Woensdag ná Zondag van Johannes Climacos – vooràfgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

God respects our freedom and does not force us to love or follow Him

    Wie heeft dit bewerkt en tot stand gebracht?
Hij, Die de geslachten van de aanvang af heeft geroepen;
Ik, de Heer, Die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde.
De kustlanden [de Lage Landen?] zagen het en werden bevreesd; de einden der aarde sidderden, zij naderden en kwamen nabij; de een hielp de ander en zei tot zijn makker: ‘Houd moed!’.
De werkman bemoedigt de goudsmid; wie met de hamer plet, bemoedigt degene die op het aambeeld slaat, en hij zegt van het soldeersel: ‘Het is goed’. Daarop bevestigt hij het met spijkers, opdat het niet wankele.
       Maar gij, Israël, Mijn knecht, Jaäcob, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Abraham,
Gij, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zei:
‘ Gij zijt mijn knecht, Ik heb u verkoren en u niet versmaad; vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren.
       Want Ik, de Heer, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
Vrees niet, gij wormpje Jaäcob, gij volkje Israël! Ik ben het, Die u help, luidt het Woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige van Israël.  Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dors-slede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken“ Isaiah 41: 4-14.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Heer aan Abram en zei tot hem:
      Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal Mijn Verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
  Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem:
      Wat Mij aangaat, zie, Mijn Verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal Mijn Verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig Verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Canaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
Voorts zei God tot Abraham:
‘En wat u aangaat, gij zult Mijn Verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten
“ Gen.17: 1-9.

    Een wijs zoon verheugt de vader, maar een dwaas van een mens veracht zijn moeder.
Dwaasheid is vreugde voor de verstandeloze, maar een mens van verstand houdt de rechte weg.
Plannen ‘mislukken’ bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.
Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd!
Het pad des levens gaat voor de verstandige opwaarts, opdat hij ontwijke het dodenrijk beneden.
Het huis der hoogmoedigen breekt de Heer [systematisch] af, maar Hij maakt de grenspaal der weduwe vast.
De plannen van de boze zijn de Heer een gruwel, maar liefelijke woorden zijn rein.
Wie hunkert naar onrechtmatige winst, vernielt zijn eigen huis [kerk]; maar wie geschenken haat, zal leven.
Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit.
Ver is de Heer van de goddelozen, maar het gebed der rechtvaardigen hoort Hij.
Vriendelijk stralende ogen verheugen het hart; een goede tijding verkwikt het gebeente.
Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is, zal vertoeven te midden der wijzen.
Wie de tucht in de wind slaat, veracht zijn leven; maar wie naar terechtwijzing luistert, verkrijgt verstand.
De vreze des Heren voedt op tot wijsheid, en deemoed gaat vooraf aan de eer.
De mens heeft overleggingen des harten, maar het antwoord der tong is van de Heer.
Al iemands wegen zijn rein in zijn ogen, maar de Heer toetst de geesten.
Beveel de Heer uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.
De Heer heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
Iedere hooghartige is de Heer een gruwel; voorwaar, hij blijft niet ongestraft.
Door liefde en trouw wordt de ongerechtigheid verzoend, door de vreze des Heren wijkt men van het kwaad.
Als iemands wegen de Heer behagen, doet Hij zelfs diens vijanden vrede met hem maken.
Beter een weinig met gerechtigheid, dan grote inkomsten met onrecht.
Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Heer bestiert [bestuurt] zijn gang“ Spreuken 15: 20;16: 9.

    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de Gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten. Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond. Dat heel de aarde de Heer zal vrezen, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de   voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van
geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer Zelf is: het Volk dat Hij zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de hemel, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade[-gaven]. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw Barmhartigheid zal over ons komen, zoals wij vertrouwen op U
Psalm32[33] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

 

‘Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven’

Heeft God wel een uitverkoren Volk?
Het antwoord op deze vraag kunnen we alleen maar vinden in de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift welke de Goddelijke Pedagogie heeft vastgelegd.
Wanneer je dit onderwerp bestudeert in het licht van de Blijde Boodschap, welke door God geïnspireerde mensen is geschreven dan zal je ontdekken dat het misschien in tegenspraak is met wat je hebt tot nog toe hebt geleerd.
Of je nu Nederlander bent Griek, Rus, Roemeen, Serviër of Syriër, die allemaal op de een of ander manier wel behoorlijk nationalistisch geïndoctrineerd zijn – kijk maar bij voetbalwedstrijden en de Olympische spelen.
Wat betekent de uitdrukking “uitverkoren” eigenlijk?
Velen denken dan onmiddellijk aan Israël en klopt dit wèl helemaal, want ook de Israëliërs laten van zich spreken, al is het alleen maar ten opzichte van de Palestijnen. De Blijde Boodschap is heel wat genuanceerder, Die zegt;
    Wanneer de Heer, uw God, u in het land gebracht zal hebben, dat gij in bezit gaat nemen, en Hij voor u uit vele volken verdreven zal hebben, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de C
anaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten, en de Jebusieten, zeven volken, talrijker en machtiger dan gij, en de Heer, uw God, hen aan u overgeleverd zal hebben, zodat gij hen [geestelijk of in werkelijkheid onderdrukt] verslaat, dan zult gij hen volkomen met de ban slaan [ja, zij zullen in de ban vallen en ook jullie God aanbidden]; gij zult met hen geen Verbond sluiten [geen enkel compromis, geen gepolder] en hun [hierin] geen Genade verlenen.
Gij zult u ook met hen niet verzwageren
[familieverbanden met hen aangaan]; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen, en de toorn des Heren tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen.
Maar aldus zult gij met hen doen: hun altaren [datgene wat zij als god, als idolen hebben] zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen  omhouwen en hun gesneden beelden met vuur verbranden.
Want gij zijt een Volk, dat [slechts] de Heer, uw God, heilig is; u heeft de Heer, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn [God is dus dè God boven àl de wereldse goden]. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Heer Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volkenDeut 7: 1-7.

  • Voor alle Volkeren der aarde, for all the People of the World

        “Want gij zijt een volk, dat de Heer, uw God, Heilig is; ú heeft de Heer, uw God, uit alle volkeren op de aardbodem uitverkoren om Zijn Eigen Volk te zijn”                  – tegen wie was dit gesproken?

  •     Hoor dan, Israël [Kerk], en onderhoud ze [al Zijn inzettingen en geboden] naarstig, opdat het u wèl ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig. Hoor, Israël: de Heer is onze God; de Heer is één!Deut.6: 3,4.
    Het laat dus zien dat God als de Énige God van Hemel en aarde gezien dient te worden en dat dit is uitgesproken tegen Israël [de Kerk]. In die tijd bestond Israël uit een volk dat met Mozes uit Egypte [uit de woestijn kwam], uit de ellende, toen zij “  vermoeid en belast waren, en God hen slechts rust kon komen verlenen
    Ja, ook zij dienden als God’s Volk “Zijn juk op zich te nemen en van God te leren van Mij, want alleen Hij is en zal Zachtmoedig en Nederig zijn van hart en op die wijze zullen zij rust vinden voor hun zielenMatth.11: 27,28.
    Daarom heeft God hen uitverkoren om voor Hem een eigen Volk te zijn uit al de volkeren, die op de aarde wonen.
    Wanneer je dit weet valt het begrip in de tekst van Isaiah op z’n plaats – zelfs voor ‘ Benjamin Netanyahu’ de president van het huidige Israël en al z’n voorgangers; het is ook hier het oude liedje – het is de schuld van de hang naar Macht, naar het kapitaal.
          O Jaäcob, O Israël [nog] weinig [van over] in getal, Ik zal je helpen, en Ik zal u verlossen, o Israël” zo zegt God. Tijdens een intense vervolging van de nieuw gevormde kerken in Klein-Azië, schreef ook de apostel Petrus dit om zijn belegerde gemeenten aan te moedigen en herinnerde hen eraan dat
    zij uitverkorenen waren, van het nieuwe Verbond in Christus, de Zoon van God”.

    Wilde stier op de Ishtar poort van Babylon

    Dit wordt nog eens dunnetjes herhaald in de bisschoppelijke dienst, wanneer de toezichthouder uit roept:
    Heer, ontferm U, over uw Gemeenschap, Die Gij vanaf den beginne hebt gegrondvest
    oftewel: ” Heer, red a.u.b. Uw Gemeenschap uit de mùil van de léeuw, bescherm ons tegen de horens van de wilde stier
    [De wilde stier (Hebr.= תְּאוֹ) wordt ook wel met “wilde os“, of in oudere vertalingen met “eenhoorn” vertaald. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat het om de uitgestorven oeros (Bos primigenius) gaat],
    Wie heeft de eenhoorn zijn vrijheid gegeven, wie heeft hem van zijn banden bevrijd?Job 39: 9-13.
    Want Christus Zelf geeft ons heden ten dage het antwoord op deze dringende oproep:
    ➥➥➥ ” Hij heeft de Almacht van de Vader gekregen om eeuwig leven te schenken”. Dit is -hier en nù- “ het eeuwige leven, dat zij [de volkeren] U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”.
    En wat dàt aangaat komen zowel wij als christenen met de Joodse bevolking en al de arabische volkeren op één lijn uit, want ook zij hebben in oorsprong in ‘Die Éne God’. Wanneer je de Blijde Boodschap bestudeert kom je uiteindelijk bij de Waarheid uit en laat je jezelf niet meer voor het een of het andere karretje spannen.
        Gij, zaad van Abraham, Zijn dienaren; zonen van Jaäcob, Zijn uitverkorenen”      Hij voerde Zijn Volk uit met gejubel, Zijn uitverkorenen met blijdschapPsalm 104[105]: 6,43 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God roept iedereen, niemand uitgezonderd

Net als in de dagen van Isaiah en Petrus, zijn we met die andere volkeren -nòg stééds- het Volk van God, we laten ons alleen door “de horens van de wilde stier”, de machtigen der aarde, ophitsen. Zij spinnen goed garen bij de chaos, die zij zelf met hun [wapen-]handel en mooie praatjes in stand houden.
Merk op dat de Profetieën van Isaiah dezelfde essentiële boodschap dragen als de brief van de heilige Petrus. God geeft deze geïnspireerde geschriften om Zijn Volk aan te moedigen. Beide mannen schreven terwijl vijanden tegen hen streden.
Beiden verzekerden God’s Volk dat ‘zij’ de uitverkorenen van God waren en dat de Heer hen zou verlossen van elke aanval.

Christus en de twaalf Apostelen

De mensen moesten en moeten niet bang zijn maar eerder op Hem vertrouwen.
Wij putten hier ook moed uit in onze strijd van deze vastentijd, want we zijn ook leden van de uitverkorenen mensen van God.
Laten we luisteren naar de boodschap van de profeet Isaiah.
Andere mensen kunnen afhankelijk zijn van allianties, maar wij behoeven dat in het geheel niet te doen, want:
– God is met ons – “.
Vijanden van de Kerk en van de mensheid tellen uiteindelijk voor niets, want God Zelf verlost 
ons.

Isaiah wist dat de naties aan de oostelijke Middellandse Zee ontregeld werden door opeenvolgende invasiegolven en veroveringen. Ze vreesden de grote rijken die ten oosten van Mesopotamië lagen, tussen de Tigris en de Eufraat rivieren, zie Isaiah 41: 5. Als een profeet stelt Isaiah de vraag van de Heer aan Zijn uitverkoren Volk in het land Juda en aan ons:
    Wie heeft deze invasies ‘
bewerkt en uitgevoerd’, en deze rijken
vanaf het begin van de geschiedenis in het leven geroepen?Isaiah 41: 1-4.
En op deze vraag geeft Isaiah het antwoord van God Zelf:
Ik, God, ben de eerste en in de toekomst ben IkIsaiah 41: 4.

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

Isaiah onderzoekt de manier waarop de mensen van  de kustgebieden reageren op deze bedreigingen en vondsten:
Een ieder die voor zijn buurman oordeelt, dat hij zijn broer zou kunnen helpenIsaiah 41: 6. Met andere woorden, ze vertrouwden daar op allianties en een beroep op afgoden om hen te redden.
Ambachtslieden en hun toezichthouders maakten er immers afgoden en tempels [kerken] van:
ze zijn vastgemaakt met spijkers. Ze regelden ze en ze zullen niet worden verplaatst” Isaiah 41: 6.
Met andere woorden, ze vertrouwden op ‘hun eigen inspanningen’ om het Volk te redden.
De ware bron van moed voor God’s Volk is echter in elke omstandigheid de Heer en Verlosser, Die ons persoonlijk heeft uitgekozen als erfgenamen van Zijn belofte aan Abraham Isaiah 41: 8.
Wat ons ook overkomt, we dienen altijd te luisteren naar het gegeven Woord,
de Blijde Boodschap, net zoals die overleden priester van afgelopen zaterdag
– altijd en immer een bijbeltje bij de hand had om in welke situatie dan ook
alles wat je tegen komt te toetsen aan het Woord van God.
Wij mensen zijn ‘niet’ degenen die onze zaken regelen Isaiah 41: 9, want God zegt ons:
Ik zal helpen en beveilig je” tegen Isaiah 41: 10, lees daar maar.
Voel jij je zwak en verlaten? Ben jij vermoeid en belast? . . . . . Hij verzekert je dat
al je tegenstanders beschaamd en te schande gemaakt zullen wordenIsaiah 41: 10
Loop dus niet gebukt en gebogen, kruip niet in het rond op zoek naar hulp,
maar bid in alle omstandigheden tot de Heer onze God en luister naar Hem die zegt: “
zij zullen allen worden als niets, alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 11.
Allerlei dagelijkse gebeurtenissen kunnen ons tot waanzin brengen en dreigen ons te overweldigen, maar – ‘God is met ons’ – .
Wij, uitverkorenen hebben “één God, Die Heilig is, tot Heerlijkheid van God de Vader“, Die ons door alles heen kan dragen in dit leven, zelfs de dood.
Onze ergste vijanden zijn onze eigen angsten en de influisteringen van de boze die ons ertoe aanzet om te sidderen en te beven, om ons heilige Geloof in God op te geven en om alles als een aantrekkelijke oplossing aan te nemen – behalve God.
De Heer, onze God en Verlosser belooft ‘Zijn uitverkoren Volk‘ dat de machten van
uw tegenstanders beschaamd zullen worden en onteerd” door onze Heer en Verlosser Zelf Isaiah 41: 11.
Laat al die hoogwaardigheidsbekleders dus maar begaan, de tijd zal het leren.
Aanslagen op Gods volk – in de vorm van ziekte, het ‘systeem’, de ‘stijgende prijzen‘, ‘het verlies van dierbaren‘, ‘armoede‘, ‘kommer en kwel‘ – “zullen zijn alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 12.
De waarachtige strijd om jouw Trouw en behoudt van het Geloof speelt zich af in je hart. “God houdt jouw rechterhand vast en zegt tegen jou: ‘Vrees niet’Isaiah 41: 13.
Luister en Geloof terwijl Hij verklaart:
O Jaäcob, Israël weinig in aantal, ik zal u helpen en ik zal u verlossen
tegen Isaiah 41: 14, lees maar.
Weet wèl, dat hèt doel van jouw uitverkiezing de dienstbaarheid aan God is en
wanneer de dienstbaarheid haar betekenis verliest en dus faalt . . . . . dàn kan de Kerk wel inpakken en de deuren sluiten.

“     Doch het zal geschieden, wanneer de Heer zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem voleindigd heeft, dat
Ik de vrucht der hooghartigheid van de koning van Assur bezoeken zal en
de trots van zijn hovaardige ogen, omdat hij gedacht heeft:
‘     Door de kracht van mijn hand heb ik het gedaan en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden en stoot als een stier de inwoners neer. Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volkeren als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte’
Isaiah 10: 12-14 [uit de lezing van vorige week woensdag]

Apolytikion
tn.1.
    Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Dinsdag na Zondag van Johannes Climacos – voorafgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

    Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?
Een vakman giet het beeld en een goudsmid overdekt het met goud en smeedt er zilveren ketenen voor.
Wie te arm is voor een wij-geschenk, kiest een stuk hout dat niet verrot; hij zoekt zich een kundige vakman om een beeld op te richten, dat niet wankelt.
Weet gij het niet? Hebt gij het niet gehoord? Is het u van de aanvang niet verkondigd? Hebt gij geen begrip van de grondvesten der aarde?
Hij troont boven het rond der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen; Hij breidt de hemel uit als een doek en spant hem uit als een tent waarin men woont.
Hij geeft de machthebbers over ter vernietiging,
Hij maakt de regeerders der aarde tot ijdelheid;
– nauwelijks zijn zij geplant, nauwelijks gezaaid,
– nauwelijks wortelt hun stek in de aarde, òf
Hij 
blaast reeds op hen, zodat zij verdorren, en een storm neemt ze op als stoppels.
Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat Ik hem zou gelijk zijn? zegt de Heilige.
Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de Grootheid van Zijn Sterkte en omdat Hij geweldig van Kracht is; er blijft niet een achter.
Waarom zegt gij, o Jaäcob, en spreekt, o Israël [ Kerk]:
mijn weg is voor de Heer verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?
Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord?
Een eeuwig God is de Heer, Schepper van de einden der aarde.
Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.
Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte.
Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de Heer verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet matIsaiah 40: 18-31.

Abram een met God rondtrekkende nomade door Francesco Bassano

    Hierna kwam het Woord des Heren tot Abram in een gezicht:
‘ Vrees niet, Abram Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn’.
En Abram zei:
‘Heer der Heerscharen, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn 
huis, dat zal deze Damascener Eliezer zijn.
En Abram zei:
‘ Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn.
       En zie, het Woord des Heren kwam tot hem:
‘Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn.
     Toen leidde Hij hem naar buiten, en zei:
‘Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.
En Abram geloofde in de Heer, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.
En Hij zei tot hem:
‘ Ik ben de Heer, Die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.
En Abram zei:
‘ Heer der Heerscharen, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal?
En Hij zei tot hem:
‘ Haal mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif.
Abram haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet.
Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg.
Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.
En Hij [de Heer] zei tot Abram:
‘ Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. 
Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven wordenGenesis 15: 1-15.

doorzien worden, door de mand vallen‘ – uit ‘De Spreekwoorden’ van Pieter Bruegel 1559, ‘met de billen bloot’.

    De lippen der wijzen strooien kennis uit, maar het hart der dwazen is niet recht.
Het offer der goddelozen is de Here een gruwel, maar aan het gebed der oprechten heeft Hij welgevallen.
De weg van de goddeloze is de Heer een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
Gestrenge tuchtiging treft hem die het rechte pad verlaat; wie terechtwijzing haat, zal sterven.
Dodenrijk en verderf liggen open voor de Heer, hoeveel te meer de harten der mensenkinderen!
De spotter houdt er niet van, dat men hem terechtwijst; tot de wijzen zal hij niet gaan.
Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk, maar door harte-leed wordt de geest verslagen.
Het hart van de verstandige zoekt kennis, maar de mond der zotten houdt zich met dwaasheid bezig.
Al de dagen van de ellendige zijn boos, maar voor de blijmoedige is het altijd feest.
Beter is een weinig in de vreze des Heren, dan een grote schat en [een hoop] onrust daarbij.
Beter een schotel groente, waar liefde heerst, dan een gemeste os en haat daarbij.
Een opvliegend mens verwekt twist, maar een lankmoedige doet de strijd bedaren.
De weg van de luiaard is als een doornhaag, maar het pad der oprechten is welgebaand“  Spreuken 15: 7-19.

Niet toeschietelijk zijn, terughoudend gedrag
Want waarom zegt u, o Jaäcob, en spreekt, o Israël, zeggende:
‘Mijn weg is verborgen voor God, en mijn God nam mijn oordeel weg en vertrok? ‘
Isaiah 40: 27.
Met deze vraag daagt de profeet Isaiah zowel het oude en nieuwe Volk van het Verbond uit, die klagen dat God zich niet met hun problemen bezig houdt.
Ze concluderen dat God onverschillig staat tegenover Zijn kinderen, Hij verwaarloost ze bij wijze van spreken!
Maar kunnen de gebeurtenissen van Zijn volk voor God verborgen blijven?
De bewering van het Volk onthult hun ‘niet-verbonden-zijn‘, de afstand, die gegroeid is, tussen de Schepper en Zijn schepsel.
Voor degenen die op deze manier over God spreken, komt boven water dat God in feite niet bestaat, dat God dood is. Ze verwachten niets van Hem, horen zijn roep niet en verwachte in het geheel niets van Hem – gaan Hem het liefst uit de weg.

Het is daarom hoogst noodzakelijk ‘de leer van de universele Kerk’ in zichtbare aanwezigheid door daden om te zetten, m.a.w. het concrete leven van de parochies en Christengemeenschappen onder de aandacht te brengen van het grote publiek.
De vraag wordt gesteld òf men wel bereid is ervaring op te doen de Kerkelijke realiteit dusdanig voor het voetlicht te krijgen dat er sprake is van het feit dat Christenen tot Één Lichaam behoren, het Lichaam van Christus en
dat wij allen -‘hoewel verdeeld‘- een eenheid vormen als navolgers van Christus?
Eén Lichaam dat alles wat God verlangd heeft ons te geven, zowel in de Genade-gaven, Die wij zowel ontvangen als delen?
Eén Lichaam dat zijn zwakste, armste en kleinste leden met name kent en er tevens zorg voor draagt? Òf verschuilen wij ons achter een ‘Universele Liefde’, Die Zich slechts inzet voor een wereld vèr weg, maar vergeten is dat Lazarus aan onze eigen gesloten deur zit te verkommeren?
Zijn wij als Christelijke gemeenschap als ‘heer des huizes’ in het purper en linnen gekleed
⁌   en wordt iedere dag, die God ons geeft, als een feest in ons midden ervaren?
Om te ontvangen wat God ons geeft en het ten volle vrucht te laten dragen, dient men de grenzen van de zichtbare Kerk in twee richtingen te overschrijden.
1.]. Enerzijds, door ons in gebed te verenigen met de Kerk in de Hemel.,
2.]. Anderzijds door ons werkelijk tot op het bot te verenigen met de Kerk om ons heen, onze naasten.
1.]. Wanneer de Kerk op aarde bidt, komt een gemeenschap van wederzijdse dienstbaarheid en welzijn tot stand tot in God’s aanwezigheid. Met de heiligen die hun volheid in God gevonden hebben, maken wij deel uit van deze gemeenschap waarin -iedere onverschilligheid ten opzichte van de naasten-
door de van God verkregen Lliefde overwonnen is.
De Kerk van de Hemel is niet triomferend omdat zij het leed van de wereld de rug heeft toegekeerd en Zich op haar eentje verblijdt.
In tegendeel, de heiligen kunnen reeds -hier en nu- aanschouwen en genieten vanwege het feit dat zij door de dood en Opstanding/Verrijzenis van haar Heer en Verlosser, onverschilligheid, verharding van het hart en de daaruit voortvloeiende afstand en haat definitief hebben overwonnen.
Zolang deze overwinning van de liefde de gehele [Christelijke] wereld niet doordringt, gaan de heiligen echt nog niet met ons, pelgrims, op weg.
Vertrouw er derhalve niet op werkloos in het Koninkrijk des Heren rond te lopen en verlang er slechts naar jezelf onophoudelijk voor de Kerk en de haar toegewezen zielen in te zetten.
Ook ‘wij’ hebben deel aan de verdiensten en vreugde van de heiligen en
degenen die in onze strijd met ons optrekken en verlangen naar Vrede en verzoening. Het geluk en de Vreugde, die zij genieten, ervaren ze door de overwinning welke de opgestane/verrezen Heer via Zijn Kracht ons doet toekomen om de vele vormen van onverschilligheid en verstening van de harten te overstijgen.
2.]. Anderzijds is elke Christengemeenschap geroepen de drempel te over-schrijden, die haar in relatie brengt met de samenleving die haar omringt,
met de armen dichtbij en zij die veraf zijn.
De Kerk is van nature in doen en laten werkzaam in  de verkondiging van het Woord en niet op zichzelf gericht, maar is tot alle Volkeren uitgezonden.
Zie toch hoe deze ‘niet’ tot één enkele religieuze orde behorende weergave
past in de situatie van de Kerk van deze tijd.
Ja we hebben onze mond vol van Oecumene, maar beseffen tot op het bot, dat geen van de prelaten ooit z’n functie zal neerleggen ten behoeve van het hogere doel, geen enkele bloedgroep wil buigen/onderdoen voor de ander, het is immers je broodwinning.
Ik hoor zelfs verkondigen dat we lang kunnen wachten en dat eerst bij de wederkomst door ingrijpen van onze Heer en Verlosser sprake zal zijn van verbroedering tot één heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Ook vele christelijke mensen -van hoog tot laag- nemen beslissingen en handelen daarbij zonder inmenging of verwijzing naar God. Vind je het dan verwonderlijk dat beweerd wordt dat God niet meetbaar noch tastbaar aanwezig is, dat God dood is?
Isaiah berispt zijn toehoorders, waaronder ons, vandaag met deze feiten, met dit soort pessimisme. Indien de mensheid in navolging van Christus, met recht Zijn Naam zou willen dragen, zoals de voorvader Jaäcob zijn naam Israël ontving, na het gevecht met de engel ? – Ja, dan zou de wereld nog eens staan te kijken, waar die Christenen wel niet toe un staat zijn.
Dan zou blijken dat de Christenen hun Blijde Boodschap werkelijk door een verkondigend voorbeeld zouden verkondigen.

Waarom zijn wij Christenen zo negatief, waarom zo pessimistisch wanneer het gaat om de opdracht die wij allen hebben meegekregen: Gaat en verkondig de Pedagogie des Heren, de Blijde Boodschap onder alle volkeren – doopt hen vervolgens en doe hen leven in God’s Naam?

⁌   De naam Christen zou een eretitel dienen te zijn in de hedendaagse samenleving – maar wij hebben ons werk laten versloffen – wij weten niet meer wat wij doen;
”   de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen“.
⁌   Wij houden ons bezig met belangrijk zaken als onderlinge invloed’s-uitbreiding, politiek gewin, richten stichtingen op, zodat de overheid geïmponeerd wordt door ‘ons’ [lees Orthodoxen]
⁌   dat wij daarop -door diezelfde overheid- ingepakt en [fiscaal] bestolen worden laten we maar even buiten beschouwing. Wij worden gedwongen ons privé- leven door belastingaftrek te grabbel te gooien, alles en iedereen dient geregistreerd te worden.
⁌   
Wie heeft de Macht in de Kerk, aan Wie hebben wij verantwoording af te leggen; ja, geef aan de keizer, wat aan de keizer toebehoort zult u zeggen, maar ondertussen worden wij ‘Christelijke’  kerkgemeenschappen mondiaal aan banden gelegd.
✥≈✥ Isaiah nodigt ons vandaag uit, die door deze woorden ontmoedigd worden, om de Heer te vergelijken met die goden die gevormd zijn door menselijke handwerkslieden.  Sommige van deze idolen werden opgemaakt van goud, zilver of “hout dat niet zal rottenIsaiah 40: 18-20, zodat ze eeuwenlang zouden kunnen blijven bestaan. Dit blijkt wel uit de kerkgebouwen, die wij momenteel aan de hoogste bieder aan ontwikkelingsmaatschappijen verkwanselen.
In de eerste drie verzen van de huidige lezing, richt Isaiah zich op afgoderij – in het opgaan in de dingen om ons heen, terwijl wij onze hoofdopdracht terzijde schuiven.
Is God voor ons verworden “tot een idoolIsaiah 40: 18,19, waar we een leuk baantje aan overhouden?
Is Hij niet “dè Heer van de mens en Heerser over alle natiënIsaiah 40: 21-24?
Is Hij het niet die de wereld onophoudelijk “vormt en bestuurt” 
bij de schepping die Hij heeft gevormd en bestuurd Isaiah 40: 25-26?.
God heeft Zich niet teruggetrokken; wij hebben ons laten beetnemen door het pluche; in plaats dat wij onze toezichthouders duidelijk maken dat ‘wij‘, het gewone God’s-volk waarachtig wachten op het moment dat “Hij zal worden vernieuwdIsaiah 40: 31. Wij dienen als Kerk onze Christelijke Naam te hernieuwen, door ieder van ons persoonlijk het gevecht met de engel aan te gaan. Wij dienen ons te distantiëren van al dat gedoe en geneuzel op ‘hoog?’- niveau, wij het gewone gelovige godsvolk wenden ons tot de Heer en roepen:
        Heer ontferm U, redt ons alstublieft – het is hoog tijd om ons te redden”.

Nog langer investeren van onze primaire levensenergie in ge-engageerde gecreëerde dingen is waanzin! Het is datgene wat onze Heer en Verlosser keer op keer herhaalt:
        Want wat zal het een mens baten
indien hij/zij de hele wereld wint, en
zijn eigen ziel verliest?Marc.8: 36.
Vervolgens berispt Isaiah zijn pessimistische landgenoten met de woorden:
Kent u de grondslagen van de aarde? “ – de Kosmos? Isaiah 40: 21.
God Zelf “bezit hetgeen zich rond de cirkel van de aarde bevindtIsaiah 40: 22.
Hij maakt de heersers tot wie Hij zich richt tot regel om ‘als niets’ te zijnIsaiah 40: 23; ” wanneer Hij op hen blaast, zullen zij verdorren en de wervelwind zal hen wegnemen zoals stoppelsIsaiah 40: 24.
Isaiah geeft ons een inkijkje van ‘God’s kijk’ op toezichthouders, met name de hoog-dravend optredende, hoog-tronende leidinggevenden: “ze duren slechts een seizoen” [Hoogmoed komt immers vóór de val].
Daarentegen vestigt hij als grote Profeet onze aandacht op ‘God’s werk als Schepper’:
”     Heft uw ogen naar omhoog en ziet: Wie heeft dit alles geschapen?
Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en
elk daarvan bij name roept door ‘de Grootheid van Zijn Sterkte’ en
omdat Hij [als God] geweldig van Kracht is’;
er blijft niet een achter [niets ontsnapt aan Zijn kennisgeving]” Isaiah 40: 26.
Hij heeft daartoe geen slaafse volgelingen, vazallen nodig, geen klokkenluiders, die Hem verwittigen wanneer er iets mis dreigt te gaan:
Hij weet alles bij voorbaat – Hij ziet de ontwikkelingen van de wereldgerichte Kerk en wacht Zijn tijd wel af.

Zie hoe Isaiah 40: 27, geciteerd in de openingszin, de sleutel is tot deze gehele profetie. Zodra de uitdaging is vastgesteld vat Isaiah vervolgens in zijn laatste verzen datgene samen wat hij zijn lezers heeft voorgehouden teneinde dit punt nogmaals in overweging te nemen.

tijd tot een besluit

Weet gij het nu [nog niet], hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Heer, de Schepper van de einden der aarde: “ Een eeuwig God is de Heer, Schepper van de einden der aardeIsaiah 40: 28.
De Eeuwige vervlakt niet, valt niet ‘in zwijm’ [flauw] als een mens; eerder geeft Hij kracht aan degenen, die zwak zijn, niet in staat zich [met de tongriem of via WWW-geschrift] de zwakkeren te verdedigen Isaiah 40: 28..
Zijn begrip maakt geen gebruik van menselijke middelen Isaiah 40: 28;
het beste wat overblijft is dat we “op God wachten“, want eerst dàn zullen de machtelozen  vermeerderd worden en zij: “zullen rennen, en niet moe zijn. . . lopen en geen honger hebben Isaiah 40: 31.

Het menselijk ras vervalt in pessimisme – hetzij in de tijd van Isaiah, hetzij als in onze tijd – wanneer de mens niet langer in staat is te wachten op God.
Mogen we opgeven ons aan de wereldse constateringen van onze aardgebonden, waarnemingen en vaststellingen bevrijd weten en ons alleen nog maar richten op de Heer onze God, Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Heer, Gij hebt Uw land gezegend,
Gij hebt de gevangenen van Jaäcob teruggevoerd.
Gij hebt de ongerechtigheden van Uw volk vergeven, en al hun zonden bedekt.
Gij hebt heel Uw gramschap volkomen gestild;
U afgewend van Uw wrekende toorn.
Bekeer ons, God van ons heil: keer Uw toorn van ons af.
Blijf niet eeuwig op ons vertoornd;
wilt Gij Uw gramschap doen duren van geslacht tot geslacht?
God, keer U tot ons, om ons te doen leven;
dan zal Uw volk zich verblijden in U.
Toon ons, Heer, Uw barmhartigheid, en schenk ons Uw Heil.
Ik wil horen wat de Heer God in mij spreekt,
want Hij spreekt vrede tot Zijn volk.
Evenals tot Zijn gewijden, die hun hart tot Hem hebben bekeerd.
Ja, nabij is Zijn Heil voor wie Hem vrezen: Zijn heerlijkheid woont op onze aarde.
Barmhartigheid en Waarheid hebben elkander ontmoet:
Gerechtigheid en Vrede kussen elkaar.
Waarheid ontspringt aan de aarde, en gerechtigheid ziet neer uit de hemel.
Want de Heer schenkt welwillendheid, opdat de aarde haar vruchten zal geven.
Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht uitgaan,
om op de weg Zijn schreden te richten
Psalm 84 [85] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Christus geeft ons absoluut ‘geen‘ tijdelijke gewaarwording – een gerichtheid, die boven het dagelijks leven uitgaat – Christus probeert ons ‘een nieuwe werkelijkheid‘ – bij te brengen en dat vindt alleen plaats wanneer je met beide benen op de grond staat.
Christus geeft ons geen spirituele confrontatie, noch doet Hij ons een manier toe-komen, die ons leven plotsklaps beter/en zonder gebreken zal maken.
Een eenvoudig gelovige vrouw vertelde me eens dat  spiritualiteit “lijkt op een Hemelvaart, alleen om die reden ging zij naar haar kerk”.

ΙΣ ΧΣ ζωοδοτισChristus, de levende

Christus is weliswaar gelieerd aan spiritualiteit
– maar Hij huldigt een ‘nieuwe’ werkelijkheid en  die is voor ieder mens verschillend – het zou anders erg eentonig worden.
Indien iedereen deze realiteit oppakt en dit als voorhoede gebruikt van zijn ‘eigen’ zaken, is datgene wat hij/zij gelooft een zich verheffen boven de ander, het is als het opdoen van viezigheid welke ‘in eigen ogen’ de werkelijkheid omzeilt, die aan allen eenzelfde leven belooft
– dat wil zeggen ‘globalisering’ [de activiteit wordt eenduidig over de wereld verspreid, ieder mens gelooft hetzelfde].
Het is als de vraag, die de mens aan God  wordt gesteld:  “Heb ik u gevraagd, Maker, van mijn leem om mij te vormen tot mens?
Heb ik u gevraagd mij vanuit de duisternis te promoten?
” [Paradise Lost . 1667. Boek X, 743-45].
Het zijn vragen, die Adam [en Eva] aan God stelt na het verlies van het Paradijs in Milton’s Paradise Lost.
Opmerkelijk genoeg roepen deze regels tevens verschillen op tussen de twee verhalen van Adam over de schepping van Adam:
– in Genesis 2 wordt Adam gevormd uit het stof van de aarde [klei/leem] en door wordt de Pottenbakker verteld om de tuin te dienen;
– in Genesis 1 wordt hem verteld de aarde te domineren. 

In de ‘nieuwe’ werkelijkheid kunnen niet zeggen dat we van Christus zijn en aan de andere kant in ons eigen ‘kennen en kunnen’ geloven. 
Christus wordt geopenbaard wanneer Hij ons voorlegt “hé, kinderen van God, Wie zeg jij dat Ik ben?”.

Prokimen in de 5e toon.
Lezer: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Volk herhaalt.
Lezer: “Red mij, Heer, er is geen Heilige meer” . . . . .  “de Waarheid wordt zeldzaam  onder de Volkeren
Volk: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Lezer: ” Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht“;
Volk: ”   tot in alle eeuwigheid !!!“.

Apolytikion
tn.5.
  “   Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Kondakion
tn. 5. 
“   Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Als Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd en
Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokos en de profeten;
Θεοτόκος και οι προφήτες;
ثيوتوكوس والأنبياء.

Theotokion
tn.5. 
  Gij zijt in Waarheid de Cherubijnentroon,
want in u heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit u voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag
[Hem] voor ons om vergeving van zonden”.

Maandag na Zondag van Johannes Climacos – voorafgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

    Daarom, zo zegt de Heer van de koning van Assur [Hebr.= ‘een stap‘] :
hij zal in deze stad niet komen; hij zal geen pijl daarin schieten, geen schild daartegen opheffen en geen wal daartegen opwerpen.
Langs de weg die hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar in deze stad zal hij niet komen, luidt het Woord des Heren.
En Ik [de Heer] zal deze stad beschutten om haar te verlossen om Mijnentwil en ter wille van Mijn knecht David.
Toen ging de Engel des Heren uit en sloeg in het leger van Assur honderd-vijfentachtig-duizend man. Toen men vroeg in de morgen opstond, zie, zij allen waren lijken.
Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op en aanvaardde de terugtocht; en hij bleef te Nineve.
       Eens, toen hij zich neerboog in de tempel van zijn god Nisrok, doodden zijn zonen, Adrammelek en Sareser, hem met het zwaard; doch zij ontkwamen naar het land Ararat.
Zijn zoon Esarhaddon werd koning in zijn plaats.
       In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. Toen kwam de Profeet Isaiah, de zoon van Amoz, tot hem en zei tot hem:
  Zo zegt de Here: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en niet herstellen’.
Toen keerde Hizkia [Hebr.=’ de Heer is mijn kracht’]zijn gelaat naar de wand en bad tot de Heer en zei:
Ach, Heer, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd
hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. En Hizkia weende luid.
Toen kwam het Woord van de Heer tot Isaiah:
       Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Heer, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen, en Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden en deze stad beschuttenIsaiah 37: 33- 38: 6.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Abram bleef wonen in het land Canäan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom.
       De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de Heer.
En de Heer zei tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had:
      ‘ Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor al de tijden geven.
En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn.
Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven’.
       Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor de HeerGen.13: 12-18.

Life-Giving Spring, with Christ & the Theorokos invisibly sanctifying the waters

    De vreze des Heren is een bron des levens, om de strikken van de dood te ontwijken.
In de menigte van Volk is de heerlijkheid van de koning Heerlijkheid, maar in gebrek aan onderdanen ligt de ondergang van de machthebber.
De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op.
Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.
Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem.
In zijn rampspoed wordt de goddeloze geveld, maar de rechtvaardige vindt zelfs in zijn dood een schuilplaats. In het hart van de verstandige rust de wijsheid, zelfs te midden der zotten wordt zij onderkend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek van de natiën.
Het welgevallen van de koning valt een verstandig dienaar ten deel, maar hem die zich schandelijk gedraagt, treft zijn verbolgenheid.
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op. De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit.
De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest“  Spreuken 14: 27-15: 4.

    Onze God is toevlucht en kracht, Hij is een Helper in de beproevingen die zo hevig over ons zijn gekomen.
Daarom vrezen wij zelfs niet tijdens een aardbeving,
⁌   als de bergen geworpen worden in het hart van de zee.
⁌   als de wateren brullen en woest dooreen woelen,
⁌   als de bergen geschokt worden door Zijn macht.
Het zwellen van de rivier verblijdt de stad Gods: de Allerhoogste heiligt Zijn woontent.
God is in haar midden, zodat zij niet wankelt; God helpt haar bij het eerste ochtendlicht.
De natiën ontstelden, koninkrijken storten ineen; de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken, de aarde wankelde. 
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob [/Israël (Kerk)].
Komt en aanschouwt Gods werken: de wonderen die Hij op aarde verricht.
Hij doet oorlogen ophouden tot aan de grenzen der aarde.
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen, en de schilden verbranden in het vuur.
Leert en weet dat Ik God ben:
Ik wordt verheven onder de volkeren, verheven over de aarde.
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob
Psalm45[46] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God zal onze stad beschermen, om het te redden voor ons eigen bestwil en omwille van Zijn dienaar David.
Onze Heer en Verlosser geeft ons de moed om en blijft ons moed inspreken, zelfs in het midden van overweldigende omstandigheden, onze beproevingen en kwellingen.  Ondanks alle tegengestelde doeleinden en plannen van de mensen, geeft Hij een sterke zekerheid.
Alles wat ons overkomt wanneer wij ons in de gekste omstandigheden in de handen van mensen bevinden, gebeurt uiteindelijk voor/tot winst en tot eer van God”, Zo luidt een van de uitspraken van de Servische toezichthouder Nikolaj Velimirović Николај Велимировић] in de proloog van Ochrid.
Laten wij ontwaken en ons onophoudelijk openstellen voor voor de aan-houdende, niet-aflatende liefderijke Goedheid die we elk moment van de dag en bij elke draai in ons leven maar weer van God ontvangen.
Wanneer je bovenstaande passage van de Profeet Isaiah leest, neem je voorzeker de Blijde Boodschap ter harte:
God ondersteunt Zijn Volk ten alle tijde, omdat Hij van ons houdt“.
Zijn Verbond met Zijn Christelijke Gemeenschap – en met elk individueel lid ervan – zal standhouden tot en met de einden der tijden, tot in de eeuwen der eeuwen.

Isaiah verhaalt ons dat de stad Jeruzalem uit de belegering door het Assyrische leger werd bevrijd toen de dood het Assyrisch kamp in de nacht overviel, ​​waarschijnlijk als gevolg van een verwoestende pest.
Er waren geen alternatieven voor hem:
”  Sanherib [Hebr.= doorn, klei of dofheid], vertrok en keerde terug naar Nineve” [Hebr.= ‘ verblijf van Ninus, de stichter van het Assyrische rijk],
de koning van de Assyriërs rijk, welke vele volkeren aan zich onderwierp en woonde daar”. Hoe en waarom kon deze ommekeer gebeuren?
God legt het via de Profeet Isaiah uit:
Ik zal deze stad beschermen, om het te redden voor Mijn eigen bestwil en omwille van Mijn dienaar David“.

Jerusalem, miniatur der stadt im jahre 33

We weten dat Jeruzalem, het onneembare bastion van het oude verbondsvolk, later werd verwoest en haar burgers worden tot slaaf gemaakt door de Babyloniërs.
Maar we weten ook dat zelfs in de vorige eeuw, toen grote segmenten van de Kerk  in Oost Europa onder het communisme werden gemarteld en gedood, God zijn Christelijke gemeenschap bleef  verdedigen, want Hades “zal het niet overwinnenMatth.16: 18.
Het Christelijk Geloof bleef via de oude vrouwtjes het vertrouwen in God behouden, velen hadden de Kerk de rug toegekeerd en als bij een wonder werd de voortgang van de Kerk aldaar gespaard.
Niet dat het momenteel allemaal rozengeur en maneschijn is, de sikkel waart nog steeds in de kerk rond, maar toch er is hoop tegen al het machtsgedoe van de mens in.

Ook Mozes verklaart De volgelingen van hun Heer: “Daar is niemand als God, o Jesurun [Hebr.= ‘de Oprechte’]; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken. . . . Welzalig zijt gij, Israël [Kerk]; wie is aan u gelijk? Een Volk, verlost door de Heer, Die het schild van Uw hulp en het zwaard van Uw hoogheid is. Daarom zullen Uw vijanden veinzen U hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten tredenDeut.33: 26 . . .29.

Heilige Theodore, de rekruut

Wanneer wij tegen beledigingen aanlopen, aanvallen of zelfs de dood naderen,
laten we de woorden van Jezus aan de martelaar Theodore the Rekruut herinneren:
Vrees niet, Mijn dienaar Theodore, want Ik ben met jou“. En Theodore was beslist geen rekruut van het een of andere Patriarchaat, die wel even orde op zaken zou komen stellen.
Het is de Heer der Heerscharen, Die de toekomst van het christendom in de Lage Landen bepaalt: ‘de mens is slechts een gereedschap in Zijn handen‘.
”        Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere [slechts] tot alledaags gebruik? En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn kracht bekend maken, de voorwerpen van Zijn toorn, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft –  juist om de rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?Rom.9: 21-23. Indien de Orthodoxe identiteit verwordt tot het opzetten van een stichting, waar van bovenaf aan de knoppen gedraaid wordt, dan wordt het onveilig en voelt er zich geen mens thuis. 

De Profeet Isaiah onthulde al dat God bezorgd is over alle kwellingen die wij ondergaan. God stuurt een schijnbaar onomkeerbare boodschap aan koning Hizkia [Hebr.= ‘de macht is van de Heer’], de 12e koning van Juda, die Hij zijn aanstaande dood aankondigde, maar toch wendde de koning zich nog steeds tot hem als tegen een muur en bad tot de Heer:
En God antwoordt. Aldus, zegt de Heer, de God van David, uw vader: ‘Ik heb je gebed gehoord, ik zie je tranen’Isaiah 38: 4.
Omdat Hizkia op God vertrouwde en vertrouwde op zijn relatie met Hem, bad de koning en weende buiten schaamte. Wetende dat hij “voor God [in waarheid en met een waarachtig hart”] wandelde“, kon hij wenen om het Woord van de Heer.
Hoe kan dan ‘God, Die altijd dezelfde isPsalm 101[102]: 27, “Die met hem was en geen van Zijn woorden ter aarde liet vallen1Sam.3: 19, “ God is geen mens, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?Num.23: 19.

” . . . . . Mij geschiede naar Uw Woord . . . . .”

Zonder twijfel test de Heer zijn zonen en dochters. Hij plaatst ons harde feiten en woorden voor ogen. Hij toont ons de waarschijnlijke uitkomsten en vervolgens de consequenties van onze acties.
Waarom? Zodat we tot tranen toe zullen ‘wenen‘ [de Belgische uitdrukking van ‘tranen met tuiten huilen‘] en ons zullen bekeren en onze manier van doen en laten zullen veranderen.
Er worden door onze geneesheren slechts -‘vage diagnoses gesteld en hoge rekeningen gedeclareerd. Onvermijdelijke doemt de dood op.
Woeden en sporen we ons tegen de Heer in – òf zorgen we dat we ons gezicht naar de muur keren, biddend en wenend, onze zonden belijdend, Zijn Grootheid onder ogen zien en erkennen dat ons zwak bestaan slechts afhankelijk van God haar bestaan leidt?
Als de HEER het huis [de Kerk] niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de toezichthouder/de wachter zijn rondeconf. Psalm 126[127]: 1.

Profeet job

In dit leven is zelfs de kracht van de dood beperkt.
De HEER zal u bewaken; de Heer is uw beschutting ter rechterzijdePsalm 120 [121]: 7.  
Werp uw zorgen op de Heer en Hij zal u er doorheen dragen” en ook “ Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u” 1Petr.5: 7, en wees met de rechtvaardige Job stoutmoedig genoeg 
om te zeggen:
Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen; ja, mijn wandel
wil ik voor Hem rechtvaardigen. Hij toch zal mij tot Heil zijn, maar een God-vergetene zal voor Hem niet verschijnenJob 13: 15,16.
En bidden wij niet dagelijks: ‘. . . . . Uw Wil geschiede . . . . .’ en geef ons dagelijks kruimels van Uw Brood . . . . .

Christ Pantocrator [Sinaï]

”     Hoor, Israël [Kerk]: de HEER is onze God; de HEER is één!
Gij zult de HEER, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofd’s-band tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poortenDeut.6: 4-9.
      Hoort naar Mij, huis van Jaäcob en geheel het overblijfsel van het huis Israël [de Kerk], Die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af.
Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u
[allen] torsen;
Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal
[u allen] torsen en redden.
Met wie zou je Mij willen vergelijken en gelijkstellen, aan wie Mij gelijk achten, dat wij elkander zouden gelijk zijn?
Isaiah 46: 3-4.

Triodion van Josef [metten 5e maandag]
Hij Die eens de wateren haar grenzen wees door de Macht van Zijn hand en
Die de Rode Zee verdeelde voor het Volk Israël.
Hij is onze God en Hij is verheerlijkt.
Hem bezingen wij, want Hij heeft Zich verheerlijkt
”.

Wij hebben onze geest hernieuwd met de goddelijke ploegschaar der ascese:
laat ons nu vruchtdragend, het koren der deugden uit de door God ingezaaide vasten.
Dan zullen wij in eeuwigheid geen honger meer hebben, maar
vol blijdschap de onvergankelijke Vreugde genieten
”.

Hartnekkige hartstochten houden mijn binnenste in
slavernij en verduisteren mijn armzalige ziel.
Met vermorzeld hart werp ik mij neer voor
Uw onoverwinnelijke Macht, tijdeloos Woord
van de beginloze Vader en ik bid U:
heb medelijden met mij en red mij
”.

Het weldadige Vasten voedt de harten en
begunstigt aan God welgevallige gedachten, terwijl
het de bodemloze zee der hartstochten drooglegt.
Met regen der rouwmondigheid reinigt het ons, die
in Geloof de lof zingen van de Al-beheerser
”.

Theotokion:
Namenrijke bruid, verheug u, maagd Maria, die God gebaard hebt.
Gij zijt de roem van de gelovigen,
de verlossing van de vloek, de ladder die naar de Hemel voert,
het ondoorgrondelijk Mysterie, het braambos dat niet verbrandde,
het onbezaaide land
”.