Dit is dè ‘Gezegende Grote en Heilige Sabbath’.

AMERSFOORT & het bezoek van de koninklijke familie op Koningsdag 2019

Dit is de dag, die God heeft gemaakt, voor de wereld/Amersfoort in Nederland
een koningsdag, maar waar praten wij over:
voor òns, Orthodoxe navolgers van Christus, is dìt
dè dag van de Koning der Koningen.
Het is de dag, die de verbinding vormt tussen de Goede Vrijdag,
de herdenking van het Kruis en de dag van Christus’ Opstanding.
Op deze dag komt het liefdes-verlangen in de mens naar boven naar een nieuwe en verlossende relatie met onze Schepper.
            Voor ontzettend veel mensen blijft de ware aard en betekenis van deze ‘verbinding’ verborgen.
Er is een dag van intens verdriet en dàn een dag van overgrote Vreugde, en de rustdag daartussen zit vòl verlangen omdat de overgang anders te Groot zou zijn, uit menselijk oogpunt dienen we eerst eventjes adem-te-halen, de Heilige Geest op ons te laten inwerken.
Voor de Kerk, volgens haar Leer
– die in haar Liturgische Traditie tot uitdrukking wordt gebracht –
wordt het één niet vervangen dóór het andere.
            Dit houdt in dat, zèlfs vóór de Opstanding, al een gebeurtenis plaatsvind, waarin niet eenvoudigweg het intens verdriet door de overweldigende Vreugde vervangen wordt, maar het verdriet in de Vreugde opgaat – veranderd wordt zoals een Epiclese, dat onderdeel van het Eucharistisch Gebed waarin
de spelleider/de priester smeekt om de Goddelijke Kracht, uit de Hemelen,
Die brood en wijn verandert in het Lichaam en Bloed van Christus en
ons als Orthodoxe deelnemers, mede ontmoeting genieters,
communicanten heiligt.
Stille Zaterdag is nu juist de dag, waarop ‘dè Opstanding’ plaats vindt, wij
de dood van de vernietigende dood mogen aanschouwen.
             Dit alles komt iedere ‘Grote en Heilige Sabbath’,
de dag van rust op de 7e dag, voorafgaand aan de 8e dag,
werken en rusten mogen voor een Christen staan
in het licht van de glorieuze Morgen waarop geen avond meer volgt
– de eeuwige sabbat; de achtste dag.
    Dat zevende tijdperk echter zal onze Sabbath zijn; en
het einde daarvan zal geen avond zijn, maar
de dag des Heren, om zo te zeggen
een eeuwigdurende achtste dag,
geheiligd door de Opstanding/Verrijzenis van Christus,
die de voorafbeelding is van de eeuwige rust,
niet alleen van de geest, maar ook van het lichaam

Augustinus van Hippo, “de Stad God’s” [22: 30].

Salomo & Boek Spreuken

Wie na de periode van de Grote en Heilige Vasten toch
maar weer het boek Prediker ter hand neemt,
lijkt werelds gezien bevestigd te worden in
de gedachte dat het allemaal toch niks uithaalt en
dat werken slechts vergeefse inspanning is.
En ‘onder de zon’ kan veel arbeid metterdaad
lijken op de wind achterna lopen
[Prediker 2: 18-23; 5: 16-17].
Toch laat ditzelfde boek zien dat er een andere kant zit aan ons bezig zijn onder de zon.
Dat is bezig zijn voor God’s aangezicht.
Ook dáár heeft Prediker oog voor. Arbeid heeft niet slechts een moeitevolle kant, maar is ook een gave en bron van vreugde [Prediker 2: 24; 5: 18-19].
Deze Genadegave heeft God ons meegegeven voorafgaand aan de zondeval in de hof van Eden, het Paradijs. Daar was werken ‘een lieve lust‘; werken was daar werkelijk bezig zijn voor Gods aangezicht.
Uit zijn milde hand is de Opdracht ontvangen om Gods schepping te “ bouwen en te bewarenGen.2: 15. Onder Zijn Vriendelijke Toezicht, Zijn ogen gaf het werken rust, het was de overgave aan God’ Wil.
Werken is verbonden met het geschapen zijn naar God’s beeld.

Ieder jaar komt met name op deze Sabbath het verlangen, de liefde  tot God en het verlangen van mensen naar een hernieuwde, verlossende relatie met onze Schepper tot uitdrukking, en dit vindt ieder jaar werkelijk plaats in de prachtige ochtenddienst, die voor ons een reddend en transformerend – ‘Hier en Nu’ – wordt.

Klaagliederen
Het verdriet van Vrijdag is derhalve ook deze ochtend het thema – we keren terug
bij de Epitaaf, het graf van onze Heer en Verlosser, als een klacht over de dode.
Na het zingen van de begrafenis – troparen en een langzaam bewieroken van de kerk, gaan de dienstdoende werkers, de spelleiders, naar de Epitaaf.
We staan allen nog een maal aan het graf van onze Heer en Verlosser en
zien Zijn dood onder ogen.
Net als bij de begrafenisdienst wordt Psalm 118[119] gezongen en aan elk vers voegen we een speciale “lofzang” toe, die uitdrukking geeft aan de afschuw die de mensheid, ja de gehele schepping, ervaart als zij tegenover de dood van
onze Heer en God, de enig geboren Zoon van God staat”. [Hij, Die zetelt aan de rechterhand van de Vader, die zal weerkomen in Heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen en aan Wiens Rijk geen einde zal zijn en de Heilige Geest, Heer en Levend-maker, Die uitgaat van de Vader en Die aanbeden wordt tezamen met de Vader en de Zoon, Die door de Profeten gesproken heeft].

Psalm 118[119] loopt ten einde:

Theotokos treurt met haar voorgeslacht

Uw al-Reine Moeder klaagt en weent [met ons] om U, omdat U gestorven bent, o Verlosser
            Heer, ik verlang na Uw Verlossing en Uw Wet is mijn overweging’.
De Geestelijke Krachten sidderen over deze ontzagwekkende graflegging, van de Schepper van het Heelal”.
            Mijn ziel leeft om U te loven, want Uw Oordelen helpen mij’.
Vroeg in de morgen kwamen de Myron-draagsters op uw graf”.
De priester  giet rozenwater op de Epitaaf:
            ‘Ik ben afgedwaald als een verloren schaap: zoek Uw dienaar, want Ue Geboden heb ik niet vergeten’.
Schenk Vrede aan Uw Kerk en aan het Volk Verlossing door Uw Opstanding uit het graf”.
            ‘Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest, Heilige Drieëenheid, mijn God, Zoon en Heilige Geest, ontferm U over de wereld’.
            ‘Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen’.
Maak ons waardig om de Opstanding te aanschouwen, maagdelijke Moeder, van Uw Zoon”.
           ‘Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw Gerechtigheid’.
Het leger der Engelen stond verwonderd toen het U zag in de gedaante van de dood, de kracht van de dood vernietigend, o Verlosser; met U hebt Gij Adam opgeheven en met hem allen uit de hades bevrijdt”.
           Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw Gerechtigheid’.
“ Gij Vrouwen, die Hem gevolgd zijt, waarom mengt u in uw medelijden de Myron met tranen? De stralende Engel riep in het graf de Myron-draagsters toe :
‘ Ziet het graf en leert van mij: de Verlosser is opgestaan uit het graf’
           ‘Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw Gerechtigheid’.
In de vroegte zijn de Myron-draagsters wenend naar Uw graf gesneld; toen trad de Engel op hen toe en sprak: ‘de tijd van het wenen is voorbij, weent niet langer, doch meldt de Opstanding aan de apostelen’
           ‘Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw Gerechtigheid’.
Toen de Myron-draagsters bij het graf kwamen, o Verlosser, klaagden zij wenend; de Engel echter sprak tot hen: ‘Wat zoekt ge de Levende onder de doden, Die als God is Opgestaan uit het graf’”.
           ‘Eer aan de Vader en aan de zoon en aan de Heilige Geest’
Laat ons de Vader aanbidden, en de Zoon, en de Heilige Geest: de Heilige, Éenwezenlijke Drieëenheid; terwijl de Serafijnen roepen: ‘Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, o God’
            ‘Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN’
Gij hebt de Leven-schenker geboren: door u Maagd, is Adam van de zonde bevrijd, en wordt Eva’s droefheid veranderd in Vreugde, want de Godmens, uit u geboren, heeft de zondaars tot het Leven geroepen
            ‘Alleluia, Alleluia, Alleluia, eer aan U, o God’       [3x herh.]

NB. Psalm 118[119] heeft voor de doorsnee gelovige een begrafeniskarakter – maar in de vroeg-christelijke Liturgische Traditie vormde deze Psalm een wezenlijk deel van de Vigilie-dienst van de Zondag, de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Christus. De inhoud van deze Psalm heeft niets met een begrafenis te maken, maar is de meest zuivere en volledige uitdrukking voor God’s Gebod, God’s Wet, d.w.z. het goddelijk plan voor de mens en zijn leven.

Kleine litanie, waarna;
  Want U bent de Koning van de Vrede, Christus onze God, en tot U zenden wij onze lof, evenals tot Uw beenloze Vader en Uw al-Heilige Goede en levendmakende Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen”.

Hierna volgt de Canon van de Metten met het thema rond de afdaling in de Hades van Onze Heer en Verlosser Jezus Christus, om het bederf van ons geslacht te herscheppen tot eeuwig Leven:
       Vergeefs bewaken jullie het graf, o [Pontius Pilatus’] wachters,
       want nooit zal de groeve kunnen vasthouden
       Hem. Die Zelf het Leven i
s’
Kleine litanie, waarna;

Lofprijzingen

” Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde onder de mensen “

Christus’ dood is het grootste bewijs van Zijn Liefde voor de Wil van G, van Zijn Gehoorzaamheid aan Zijn Vader. Het is een daad van zuivere gehoorzaamheid, van volledig vertrouwen op God’s Wil.
Deze gehoorzaamheid tot aan het einde toe en nog verder dan dat, deze volmaakte nederigheid van de Zoon, ziet de Kerk als fundament van ons leven,
het begin van Zijn Overwinning ‘òp alles wat God dood, teniet tracht te doen’.
De Vader verlangt deze dood, deze overgave, deze gehoorzaamheid aan Zijn Gebod. De verlangde en in vrije wil opgenomen dood als mens-geworden van Zijn Zoon heeft Hij als God verlangt , de Zoon aanvaardt dit en toont ons op deze wijze een onvoorwaardelijk Geloof in de Volmaaktheid van de Wil van de Vader,
in de noodzaak van dit offer van Zijn Zoon door de Vader.

God werkt. De mens werkt.

vervulling van de opdracht; fulfillment of the assignment; εκπλήρωση της αποστολής; الوفاء بالمهمة

De samenhang tussen beide, het feit dat God werkt door ons werken,
komen we eveneens tegen in de Psalmen.
De volgende Psalm is dè Psalm van deze gehoorzaamheid en derhalve een aankondiging van het feit dat in de gehoorzaamheid ‘de Overwinning’ een aanvang vindt:
    Ik riep tot de Heer in mijn beproeving en Hij heeft mij verhoord.
Heer, red mijn ziel van on-gerechte lippen, van een arglistige tong.
Wat zal u gegeven of vergolden worden voor een bedrieglijke tong.
Pijlen van een machtige, scherp door brandend vuur.
Wee mij, hoe lang reeds duurt mijn ballingschap, dat
ik moet verblijven onder de bewoners van
Kedar [Hebr.= ‘het duister’] ?
Hoe lang reeds moet mijn ziel wonen bij hen die de Vrede haten ?
Ik was vreedzaam, maar als ik tot hen sprak, vielen zij mij aan, zonder reden

Psalm 119[120] vert. ROK. ’s-Gravenhage

Maar, verlangt de Vader deze dood? Waarom is dit beslist nodig, strikt noodzakelijk?
Het antwoord op deze vraag vormt het derde thema van deze dienst en verschijnt voor het eerst in de “Lofprijzingen” van de Metten, welke
uiteindelijk overgaan in de ‘Basilios’-Liturgie.

Nederdaling in de Hades; descent in the Hades;Ο Χριστός κατεβαίνει στον Άδη; المسيح ينحدر إلى الهاوية

Deze ‘lofprijzingen’ volgt elk vers van Psalm 119[120] en beschrijven zowel de dood van Christus als Zijn neerdalen in de Hades.
Hades [Hebr.=‘Dodenrijk’] is die toestand van duisternis, wanhoop en vernietiging die de dood is. En omdat het het rijk van de dood is, die God niet geschapen heeft, die Hij niet wilde, betekent het ook dat de overste van de wereld zeer machtig is in de wereld. Satan, zonde, dood:
– – -> dit zijn de dimensies van de Hades, Zijn inhoud.
Want de zonde komt van de satan en de Dood is het gevolg van de zonde < – – –
    Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebbenRom.5: 12.
    Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot MozesRom.5: 14.
Het heelal is een universeel Kerkhof geworden en veroordeeld tot vernietiging en wanhoop. Daarom is de dood:
    De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood1Cor.15: 26. en het wezenlijk doel van de menswording van onze Heer en Verlosser [zie: de kribbe en de doodswindselen] en de vernietiging van de Dood.
Deze ontmoeting met de Dood is het “uur’ van Christus, waarvan hij zegt:
    Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure gekomenJohn.12: 27.
       – Hier en nu – is dit uur gekomen en de Zoon van God gaat het dodenrijk binnen. De vaderen, beschrijven dit moment als een duel tussen Christus en de dood, Christus en de satan, de tegenstrever, want deze dood zou ofwel de laatste overwinning van de satan zijn ofwel zijn beslissende nederlaag.
Het gevecht loopt in verschillende opeenvolgende toestanden.
Eerst lijkt het alsof de machten van het kwaad zullen overwinnen.
⁌   De Rechtvaardige wordt gekruisigd, iedereen – ook zijn naasten -,
verlaten Hem en Hij ondergaat een schandelijk dood.
Ook Hij gaat Hades binnen, die plaats van duisternis en wanhoop . . .
⁌   Precies op dat moment echter wordt de ware betekenis van Deze dood duidelijk:
‘ . . Hij, Die aan het Kruis sterft, heeft ‘Leven’ in Zichzelf,
      d.w.z. het Leven is voor Hem [als God] niet een gift,
      een gegeven gave, die Hem van buitenaf gegeven was en
      derhalve weer afgenomen kan worden,
      het is Zijn Wezen . .
Hij ‘is’ het Leven en de Bron van alle Leven’.
    In het Woord was Leven en
      het Leven was het Licht der mensen;
      en het Licht schijnt in de duisternis en
      de duisternis heeft het niet gegrepen
John.1: 4,5.
⁌   De mens Christus sterft, maar deze Mens is de Zoon van God.
Als mens ‘kan’ Hij werkelijk sterven, maar in Hem treedt God Zelf
binnen in het rijk van de Dood, deelt Hij als God en tegelijk mens onze dood.
Dit is de unieke, de onvergelijkelijke betekenis van de dood van Christus.
      {Hoezeer degenen, die zich in deze tijd theologen noemen
        het Zoon zijn van God’ ook ter discussie stellen}
De mens, die sterft, is God, of beter gezegd: de God-mens.
God is de Heilige Onsterf-lijke; en alleen in de eenheid
zonder vermenging, zonder verandering, zonder deling, zonder scheiding
kan God de dood van de mens ‘op Zich nemen’ en hem
van binnenuit overwinnen en vernietigen:
“ Hij overwon de dood door Zijn dood” . . .
Nu dienen zelfs die zgn theologen, met hun verstand te vatten,
⁌    waarom God de dood verlangt,
⁌   wáárdóór de Vader Zijn eengeboren Zoon overgeeft aan de Dood.
Hij verlangt de Verlossing van de mens, d.w.z. de vernietiging van de dood is niet een ‘Macht’s-daad’ van Hemzelf, zie daarvoor;
    Of meent gij, dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?Matth.26: 53.
Het kan onmogelijk een geweld’s-daad zijn, zelfs niet als dat tot ons Heil zou strekken, maar een daad die voortkomt uit oneindig grote Liefde, Die vrijheid en vrijwillige toewijding aan God, waarvoor Hij de mens geschapen heeft.
Iedere andere wijze van verlossing zou in tegenstrijd geweest zijn met de natuur van de mens en daarom niet een echte verlossing.
Vandaag de menswording van de Zoon van God en de noodzaak van die God-menselijke dood . . .
⁌   In Christus herstelt de mens de gehoorzaamheid en de liefde.
⁌   In Hem overkomt de mens zonde en kwaad.
Het was/is van wezenlijk belang dat de dood niet alleen door God vernietigd werd/wordt, maar overwonnen werd/wordt in de menselijke natuur zelf, door de mens en in Hem.
Want evenals in Adam allen sterven, zo
zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden

want, dewijl de dood er is door een mens,
is ook de Opstanding van de doden door een mens
1Cor 15: 22
21.
Christus aanvaardt de dood vrijwillig; Hij zegt van Zijn Leven:
    Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weer te nemen; dit Gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen” John 10: 18.
Hij doet dit zo blijkt -niet- zònder strijd:
    En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeus mee en Hij begon bedroefd en beangst te wordenMatth.26: 37.
Dit is Zijn gehoorzaamheid ten volle uitgemeten en daarom  de vernietiging van de morele wortel van de dood, van de dood als losprijs voor de Zonde.
⁌   Het hele Leven van onze Heer en zaligmaker is – ‘in God’ – , zoals dat het geval zou dienste zijn met het leven van iedere mens [die God het Leven geeft] en het is daarom deze volledigheid van het leven, dit leven vol betekenis en inhoud, -‘vol van God’-, dat de dood [de verloedering] overwint, zijn macht vernietigt.
–   De dood is immers boven alles, gemis aan leven, vernietiging van het leven dat zichzelf afgesneden heeft van zijn enige wortel.
Omdat de dood van Christus [van de navolger van Christus] geschiedt in een beweging naar God, in gehoorzaamheid en vertrouwen gemaakt, in Geloof en Volmaaktheid, is de dood ten leven:
    Vader, in uw handen beveel Ik mijn geestLuc.23: 46;
een dood die de dood vernietigt is de dood van de dood . . . . .

Dit is de betekenis van Christus’ nederdaling ter helle;
zó wordt Zijn dood Zijn Overwinning.
En het Licht van deze Overwinning onze beleving van de wake bij het graf.
De klaagzang weerklonk en aan het slot overgaat in een jubelzang van Vreugde:
      Dat de gehele schepping jubelt,
        en alle aardbewoners zich verheugen!
       Want de vijand, de dood, is overwonnen!
       Komt vrouwen, met de Myron:
       Ik bevrijdt Adam en Eva met geheel het menselijk geslacht.
       En op de derde dag zal Ik [als mens van God,
       als ‘Zoon van God’] verrijzen
”.
Vanaf dit moment verlicht de Paas-vreugde de dienst.
We staan nog steeds vóor het graf, maar we hebben reeds gehoord,
dat dit het Leven-schenkende graf is.
tn.6.       De grote Profeet, Mozes, wees geheimenisvol [op Mystieke wijze] op deze dag,
toen Hij schreef: En God zegende de zevende dag.
Want dit is werkelijk de gezegende Sabbath, waarop
de Zoon van god uitrustte van de werken die Hij had verricht:
want door het Heilswerk te voleindigen heeft Hij aan Zijn vlees de dood gebracht.
Maar nu keert Hij terug tot Zijn vroeger Heerlijkheid, en
door Zijn Opstanding schenkt Hij ons het eeuwige Leven, want
Hij alleen is dé goede Menslievende
”.

De Metten gaat stap voor stap verder en
gaat over in de vreugde volle
Liturgie van de Heilige Basilios de Grote
Ieder jaar, op Stille Zaterdag, na de morgendienst,
wachten we op de Paasnacht en de Volheid van de Paas-Vreugde,
Zo gaat het Volk van God eens en voor goed
de rust binnen die nog uitstaat, die
hier slechts in -‘pauzes’- genoten wordt.
We weten dat de Paas-vreugde op handen is – – –
maar wat gaat de tijd dàn langzaam – – –
als kinderen zijn we
zo ongeduldig, hoe lang duurt deze dag!
Is deze prachtige rust van de Stille Zaterdag
niet het symbool van ons leven hier op aarde?
Wachtend op de Opstanding van Christus,
ons wachten op de dag zonder avond van
Zijn Hemels Koninkrijk?

  Hij die deze dingen getuigt, zegt:
     Ja, ik kom spoedig.
AMEN. Kom, Heer Jezus !
De Genade van Onze Heer en Zaligmaker,
zij met u allen
Openb.22: 20-22.

Een ieder van de lezers, die de afgelopen weken
de teksten van deze glorieuze tijd gevolgd heeft,
welke deels uit het ‘Meneon’ van
Archimandriet Adriaan Korporaal [1913 – 2002] en
de geschriften van
dr. in de Theologie A.  Schmemann [1921-1983] zijn afgeleid,
wenst de redactie u allen:
Christus is opgestaan” – “ Hij is waarlijk opgestaan”,
want wanneer u zich aan Christus verbindt en
u zich aan de hand van Hem en Zijn Woord
staande houdt, zult u deze en de komende wereld overleven.