Dinsdag na Kruisverheffing – voorafgaand aan Zondag Climacos

    O Heer, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, Uw Naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in Waarheid en Trouw volvoerd.
       Want Gij hebt de stad tot een steenhoop gemaakt, de versterkte veste tot een bouwval, de burcht der vreemden tot wat geen stad meer is; in eeuwigheid zal deze niet herbouwd worden.
Daarom zal een sterke natie U eren, de veste van gewelddadige volken zal U vrezen; want
⁌  Gij zijt voor de geringe een sterkte geweest,
⁌  een Sterkte voor de arme toen hij benauwd was,
⁌  een Schuilplaats [schutter’s-putje] tegen de stortbui,
⁌  een Schaduw tegen de hitte.
Want het briesen der geweldenaars is als een stortbui tegen een muur, als hitte in een dorre streek.
Het rumoer der vreemden onderdrukt Gij; als hitte door de schaduw van een wolk wordt het 
gezang der geweldenaars gedempt.
       En de Heer der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen.
       En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmee alle volkeren bedekt zijn.
       Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Heer der Heerscharen zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van Zijn Volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Heer heeft het gesproken.
       En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van Wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Heer, op Wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeftIsaiah 25: 1-9.

    En God zei tot Noach en tot zijn zonen met hem:
. . . . . Zie, Ik richt Mijn Verbond op met u en met uw nageslacht, en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven.
       En God zei: ‘Dit is het teken van het Verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: Mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het Verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, zal Ik Mijn Verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik Mijn eeuwig Verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is.
En God zei tot Noach:
‘ Dit is het teken van het Verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft’
Gen.9: 8-17.

 

‘Vanaf nu zult u de Hemelen geopend zien’; ‘From now on you will see the heavens open’ John.1: 52.

    Naar de mate van zijn verstand wordt een mens geprezen, maar een verkeerde van hart komt in verachting.
Het is beter onaanzienlijk te zijn en een knecht te hebben, dan zich groot voor te doen bij broodgebrek.
De rechtvaardige weet wat toekomt aan zijn vee, maar de barmhartigheid der goddelozen is wreed.
Wie zijn akker bewerkt, zal zich met brood verzadigen; maar wie ijdele dingen najaagt, is verstandeloos.
De goddeloze begeert de vangst van boze dingen, maar de wortel der rechtvaardigen geeft [vrucht].
In de overtreding der lippen ligt een boze valstrik, maar de rechtvaardige ontkomt aan de benauwdheid.
Van de vrucht van zijn mond wordt iemand met het goede verzadigd; wat eens mensen handen volbrengen, keert weer tot hem.
De weg van de dwaas is recht in zijn ogen, maar wie naar raad luistert, is wijs.
Een dwaas maakt zijn ergernis aanstonds bekend, maar een schrandere bedekt de smaad.
Wie Waarheid spreekt, deelt mee wat recht is, maar een leugenachtig getuige bedrog.
Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan.
Een waarachtige lip bestaat voor altijd, maar een leugenachtige tong slechts voor een ogenblik.
Bedrog is in het hart van wie kwaad smeden, maar voor wie tot Vrede raden, is er Vreugde.
De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.
Leugenlippen zijn de Heer een gruwel, maar wie trouw handelen, zijn Hem welgevallig“ Spreuken 12: 8-22.

 

David noemt God Heer‘; ‘David calls God Lord‘, Utrechts Psalter, blz 52

God is de HEER van de schepping.
Gebruik de schepping daarom zorgvuldig, met voorkoming van uitputting en overproductie.
Breng in gedachten bij alles wat je doet, wat je gebruikt, dank onze Heer en Schepper en ga vervolgens over tot het gebruik van de middelen, die ons als mens aangeboden worden, maak een persoonlijke keuze bij wat je wel en niet doet.

God, onze Heer en Meester regeert de wereld[-politiek],
Hij is de Alpha en de Omega, het begin en het einde,  heerst dus ook over het einde. Heb God lief en niet het geld.  Verslinger je niet aan idolen.
Winst is een levensmiddel geen levensdoel.
Wees geen slaaf van geld en goederen, die je eigenlijk -op de keper beschouwd- niet nodig hebt.
Het eigen ego is een afgod – verhef je nooit en te nimmer boven de ander en zeker niet op kerkniveau.
Breng offers aan God, niet aan jouw ‘zakelijk’ instinct je carrière.
Bouw voor jezelf geen torens van Babel, bouwwerken die  in pyramide-vorm ter verering van afgoden tot tempel dienen.

Afgoden en afgoderij zijn woorden die wij in ons taalgebruik nauwelijks nog kennen; zij hebben immers haast geen inhoud meer.
Primitieve volkeren en culturen in de Oudheid vereerden afgoden. De Romeinen en Grieken bijvoorbeeld verpersoonlijkten bepaalde factoren van het leven en maakten uit allerlei dingen goden. Zij kenden bijvoorbeeld Mars, de god van de oorlog; Eros, de god van de liefde; Cupido, de god van het plezier; Venus, de god van de schoonheid; Narcissus, de god van de zelfverheerlijking; Bacchus, de God van de wijn en de drank.

voormalige Mariakerk Utrecht, afb. Saenredam, Honderden kerkgebouwen worden gesloopt en het einde is nog niet in zicht.

Wij bezitten weliswaar geen geordende lijst meer van goden, maar de van oudsher bestaande afgoden sterven nooit.
Zij zijn er nog steeds; zij verwisselen alleen maar van masker en niet zo’n heel klein beetje ook, je dient er op gewezen te worden wil je ze herkennen.
Zij keren terug met nieuwe, verbeterde technieken om de mensen te misleiden en er hun vrijheid aan op te dragen, te verkwanselen:
de halfgoden van de carrière, van sport, van computerspelletjes, van popmuziek en vergeet de politiek niet, maar ook het eten en het drinken waar velen aan verslaafd zijn geraakt.
Of de sterren aan het firmament van de cinema, de televisie, de reclame en de mode. De mens heeft haast een ingewortelde hang naar idolen, naar iemand een product of zo maar iets waarmee men kan dwepen en achter wiens vaandel men zó gemakkelijk en kritiekloos aanloopt.
Voor sommigen is de uitstraling en de aantrek­kingskracht zó groot dat ze helemaal in hun greep dreigen te geraken. Maar besef dat ook dìt afgoden zijn: dingen die een mens totaal in beslag nemen en helemaal opeisen.
Zo kunnen status, aanzien, carrière, succes, macht en eer, winst en eigenbelang, ja zelfs de bouw van een kerkgebouw het middelpunt worden waar alles om draait. Dit éne facet wordt gekoesterd, soms tot elke prijs.
Het kan een mens zó in de greep houden, dat een mens zijn vrijheid verliest, aan die éne zaak wordt alles, ook ten koste van anderen opgeofferd . . . . . 
Denk maar aan de fascinerende god ‘welvaart’ die het hoogste goed wordt in een mensenleven.  Het verlangen om iets te bezitten is vanzelfsprekend een waardevol streven. Het kan de mens immers bijstaan om tot een persoonlijke en volwaardige ontplooiing te komen.
Maar het kan met die honger naar bezit en macht ook gaan als met een gezwel: goede cellen gaan zich zodanig ontwikkelen dat ze een kwaadaardig ziekte worden;  ‘bezit hebben‘ wordt dan een ‘bezeten zijn’ je moet en zal het verkrijgen door dik en dun heen.
Zelfs gezondheid kan een gevaarlijke afgod worden, die  zoveel mensen bedreigt en bedriegt, terroriseert en tiranniseert.
Die god maakt je wijs dat veel hébben en altijd maar méér geld, macht, mensen onder je, hebben geluk betekent.
En dàn is er nog ‘het systeem‘ waaronder wij met z’n allen gebukt gaan. Het lijkt wel alomtegenwoordig; het is onpersoonlijk en er staat geen enkele naam op, je betaalt er alleen belasting aan, welke de overheid het recht verschaft ongebreideld te stelen.
Het is de onge­schreven wet die dicteert dat het altijd om méér gaat.
Het kan altijd beter, vlugger, steeds perfecter, je moet alsmaar hoger.
Hogere verkoopcijfers, hogere kijkcijfers, een record aantal deelnemers.
Het beste is niet goed genoeg.
Er dient altijd maar weer vooruitgang gemaakt worden, stilstand is verlies.

De God van de Blijde Boodschap heeft heel die santekraam, die godenwinkel van de wereld ‘failliet’ verklaard en ontmaskerd:
Ik ben diegene die jullie bevrijd, ook van je moderne goden.
Ik nodig je uit naar een beter en vrijer menszijn.
En alles wat hiertegen ingaat, is afgod.
Bedrieg jezelf toch niet.
Je zelfgemaakte goden zijn niet je totale aandacht waard.
Verkoop er je vrijheid niet aan
”.
Centraal staat de vraag: ‘Hoe kijk je naar de dingen om je heen? Hoe ga je ermee om? Wat verwacht je ervan? Wat staat er centraal in je leven?’ Want waaraan je hart zich hecht, dàt is je god!

  Het blijkt dat wij mensen, maar ook de kerk [zie de belangen van Constantinopel in de Oekraïne en de reactie daarop van het Russisch Patriarchaat] ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden en slechts met God’s belangen voorzover het in onze [hun] eigen kraam te pas komt.
De Kerk zou met diezelfde vastberadenheid eveneens de geest van het eerste gebod dienen te implanteren in de kerkelijke leven-stijl, de manier waarop zij opereert.
Toen God begon de Tien Geboden uit te spreken
– begon Hij Zijn volk de levenswetten te openbaren, die  leiden tot waarachtig Succes en Geluk en tot Vrede met God èn de naaste in welke land of invloed’s-gebied van de Kerk dan ook.
  In deze tijd van menselijk redeneren, van globalisatie, voort-sluipende ‘progressiviteit‘ en ‘vernieuwing‘ [we leven immers toch in het -‘hier en nu’- de tijd is aan ons], is het belangrijk op te merken dat de Almachtige in de eerste plaats spreekt, niet over ‘solidariteit met de mens‘, maar over gehoorzaamheid en eerbetoon aan God de Schepper, als Bestuurder en Onderhouder van Hemel en aarde
– de God van degenen die Hem dienen en gehoorzamen!

Onze Heer Jezus Christus de God-mens

    Toen sprak God al deze woorden:
‘ . . . . . Ik ben de Heer, uw God, Die jullie uit het land van Egypte, uit het slavenhuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld maken, [waar u uw macht aan ontleent] noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen want Ik, de Heer, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en
♨︎ ♨︎ ♨︎ Die [slechts] Barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden” Exodus 20: 1-6.

Volle musea, Lege kerken‘; ‘Full museums, empty churches

Dit is het eerste en belangrijkste gebod.
Bestudeer hooggeplaatsten, oppertoezichthouders de woorden van dit Gebod nu eens een keertje nauwgezet.
En wanneer wij vervolgens de kracht en de macht onder ogen hebben gekregen,
waarmee God Zich openbaarde toen Hij vanaf de berg Sinaï de Tien Geboden uitsprak, zullen wij bestuderen hoe elk van deze geboden op allen van ons navolgers persoonlijk van toepassing is.
Want indien ook maar iemand pretendeert of beweert navolger van Christus te zijn, dan dient deze of het nu de Paus, de Patriarch of Metropoliet is te bedenken dat Jezus Christus, als Heer en Meester van ons leven, de grondlegger is van het christendom, Die verkondigd heeft dat je ‘naar ieder Woord van God’ dient te leven.
“ . . . . . En de verzoeker [de Satan] kwam en zei tot Christus:
‘Indien Gij Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden.
Maar Christus antwoordde daarop en zei:
  Er staat geschreven: ‘Niet alleen van brood zal de mens leven, maar
van alle Woord, dat uit de mond van God voortkomt
Matth.4: 3,4.
En inderdaad behoor je ook al ben je aangesteld over velen – met Gods hulp – overeenkomstig de geboden van de Almachtige God te leven indien je het eeuwige leven wilt binnengaan.
– “ . . . . . En zie, iemand kwam tot Hem en zei: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? En Christus zei tot hem: ‘ Wat vraagt gij Mij naar het goede? Één is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. En je jongeling zei  tot Hem: Welke? Jezus zei: ‘ . . . . . Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij 
zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De jongeling zei [daarop] tot Hem: ‘ . . . . . Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?‘.
Jezus zei tot hem: ‘ . . . . . Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben en kom hier, volg MijMatth.19: 16-21.

Waar zien we nog prelaten, die zich slechts als toezichthouders ten opzichte van het kerkvolk gedragen? Waar zien we de navolgers van de ascetische levenswijze? Hoe is dáár dan het eerste gebod van toepassing?
Ik ben de Heer, uw God” zegt de Schepper.
Is de God van de schepping, de God van Israël [de Kerk], de God van de Blijde Boodschap, inderdaad de Kerk-omvattende God, Die gediend en gehoorzaamd wordt?
Óf wordt hier – in deze huidige kerkelijke situatie – een eigen valse ‘god‘ of ‘goden‘ aangeroepen als levensdoel?
Óf wordt onze Almachtige God hier slechts gediend volgens de leerstellingen van vrijgestelde, hooggeplaatste mensen?
“ . . . . . de Farizeeen en de schriftgeleerden vroegen Hem:
‘ Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering der ouden, maar eten zij met 
onreine handen hun brood?
Maar Christus zei tot hen:
Terecht heeft Isaiah van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat:
    Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij.
Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.
Gij verwaarloost het gebod van God en houdt u aan de overlevering van de mensen [die slechts wereldse belangen nastreven]. En Hij zei tot hen:
‘ Het gebod van God stelt gij wèl fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden’” Marc.7: 5-9.  

Met de leer van dit soort prelaten vereer je God tevergeefs. Dit zijn dingen die je ten diepste dient te overwegen!
Tot de waarachtige christen zegt God dat:
Hij Degene is Die ons uit het land Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid”.
In de Blijde Boodschap, de alomvattende pedagogie van de Heer wordt Egypte als een zinnebeeld van zonde gebruikt.
Alle niet-bekeerde mensen zijn slaaf van het georganiseerde, heidense systeem van deze wereld, en van hun eigen persoonlijke begeerten.
Wanneer mensen zich wèrkelijk bekeren, verlost God hen uit die slavernij
– en hij laat die wereld bereidwillig en met blijdschap achter zich!
Je dient voor jezelf na te gaan of je al dan niet de valse tradities en wegen van deze wereld hebt losgelaten en berouw hebt gehad over je eigen persoonlijke begeerten en zonden.
God gebiedt: “Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben”.
Heb je iets anders in de plaats van God gesteld?
Worden jouw tijd, jouw belangstelling, jouw activiteiten méér in beslag genomen door iets ànders dan ‘de wáre God‘?
Welke afgod heb jij dan gesteld tussen je zelf en de ware God, de bestudering van Zijn Woord en de naleving ervan?
God zegt: ” De Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.
Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag;
van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd.
Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen.
Toch klinkt over heel de aarde hun Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden
Psalm 18[19]: 1-4.
God is Het Die aan ‘alle‘ schepselen leven en adem geeft [Gen. hfdst.1].
Beschouw je en aanbid je God wèrkelijk als ook jóuw Schepper, aan Wie je èlke ademtocht te danken hebt?
Zo zou het moeten zijn, want dàt maakt deel uit van de manier waarop je de ware God vereert, zonder valse goden voor Zijn aangezicht te hebben!
De grootste misleiding van deze tijd is niet het atheïsme, maar de valse, heidense leer van de ontwikkeling, die door de valse god van de wetenschap wordt gepredikt.
Ontwikkeling is een poging de schepping te verklaren buiten de Schepper om.
Deze leer loochent de waarachtige God en Zijn aard en ambt!
Het is de grondslag van het grootste deel van het onderwijs van deze wereld!
Maar de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid,
maar voor ons, die behouden worden, is het een Kracht van God.
   Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.
   Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd?
Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
   Want daar de wereld in de wijsheid van God door haar wijsheid
God niet gekend heeft, heeft het aan God behaagd door
de dwaasheid der prediking te redden hen die [werkelijk] geloven
1Cor.1: 18-21.
In de Blijde Boodschap wordt God ons niet alleen als de Schepper geopenbaard,
maar ook als degene die Zijn schepping onderhoudt en bestuurt
– die tussenbeide komt om Zijn dienstknechten te leiden, te zegenen en te verlossen.
Laten wij standvastige gelovigen ons in deze netelige situatie richten tot God.
Vestigt hierbij uw aandacht dan op Hem, Die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat wij niet door matheid van ziel verslappen.
Wij hebben nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in onze worsteling tegen de zonde, en wij hebben de vermaning vergeten, die tot ons als kinderen spreekt:
‘ Mijn kind, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt eenieder van zijn kinderen, die Hij heeft aangenomen. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen:
God behandelt u als Zijn kinderen.
Want is er wel een kind, die door zijn/haar vader niet getuchtigd wordt?
Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan
zijt gij bastaards, en geen kinderen van Die Éne Vaderconf. Hebr.12: 3-8.

Het is God’s plan en doel dat wij ‘allen‘ uiteindelijk zullen worden als Hij:
wij weten, dat, als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen wezen”.
God de Vader is bezig Zichzelf op Zijn wijze te vermenigvuldigen!
Het is Zijn plan dat degenen die, door de hulp van Zijn in hen wonende heilige Geest, in dit leven de menselijke natuur overwinnen en leren Zijn volmaakte wetten te houden, aan Hem gelijk worden.
De hedendaagse wetenschap -ook de Theologie- tracht op niets ontziende niet-ascetische doch wetenschappelijke wijze de mens een macht te verschaffen die zijn mentale en geestelijke vermogens om zulke krachten te hanteren verre te boven gaat!
De wetenschap schijnt op het punt te staan ons als haar laatste geschenk de macht te verschaffen het menselijk leven van deze planeet weg te vagen.
Sommige ‘zogenaamde wetenschappers‘ menen zelfs de formule gevonden te hebben om de mens een eeuwig fysiek bestaan te geven.
Zonder zich ook maar te bekommeren om de formule voor Vrede,  het voorkomen van geweld, honger, verkrachting, haat, nijd, afgunst, ziekte, onderdrukking, etc. Een eeuwig leven in zo’n wereld?
Ook wetenschapsmensen – zich ervan bewust dat hetgeen zij tot dusverre hebben gepresteerd uitloopt op de vernietiging van deze aarde – werken koortsachtig om het heelal binnen te dringen!
En hier op aarde handhaaft onze beschaving haar heidense leer dat de mens de hoogste rechter is bij het vaststellen van wat goed of kwaad en zij stelt de mens geheel in de plaats van God en Zijn wetten!
Of wij het ons realiseren of niet, deze vleselijke gezindheid – deze God-verwerpende houding – doordringt elke fase en elk facet van onze huidige samenleving!
“ . . . . . Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid,  ook dient te gehoorzamen als slaven,
hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Maar God zij dank:
gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Paulus zegt dit van menselijk standpunt om de zwakheid van ons vlees. Want gelijk wij onze leden 
hebben gesteld ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stellen wij nu onze leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiligingconf. Rom.6: 16-19.
Thans, zijn wij gewone gelovigen vrijgemaakt van de zonde.
In dienst van God gekomen, hebben wij tot vrucht de heiliging van de mensheid en als einde het eeuwige leven. Want het loon, dat de zonde ons geeft, is de dood, maar de Genadegave, Die God ons doet toekomen, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heerconf. Rom.6: 22,23.

Onze Heer en Verlosser heeft ons een nieuw gebod gegeven:
– Voor ons geldt de eis van de Liefde, daar moeten we naar wandelen Rom.14: 15.
– We zijn aan Hem verschuldigd om lief te hebben Rom.13: 8.
Wij moeten doen slechts datgene wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben voorgeschreven.
– “Wie God kent hoort naar ons [de apostelen]; wie uit God -‘niet is’- hoort naar ons niet1John.4: 6.
  Wat noemt gij mij Here Heer en doet niet hetgeen Ik zegLuc.6: 46.
Indien we onze Verlosser ‘Heer en Meester’ noemen dan verwacht
deze Heer en Meester tevens dat we Hem als Heer gehoor­zamen.
We dienen “daders van het Woord te zijn’ zoals geschreven in Jacobus 1: 22.
En geen slap aftreksel, die in onnozelheid niet weet wat zij wel niet allemaal aanrichten.

Leer daarom van hoog tot laag God lief te hebben en te eren boven alles.
Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is,
daalt van boven neder, van de Vader der lichten,
bij Wie geen verandering is of zweem van ommekee
r” Jacobus 1: 17.

Dit is het wat waarachtige aanbidding betekent!
Dit is de manier om het eerste gebod,
het grootste gebod, te onderhouden!

Apolytikon [dinsdag]
tn.2.  ”     Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar Gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat gij Hem Die gij gepredikt had voor de waarheid, mocht dopen in de wateren,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades: dat God in het vlees is verschenen, om
de zonden van de wereld weg te nemen, en
ons de grote ontferming te schenken“.

Kondakion [dinsdag]
tn.2.  ”   God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle Profeten.
Want toen hij Hem, die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als een Profeet, verkondiger en Voorloper van
het Goddelijk Woord“.

Maandag na Kruisverheffing – voorafgaand aan Zondag Climacos, april de 1e april Maria van Egypte gedenkdag

Noach offerde op een reukaltaar nadat hij en zijn gezin de Zondvloed overleefden, door Joseph Anton Koch [1803]

    Toen de Heer de liefelijke reuk rook, zei de Heer bij Zichzelf:
Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb.
       Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.
       En God zegende Noach en zijn zonen en zei tot hen: ‘     Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde. En de vrees en de schrik voor u zij over al het 
gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze [voedsel] zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.
Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten.
       En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen.
       Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het 
beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.
       En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop’Gen.8: 21-9: 7.

 

Jacob’s Ladder

    De Heer der heerscharen heeft gezworen:
Voorwaar, zoals Ik gedacht heb, zo zal het geschieden, en zoals Ik besloten heb, zal het tot stand komen:  Ik ga Assur [Hebr. = ‘geleid, stap’] in Mijn land verbreken en het op Mijn bergen vertreden; dan zal zijn juk van hen worden weggenomen en weggenomen de last van hun schouder.
Dit is het besluit dat gemaakt is over de ganse aarde, en dit is de hand die uitgestrekt is over alle volkeren.
Want de Heer der heerscharen heeft een besluit genomen; wie zal het verijdelen?
En zijn hand is uitgestrekt; wie zal haar afwenden?
In het sterfjaar van koning Achaz [Hebr. = ‘hij heeft gegrepen’] kwam deze Godsspraak: ‘   Verheug u niet, gij gans Filistea [ Hebr. = ‘ land van gasten of land van tijdelijke bewoners, immigranten’], omdat de roede die u sloeg, verbroken is want uit de wortel der slang zal een adder voortkomen en haar vrucht zal een vliegende draak zijn. Dan weiden de eerstgeborenen der geringen en de armen legeren zich veilig, maar uw wortel doe Ik van honger sterven en uw overblijfsel zal hij doden. Jammer, gij poort; schreeuw, gij stad; sidder, gij gans Filistea! Want uit het noorden komt rook en in de gelederen blijft niemand achter’.
     Wat zal men dan de gezanten van het Volk antwoorden? Dat de Heer Sion gegrondvest heeft en dat daarin de ellendigen van Zijn Volk zullen schuilenIsaiah 14: 24-32.

    Ware gerechtigheid strekt ten leven, maar wie het kwaad najaagt, hem strekt het ten dode. De verkeerden van hart zijn de Heer een gruwel, maar de oprechten van wandel zijn Hem welgevallig.
       Voorwaar, de boze blijft niet ongestraft, maar het geslacht der rechtvaardigen wordt bevrijd.
⁌  Als een gouden ring in een varkenssnuit is een schone vrouw zonder verstand.
. . . . . Wat de rechtvaardigen wensen, brengt enkel geluk; wat de goddelozen hopen, loopt uit op 
toorn.
⁌  Er zijn er, die uitstrooien en toch nog meer verkrijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden.
⁌  De zegenende ziel wordt overvloedig verkwikt, wie laaft, wordt ook zelf gelaafd.
⁌  Wie koren achterhoudt, hem vloekt het volk; maar zegening daalt neer op het hoofd van de verkoper.
⁌  Wie het goede nastreeft, zoekt welbehagen; maar wie het kwade najaagt, hem zal het overkomen.
⁌  Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar als fris loof zullen de rechtvaardigen uitspruiten.
⁌  Wie zijn huis in wanorde brengt, zal wind erven; de dwaas wordt een slaaf van de wijze van hart.
♨︎ . . . . . De vrucht van de rechtvaardigen is een boom des levens, en wie wijs is, wint harten.
♨︎ Zie, aan de rechtvaardige wordt vergolden op aarde,
⁌  hoeveel te meer aan de goddeloze en de 
zondaar!
♨︎ Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief;
⁌  maar wie terechtwijzing haat, is dom.
♨︎  De goede verkrijgt welgevallen van de Heer,
⁌  maar een mens met slinkse streken veroordeelt Hij.
⁌  Geen mens blijft staande door goddeloosheid,
♨︎  maar de wortel der rechtvaardigen is niet te verwrikken.
♨︎  Een degelijke vrouw is de kroon van haar man,
⁌  maar als bederf in zijn gebeente is zij, die 
beschaamd doet staan.
♨︎  De overleggingen der rechtvaardigen zijn recht,
⁌  de voornemens der goddelozen zijn bedriegerij.
⁌  De woorden der goddelozen loeren op bloed,
♨︎ maar de mond der oprechten redt hen uit
“ Spreuken 11: 19-12: 6.

‘ tezamen met al degenen, die treuren, hoort het Geloof het onhoorbare, ziet het Geloof het onzichtbare, gelooft de mens het ongelooflijke en ontvangt in de treurnis het onmogelijke’;                  ‘together with all those who mourn, Faith hears the inaudible, Faith sees the invisible, man believes the unbelievable and receives in the grieving the impossible’ 

De Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer zegt ons:
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw Hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook
uw Vader uw overtredingen niet vergeven
” Math.6: 14,15.
En nogmaals:
Maar ik zeg je: heb je vijanden lief,
zegen degenen die je vervloeken,
doe goed aan degenen die je haten en
bid voor degenen die je beledigen en vervolgen
Matth.5: 43,44.
Betekent dit dat we tot in de kleinste finesses iedereen maar dienen te vergeven voor alle zonden, zelfs de ergste?
Bijvoorbeeld, om pedofielen te vergeven die uw kinderen verkrachten en doden,
de moordenaars van uw familie of naaste mensen, terroristen die duizenden mensen opblazen, van baby’s tot oude mensen …
Vergeven zij ook en houden zij van harte van hun medemensen?
Ik heb onderkent, dóór gekregen, met m’n verstand kunnen oppakken, dat
de tegenstrever, de satan hen hiertoe heeft verleidt, maar de persoon ‘zelf’ beslist immers toch of hij ten onder gaat aan de zonde of niet soms?

Deze vraag wordt maar al te vaak gesteld door mensen die het Christendom net ontdekt hebben of dit juist integendeel bewust afwijzen.
De eerste geven aan hoe een dergelijk commando uitvoerbaar is en de laatste hebben al besloten dat het praktisch niet haalbaar en oneerlijk is.
Het is en blijft echter een moeilijke vraag, vergelijkbaar met waarom het kwaad in de wereld überhaupt bestaat, en hoe de algoede God zulke gruweldaden laat plaats vinden, toelaat dat het gebeuren kan.
Laten we een beetje op grond van berekeningen -‘hier en nu’- verwachtingen opwekken, m.a.w. speculeren.

De bezigheid of het spel van het Geloof

Laat niemand u misleiden;
لا تدع أي شخص يضلل لك;
Μην αφήσετε κανέναν να σας παραπλανήσει;
არავის მივცეთ შეცდომა.

Om te beginnen dienen de geboden in kwestie te worden gelezen in de context van de gehele ‘Bergrede‘ van onze Heer en Zaligmaker, hetgeen immers de hoogste lat aangeeft, die en mens zich maar kan voorstellen:
” . . . . . Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt isMatth.5: 48
De vervulling van het gebod van liefde [tot God en de naaste] is de hoogste assimilatie met God, voor zover wij als mens kunnen opbrengen.
Een voorbeeld werd gegeven door onze Heer Jezus Christus Zelf.
Aan het groot en Heilig Kruis bad Hij voor zijn vijanden: ” Vader! Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen “ Luc.23: 34.
God bewijst Zijn liefde voor ons door het feit dat Christus voor ons stierf
toen we nog zondaars waren
Rom.5: 8.
Het is duidelijk dat het onmogelijk is om naar de bovenste trede van de ladder te klimmen, je dient eerst te leren lopen en dan stapje voor stapje, treedje bij treedje omhoog te kruipen.
Om jezelf aan te leren te bidden voor de mensen, die anderen wat aandoen, de daders, bijvoorbeeld voor naasten die onder veel lawaai en onrust vechtpartijen uitlokken, voor een passagier in een tram die je opzij duwt en je tegen de schenen trapt, een puber[-kind] wat grappen maakt en je niet gehoorzaamt, een oude man die je honderd keer per dag over hetzelfde aanspreekt en maar blijft herhalen wat de mens in z’n algemeenheid niet wil horen of zien.
. . . . . Wanneer je dit begint te doen, zul je verbazingwekkende veranderingen in je ziel opmerken en tenminste begin je voor een gedeelte in te zien hoe het toch nog mogelijk is om de vijand en de verkrachter lief te hebben.

De liefdeswet des Heren overstijgt het ‘natuurlijke proces’ en zelfs het goddelijke gegeven welke door de profeet Mozes werd aangereikt.
Maar “het onmogelijke voor de mens is mogelijk voor GodLuc.18: 27,
en we kennen in de geschiedenis van de Kerk maar al te veel voorbeelden van hen, die hen wel òf juist niet in staat bleken te geven deze wet van Christus te realiseren en het met geheel hun hebben en houden hebben kunnen vervullen.
De eerste in de rij van voorbeelden, die de fout in ging was wat het Oude Testament aangaat Adam en David met Betseba en
in het nieuwe testament die de Apostelen, die de eersten wensten te zijn en het voorbeeld van de martelaar Stephanos, die bad voor degenen die hem stenigden Hand.7: 60.
We kennen ook de apostel Paulus, die bidt voor de Joden en z’n vervolgers,
hoewel hij zoveel door hun doen en laten geleden heeft 1Cor.4: 11-13.
Je vraagt naar een situatie, die in onze tijd nog maar gerealiseerd en bewezen  dient te worden, maar ik ben persoonlijk hier te lande mede-christenen tegengekomen, die hun zoon of dochter vermoord zagen worden en zij kenden de moordenaars persoonlijk.
Ze moesten zo’n tragedie daadwerkelijk doorstaan en indien ze niet de Genade van liefde hadden verkregen, dan zouden ze op z’n minst de wraak dienen te hebben op te geven en te leren te bidden voor degenen, “die hen hebben gehaat en tot op het bot hebben beledigd”.

Immers, in het gebed des Heren, het “Onze Vader” bidden wij  alsof we onderhandelen met God: “En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergevenMatth.6: 12.

En indien wij ons hiertoe door het Mysterie van de Doop verbonden hebben,
dit contract met God zijn aangegaan, dan bestaat er voor ons ‘geen enkel voordeel’ uit dit gehele gebed des Heren te halen; dan wordt het gebed een offer van onszelf aan God.
En indien we beginnen, de geboden van de wet volgend,  om “een oog om oog en een tand om een tand na te gaan strevenMatth.5: 38, dan zullen we allemaal ontzettend kwaadaardig worden en zelfs de oudtestamentische wet zal daardoor met de voeten getreden worden,
dat, we met het kwaad het goede zouden willen bereiken,  door voor onszelf zelfs in het kwaad het goede voor ogen te stellen.
. . . . . Dwing jezelf echter daarom in al je onvermogen en verdriet om voor jouw persoonlijke vijanden te bidden, het is immers voor de mens van levensbelang om onderscheid te maken tussen zonde en de mens.
De zonde, die de mensen bedrijven, dienen wij te haten en te veroordelen.
Maar de mens, als een beeld van God, is slechts in het leven geroepen, om lief te hebben.
Hij die God liefheeft“, zegt Maximos de Belijder, “kan het niet helpen dat
hij van iedereen houdt als zichzelf, hoewel  hij geen voorstander is van de hartstochten van degenen die zich onder hen bevinden, die zich nog steeds niet gereinigd hebben
”.
Daarom is het zó dat, indien een Christen hun bekering en ommekeer/correctie ziet, dat deze zich verheugt in de onmetelijke en onuitsprekelijke vreugde, welke
hem/haar als Genadegave door God gegeven is.
Verzamel derhalve voor jezelf vele wijze en waardevolle gedachten uit de Heiligenlevens over datgene wat werkelijke Liefde betreft en hoe je deze in je persoonlijk leven kunt bereiken.
Toen er een verhandeling geschreven werd over het boek van Fyodor Dostoevsky, ‘De Gebroeders Karamazov’ werden daarin eveneens met grote urgentie deze vragen gesteld en werden middelen aangereikt om de fictie in realiteit om te zetten en  een leven’s-weg voor ogen te zien als een Jacob’s-ladder ten Hemel.
Laten we dus leren God en de naaste lief te hebben, en  moge de Heer ons redden van alle kwaad!

 

Miniatuur woestijnmoeder uit het Menologion van Basil II [ca 1000 na Chr]

Maria van Egypte wordt in de Orthodoxe Kerk vereerd vereerd als de patroonheilige van de boetelingen, de Rooms Katholieke Der gaat nog verder en verbindt haar aan een bestaand e vrouw, een heilige, die ca. 344 – ca. 421 heeft geleefd.
De belangrijkste informatiebron is echter een verheven levensverhaal [VITA], toegeschreven aan de H. Sophronius patriarch van Jeruzalem
[634-638]. Of het een fictieve vergelijking is met het leven van de H. Maria Magdalena, van wie wij weten dat door onze Heer en Verlosser twaalf duivelen werden uitgedreven ligt voor de hand.

In haar Vita staat dat ze vaak de Christelijk genoegdoening in geld weigerde voor haar seksueel bewezen diensten en passen dus geheel in hetgeen bovenstaand is vermeld over het feit dat het maar al te vaak voorkomt dat zondige daden als gunstig [goed] worden voorgesteld.
Wel wordt duidelijk dat zij gedreven werd door een ‘onverzadigbare en een onstuitbare passie’, waar anderen – ook kerkelijke hoogwaardigheid’s-bekleders – nog wel eens flink de mist in mee kunnen gaan. Misschien dat daarom wordt geschreven dat ze vooral leefde van liefdadigheid èn dit aanvulde door het spinnen van vlas, hetgeen namelijk een ‘om-en-om’ draaiende beweging [wel of geen zonde] inhoudt. Is het nu wel of is het nu niet zonde om jezelf seksueel te bevredigen?, menigeen, geen mens uitgezonderd zal hier niet tegenaan gelopen zijn.
Al met al belandt deze vrouw in een situatie waarbij zij eerst door een vreemde kracht wordt weerhouden toe te treden, doch aan de roep van Christus – “ Komt allen, die belast en beladen zijn . . . ” toegeeft – in haar geval – door de Theotokos, waar zij haar hart uitstort.
Zij bad om vergiffenis en beloofde de wereld op te geven, hetgeen inhoudt dat zij een ascetisch leven zou gaan leiden.
Toen probeerde ze opnieuw om de kerk binnen te gaan, mocht ze deze keer naar binnen, echter nadat ze de reliek van het groot en heilig Kruis had vereerd.
Toen ze daarop naar de icoon van de Theotokos terugkeerde om dank te zeggen – hoorde zij een stem die haar zei: “Als je de Jordaan oversteekt, zul je vind niets dan een glorieuze rust”.
Niet voor niets wordt zij als beschermster gezien van de kuisheid [de strijd tegen het vlees, de  bevrijding van alle lichamelijke hartstochten].
Het Servisch Orthodox Synaxarion [Prologue from Ochrid] beweert dat Zosimas leefde tijdens het bewind van keizer Theodosius de jonge, die regeerde van 408 tot 450.
Volgens de traditie leefde Zosimas bijna honderd jaar, stervende in de zesde eeuw en de Vita stelt dat hij drieënvijftig jaar oud was toen hij de heilige Maria van Egypte ontmoette. In de Vita doen zich diverse woestijngebeurtenissen voor, die reeds eerder aan andere woestijnvaders [o.a. Paulus van Thebe (228-341) de kluizenaar uit het Opper-Egypte] werden toegeschreven, o.a. die van de leeuw op het graf, nadat zij voorafgaand aan haar dood via het ontvangen van de H Gaven, Haar Heer en Meester, nog had ontmoet. Haar biechtvader Zosimas zou uiteindelijk haar Vita aan de Patriarch van Jeruzalem hebben overgeleverd.
De H. Maria van Egypte is zoveel in de Culturele verwijzingen aangehaald dat zij in tegenstelling tot de H.Nicolaas nog steeds op de algehele [incl. de R.K.] heiligen-kalender vermeldt staat.
De vroeg-Christelijke levens van de heiligen werden “door mannen geschreven voor een mannelijk monastiek publiek”, de toevallige schaarse verhalen over de woestijnmoeders komen veelal van de vroege woestijnvaders en hun biografen.

Apolytikion
tn.8.    In u, o [woestijn-]moeder, werd God’s icoon weer duidelijk zichtbaar,
doordat gij uw kruis op u genomen hebt om Christus na te volgen.
Aldoende hebt gij ons geleerd het vergankelijk vlees gering te achten en
alle zorg te besteden aan de ziel die immers onsterfelijk is.
Daarom, o heilige moeder maria, verheugt uw geest zich met de engelen“.

Kondakion
tn.4 
  Gij zijt ontkomen aan het duister der zonde en
hebt uw hart door het licht der boete stralend gemaakt.
Gij zijt tot Christus gekomen, Wiens zondeloze en
heilige Moeder gij als borg hebt bekomen.
Daardoor hebt gij de vergeving van zonden verkregen en
gij moogt u nu in de eeuwigheid verheugen
met de Koren der Engelen”.

NB. Geestelijke strijd

Geestelijke strijd van de H. Antonius de Grote – Hieronymus Bosch

Geestelijke strijd eindigt in een volledige erkenning van de deugdzaamheid.
Als een tweede Elckerlyc kunnen wij, gereed om te sterven, uitroepen:
Gij, reine, ongeveinsde Deugd! gij alleen staat uwe lievelingen bij,
als hun alles begeeft
’, en
wij kunnen daar berustend aan toevoegen:
zou ik in deze korte zandwoestijn van het leven voor u niet wandelen?’.
Eén aspect met betrekking tot de Goddelijke deugd domineert hier overweldigend,  namelijk de kuisheid.
De opvattingen dienaangaande zijn rigoureus:  wanneer nog niet in de echt verbonden gelieven we ook maar eenmaal toe te geven aan een opwelling van wellust en zetten daarmee niet minder dan ons eeuwig heil op het spel. Het genot van één enkel ogenblik mag het eeuwigdurend zuivere genieten niet in de waagschaal stellen. 
Dit kuisheid’s-beginsel vormt een van de idealen van de in de loop van de 18e eeuw tot ontwikkeling komende nieuwe burgermoraal.
Hierin wordt nadrukkelijker dan ooit tevoren het gezin als ‘het fundament van de samenleving’ beschouwd, en de voor- en buitenechtelijke erotiek en sexualiteit veroordeeld. De sexualiteit binnen het huwelijk wordt voornamelijk geaccepteerd in functie van de voortplanting.De Schepper die dit ‘tot de wigtigste einden’ [nl. de voortplanting] in de mens zou hebben aangebracht.
✥ ➻ ✥ Het gaat in het Christelijk Geloof echter in de eerste plaats over de relatie van de individuele gelovige met God [vooral door gebed] en de naasten, waaronder de mede gelovigen.
In de tweede plaats gaat het over het omgaan met levensomstandigheden
– vooral de individuele beproevingen en verleidingen – en met innerlijke verlangens bij het zoeken van levensgeluk.
God wil dat gelovigen ‘Hem‘ persoonlijk steeds beter leren kennen en
in de loop van hun leven een groeiende relatie met Hem opbouwen.
Die relatie wordt vooral onderhouden door de persoonlijke omgang met God in het gebed, waarbij het gaat om de relationele aspecten van het gebed.
De is alleen maar te realiseren door regelmatig onderhoud, door het bezoek aan een van de  geloofsgemeenschappen – van hen, die eveneens de Christelijke leer belijden.
Een mens ervaart zich veelal het meest gelukkig wanneer zijn behoeften en verlangens vervuld worden. De Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer, laat zien dat een waarachtig, blijvend, overvloedig geluk alleen te vinden is bij God en alleen kan worden ervaren in de verbondenheid met onze Heer en Verlosser.
Zelfzuchtige, hoogmoedige verlangens leiden heel gemakkelijk tot zonden.
Door verleidingen worden onze gevoelens aangespoord om verkeerde verlangens te bevredigen en het kost vaak veel innerlijke strijd om je dan te beheersen.
Uiteindelijk geeft de doorslag wat je in je hart de meeste waarde heeft: zowel wat de wereld aan verleidingen te bieden heeft ten opzichte van  de zegeningen van de Genadegaven van God.
Iedere gelovige maakt beproevingen in zijn/haar leven mee, waardoor vooral het gevoel wordt aangeraakt.
Daarin wordt zijn/haar Geloof getest op echtheid; indien het standhoudt zal dat door de beproevingen heen alleen maar groeien en verdiepen.
Bij ernstige beproevingen is er vrijwel altijd een proces nodig om  tot verwerking te komen en zo’n proces is verschillend per situatie en per persoonlijkheid.
Zowel de Vita, de heiligenlevens als de Blijde Boodschap bieden ons een uiteenlopende hoeveelheid van voorbeelden aan van de manier waarop de mens met God’s hulp door de meest uiteenlopende beproevingen kan komen.