Orthodoxie & de Boetecanon

Jaäcob & Esau, by Rembrandt – wat is je verantwoordelijkheid?; Jaäcob & Esau, by Rembrandt – what is your responsibility?          – de oproep tot catechese op basis van grondbeginselen –

    Maar nu, zo zegt de Heer, uw Schepper, o Jaäcob [Hebr.= ‘hij die de hiel vastgrijpt of onderkruiper’], en [God] uw Formeerder, o Israël [Kerk]:
‘ Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn [kind].
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie; gaan jullie door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en zal de vlam jullie niet verbranden.
       Want Ik, de Heer, ben jullie God, de Heilige van Israël [de Kerk], jullie Verlosser; Ik geef Egypte, Ethiopië en Seba als losgeld in jullie plaats.
       Omdat jullie kostbaar zijn in Mijn ogen en hooggeschat en Ik jullie liefheb, geef Ik mensen voor jullie in de plaats en natiën [de wereld] in ruil voor jullie leven.
       Vrees niet, want Ik ben met jullie; Ik doe jullie nakroost van het oosten komen en vergader jullie van het westen.
Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde van de aarde,
       Ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.
            Doet het Volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren.
            Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën [wereld] hebben zich verzameld. Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zegge: ‘Het is waarheid’.
            Jullie zijn, luidt het Woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat jullie het weten en in Mij gelooft en inziet, dat
– Ik dezelfde ben; vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn
– Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
– Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder jullie; jullie toch zijn Mijn getuigen, luidt het Woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit Mijn hand.
Ik werk, en wie zal het keren?
“ Isaiah 43: 1-13.

H. Andreas van Kreta [fresco]
De Heilige Andreas van Kreta [660-740], werd vanuit zijn dagelijks ascetisch leven tot bisschop gekozen, vanuit die jarenlange levenservaring, die achtergrond als monnik componeerde hij vanuit de Grote Canon, welke in ieder aanvangsperiode van de vastentijd de basis vormt van het Orthodox liturgisch leven.
God sprak tot Abraham en gaf hem de opdracht zijn vertrouwde omgeving te verlaten.
Abraham was gehoorzaam en vertrok “zonder te weten waar hij komen zou”.
En in Geloof ging hij op weg . . . . .
Met de regelmaat van de klok komen wij bekende politici tegen, die in opspraak zijn omdat zij gelogen hebben over weet ik ‘nog’ wàt wèl of niet. Zulke incidenten groeien uit tot een nationale of wereldwijde rel, hetgeen tot in de hoogste [wereldse] regionen tot heftige debatten leidt.
Volgens de regels van het Recht zouden deze politici uit hun functie gezet dienen te worden. Bij minder prominente figuren zou dit geen probleem geweest zijn. Maar bij iemand die wèl èrg ‘bekend is’ en waarbij collega’s over hun lot dienen te beslissen, blijkt dit telkenmale anders te liggen. Uiteindelijk wordt de leugen weggepoetst en mag de bewuste politicus zijn/haar positie behouden; meestal wordt er dan gesproken na afloop en blijkt er geen actieve herinnering meer te zijn.

Echter bij wàt er in de Blijde Boodschap besproken wordt blijkt er weliswaar ‘welzeker‘ sprake te zijn van Memorie, van ‘eeuwige Gedachtenis’ en zal óók de leugenachtige hoge functionaris in het leven van het hiernamaals z’n weg wel vinden.
Nèt zoals het in onze tijd belangrijk voor onze beeldvorming is om te weten òf asielzoekers met een legitieme reden naar ons land komen, is dit ook voor ons van het allerhoogst belang ten aanzien van onze beweegredenen om naar Egypte te trekken en na bezinning weer tot God terug te keren. Wij zullen anders snel geneigd zijn met een [verkeerd] oordeel klaar te staan en in die twijfelachtige hoedanigheid voor God’s troon verschijnen.
De behoefte van de mens om zichzelf en God te leren kennen, maakt het noodzakelijk dat waarachtige doorleefde kennis van God nodig is om tot zelfkennis te komen. Daarom staan wij deze grote vastenperiode stil bij onze eigen persoonlijke beweegredenen om naar Egypte te trekken.

Zo blijkt maar weer dat wàt in de Blijde Boodschap beschreven staat van alle tijden is en er wat betreft het menselijk handelen niets nieuws onder de zon is!
Er is wel een verschil tussen de huidige geschiedenis en die van eeuwen geleden.
Tegenwoordig zijn het mensen die tot een – in hun ogen – rechtvaardige beslissing komen.
In de Blijde Boodschap is het ‘God’, Die – staande boven alle machthebbers en wetten – ingrijpt en recht spreekt.
Hij poetst daarbij de menselijke fout niet weg, maar toont ons ten alle tijden Genade, zo is onze God nu eenmaal.

    Ik, Ik ben het, die jullie overtredingen uitdelg om Mijnentwil en
Ik gedenk jullie zonden niet.
Maak Mij indachtig, laat ons tezamen richten, spreek op, opdat
jullie in het gelijk gesteld mogen worden.
Jullie eerste [voor-]vader heeft al gezondigd en
jullie woordvoerders
[toezichthouders en spelleiders] hebben tegen Mij overtreden;
Daarom ontwijdde Ik oversten van het heiligdom en
gaf Ik Jaäcob prijs aan de ban, Israël
[de Kerk] aan beschimpingen
Isaiah 43: 25-28.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

    Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd:
Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen.
Christus, U hebt mijn geest teruggebracht
Om mij naar uw Vader terug te brengen
conf. Luc.23: 46.

    In het hart van deze aarde is Zijn Schepper gekomen om ons te redden.
Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden; en
direct werd het verloren Paradijs teruggevonden
conf. Luc.23: 43.
    Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping;
Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen uit uw doorstoken zijde
[John.19: 34]
voor mij een Doopbad mogen zijn, een drank van Verlossing.
      Zó gezalfd
[als met Myron] door Uw Woorden van Leven als olie;
en ze als drank te ontvangen, zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die de straal van Uw levende Zijde ontvangt,
dubbele en enige stroom van kennis en vergeving,
beeld van beide Testamenten in één verenigd, het Oude en het Nieuwe
”.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

Het is niet de bedoeling hier de complete tekst van de Boetecanon van deze Heilige asceet Andreas van Kreta voor te schotelen, daar zijn velen mij al in voorgegaan, oa. de tekst van de Grote Canon van Andreas van Kreta is vertaald uit de Griekse grondtekst:
http://www.orthodoxasten.nl/teksten/triodion/2/03wo-eerste-week.pdf en
de daarop volgende weken eveneens op die site.

De slavernij aan de wereld gaat voorbij, maar er breken nog lange jaren van zwerven door de woestijn aan, met veel ontberingen.
Tijdens al die jaren begin je net als het rondom staande God’s-Volk, gelouterd door het harde leven, langzaam maar zeker jouw identiteit te vinden.
Met veel vallen en opstaan wijdt je je met je mede-omstanders toe aan de éne God, alvorens het ‘beloofde land’ te kunnen betreden.
Nu nog ondergaan wij jaren van loutering, van terugkijken naar vroeger en van een soort terugverlangen naar wat eens was: ‘de vleespotten van Egypte’.
⁌ vroeger was immers alles veel beter
⁌ luister maar naar naar je Opa of Oma’.
Jaren van twijfel ook aan de zin van al het zwerven en zelfs van angst voor de ongewisse toekomst.
Het is begrijpelijk dat dit jaren zijn van terugval, van het zekere voor het onzekere willen nemen, van liever de zichtbare rond om ons schreeuwende god aanbidden, dan te moeten leven met de Onzichtbare, Die Zichzelf aan ons als
– ‘Ik zal er zijn’ ≈ ‘bij Mijn wederkomst’ bekend heeft gemaakt.
         Was dat laatste dan een garantie voor een zekere toekomst?
Nee, dat niet, toen niet en nu nog steeds niet.
Het sleutelwoord is en was toen: “Vertrouwen”.
Vertrouwen dat het goed zou komen, dat er een uitweg zou zijn, een begaanbaar pad, leven.
De toekomst was dus afhankelijk van de inzet, de overgave, het vertrouwen van de mensen zelf in de Onzichtbare, Ongenaakbare God.

Mp3: Приими мя пустыня [недоступный] –  Breng me naar binnen, vanuit de woestenij  [Ongenaakbare]

 


Vrije vert, wie het beter kan mag het zeggen:
  Accepteer mij zoals ik ben, in de woestijn, als een moeder, die haar kind,
een rustige en stille boezem aanbiedt.
Zweer niet, bij de wildernis, aanzet en veroorzaker van het kwaad, de ontucht van deze wereld, aantrekkelijke woestijn – vrolijke dwarsligger!
Ik hou meer van je dan van een Koninklijk vooruitzicht en een verheerlijkt vooruitzicht. En trouwens volgens Uw rode druiven, Uw verschillende kleuren,
Uw ademhaling vanuit de lucht van de nederige lieden, voortgebracht als gevolg van de boom, de lichtzinnige tak.
En ik zal zijn als een wild beest, zal samen zingen en als mens rondrennen
En ik zal vele levens zaaien, en zittend, huilend en snikkend, in Uw diepe en wilde ondermaans verblijf:
O Heer en Meester, Koning van koningen, verheug me door aardse zegeningen, 
beroof mij niet van èn de Hemel èn van uw Koninkrijk.
Neem me tot U in de woestijn als een moeder, die haar kind tot zich trekt, neem me stil op tot U stil op aan Uw serene boezem; Ik ben gevlucht voor de hooghartige ontuchtpleger van deze wereld.
Oh, die prachtige wildernis, vol vrolijk eikenhout, ik ben geneigd meer van jou te houden dan een koninklijk onderkomen met vergulde kamers, ik zal me in jouw woestijn aan de prachtige wijnstok met verschillende bloemen optrekken, ademend met wind die om je groene takken slingert.
Ik zal zijn als een wild dier en helemaal alleen rondzwerven, mensen uit de weg gaan en dit leven vol verdriet en zorgen ontwijken, al treurend en berouwvol in je diepe en ontzagwekkende boezem.
Mijn Heer, U hebt mij gezegend met aardse goede dingen, ontneem mij ook niet uw Hemelse Koninkrijk“.

door de woestijn
Het ergste is voorbij, zeiden we tegen elkaar. De vrijheid danst in ons om. De toekomst lonkt.
Hier staan we met onze nieuw verworven vrijheid, ons goed fatsoen en een plotselinge duizeling: ‘ Lang en leeg strekt zij zich voor ons uit, de woestijn een eindeloos royaal gebaar.
De tocht kan beginnen.
We lopen en lopen en tellen de dagen, de jaren.
Veertig, tachtig voor de sterken of toch steeds maar meer ? De tijd die het kost om er doorheen te gaan.
Het lijkt of de tijd verdwijnt, we raken de tel kwijt. Bij zoveel stilte, bij zoveel niets.
De woestijn zwijgt oorverdovend. We zijn er alleen nog maar zelf.
Angst schreeuwt. Heimwee trekt. Honger en dorst kwellen ons. Ik roep tot de
Ene. De steppe zou toch bloeien?
Het zou mij toch aan niets ontbreken?
Soms klinkt er zacht een lied op. In een van ons.
Een nieuw lied voor de Ene. Niet eerder gehoord.
Mijn lied voor de Ene. Zijn lied in mij.
Dan weer is het stil en is er enkel de gang van onze voeten.
Ik neig mijn oor om Zijn stem op te vangen.
Een teken van leven.
Els de Clercq

Christian Baptism, the most important Mystery of the Supreme Being !

Er wordt tegenwoordig een soort geboorte-knip gezet tussen het ‘waarachtige leven’ en spiritualiteit. Ik zie mensen om mij heen die zich helemaal uit de naad werken en maar voortdurend op hun smart-phones zitten te spelen.
Zij trekken zich vervolgens een dag in de week, òf twee weken per jaar terug en
gaan dan vervolgens van alles aan zingeving doen.
Alsof er bovenop ‘het leven’ af en toe een toefje slagroom moet komen met wat spiritualiteit. Terwijl ik denk dat je spiritualiteit en zingeving behoort te beleven opgenomen in het echte leven.
Dat spiritualiteit ook die glimlach is, die je bij een onbekende op het gezicht tovert na een kort gesprekje – misschien heb je zijn/haar dag wel ontzettend goed gemaakt.
Maar wat is er dan mis mee dat mensen behoefte hebben aan dat toefje slagroom?
‘Er bestaat tegenwoordig een soort spiritualiteit waarin je als een speer omhoog gaat, omdat je na jaren oefenen goed bent geworden vanwege een bepaalde meditatie-oefening, òf een bepaalde kennis hebt vergaard.
Slechts persoonlijke ontwikkeling vanwege de ontwikkeling, alsof het om het presteren òf om een topsport gaat.
Je denkt: ‘Nu ben ik toch al een heel eind opgestegen uit de waan van de dag. Wat ben ik eventjes goed bezig’. Dat is ontzettend ‘ik’-gericht.
Indien de schepping en haar voortbestaan jou werkelijk interesseert, heb je aandacht voor de mensen en dingen om je heen.
Niet om er zèlf iets mee te winnen, maar omdat je de wereld en haar voortbestaan om je heen zo ontzettend belangrijk vindt.
Waarom zou ook spiritualiteit iets dienen ‘op te leveren?’;
de economische term alleen al …
      In propaganda die je hierover tegenkomt zou je  mensen die
op deze manier naar zingeving zoeken ‘misdadig’ en ‘lege zielen’ kunnen noemen.
Dat is best pittig?
        We hebben steeds meer aandacht voor onze eigen kwetsbaarheid en dat is best goed. Maar parallel daaraan kun je een soort onverschilligheid-tot- op- het-bot waarnemen.
Zo van ‘elke crisis is een kans’ èn ‘op lijden, verdriet en pijn’ plakken we gewoon
een bijpassende pleister met een nieuw boek of [meditatie-]cursus.
Sommige mensen zeggen rustig tegen iedereen met tegenslag:
dan had je maar positiever moeten denken’.
Of ze zíen het lijden gewoon niet meer, veel te ingrijpend en lastig te verhapstukken.
Maar je kunt zoiets niet zeggen tegen vluchtelingen uit Syrië in een Turks of Grieks kamp die ook nog de kans lopen in de hens te vliegen [plastic tenten].
Dat is meedogenloos, maar zelfs dàt ervaart het gros van de mensen
tegenwoordig nauwelijks meer. Met hun zógenáámde kennis en spiritualiteit zien ze de wereld om zich heen niet meer.
Waar denkt u dat dit onvermogen en de honger naar de ‘ik-spiritualiteit’ vandaan komen?
We worden tegenwoordig overvoerd met nieuws en berichtgeving.
We weten alles van elke plek op de wereld.
Terwijl we tot voor kort een krant en het avondjournaal hadden en misschien daarna uit verveling maar naar een in slaap sussende talkshow keken.
Tegenwoordig komt er elk moment zoveel op ons af en we zijn oh zo bang om maar iets van ‘het nieuws’ te missen.
Wie weet wat wij tijdens het lezen van dit stuk wel niet missen, omdat we immers niet op onze telefoons kijken? In die overvloed van informatie voelen we ons heel klein èn nietig èn machteloos.
Die verlamming is in de geschiedenis misschien nog nooit zo groot geweest.
Mensen hebben nergens meer houvast aan en zoeken dat vervolgens buiten zichzelf.

En dàn? Dàn wordt het even stil en . . . . . wordt er naar woorden gezocht
‘Het . . . . . zou kunnen . . . . . dat wij in het westen misschien niet meer
aan de eindigheid van het leven durven te denken.
Er lijkt zo’n tendens te zijn van: even op je kiezen bijten, maar daarna wordt het wel beter. Terwijl ik denk dat een sterk bewustzijn dat dingen afbreekt en er iets nieuws voor in de plaats brengt, heel waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld het besef dat er ooit een moment kan komen waarop je geliefde je levensgezel er niet meer zal zijn.
Is aandacht voor de opbouw van een spiritueel leven hetzelfde als hard werken aan innerlijke groei door het volgen van cursussen en meditatie?
Òf betekent het gewoon een aandachtig bestaan leiden?

De Antiocheens Orthodoxe Kerk denkt dat laatste en vindt het nogal zorgelijk dat niet iedereen dàt inziet, zelfs in de Kerk niet.

Hoe laat ik mij zien aan die ene persoon, die als minderbedeeld wordt omschreven? Hoe geef ik zijn of haar leven waarde, ondanks het feit dat ik mijzelf erger aan de omstandigheden [in de Kerk]?
Doordat we ons zo goed willen voelen in een ‘eeuwige hier en nu’, verdwijnen
die vragen naar de achtergrond.
Eeuwig hier en nu…?
Ja, dat maakt alles van waarde relatief.
Stilte.
Hoe kunnen we dàn uit dat ‘eeuwige hier en nu’ komen?
Door géén cursussen te volgen om nog beter in het hier en nu te leven, maar gewoon te leven. Door te zoeken naar kwaliteit van leven, in plaats van naar kwantiteit van kennis en spirituele technieken.
Veel mensen kunnen, wanneer het echt slecht gaat en ze door het oog van de naald moeten, tóch die vragen stellen.
Die vragen: ‘Hoe kan ik dàn nog mens zijn?’;
Hoe kan ik dàn nog waardig leven?’.
Het gaat niet om het zoeken naar een uitweg, maar om wat je doet als alle ballast van je afvalt.
Sommige Syrische vluchtelingen die ik in deze gemeenschap heb ontmoet, kunnen in hun warmte en zorg voor een ander ‘groots’ zijn.  Ze zijn gebroken, al jaren eerder door het regime van Assad en de bombardementen van oost en west, ze weten maar al te goed dat hun littekens ‘nooit’ zullen verdwijnen. Peptalk, die nergens op gebaseerd is, is aan hen niet besteed.
Ze hebben oog in oog gestaan met het dieptepunt van menselijkheid; er is al zoveel verloren, dus geven ze de rest ook maar weg.
Met de moed, niet die van de wanhoop, maar van de hoop op God.
Niet eens voor henzelf, maar voor toekomstige generaties, ja, hier in en aan de Lage Landen, aan jullie aanmatigend optreden. Ook al hebben ze zelf geen cent te makken, want ook als ze al gekwalificeerd werk verkrijgen geven we ze niet meer dan het minimum loon.

Wij dienen tot onze beschaming te bekennen dat wij in ons leven soms wel bezwijken voor de verleidingen van macht, van overheersing over andere bevolkingsgroepen, van het grote geld.
Durven we ons daarvan lòs te maken, en wat zou ons dat dàn wèl niet gaan kosten, zeg?
Wie kan ons daarbij helpen, of beter gezegd: op Wie durven wij dàn te vertrouwen? Op God, zal Die dàn nog luisteren?
Zo zijn er gebeurtenissen in ons leven waarover we geen zeggenschap hebben en die we niet los kunnen laten, omdat ze ons gewoonweg overkomen. Dan kun je jezelf de vraag stellen:
“ . . . . . Welke woestijnervaring heb ik in mijn leven te verwerken gekregen?
En niet alleen door verleidingen, maar ook door ervaringen van verlies,
van tekort, van geen perspectief meer hebben?
”.
Wat gebeurt er met je als je je vertrouwde omgeving zult dienen te verlaten en
naar een verzorgingshuis zult moeten gaan, omdat je niet meer voor jezelf kunt zorgen, omdat je het gewoon niet meer weet en niemand meer herkent?
Hoe is dat voor je partner, als hij of zij nog in leven is en jij op dat moment van vertrek uit dit leven veel zorgtaken zult moeten loslaten? Wat maakt dat je het leven toch volhoudt? Voor wie doe je dat?
Door het met name in deze tijd de ‘Blijde Boodschap’ te bestuderen kunnen wij
gesterkt worden in het vermoeden dat de ervaring van  ‘in de woestijn zijn’ ons leven niet eindeloos hoeft te bepalen.
Geen tunnel is zo lang of er komt wel een einde aan, door een moment van Licht, van vooruitzicht. Het leven blijkt toch verder te kunnen gaan, ànders, met breuken en barsten, maar desondanks: vèrder.
    Want Mijn Gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn Wegen luidt het woord des Heren.
Want zoals de Hemelen hoger zijn dan de aarde,
zo zijn Mijn Wegen hoger dan uw wegen en
Mijn Gedachten dan uw gedachten.
     Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door en door  evochtigt het eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter.
     Alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend”. Isaiah 55: 8-11.

Orthodoxie – de Grote en Heilige Vasten en het leven in de wereld

Vasten en gebed, na het kerkbezoek

In de vastentijd is het goed om alleen kerk en huis in gedachten te houden  en je door niets anders te laten afleiden.

Je komt dus thuis. Wat ga je daar doen?
Je zult met alles wat je tot je beschikking hebt proberen de gehechtheid van geest en hart aan de Heer te bewaren.
Ga onmiddellijk na de kerk naar je kamer en val neer in je stille hoek, vraag God je bij te staan met name thuis het beste uit deze periode te halen op een wijze die heilzaam mag blijken te zijn voor je ziel.
Ga vervolgens zitten en kom even een tijdje tot rust, maar laat je gedachten dan niet vervliegen. Door al je gedachten te richten op God en herhaaldelijk de wens te uiten: “Heer Jezus Christus, wees mij zondaar  genadig! Heer Jezus Christus, doe mij Uw vreugde kennen! “.

Na dit moment van rust heb je telkenmale de keus, voortgaan in het gebed of je  arbeid weer op te pakken.

Wat voorhanden is, het maakt niet uit, je weet zelf wel wat je leuk vindt.
Het kost, zoals je ziet, helemaal geen moeite je de gehele tijd met geestelijke dingen bezig te houden en tegelijkertijd aangenaam aan het werk te zijn.
Bidden en tegelijkertijd in gebed zijn, dit is waar
jij jezelf de komende tijd zorgen over zult maken wanneer
je belast en beladen bent, je ziel moeheid ervaart en
je de kracht niet meer bezit om te lezen of te bidden.
Indien je je persoonlijke spirituele aangelegenheden op
een natuurlijke wijze verricht, is het niet nodig je bedrukt te voelen.
Werk welke naast gebed wordt gedaan vult alleen de behoefte aan tijd, die anders zou worden verspild aan inactiviteit.
En niets doen is ‘des duivels oorkussen‘, dus altijd rampzalig, met name in de vastenperiode.

bidden en vasten maakt het onmogelijke mogelijk; praying and fasting makes the impossible possible.

Hoe zou je deze periode thuis kunnen bidden?
Wel beschouwd dienen we de Grote Vasten iets te ondernemen om aan de gebruikelijke regel van het gebed iets toe te voegen. Dat zou kunnen door in plaats van te lezen je meer te richten op het gebed, in deze periode is het immers beter wanneer je de momenten van communicatie met jouw Heer en Meester opvoert.
Zowel aan het begin als aan het eind van de dag zou je meer gelegenheid kunnen vrijmaken en richt je zoals je in gebed gewoon bent in je eigen woorden
– je gedachten en de last die je draagt op aan de Heer, de Moeder Gods en je beschermengel, om hen te bedanken voor hun bescherming en voldoe je daarmee tevens aan je spirituele behoeften.
Vraag hen om je bij te staan zodat je eerst en vooral jezelf leert kennen, zelfkennis opdoet en, wanneer je dàt verkregen hebt, je ijver en kracht mag bekomen om jouw gewonde ziel te helen. Vraag het hen, telkens opnieuw, om je hart te vullen met het broodnodig berouw, een vernederd hart en het daaronder niet langer gebukt behoeft te gaan.
Nederigheid is het meest waarachtige offer dat je God en je medemens kunt aanbieden. Bid daarom, maar leg jezelf geen al te lange en zware gebed’s-regel op, een regel die verder reikt dan welke je normaliter zou kunnen opbrengen. Heiligheid zit hem met name in de kleine dingen, die wij doen – houdt je daarom niet op met zaken, die in feite te groot voor je zijn en die je alleen maar nog meer zouden belasten, dan goed voor je is.
Het is beter om overdag tussen de regels door vaker te bidden en wanneer je het gewone werk met andere [gebed’s-]werk verbindt, heb je je een grotere verstandhouding tot God.

Lees na het gebed een periode heel intensief. Die lezing/studie behoeft in het geheel niet gericht te zijn op het opdoen van verschillende soorten informatie aan kennis van dingen van de wereld, maar op het voordeel dat je behaalt door een constructieve houding – datgene waar je slechts geestelijk voordeel mee behaalt. Daarom behoef je helemaal niet veel te lezen, het kauwen op een uitspraak van een van de kerkvaders kan al genoeg zijn om je dag te verlichten.
Je vraagt me vervolgens wat je dan zoal dient te lezen? Alleen spirituele boeken, natuurlijk. Probeer deze zorgvuldig te lezen, want dergelijke literatuur inspireert de ziel meer dan wat dan ook. En mocht tijdens dit lezen het Jesus-gebed in je hart worden aangereikt leg je boek dan terzijde en bidt zonder ophouden.
Aldus wordt je door gericht te lezen en te bidden tot bekering komen, tot ommekeer. En door dit aldus te doen zul je je hart en je geest de onophoudelijke strijd en het gevecht met de tegenstrever uit de weg gaan. Het is niet te vermijden dat door intensief gebed ook moe kunt worden, maar wanneer je dit zoals ik al aangaf met je werk laat samenvallen zal het je veel lichter vallen.
Het zijn heus niet de grote dingen, die je voor ogen dient te houden, begin in het klein en geleidelijk aan zal dit proces groeien.

vasten is door doopwater, ruimte scheppen

Je denkt misschien waarom niet wordt aangegeven je dagelijkse voeding te verminderen. Tijdens de grote en heilige vasten is het veeleer de opdracht je te bekeren van allerlei mistoestanden in je leven – het teveel gericht zijn op de wereld. Het een kan het andere ondersteunen en daarbij is de regel van ‘eenvoud in gebed en werk‘ belangrijker dan dat je jezelf uitput door jezelf het noodzakelijk voedsel te onthouden. Wanneer je de geest wilt zuiveren is gebed en gericht werk belangrijker en volgt het overige als vanzelfsprekend. Het hart wordt zacht en de passies worden teniet gedaan.
Overdrijf niet, het leven is immers al zwaar genoeg, zeker indien je wat ouder wordt en hier en daar slijtage ondervindt. Je dient krachten op te doen om meer dan je gewoon bent in de kerk te zijn en daarnaast thuis je strijd te kunnen voortzetten. Kijk naar het eten – en neem  daarvan zoveel ‘als je slechts nodig hebt‘ om niet te verzwakken.
Daarnaast is het misschien nodig eens wat meer tijd vrij te maken om tot rust te komen, te slapen. Misschien is dat wel een opoffering voor je en weet wel, elke opoffering is passend met name in deze periode.
En dan àl die gesprekken over wat wel en niet dient te gebeuren – let in ieder geval op de noodzaak, anderen niet te belasten met jouw spirituele aangelegenheden – vasten vindt in het verborgene plaats.
Daarbij geeft de inzet van het memoreren van spirituele thema’s uit de heiligenlevens aanzet tot uitwisseling van constructieve gedachten en zijn deze aanleiding tot gunstige conclusies.
Het ga je goed en laat deze periode vervolgens in combinatie met veelvuldig kerkbezoek je meer vreugde dan verdriet schenken.