Pascha 2019 – het Mysterie van de Opstanding

    Laat na de Sabbath, tegen het aanbreken van de eerste dag van de week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien.
      En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel des Heren daalde uit de hemelen neer en kwam naderbij, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop. Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
      En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden.
Doch de engel antwoordde en zei tot de vrouwen:
⁌   Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde.
⁌   Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft.
⁌   En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden.
⁌   En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd.
➙      En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn discipelen te berichten.
En zie, Jezus kwam haar [de twee vrouwen] tegemoet en zei: ‘Weest gegroet’.
Zij naderden Hem en grepen Zijn voeten en zij aanbaden Hem.
Toen zei Jezus tot haar: ‘Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien’.
Toen zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad om de overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: ‘Zegt, Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij buiten moeite blijft.
En zij namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe.
En de elf discipelen vertrokken naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had.
En toen zij Hem zagen, aanbaden zij, maar sommigen twijfelden.
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende:
  Mij is gegeven alle Macht in de Hemelen en op de aarde. Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en
  leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
  En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 1-20

het Mysterie van de Doop

    Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de Majesteit van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van het leven zouden wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn [met 
hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mee-gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de zonde Zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven van de zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
       Indien wij dan mèt Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heer-schappij meer over Hem.
Want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
     Zo moet het ook voor u vaststaan, dat u wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus JezusRom.6: 3-11.

In de lezingen rond het Mysterie van de Opstanding
hebben we deze week de Profetie van Ezechiël gelezen:

Menselijke beenderen in afwachting van de Opstanding

    De hand des Heren kwam op mij, en
de Heer voerde mij in de geest naar buiten en zette mij neer in een dal; dat was vol beenderen.
       Hij deed mij daar aan alle kanten omheen lopen en zie, zij lagen in grote menigte door het dal verspreid, en zie, zij waren zeer dor.
       En Hij zei tot mij:
Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?
En ik zei: Heer der Heerscharen, Gij weet het.
       Toen zei Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen en zeg tot hen: gij dorre beenderen, hoort het Woord des Heren.
       Zo spreekt de Heer der Heerscharen tot deze beenderen:
      Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten, dat Ik de Heer ben.
      Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden;
      Ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen.
Daarop zei de Heer der Heerscharen tot mij:
      Profeteer tot de geest, profeteer, mensenkind, en zeg tot de geest: zo zegt de Heer der Heerscharen: kom van de vier windstreken, o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven.
      Toen profeteerde ik, zoals Hij mij bevolen had; en de geest kwam in hen en zij herleefden en  op hun voeten staan, een geweldig groot leger.
Voorts zei de Heer der Heerscharen tot mij:
      Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis van Israël [de Kerk]. Zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan. 
Daarom profeteer en zeg tot hen:
Zo zegt de Heer der Heerscharen:
            zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn Volk, en u brengen 
naar het land van Israël [het beloofde land]. En gij zult weten, dat Ik de Heer der Heerscharen ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o Mijn Volk.
Ik zal mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de Heer der Heerscharen ben, het gesproken en gedaan heb, luidt het Woord des Heren” Ezech.37: 1-14.

Tijdens ons leven komt de dood herhaaldelijk voor.
Een klein kind verliest zijn favoriete knuffel en vraagt ​​klaaglijk: “Waar is Knuffel?
Zijn ouders weten het niet en lijken het niet erg te vinden.
Het kind verdenkt zelfs zijn ouders ervan het speelgoed te nemen en weg te gooien. Hij dwaalt overal, zoekt, maar vindt zijn kleine harige metgezel nooit meer. Wanneer hij zich realiseert dat het weg is, sterft een deel van hem.
           Naarmate we ouder worden, wordt er veel voor ons verspild.
Vriendschappen en huwelijken sterven, de hoop en het Geloof met hoop als basis, kortom innerlijke gezichten sterven.
De dood leert ons bij elke kwinkslag, op cruciale momenten, waarbij de grond onder de voeten dreigt te verdwijnen, de dood is een richtingaanwijzer.
Naarmate onze krachten en capaciteiten beginnen af te nemen,
kàn het niet anders of we lezen elke dag de overlijdensberichten en
we lezen en herlezen ze, nemen vervolgens opnieuw afscheid
tot onze eigen naam staat vermeld.
Wij kunnen zelfs zo vèr gaan dat we onze leeftijd kunnen aflezen aan
degenen die reeds gestorven zijn.

RO- priester, theoloog, historicus en voorstander Oecumene.

Vader Georges Florovsky [1893-1979] biedt de volgende opmerkelijke afwijzing aan:
De menselijke dood behoorde niet tot de goddelijke scheppingsorde;
voor Heer der Heerscharen, onze boetseerder [uit het stof der aarde] was
het helemaal niet de bedoeling òf natuurlijk dat de mens zou sterven
De dood is helemaal niet in overeenstemming met de Wil van God;
het is . . . . . ‘hemel’s-vreemd’.
De dood is een vijand in onze leven’s-strijd,
in de competitie, die de mens is aangegaan met de tegenstrever,
een verbintenis met de duivel is immers een verbintenis tot de dood [er op volgt].
Wij worden er door Florovsky aan herinnerd dat de dood: “het gevolg is, het volgende tot gevolg heeft, de beloning is van de zondeRom.6: 23.
Deze Orthodoxe Theoloog verwerpt standvastig iedere gedachte/bewering dat de zonde /de dood is als:
als een bevrijding van een onsterfelijke ziel uit de gebondenheid van het lichaam”.
               Hij gaat tegen het wereldbeeld van de Schrift in, hij doet voor ons een boekje open naar een tijd waarin de gebruikelijke en geaccepteerde manier van doen of denken over iets volledig verandert.
Het geeft de absoluut grote Waarheid weer:
“de dood is geen toegang tot [vermeende] vrijheid, het is een catastrofe”
Ongehoorzaamheid aan God’s geboden veroorzaakt chaos [‘Tohu va-vohu’].
Door ons in de vallei van droge botten te brengen, plaatst God ons voor een Mysterie: “Kunnen deze botten leven?“.
Dood ongeneeslijke ziekten , Alzheimer, hartaanvallen, tsunami’s,
zelfmoordterroristen [in uiteenlopende gebedshuizen], aardbevingen en de
graven rond onze oorlogsmonumenten kunnen ons ertoe brengen te antwoorden: “Het lijkt mij onwaarschijnlijk!”.
Maar Ezechiël antwoordt hierop niet op deze manier: ” Hij verdedigt het Heilige, het Sterkte en de Onsterflijkheid van God, de Goddelijke Macht, Zijn Genadegaven en Zijn oneindig/grenzeloze Goddelijke Liefde voor de mensen.
♨︎♨︎    O, Heer der Heerscharen, Gij weet het“.
Ja, de dood tart het beeld van God in ons.
We roepen: “Hoe zit het met de dood, o Heer?“.
Is dit het einde – een stapel verweerde botten in de vallei van de hades?

Profeet Ezechiël

Het woord van de Heer aan Ezechiël doet op ons een appèl, eist onze aandacht op. En vervolgens zegt de Heer der Heerscharen:
    Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten, dat
‘Ik de Heer der Heerscharen ben’
”;
– de Koning der koningen, al vieren jullie ieder jaar een koningsdag,
Ik ben, Die ben, Die is en zal zijn“; Ik heb het hier voor het zeggen in jullie leven,
daar kom je onmogelijk onder uit.
Op dezelfde wijze hield onze Heer en Verlosser, Zoon van God Zich aan Zijn Belofte en verkondigde dat “zij Hem [nog zo] konden geselen en doden: Hij zou op de derde dag weer opstaan/verrijzen​​“ Luc,18: 33.
Christus is opgestaan ​​uit de dood en is de eersteling onder
de Vruchten geworden van hen die in slaap zijn gevallen. . . .
Evenzo zullen in Christus allen weer opnieuw levend gemaakt worden

1Cor.15: 20,22.
Ezechiël onthult onze pelgrim’s- weg;
de Opstanding des Heren is nog maar het begin”;
en er zullen er nog vele moeilijkheden volgen!!!

    En Jaäcob ontbood zijn zonen en zei:
Komt bijeen, opdat ik u bekend zal maken, wat
u in toekomende dagen overkomen zal.
      Verzamelt u en luistert, jullie zonen van Jaäcob,
luistert naar Israël, uw vader.
Juda, u zullen uw broeders loven,
uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden,
voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen.
Een leeuwenwelp is Juda;
nà de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon;
hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of
als een leeuwin; wie durft hem opjagen?
De Scepter zal van Juda niet wijken, noch
de Heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en
Hem zullen de volkeren gehoorzaam zijn.
Hij zal Zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong van zijn ezelin aan de wingerd;
Hij zal Zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk
Gen. 49: 1,2- 8-12.

Laat het nòg maar een keer op je inwerken:
De Scepter zal van Juda niet wijken, noch
een wetgever uit zijn lendenen, totdat Silo komt en
tot Hem zal de Verwachting van de natiën zijn“.
Deze passage, is tevens, één van de drie lezingen in de Vespers op Palmzondag, en biedt een visioen van onze Heer Jezus Christus onze Verlosser, als
de beloofde heerser van het Volk van God en
♥︎♥︎  Liefdevolle genadegave van ” de verwachting van de naties“.
Het is dus een waardig vertrekpunt om te mediteren over
onze zegevierende opgestane Heer, Jezus Christus,
de Koning der Glorie en overwinnaar van de dood.
Door de dood,  door de dood te vertreden, te vertrappen, heeft
onze Heer en Zaligmaker al ontzettend veel van de woorden van
deze Profetie van Jaäcob/Israël, die vocht met de engel uit de Profetie van Genesis vervuld, want:
• “Hij bukte zich en sliep als een leeuw en een welp; en wie zal hem opwekken?“.
De apostel Paulus reageert hierop:
• “En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en
is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
➻ Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en
Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat
in de Naam van Jezus, onze Heer, zich
alle knie zou buigen van hen, die in de hemelen en
die op de aarde en die onder de aarde zijn, 
en
alle tong zou belijden:
⁌   Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!
Phil. 2: 8-11,
⁌   en aldus heeft “God Hem ook zeer verhoogd” Gen. 49: 9.

De Anastasis-icoon van Pascha beeldt de helse hel van onze Heer en Zaligmaker af,
met de zegevierende Christus Die de poorten van de hades verwoest.
De dood is gebonden in ketenen onder Zijn voeten terwijl Hij Adam en Eva opheft uit hun graven en hun het Leven schenkt.
Inderdaad, wie durft Hem te wekken?
De dood wordt aan Zijn Heerschappij onder-worpen, aan Zijn Bestuurskracht ondergeschikt gemaakt.

Dit is het moment in de eeuwen der eeuwen dat de gebruikelijke en geaccepteerde manier van doen of
denken over leven en dood volledig verandert !!!

De verzen van deze lezing zijn afgeleid van een Genesis-verhaal dat de laatste uren beschrijft van de grote Voorvader Jaäcob, ook wel Israël [de Kerk] genoemd Gen.47:  27- 50: 14.
De stervende Voorvader roept zijn twaalf zonen ieder bij hun naam tot zich Gen.49: 1-2 en spreekt op Profetische wijze de bestemming uit van hun afstammelingen – de twaalf stammen van Israël [de Kerk].
Wanneer zijn profetie de vierde zoon ’Juda’, bereikt, geeft het een glimp van de eerste koning van Juda, die in de toekomst ongeveer vijfhonderd jaar later zal opstaan: koning David, die door zijn broeders geprezen werd, wiens hand op de nek van zijn vijanden lag en de zonen van zijn vader bogen voor hem Gen.49: 8.

Maar de Profetie van Israël gaat nog verder.
Hij beschrijft het einde van het tijdperk waarin alle naties zullen buigen voor de Leeuw van Juda, die een afstammeling is van Koning David.
Hij zal bekend staan ​​als het Lam van God en de Wortel van David, de zegevierende Heer van welke historische achtergrond dan ook,
van het verleden, van het -‘hier en nu’- en de eeuwen der eeuwen.

Het is slechts alleen aan onze Heer, Jezus Christus gegeven:
Één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus,
tot Heerlijkheid van God de Vader. AMEN

Dringt het nu eindelijk tot onze doveman’s-oren door,
waarom dit voorafgaand aan de communie, aan de ontmoeting met de Heer:
Dit heeft uw lippen aangeraakt en u van uw zonden gereinigd
wordt uitgejubeld.
En het Boek der boeken, de Blijde Boodschap gaat nog verder:
    En ik zag in de rechterhand van Hem, Die op de troon zat,
een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, wel-verzegeld
met zeven zegels.
En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep:
  Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken?’.
En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde
kon de boekrol openen of haar inzien.
      En ik weende zeer, omdat niemand waardig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien.
En een uit de oudsten [Jaäcob/ Israël, de Kerk] zei tot mij:
Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel van David,
heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen
Openb.5: 1-5.

Onze Heer Jezus Christus en Hij alleen zal het waard zijn om de zegels van de grote rol te openen en het Koninkrijk van God in te leiden.
De Profetie van Genesis verwijst alleen naar Christus, want geen enkele koning in de geschiedenis heeft ooit gehoorzaamheid verkregen van alle volkeren op aarde, noch zal dit in de toekomst gebeuren, tot de komst van Christus, Die “de verwachting van de naties” is  Gen.49: 10.

Terwijl we nadenken over dit aspect in de visie van Israël – het beeld van Juda’s grootste koning – herinneren we ons het verslag van Mattheüs over de intocht van onze Heer in Jeruzalem. Laat de woorden van de oude Voorvader in uw oren weerklinken, als gejubel:
Bindt Zijn veulen aan een wijnstok en het veulen van Zijn ezel aan Zijn [druiven-]takGen.49: 11.
            De Heer stuurde twee discipelen om deze dieren voor Hem te verliezen, zowel de woorden van Israël als die van de Profeet Zacharia:
• “            Jubel luid, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u, Hij is Rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdend op een ezel, op een ezelshengst, een jong van een ezelinZach.9: 9.
• “Zegt aan de dochter van Sion: ‘ Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en rijdend op een ezel, en op een veulen, het jong van een lastdier Matth.21:  5.
            Nadat Christus de dubbele Profetieën van Jaäcob en Zacharia vervuld had,
realiseerde Hij de andere woorden, die door de aartsvader werden gesproken, tot
het hoogtepunt van een openbaring, die door de Kerk vervuld door de Heilige Geest werd onderscheiden:
• “ Want zo dikwijls gij dit Brood eet en de Beker drinkt, verkondigt
gij de dood des Heren, totdat Hij komt
1Cor.11: 26.
Hij heeft Zijn mantel gewassen in wijn en
• “Zijn kleed in het bloed van de druifGen.49: 11, voor onze redding
– het delen van Zijn heilige Kelk van Liefde, Die
de overwinning van Leven op de dood oplevert.

Kruis op weg naar de Opstanding

Zie, door het Kruis komt vreugde in de hele wereld.
Laten wij onze Heer verheffen en bejubelen,
laten we Zijn opstanding bezingen; want
doordat Hij het Kruis voor ons heeft verdragen,
heeft Hij de dood door de dood vernietigd.

Uit de [nachtelijke dienst van Pasen.
Want Heilig zijt Gij Christus, onze God en U brengen wij onze dank: aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest
” Gij allen, die in Christus zijt gedoopt, u hebt Christus aangedaan,
✸✸✸ Alleluia, Alleluia,Alleluia”.
• “Juich voor de Heer, gehele aarde, breng lof aan Zijn Heerlijkheid.
Hij heeft mijn ziel in leven gehouden,
Hij heeft mijn voeten
niet prijs gegeven aan
de afgrond“.
♨︎♨︎♨︎ ” Sta op, o God,
oordeel de aarde, want
alle volkeren behoren
slechts U toe”.

 

God staat in de goddelijke raad: in hun midden oordeelt Hij goden.
Hoelang nog zult ge onrechtvaardig oordelen, en zijt ge partijdig voor zondaars?
Doe recht aan wezen en zwakken, wees gerecht voor geringen en armen.
Verlos de behoeftige: bevrijd de arme uit de hand van de zondaar.
Zij weten niets en begrijpen niets: zij tasten rond in het duister.
Alle grondvesten der aarde wankelen en worden geschokt.
Ikzelf heb gezegd: gij zijt goden, allen zijt gij zonen van de Allerhoogste.
Toch zult ge sterven als mensen, als elk ander vorst zult ge vallen.
Sta op, o God, oordeel de aarde,
want alle volken behoren U toe“.
Psalm 81[82] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

Groeten aan u allen, lezers van dit schrijven
in de vreugde en hoop van de herrezen Heer, die
de poorten van Hades verwoestte met Zijn glorieuze Opstanding.
We vieren deze triomf over de dood van onze Heer en Heiland, Jezus Christus, het feest der feesten.
Opdat Zijn Licht mag blijven schijnen voor jou en je dierbaren.
Opdat uw pelgrimstocht door deze heilige dagen en uw verder leven
vreugdevol en gezegend zal zijn
als wij als één stem verkondigen:

” Χριστὸς ἀνέστη! – “Ἀληθῶς ἀνέστη! “;
Christus is opgestaan!“- ” Hij is waarlijk opgestaan!“;

Christus is verrezen!“- ” Hij is waarlijk verrezen!“;
Christ is risen! – ” Indeed, He is risen!“;
“Christus ist auferstanden!- ” Er ist wahrhaftig auferstanden!”;
” Le Christ est ressuscité ! – ” Vraiment il est ressuscité!”;
” Хрїсто́съ воскре́се!” –  “Вои́стинꙋ воскре́се!”; 
” المسيح قام “- “! بالحقيقة قام!” [al-Masīḥ qām! – Bi-l-ḥaqīqati qām!].

En Hij heeft ons het Leven geschonken,
Wij aanbidden Zijn Verrijzenis op de derde dag“, of zoals in de wereld klinkt:
Zalig Pasen!