4e Zondag van de vasten – Zondag van de H. Johannes Climacos, de ladder naar de Hemelse gewesten

Bergrede, juiste relatie met Christus

    En de Heer volgden vele scharen uit Galilea en Dekapolis en Jeruzalem en Judea en het Overjordaanse.
       Toen Christus nu de menigte zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen Zijn discipelen tot Hem. En Hij opende Zijn mond en leerde hen, zeggende:
  Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
  Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
  Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
  Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
  Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
  Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  Zalig de vervolgden omwille van de Gerechtigheid, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen.
  Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
            Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de Profeten voor u vervolgdMatth.4: 25-5-12.

    Want de vrucht des lichts bestaat in -, en toetst wat door de Heer als goed beschouwd wordt. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht wordt ontmaskerd, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: ‘ Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten’.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer van harteEph.5:9-19.

1.]. het leven als navolger van Christus
          Een Christen is iemand die zijn of haar hart heeft verloren aan Christus.
De kernboodschap die onze Heer en Meester heeft gebracht is de komst van Zijn Hemels Koninkrijk. Na door de satan te zijn verzocht begon onze Heer en Verlosser Zijn Blijde Boodschap, de Pedagogie van God te prediken met de woorden:
    De tijd is vervuld en het Koninkrijk God’s is nabijgekomen.
Bekeert u en gelooft het Evangelie
Marc.1: 14,15.
Deze oproep tot bekering heeft ons geraakt en is beslissend geworden voor ons leven.
Het Gezegende Koninkrijk van God, dus het verwachten van God’s toekomst en
het nu al leven naar Gods wil, heeft de absolute voorrang in ons leven gekregen.

“ . . . . . slechts uit de verte hebben de voorvaderen het Geloof gezien en begroet en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereidHebr.11: 13b-16.     

Wat hier gezegd wordt van oudtestamentische gelovigen geldt net zo goed voor de nieuwtestamentische gelovigen: zij zijn vreemdelingen en bijwoners op de aarde en verlangen naar een Hemels Vaderland, want God heeft overeenkomstig een nieuw Verbond ook voor hen een stad gereed gemaakt.
       Dit betekent dat christenen zich als vreemdelingen ten opzichte van de wereld beschouwen.
➥ Opmerkelijk in het Oude Testament is het omvattende van de heilsverwachting. Er is een onlosmakelijke samenhang tussen het uiterlijke en het innerlijke, het natuurlijke en het geestelijke, het nationale en het universele. Het gaat om herstel van het land, herbouw van Jeruzalem en de andere steden, om het leven ”onder de vijgenboom en bij de wijnstok”.
Maar ook om een nieuw verbond met God, om geestelijke herleving, om een diepe spiritualiteit. Voor de oudtestamentische gelovige is juist vanuit
de verwachting van het komende vredesrijk het leven hier en nu rijk en zinvol.
➥✥➥ In het Nieuwe Testament overheerst het besef dat het beslissende gebeuren van de eindtijd is opgetreden en dat het laatste der dagen is ingegaan door de komst van Jezus de Christus.
Het Koninkrijk God’s is reeds aangebroken!
Dat brengt een enorme spanning tussen ”-hier en nu-” en ”nog niet” met zich mee.  Gelovigen bevinden zich in het spanningsveld tussen ”de toekomst van het heden” en ”het heden van de toekomst”.

De christelijke Hoop is  – als verdieping en vernieuwing van de oudtestamentische hoop – te vergelijken met een brug die gespannen is tussen twee pijlers.
• De eerste pijler is het volbrachte werk van Christus, de heilsfeiten van Goede Vrijdag en Pasen, van Hemelvaart en Pinksteren.
• De andere pijler is de wederkomst van Christus.

       Gedragen door de Heilige Geest kan de christelijke gemeenschap de spanning van de verwachting volhouden. Ongetwijfeld heeft de eerste generatie christenen, onder wie de apostel Paulus, lange tijd de dag van de wederkomst van Christus verwacht nog mee te maken.
Maar het betekent kennelijk geen des-illusie wanneer langzamerhand duidelijk wordt dat de dag des Heren veel langer op zich zal laten wachten.
Bij God bestaat geen tijd, dus was er ook geen berekening van termijnen aan de wederkomst des Heren verbonden.
In de nieuw-testamentische uitspraken over de nabijheid van het voltooide Koninkrijk drukt zich de zekerheid van die verwachting –een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde– uit.
Zo bezien behouden deze uitspraken ook ná twintig eeuwen nog ten volle hun geldigheid. 
Maar is dit allemaal niet te hoog gegrepen? We zijn in onszelf gebrekkige, zondige mensen.
De liefde tot Jezus zal ons motiveren om het goede te zoeken voor deze wereld, want onze wereld behoort aan God toe.  Maar de liefde tot de wereld mag nooit in mindering worden gebracht op de liefde tot onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus.
Is dat laatste niet het acute gevaar dat ons bedreigt?
Dat er weinig verlangen meer is naar een beter vaderland dan hier op aarde ooit te vinden is?  We hebben ons als westerse christenen immers genesteld in een comfortabel bestaan. We zijn in veel gevallen welvarender dan onze eigen ouders ooit geweest zijn, om maar te zwijgen van onze grootouders.
We leven langer, maar hebben veelal het uitzicht op de eeuwigheid verloren.
Hoe kunnen we in deze tijd als Christenen dan toch nog spreken van:
” –Kom Heer Jezus kom– “ als afsluiting van dit aardse tranendal.
Christenen zijn en blijven per definitie als de maagden, die hun lamp brandende houden, omdat zij immers de bruidskerk vormen die uitziet naar de Bruidegom.
Hoe krijgt dit in ons leven gestalte?

2.]. Het uitzien naar de Bruidegom en
de wijze waarop de Christen dit in z’n/haar leven waar maakt.
Uitzien naar de wederkomst des Heren, de Bruidegom houdt in dat wij als bruid van Christus onze hele liefde dienen te geven.
Wie ooit van deze smaak in contemplatie zal proeven en de ladder beklimt die tot in de Hemelen reikt, dient in dit leven in het ondermaanse als Jaäcob [Hebr.= ‘hielenlichter, onderkruiper’] te zijn.
Dit houdt in dat hij/zij alles in het werk dient te stellen om te doen wat hem/haar tot bruid van Christus tot Zijn Volgeling maakt, Zijn Naam draagt.
Wanneer je als man of vrouw je hart hebt verloren aan Christus, dien je alles te doen om je ‘los’ te maken van deze wereld; je vertrapt de wereldse rijkdom en betreedt alle dwaasheid en zonden van de wereld met ferme voet, want hoe meer een mens zich ter aarde buigt voor onze Heer, hoe meer deze hem/haar bijstaat omhoog te klimmen en voorgang op de geestelijke weg te boeken.

icxc monastieke afbeelding

En éérst dàn zal zijn/haar naam worden veranderd in ‘Israël‘, hetgeen in gewoon Nederlands heet ‘als God, Die hij/zij zal zien’ oftewel ‘ [Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God overwint’];
door welk Licht en inzicht hij/zij vervuld zal worden met de Sympathie,
Die -zonder enige twijfel- àl het àndere ver te boven gaat.
Van deze Jaäcob wordt in het boek Genesis aangegeven dat de engel met Jaäcob worstelde en heel lang worstelde om dit meesterschap te verkrijgen.
Maar Jaäcob [Hebr.= ‘hielenlichter, onderkruiper’] ontpopt zich als machtige stalknecht en doorstond het gevecht en verkreeg het meesterschap.
Toen de engel inzag dat hij niet mocht doorgaan, raakte deze de heup van Jaäcob aan en droogden op die plaats z’n zenuwen en vanaf dat ogenblik werd hij kreupel aan die ene voet.
En zó werd z’n ene voet verdoofd, werd hij kreupel en werd zijn naam van Jaäcob veranderd in Israël. Kreeg hij als mens het inzicht dat ” God de overhand heeft, dat God altijd zal overwinnen’.
Hiermee wordt Jaäcob als een mens dusdanig verheven dat hij hoog op de menselijke ladder van de contemplatie wordt verheven/opgetild.
Wanneer hij zich – uit alle [onmenselijke] macht – inzet om God te leren kennen worstelt hij daarmee met de engel;
maar een dergelijke -haast onmenselijke- inzet kennen wij alleen maar in de ascese, welke onmogelijk is te vergelijken met de huidige universitaire studies.
De mens kan weliswaar door studie, door z’n denkwerk, met z’n koppie het een en ander overdenken, maar een ‘totaal liefde-verlangen vanuit het hart‘ om te onderkennen Wie God werkelijk is is slechts door ervaring, door diepe contemplatie te bereiken.
De egocentrische houding van de mens dient te worden overwonnen door de Sympathie voor Degene, Die de mens heeft geformeerd, tot Degene, Die hem in het Paradijs heeft geplaatst om te heersen over Zijn schepselen, maar de afgunst van de tegenstrever blijkt hem te hebben bedrogen, waarop de mens werd veroordeeld om weer veranderd te worden tot een wereld’s gericht wezen,
te worden als een aards gericht wezen, waaruit hij genomen was.

Ten einde dit te kunnen overwinnen wordt de mens in ascese door God, door Goddelijke Genade in staat gesteld zichzelf te overwinnen en alle rijkdom van de wereld teniet te doen en zich slechts te richten op God.
Dat is de reden van dit aloude gegeven dat de mens op aanwijzing van God, geroepen door onze Heer en Meester, de innerlijke strijd aangaat met z’n engel, met zichzelf.
Omdat de Almachtige God alle dingen kan bewerkstelligen, wanneer Hij Zijn Genade op Zijn  geliefden doet neerdalen; door de door hen ontvangen Genadegaven komt de mens tot het besef dat onder de pezen alle vleselijke verlangens en andere ondeugden worden omvat.
Dus neemt God er een en maakt deze verdord, alsof deze dood is.
En zij die zich daarvoor nog met beide voeten op de grond voortbewogen,
– die zowel op God als op de wereld hun vertrouwen stelden –
worden door die gekwetste hiel, die ene voet herinnert aan het feit dat zij slechts door  contemplatie de alomvattende zoetheid hebben gevonden, de liefde tot God is leven-schenkend, maakt ons als mens gezond en steeds sterker.
Slechts met een voet gericht op de Blijde Boodschap verkrijgt men inzicht in de waarachtige liefde tot God.
Blijf derhalve op je hoede, wees als God’s geliefde waakzaam en begrijp op welke manier God Zich van je terugtrekt, als jouw geliefde Echtgenoot.
Onderken de absolute Waarheid, dat Hij Zich niet van je terugtrekt, hoewel je Hem nooit van aangezicht tot aangezicht zult aanschouwen.
Maar Hij kijkt op ons neer – Hij zien geliefden – en wat er ook maar in de wereld gebeurt.
Tracht jij iets voor Hem te verbergen, Hij heeft zijn dienaren, als de engelen, die dag en nacht over u waken omdat u Zijn bruid bent met wie Hij een Verbond heeft gesloten.
Jouw echtgenoot is onze God en Die is jaloers op je, indien je een andere liefde najaagt of vooruitgang boekt bij een ander, zal Hij je spoedig verlaten en Zich van je afwenden, Zichzelf van je wegnemen totdat je weer echt van Hem houdt, want hij zal geen enkele mede-minnaar accepteren.
Hij verwacht alles of niets, een waarachtige echtgenoot is Heerlijk, Nobel en oprecht voor al degenen die ooit uit een moeder zijn voortgekomen.

Daarom wil Hij niets anders dan datgene wat eveneens Heerlijk en eerlijk is.
Indien Hij ook maar iets in jou van het kwaad ziet, keert Hij Zijn kostbare gelaat van jou af, want Hij mag geen onreinheid of lijden ontwaren.
Daarom, wanneer je jouw Verbond’s-partner wilt behouden en jezelf in Hem mag verheugen, dan dien je bescheiden en schoon te zijn.

3.]. Jezelf uit de wereld terugtrekken om je leven aan God te wijden.
Vroeg of laat wordt ieder mens geroepen, door de Heer aangesproken tijdens z’n  dagelijkse bezigheden. Er doet zich iets voor waardoor je gaat nadenken over de hogere [-spirituele-]  waarden van de mens, gelukzaligheid komt niet uit het niets voort.
Het besef ontstaat dat je van stof bent en tot stof zult terugkeren, omdat de mens geen vat heeft op zichzelf in relatie tot de tijd.
Dit is de ascetische lijn als waardeverdeling, die je doet ontdekken dat je maar klein bent ten opzichte van de grote werkelijkheid.
Dit is hetgeen monniken verheft – optrekt, – weg van al hetgeen de aarde te bieden heeft tot de Hemel, op een berg, een Heilige berg [ zoals, Athos, Griekenland].
Dit fenomeen wordt in de geschiedenis van de mensheid in al haar gelederen [volkeren en naties] al waargenomen in haar vroege aardse bestaan; evenals de mens zich in haar bestaan ontwikkeld heeft, heeft ook dìt proces een grote vooruitgang geboekt.
Onze Heer en Verlosser, welke ons roept: “ Komt allen tot mij [als tot een alomvattende Geneesheer] en Ik zal jullie mensen rust gevenMatth.11: 28, want er komt een moment in het leven van de mens dat deze ervaart dat hij alles moe is en het leven hem/haar belast.
Dat is al zo oud als de mens bestaat en de mens gaat op zoek naar z’n oorsprong en z’n toekomst. In onze tijd noemen wij dat hij/zij gaat lezen, zoekt hij/zij het gehele WWW af [lectio], daarna komt de mens tot meditatie, vervolgens tot gebed en ten slotte tot contemplatie.
               Het opgetrokken worden opgetrokken van de aarde naar de Hemel, wordt van oudsher eigenlijk gevormd door slechts deze paar stappen en over-brugt als een ladder van Jaäcob de  immense en ongelooflijke hoogte, waarvan het onderste deel op de grond rust, terwijl de bovenste tot in de wolken doordringt en de geheimen van de Hemel, het Goddelijke, openbaart.

Deze stappen van ontwikkeling behoren tot het aangeboren gevoel van de mens en stellen hem/haar in volgorde en belangrijkheid in staat de Waarheid  van het Leven te achterhalen.
Indien iemand zorgvuldig de eigenschappen en functies onderzoekt die elk van hen op ons uitoefent, hoe ze verschillen en hun hiërarchieke plaats innemen,
zal hij/zij het werk en de toepassing die in dit onderzoek wordt gebruikt, kort en gemakkelijk inschatten tot wat voor groot nut en zoetheid het de mens aanbiedt.
Meditatie het is een ijverige activiteit van de geest, die de kennis van verborgen waarheden zoekt, met behulp van zijn eigen reden. Dit is de [Goddelijke] oproep aan de rede om de betekenis te begrijpen die verborgen is onder het oppervlak van hetgeen zich om ons heen bevindt, datgene wat wij lichamelijk waarnemen.
Vervolgens ontstaat er een vurig verlangen [noem het gebed] naar het Hogere om het kwaad af te weren en het goede te verkrijgen.
Zo wordt iedere dag die het Hogere [God] ons geeft een uitdaging en is waakzaamheid geboden en wordt het Geloof gevormd met de Hoop als basis.

4.]. Monastiek leven

Cross [backsite], houtsnijwerk aankomend monnik Karakallou, Athos

Het monastieke leven, zoals we het heden ten dage kennen, werd op basis van de Voorvaderlijke overlevering en de Profeten – feitelijk in Egypte gesticht, tijdens de 3e eeuw en het verspreidde zich van daar naar Syrië en Palestina, Mesopotamië en Turkije, en vervolgens via het gehele Christendom in het oosten naar het westen.
Het ontstond in een tijd dat men voelde dat het lichaam en de ziel met elkaar in conflict waren en dat de ontbering toenam was hetgeen nodig was om iemands spiritualiteit te vergroten.
Op dit moment ontstonden twee soorten kloosterleven: cenobitisch en anchoritisch.
Cenobitische monastieken [waar men tegenwoordig aan denkt bij monniken en monialen] leven samen als leden van een gemeenschap, welke zich onderwerpen aan een abt of geestelijk spelleider.
Anchorieten [of eenvoudiger, heremieten] leven daarentegen alleen of in kleine groepen, veelal  vanuit andere plaatsen of in de omgeving van kloosters.
Deze laatsten zijn minder geïnteresseerd in de wisselvalligheden van het dagelijks leven en hebben de neiging om nog meer ascetisch te leven dan de meeste cenobieten; zij leiden een leven met weinig slaap, kleden zich met afgedragen kledingstukken, gebruiken weinig of minder goed voedsel [over datum] en werken hard.  Voorlopers van het leven van de heremiet zijn we al tegen gekomen in de Vita van de Profeten, waaronder Elias, van Johannes de Doper, van Christus toen Deze Zich als Zoon van God in de woestijn bevond en de Apostel Paulus.
Tegen de 4e eeuw waren er veel monniken en monialen, waarvan de meesten in een zich in de woestijn bevindende gemeenschap verbleven en gezamenlijk hun weg tot het Hogere, tot God] vorm gaven. Deze worden vaak de woestijn-vaders en moeders genoemd.
Onder de vroege kluizenaars/heremieten in de woestijn bevonden zich de Heilige Antonius de Grote [Gr. = Ἀβᾶς Ἀντώνιος, 251 – 356], met zijn tijdgenoot Paulus van Thebe, de Heilige Basilius, de Grote, de Heilige Gregorius van Nazianze en  Johannes Chrysostomus.
Extreme voorbeelden van heremiet-leven manifesteerde zich op verschillende sobere manieren – zo leefden er op zuilen [zgn. styliten] of in de open lucht en degenen die nimmer hun cel verlieten.
De Vita, hun geschriften en korte uitspraken beschrijven de ascetische spirituele groei. ‘Geestelijke opgedane, ervaren kennis’ speelt hierbij de centrale rol: kennis van de eigen geestelijke natuur, haar vervreemding door de zonde en van alle genadegaven van God.
De eerste stap op de heilsweg is de bewustwording van onze ware geestelijke aard, die alle redelijke wezens gemeen hebben. Het is niet zo dat het begaan van de heilsweg en de geestelijke groei in hoofdzaak afhangen van een ‘zelf’ door studie bewerkt bewustwordingsproces.
De komst van Christus dient de kennis van zichzelf en van de onderscheiding van  het persoonlijk ervaren kwaad en goed. Christus is vooral leraar en voorbeeld en Hij wil ‘geestelijk’ door eigen ervaring gekend worden.
De Apostel Paulus zegt hierover: “ . . . . . Al hebben wij Christus naar menselijke maatstaven beoordeeld (lett. gekend naar het vlees), vanaf nú niet meer! 2Cor.5: 16. ‘Kennen naar het vlees’ is het begrip als ‘bij de uiterlijke verschijning van Christus blijven steken’. De opnieuw geestelijk geworden mens ziet daar dwars door heen.

H. Johannes Climacos [van de Ladder]

5.]. de Ladder naar de Hemelse gewesten
De heilige Johannes Climacos [van de Ladder] welke op deze 4e zondag van de vasten in de spotlights wordt gezet is een heilige geweest voor wie een zeer sterke toewijding in de Orthodoxe Kerken bestaat. De exacte levensduur van John Climacus is niet bekend; wel is echter bekend dat hij heeft geleefd aan het einde van de 6e eeuw en de eerste helft van de 7e [ca. 570-650].
Hij werd monnik op ongeveer 20 jarige leeftijd en verbleef in Egypte aan de voet van de berg Sinaï in de Sinaï-woestijn.
Egypte was in die tijd door het Romaanse/ Byzantijnse Rijk bezet, welke was gesticht onder de potentaat, Constantijn de Grote, zodat het een deel werd van Zijn Rijk en werd vervolgens een  steeds overwegender Christelijk land.
Het werd geen Arabische staat en geen moslim staat totdat het in 642 CE werd veroverd door een moslim leger. De islam was echter in die tijd erg tolerant ten opzichte van andere religies, dus het christendom bleef een gerespecteerde religie in de het land en de kloosters mochten samen met arabische moskeeën functioneren [tot nu toe is er nog steeds een goede verstandhouding].

stammen van Israël verzameld rond de Ark van het Verbond in de woestijn bij de berg Sinaï

Het feit dat de Heilige Johannes Climacos aan de voet van de berg Sinaï woonde, is zeker van  belang geweest. Er dient aan herinnerd te worden dat de berg [Mount] Sinai de plaats is waar de Profeet Mozes God ontmoette. De eerste keer was toen hem werd opgedragen de Israëlieten [Israël, Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] uit de slavernij te leiden [de brandende braambos] en de tweede keer was toen deze Profeet de tafelen kreeg met de Tien Geboden. Het heeft dus door de eeuwen heen een heilige plaats ingenomen voor alle drie monotheïstische / Abrahamitische tradities – het Jodendom, het Christendom en Islam.
De Byzantijnse keizer Justinianus I gaf in de tweede helft van de 6de eeuw opdracht tot de bouw van dit klooster toegewijd aan de Heilige Catharina op die bijzondere plek. En dit klooster is tot op heden uitgegroeid tot een belangrijke bewaarplaats van vroeg-Christelijke iconen, boeken en andere heilige kunstvoorwerpen.

Het boek dat deze Johannes Climacos [van de Ladder] schreef is gericht aan cenobitische monniken.
Pdf:       THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos
Maar dit is ironisch, want de Heilige Johannes Climacos was het grootste deel van zijn leven een asceet, die als kluizenaar alleen woonde in Tholas, een paar kilometer van het hoofdklooster. Hij bezocht een cenobitisch klooster in de buurt van Alexandrië en was onder de indruk van de wederzijdse liefde en gebedspraktijk van de monniken. En zijn wijze van geestelijk leven werd alom bekend en gerespecteerd.
Een abt, de spelleider van het klooster van Raithu, welke eveneens gelegen is op het Sinaï-schiereiland, aan de Golf van Suez, vroeg Saint John om een ​​boek te schrijven over de spiritualiteit van het monnik’s-leven.
De correspondentie tussen deze abt Johannes van het klooster in Raithu met de Heilige Johannes Climacos heeft geleid tot een nauwe onderlinge band en vervolgens tot het uiteindelijke boek van de ladder en staat vol  verwijzingen naar Mozes waarin Johannes van Raithu Johannes Climacus vraagt ​​om een tweede Mozes voor de monniken te worden door “door God geïnspireerde teksten” te schrijven om de  nieuwe Israëlieten’ [ Israël, Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] te instrueren,
dat wil zeggen, de nieuwe monastieken, die hen de weg zal aangeven op de Jaäcob-gelijkende ladder naar de Hemel.
Zó is ons Christenen behorende tot de Orthodoxe Kerken deze leidraad tot de Hemelse geneugten overgeleverd geworden.

Bergrede

Niet voor niets wordt op deze zondag het Evangelie van de Bergrede voorgehouden, alsmede de aansporing van de Apostel Paulus aan de inwoners van Ephese van alles wat door de Heer als goed beschouwd wordt en geen deel te nemen aan de onvruchtbare werken van de duisternis.
De heilbrengende stap is méér dan ooit nodig tot de komst van Christus in het innerlijk dan bekendheid over de komst van de Heer in de wereldgeschiedenis. Het geeft ruimte voor een rol van de heilige Geest in de aanname van de mens als ‘kinderen van God’ en ‘na-volgers, minre-broeders van Zijn Zoon‘.
Het motief van de terugkeer naar de ongerepte natuur van de mens vindt men ook in de grote plaats waar het schip van Christus, Zijn Lichaam en allen, die daartoe behoren voor anker kunnen gaan en rust in het Leven kunnen vinden.

Ja, Hij Zelf, zal Israël [Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] verlossen, uit al zijn ongerechtigheden.

Apolytikion
tn.8.
    De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien, en door uw zuchten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige vader Johannes Climacos, een ster geworden,
die heel de wereld verlicht door God’s wonderen,
bidt tot Christus onze God, om onze zielen te redden“.

Kondakion
tn.4.
    Op de bergtop der onthouding heeft de Heer u geplaatst,
als waarachtige ster die niet tot dwaling verleidt en
de straalt tot aan de einden der aarde,
wegwijzer Vader Johannes Climacos”.

Zaterdag voorafgaand aan de Zondag van de Ladder – eveneens een zaterdag van alle zielen

Wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
       Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf. En Hij heeft Hem ‘macht’ gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
       Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten Leven, wie het kwaad bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
       Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is Rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeftJohn.5: 24-30.

De Hooiwagen, Hieronymus Bosch

    De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de Hemel.
Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de Hemelse is, zijn ook de Hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de Hemelse dragen.
Dit spreek ik evenwel uit, broeders:
‘ vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de on-vergankelijkheid niet.
Zie, ik deel u een geheimenis [Mysterie] mee.
‘ . . . . . Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is:
    De dood is verzwolgen in de overwinning.
      Dood, waar is uw overwinning?
      Dood, waar is uw prikkel?
De prikkel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de wet.
Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus
1Cor.15: 47-57.

Zaterdag van alle zielen:
“‘O God, sla Uw Vleugelen toch om mij heen’, ‘behoed mij in Uw Genadegaven’”.

wat nu volgt is conf. [een niet-professionele vertaling vanuit het arabisch]
een preek
bij de begrafenis van een van de spelleiders, z’n ondergeschikte priester, George Khoury, waar hij als toezichthouder over was aangesteld
– bij monde van Metropoliet George [Khodr] over Byblos & Batroun [Mount Lebanon] van het Antiocheens Patriarchaat.

    Geacht familieleden en alle overige broeders en zusters in Christus’,
1.]. Wat verstopt God toch tussen Zijn Vleugelen, wat houdt Hij voor ons verborgen?
Hij doet dit allereerst om onze zonden weg-te-wassen, teneinde ze in het vuur van Zijn Liefde te weg te laten smelten, te vergeten.
Wat verbrand dus onze zonden? Het is ‘Zijn‘ oneindige Liefde voor ons, Die ons in het verborgene is geopenbaard.

Christ Pantocrator [Sinaï]

Wanneer wij Hem via een icoon voor de geest halen kunnen wij daar in de geest van een ontmoeting geraken tot onze geest daar zoals wij dat psychologisch omschrijven toe wordt aangetrokken. Wanneer wij een mens zien zien wij een mengeling van goed en kwaad, maar wij als Zijn volgelingen, Zijn heiligen onderkennen daar het Licht dat God in het menselijk gelaat daar sinds de schepping op het gezicht heeft aangebracht. En dat geschapen Licht laat z’n sporen achter. Indien iemand van ons tot de Genade van God overgaat hebben wij het recht om dit licht op z’n gezicht van zijn afkomst, waar iemand vandaan komt, waartoe iemand behoort, af te lezen.
Ik ben zelf al meer dan zestig jaar in een van de steden in het noorden van dit land [libanon] woonachtig geweest. En zie hier vlak voor je in een kist een jonge man [ten opzichte van de eeuwigheid is iedereen jong] die mij een keertje aansprak.
Ik vroeg hem: ‘Wie ben jij?’ Hij zei : ‘Ik ben George Khoury’ [de overleden priester].
Ik zei: ‘Wie is George Khoury?’
Hij antwoordde: ‘Ik ben een jongeling uit een dorp, welk in de streek ‘al-Koura’  als een gehucht wordt bestempeld.
Hij zei:’Kom met mij mee‘ en ik ging met hem mee.
En hij plaatste mij temidden van alle jonge mensen van dit dorp en
hij zei tegen mij: ‘spreek’, ‘open je mond en verkondig de Blijde Boodschap’.

Nu had ik naar gewoonte een Bijbeltje bij me, die wij als Christenen altijd en overal raadplegen. De mensen zeggen hierover: dit zijn lezers van een boek dat ‘de Bijbel’ wordt genoemd, ondanks het feit dat ze tot een religieuze groepering behoren die niets leest.
Wij hebben die groepering, die gemeenschap aangeboden het Evangelie te verkondigen en het Woord [de Pedagogie] van onze Heer en Verlosser tot een overbrugging van ons leven naar het toekomstige leven te maken.
En wij trekken hier rond en tot in de uiterste uithoeken, in de buitenwijken.

En deze eenzame man, deze mens, die hier opgebaard ligt, bleef hier volgens een vaste regel [steevast] tot de laatste dagen van zijn leven. Hij zegt tegen de dwaas, die hij op z’n weg ontmoet: ‘Je hebt jouw leven te danken, het bestaan hier op aarde, op grond van wat in dit Boek beschreven staat en niet op basis van datgene wat in al de overige Boeken van de gehele wereld, in welke bibliotheek dan ook, staat beschreven.
Je bent van God afkomstig en zo niet, dan sterf je‘.
En ieder weldenkend mens zei vervolgens: ‘Wij willen niet dood’.
En deze eenvoudige mens, waarvan zijn stoffelijke resten hier voor u liggen zei tegen hen:
Daarom dien je dit Boek wèl degelijk te lezen en op de inhoud daarvan te blijven kauwen [mediteren], totdat de inhoud je ‘eigen’ wordt, en jij wordt nu al een klein beetje, onsterflijk, als God”.

2.]. Vervolgens ben ik George Khoury een beetje uit het zicht geraakt, tot ik hem als priester tegenkwam druk doende met zijn werk tussen de arbeiders van een fabriek in Beiroet.
Ik zei tegen hem: “ Heb je mij hier uitgenodigd om het Woord te verkondigen of om het aan den lijve te ondervinden – waarom ga je niet naar de plaats, die hiervoor is aangewezen, het kerkgebouw om mensen aan te trekken?
En ik zag hem twijfelen daar in z’n zwarte werkpak/‘overall’ over onze aanwezigheid op die plek en hij gaf te kennen dat dit juist ‘een ladder naar God’ blijkt te zijn. Christus was immers ook God-mens onder de gewone mensen en trok met hen op. Hij was tot deze slotsom gekomen op basis van argumenten omdat wij mensen God in de kleinste dingen behoren te ontmoeten.
Daarna scheidden onze wegen zich weer een beetje vanwege de omstandigheden van het leven.
Maar op een dag stuurde ik een van mijn ondergeschikten naar het gebied waar hij nog steeds woonde en deze kwam daar een dorpsbewoner tegen.
En deze ontmoette een van die mensen uit die streek en zei tegen hem:
Wat doe jij hier?“, hij zag er namelijk -‘in zijn dagelijkse kloffie’- niet uit.
En deze mens onder de mensen zei:
‘ . . . . . Ik werd priester van de Allerhoogste God en was hier ten dienste van de mensen met de Kracht van het Woord dat tot mij kwam en verzwolg het.
. . . . .Ik liet het Woord van God bij de mensen achter en het volk slikte God’s Woord in en genoot er met volle teugen van.
. . . . . Mij werd de afgelopen jaren duidelijk gemaakt dat een priester een parochie gemeenschap werkelijk dient -‘lief’- te hebben, omdat deze mensen kinderen van God, van -‘onze Heer en Meester’- zijn.
. . . . . Deze mensen kennen alleen onze Heer en Verlosser en deze gemeenschap wil zich aan Hem houden totdat Hij een van hen wordt, zoals menselijke wezens Christus enkel en alleen door het aangezicht van de priester zullen herkennen.
. . . . . Een priester, die hen reeds tientallen jaren ten dienste staat, weet wàt er in hen omgaat en ‘blijft voortdurend proeven‘ wat er van hen overblijft, hoe zij gegroeid zijn en met wat voor moeilijkheden zij geconfronteerd zijn.
. . . . . En op deze manier, door deze benaderingswijze, heb je helemaal geen behoefte aan een kerkgebouw, want de tempel bevindt zich in het hart van de mensen.
Zó wordt de Kerk, een begrip onder de navolgers van Christus,
Zó word je -‘mèt Hem ìn Hem’- en ‘wordt Zijn Naam geprezen‘ en probeert de mens, die klein is groot te worden en
Òp ‘deze wijze’ probeer de mens in Christus volwassen te worden.
        Deze mensen lijden, zo zei hij steeds maar weer: ‘Geloof is zwak en blijft zwak onder de mensen‘.
Wat ik met de mensen doe?
Hoe kan ik ze naar de gezegende ‘Heer van het Leven’ brengen?
Hoe kan ik met hen ‘het Leven’ vieren?
Hoe kunnen zij leven zonder Christus in hun hart te ervaren, harten van vlees en bloed?
Hoe leven ze? Waar wonen ze?
Ik probeer hen te troosten en hen te vertellen: “ Onze Heer en Heiland is geduldig met ons mensen, óók als Hij hen kwelt, beproeft“. Maar Hij heeft ons priesters geschreven: “ U bent voor altijd een priester naar de orde van Melchizedek”.
Je bent voor hier en nu en voor altijd een priester in de Hemelen en zal niet net als mensen worden gedoopt. Maar jou worden bovendien de handen opgelegd, dat wil zeggen, de twaalf zegeningen van de Apostelen kwamen over jou als mens teneinde voor jouw kudde, met jouw gemeenschap te sterven op dezelfde manier als Hij als Heer en Meester, als formeerder van de mens, in Liefde voor hen gestorven is.
Wij zullen niet sterven, niemand van ons, want Hij is iedere dag van ons eeuwig bestaan onder ons aanwezig en Hij doet onze zonden onder Zijn Vleugelen wegsmelten.
En onze onderlinge menselijke liefde tot God en onze naasten straalt, daalt van deze Goddelijke vleugels af, teneinde onze zonden te verbranden.
Het is overweldigend als priester -‘mèt Hem en ìn Hem’- met Hem op te trekken en op deze wijze probeer je ‘zelf’ als eenvoudig mens groter te worden, volwassen te worden in Zijn Naam. 
        Deze mensen lijden, zo zei hij steeds maar weer: Geloof is zwak en blijft zwak onder de mensen.
Wat ik met deze mij toegewezen mensen doe?
Hóe kan ik ze naar de gezegende ‘Heer van het Leven’ brengen?
Hoe kan ik met hen ‘het Leven’ vieren?
Hoe kunnen zij leven zonder Christus in hun hart te ervaren, harten van vlees en bloed?
Hoe leven ze? Waar wonen ze?
Ik probeer hen te troosten en hen te vertellen: “ Onze Heer en Heiland is geduldig met ons mensen, óók als Hij hen toetst door hen te kwellen beproeft.
Ik probeer Hem aan hen duidelijk te maken en over Zijn leven als God-Mens te vertellen en ik doe dit uit liefde voor de Heiland en uit liefde tot deze mensen.
En de situatie waarin de mens zich bevindt is altijd en overal hetzelfde, geen plaats ter wereld is daarvan uitgezonderd.
En ben je voornemens hen te bekeren? Zó is mij dit in Christus duidelijk geworden ik weet dat dit uiteindelijk zal gebeuren; ikbehoehoef mij alleen maar te vernederen en God doet de rest.

3.]. Ik heb m’n leven geleefd, zoals ik gedaan heb, uit liefde tot mijn Heiland en mijn naasten. En ik stel vast dat ik moe wordt, -‘pijntje hier, pijntje daar’- en neem van mij aan, ik heb grote fouten gemaakt, dat overkomt ieder mens, maar ik wilde het beste uit mijzelf halen en wat nu?
Zó werd dit mij pas een poosje geleden door Hem als Heer en Meester duidelijk gemaakt:
Ik heb je geroepen en Ik ben ‘Zelf’ door dik en dun aan jou geopenbaard, maar je bent vergeten Mij volledig in jou op te nemen”.
Ik gaf daarop ten antwoord: ‘    Maar ik ben het niet vergeten, ik weet dat de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest Zich vanuit de hoogste Hemelen geopenbaard heeft’.
Hij liet mij daarop weten dat ik: ‘ net als Hem m’n Kruis diende op te nemen – dus onderhorig te zijn aan m’n levensweg, zodat je door het lijden heen het aangezicht van de heiligen aan de mensen kunt laten zien, alvorens je hen voor de laatste keer ontmoet en afscheid van hen neemt‘.
Maar toch zullen de mensen blijven zeggen:
Wie ben jij? Ben jij voortgkomen uit/van die farizeeërs,  een priester, die zoals al die anderen is, die slechts prat op zichzelf zijn, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben? Ben jij dat?“.
En ik kan dan alleen maar zeggen: ” Ik ben niets, ik hield slechts van en probeerde mijzelf ten doop te geven aan degenen van wie ik hield. Ik ga naakt rond en op blote voeten terug naar de plaats van waar ik gekomen ben, zoals ik uit de schoot van mijn moeder kwam.
De dagen van mijn geboorte liggen ver achter mij en ik sta op het punt van sterven, maar ik hoop dat God mij in Zijn herinnering opneemt, mij opwacht en mij omhelst. Ik hoop het trauma van het leven achter mij te laten en mijn wonden door Zijn geboorte, sterven en Opstanding, genezen te weten.
Hij neemt mij op als een doek en doopt deze in het water, als een infuus stroomt Hij Zelf door mij heen en aldus worden al mijn zonden door de Goddelijke Genade van de Heilige Geest opgelost, zijn zij verdwenen”.

Ons nabestaanden wacht slechts het geduld van de lange tocht tot zuiverheid en we mogen ons verheugen, want het Kerstfeest is op komst en het feest Pascha zal ieder jaar opnieuw terugkeren, als vanouds tot het einde der wereld.
Wij zijn hier gekomen voor de vele zielen, die zijn overgegaan, die bij de poort van het Koninkrijk de stem van de Vader vernemen die tot hen zegt:
    Komt, gij gezegenden, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt 
tot Mij gekomenMatth.25: 34-36.
            In al uw en onze gebeden weerklinkt de Hoop dat de poorten van het Paradijs open zijn voor deze overledenen en dat de heiligen zich verheugen wanneer Hij hem en hen ontvangt en deze Zijn troon nadert/naderen.
Maar nu voor U, o Vader, Zoon en Heilige Geest, verheerlijkt zij Uw Naam voor altijd en eeuwig in de rechtvaardigen, Amen.

O God, sla Uw Vleugelen toch om ons heen
en behoed ons in Uw Genadegaven”.

NB. Gebed in moeilijke perioden van ons leven
Wanneer het tegenzit, schiet bidden er namelijk nogal gemakkelijk bij in.

Nogal wat mensen stoppen met bidden als ze in moeilijk vaarwater terechtkomen. Of ze vinden het ten minste moeilijk om te bidden als de wind tegenzit. Waarom laat God toe dat ik ongelukkig ben?
Waarom brengt Hij geen verandering in deze situatie?

1.]. aandacht voor je lichaam
Wij mensen hebben niet alleen een lichaam, wij zijn ook lichaam.
Bidden doe je per definitie met je hele wezen.
Met je hart, je verstand, je ziel. Èn met je lichaam.
Een gespannen lichaam is daarom niet bevorderlijk om tot gebed te komen.

Bidden vraagt immers dat je tot op zekere hoogte stil valt, tot jezelf komt.
Je trekt jezelf terug in je ‘stille hoek’, opdat je de externe prikkels
verminderd worden om toegang te krijgen tot je innerlijkheid.
De daarmee gepaard gaande stilte kan je
des te scherper confronteren met de spanningen in je lijf.
Onaangenaam, en dus een reden om te stoppen met bidden.

Door méér thuis te komen in je lichaam,
kun je het makkelijker openen voor Gods aanwezigheid.

Om dit vroegtijdige afhaken te voorkomen, kan het zinvol zijn
tijd te nemen om te bidden met je lichaam.
Door meer thuis te komen in je lichaam, kun je het makkelijker openen voor
Gods aanwezigheid en het toevertrouwen aan zijn liefdevolle blik.
Dat begint met rustig in- en uitademen.
Een voor een de verschillende lichaamsdelen aanspannen en ontspannen.
Wat ook kan is traag wandelen in de natuur en
bijzondere aandacht geven aan wat je hoort, ziet, voelt, ruikt…

Deze lichaamsoefeningen zijn absoluut geen verloren tijd.
In de mate waarin je probeert ze te doen in verbondenheid met God,
kunnen ze een volwaardig gebed zijn.

2.]. Zet je probleem in de wacht, laat ze afkoelen, ‘time-out’.
Wie geconfronteerd wordt met moeilijkheden,
heeft vaak spontaan de reflex om
die moeilijkheden een grote plaats te geven in het gebed.
Dat is helemaal niet vreemd.
Bidden is in belangrijke mate je gewone leven voor God brengen.
Maar het is geen denkbeeldig gevaar dat
het gebed snel gaat overheersen, geheel in beslag genomen wordt door het probleem.
Je gaat je als het ware verplicht voelen alle tijd, energie en aandacht die je aan het gebed besteedt, te richten op die ene vraag, situatie, relatie, persoon, enzovoorts.

In plaats van je vooruit te helpen, kàn zo’n gebedstijd je eerder van God verwijderen. Het probleem komt tussen jou en God te staan.
Bovendien, hoe dringend dit probleem voor jou ook is,
God heeft jou op dit ogenblik misschien iets anders te zeggen.

Daarom kan het zinvol zijn de moeilijkheden bewust niet in het gebed in te brengen. Je kunt ze simpelweg even benoemen aan het begin van het gebed, om
er vervolgens bewust voor te kiezen ze los te laten en aan God toe te vertrouwen.

De ervaring leert dat het nogal eens gebeurt dat je na verloop van tijd vaststelt dat de vraag, die als time-out hebt ontweken, intussen vanzelf een antwoord heeft gekregen.
Je bent er anders naar gaan kijken, de vraag werd geleidelijk aan minder dringend of allesoverheersend, de negativiteit is verminderd, enzovoorts.

3.]. Houd je innerlijke gerichtheid open
Wie het moeilijk heeft, zoekt doorgaans naar verlichting, ook in het gebed.
Je hoopt op een antwoord op je vraag,
de oplossing voor een probleem, licht in de duisternis.
Dit is niet meer dan normaal.
En daar dreigt het gebed spaak te lopen. Immers,
God laat zich niet opsluiten in onze kaders.
Hij antwoordt wel, maar vaak totaal tegengesteld en
anders of op een nadere plaats dan wij gehoopt hadden.

Het probleem hierbij kan zijn dat we in ons gebed
vaak niet alleen een vraag stellen, maar
tevens de neiging hebben God ook het antwoord in te fluisteren.

Hier ligt een grote spirituele uitdaging voor wie bidt in moeilijke omstandigheden:
de innerlijke gerichtheid bewust open te houden.
Om te onderscheiden waar en hoe de Geest in het gebed elementen van antwoord aanreikt.
Meer in het bijzonder betekent dat vaak:
bereid zijn om oog te hebben voor de subtiele en discrete
ervaringen van vreugde, rust, vertrouwen en hoop, zoals
die zich aanbieden in het gebed.

Ook al wijzen die gevoelens een andere richting uit dan verwacht.
Het zijn immers de richtingwijzers naar het leven waartoe God je vandaag uitnodigt.
Dit vraagt een reële innerlijke vrijheid en openheid.
Maar ook de Genadegave van het Geloof dat God
jou blijvend nabij is en voor je zorgt, wat er je ook overkomt.