Zaterdag van de asceten – terugkeer naar de oorsprong

    Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en
gij zult rust vinden voor uw zielen; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
“ 
Matth.11: 27-30.

    Maar de vrucht van de Geest is Liefde, Blijdschap, Vrede, Lankmoedigheid [in staat om veel te verdragen], Vriendelijkheid, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid, Zelfbeheersing.
Tegen zodanige mensen is de wet niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.
Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
       Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende
op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen

Gal.5: 22- 6:2.

Herinnert u het nog, klinkt het nog na, datgene wat
afgelopen zondag als Apolytikion klonk?:
“ . . . . . Ik denk aan die vreeswekkende dag en ween over al mijn slechte daden”?
Wie wordt niet geconfronteerd met de dagelijks af te leggen verantwoording voor de onsterfelijke Koning der Eeuwigheid. En wanneer Hij dan met jou constateert dat God ons gezegend heeft en je tenslotte vaststelt dat je als jongeman al rijk bent, ja gaandeweg rijker, totdat
je zeer rijk geworden bent en alles hebt wat je hartje begeert, wat dan?. . . . .

Toen zei Abimelek [Hebr.= ‘broeder van de Koning’] tot Isaäc [Hebr.= Hij, die lacht’]: ‘Ga van ons heen, want jij bent veel machtiger geworden dan wij’Gen. 26: 16 en “ Hij groef [als vanzelfsprekend] de waterputten, die men gegraven had in de dagen van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader ze genoemd hadGen.26: 18.
Die waterput, die kennen we als de bron des Levens, waar Christus de Samaritaanse haar lesje geeft, maar ook herkennen we de rijke jongeling, die te horen kreeg: “ Indien je volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop wat je bezit en geef het aan de armen, en  je zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg MijMatth.19: 21.

En dàn wordt je met de essentie van deze zaterdag geconfronteerd en laat je het afweten, want ook ik heb moeten vaststellen dat ik vele goederen bezat en ik ging bedroefd heen.
Ik moest iedere keer bij m’n vertrek vanaf de Heilige berg [Athos] vaststellen, dat dìt echt niet voor mij was weggelegd. De wereld van het helse Thessaloniki en de onrust, die daarmee gepaard gaat viel boven op mij en ik ging bedroefd naar huis. Wanneer ik dit nog eens ga overdenken, dan valt me eigenlijk op dat je als mens van de wereld een behoorlijk arrogante houding bezit.
     Je gaat daar een asceten-kolonie bezoeken en dat klinkt heel vroom, zoals
Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
Maar ben je op zo’n moment als mens van de wereld ècht zo hongerig naar
het onderwijs van onze Heer en Verlosser?
Al snel realiseer je je al dat je als mens vooral bezig bent met jezelf te bewijzen en jezelf te rechtvaardigen. “Dàt heb -‘ik’- allemaal al gedaan!”, kijk mij eens.
Wat zo fascinerend blijkt, is dat onze Heer en Verlosser ons als mens gewoon uitdaagt.

Even verder in de perikoop van de rijke jongeling wordt er een prostituee bij hem gebracht die gestenigd moet worden en dàn is onze Heer en Verlosser pas ècht ongelofelijk liefdevol en genadig.
Waarom dat verschil?
Onze Heer en Verlosser legt de lat ook wel heel erg hoog voor deze jongeling.
Ik kan niet anders bedenken dan dat Hij dit doet omdat deze mens ‘zelf’ God’s goedkeuring en acceptatie tracht te verdienen. Hij wilde het niet ‘om niet’ ontvangen, neen, hij wilde het verdienen, op dezelfde manier als hij z’n rijkdom had vergaard.
Christus zal als de Heer der Heerscharen, als de Opperste en uiteindelijke Rechter, laten weten wàt het wel niet is om ‘volledig’ goedgekeurd en gekend te worden.
      En het wonderlijke is, wanneer dàt wanneer onze houding zo vreselijk is,
dàn drijft onze Verlosser ons tot het punt van waanzin. Hij legt de lat gewoon nòg hoger: “Er is nog een ding. Ga naar huis. Verkoop al je spullen en geef het geld aan de minderbedeelden”.

En tòch komt onze Heer der Heerscharen bij ons aan tafel, want Hij wil ons ‘Zijn Blijde Boodschap’ op de een of andere manier bijbrengen, zoals bij Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’], de tollenaar.
Ondanks het feit dat wij met Hem dienen vast te stellen dat hetgeen wij in de wereld doen voor Hem als Rechter ‘volkomen buitensporig‘ en ‘verachtelijk‘ is, komt Hij bij ons eten.
            Gebed heeft geen bepaalde houding, geen plaats of tijd, het is een kwestie van dapper en nuchter  overwegen. “   Stilte en gebed zijn zeer grote wapenen om het Hemels Koninkrijk te bereiken, omdat het gebed verse lucht en adem geeft, de adem van de Heilige Geest, welke ons reinigt en inzicht geeftH. Paisios, de Athoniet.
Heb nu alsjeblieft niet het idee dat je wanneer je de radicale stap tot de ascetische levensvorm zet dat je onmiddellijk in de zevende Hemel terecht komt.
Veelal zal eerst na een periode van vijftien jaar van hard werken vervlogen zijn
eer de discrete ‘alles overtreffende‘ gehoorzaamheid z’n intrede zal doen.
Dit is het resultaat van door alle moeite heen ‘gehoorzaamheid aan God’ onderscheiden en
dàt leer je absoluut niet gedurende een drie, of vierjarige Theologische opleiding,
dàt wordt slechts gevormd door het juk van een langdurig ascetisch leven.

Ascese [Gr.: ἄσκησις, askèsis] is het streven naar òf het beoefenen van een reine levenswandel.
Je beoefent dit door de eigen hartstochten en en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese gaat veelal gepaard met een onafgebroken leven in stilte en gebed om de geest stil te maken, maar ook door je zowel geestelijk als lichamelijk allerlei geneugten van het leven te ontzeggen.
Je legt voor jezelf net als onze Heer en Verlosser de lat heel erg hoog.
Overeenkomstig de Blijde Boodschap is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is.
Wèl wordt zowel in het Oude [profeten] als het nieuwe Verbond [Johannes de Doper] matigheid gepredikt en daar ontbreekt het in onze tijd nogal eens aan.
Het vroege christendom kende echter wèl – soms extreme – vormen van ascese, zoals het kluizenaars- en kloosterbestaan van de woestijnvaders, gebaseerd
op geloften van bewuste armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.
Het vroeg-christelijke geloof groeide uit tot de christelijke orthodoxie, deze gemeenschap van volgelingen van Christus is vanaf het eind van de 3e eeuw na Christus op de voorgrond getreden, haar tegenstanders in de wereld te benadrukken, dat haar opvattingen altijd al een het meerderheid’s -standpunt innamen en dat haar rivalen altijd al ‘ketters‘ waren geweest, die er moedwillig voor ‘kozen‘ om het ‘Ware Geloof’ [Gr. ὀρθός, orthos=recht; δόξα, doxa = mening, glorie] te verwerpen.
            Waarom kiest iemand het monastieke leven en niet een leven als spelleider/priester, met of zonder professionele activiteiten [iedere gelovige is immers priester]?
Monniken en monialen zijn veelal gelovige mensen uit één stuk en die proberen tot het uiterste te gaan.
Wanneer men het Geloof en het leven in navolging van Christus begint vanuit
geheel het menselijk  hart, wordt men werkelijk door God ‘Zelf’ op de monastieke weg getrokken.
Dit wil niet zeggen dat de anderen niet ernstig of minder ernstig in de leer zijn, maar algemeen wordt aangenomen dat het totaal aan God gegeven leven het monastieke leven is.
Men is Hem méér naderbij, het hart is mìnder verdeeld – wordt mìnder afgeleid.
Zowel professionele als lekenpriesters hebben in de wereld diverse bezigheden en hebben inherent daaraan dus problemen en zullen soms keuzes moeten maken tussen verschillende dingen.
Een monnik kan [maar doet dat echt ‘niet’ altijd, hij/zij blijft ook maar een mens]
de directe weg naar God kiezen. Het is geen schande wanneer een jonger iemand een oudere te schande maakt; in de eerste plaats vindt dit plaats omdat een jongeling/ veelal een puber nog in de leer is.
Ook in het monastieke leven ga je [net als in de wereld] door het rad van het avontuurlijke leven en word je door schade en schande wijs.
Daarom is een norm, die als voorschrift wordt beschouwd ook voor jonge monniken/monialen in een gemeenschap moeilijk.
De ‘coach’ is geen toezichthouder, die al zappend z’n leerlingen begeleid; het is een door de wol geverfde kracht, die tracht de norm strikt te handhaven, maar
z’n toegewezen leerlingen doen niet altijd wat de monastieke Regel zegt.
De Higoumen, de abt dient dan toe te zien wat de broeders/zusters kunnen dragen, hen zo veel als mogelijk is vragen, zonder echter boven hun krachten te laten gaan. De norm wordt als het ware enigszins aangepast aan de eigen persoonlijkheid, en wordt in het algemeen geprobeerd de generale regels van de Kerk toe te passen
– zonder de persoonlijkheid van de monnik te breken -; hetgeen wel genoemd wordt de goddelijke weg [economie] te volgen, opdat de mens door beproevingen heen tot wasdom komt.
De door de wol geverfde kracht zal met aandacht, gezag en kennis van zaken
zijn werk doen en z’n leerlingen weten te motiveren.
Dit soort processen leer je niet uit een boekje, niet aan de een of andere universiteit – dit leer je met vallen en opstaan door ervaring uit het boek des Levens, de Blijde Boodschap.

Op de rooskleurige legendes rond Constantijn de Grote als 1e Christelijke keizer en stamvader van het Byzantijnse Rijk valt echter veel af te dingen; On the rosy legends around Constantine the Great as 1st Christian emperor and ancestor of the Byzantine Empire, however, there is much to be said about; Στους ρόζους θρύλους γύρω από τον Κωνσταντίνο τον Μεγάλο ως πρώτο χριστιανικό αυτοκράτορα και πρόγονο της Βυζαντινής Αυτοκρατορίας, υπάρχουν όμως πολλά που πρέπει να πούμε για.

Vanaf het eind van de 3e eeuw na Christus is ‘de wereld’ tot de Kerk toegetreden en daardoor is er met de kerkelijke beleving iets gebeurd wat het gezag van met name de leiding
– de toezichthouders – behoorlijk heeft aangetast.
En wàt voor de toezichthouders geldt, gaat ook òp voor het gros van de professionals:
met de opkomst van het neo-liberalisme of het neo-conservatisme is hun status nog verder gekelderd en daarmee ook het gezag van hun werk.
Er werd in het Kerkelijk leven ‘politiek‘  bedreven, niet op kleine schaal, maar over de gehele linie.
Een professional is echter iemand die voldoet aan een aantal kenmerken.
Een van de belangrijkste is dat er een vocatie is, een innerlijke drijfveer om iets te willen òf anders gezegd een overgave [als de bovengenoemde door de wol geverfde kracht] aan een hóger doel dàt je wilt dienen.
Weet dat in een bureaucratische opzet van de Kerk, degenen, die ‘de baas spelen‘ in de gemeenschap van heiligen, het minst belang hebben bij verandering van zaken. In plaats van Opgang naar den Hoge, wordt aan de eigen positie vast gehouden en daarbij wordt in het geheel niet door deemoed  het voorbeeld gegeven. Het voorbeeld geven is geen ‘veeleisend‘ bevelend optreden en ‘pracht en praal‘ uitstralen.

voedselbank

Opgang naar den Hoge is je verbinden met de minst draagkrachtigen en met hen die vermoeid en belast zijn, rust en vrede teweeg brengen; dat betekent:
Het juk op je nemen en van de toegewezen navolgers van Christus te leren, want alleen door zachtmoedigheid en nederigheid van hart zal eenieder, die Hem volgt rust vinden voor z’n ziel, want het juk van onze Heer en Verlosser
is zacht en Zijn last is licht
conf. Matth.11 : 28-30.
En vervolgens ga je pas het Heiligdom binnen en bid voor elkaar aan het altaar en brengt aldaar het offer wat je gedurende je werk in de wereld hebt volbracht.
Laten wij daarom een voorstander worden onze voorgangers te rekruteren uit degenen, die door de wol geverfd zijn en niet langer uitgaan van wereldse gewoonten en kennis, maar met gezag en kennis van zaken ‘hun beroep’ te laten uitoefenen – en dan kunnen wij als navolgers van Chritsu inderdaad volmondig uitroepen: “AXIOS”.
     De Heer zegt tot mijn Heer; zit neer aan Mijn rechterhand,
     opdat Ik uw vijanden zal maken
     tot een steun aan uw voeten.
Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion:
heers, temidden van uw vijanden.
Bij U is Heerschappij op de dag van uw kracht,
in de stralende luister van uw Heiligen.
Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster.
De Heer heeft gezworen, onveranderlijk:
Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen
verplettert Hij op de grond.
Uit een beek onderweg zal Hij drinken, en dan het hoofd verheffen
Psalm109[110] ver. ROK ’s-Gravenhage

Wil de tot de wereld vervormde ‘christelijke’ gemeenschap zich bekeren dan dient zij zich van haar hang naar de weg tot de wereld te laten genezen.
Het is als een ‘Back-to-the-Future’ – een terugkeer naar de oorsprong.

Apolytikion
tn.4.
    God van onze Vaderen,
Die altijd met ons handelt volgens Uw zachtmoedigheid,
neem Uw Barmhartigheid
niet van ons weg
maar bestuur ons leven in Vrede,
omwille van hun gebeden
”.

NB.
Jaarlijks wordt er in het Brits Koninkrijk een zogeheten ‘Veracity Index’ opgesteld, dat is een barometer met betrekking tot rechtschapenheid, eerlijkheid, oprechtheid, openhartigheid, openheid en waarachtigheid.
Daaruit komt naar voren dat professionals als spelleiders/priesters, onderwijzers,
artsen, de zogenaamde ‘ervaren’ zachte hulpverleners nog uitzonderlijk veel vertrouwen genieten.
Toezichthouders, managers, bestuurders en politici staan helemaal onderaan.
Dat leidt tot de vreemde situatie dat we in onze samenleving mensen, die we ‘niet’ vertrouwen – mensen laten controleren, die we wèl vertrouwen.
Volgens mij is dat de wereld op z’n kop en beslist niet zoals onze Heer en Verlosser ons dit heeft voorgeleefd om nog maar niet bespreken over de spelleiders/ priesters, die een degelijk systeem politiek bevestigen, om
er zelf goed garen bij te spinnen.
    Wij dienen echter niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
      Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,
ziende op uzelf; gij mocht ook [zelf] eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden;
zo zult gij de wet van Christus vervullen”
Gal. 5: 26 – 6: 2.

  Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Donderdag van de Vleesonthouding – de crisis in de Genadegave van het vasten en onthouden

De Verzoekingen van Christus als mens en Zijn Overwinningen; The Temptations of Christ as man and His Victories.

    Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn [Hebr.= bezit maker (letterlijk smid)] opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileam’s-loon [Hebr.= ‘loon niet van het volk’] bezweken en door het verzet van een Korach [Hebr.= ‘kaalheid’] ten onder gegaan.
Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen, zij, die zonder schroom tezamen feesten om zichzelf te weiden; wolken, die geen water geven, daar zij door winden voorbij gejaagd worden; bomen, die in de late herfst geen vrucht geven; tweemaal gestorven zijn zij en ontworteld; wilde baren der zee, die hun eigen schande opschuimen; dwaalsterren.
Voor hen is de donkerste duisternis voor eeuwig weggelegd.
Ook over hen heeft Henoch
[Hebr.= ‘toegewijd’], de zevende van Adam [Hebr.= ‘mens uit de aarde’] af, geprofeteerd, zeggend:
Zie, de Heer is gekomen met zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
Dit zijn de morrenden, mokkend om hun lot, wandelende naar hun begeerten, maar hun mond spreekt hoogdravend, als zij omwille van het voordeel [de mensen] in hun gezicht vleien.
Gij echter, geliefden, herinnert u de woorden, die voor dezen gesproken zijn door de apostelen van onze Heer Jezus Christus, dat zij tot u hebben gezegd:
  Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die naar hun eigen goddeloze begeerten zullen wandelen.
Zij zijn het, die scheuringen maken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben.
Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde van God, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst
Geloof en door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Heer Jezus Christus ten eeuwigen leven.
En weest ook barmhartig jegens sommigen, die twijfelen, redt hen door hen uit het vuur te rukken, maar weest jegens anderen barmhartig in vreze, uit afkeer zelfs van het kleed, dat door het vlees bevlekt is.
Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor Zijn Heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Heer, Heerlijkheid, Majesteit, Kracht en Macht voor alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheden! Amen”
Judas 11-25. lezing donderdag van de vleesonthouding.

Het lijden van Christus, Zijn dood en Heerlijke Opstanding, geven ons door het vasten tijdens  de grote en heilige vastentijd een speciale betekenis en waarde.
Het lijden en de Opstanding van de Heiland vestigen tevens al onze Hoop op onze Opstanding ten eeuwige leven. Maar om deze hoop te bereiken om de eeuwig levenschenkende zegen te ontvangen, kan het niet anders dan dat wij de reinheid en heiligheid van het leven van Christus trachten te imiteren, hebben we -net als de Verlosser- behoefte aan geestelijk voedsel [manna] om met Hem hetzelfde pad van het leven te doorlopen. Door afstand te nemen van jezelf, de zelfverloochening ga je in tegen de wensen van onze natuur en haar neiging om te zondigen.
De jaarlijkse grote en heilige periode van het vasten is voor ons Orthodoxen en periode van bezinning, deze vastenperiode is van oudsher van grote betekenis en omvat een principiële waarde, welke naar min mening te maken heeft met ons basisprincipe. Het lijden en de Opstanding van onze Heer en Zaligmaker staat immers voor onze persoonlijk Hoop op de Opstanding, het eeuwige leven.
Jaarlijks maken wij derhalve een periode door waarbij wij ons trachten terug te brengen tot ons oorspronkelijke uitgangspunt van het Geloof, een instelling om ons persoonlijk proces in Christus opnieuw op te starten. Om deze Hoop op nieuw eeuwig leven in te blazen, dienen wij door vasten en gebed de reinheid en heiligheid van het leven in Christus te imiteren.
De meeste mensen om mij heen verbazen zich echter over het feit dat er ná het Carnaval een periode van vasten aanbreekt. Over Carnaval hoor je immers in het nieuws, want daar gaat iedereen zich aan liederlijk gedrag te buiten – dat valt op, nietwaar?
Er volgt een beleefde reactie en men gaat weer verder, een enkeling vraagt door en toont verbazing dat dit in -het hier en nu- nog plaats vindt, zij vergelijken dit wel met in het zwart getooide mensen, die zich een Jihad voor ogen hebben gesteld. De mens blijkt dus òf volledige onverschillig òf volkomen onwetend te staan ten opzichte van het gegeven van onze christelijke vasten.
Ze weten in het geheel niet wanneer er gevast, dat dit een vast gegeven is binnen het kerkelijk bestaan, wanneer en op welke dag het vasten wordt toegepast, wanneer het begint en wanneer het voorbij is, laat staan -hoe en wat- er vandaag de dag wèl niet àf-gevast wordt.

Vasten is van oorsprong onlosmakelijk verbonden met gebed.
Zelfs onder christenen [ook orthodoxe] zijn er navolgers van Christus, die het vasten tegenwoordig als onnodig en nutteloos beschouwen, zelfs volledig uit hun dagelijks patroon hebben uitgebannen.
Toch zegt Christus heel nadrukkelijk in Zijn Pedagogie, dat gebed ondersteund dient te worden door te vasten. Hiermee is immers de combinatie gelegd in de strijd tegen de vijand van de mens.
Het vormt een strategie en is een een wezenlijk onderdeel van jouw arsenaal aan verdedigingswapens tegenover een listige vijand die op zoek is naar jouw ondergang en weet zeer nauwkeurig jouw zwakke punten, jouw kwetsbare plekken en elke aanleiding waardoor hij jou kan verslinden.
De verandering in het eetpatroon van vet en rijk voedsel ondersteunt de verandering van het hart.  Een grote groep van de Orthodoxe navolgers komen voorafgaand aan het vasten tevens in familiekring of als samenkomst bijeen en beginnen het vasten met een feestmaal [’n blini-avond].
Bij andere aangelegenheden is de tafel rijkelijk gevuld met rijk en vet voedsel, zoals al het vlees, pluimvee, enz. Bij een feestmaal zet je immers je familie het beste voor – alsof je voor één gelegenheid de verleidingen wegwuift:
    Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, Zijn zegel gedrukt”  John.6: 27
– het is immers Christus, Die het brood is, dat uit de hemel is nedergedaald.

H. Ephraïm, de Syriër houdt ons de volgende gelijkenis voor omtrent het aardse voedsel tegenover het voedsel van het Hemels Koninkrijk:
Bij een feestmaal op aarde gebruiken wij doorgaans brood en de mens werkt er hard voor om het te verkrijgen, kan er maar deels van profiteren en de rest wordt door het lichaam opgenomen.
Hier tegenover staat het feestmaal van het Koninkrijk, hetgeen de mens in het paradijs reeds was bereid en de vruchten bevat van de Heilige Geest: ‘ Liefde, Vreugde, Vrede, Zelfbeheersing, Geduld, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid en Vriendelijkheid’
Gal.5: 22-23.
De H. Ephraïm, de Syriër stelt zich het Koninkrijk/ het Paradijs voor als gevuld met levende en bewegende bomen die zich in een zodanige volgorde naar de gelovige bewegen in een poging hem te laten genieten van het leven in het Paradijs; zij leunen zich voorover naar de mens toe en spreiden hun takken uit opdat de mens van haar vruchten mag plukken, hetgeen je kunt opvatten als een tegemoet komend gebaar uit liefde.
De navolger van Christus, de Gelovige wordt echter verteld dat hij/zij zijn/haar handen niet nodig heeft om de vruchten te plukken, maar de Heilige Geest dient de gelovige voor te bereiden op het nieuwe verblijf in het Koninkrijk/Paradijs.
Dan is er nog een boom die zachtjes in de richting van de gelovige beweegt om
hem/haar innerlijke vreugde en hemelse vrede te brengen; en
een andere boom brengt hem/haar een drankje uit de rivier van stromend water,
hetgeen zijn/haar dorst doet lessen en hij/zij heeft nooit meer behoefte aan het water wat deze wereld hem òf haar aanbiedt.
In het Hemels Koninkrijk/Paradijs blijven alle bomen doorlopend in bloei staan en brengen vruchten voort, hetgeen geen menselijk oog ooit heeft gezien.
Dit toekomstig Hemelse Koningsmaal heeft een driegangenmenu:
– De zoete bries van de Vrede die alle angst van beproevingen en ontberingen
omvormt tot zachte dauw, welke de ziel troost biedt en haar tot het Engelenleven doet komen.
– Het werk van de Heilige Geest in dit hemels koningsmaal, welke de vlam van liefde in het hart van de gelovige doet ontbranden.
– Deze liefde wordt allereerst versterkt naar God, vervolgens naar de mensen en
zelfs tot onze vijanden.
De H. Ephraim de Syriër ziet dat dit bij de navolger van Christus, de gelovige
zachtheid en vriendelijkheid oproept die op een voedende moeder lijkt in de wijze waarop zij haar kind voedt.
Het belangrijkste is dat de voorbereiding op het vasten een periode voor ons hart zou zijn om aan de wereld en al haar verlangens te ontsnappen alsof wij met de Theotokos, de Moeder God’s naar de tuin onderweg zijn om onze “Opgestane Christus” te ontmoeten en ons aan Hem vast te klampen en niet langer ook nog maar iets van deze wereld te verlangen.

Maar waarom bestaat er dan -vandaag de dag- zelfs nog onder orthodoxen geen animo meer zich voor het vasten in te zetten?
Ik denk dat dit voortkomt uit het feit, dat:
1.]. Ze worden beïnvloed door hun omgeving – hun verblijf in de wereld – onder de niet-gelovigen.
Onze tegenstrever heeft beslag gelegd op allerlei ketterijen en hebben een plek ingenomen in ons dagelijks bestaan.
In orthodoxe landen werken innemende zich Christus’ leer navolgende scholen actief samen met scholen en instellingen, maar zelfs die geloofsgemeenschappen blijken gecamoufleerde navolgers van de vrije Roomse leer te zijn. Onder invloed van allerlei vernieuwende stromingen hebben dit soort gelovigen niet alleen de consequente leer, maar ook het vasten de deur toegewezen.
Evenzo hebben vele zich Oecumenisch noemende scholen van andere gezindten en achtergrond het vasten volledig afgeschaft, om nog maar niet te spreken van alternatieve vrije scholen, die de christelijke leer dusdanig verbasteren dat door het opgetrokken rookgordijn de boom der kennis van goed en kwaad opnieuw tot blasfemie oproept. Op deze wijze wordt de basis tot de minachting voor het vasten systematisch verspreidt.
Het gaat daarbij zover dat ook de Orthodoxen hierdoor beïnvloed worden en de oproep tot vasten niet langer serieus nemen.
2.]. De globalisering, het eenzijdig verspreiden van gelijkvormigheid in gedrag en cultuur beïnvloedt onze jeugd. De eenzijdig gerichte pedagogie van het onderwijs, waarbij persoonlijke ontwikkeling alleen nog maar draait om economisch verdien- en consumenten- gedrag heeft een ondermijnend effect op alles wat met religieus leven te maken heeft. Derhalve wordt dit ook gezien door orthodoxe christenen, die alleen al t.a.v hun wekelijks vasten op woensdag en vrijdag daarin beïnvloed worden.
3.]. Reeds vanaf 1924 hebben duistere krachten het Oecumenisch Patriarchaat ertoe aangezet haar theologisch perspectief te laten weerspiegelen met die van roomse en protestantse richting. Het doel hiervan was de Orthodoxie een gelijkwaardige [eerste] plaats te verwerven met haar christelijke bloedgroep en haar van haar visie op de Blijde Boodschap in kennis te stellen, het zgn. MRA-project van wederzijdse erkenning. Het gevolg was dat zij zich door de mentaliteit van haar christelijke medebroeders liet overweldigen, als het ware hun mentaliteit overnam, alsmede hun leringen en hun gedrag; op diezelfde wijze werd de wijze van omgang met het begrip –‘hoe te vasten’– ondersteboven gehaald. En indien we slechts laten zien dat we alleen de Kerk in haar toezichthouders respecteren, hierbij alleen rekening houden met degenen die meer schijnen te weten, gebeurt dit vanuit een bepaald wereld-gericht belang: niet omdat we diep vanuit onze ziel geloven.
Hoe meer we worden losgemaakt van de wereldse invloed en onszelf overgeven aan de Wil van God, hoe meer we bevrijd zullen worden van onze hoofdvijand, die in ons menszijn verblijft, en hoe meer we tot waarachtige [Orthodoxe] mensen worden.

Heden ten dage zie je echter steeds meer dat ‘modernisering’ in het christelijk denken op zoek gaat naar een herziening van de ‘Heilige Canons’ betreffende het vasten en onthouden via een wetenschappelijke benadering [die van God afwijkt] zoals die tijdens de “Pan-orthodoxe synode” werden geformuleerd.
Een heilig voorschrift hieromtrent welke door de Heilige Geest in de Blijde Boodschap is geformuleerd kun je ‘onmogelijk’ aan de kant schuiven en deze vervangen door ‘eigengereide‘ invullingen, die beter bij de wereld passen.
Wanneer mensen de door God gegeven richtlijnen, niet langer in de Kerk van toepassing achten en deze over de gehele wereld gaan verkondigen – zal daarmee de wereld beslist niet gered worden.
Neen, de wereld geraakt in verwarring – terwijl er al zoveel chaos heerst – en zal een dergelijke handelswijze de wereld tot chaos leiden.
De Kerk dient het standpunt in te nemen zoals deze door Christus is vastgelegd, zodat de wereld die zich daaraan houdt gered zal worden. De Kerk mag als Lichaam van Christus in deze geen water bij de wijn doen, want dan zal de wijn niet langer de Goddelijke Kracht bezitten om de mens te redden.
Christus heeft niet voor niets gezegd:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal jullie rust geven; neemt Mijn juk op je  en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Neen, onze wereld van het -hier en nu- overleeft het niet, indien zij op dezelfde manier voort-raast.
De Kerk dient te blijven op de plaats die Christus heeft vastgesteld en slechts wie deze redding aanhangt, zal gered worden.
De Kerk dient geen water bij God’s wijn te doen, want dan zal de wijn niet langer God’s Macht bezitten om de mens te redden.
In het streven de leer aan te passen aan de tijd wordt het begrip van vasten en onthouden dat als  verouderd wordt beschouwd dusdanig omgevormd dat het niet meer uitmaakt welke stroming je wèl niet aanhangt – en leg je de basis voor een algeheel afglijden.
Veel geestelijke spelleiders schrikken er heden ten dage niet voor terug het vasten slechts als een min of meer gewoonte te gaan beschouwen en hebben met persoonlijke uitzonderingen op de algemene Canon het vasten en onthouden feitelijk de nek al om gedraaid.
Dat zij hierbij de menselijke verlossing in de geestelijke nood van de mensen teniet doen worden ‘en passant’ maar even vergeten.
Het vasten en onthouden heeft echter Kerk-breed een regelgevende functie en vormt het maximale wapen om het Geloof te bewaren door het samen te laten gaan met het gebed, zoals onze Heer en Verlosser dit ons heeft geleerd.
De heren Oppertoezichthouders, tussen-toezichthouders en toezichthouders dienen alsmede de hun navolgende spelleiders zich terdege bewust te zijn van het feit dat onze Heer gezegd heeft:
    Maar een ieder, die een van deze kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte van de zee. Wee de wereld om de verleidingen tot zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door wie de verleiding komtMatth.18: 6,7.
De heren Oppertoezichthouders, tussen-toezichthouders en toezichthouders negeren door hun wereldgerichtheid de vele grote voordelen, die het vasten en onthouden met zich meebrengt:
[“     Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars, want gij eet de huizen van de weduwen op, terwijl jullie voor de schijn lange gebeden uitspreken. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangenMatth.23: 14]
Degene die zowel de lichamelijke als de geestelijke voordelen van het vasten en onthouden aan den lijve hebben ondervonden – laat zich dan ook totaal niet beïnvloeden door wie dan ook.
In de traditie van de Orthodoxie vinden we nog steeds de schoonheid en waarheid van het vroege christendom en is het God, Die ons in onze roeping, als orthodoxe christenen, tegemoet treedt en het dient ons te verheugen indien wij anderen tegenkomen, die op zijn minst nog een deel van de waarheid behouden hebben.
De Eenheid van de Kerk welke via de Oecumene wordt nagestreefd, houdt niet in dat wij de Apostolische Waarheid ondergraven en daardoor onze mede-navolgers-in Christus in hun val tegemoet komen.
    Wanneer jullie naar de stem van de Heer, jullie God, luisteren door Zijn geboden en inzettingen te onderhouden, die in het Boek beschreven staan; wanneer jullie je tot de Heer, jullie God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
[Weet dan, dat] Het Woord zeer dicht bij u is, in je mond en in je hart, om het [met je doen en laten] te volbrengen. Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwaadDeut.30: 10-14,15.
Dit is slechts het wonderbaarlijke en waargebeurd verhaal van de mensheid, die God op z’n weg als voorbeeld durft te blijven stellen.

Apolytikion donderdag
tn.3.    Heilige Apostelen, bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen
”.

Troparion donderdag
tn.2.    De trouwe Verkondigers van God,
Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt Gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven alle offers,
omdat U alleen de harten kent
”.