3e Zondag van de Vasten – Zondag van Kruisverering

Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven

    En Hij riep de menigte, met Zijn discipelen, tot Zich en zei tot hen:
‘Indien iemand achter Mij wil komen, die dient zichzelf te verloochenen en zijn kruis op zich te nemen en Mij te volgen. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelies, die zal het behouden.

Komt dan?

– Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
– Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
– Want wie zich voor Mij en voor Mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor Hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen’.
En Hij zeide tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u: ‘Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht’
Marc.8: 34-9: 1.

Buigen voor de Allerhoogste

    Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, die de Hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.
       Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
       Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de Troon van de Genade[gaven], opdat wij Barmhartigheid ontvangen en Genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.
Want elke hogepriester, die uit de mensen genomen wordt, treedt voor de mensen op bij God, om gaven en offers te brengen voor de zonden. Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is, die hem verplicht evenzeer als voor het volk, voor zichzelf offers voor de zonden te brengen.
       En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt
hiertoe geroepen door God, zoals immers ook Aäron.
       Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend Hogepriester te worden maar Hij, Die tot Hem sprak: ‘ . . . . . Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt;
zoals Hij ook op een andere plaats spreekt:
“ . . . . . Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek
Hebr.4: 14-5: 6.

Bovenstaande woorden sprak Christus nadat Hij het gebied van ‘Dalmanuta‘ [Hebr.= ‘ langzaam brandend stuk hout’] verlaten had, nadat hij de broden en vissen had vermenigvuldigd en Hij door de Farizeeën belaagd werd, want zij verlangden van Hem een teken uit de Hemel.
En Hij, diep zuchtend in z’n geest, zei:
1.].      Waartoe begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u:
Aan dit geslacht zal voorzeker geen teken gegeven worden!
’.
    En Hij liet hen alleen en Hij ging weer in het schip en vertrok naar de overkant
En zij hadden vergeten broden mede te nemen, en behalve een brood hadden zij niets bij zich aan boord.
En Hij [Christus] gebood hun [en ons], zeggend:
2.].            Ziet toe, wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en de zuurdesem van Herodes’.
En zij [zijn volgelingen en wij] spraken erover onder elkander, dat zij geen broden hadden. En toen Hij dat bemerkte, zei Hij tot hen:
3.].            ‘  Waarom spreken jullie hierover, dat jullie geen broden hebt? Verstaan jullie nog altijd niet en begrijpen jullie het nog steeds niet?
Hebben jullie dan je hart verhard? Hebben jullie nog ogen en zien jullie het niet; hebben jullie oren en horen jullie nog niet, wat de inhoud van Mijn Pedagogie is, wat Mijn Evangelie inhoudt?’.

 

Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste God

En in de Apostel-lezing maakt Paulus het Volk Israël [de Kerk] duidelijk dat:
1.].        Niemand zichzelf de waardigheid van Christus dient aan te matigen, doch men wordt er net als Hij toe geroepen door God.
2.].        Christus is namelijk de Énige, Die  tegemoetkomend kan zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar Hij ook Zelf met zwakheid omvangen is.
3.].        Hij is er in Zijn menselijke gedaante door God toe geroepen, Die tot Hem sprak:  “ . . . . . Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt”;
zoals Hij ook op een andere plaats spreekt:
“ . . . . . Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek”.
De ordening van Melchisedek zo is al eerder uiteengezet is het feit dat wij in onze menselijke waarneming Zijn Mysterie tot de menswording van God dienen te aanvaarden zonder daar al te diep op in te gaan – Zijn Goddelijke afkomst en verbonden zijn in de Heilige Drieëenheid is voor de mens niet te doorgronden zó oneindig en zó eeuwig is Hij; m.a.w. “zó Heilige, zó Sterk en onsterfelijk is Hij”.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wij mogen tijdens de Goddelijke Liturgie ervaren dat het Koninkrijk Gods ‘met kracht’ gekomen is tijdens het Trisagion, waarbij de spelleider ons aanzet met de uitroep: ‘Dynamis’.

Het kwaad in de wereld wordt veroorzaakt door de kwetsbaarheid van ons leven en door de onvoorspelbaarheid van de natuur. We kunnen lijden aan ernstige ziektes, je eigen kind kan overlijden aan een sluipend voortwoekerend en aantastend bederf, duizenden mensen kunnen omkomen als gevolg van natuurgeweld, aardbeving of een daarop volgende tsunami.
Mensen zijn breekbaar.
Er zijn twee soorten kwaad in de wereld.
1.]. Het kwaad dat wordt veroorzaakt door mensen. Bij zulk een kwaad kun je iemand de schuld geven en verantwoordelijk stellen. Indien we in zo’n situatie God verwijten maken, dienen we onder ogen te zien dat Hij geen mensen met keuzevrijheid kan scheppen, zonder het risico te lopen dat ze verkeerde dingen doen.
2.]. Er zijn ook ziekten en natuurrampen, waarvan je niemand de schuld kunt geven, tenzij mensen er indirect bij betrokken zijn door onverantwoord gedrag [zoals bij natuurvervuiling]. Maar niet elke ziekt of natuurramp is aan de mensen te verwijten. Er is ook kwaad dat niet veroorzaakt wordt door een ethische fout, maar ‘gewoontegetrouw’ hoort bij de natuur van de aarde en ons lichaam – eet je of drink je teveel dan gaat er vroeg of laat iets mis.
Òf dienen we mee te gaan met de traditionele opvatting, dat ziekte, natuur-rampen en ook de ‘natuurlijke’ dood het gevolg zijn van Adam’s zondeval in het Paradijs, hetgeen ons in het Geloof drijvende houdt op de levenszee. Er is ná de verdrijving uit het Paradijs slechts door Christus een verwachting en hoop opgewekt, welke ons ’ééns’, zó is ons Geloof, definitief de reddende hand zal toesteken.

Waar zijn de overledenen, zolang de volle werkelijkheid van het Hemelse Koninkrijk er nog niet is? Wij kunnen in datgene wat Christus ons heeft voorgehouden maar één antwoord geven, dat op zichzelf genoeg is; ‘bij God‘.

Psalm 90[91]: 4

‘Bij God zijn’ betekent méér dan dat Hij ons bewaart in Zijn herinnering [in Zijn eeuwige Gedachtenis], en ook meer dan het volledig oplossen van onze persoonlijkheid in God’s werkelijkheid, zodat we er zelf geen weet meer van hebben.
Centraal in het Geloof staat de relatie tussen personen, die door twee kanten gedragen wordt, ook al draagt God oneindig véle malen meer bij dàn de mens.
Indien Pascha betekent, dat God’s Liefde sterker is dan de dood, zullen we dat te Zijnertijd zelf met zekerheid weten en ervaren, ook al is dat aan de andere kant van de dood.
God’s Liefde is gericht op individuele mensen met ieder zijn of haar eigen naam en bewustzijn. Zó heeft God ons allen in het leven geroepen en zó wil Hij ons aller leven redden en bewaren over alle grenzen heen.
Òf overledenen in de tussentijd, tot de wederkomst van Christus en de komst van God’s Koninkrijk,
– in mijn ogen op hetzelfde moment, want bij God bestaat geen tijd –
op de één of andere manier slapen of wakker zijn, is een vraag waarover wij nog heel lang kunnen fantaseren, maar weten doen we het niet, want ook dàt blijft een Mysterie. Daarvoor gaat de Hemelse werkelijkheid van God onze kaders van tijd en ruimte mijlenver te boven.

Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die
de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat
het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht
” .
Daar hebben wij opnieuw het woord ‘met kracht’, Dynamis.
Christus Zelf heeft ons toegezegd dat wij “ rust zullen vinden voor onze zielen,
wanneer wij Zijn Kruis, dat wil zeggen Zijn juk op ons nemen en
daardoor van Hem zachtmoedigheid en
nederigheid van hart zullen leren
conf.Matth.11: 28-30.

Kracht is sterkte, een vermogen, wanneer wij de werken van God, waaronder het bijbehorende Kruis op ons nemen,  dàn zal God ons hierbij bijstaan.
`
Slechts op die wijze tonen wij aan de wereld God’s Kracht´, onze omgeving herkent ons als Christenen door de wijze waarop wij met problemen omgaan,
is het niet door gezamenlijke opvang dan toch ook indivdueel.
De tekenen van een verkondiger van het Christelijk Geloof worden bij Zijn Volgelingen verricht door volharding, door Tekenen, Mysteriën en Krachten 2Cor.12: 12.

Voorafgaand aan dit gegeven heeft Christus Paulus [en ons] duidelijk gemaakt dat: “ Zijn Genade hem genoeg is, want de Goddelijke kracht openbaart zich
eerst ten volle in zwakheid.
Daarom dienen wij nog meer te roemen in onze zwakheden, opdat
de kracht van Christus over ons zal komen
2Cor.12: 9.
    Daarom dienen wij welbehagen te hebben in onze zwakheden,
de smaad, die wij oplopen, de nood  de benauwenissen als gevolg van de vervolgingen, ter wille van Christus, want
indien wij onze zwakheden onderkennen en van daaruit handelen,
wanneer wij belijden dat wij de minste zijn onder de anderen, indien
wij onze medemensen ons Kruis durven te laten zien,
dàn zijn wij krachtig en machtig
in Christus”.
Voor de wereld dienen wij onverstandig te worden; zij hebben ons daartoe genoodzaakt, want wij hadden in ons Christendom door de wereld aanbevolen dienen te worden.
Immers, in geen enkel opzicht doen wij niet onder vóór – wie dan ook – in deze wereld, ook al zijn wij niets – ook al zijn wij betekenisloos.

De Kracht van het Kruis is ons tot zegen – het aanvaarden van ons kruis, het aanvaarden van welke belemmering/verandering dan ook, maakt ons tot waarachtige navolgers van Christus.
In zowel het Oude als het Nieuwe Testamen leefde de sterke verwachting dat ooit, aan het einde van de tijden, God’s Koninkrijk Zich definitief zal vestigen op aarde.
Hoe we ons dat kunnen voorstellen weten we niet.
Maar indien we ons van die onwetendheid bewust zijn, is het vervolgens door aanvaarding van het juk, het Kruis van Christus, wel mooi en zinvol om hier vrij over te dromen en te fantaseren.
Want het besef dient levend te blijven, dat de overwinning van het Pascha
niet alleen een betekenis heeft voor individuele mensen, maar voor de gehele wereld en heel de Geschiedenis.
Door Christus te volgen, ons Kruis op ons te nemen – opent het Pasen de brede horizon van God’s toekomst voor alle mensen en volken.
Vanuit die toekomstverwachting mogen we niet gefixeerd raken op ons persoonlijke zielenheil, maar zijn wij betrokken op de brede verbanden van onze maatschappij en de wereld om ons heen.

Apolytikion
tn.1.
    Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Kondakion
tn.7.
    Nu staat niet langer als wachter
het vlammend zwaard voor Eden’s poort.
Op die plaats staat nu,
wat dit zo Heerlijk heeft gedoofd,
het Hout van het Groot en Heilig Kruis.
Verdwenen is de prikkel des dood’s, de zege van de hel [en verdoemenis].
Want Gijzelf, mijn Heiland, zijt gekomen om
de hades-bewoners te roepen:
Laat u terugvoeren in het Paradijs
”.