Woensdag Maart 27e – H. Johannes, de Anchorite van Lycopolis in Egypte [305-394], voorafgaand aan de Zondag van de verering van het Groot en Heilig Kruis

De Heilige Johannes van Lycopolis was een visionair en tevens een profeet, welke zich als asceet en kluizenaar had teruggetrokken in een grot in de westelijke berg van Asyut [Gr:  Λυκόπολη = ‘weelderige stad’]. Ondanks zijn teruggetrokken leven liet hij van zich spreken en veel mensen raadpleegden hem.
Keizer Theodosius voelde zich tot hem aangesproken en deze ging er van uit dat deze hoogstaande asceet hem de toekomst kon voorspellen.
Teruggetrokken leven wil niet zeggen dat je jezelf in de ‘middle of nowwhere’ bevindt; de naam ‘weelderige stad’ is immers niet voor niets gegeven – je zou het kunnen omschrijven als een handelsstad in Midden-Egypte.
Door zijn geografische ligging aan de route van Sudan aan de westelijke oases naar de delta in het noorden toonaangevende woestijnweg “Darb al-Arbain” [=  straat van de dagen“) had de stad sinds de oudheid een uitstekend voor de handel economische betekenis, maar was tevens een militaire basis – ten einde macht te kunnen uitoefenen op het reilen en zeilen van de omgeving. Voor de elite was het van groot belang net zoals wij in onze tijd invloed’s-knooppunten kennen.
In latere perioden ontstonden hier tevens twee Coptische kloosters – Deir el-Meitin en Deir el-Azzam -. Deze twee kloosters vestigden zich daar tevens aangezien zij gebruik maakten van de overblijfselen van de necropolis [de begraafplaatsen] van de farao’s en welgestelden, die wij heden-ten-dage ook in Caïro nog tegenkomen en waar de minderbedeelden zich een huisvesting zoeken.

Een anchoreet, by Theodor Axentowicz

Hedendaagse archeologische onderzoekingen hebben drie beroemde cellen blootgelegd, waarvan literaire bronnen beweren dat ze werden gebruikt door onze H. Johannes van Lycopolis.

De ene religie borduurt voort op de voorgaande en zo geleid onze Heer en Zaligmaker ons evolutionair naar het einde der tijden.
Ook in onze tijd breekt het besef los dat het christendom slechts door samenwerking in hectische tijden kan overleven. Dat betekent dat door jezelf te ijken op de oorspronkelijke vroeg-christelijke leer en bestaande structuren te bekritiseren een ontwikkeling ontstaat welke de Waarheid aan het licht brengt, die geen mens tevoren had kunnen bedenken.
Zo komt vanuit de Lage Landen in het noorden van Europa een beweging, als een toon-aan-gevende woestijnweg [een “Darb al-Arbain”] op gang, die in de woestijn van het hoogontwikkelde westen een oase voor de toekomst doet ontstaan.
De hedendaagse mens neemt afscheid van bestaande structuren en bouwt zich een Christelijke Kerk, waarbij ‘de oorspronkelijke Christus’, als Heer en Meester weer van Zich doet spreken.
Ondanks duisternis en tsunami ‘zweeft de Geest van God nog steeds over de waterenconf. Gen.1: 2.

NB. Er zijn brieven bekend, die zijn gericht aan de anchorite of apotaktikos Apa Iohannes, die wordt gevraagd om voorspraak te verzorgen bij zowel goddelijke als menselijke krachten in zaken van dagelijkse zorg. Hij was blijkbaar een plaatselijke heilige en leider van een monastieke gemeenschap. Eén brief [P. Am. 2 145] is blijkbaar geschreven door Apa Iohannes.
C. Zuckermann identificeert de anchoriet met de beroemde Johannes van Lykopolis. 
zie: www.trismegistos.org/archive/14.
zie tevens onderstaand ***.

    Doch het zal geschieden, wanneer de Heer zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem voleindigd heeft, dat Ik de vrucht der hooghartigheid van de koning van Assur bezoeken zal en de trots van zijn hovaardige ogen, omdat hij gedacht heeft:
    Door de kracht van mijn hand heb ik het gedaan en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden en stoot als 
een stier de inwoners neer. Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volkeren als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte.
Zal een bijl zich beroemen tegen hem die ermee hakt? Zal een zaag pochen tegen hem die ze hanteert? Alsof een stok zwaait wie hem opneemt; alsof een staf opneemt hem die geen hout is!’.
. . . . . Daarom zal de Heer, de Heer der heerscharen, een tering zenden in zijn welgedaanheid, en onder zijn heerlijkheid zal een brand branden als de brand van een vuur.
. . . . . Dan zal het Licht van Israël [van de Kerk] tot een vuur worden en Zijn Heilige tot een vlam, Die op een dag de distels en dorens van Assur verbrandt en verteert; en de Heerlijkheid van Zijn woud en van Zijn gaarde zal Hij volledig verdelgen, ja, het zal zijn als wanneer een mens wegkwijnt, en de rest van de bomen van Zijn woud zal te tellen zijn, ja, een jongen zal ze kunnen opschrijven.
. . . . . En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israël [de Kerk] en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in Waarheid steunen zullen op de Heer, de Heilige van Israël [van de Kerk]” Isaiah 10: 12-20. [lezing woensdag 27 maart]

Profetie als voorspelling: Isaiah 10: 12-20, met name vers 12:
Maar het zal gebeuren, wanneer de Heer alles voltooid heeft, alles wat Hij op de berg Sion en in Jeruzalem zal doen, zal hij ingaan tegen het arrogante hart van de koning van de Assyriërs [Rijk gesticht doorAssur of Nimrod, een meedogenloze vechtmachine die opzettelijk angst aanjoeg en daardoor de schrik van zijn vijanden was] en de glorie van zijn hooghartige uiterlijk”.
De Heilige Geest stelt profeten in staat om nauwkeurig de onmiddellijke socio-politieke omstandigheden om Israël [de Kerk] heen te openbaren. Door dezelfde Geest ontvangt zij ook kennis van de toekomst gebeurtenissen [vèr] voorbij hun tijd. Hun visioenen zijn natuurlijk gekleurd door de eigen culturele en historische eigenschappen van de profeten ervaring.

Isiaiah biedt ons hier-en -nu, als een meester-vakman van profetie, de gelegenheid om te mediteren over drie verschillende aspecten van de profetische vaardigheid:
1.]. vooruit vertellen“, of spreken van het Woord van God betreffende actuele gebeurtenissen;
2.]. voorspellen” of voorzeggen van de onvermijdelijke gevolgen van hedendaagse omstandigheden en acties; en
3.]. voorzien“, het nemen van de lange kijk op de geschiedenis om te beschrijven hoe Gods hand de zaken van de mensheid zal vormen, zowel nationaal als internationaal.

De Assyrische koning zei pochend: ‘Ik bouwde een zuil recht tegenover hun stadspoort en stroopte alle aanvoerders van de opstand de huid af, en ik bekleedde de zuil met hun huid; enkelen metselde ik in de zuil in, enkelen hing ik aan palen aan de zuil op, en ik sneed de hofbeambten, de koninklijke beambten die in opstand waren gekomen, de ledematen af‘.

De huidige lezing is in het bijzonder exemplarisch voor de vaardigheid van deze profeet Isaiah in het ‘vooruit-openbaren‘ – het uiten van Gods oordeel bij actuele gebeurtenissen.
De politieke situatie waar Isaiah het over had, kwam voort uit [eigen belang] van het expansionisme van het Assyrische R
ijk in het gebied dat vandaag Irak wordt genoemd.
In 732 v. Chr. veroverde Assyrië tijdens een reeks snelle militaire campagnes Damascus en dwong Israël, het noordelijke koninkrijk van God’s volk, tot ‘slaafse‘ volgzaamheid.

Hoe ziet God dergelijke gebeurtenissen?
Kijken naar ontwikkelingen vanuit het perspectief van het zuidelijke koninkrijk van Juda, verklaart Isaiah dat God:
het arrogante hart van de koning van de Assyriërs” zal bezoeken na het voltooien van “al datgene wat Hij zal doen op de berg Sion en in Jeruzalem“.
Ten eerste, verkondigt hij lijden en smart tegen Zijn volk vanwege hun trots en arrogantie [zie Isaiah 9: 9 -10: 4].
Die eerdere passage is een directe “voorspelling” in de vorm van Gods voornemen om dat niet te doen en wend Zijn toorn af:
    Niets blijft over dan zich te krommen als een geboeide; als verslagenen vallen zij. Ondanks dit 
alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrektIsaiah 10: 4.
We herinneren ons de veroordeling van goddeloosheid en kwaad doen in Isaiah 9: 17 en die van de aanhoudende beroving van mensen tot “oordeel van de behoeftigenIsaiah 10: 1.
Dan, opdat Gods wetteloze mensen zich niet voorstellen dat de Assyrische invasies toevallig waren en dat God dat zou doen red Hij hen, Isaiah verklaart dat God Zelf Assyrië zal gebruiken als “de roede van Mijn toornIsaiah 10: 5.
Onoverwinnelijk Assyrië dient als een werktuig in God’s handen.
Naderhand valt Assyrië ook onder God’s oordeel. De Heer vindt serieuze verdorvenheid in hun koning, want die hebzuchtige vorst is niet tevreden met God’s beperkende doelstellingen. Deze wereldse vorst gelooft dat hij meer zou  moeten hebben, dat hem meer toekomt – hij heeft immers de macht Isaiah 10: 11.
Zo leert de koning van Assyrië dat de bijl zichzelf niet verheerlijkt” – “wie er mee haktIsaiah 10: 15.
Integendeel, “de Heer der heerscharen zal oneer zenden tegen [zijn] eer; en hij zal ontsteken 
een brandend vuur tegen [zijn] glorieIsaiah 10: 16.
In de Lage Landen hebben wij daar een spreekwoord voor: ‘Hoogmoed in al z’n arrogantie komt voor de val‘.

Observeer Isaiah’s ‘voortekenen‘.
Hij analyseert scherp de psyche van de verovering’s-gezinde Assyrische monarch Isaiah 10: 13-14.
De koning, de alleenheerser heeft volledig vertrouwen in zichzelf: “Ik zal handelen in mijn kracht en door de wijsheid van mijn begripIsaiah 10: 13.
Waarom zijn hebzucht beperken?
Waarom niet de arbeid en de rijkdom van anderen nemen? Isaiah 10: 13,14.
Hij is volledig overtuigd van zijn macht.
God heeft echter een ​​tegengestelde mening.
Hij zag deze monarch als een sterfelijke mens, onderworpen aan de Goddelijke Wil. Hulpmiddelen zoals bijlen, zagen, staven en staven doen altijd het bevel van hun meesters. Koningen zijn slechts bedoeld om de Wil van de Heer te doen.
Deze bepaalde koning ontdekte al snel z’n kwetsbaarheid. Pest decimeerde zijn leger en nam het leven van 185.000 soldaten tijdens een belegering van Jeruzalem [zie: 4Kon.19: 35].
Kort daarna werd deze Assyrische koning vermoord door zijn eigen zonen.
God, “het Licht van Israël [de Kerk]“, handelde als vuur en verbrandde het hele koninkrijk van Assyrië Isaiah 10: 17-18.

“ O Christus,
onze Koning en onze God,
Heer en Meester van ons leven,
redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
” conf. Apolytikion woensdag/vrijdag

Prokimen vespers:
    Ik vertrouw op Gods barmhartigheid in eeuwigheid en
in de eeuwen der eeuwen.
Wat beroemt gij u op boosheid, gij machtige in onrecht ?
Heel de dag zint uw tong op ongerechtigheid,
tot een vlijmscherp mes slijpt gij uw bedrog.
De gerechten zullen het zien en vrezen,
zij zullen over hem lachen en zeggen:
Ziedaar een mens die God niet tot helper nam,
maar die vertrouwen stelde op grote rijkdom en
kracht zocht in vergankelijkheid.
Ik wil U belijden in eeuwigheid om wat Gij gedaan hebt:
ik wil Uw naam verbeiden,
want deze is goed in het oog van Uw gewijden
Psalm 51[52] vert. ROK ’s-Gravenhage.

    Heer, leid U de volkeren van de wereld in
Uw Gerechtigheid en Uw Waarheid
en vestig onder hen slechts de Vrede,
Die van U af komt en
die Vrucht is van Uw Gerechtigheid.
Heer, volgens Uw grote Barmhartigheid,
wees ons zondaars Genadig !”.

Prokimen vespers:
Wanneer de Heer de gevangenen van Zijn Volk terugvoert:
De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God.
Zij zijn verdorven en afstotelijk door ongerechtigheid;
er is niemand die goed doet.
God ziet uit de hemel neer over de kinderen der mensen,
om te zien of er iemand verstand heeft en God zoekt, maar
allen zijn afgedwaald en omkoopbaar.
God verstrooit de beenderen van hen die aan mensen behagen;
zij worden beschaamd, want God versmaadt hen

Wie zal uit Sion heil schenken aan Israël [de Kerk]?”.
Psalm 52[53] vert. ROK ’s-Gravenhage.

“     Als gij wijs zijt, zijt gij wijs tot uw eigen welzijn,
als gij spot, zult gij dat alleen dragen.
Vrouwe ‘dwaasheid’ is luidruchtig, enkel onverstand,
en zij weet niets; zij zit bij de deur van haar huis
op een zetel op de hoogten der stad;
om te nodigen wie op de weg voorbijgaan, die
hun paden recht maken:
      Wie onverstandig is, dient zich hierheen te keren;
is iemand verstandeloos, dan zegt zij:
Gestolen water is zoet,
heimelijk gegeten brood is smakelijk.
Maar hij weet niet,
dat daar schimmen zijn,
dat haar genodigden zijn
in de diepten van het dodenrijk

Spreuken 9: 12-20 [lezing woensdag 27 maart]

De leefregel voor de Christen wordt gevormd door de Pedagogie van onze Heer en Verlosser, door het onderwijs van de apostelen en de leiding van de Heilige Geest.
Geboden, zoals ze in de gehele Blijde Boodschap  worden opgehemeld, zoals het  gehoorzaam zijn, zullen door eenieder te worden nageleefd.
Doet de mensheid dit niet, dan zullen zij vervloekt en diep ongelukkig worden in hun eigen verwarring en verwrongen zijn!
Zoals Jezus het ons kenbaar heeft gemaakt: “de geschriften van de profeten hangen ervan af of de volken Gods wet gehoorzamen of niet gehoorzamen.
Elke tegen een volk geschreven profetie toont aan dat God voorzag dat dit volk ongehoorzaam zou worden, zich van Zijn wetten zou afkeren en Zijn geboden niet zou naleven“. Dit zijn de levende wetten, die – evenals de wet van de zwaartekracht – de wereld -van het ‘hier en nu‘- waarin wij leven blijven beheersen!

*** Uitspraken van de Heilige Johannes de Anchorite van Lycopolis:
⁌  ‘Omdat wij de lichte straf geweigerd hebben van onszelf te berispen, dienen wij de zware last mee te slepen van onszelf te rechtvaardigen’.
⁌  ‘Wanneer wij God, de Éne, eren, dan eren allen ons. Maar wanneer wij de Éne niet achten, dan zullen allen ons minachten en gaan wij onze ondergang tegemoet’.
⁌  ‘ Het is noodzakelijk om zich iets van alle deugden eigen te maken. Elke dag wanneer wij opstaan dienen wij een aanvang te maken met elk gebod van God, met volharding, vreze God’s en lankmoedigheid; met liefde tot God en met alle ijver van ziel en lichaam; nederig en standvastigheid in droefheid; waakzaam in voorbeden voor anderen onder zuchten; rein in woorden en onze ogen bedwingen; ons niet opwinden bij beledigingen en vredelievendheid zijn tegenover aangedaan kwaad; geen acht slaan op de tekorten van anderen, want wij weten dat wijzelf nog minder zijn; geen genoegdoening verschaffen aan onze stoffelijke wensen, maa on s gewillig schikken naar ons Kruis; strijd voeren om de armoede van geest te bewaren, om vast te houden aan onze goede voornemens, en ons daartoe te sterken door vasten, inkeer en wenen; de strijd nooit opgeven tegen de bekoringen; smeken om het juiste onderscheiding’s-vermogen; acht geven op de reinheid van onze ziel; eten op een wijze die een ascetisch ingesteld mens past; onze innerlijke rust bewaren tijdens ons dagelijks werk; ons beoefenen in nachtwaken, in het verduren van honger en dorst, van koude en te weinig kleding; ons uitputten in werk; het graf voor ogen houden, want elk moment kan de dood ons overvallen’.
⁌  ‘Een asceet, een waarachtige volgeling van Christus, is de mens die zich voor de volle 100 % inzet bij alles wat deze doet’.
⁌  ‘Het is onmogelijk een huis [- een tempel van het hart-] te bouwen van boven naar beneden, we kunnen het alleen optrekken vanuit het fundament. En dit fundament is onze naaste. Eerst dienen wij de naaste te winnen en pas op die grondslag kunnen wij [voort-]bouwen.
Want Christus heeft immers gezegd: ” Alle geboden hangen af van onze verhouding met onze naaste“.

Door de gebeden van al Uw Heiligen,
Heer Jezus Christus onze levende God,
ontferm U over ons
“.