheid van de Heer is Opgestaan”.
Waarom lezen we dàn vandaag de afwijzing door Israël van haar Herder?
Vervuld in het stralende Paas-Licht, lezen we deze verzen van vorige week vrijdag opnieuw
‘wij’ die allen verenigd zijn met Christus:
De God nu van de Vrede, Die onze Heer Jezus, ‘de grote herder van de schapen’door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, zal u in alle goed bevestigen, om ‘Zijn Wil te doen’, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehaaglijk is door Jezus Christus. Hem zij de Heerlijkheid in alle eeuwigheid AmenHebr.13: 20,21.
Daar wordt opnieuw een appèl gedaan op onze dove-mansoren:
    Één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader, AMEN” uit de Goddelike Liturgie.
Rijk òf arm, machtig òf ondergeschikt, God weet wèl wàt goed is voor Zijn kinderen en leidt ons  door het lijden heen, door het Kruis te [ver-]dragen, in de goede richting.
En daarom kom je telkenmale de plaatsnaam Bethanië [Hebr.= ‘huis van dadels of huis van ellende’] tegen, ook vandaag in de lezing over Johannes de Doper.

Zeshonderd jaar vóór de grote ommezwaai/ markant middelpunt, kloof in de geschiedenis van de mensheid, verleende de Heer een inzicht aan de Profeet Zacharia [Hebr.= ‘de Heer herinnert Zich’] om Zijn volk te waar-schuwen dat er een tijd zou komen dat:
    Men in benauwdheid door de zee trekken, en in de zee de golven slaan; en alle diepten van de Nijl zullen uitdrogen. Zo zal de trots van Assur neerstorten, en de scepter van Egypte zal verdwijnenZach.10: 11.
Toch zou de meerderheid van het oude Israël
de ware Herder, de ware Verlosser afwijzen.
Als gevolg hiervan zouden de Kanaänieten onder het Nieuwe Verbond overheersen over het Volk van God Volk. Kanaänieten is de naam van de vroegere inwoners van het land Israël, Feniciërs, dat wil zeggen de heidenen.
De herder die Zijn volk leidde in de oudheid, ‘wierp‘ Zijn staf, Zijn steun en toeverlaat als oud-vuil weggegooid,
Israël gooide God overboord – ‘verbreekt [Mijn] Verbond dat Ik, uw God, met alle mensen sloot‘ en luidt een tijd in – van ‘verlating’, van ‘eenzaam ronddolen’:
  Ja, Ik zal hen terugbrengen uit het land Egypte, en hen uit Assur vergaderen; Ik zal hen brengen naar het land Gilead [Herbr.= [‘getuigen-hoop‘] en de Libanon [Hebr.=’witheid‘]; doch dit zal voor hen ‘niet‘ toereikend zijn“ Zach.10: 10.

Terwijl wij ‘vol van Vreugde’ de triomfantelijke Opstanding van onze Heer en Heiland, Jezus Christus, vieren, mogen we niet vergeten te rouwen om wat er in het oude Israël gebeurde. God heeft veel wonderen verricht onder onze voorgangers, die vroegere mensen van God’s Oude Verbond !!!
Zie daarin hoeveel Hij net als van ons, ‘van hen‘ hield, Hij trekt immers met zondaars op!
Toch verachtten de overpriesters en ouderlingen Hem en het Koninkrijk dat Hij – naast aan hen – aan alle volkeren van de wereld aanbood.
Hij bood ook aan hen ‘het Leven‘ aan, op zoek naar hun ware aanbidding, net zoals Hij het aan ons aanbiedt. Bedenk wèl, datgene wàt je vergelijkt is Genade, een gave om niets, van God, de Vader.
Wij hebben niets, maar dàn óók ‘niets‘ aan onszelf te danken.

We dienen daarom nooit toe te staan ​​dat de rampspoed die hen overkomt
onze harten verlaat totdat ze hersteld zijn, zoals Paulus duidelijk belooft:
    Let dan op de goedertierenheid [=Genadegaven, met veel medeleven] van God en Zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid van God, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.
Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weer geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw [op de wijnstok of olijfboom] te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden. Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël [ook over de Kerk!] gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal geheel Israël [ook dat gevallen deel van de Kerk]  behouden worden, gelijk geschreven staat:
‘De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jaäcob afwenden
Rom.11: 22-26.

Het kan dan ook niet anders of we dienen te teksten van het Oude Testament te blijven onderzoeken, zoals we vandaag de teksten van Zacharias uitdiepen;
Ze spreken profetisch een moment van oordeel uit en daarbij dient te worden aangetekend, dat oordelen ‘absoluut geen veroordeling’ inhoudt; er is slechts sprake van een afweging van kwaliteit ten opzicht van geschikt en on-geschikt in de functie als dienaar of slaaf en dat houdt een afweging in [goed of minder goed/ ronduit slecht].
Het is profetisch een moment van oordeel uit de mond van een Profeet door God, de Heer der Heerscharen:
    Toen heb ik Mijn staf [Mijn steun en toeverlaat aan hen], Mijn Lieflijkheid aan hen genomen en die verbroken, tenietdoende Mijn Verbond, dat ik met alle volkeren gesloten had. Dus werd het te dien dage verbroken; zó hebben de ellendigste onder de schapen, die op mij letten, bemerkt, dat dit een woord des Heren was en is, ook in onze dagen. En ik heb tot hen gezegd: Indien het goed is in uw ogen, geeft mijn loon, maar indien niet, laat het. Toen wogen zij Mijn loon af: ‘dertig zilverstukken’“ Zach.11: 10-12.

God verwijdert Zijn bedekking [Zijn toerusting] over Zijn oude Volk,
werpt een herder op tegen het land“, een heerser die niet “de verstrooide zal zoeken, noch de gewonden zal genezen, zelfs niet de gezonde zal leiden. Maar in plaats daarvan . . . verslinden. . . de keuzemogelijkheden“ –
    Want zie, Ik stel een Herder in het land: naar wat verdelgd dreigt te worden, zal Hij niet omzien; het verstrooide zal hij niet opzoeken, het gewonde zal Hij niet trachten te helen, het uitgeputte zal Hij niet verzorgen; maar het vlees van de vette beesten [= varkens] zal Hij eten, en hun hoeven zal Hij afrukkenZach.11: 16.

Op Grote en Heilige Vrijdag werd het Oude Verbond verbroken.
Toch bleven er te midden van Israël een paar getrouwen achter, rond welke de heidense Kanaänieten zich snel verzamelden
– want zij ontdekten “ dat dit een woord des Heren was/is”  Zach.11: 11.
Zij kozen ervoor om getrouw met Hem te staan, verder de pelgrimstocht van het leven aan te gaan:
    En bij het [Groot en Heilig] Kruis van Jezus stonden Zijn moeder en de zuster van Zijn moeder, Maria van Cleophas en Maria van Magdala. Toen dan Jezus Zijn moeder zag en de discipel, die 
Hij liefhad, bij haar staande, zei Hij tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.
Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder.
En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis. Hierna zei Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden
“ ​​John.19: 25- 28.
Let op de ironie in de tijd:
de meeste gelovigen van het oude Israël zagen hun goede herder als slechts een gewone slaaf/dienaar.
De Mozaïsche wet vereist dat als de stier van een man “een mannelijke of vrouwelijke slaaf sterft, hij hun heer dertig sikkelen zilver zal betalenExodus 21: 32.  [Bedenk het gaat over toendertijd èn het -‘hier en het nu’-]
Een slaaf is precies dertig zilverstukken waard!
Door middel van Zijn profeet Zacharias laat de Heer ons de implicaties van Zijn verraad beschouwen: “Zij stelden mijn loon vast op dertig zilverlingen” Zach.11: 12. Aldus betaalde het oude Israël de Heer eeuwenlang terug van liefde, bevrijding en zorg!

➽      Zie de betekenis van “Mijn loon” niet over het hoofd in:
    Maar de Heer zei tot mij:
    Werp dat de pottenbakker toe; een heerlijke prijs waarop Ik hunnerzijds geschat ben! En ik heb de dertig zilverstukken genomen en die in het huis des Heren de pottenbakker toegeworpen
Zach.11: 13.
In het visioen van Zacharia roept God hem hier [ toen, zowel als in het -‘hier en nu’-] zojuist op om die dertig zilverstukken “in de smeltoven te laten vallen en te kijken of het bewezen is“.
Op de vreselijke dag van het verraad van Christus viel het werpen van het zilver in de smelter van oordeel voor de goddeloze verrader Judas:
    Toen kreeg Judas, die Hem verraden had, berouw, daar hij zag, dat Hij ver[- be]oordeeld was, en hij bracht de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug, en hij sprak:
‘ Ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden!’
[hij toonde dus berouw, had spijt]
Maar zij [het Sanhedrin, de menselijke rechtbank] zeiden:
‘Wat gaat ons dit aan?. Gij moet zelf maar zien wat ervan komt!’
[ze lieten hem in de steek]. 
En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich;
daarop ging hij heen en
[in totale wanhoop, vereenzaming zonder God] verhing hij zich” Matth. 27: 3-5.

Hoe zit het met ons? Navolgers van Christus, bepalen we ooit een prijs
op onze relatie met de Leven-schenker
– stellen we ook een limiet,  onderhandelen
we misschien zelfs over een mislukte overeenkomst?
Laten wij de volle prijs betalen die Hij vraagt ​​en alles
wat we doen aan de onschatbare Redder begaan ?!?
♨︎✥♨︎    Lees:
zetten wij ons inderdaad met hart en ziel in voor het voortbestaan van onze geheiligde gemeenschap – iedere keer opnieuw, wanneer wij ons inzetten tot samenkomen?
Òf onderhandelen we alleen maar, vinden wij het wel best en profiteren we van de inzet van enkelen.
Òf onderhandelen we over de prijs van de Kerkbijdrage en geven als we af-en-toe eens opdagen, een fooi [spelen het spel voor de buitenwereld mee]
⁌   in het bewustzijn dat het openhouden van het telefoonlijntje naar God bij onze telefoonmaatschappij al op z’n minst 30 Euri per maand kost?
⁌   zijn we ons bewust, dat we alleen maar tekenen voor de bijdrage aan de Parochie van 30 euri en laten de realisatie van de [automatische] overschrijving van dit bedrag aan de penningmeester gewoon maar zitten?

“    Hoe Goddelijk beminlijk, hoe aller-zoetst is Uw stem,
want U [God] hebt ons verzekerd, dat U [als herder] mèt ons zult zijn,
[en wel] tot aan het einde van de eeuwen der eeuwen, o Christus.
Gelovigen, ‘navolgers van Christus’, dìt hebben wij als anker van hoop en
daarom verheugen wij ons
”, maakt het totaal niet uit wat
het ons aan inzet [lijden] of geld kost.

➽ ➥ ➙ Daarom dienen wij de navolgers van Christus te onderwijzen,
systematisch catechese-lessen te geven aan zowel jong als oud,
opdat zij niet in hun onnozelheid een spel blijven spelen,
slechts voor de buitenwereld deelname aan
de Kerkelijke aangelegenheden vertonen,
want dàn zijn we zoals de Profeten het reeds aangaven
niet meer of minder dàn het zelfde Volk van het Oude Verbond:
”     Mannen broeders, het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de Heilige Geest voorheen bij monde van David gesproken heeft aangaande [het verraad in]  Judas die de gids is geweest van hen, die Jezus gevangen namen; want hij werd tot ons getal gerekend en had aandeel aan deze bediening gekregen“.

  Christus is Opgestaan/Verrezen” – “Hij is werkelijk Opgestaan/Verrezen”,
en Hij heeft ons ‘het eeuwige Leven’ geschonken.
Wij aanbidden ‘Zijn Verrijzenis, Zijn Opstanding’ op de derde dag.
Zo is Christus, onze Herder, een anker op de levenszee, een overtuigd Geloof met de Hoop als basis.