3e Zondag van de Vasten – Zondag van Kruisverering

Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven

    En Hij riep de menigte, met Zijn discipelen, tot Zich en zei tot hen:
‘Indien iemand achter Mij wil komen, die dient zichzelf te verloochenen en zijn kruis op zich te nemen en Mij te volgen. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelies, die zal het behouden.

Komt dan?

– Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
– Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
– Want wie zich voor Mij en voor Mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor Hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen’.
En Hij zeide tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u: ‘Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht’
Marc.8: 34-9: 1.

Buigen voor de Allerhoogste

    Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, die de Hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.
       Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
       Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de Troon van de Genade[gaven], opdat wij Barmhartigheid ontvangen en Genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.
Want elke hogepriester, die uit de mensen genomen wordt, treedt voor de mensen op bij God, om gaven en offers te brengen voor de zonden. Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is, die hem verplicht evenzeer als voor het volk, voor zichzelf offers voor de zonden te brengen.
       En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt
hiertoe geroepen door God, zoals immers ook Aäron.
       Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend Hogepriester te worden maar Hij, Die tot Hem sprak: ‘ . . . . . Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt;
zoals Hij ook op een andere plaats spreekt:
“ . . . . . Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek
Hebr.4: 14-5: 6.

Bovenstaande woorden sprak Christus nadat Hij het gebied van ‘Dalmanuta‘ [Hebr.= ‘ langzaam brandend stuk hout’] verlaten had, nadat hij de broden en vissen had vermenigvuldigd en Hij door de Farizeeën belaagd werd, want zij verlangden van Hem een teken uit de Hemel.
En Hij, diep zuchtend in z’n geest, zei:
1.].      Waartoe begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u:
Aan dit geslacht zal voorzeker geen teken gegeven worden!
’.
    En Hij liet hen alleen en Hij ging weer in het schip en vertrok naar de overkant
En zij hadden vergeten broden mede te nemen, en behalve een brood hadden zij niets bij zich aan boord.
En Hij [Christus] gebood hun [en ons], zeggend:
2.].            Ziet toe, wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en de zuurdesem van Herodes’.
En zij [zijn volgelingen en wij] spraken erover onder elkander, dat zij geen broden hadden. En toen Hij dat bemerkte, zei Hij tot hen:
3.].            ‘  Waarom spreken jullie hierover, dat jullie geen broden hebt? Verstaan jullie nog altijd niet en begrijpen jullie het nog steeds niet?
Hebben jullie dan je hart verhard? Hebben jullie nog ogen en zien jullie het niet; hebben jullie oren en horen jullie nog niet, wat de inhoud van Mijn Pedagogie is, wat Mijn Evangelie inhoudt?’.

 

Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste God

En in de Apostel-lezing maakt Paulus het Volk Israël [de Kerk] duidelijk dat:
1.].        Niemand zichzelf de waardigheid van Christus dient aan te matigen, doch men wordt er net als Hij toe geroepen door God.
2.].        Christus is namelijk de Énige, Die  tegemoetkomend kan zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar Hij ook Zelf met zwakheid omvangen is.
3.].        Hij is er in Zijn menselijke gedaante door God toe geroepen, Die tot Hem sprak:  “ . . . . . Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt”;
zoals Hij ook op een andere plaats spreekt:
“ . . . . . Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek”.
De ordening van Melchisedek zo is al eerder uiteengezet is het feit dat wij in onze menselijke waarneming Zijn Mysterie tot de menswording van God dienen te aanvaarden zonder daar al te diep op in te gaan – Zijn Goddelijke afkomst en verbonden zijn in de Heilige Drieëenheid is voor de mens niet te doorgronden zó oneindig en zó eeuwig is Hij; m.a.w. “zó Heilige, zó Sterk en onsterfelijk is Hij”.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wij mogen tijdens de Goddelijke Liturgie ervaren dat het Koninkrijk Gods ‘met kracht’ gekomen is tijdens het Trisagion, waarbij de spelleider ons aanzet met de uitroep: ‘Dynamis’.

Het kwaad in de wereld wordt veroorzaakt door de kwetsbaarheid van ons leven en door de onvoorspelbaarheid van de natuur. We kunnen lijden aan ernstige ziektes, je eigen kind kan overlijden aan een sluipend voortwoekerend en aantastend bederf, duizenden mensen kunnen omkomen als gevolg van natuurgeweld, aardbeving of een daarop volgende tsunami.
Mensen zijn breekbaar.
Er zijn twee soorten kwaad in de wereld.
1.]. Het kwaad dat wordt veroorzaakt door mensen. Bij zulk een kwaad kun je iemand de schuld geven en verantwoordelijk stellen. Indien we in zo’n situatie God verwijten maken, dienen we onder ogen te zien dat Hij geen mensen met keuzevrijheid kan scheppen, zonder het risico te lopen dat ze verkeerde dingen doen.
2.]. Er zijn ook ziekten en natuurrampen, waarvan je niemand de schuld kunt geven, tenzij mensen er indirect bij betrokken zijn door onverantwoord gedrag [zoals bij natuurvervuiling]. Maar niet elke ziekt of natuurramp is aan de mensen te verwijten. Er is ook kwaad dat niet veroorzaakt wordt door een ethische fout, maar ‘gewoontegetrouw’ hoort bij de natuur van de aarde en ons lichaam – eet je of drink je teveel dan gaat er vroeg of laat iets mis.
Òf dienen we mee te gaan met de traditionele opvatting, dat ziekte, natuur-rampen en ook de ‘natuurlijke’ dood het gevolg zijn van Adam’s zondeval in het Paradijs, hetgeen ons in het Geloof drijvende houdt op de levenszee. Er is ná de verdrijving uit het Paradijs slechts door Christus een verwachting en hoop opgewekt, welke ons ’ééns’, zó is ons Geloof, definitief de reddende hand zal toesteken.

Waar zijn de overledenen, zolang de volle werkelijkheid van het Hemelse Koninkrijk er nog niet is? Wij kunnen in datgene wat Christus ons heeft voorgehouden maar één antwoord geven, dat op zichzelf genoeg is; ‘bij God‘.

Psalm 90[91]: 4

‘Bij God zijn’ betekent méér dan dat Hij ons bewaart in Zijn herinnering [in Zijn eeuwige Gedachtenis], en ook meer dan het volledig oplossen van onze persoonlijkheid in God’s werkelijkheid, zodat we er zelf geen weet meer van hebben.
Centraal in het Geloof staat de relatie tussen personen, die door twee kanten gedragen wordt, ook al draagt God oneindig véle malen meer bij dàn de mens.
Indien Pascha betekent, dat God’s Liefde sterker is dan de dood, zullen we dat te Zijnertijd zelf met zekerheid weten en ervaren, ook al is dat aan de andere kant van de dood.
God’s Liefde is gericht op individuele mensen met ieder zijn of haar eigen naam en bewustzijn. Zó heeft God ons allen in het leven geroepen en zó wil Hij ons aller leven redden en bewaren over alle grenzen heen.
Òf overledenen in de tussentijd, tot de wederkomst van Christus en de komst van God’s Koninkrijk,
– in mijn ogen op hetzelfde moment, want bij God bestaat geen tijd –
op de één of andere manier slapen of wakker zijn, is een vraag waarover wij nog heel lang kunnen fantaseren, maar weten doen we het niet, want ook dàt blijft een Mysterie. Daarvoor gaat de Hemelse werkelijkheid van God onze kaders van tijd en ruimte mijlenver te boven.

Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die
de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat
het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht
” .
Daar hebben wij opnieuw het woord ‘met kracht’, Dynamis.
Christus Zelf heeft ons toegezegd dat wij “ rust zullen vinden voor onze zielen,
wanneer wij Zijn Kruis, dat wil zeggen Zijn juk op ons nemen en
daardoor van Hem zachtmoedigheid en
nederigheid van hart zullen leren
conf.Matth.11: 28-30.

Kracht is sterkte, een vermogen, wanneer wij de werken van God, waaronder het bijbehorende Kruis op ons nemen,  dàn zal God ons hierbij bijstaan.
`
Slechts op die wijze tonen wij aan de wereld God’s Kracht´, onze omgeving herkent ons als Christenen door de wijze waarop wij met problemen omgaan,
is het niet door gezamenlijke opvang dan toch ook indivdueel.
De tekenen van een verkondiger van het Christelijk Geloof worden bij Zijn Volgelingen verricht door volharding, door Tekenen, Mysteriën en Krachten 2Cor.12: 12.

Voorafgaand aan dit gegeven heeft Christus Paulus [en ons] duidelijk gemaakt dat: “ Zijn Genade hem genoeg is, want de Goddelijke kracht openbaart zich
eerst ten volle in zwakheid.
Daarom dienen wij nog meer te roemen in onze zwakheden, opdat
de kracht van Christus over ons zal komen
2Cor.12: 9.
    Daarom dienen wij welbehagen te hebben in onze zwakheden,
de smaad, die wij oplopen, de nood  de benauwenissen als gevolg van de vervolgingen, ter wille van Christus, want
indien wij onze zwakheden onderkennen en van daaruit handelen,
wanneer wij belijden dat wij de minste zijn onder de anderen, indien
wij onze medemensen ons Kruis durven te laten zien,
dàn zijn wij krachtig en machtig
in Christus”.
Voor de wereld dienen wij onverstandig te worden; zij hebben ons daartoe genoodzaakt, want wij hadden in ons Christendom door de wereld aanbevolen dienen te worden.
Immers, in geen enkel opzicht doen wij niet onder vóór – wie dan ook – in deze wereld, ook al zijn wij niets – ook al zijn wij betekenisloos.

De Kracht van het Kruis is ons tot zegen – het aanvaarden van ons kruis, het aanvaarden van welke belemmering/verandering dan ook, maakt ons tot waarachtige navolgers van Christus.
In zowel het Oude als het Nieuwe Testamen leefde de sterke verwachting dat ooit, aan het einde van de tijden, God’s Koninkrijk Zich definitief zal vestigen op aarde.
Hoe we ons dat kunnen voorstellen weten we niet.
Maar indien we ons van die onwetendheid bewust zijn, is het vervolgens door aanvaarding van het juk, het Kruis van Christus, wel mooi en zinvol om hier vrij over te dromen en te fantaseren.
Want het besef dient levend te blijven, dat de overwinning van het Pascha
niet alleen een betekenis heeft voor individuele mensen, maar voor de gehele wereld en heel de Geschiedenis.
Door Christus te volgen, ons Kruis op ons te nemen – opent het Pasen de brede horizon van God’s toekomst voor alle mensen en volken.
Vanuit die toekomstverwachting mogen we niet gefixeerd raken op ons persoonlijke zielenheil, maar zijn wij betrokken op de brede verbanden van onze maatschappij en de wereld om ons heen.

Apolytikion
tn.1.
    Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Kondakion
tn.7.
    Nu staat niet langer als wachter
het vlammend zwaard voor Eden’s poort.
Op die plaats staat nu,
wat dit zo Heerlijk heeft gedoofd,
het Hout van het Groot en Heilig Kruis.
Verdwenen is de prikkel des dood’s, de zege van de hel [en verdoemenis].
Want Gijzelf, mijn Heiland, zijt gekomen om
de hades-bewoners te roepen:
Laat u terugvoeren in het Paradijs
”.

Zaterdag vóórafgaand aan Kruisverering – Zaterdag van al de Zielen, Die zijn overgegaan.

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is [hier en] nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.
En Hij heeft Hem Macht gegeven om Gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
       Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven,
wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
       Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is Rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeftJohn.5: 24-30.

M’n kinderkens, ‘onwetendheid. begeerte en afkeer is de oorzaak van lijden‘.

    Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders [zusters], wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere [mensen], die geen hoop hebben.
       Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus weer terugbrengen met Hem.
       Want dit zeggen wij u met een Woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Heer Zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij de klank van een bazuin God’s, neerdalen van de Hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Heer wezen1Thess.4: 13-17.

Selectieve observatie, Geloof in God of Humanisme

Hoe dwaas, lijkt het / Hoe zinloos, absurd / Om een natie te her-definiëren / Op zoek naar het  Woord de Waarheid uit de weg te gaan“.
Exit‘ heeft hals over kop zijn intrede gedaan in het dagelijks gebruik
– onvermijdelijk in mondiale gesprekken als ‘sorry‘ of als commentaar op persoonlijke en landelijke  omstandigheden.
Als reactie op het disfunctioneren van het mondiaal en landelijk politiek systeem probeert de eenvoudige kiezer het tij te keren.

In het begin was het Woord, het Woord horen, het Licht zien

Voor degenen die het leven moe zijn, lichamelijk of geestelijk uitgeput zijn,
zijn er enkele interessante parallellen tussen het Woord en het politieke fenomeen. Het is zo gemakkelijk de afkomst uit de schepping en het gevormd zijn uit het stof
als niet[s] terzake doend terzijde te stellen.
Ik heb er genoeg van geef mij op zo’n moment maar een mengsel van medicijnen en de brand [het verslindend vuur] erin; God zegene de greep – wordt ons door de globalisten en humanisten van de wereld voorgehouden. Slechts het economisch genoegen wordt gewaardeerd en de mens is slechts bijzaak, product van een proces tot wereld’s genoegen. Wij houden u in ons schrijven echt niet voor dat het allemaal rozengeur en maneschijn is in de Kerk op deze aardbol, er is ons immers genoeg bekend om onszelf als deelgenoot aan het Lichaam van Christus kapot over te schamen.
       Dit neemt echter niet weg dat ‘wij‘ als navolgers van Christus in Hem, als het Woord blijven geloven en belijden dat wij trachten het Goddelijke verbeeld te evenaren.

Schutsmuur zijt gij der maagden, maagd en Moeder des Heren, toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde

Onze Heer en Meester heeft gezegd: Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in duisternisJohn.8: 12.
       Het Licht van Christus verlicht de gehele wereld en waar wij toe geroepen zijn met de olie in onze lampen de wereld te herinneren aan de gelijkenis van de wijze maagden, die met hun lampen op pad gingen de Bruidegom tegemoet conf. Matth.25: 1-13.
De lampen wijzen ons erop waakzaam te blijven met het oog op de wederkomst van de Heer; en dat niet alleen op het einde der tijden, maar ieder ogenblik, in ons eigen hart.

De 5 wijze en de 5 dwaze maagden

Ook ik ben een beetje moe geworden wanneer ik om mij heen kijk; herhaaldelijk probeer ik aan de hand van de Waarheid in Christus – de tekenen spreken voor zich – iets te zeggen over de waarschijnlijke toekomst, die ons te wachten staat.
Maar hoeveel inzicht heb je als mens eigenlijk en hoe kun je aangeven wat nog in het verschiet licht? Indien ik het goed heb gaf God ons de aandrang over het verleden na te denken, maar slagen we er maar erg weinig in God na-te-rekenen: “     Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken. Ik heb ingezien, dat het niet in hun eigen macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed doet in zijn leven, kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat [slechts] een [Genade-]gave van GodPrediker 3: 11-13.

gelijkenis van de Maagden [coptische icoon]

Onze Hoop is derhalve gericht op God, de formeerder der mensen,  en dàt is de basis van ons Geloof in het vertrouwen dat alleen ‘Hij‘ ons zal opvangen wanneer wij de scheidslijn van het leven hebben overschreden:
    Oordeel mij, God; voer mijn rechtszaak, tegen een ongewijd volk.
Bevrijd mij van de on-gerechte mens en van de bedrieger.
God, Gij zijt toch mijn sterkte, waarom verstoot Gij mij?
Waarom moet ik treurig voortgaan onder de slagen van mijn vijanden?
Zend Uw Licht uit en Uw Waarheid, om mij te geleiden.
Zij zullen mij [via Uw Ladder] voeren naar Uw Heilige Berg, naar Uw woonplaats.
Dan zal ik opgaan tot God’s altaar; tot de God die mijn jeugd verblijdt.
Ik wil U belijden op de harp, God, mijn God.
Waarom zijt gij zo treurig mijn ziel? Waarom verontrust ge mij ?
Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden:
Hij is het heil van mijn aanschijn; Hij is mijn God
Psalm 42[43] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Je weet je gekend door Christus

Wij zijn van stof en in de aarde waaruit wij genomen zijn zullen wij tot stof terugkeren; het lijkt wel heel wat, dat leven [en bij sommigen ook dat lichaam] van ons, maar aan alles komt een keer een eind en dàn wacht ons een liefdevolle ontvangst van God.
Vol vertrouwen kunnen wij na alle ellende, verlossing en dankbaarheid het leven loslaten. Je weet je gekend door Christus en dat geeft ons leven zin, door Hem weten we dat het leven niet in het niets hangt.
Het gaat ons bij het bestuderen van het Woord niet om het lezen, maar om datgene wat ons een leven lang treft en dit/dat is een onlosmakelijk gebeuren welke ons op de been houdt, welke ons in staat stelt ons Kruis te dragen.
Het is het antwoord op Zijn roepen in het hart, hetgeen Hij al vanaf het begin der schepping doet.
God heeft de mens gemaakt, hoe Hij dat deed is Zijn zaak, daar behoeven wij niet onze menselijke wetenschap op los te laten:
    Hij vormde de mens uit stof, uit aarde [Hebr.= adamah] en blies hem levensadem in de neus” Gen 2: 7. Dit woord ‘aarde’ wordt in de Blijde Boodschap zowel gebruikt om ‘grond’ aan te duiden, als ‘grondgebied’. We zijn afgelopen week in Genesis 4 hetzelfde woord tegengekomen, toen we  lazen over Kaïn, de landbouwer [c.q. de grondbewerker].
Het woord ‘stof’ [Hebr.= aphar] wordt gebruikt wanneer God de tegenstrever als slang veroordeeld heeft tot ‘stof happen’ [zie Gen.3: 14], daar vinden we hetzelfde woord. Maar staat hier dat de slang letterlijk aarde zal eten?

Laatste oordeel ‘allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan’

Van slangen is bekend dat ze geen aarde op het menu hebben staan, zelfs geen planten. Nee, alle slangen die wij heden ten dage kennen zijn carnivoor en eten dus levende dieren. En op de beeltenis op iconen brengen wij mensen in beeld, die door de tegenstrever worden verslonden.
Is de slang die we in Genesis 3 tegenkomen dan een soort die niet meer bestaat òf heeft het woord ‘stof’ in dat vers een veel bredere betekenis?
Indien we kijken naar andere plaatsen in de Blijde Boodschap waar dit woord voorkomt, dan zien we dat dat laatste het geval is. Hetzelfde woord wordt in gebruikt voor de as van een verbrand dier:
    Men zal voor de onreine van de as van het dier dat voor ontzondiging verbrand is, nemen en 
daarop in een vat levend water gietenNum.19: 17.
En als Bileam de vraag stelt: “     Wie telt het stof van Jaäcob en wie berekent de drommen ] mensenmassa rond een ongeluk, [een val] van Israël [de Kerk]?
Zal ik zelf de dood der oprechten sterven en zal mijn einde daaraan gelijk zijn!“ Num. 23: 10.
Dàn wordt duidelijk dat hiermee de nakomelingen van de aartsvaders worden bedoeld en niet hun moestuintjes. 
Het probleem van veel christenen die zeggen de blijde Boodschap letterlijk te interpreteren, is dat zij zijn vergeten dat woorden van het Woord van God vaak een bredere en diepere betekenis hebben.
Dat wil zeggen: zij hebben meerdere betekenissen, maar al die betekenissen zijn wel sterk met elkaar verbonden.
Hoe meer je die betekenissen door studie gaat leren kennen,
hoe  meer jij zelf ‘eveneens’ onder de indruk zult geraken van
de rijkdommen, die God voor ons in het verborgene openbaart.

Onze eigen verantwoordelijkheid hangt samen met de Trouw van God, in de perioden van de grote en Heilige vasten worden wij -keer op keer- met onze neus op de feiten gedrukt.
Indien wij zelf niets ondernemen komt God eveneens niet over de brug, doch wanneer Hij onze stuntelige inspanning tot gebed waarneemt komt Hij ons mijlenver tegemoet.
In plaats van de Leer van het Geloof blijkt er steeds sprake te zijn van contemplatie [beschouwing] en door een ascetische houding tonen wij aan de wereld wàt wij van haar doen en laten vinden.
De kerkgemeenschap mag nimmer tot een familiare broedergemeenschap worden, waar wèl en wée met elkaar worden gedeeld, en nationalisme [met vlaggen en nationaal volklied] is voorzeker uit den boze. We dienen op te passen dat de kerk niet gaat verstijven tot een zeurderige overdreven preutse maagd – het gaat in de Kerk immers om te komen tot een blijvende ontmoeting met God en niet van de wereldgeschiedenis.
Met name bij rouwdiensten verwacht de mens een Woord van de andere kant – zij zijn aangewezen op de woorden van de door God-gegeven troost, die de spelleider mag uitspreken –  en door de omstandigheden staan de toehoorders er ook meer dan ooit voor open.
God is geen God van doden, maar van levendenLuc. 20: 38.
Midden in het leven worden wij, altijd en overal, door de dood bedreigd. Niet alleen de fysieke dood, maar ook het afgesneden zijn van contact, het verlies van het eigen zelf, het verlies van gezondheid en het prettig voorkomen, aanzien.
Het is absoluut wáár, dat God van de dood redt, maar dat betekent nog niet dat het ons altijd helder voor ogen staat. Hij doet het telkenmale -ook hier en nu – opnieuw, nadat wij dachten van Hem verlaten te zijn. Voor Hem echter is niemand dood, wij leven allen en zullen leven.
Wij worden door Christus aangesproken en uiteindelijk hangt alles af van de mate waarin wij ons als mens door God aangesproken weten of wij ons werkelijk willen inzetten tot het behoud van ons Geloof. Indien wij onszelf echter, door een paar keer kerkbezoek per jaar beroven van ons bruiloftskleed, dan beroven we ons niet alleen van de schoonheid en de diepte van deze opeenvolging van aanknopingspunten, van een onvervangbare spirituele inspiratie en hulp, maar ontnemen ons tevens van datgene wat het vasten tot betekenis maakt en effectiviteit kan geven; het onophoudelijk gericht zijn op onze Schepper, onze God.

Apolytikion [zaterdag]
tn.2,    Gedenk Heer, in Uw goedheid Uw dienaren en dienaressen, en
vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U, Die
de Macht bezit om ook aan hen, die zijn overgegaan,
de rust te verlenen
”.

Kondakion
tn.8.
  Met Uw Heiligen laat rusten, o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn,
doch waar leven is zonder einde
”.

Woensdag Maart 27e – H. Johannes, de Anchorite van Lycopolis in Egypte [305-394], voorafgaand aan de Zondag van de verering van het Groot en Heilig Kruis

De Heilige Johannes van Lycopolis was een visionair en tevens een profeet, welke zich als asceet en kluizenaar had teruggetrokken in een grot in de westelijke berg van Asyut [Gr:  Λυκόπολη = ‘weelderige stad’]. Ondanks zijn teruggetrokken leven liet hij van zich spreken en veel mensen raadpleegden hem.
Keizer Theodosius voelde zich tot hem aangesproken en deze ging er van uit dat deze hoogstaande asceet hem de toekomst kon voorspellen.
Teruggetrokken leven wil niet zeggen dat je jezelf in de ‘middle of nowwhere’ bevindt; de naam ‘weelderige stad’ is immers niet voor niets gegeven – je zou het kunnen omschrijven als een handelsstad in Midden-Egypte.
Door zijn geografische ligging aan de route van Sudan aan de westelijke oases naar de delta in het noorden toonaangevende woestijnweg “Darb al-Arbain” [=  straat van de dagen“) had de stad sinds de oudheid een uitstekend voor de handel economische betekenis, maar was tevens een militaire basis – ten einde macht te kunnen uitoefenen op het reilen en zeilen van de omgeving. Voor de elite was het van groot belang net zoals wij in onze tijd invloed’s-knooppunten kennen.
In latere perioden ontstonden hier tevens twee Coptische kloosters – Deir el-Meitin en Deir el-Azzam -. Deze twee kloosters vestigden zich daar tevens aangezien zij gebruik maakten van de overblijfselen van de necropolis [de begraafplaatsen] van de farao’s en welgestelden, die wij heden-ten-dage ook in Caïro nog tegenkomen en waar de minderbedeelden zich een huisvesting zoeken.

Een anchoreet, by Theodor Axentowicz

Hedendaagse archeologische onderzoekingen hebben drie beroemde cellen blootgelegd, waarvan literaire bronnen beweren dat ze werden gebruikt door onze H. Johannes van Lycopolis.

De ene religie borduurt voort op de voorgaande en zo geleid onze Heer en Zaligmaker ons evolutionair naar het einde der tijden.
Ook in onze tijd breekt het besef los dat het christendom slechts door samenwerking in hectische tijden kan overleven. Dat betekent dat door jezelf te ijken op de oorspronkelijke vroeg-christelijke leer en bestaande structuren te bekritiseren een ontwikkeling ontstaat welke de Waarheid aan het licht brengt, die geen mens tevoren had kunnen bedenken.
Zo komt vanuit de Lage Landen in het noorden van Europa een beweging, als een toon-aan-gevende woestijnweg [een “Darb al-Arbain”] op gang, die in de woestijn van het hoogontwikkelde westen een oase voor de toekomst doet ontstaan.
De hedendaagse mens neemt afscheid van bestaande structuren en bouwt zich een Christelijke Kerk, waarbij ‘de oorspronkelijke Christus’, als Heer en Meester weer van Zich doet spreken.
Ondanks duisternis en tsunami ‘zweeft de Geest van God nog steeds over de waterenconf. Gen.1: 2.

NB. Er zijn brieven bekend, die zijn gericht aan de anchorite of apotaktikos Apa Iohannes, die wordt gevraagd om voorspraak te verzorgen bij zowel goddelijke als menselijke krachten in zaken van dagelijkse zorg. Hij was blijkbaar een plaatselijke heilige en leider van een monastieke gemeenschap. Eén brief [P. Am. 2 145] is blijkbaar geschreven door Apa Iohannes.
C. Zuckermann identificeert de anchoriet met de beroemde Johannes van Lykopolis. 
zie: www.trismegistos.org/archive/14.
zie tevens onderstaand ***.

    Doch het zal geschieden, wanneer de Heer zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem voleindigd heeft, dat Ik de vrucht der hooghartigheid van de koning van Assur bezoeken zal en de trots van zijn hovaardige ogen, omdat hij gedacht heeft:
    Door de kracht van mijn hand heb ik het gedaan en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden en stoot als 
een stier de inwoners neer. Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volkeren als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte.
Zal een bijl zich beroemen tegen hem die ermee hakt? Zal een zaag pochen tegen hem die ze hanteert? Alsof een stok zwaait wie hem opneemt; alsof een staf opneemt hem die geen hout is!’.
. . . . . Daarom zal de Heer, de Heer der heerscharen, een tering zenden in zijn welgedaanheid, en onder zijn heerlijkheid zal een brand branden als de brand van een vuur.
. . . . . Dan zal het Licht van Israël [van de Kerk] tot een vuur worden en Zijn Heilige tot een vlam, Die op een dag de distels en dorens van Assur verbrandt en verteert; en de Heerlijkheid van Zijn woud en van Zijn gaarde zal Hij volledig verdelgen, ja, het zal zijn als wanneer een mens wegkwijnt, en de rest van de bomen van Zijn woud zal te tellen zijn, ja, een jongen zal ze kunnen opschrijven.
. . . . . En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israël [de Kerk] en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in Waarheid steunen zullen op de Heer, de Heilige van Israël [van de Kerk]” Isaiah 10: 12-20. [lezing woensdag 27 maart]

Profetie als voorspelling: Isaiah 10: 12-20, met name vers 12:
Maar het zal gebeuren, wanneer de Heer alles voltooid heeft, alles wat Hij op de berg Sion en in Jeruzalem zal doen, zal hij ingaan tegen het arrogante hart van de koning van de Assyriërs [Rijk gesticht doorAssur of Nimrod, een meedogenloze vechtmachine die opzettelijk angst aanjoeg en daardoor de schrik van zijn vijanden was] en de glorie van zijn hooghartige uiterlijk”.
De Heilige Geest stelt profeten in staat om nauwkeurig de onmiddellijke socio-politieke omstandigheden om Israël [de Kerk] heen te openbaren. Door dezelfde Geest ontvangt zij ook kennis van de toekomst gebeurtenissen [vèr] voorbij hun tijd. Hun visioenen zijn natuurlijk gekleurd door de eigen culturele en historische eigenschappen van de profeten ervaring.

Isiaiah biedt ons hier-en -nu, als een meester-vakman van profetie, de gelegenheid om te mediteren over drie verschillende aspecten van de profetische vaardigheid:
1.]. vooruit vertellen“, of spreken van het Woord van God betreffende actuele gebeurtenissen;
2.]. voorspellen” of voorzeggen van de onvermijdelijke gevolgen van hedendaagse omstandigheden en acties; en
3.]. voorzien“, het nemen van de lange kijk op de geschiedenis om te beschrijven hoe Gods hand de zaken van de mensheid zal vormen, zowel nationaal als internationaal.

De Assyrische koning zei pochend: ‘Ik bouwde een zuil recht tegenover hun stadspoort en stroopte alle aanvoerders van de opstand de huid af, en ik bekleedde de zuil met hun huid; enkelen metselde ik in de zuil in, enkelen hing ik aan palen aan de zuil op, en ik sneed de hofbeambten, de koninklijke beambten die in opstand waren gekomen, de ledematen af‘.

De huidige lezing is in het bijzonder exemplarisch voor de vaardigheid van deze profeet Isaiah in het ‘vooruit-openbaren‘ – het uiten van Gods oordeel bij actuele gebeurtenissen.
De politieke situatie waar Isaiah het over had, kwam voort uit [eigen belang] van het expansionisme van het Assyrische R
ijk in het gebied dat vandaag Irak wordt genoemd.
In 732 v. Chr. veroverde Assyrië tijdens een reeks snelle militaire campagnes Damascus en dwong Israël, het noordelijke koninkrijk van God’s volk, tot ‘slaafse‘ volgzaamheid.

Hoe ziet God dergelijke gebeurtenissen?
Kijken naar ontwikkelingen vanuit het perspectief van het zuidelijke koninkrijk van Juda, verklaart Isaiah dat God:
het arrogante hart van de koning van de Assyriërs” zal bezoeken na het voltooien van “al datgene wat Hij zal doen op de berg Sion en in Jeruzalem“.
Ten eerste, verkondigt hij lijden en smart tegen Zijn volk vanwege hun trots en arrogantie [zie Isaiah 9: 9 -10: 4].
Die eerdere passage is een directe “voorspelling” in de vorm van Gods voornemen om dat niet te doen en wend Zijn toorn af:
    Niets blijft over dan zich te krommen als een geboeide; als verslagenen vallen zij. Ondanks dit 
alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrektIsaiah 10: 4.
We herinneren ons de veroordeling van goddeloosheid en kwaad doen in Isaiah 9: 17 en die van de aanhoudende beroving van mensen tot “oordeel van de behoeftigenIsaiah 10: 1.
Dan, opdat Gods wetteloze mensen zich niet voorstellen dat de Assyrische invasies toevallig waren en dat God dat zou doen red Hij hen, Isaiah verklaart dat God Zelf Assyrië zal gebruiken als “de roede van Mijn toornIsaiah 10: 5.
Onoverwinnelijk Assyrië dient als een werktuig in God’s handen.
Naderhand valt Assyrië ook onder God’s oordeel. De Heer vindt serieuze verdorvenheid in hun koning, want die hebzuchtige vorst is niet tevreden met God’s beperkende doelstellingen. Deze wereldse vorst gelooft dat hij meer zou  moeten hebben, dat hem meer toekomt – hij heeft immers de macht Isaiah 10: 11.
Zo leert de koning van Assyrië dat de bijl zichzelf niet verheerlijkt” – “wie er mee haktIsaiah 10: 15.
Integendeel, “de Heer der heerscharen zal oneer zenden tegen [zijn] eer; en hij zal ontsteken 
een brandend vuur tegen [zijn] glorieIsaiah 10: 16.
In de Lage Landen hebben wij daar een spreekwoord voor: ‘Hoogmoed in al z’n arrogantie komt voor de val‘.

Observeer Isaiah’s ‘voortekenen‘.
Hij analyseert scherp de psyche van de verovering’s-gezinde Assyrische monarch Isaiah 10: 13-14.
De koning, de alleenheerser heeft volledig vertrouwen in zichzelf: “Ik zal handelen in mijn kracht en door de wijsheid van mijn begripIsaiah 10: 13.
Waarom zijn hebzucht beperken?
Waarom niet de arbeid en de rijkdom van anderen nemen? Isaiah 10: 13,14.
Hij is volledig overtuigd van zijn macht.
God heeft echter een ​​tegengestelde mening.
Hij zag deze monarch als een sterfelijke mens, onderworpen aan de Goddelijke Wil. Hulpmiddelen zoals bijlen, zagen, staven en staven doen altijd het bevel van hun meesters. Koningen zijn slechts bedoeld om de Wil van de Heer te doen.
Deze bepaalde koning ontdekte al snel z’n kwetsbaarheid. Pest decimeerde zijn leger en nam het leven van 185.000 soldaten tijdens een belegering van Jeruzalem [zie: 4Kon.19: 35].
Kort daarna werd deze Assyrische koning vermoord door zijn eigen zonen.
God, “het Licht van Israël [de Kerk]“, handelde als vuur en verbrandde het hele koninkrijk van Assyrië Isaiah 10: 17-18.

“ O Christus,
onze Koning en onze God,
Heer en Meester van ons leven,
redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
” conf. Apolytikion woensdag/vrijdag

Prokimen vespers:
    Ik vertrouw op Gods barmhartigheid in eeuwigheid en
in de eeuwen der eeuwen.
Wat beroemt gij u op boosheid, gij machtige in onrecht ?
Heel de dag zint uw tong op ongerechtigheid,
tot een vlijmscherp mes slijpt gij uw bedrog.
De gerechten zullen het zien en vrezen,
zij zullen over hem lachen en zeggen:
Ziedaar een mens die God niet tot helper nam,
maar die vertrouwen stelde op grote rijkdom en
kracht zocht in vergankelijkheid.
Ik wil U belijden in eeuwigheid om wat Gij gedaan hebt:
ik wil Uw naam verbeiden,
want deze is goed in het oog van Uw gewijden
Psalm 51[52] vert. ROK ’s-Gravenhage.

    Heer, leid U de volkeren van de wereld in
Uw Gerechtigheid en Uw Waarheid
en vestig onder hen slechts de Vrede,
Die van U af komt en
die Vrucht is van Uw Gerechtigheid.
Heer, volgens Uw grote Barmhartigheid,
wees ons zondaars Genadig !”.

Prokimen vespers:
Wanneer de Heer de gevangenen van Zijn Volk terugvoert:
De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God.
Zij zijn verdorven en afstotelijk door ongerechtigheid;
er is niemand die goed doet.
God ziet uit de hemel neer over de kinderen der mensen,
om te zien of er iemand verstand heeft en God zoekt, maar
allen zijn afgedwaald en omkoopbaar.
God verstrooit de beenderen van hen die aan mensen behagen;
zij worden beschaamd, want God versmaadt hen

Wie zal uit Sion heil schenken aan Israël [de Kerk]?”.
Psalm 52[53] vert. ROK ’s-Gravenhage.

“     Als gij wijs zijt, zijt gij wijs tot uw eigen welzijn,
als gij spot, zult gij dat alleen dragen.
Vrouwe ‘dwaasheid’ is luidruchtig, enkel onverstand,
en zij weet niets; zij zit bij de deur van haar huis
op een zetel op de hoogten der stad;
om te nodigen wie op de weg voorbijgaan, die
hun paden recht maken:
      Wie onverstandig is, dient zich hierheen te keren;
is iemand verstandeloos, dan zegt zij:
Gestolen water is zoet,
heimelijk gegeten brood is smakelijk.
Maar hij weet niet,
dat daar schimmen zijn,
dat haar genodigden zijn
in de diepten van het dodenrijk

Spreuken 9: 12-20 [lezing woensdag 27 maart]

De leefregel voor de Christen wordt gevormd door de Pedagogie van onze Heer en Verlosser, door het onderwijs van de apostelen en de leiding van de Heilige Geest.
Geboden, zoals ze in de gehele Blijde Boodschap  worden opgehemeld, zoals het  gehoorzaam zijn, zullen door eenieder te worden nageleefd.
Doet de mensheid dit niet, dan zullen zij vervloekt en diep ongelukkig worden in hun eigen verwarring en verwrongen zijn!
Zoals Jezus het ons kenbaar heeft gemaakt: “de geschriften van de profeten hangen ervan af of de volken Gods wet gehoorzamen of niet gehoorzamen.
Elke tegen een volk geschreven profetie toont aan dat God voorzag dat dit volk ongehoorzaam zou worden, zich van Zijn wetten zou afkeren en Zijn geboden niet zou naleven“. Dit zijn de levende wetten, die – evenals de wet van de zwaartekracht – de wereld -van het ‘hier en nu‘- waarin wij leven blijven beheersen!

*** Uitspraken van de Heilige Johannes de Anchorite van Lycopolis:
⁌  ‘Omdat wij de lichte straf geweigerd hebben van onszelf te berispen, dienen wij de zware last mee te slepen van onszelf te rechtvaardigen’.
⁌  ‘Wanneer wij God, de Éne, eren, dan eren allen ons. Maar wanneer wij de Éne niet achten, dan zullen allen ons minachten en gaan wij onze ondergang tegemoet’.
⁌  ‘ Het is noodzakelijk om zich iets van alle deugden eigen te maken. Elke dag wanneer wij opstaan dienen wij een aanvang te maken met elk gebod van God, met volharding, vreze God’s en lankmoedigheid; met liefde tot God en met alle ijver van ziel en lichaam; nederig en standvastigheid in droefheid; waakzaam in voorbeden voor anderen onder zuchten; rein in woorden en onze ogen bedwingen; ons niet opwinden bij beledigingen en vredelievendheid zijn tegenover aangedaan kwaad; geen acht slaan op de tekorten van anderen, want wij weten dat wijzelf nog minder zijn; geen genoegdoening verschaffen aan onze stoffelijke wensen, maa on s gewillig schikken naar ons Kruis; strijd voeren om de armoede van geest te bewaren, om vast te houden aan onze goede voornemens, en ons daartoe te sterken door vasten, inkeer en wenen; de strijd nooit opgeven tegen de bekoringen; smeken om het juiste onderscheiding’s-vermogen; acht geven op de reinheid van onze ziel; eten op een wijze die een ascetisch ingesteld mens past; onze innerlijke rust bewaren tijdens ons dagelijks werk; ons beoefenen in nachtwaken, in het verduren van honger en dorst, van koude en te weinig kleding; ons uitputten in werk; het graf voor ogen houden, want elk moment kan de dood ons overvallen’.
⁌  ‘Een asceet, een waarachtige volgeling van Christus, is de mens die zich voor de volle 100 % inzet bij alles wat deze doet’.
⁌  ‘Het is onmogelijk een huis [- een tempel van het hart-] te bouwen van boven naar beneden, we kunnen het alleen optrekken vanuit het fundament. En dit fundament is onze naaste. Eerst dienen wij de naaste te winnen en pas op die grondslag kunnen wij [voort-]bouwen.
Want Christus heeft immers gezegd: ” Alle geboden hangen af van onze verhouding met onze naaste“.

Door de gebeden van al Uw Heiligen,
Heer Jezus Christus onze levende God,
ontferm U over ons
“.

 

Dinsdag vóórafgaand aan Kruisverering – de oproep je volkomen te richten op Christus, synaxis van de Aartsengel Gabriël.

Ark van Noach,
fresco Saint Savin sur Gartempe, abdij
11e/12e-eeuw

    En de Heer zei tot Noach:
‘ Ga in de ark [de Kerk], gij en geheel uw huis, want u heb Ik in dit geslacht voor Mijn aangezicht rechtvaardig bevonden.
Van alle reine dieren zult gij zeven paar nemen, het mannetje en zijn wijfje, maar van de dieren, 
die niet rein zijn, een paar, het mannetje en zijn wijfje; ook van het gevogelte des hemels zeven paar, mannetjes en wijfjes, om het geslacht in het leven te behouden op de gehele aarde.
       Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
       En Noach deed naar alles wat de Here hem geboden had.
        En Noach was zeshonderd jaar oud, toen de watervloed over de aarde kwam.
         En Noach ging met zijn zonen en zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem, in de ark vanwege de wateren van de vloedGen.7: 1-7.

Trappenpiramide, rond 2800 v.C. groeit het idee om voor de koning een graf voor de eeuwigheid te bouwen. De traditionele, vergankelijke tichels worden vervangen door “eeuwigdurende” natuursteen.

Tichelstenen zijn gevallen, maar met gehouwen stenen herbouwen wij;
wilde vijgenbomen zijn 
geveld, maar ceders zetten wij daarvoor in de plaats.
         Doch de Heer verhief Resin’s tegenstanders tegen hen en Hij hitste hun vijanden op:
Aram [Hebr.= ‘de verhevene’] in het oosten en de Filistijnen [een zeevarend, barbaars en moordzuchtig volk] in het westen, zodat zij Israel gulzig verslonden.
• Ondanks dit alles keert Zijn toorn Zich niet af en blijft God’s hand uitgestrekt.
         Doch het Volk heeft zich niet bekeerd tot Hem Die het sloeg, en het heeft de Heer der heerscharen niet gezocht.
         Toen sneed de Heer op een dag van Israël kop en staart, palmtak en riet af.
De oude en aanzienlijke, die is de kop, en de profeet die leugen onderwijst, die is de staart.
De leiders van dit volk waren verleiders en wie zich leiden lieten, werden op een doolweg gebracht.
. . . . . . Daarom verheugt de Heer Zich niet over de jonge mannen en ontfermt Hij Zich niet over de wezen en weduwen, want elkeen is een god-vergeten persoon geworden en een booswicht en elke mond spreekt dwaasheid.
•        Ondanks dit alles keert Zijn toorn zich niet af en blijft Zijn hand uitgestrekt.
       Want goddeloosheid brandt als een vuur, dat dorens en distels verteert en de dichte takken van het woud aansteekt, zodat zij in rookwolken opgaan.
       Door de verbolgenheid van de Heer der heerscharen wordt het land in brand gezet, zodat het volk tot een prooi van het vuur wordt; de ene mens spaart de ander niet, men bijt naar rechts en toch hongert men, en men verslindt naar links en toch wordt men niet verzadigd, ieder verslindt het vlees van zijn eigen arm:
. . . . . Manasse Efraim en Efraim Manasse, en samen keren zij zich tegen Juda. Ondanks dit alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrekt.
. . . . . Wee hun die heilloze verordeningen uitvaardigen, en de schrijvers die lasten voorschrijven, om de geringen van het recht weg te dringen en aan de ellendigen van mijn Volk het recht te ontroven, zodat de weduwen hun buit worden en zij de wezen uitplunderen.
         Wat zult gij dan doen op de dag der bezoeking en bij de verwoesting die uit de verte komt? Tot wie zult gij vluchten om hulp en waar zult gij uw heerlijkheid laten?
Niets blijft over dan zich te krommen als een geboeide; als verslagenen vallen zij. Ondanks dit alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrektIsaiah 9: 9- 10: 4.

The Cross is the key, people – followers of the Orthodox Church – kiss the feet of an image of Jesus crucified, during Lent, in a ceremony at their church. Millions of Orthodox believers flock to churches around the world this week to celebrate the tool to survive, the Cross, the church’s foremost religious instrument of Victory over death.

Vooraf beeldend spreekt Onze Heer en Verlosser
hier vanaf het groot en Heilig Kruis
:
    Nu dan, zonen, luistert naar mij, want welzalig zijn zij die mijn wegen bewaren.
Hoort naar de vermaning, dan wordt gij wijs, slaat haar niet in de wind.
Welzalig de mens die naar mij luistert, dag aan dag wacht-houdende aan mijn deuren, bewakende de posten van mijn poorten.
Want wie mij vindt, heeft het leven gevonden, hij heeft van de Heer welgevallen verkregen.
Maar wie mij mist, doet zijn leven geweld aan; allen die mij haten, hebben de dood lief.
De Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zij heeft haar zeven pilaren uitgehouwen,
Zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd, ook heeft zij haar tafel bereid.
Zij heeft haar dienstmaagden uitgezonden, zij roept boven op de hoogten der stad:
Wie onverstandig is, zal zich hierheen keren;
tot de verstandeloze zegt zij:
Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn die ik gemengd heb;
Laat varen het onverstand, dan zult gij leven, en betreedt de weg van het verstand.
Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben, geef aan de wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs de rechtvaardige, en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoog-Heilige is verstand.
Want door mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegd
Spreuken 8: 32- 9: 11 [lezingen van deze dinsdag]

Verdrijving uit Paradijs, detail gevel Duomo, Milaan

    Nu staat niet langer als wachter het vlammend zwaard [ – van de aartsengel -] voor Eden’s poort.
Op die plaats staat nu, wat dit zo Heerlijk heeft gedoofd, het Hout van het Groot en Heilig Kruis
”.

Wij leven ons leven en zouden maar al te graag
inzicht in het leven verkrijgen teneinde onszelf te kunnen beoordelen. Christelijke spiritualiteit is die vorm van leven die zich volkomen richt op Christus, alsof je nooit genoeg van Hem zou krijgen, Hem eindeloos bewondert en gedragen wordt door het ene verlangen:
te worden zoals Hij’ door in zijn navolging te leven in liefdevolle gehoorzaamheid aan God.

Hier en nu zijn er zowel binnen als buiten de kerk talloze mensen die
God proberen te zoeken en te kennen buiten onze Heer en Verlosser om.
En vervolgens blijkt dat eigenmachtig optreden altijd mis gaat:
Wie zich een beeld van God probeert te vormen buiten Christus om, raakt op dood spoor.
    De Vader, Die in de Hemelen is, heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in Wie wij de Verlossing hebben, de Vergeving van de zonden. Hij is als Zijn Zoon het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de Hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en God, in de Heilige Drieëenheid is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.
Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is” conf. Col.1: 13-18.

Buiten Christus òm valt God niet te kennen.
Nog sterker gezegd: God wil niet gekend en bemind en ervaren en gehoorzaamd worden buiten onze Heer Jezus Christus om, Zijn kostbare liefhebbende Zoon.
Dat is de even eenvoudige als diepe betekenis van deze woorden van onze Heer:
“ . . . . . Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door MijJohn. 14: 6.
Maar ook in deze woorden wordt uitgedrukt dat het om Christus en
het [(h)er-]kennen van Hem gaat:
“ . . . . . Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de Naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de Naam van Jezus Christus elke knie zich zal buigen, in de Hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader’Phil.2: 9-11 en:
“ . . . . . Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnenPhil.3: 7-8.

Christus staat aan de deur en klopt

Indien we willen ontdekken wat spiritualiteit en spiritueel leven is, dan zullen we –‘vóór alles’– dienen  te ontdekken Wíe Jezus Christus is en
hóe Hij Gestalte wil aannemen in òns persoonlijke leven.
En nogmaals en nogmaals:
dàn dient het waarachtig over onze Heer Jezus Christus te gaan, Die is en was samen met de Vader en de Heilige Geest tot in de eeuwen der eeuwen.
Zolang het óver ‘God’ gaat willen de meeste mensen nog wel meepraten, maar zodra onze Heer en Meester van ons leven met Zijn Kruis in beeld komt, haken velen af.
Want wie in de ogen van Jezus Christus kijkt, zal absoluut een keuze dienen te maken, wanneer Hij ons zegt:
“ . . . . . Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
voorafgaand aan deze tekst bidt Hij immers tot Zijn Vader:
“ . . . . . Ik dank U, Vader, Heer over de Hemelen en de aarde, dat
U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch
aan kinderkens geopenbaard.
Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.
‘Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en
niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan
de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren
”.

Te worden zoals Hij is
het streven te worden zoals Christus door
in navolging van Hem te leven
in liefdevolle gehoorzaamheid aan God.
Op gehoorzaamheid aan God volgt vele malen
[ook in de geschiedenis van de Blijde Boodschap]
het besef van de mens dat hij/zij niet over het vermogen beschikt om
dìt te volbrengen:
  Het wordt immers ervaren als een opoffering, alles achter je te laten en Hem te volgen.
  Je belandt in een spagaat, een tweedeling tussen opoffering en gehoorzaamheid.
Geloven heeft in eerste instantie niet met vele waarheden te maken, maar
met vele zaken die je voor waar moet houden, met de éne Waarheid Die een Persoon is.
Wie wil weten wat wel en niet waar is met betrekking tot God, zal de verbondenheid dienen te zoeken met de Zoon Die Zelf God’s Waarheid is.
  Christus is de Weg: alleen via de Zoon is het mogelijk om tot de Vader te komen.
  Alleen in de Zoon wordt het waarachtige leven mogelijk als een heilzame weg
die gegaan dient te worden. Spiritualiteit is het gaan, van niet zó maar een weg, maar van dè Weg. Christus is de Wijsheid:
  Wie op zoek is naar heilzame kennis en heilzaam inzicht om een leven te leiden dat steeds meer heel wordt, zal in Christus alles vinden wat hij nodig heeft.

  • Het gaat er immers om dat we
    tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen’, tot de kennis van het Goddelijke Mysterie:
    Christus in Wie alle schatten van Wijsheid en kennis verborgen liggenCol.2: 3.
    Het betekent een radicaal afscheid nemen van datgene wat wij voorheen in de wereld gewend waren en hieraan gaan Ascese en ontbering vooraf aan de Genadegaven die er op volgen.
    De roep van Christus in de woestijn van het persoonlijk leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven”
    De Kerken blijken in de [wereldse histerie] historie en in het -hier en nu- regelmatig niet te zijn wat we denken. Slechts gericht op de wereld, op economie en eigen belang, kortom de globalisering heeft het oorspronkelijke kind uit de oorspronkelijke Moeder van de kinderen, de Kerk verdreven. Ze hebben ons andere dingen bijgebracht dan hetgeen onze voorouders is geleerd
    ✥†✥ men gaf ons synthetische melk te drinken welke
    ons gehele wezen heeft vergiftigd.
    ⤽⤽⤽ Ze hebben zelfs enkele toezichthouders en spelleiders
    afgesneden van de oorspronkelijke ascetische wortels, van traditionele waarden
    – de wereld heeft ons uit het thuisland verdreven. De Leer werd uiteraard voor de buitenwereld verkondigd in een liefdevolle taal, de moedertaal, de taal van de Orthodoxie, van de vroeg-Christelijke Kerk, welke echter totaal verloren lijkt te zijn gegaan.
    De kerk blijkt niet meer te zijn zoals zij zich aan ons voldoet, zij blijkt zich in dat soort situaties als vanouds als moraalridders slechts te bekleden met de kennis ten opzichte van goed en kwaad.
    Prelaten omringen zich met een wereld, die zich als witgepleisterde graven meer druk maken over datgene wat zij ons kunnen opleggen teneinde zich daarmee een positie verwerven onder hun soortgenoten. Zij meten zich macht toe welke enkel aan de Aller-Hoogste toekomt. Zij hanteren zelfs begrippen als eigengereid optreden en tolereren geen enkele inbreng van het volk, over de schaapsstal waartoe zij als behoeder en toezichthouder zijn aangesteld
      – zij snoeren hun ondergeschikten de mond door hen afhankelijk te houden en hen te bedreigen met inkomensverlies of aanzien.
    Daardoor ontstaat onderling bij spelleiders afgunst als gevolg van het mislopen van stipendia voor individueel bewezen diensten. Zodra een inkomen uit ‘kerk en staat’ vervalt houden zij het voor gezien en kiezen eieren voor hun geld. 
  • Maar eenieder die niet belijdt dat Christus in het vlees gekomen is, is een anti-christ en eenieder die het ‘Getuigenis van het Kruis’ niet belijdt en betracht is van de duivel. Hij die de woorden van de Heer naar zijn eigen begeerten ombuigt en daarmee -‘in doen en laten‘- de verrijzenis en het oordeel loochent, is de eerste onder wereldgelijken en geboren van de satan. Laten we daarvan een ruime afstand houden van het zinloos gepraat van dat soort lieden en hun dwaalleer en laten we terugkeren tot de Leer, Die ons vanaf het begin is overgeleverd.
    . . . . . Laten we dus trouw blijven aan de Hoop en het handgeld van onze gerechtigheid en dat is onze Heer Jezus Christus, Die ons een ‘weinig geld uitgevend en slechts van weinig middelen gebruik makend’ -eeuwig leven heeft voorgehouden; slechts ons eenvoudig christelijk lijfgoed, een staf en sandalen, dat is àl hetgeen wij onderweg naar het Koninkrijk nodig hebben;
    onderdak vinden we als vanzelfsprekend en zo niet dan vegen we het stof van ons af en vervolgen onze weg.
    Het zal u verrassen, maar er bevinden zich onder ons [in de Lage Landen] personen, die een dergelijk leven nog steeds in praktijk brengen.

Alles wàt waardevol en gezocht wordt door de wáarachtige zoekers wordt gevonden in de Orthodoxie, niet als gedeeltelijk of ingebeeld, maar als vòl werk en waarheid.
Het past kinderen niet zich als oude dames op te tutten, zich onder het volk gedragen om gezien te worden, als de meest veeleisende onderzoekers die God dienen te zien, maar als diegenen, die God aan den lijve ervaren, ervaren zoals God in werkelijkheid is. Een God, Die verborgen lijkt, met een Geloof met hoop als basis en die Zich slechts laat zien als in een vage regenboog na een desastreuze tsunami, een grote vloedgolf, die ons zoals Noach regelmatig verrast. 

Orthodoxie bereikt het niveau van ontkenning van de wereld, een onderkennen van het Mysterie Wat datgene overstijgt, waar de mens in alle onschuld kan oversteken. Haar Genade is ongeschapen, onzichtbaar en onbegrijpelijk en komt in de schepping als een ‘vernieuwende’ godheid telkenmale de mens tegemoet.
Theologie is niet scholastisch en het spirituele leven wordt niet gespeeld, slechts voor de buitenkant nageleefd. Met onze Orthodoxe kennis en wat het werkelijk behoort te zijn, bevinden wij ons in een staat van evenwicht, we kunnen elkaar allemaal met genegenheid tegemoet treden, we accepteren hulp van iedereen en met de Genade van God helpen we wáar, wíe of wàt dan ook.
Orthodox worden betekent niet op welke manier dan ook afgesloten te zijn, maar
vooral en op de eerste plaats om jezelf op de een of andere manier ópen te stellen
tot een hoogtepunt door het Kruis van de Liefde, het mede lijden.

Indien Theologie bedrijven datgene inhoudt wat velen verwachten, een wetenschap welke slechts wordt onderwezen aan openbare/vrije/christelijke  universiteiten, of indien het als externe macht of in wereldse zin als zinloos wordt gedefinieerd; – wijsheid is immers ijdelheid – en wordt beschouwd als ijdelheid der ijdelheden.
  – Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan dienen te worden; er is niets nieuws onder de zon.
Ik geef dan toe dat ik in werkelijkheid niets te zeggen zou hebben en dat we slechts hoop overhouden en het mij misschien aan verantwoordelijkheid ontbrak mij met hogere zaken bezig te houden.
Wat ik jullie -hier en nú- overbreng, vereist inspanning en is zowel gemakkelijk als moeilijk :
 
Onze ongelukkige positie, die wij innemen is uniek en tegelijkertijd gevaarlijk,
– wij gedragen ons als onbekommerde kinderen van Bethlehem,
– zijn afhankelijk van de grillen van de wereld, we hebben geen excuus,
– erger het zou onmogelijk dienen te worden beschouwd onszelf arrogant gedragen.
Zolang degenen die ons zijn voorgegaan in omstandigheden hebben rondgedoold en reeds lang en breed begraven zijn, enthousiast waren vanwege hun goddelijk bewogen zijn, kunnen wij niet anders dan hen in hun improvisatie te volgen.
  Kinderen weten immers niet wat zij doen en volgen slechts de aanwijzingen van hun Vader als uiterst streng.  

  • Indien de Hagia Sophia niet werd gebouwd zoals het door mensenhand is gemaakt; indien de Heilige Berg [zoals de berg Athos en de Sinaï] niet zou hebben bestaan, waarbij mensen werkelijk afscheid hebben genomen van de wereld.
  • Indien de H. Gregorios Palamas ons niet met de werkelijke ervaring van ‘het Thabor-Licht’ had geconfronteerd, dan hadden wij dit slechts voor onszelf gedaan in plaats van ter ere van onze God in den Hoge.
    Wij beseffen maar al te goed dat God niet dood is, Hij wordt enkel door ongeloof [ook onder de Orthodoxen] vermoord!.
    Hij wordt doodgemaakt door zogenaamde filosofen, theologen, psychologen, die de liefde willen bedrijven met hun eigen verstandelijk vermogens en die daarbij een God, de Vader niet kunnen gebruiken. Die zeggen dat God dood is omdat zij het ‘zelf‘ niet kunnen ervaren, doen hetzelfde als de schriftgeleerden en Farizeeën deden; zij geloven onze Heer en Verlosser niet en brengen Hem onder

    wij zijn op het hart van het geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken

    de ogen van het volk om. Er zal echter nooit een ander teken van God in deze wereld zijn dan het Groot en Heilig Kruis!
    Een aanstoot voor de zelfaanbidders, maar een zekere weg naar het eeuwig leven voor allen, die slechts de Waarheid accepteren.
    Pas daarom op voor dwaalleraren, zij bevinden zich onder u, ook in de kerk.
    Laat u niet misleiden door het opgeblazen voorkomen van eigenzinnige toezichthouders of wijsneuzige filosofen of hoogmoedige theologen, maar zoek de nederigheid van een eenvoudig geloof – of je de taal van degenen, die je omgeven nu wel of niet verstaat, in de Orthodoxie hebben we allen dezelfde Liturgie en herkennen wij aan de melodie en de bijbehorende vreugde waar het in werkelijkheid om gaat.
    Maar twijfel aan alle schreeuwlelijkerds en zij die fotogeniek zijn, en pas op wanneer zij uw geld vragen voor iets wat alleen maar gratis te bekomen is.
    Laat niemand zich leraar noemen, want er is er maar Één en Deze is Heilig, Deze is Heer, tot Heerlijkheid van God, de Vader.
    En van Deze wil de Vader kenbaar maken, dat:
    Er maar één God is en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd1Tim.2: 4,5.

Gelukkig zijn ligt in het leven besloten en gelukkig zijn is dus een bepaalde manier van leven of levenswijze. En een gelukkig mens leeft zoals hij wil leven, want wie niet leeft zoals hij wil leven zal toch niet gelukkig worden/zijn. God is slechts te vinden in onze relatie met Hem, in de ontmoeting waarbij je jezelf op je plek voelt in deze wereld, d.i. op het moment dat jij jezelf door Hem gekend weet.
Daarom blijft onze Heer en Verlosser slechts roepen en aandringen, wat Hij ons ook mag zien doen. Het is de Vader een welbehagen geweest en alle dingen zijn onze Verlosser overgegeven door Zijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand 
kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren door Zijn oproep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn Kruis op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn [Kruis] juk is zacht en Mijn last is lichtconf. Matth.11: 26-30.

En degenen, die “  nee  “ roepen ten opzichte van de wereld en alles wat daarin aantrekkelijk is zullen onbeperkte energieën hebben om deze wereld te overwinnen. De geesten van het verleden en de hongerige kinderen over de hele wereld zullen bij hen zijn. Deze goddelijke Wijsheid is ‘onder ons’ en ‘van iedereen’ en ‘wat’ we Daarmee overwinnen, bepaalt de manier waarop wij ons gedragen.

Theotokion [dinsdag]
tn.4.    Tot haar die opgevoed is in de Tempel, in
het Heilige der Heiligen; die het Geloof en de Wijsheid en
de altijddurende maagdelijkheid hebt bewaard,
bracht de aartsengel Gabriël de Hemelse groet van het ‘Verheug u’.
‘Verheug u, Gezegende’, ‘verheug u Verheerlijkte’:
de Heer is met U
”.

Apolytikion [dinsdag]
tn.2.    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar Gij hebt het getuigenis de Heren, o ascetische Voorloper,
want Gij zijt in waarheid de grootste der Profeten, omdat
Gij Hem die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen, Om
de zonden van de wereld weg te nemen, en
ons de grote ontferming te schenken
”.

25 maart – De Annunciatie is het hoogfeest ter gedachtenis van de aankondiging [‘Annunciatie’]  van de geboorte van onze Heer en Verlosser aan Zijn Moeder, Maria.

1.]. Het hoogfeest van de Annunciatie, van de Verkondiging aan de Moeder Gods is een feest van vreugde voor de gehele Kerk, welke voor eenieder de deur opent tot het Mysterie van de redding van de mensheid door onze Heer en God.
⁌  De wortels van dit feest zijn te vinden in de eerste eeuwen van het Christendom om precies te zijn vanaf vanaf de 5e eeuw wordt dit feest reeds op 25 maart gevierd.
⁌  De maagdelijke ontvangenis is de belichaming van God, vanuit de diepe ervaring vanuit de oudheid welke door Zijn komst in de wereld, de geschiedenis van de mensheid totaal heeft veranderd.
⁌  Daar tegenover wordt door de mens gesteld dat de wereld totaal afgewezen dient te worden, aangezien God niet als een schepsel kan worden ervaren en zich er dus onmogelijk lichamelijk mee kan hebben verbonden.
⁌  Hieruit volgt echter vanuit de heiligen en vaders van de Kerk het antwoord op, waar als gevolg van  een onvoorwaardelijk in Geloof vertrouwen ontstaat waarbij een mens iets waarneemt, waarmee deze weergeeft hetgeen voor hem/haar een inzicht blijkt te zijn geworden.
⁌  God is op Mystieke wijze mens geworden teneinde het menselijk onvermogen zich tot God te verheffen mogelijk is geworden. Hij nodigt ons daarop als Schepper van Hemel en aarde uit ons te verenigen met Zijn Gelijkenis, dat wij in onze verschijning aan Hem gelijk trachten te worden. Hoe kan God immers ons mensen Zijn Liefde tonen, wanneer Hij in het verborgene blijft en Zich niet met het stof, Zijn schepping verbindt?
⁌  De Openbaring die op Mystieke wijze plaatsvindt is geen verandering zoals de mensen zich onderling met elkaar verbinden – er is hier sprake van een Goddelijk Niveau.  Kan de Hemelse Vader wegblijven van Zijn kinderen? . . . . .

Theotokos:zie Hem zoals Hij is’; Θεοτόκος:“Τον δείτε όπως είναι”; Theotokos: “see Him as He is”; Theotokos: “أراه كما هو”.

2.]. We kunnen op allerlei manieren over dit Mysterie vragen blijven stellen en komen dan tot het volgende gegeven:
⁌  Wie is de Engel Gabriël – het is namelijk in deze weergave van dit Mysterie nog belangrijker om ons bewust te worden wat een engel is en ons bewust te zijn wie Gabriël is.
⁌  De engel Gabriël brengt immers als boodschapper van God, de Blijde Boodschap aan de Moeder God’s, Maria.
⁌  Gabriël [Hebr. גבריאל = “(sterke) man van God”, Gr: Γαβριήλ]; Gabriël wordt in de Traditie van de Hebreeën niet alleen als Boodschapper beschouwd, maar ook als de “engel van de dood en het daaropvolgende Leven”. De Talmoed beschrijft hem als de enige engel die Syrisch en Chaldeeuws sprak. Henoch spreekt over Gabriël als ‘een van de heilige engelen’, die door God is aangesteld over het Paradijs, zowel over ‘de slangen als de Cherubijnen1Hen.20: 7,8.
➽⤽➽ Geloof is een ontmoeting met de Heer onze God!
Die ontmoeting vindt veelal niet plaats vanaf een door jezelf verheven troon [dat mag je in zo’n geval een wonder noemen], maar vindt plaats als gevolg van een tot het gaatje toe versterven [vasten] ter ere van dat Geloof;
eerst dàn zijn wij als mens in staat het Mysterie enigszins te benaderen.
⁌   De betekenis van genoemde Boodschapper uit den Hoge – een Mystieke ervaring – wordt vervat in een van de grondbeginselen van ons Geloof, in de Geloofsbelijdenis:
        Ik Geloof in één Heer, Jezus Christus, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, Licht uit Licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader; en door Wie alles geworden is”.
⁌  ⁌  ⁌  Het is de basis van ons Geloof, welke door de ‘ascetische‘ Vaders van het 1e Oecumenisch Concilie van Nicea in 325 na Christus is vastgelegd en vervolgens nog werd aangevuld in het 2e Oecumenisch Concilie welke in 381 na Christus werd gehouden. De aanvullingen behelsden verschillende gebieden van het Christelijk Geloof, waarop diverse gebeden, hymnes en diensten werden gecomponeerd.
⁌   Twee hoofdthema’s van deze Concilies welke door de Apostolische Kerk werden vastgelegd zijn onze verbintenis met God in de Heilige Drieëenheid en het ontstaan van God als mens, als Zoon van God, dat wil zeggen van Zijn Geboorte in het menselijk vlees.
Dit weerspiegeld overduidelijk het Mysterie dat wij belijden en verklaart ons het Christelijk Geloof, vanaf de geboorte van de Kerk, het ontstaan van het Christendom. Deze buitengewoon hoogstaande gebeurtenis, die eens in de aardse geschiedenis plaatsvond overeenkomstig God’s plan met de schepping, de vereniging van de goddelijke natuur met de menselijke natuur, vormt de basis van het Christelijk Geloof.
⁌  Het is het fundament van alle Christelijke belijdenissen en het ontkennen van dit Mysterie betekent voor iedere navolger van Christus een ketterij in de diepe betekenis van het woord, het is blasfemie. Blasfemie is het begrip omtrent God afbreken, de Goddelijke ingreep in de Schepping afwijzen.

⁌  Alle zeven Oecumenische Concilies, die tijdens het eerste millennium hun beslag hebben gehad, verkondigen en bevestigen ”de Incarnatie en Geboorte van God, van de Heilige Geest en van de Maagd Maria, die de Moeder God’s, de Theotokos wordt genoemd“.

En omdat God een lichaam heeft aangenomen, Hij, Die als God mens -‘zoals wijzelf zijn‘- is geworden, wordt Hij als een icoon van Christus geschreven [niet geschilderd !] – teneinde Hem maar niet te vergeten. Een icoon is een doorkijkje een weerspiegeling en voor buiten-staanders een stuk hout, voor hen wel mooi, maar het heeft niets om het lijf.
Dit schrijven van een icoon, is een weergave van woorden, belichaamd door de Heilige Geest. Die woorden vormen de ervaren beeltenis van de Moeder God’s en behoort tot een van de oudste uitingsvormen, die aan de mens beschikbaar zijn gesteld. Daarom vormt ook de iconen-strijd een fundamentele basis voor het christelijk Geloof en kan deze onmogelijk worden afgeschaft door gemeenschappelijk [in de ‘ontwikkelde?’ geest van de mens] opgebouwde principes. Daarom is deze stroming in de ogen van de Orthodoxie een blasfemie. 

♨︎♨︎♨︎ De woorden van het grote Mysterie, door de Kerk omschreven, behoren, belichaamd door de Heilige Geest en de Maagd Maria, tot de oudste van alle christelijke vormen en zijn fundamenteel voor het christelijk geloof en kunnen niet worden afgeschaft met gemeenschappelijke principes.
Derhalve is het de meer correcte vertaling van het Griekse woord ‘Ομοουσιος’ [Omo ousios, Nl.= consubstantieel] welke verwijst naar de essentie van de Zoon, Welke één in wezen is met de Vader,  nog meer dan gelijk is aan de Vader in de afdaling van Christus tot de mensheid en zoals we dit ervaren [in een raamwerk omschreven] vanuit de Grondwet van ons Geloof.

De Zoon is geboren uit de Vader en Hij is Zijn eeuwig Woord, Die vlees werd en onder ons woonde, en Hij is van de essentie van de Vader [εκ της ουσίας του πατρός – ek tys ousias tou patros.


3.]. Het Feest van de Aankondiging was in de vroeg-christelijke Kerk in eerste instantie niet een onafhankelijke feestdag op zichzelf, het werd geassocieerd met Kerst, de geboorte van onze Heer en Verlosser in het vlees, hetgeen eveneens werd geassocieerd met Zijn Goddelijke Verschijning onder de mensen.

♨︎ Maar, toen de vroeg-Christelijke Kerk  het Kerstfeest begon te vieren, als het feest van de verschijning van God in het vlees,
ontstond er in de 5e eeuw een – onafhankelijk van dit feest van de goddelijke verschijning met Kerst, de noodzaak om voor het feest van de Annunciatie aandacht te bevestigen, waarin de eigen geschiedenis van de Theotokos werd gereciteerd/gebeden en in lezingen naar voren werden gehaald, die een directe link naar het concept van dit feest en de  goddelijkheid in het vlees geboren hebben.

De Roomsen deden hier ‘eenzijdig‘ in de 19e eeuw nog een schepje bovenop en verklaarden dat de Theotokos, ‘immaculata‘ [“de onbevlekt ontvangen mens”] zou zijn geweest, m.a.w. dat zij als mens net als Christus eveneens zonder zonden zou zijn geboren, waarmee zij de Moeder God’s – aan God gelijk – verklaarden; dit wordt door de overige bloedbroeders als een aandrang tot ‘blasfemie‘ [miskleun] beschouwd. 

God, oorsprong & vervolg tot in de eeuwen der eeuwen van de wereld

Opm. : Het feest van de Annunciatie op 25 maart valt samen met
de equinox-lente-equinox
*, waar de nacht overeenkomt met de dag en
oude beschavingen geloofden dat de wereld en de mens op
deze dag werden geschapen.

* de lente-equinox
•     De Heilige Anastasios van Antiochië schreef [in 599 AD]:
De Wijsheid van God regelt alles, brengt ons de in alle rechtvaardigheid gecreëerd schepping en maakte het op Zijn tijd [tijd bestaat slechts bij de mens] mogelijk tot ons te komen teneinde ons Zijn Aanwezigheid in de Schepping  bekend te maken“.

Na de tempering van de winter en het begin van de lente komt op 20 maart, de dag waarop de nacht en dag gelijk zijn, de zesde dag waarop God de mens schiep op 25 maart. Ook op deze dag verenigt God Zich volledig met de mens.


  • De Heilige Maximos de Confessor voegt daar [in 622 AD] aan toe:
    “ Op welk uur, in welke maand ontstond het Evangelie?”
    Hij wijst ons op het feit dat de maagd bleef vasten en te voet de lente tegemoet trad om te bidden omdat ze God als de Bron van haar leven beschouwde.
    Dit was in de eerste maand, dat wil zeggen, in de maand waarin God de wereld schiep, en dit is Zijn doel om ons dat vandaag bij te brengen en in – ‘het hier en nu’ – is Hij bezig de oude wereld nieuw leven in te blazen en te vernieuwen.Het was op de eerste dag van de week, dat wil zeggen, op zondag – de dag waarop de duisternis werd verslagen en het licht werd geschapen, alsmede de eerste wezens. En op deze zondag is het ook de dag waarop het Licht van de Opstanding werd geopenbaard, de verkondiging van de Opstanding des Heren en daar is onze opstanding met Hem geopenbaard.
    Zoals op zondag God onze natuur door Zijn incarnatie vernieuwde in de schoot van de Maagd en ook op zondag wisselden wij mensen onze zonden in door Zijn Glorieuze Opstanding.
    En niet alleen de eerste dag, maar ook in het eerste uur van de dageraad, splitst de zwartheid van de nacht hetgeen verklaard wordt door de Initiatiefnemer [de H. Geest inspireerde David] tot het componeren van de Psalm, Die zegt:
    God is in haar midden, zodat zij niet wankelt; God helpt haar bij het eerste ochtend-lichtPsalm 45[46]: 5 *.
Harp van David

Een Psalm geeft uitdrukking aan het vertrouwen op God in ieder tijd van nood.

Daarom in een tijd dat ondanks tegenslag de Kerk ons via het woord van de Blijde Boodschap leert dat onze Heer en Zaligmaker spoedig terug zal komen en
de Kerk tot in eeuwigheid een glorieuze Kerk zal zijn en;
In een tijd dat mensen hoewel verbonden aan de Kerk nauwelijks nog het besef hebben wat dit wel niet inhoudt, is deze uitleg vanuit de oer-Kerk noodzakelijk om het Christelijk Geloof in onze streken te doen herleven.
Het is ontzettend jammer dat veel mensen door toedoen van ‘verheven personen’ de Kerk verlaten, en vinden dat de Kerk zich helemaal niet zo glorieus gedraagt.
Daarom wordt in mijn artikelen duidelijk gemaakt waarom de zwakte binnen de Kerk komt bovendrijven – hoe God tot Zijn doel komt, wanneer Zijn Zoon wordt geëerd, Zijn Woord wordt geleerd en onze Heer en Verlosser gehoorzaamd wordt!
Dit is wat de oorspronkelijk Kerk ons leert op een manier die ook in de Goddelijke Liturgie van dit Feest wordt voorgehouden en de pelgrimstocht van het leven in de vasten laat doorlopen. Deze twee kwesties worden met elkaar gecombineerd en verzoent ons met God.
Maria wordt door de evangelist Lucas beschouwd als iemand die laag op de sociale ladder staat:
Hij [te weten: God] heeft oog gehad voor mij, Zijn minste dienares” NBG 2004.
Indien men er de Griekse oertekst bij pakt, dan staat er: “Hij heeft neergezien op de nederige staat van Zijn dienares/slavin”.
Uit dit vers blijkt dat Maria, als mens in God derhalve looft vanuit
haar lage sociale status en God toch naar haar omziet.
En zij zingt daarop:
    De Heer maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij. Hij heft de geringe op uit het stof, Hij heft de arme omhoog uit het slijk, om hem te doen zitten bij edelen en een erezetel te doen verwerven. Want de grondvesten der aarde zijn des Heren; Hij heeft daarop het aardrijk gesteld1Sam.2: 7,8.
Het is de Heer, onze God, Die ons verheft en de Kerk leert ons vanaf den beginne,
dat verheffing nastreven door het door Politiek of een diploma te bekomen, zelf-verheffing is.
Wij gelovigen mogen ons dus in alle nederigheid spiegelen aan de Theotokos en roept onze Heer ons in deze toe:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Tot slot om dit nog eens te benadrukken:
*         [Slechts] Onze God is toevlucht en kracht, Hij is een Helper in de beproevingen die zo hevig over ons zijn gekomen.
      Daarom vrezen wij zelfs niet tijdens een aardbeving, als de bergen geworpen worden in het hart der zee.
      Als de wateren brullen en woest dooreen woelen, als de bergen geschokt worden door Zijn macht.
      Het zwellen van de rivier verblijdt de stad Gods: de Allerhoogste heiligt Zijn woontent. God is in haar midden, zodat zij niet wankelt; God helpt haar bij het eerste ochtendlicht.
      De naties ontstelden, koninkrijken storten ineen; de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken, de  aarde wankelde.
      De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jacob.
      Komt en aanschouwt Gods werken: de wonderen die Hij op aarde verricht.
Hij doet oorlogen ophouden tot aan de grenzen der aarde.
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen, en de schilden verbranden in het vuur.
      Leert en weet dat Ik God ben: Ik wordt verheven onder de volkeren, verheven over de aarde.
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jacob
Psalm 45[46] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Apolytikion
tn.4.  ”     Heden is de aanvang van onze Verlossing:
en de oOpenbaring van het eeuwig Heil’s-Mysterie.
De Zoon van God wordt geboren als de Zoon van de Maagd.
Gabriël verkondigt de Blijde Boodschap der Genade[gaven].
Met hem roepen ook wij tot de Moeder God’s [de Theotokos]:
‘Verheug U, Hoog-begenadigde: de Heer is met u’“.

Kondakion
tn.8.  ”     Gij zijt de Aanvoerster die voor ons strijdt,
en die ons van de boze heeft bevrijdt.
Daarom zingen wij u vol dankbaarheid het zegelied.
Maar door uw onoverwinnerlijke macht, o Moeder God’s,
red nu ook uit alle gevaren het bevrijde volk dat tot u zingt:
‘verheug u, ongehuwde bruid’“.

2e Zondag van de grote en heilige vasten – Zondag van de H. Gregorius Palamas

Genezing van de Verlamde

    En toen Hij weder te Kapharnaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was. En velen kwamen bijeen, zodat zelfs de ruimte bij de deur hen niet meer kon bevatten, en Hij sprak het Woord tot hen.
       En zij kwamen en brachten een verlamde tot Hem, die door vier mannen gedragen werd.
En daar zij deze niet tot Hem konden brengen vanwege de menigte [mensenmassa], namen zij de dakbedekking weg boven de plaats, waar Hij was, en
na het dak opengebroken te hebben, lieten zij de matras neer, waarop de verlamde lag.
       En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
  Kind, uw zonden worden vergeven’.
Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
       En Jezus doorzag terstond in Zijn geest, dat zij aldus in zichzelf overlegden, en Hij zei tot hen:
‘ Waarom overlegt gij deze dingen in uw harten? Wat is gemakkelijker, tot de verlamde te zeggen:
Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en neem uw matras op en wandel?’.
Maar, opdat jullie mogen weten, dat de Zoon des mensen Macht heeft op aarde zonden te vergeven zei Hij tot de verlamde:
‘ Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis.
En hij [de verlamde] stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, zodat zij allen ontzet waren en God verheerlijkten, zeggende:
‘Zo iets hebben wij nog nooit gezien!
’“ Marc.2: 1-12.

zegening door het groot en heilig Kruis

    En: U, Heer, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de Hemelen zijn het werk van Uw handen; die zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij zullen alle als een kleed verslijten, en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden; maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden.
       En tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten? Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?’.
Daarom dienen wij te meer aandacht te moeten schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven.
       Want indien het Woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Heer, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverdHebr.1: 10-2: 3.

     Men hoorde na enige dagen [vasten], dat Christus weer thuis was gekomen en de mensen kwamen ‘en mass’ op Hem af. Hij sprak een Woord en vergaf de gelovige Verlamde vergeving van zonden. En toen de hooggeplaatste gestudeerde mensen zich hieraan ergerden; liet Hij hen als Heerser over Hemel en aarde zien Wie het in dit onder-maanse voor het zeggen heeft.
Juist op deze Zondag wordt benadrukt dat Christus als Zoon van God geopenbaard wordt door Zijn Mysteriën
– Hij is de Messias van Wie de profeet de opdracht kreeg:
    Ga, zeg tot dit volk:
‘ Hoort aldoor, maar verstaat niet, en ziet aldoor, maar merkt niet op.
Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dicht kleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet zal bekeren en genezen zal worden”
En toen vroeg ik: Hoelang, Heer? En de Heer antwoordde:
    Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het bouwland verwoest is tot een wildernis en de Heer heeft de mensen ver van Hem verwijderd en het verlaten gebied in het land groot is.
Is daarin [niet] nog een tiende deel, dan zal dit weer verwoest worden. Evenals van een terebint [Hebr.=  אילון, terpentijnboom,die op een eik lijkt, De grijze stengels bevatten veel hars] en een eik na het vellen een stronk overblijft, zo zal zijn stronk een heilig zaad zijnIsaiah 6: 9-13.

Transfiguratie, verheerlijking op de berg Thabor

Doorgaans onderschatten we wat we wel niet in zeer korte tijd [40 dagen] kunnen bereiken en overschatten we wat er nodig is om er nòg iets van te maken. Door eenvoudig ergens structuur in aan te brengen, overzicht te verkrijgen, verwijder je de geestelijke ruis.
Overweeg daarom in deze periode – al is het maar een uurtje per dag – jezelf met Hogere zaken bezig te houden, en bewust te werken aan je toekomstig Leven.
                    Ging het vorige week over de acceptatie van het afbeelden van de iconen, deze zondag gaat het over de directe waarneembaarheid van die werkelijkheid door menselijk ogen, reeds hier op aarde; “ Het stralend Licht van de berg Thabor ” dat nog steeds wil schijnen in onze harten.

De Heilige Drieeënheid

Het Mysterie van de Drie-eenheid

De Goddelijke natuur van onze Heer en Verlosser bedekt Zijn menselijke natuur niet, Christus was geheel mens en geheel God en als God was Hij onderworpen aan iedere hongerige beproeving die zowel mannen als vrouwen op hun levensweg ontmoeten.
Hij diende net als wij Zijn eigen discipline over Zijn menselijke natuur te beoefenen teneinde vrij te blijven van zonden. Er werd  Hem geen speciale Genade toegespeeld, omdat Hij de Zoon van God was òf omdat Hij de doop met de Heilige Geest had ondergaan. Onze Heer en Verlosser trad de beproevingen met dezelfde middelen tegemoet die beschikbaar zijn voor elke gewone man of vrouw, die de Wil van de Vader, van God, tracht te volbrengen.
Wat waren die bronnen waaruit Hij putte?
In overeenstemming met het synoptische weergaven overwoog onze Meester telkens weer opnieuw de disciplines van het Gebed, de Heilige Schrift en de Gehoorzaamheid aan Zijn Vader.
Het is immers de Vader, Die Hem in Zijn Wijsheid als – ‘geheel mens en geheel God’ – geboren deed worden.

Christus, Zoon van God, het Licht der mensheid

Het bewijs hiervoor is dat Hij Zich tijdens Zijn leven voor en na iedere gebeurtenis acte gaf van de Zelfbeheersing waarover Hij beschikte, Die Hij toch tijdens Zijn menselijk bestaan hier op aarde zal hebben ontwikkeld.
Hij groeide dankbaar op in een heel bijzonder gezin en ook de aankondiging van Zijn Geboorte, welke wij morgen gaan vieren, spreekt boekdelen;
    De woning der rechtvaardigen zegent de Vader, de nederigen geeft Hij GenadeSpreuken 3: 33,34.
Wat dit aangaat was het gezin waaruit Hij voortkwam, zoals de engel Gabriël het formuleerde:
Vol van Genade” en was Zijn Moeder “de gezegendste onder alle vrouwen, die ooit hebben geleefd”.
Salomon gaat in al zijn menselijke wijsheid nog verder in de lofprijzing van het ideale gezin:
    Hoort, zonen, de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat mijn onderwijzing niet.
       Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees mijn vader mij en zei tot mij:
    Laat uw hart mijn woorden vasthouden onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden van mijn mond.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
Het begin der Wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke [doornen-] kroon zal zij u schenken’
Spreuken 4: 1-9.
Er wordt vaak gezegd er bestaat geen school voor het ouderschap; maar u ziet wij Gelovigen, Christenen, Joden en Mohammedanen hebben de ideale omstandigheden op een presenteerblaadje voorgeschoteld gekregen. 

Deze ervaring laat zien dat ook Christus’ hulpmiddelen van zelfbeheersing zich in de tijd van Zijn leven ontwikkelden.
– Niemand kon dagenlang vasten in de woestijn die er nog nooit eerder had gespeeld;
– geen timmerman kon de Schrift aan de duivel citeren, tenzij ze nauwkeurig en spontaan bekend waren;
– geen krachtige menselijke Geest, dan de Zijne kon Zich volledig aan God, de Vader onderwerpen.
En het Mysterie gaat voort dat deze drie, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest in één liefdesband onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de Heilige Drieëenheid, waar de Vader is, daar is de Zoon en daar is de Heilige Geest, wat een schoonheid, wat een Licht, wat een groot Mysterie.
En daarom zingen we in ieder Goddelijke Liturgie: één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Hegoumen, vader abt

De Goddelijke Glorie, de Goddelijke Genadegave, het Goddelijk Licht.
De Gedachtenis aan de Heilige Gregorius Palamas stelt ons vandaag de Goddelijke Genadegave voor ogen, de  Goddelijke Glorie en het Goddelijk Licht.
H. Gregorius Palamas die leefde van 1296-1359, was na een doorlopen scholing van een intensief leven van gebed en strenge ascese van het monnikenleven, uiteindelijk bisschop van Thessaloniki gewijd, geheel op de wijze waarop dit in de vroeg-christelijke periode gebruik was.
Deze oorspronkelijke Hiërarch was als Johannes de Theoloog en wordt in de Orthodoxe Gemeenschappen als Hiërarch vereerd met vele superlatieven:
    bazuin der Theologie; de vuur-ademende moeder der Genade; het eerbiedwaardig vat van de Geest; de onwankelbare zuil van de Kerk; de grote vreugde van geheel de wereld; de rivier van Wijsheid; de lamp van het Licht; de heldere ster, die heel de Schepping verlicht”.
Naast het feit dat hij als sieraad van de monniken van de berg Athos wordt beschouwd, was hij als leraar van de Kerk ingewijd in het Mysterie van die Heilige Drieëenheid, prediker van het Goddelijk Licht.
Hij was als goede herder en leerling van Christus – de grootste onder de toezichthouders van Zijn kudde en heeft zijn leven ingezet voor Zijn Schaap’s-stal.
Hoe deze grote voorman met z’n kudde omging mag blijken uit zijn preek over de acht Evangelie-lezingen op Paasmorgen:
          De duisternis heerste buiten, het was nog geen dag, maar in deze graftombe was het vol met het Licht van de Verrijzenis. Maria had dit licht gezien door de genade van God: haar liefde voor Christus werd verlevendigd en ze kreeg het vermogen om engelen te zien…
Ze zeiden toen tegen haar:Vrouw waarom huil je? U ziet de hemel in deze graftombe of liever een hemelse tempel in plaats van een gegraven graf welke een gevangenis is… Waarom huilt u dan?’”… 

      Buiten was de dag nog weifelachtig, en de Heer maakt Zich door ‘Zijn Goddelijke Uit-Straling’ niet kenbaar, waardoor Hij [onmiddellijk] herkend zou worden aan het lijdende hart.
Daarom herkent Maria Hem niet…
Toen Hij sprak en Zich liet kennen…,
zelfs toen, ook al zag ze Hem levend, had ze geen idee van
Zijn Goddelijke Grootheid maar richtte zich tot Hem als
tot een eenvoudig mens van God …
In het enthousiasme van haar hart, wil ze zich vervolgens op de knieën werpen, en Zijn voeten aanraken.
Maar Hij zei tegen haar: “Raak Me niet aan…, want dit lichaam dat Ik nu heb is lichter en beweeglijker dan het vuur; het kan naar de Hemelen opstijgen en zelfs tot bij de Vader komen in de hoogste Hemel. Ik ben nog niet naar Mijn Vader opgestegen, omdat Ik me nog niet heb getoond aan Mijn leerlingen. Ga naar hen; het zijn Mijn broeders en zusters, want wij zijn allen kinderen van God, door het Geloof in Christus Jezus . . . conf. Gal.3: 26

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

      De Kerk waarin we ons bevinden is het symbool van die graftombe.
Zij is zelfs méér dàn een Symbool: zij is, om het zo te zeggen, een ànder Heilig Graf.
Dáár bevindt zich de plaats waar men het Lichaam van de Meester neerlegt…;
dáár bevindt zich het Heilig offer-altaar.
Degene die dus met geheel zijn/haar hart naar het Goddelijk graf begeeft/snelt,
het waarachtige Verblijf van God…,
zal op de wijze van de engelen, leren van de woorden uit de geïnspireerde boeken,
over de Goddelijkheid en de menselijkheid van het vleesgeworden Woord van God.
Hij/zij zal zó zònder enige vergissing ‘de Heer Zelf ‘ zien…
Want degene die met Geloof naar de Mystieke tafel en naar het levensbrood erop kijkt, zal er in werkelijkheid het Woord van God zien dat voor ons vlees geworden is en onder ons is komen wonen conf. John.1: 14.
En hij/zij zal waardig zijn om Hem te ontvangen,
niet alleen ziet hij/zij Hem, maar hij/zij neemt ook deel aan Zijn wezen;
hij/zij ontvangt Hem in zichzelf opdat Hij er verblijven zal.

Broeder, zuster, wat ik het liefste zie is dat jij God, onze Heer Jezus Christus, vindt en liefhebt en ik beloof je dat je je daarbij ‘zalig‘ zult voelen, als bij de Heer, Die zojuist thuis is gekomen en waar de mensen in mijn ogen ‘en mass‘ op af dienen te komen.
Zònder God heeft ons leven immers geen zin, de mens wordt geroepen om zichzelf te verheffen, waarbij we ons tot God wenden.
God wordt geopenbaard in de Blijde Boodschap.
Het is de Heilige Drieëenheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Die samenhangend en onafscheidelijk zijn. Het doel van ons leven is om ons te verenigen met God.
Laten we ons met God vereenzelvigen, natuurlijk niet met Zijn essentie, wat onmogelijk is, maar met Zijn ongeschapen energie, zoals de heiligen van onze Kerk het formuleren. 

Maar zo lang ons hart vol is van onreine verleidingen, kunnen we ons niet verenigen met God, want het is onmogelijk voor de reine God om zich te verenigen met onreinheid.
Zie er daarom op toe mijn vriend[in], dat we een strijd aangaan tegen onze onreine en zondige passies. Dit overstijgt dan de haat en afgunst in de wereld, het gaat voorbij aan alle haat en kwaad. Het overstijgt de vleselijke passies en dit wordt beoefend door het mijden van rauw vlees en seks.
Wie Mij liefheeft” zegt onze Heer, teneinde ons te verlossen,
zal Mijn Geboden onderhouden.
En dit is Mijn bevel om elkaar lief te hebben

John.14: 23, 15: 12.
Liefhebben is iets anders dan toegeven aan wellustigheid.
Heb jij je naasten niet lief, dan houd jij je niet aan Mijn geboden, dan
negeer je Mijn Gebod en hou je niet van Mij.
Omdat God van nature goed en tevens genadeloos kan zijn, houdt Hij van Zijn schepselen, de deugdzame zal Hem verheerlijken en in z’n eigen voordeel God als de zijne beschouwen.
De liefde tot God overtuigt iedere gelovige om tijdelijk plezier te mijden en elke aanzet tot verdriet te verachten. Laat u derhalve door de heiligen overtuigen dat je slechts in Christus de waarachtige vreugde zult bezitten.

Het Goddelijk Licht
Eind november 1831 hadMotovilov een ontmoeting met de Heilige Seraphim van Sarov.
Na het gesprek met deze grote Russische Heilige heeft dezeMotovilov het gesprek op papier gezet, hetgeen tussen andere stukken bewaard is gebleven en geeft een schat aan informatie over het Goddelijk Licht.
Dit weergave van dit gesprek is een echte schat vanuit de orthodoxe literatuur, die voortkwam uit het verlangen van Nicholas Motovilov om het doel van het christelijke leven te begrijpen.
De H. Seraphim van Sarov wist dat Motovilov al vanaf zijn jeugd op zoek was naar een antwoord op het Goddelijke Licht
Deze Heilige Vader heeft hem gezegd dat het doel van het christelijk leven het verwerven van de Heilige Geest is:
We dienen de Heilige Geest in onze harten te laten binnenkomen. Alle goede dingen die we in Christus’ Naam doen, zijn ons door de Heilige Geest gegeven, en we kunnen ze vooral doen door gebed, dat altijd voorhanden is“.
Motovilov vroeg waar we kunnen weten of we de Heilige Geest hebben verkregen of niet: “Vader, hoe kan ik de genade van de Heilige Geest zien? Hoe kan ik zien of ze in me zit of niet? ” De heilige Seraphim sprak over hoe mensen de Heilige Geest verkrijgen en hoe we de geest van God in ons herkennen, maar Motovilov begreep het niet.
Toen haalde de vader zijn schouders op en zei: ” We zijn beiden nu in de Heilige Geest, mijn zoon. Waarom kijk je niet naar mij?
Op dat moment voelde Motovilov zijn ogen open gaan en zag hij het gezicht van de oude man schijnen als de zon. Zijn ziel was vervuld van vrede en rust, vreugde en blijdschap, werd zijn lichaamswarmte gekruist, en om hen heen ontstond een geur, zeer aangenaam.
Motovilov bang voor deze ongewone bovennatuurlijke verandering, maar vooral voor de heilige glans, zei: “Ik kan niet kijken, Vader, want je ogen knipperen als de bliksem en je gezicht schijnt als de zon
De heilige Seraphim antwoordde: “Wees niet bevreesd, vriend van God, nu bent u net zo helder als ik. Het betekent dat je in het licht van de goddelijke geest bent, anders zou je me niet kunnen zien zoals ik ben. Laten we de Heer danken voor zijn genade tegenover ons!
Toen begreep hij Motovilov met de geest en het hart wat Transfiguratie betekent door de neerdaling van de Heilige Geest op de mens. De heilige Serafijn verzekerde hem dat de Heer hem zou toestaan om de herinnering aan deze ervaring heel zijn leven te bewaren.
H. Seraphim zei daarop: “Het verwerven van de Heilige Geest is het ware doel van het christelijk leven, terwijl het gebed, vasten, aalmoezen en andere goede daden omwille van Christus slechts zijn middelen om de Heilige Geest te  verwerven“.
Menselijke inspanning doet de Genade van de Heilige Geest toenemen en in het belang van Christus beoefenen wij allerlei andere deugden. 
Bijvoorbeeld, zoals gebed en waakzaamheid jou meer Genade van God doet toekomen,
bid en let hier op; wanneer jouw vasten je veel van de geest van God geeft, vast, zoveel en zover je maar kunt opbrengen; en wanneer jouw genade wordt toegespeeld, onthoud dat dan en hou het vast in je binnenkamer. Onderken en waardeer op deze wijze elke deugd uit liefde voor Christus“.

Apolytikion
tn.4. ”   Toortsdrager van de Orthodoxie, Steun en Leraar van de Kerk,
Sieraad van de monniken, Strijder van de Theologen,
Roem van Thessaloniki, Prediker van de Genadegaven,
wonderdoende Gregorios,
bid onophoudelijk dat onze zielen worden gered“.

Kondakion
tn.8. ”   Heilig door God bezield instrument der Wijsheid,
stralende luidklinkende bazuin van de Theologie,
zo bezingen wij U, uit God sprekende Gregorios,
wiens geest zich gevestigd heeft in de eerste Geest.
Leid ook onze geest tot Hem, o Vader,
opdat wij mogen roepen:
Verheug u, Prediker der Genadegaven“.

Maandag ná de Zondag van de Orthodoxie – de dag der Waarheid, Die verkondigd wordt.

Vier engelen met de vier winden, Bamberg Apocalypse

    En de Heer, onze God, maakte voor de mens en voor zijn vrouw kleren van vellen en bekleedde hen daarmee.
       En de Heer, onze God, zei:
      Zie, de mens is geworden als een van Ons een door de kennis van goed en kwaad; 
nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
       Toen zond de Heer, onze God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
       De mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn; en zij zei:
       Ik heb met de hulp des Heren een man verkregen.
Voorts baarde zij zijn broeder Abel; en Abel werd schaapherder, Kaïn landbouwer.
Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de Heer een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen van zijn schapen, van hun vet; en
de Heer sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.
Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.
En de Heer zei tot Kaïn:
Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen
Gen.3: 21-4: 7.

Het al-oude verhaal van de zgn. broederschap van de mens wordt nog iedere dag herhaald; je behoeft enkel maar om je heen te kijken – het entertainment met haar maskerade is zelfs in de Kerk doorgedrongen. Uit beleefdheid kunnen de leiders niet anders dan elkaar vriendelijk bejegenen; het liefst omringt met gelijkvormige wereldse leiders. Het spel wordt gespeeld, maar de werkelijkheid is anders, zij gunnen elkaar ‘het Licht’, de goddelijke uitstraling niet in de ogen.
Zij doen voorkomen of zij de kennis en de macht in handen hebben, de werkelijkheid is geheel anders.
Ook vandaag zien we het grote spel weergegeven worden net zoals de H. Ambrosius zijn “De Nabuthae” begint, een werk dat zijn naam ontleent aan deze ongelukkige man die in staat was om de machtigen die toen op de troon waren tegen te spreken.

Abel is killed by his brother Cain

      Er was eens een man genaamd Nabot [Hebr.= ‘vruchten’]. De Jizreeliet Nabot had een wijngaard, te Jizreel [Hebr.=‘God zaait’] gelegen naast het paleis van Achab [Hebr.= ‘broeder van de vader’], de koning van Samaria [Hebr.=‘voogdijschap’].
Achab had zich in Samaria een ‘ivoren paleis‘ gebouwd.
Daarop ontstond er een “conspiracy”, een samenzwering, zoals we heden ten dage nog steeds kennen, die Achab, de koning van Samaria, in verzoeking bracht, verleidde.
Om deze grond, die wijngaard [wie kent de wijngaard des Heren niet?] te verkrijgen,  doet de koning Nabot verschillende voorstellen, maar Nabot verwerpt ze allemaal en zegt:
Dat de Heer, onze God, het mij moge verbieden, u [zgn. koning en alleenheerser] de erfenis van mijn vaderen te geven’ en ‘hij keerde zijn gezicht om en wilde niets eten’ [hij hield dus samen met zijn belager – maaltijd en keerde zich af].
De koning is echter verwond in zijn trots en het ontgaat zijn vrouw, Izebel, niet, hoe boos haar echtgenoot wel niet is. Izebel was overigens de dochter van koning Itho-Baäl de 1e van Tyrus.

Nabot wordt gestenigd, om de wijngaard – Weltchronik Fulda, detail

            Zij belooft hem vervolgens: ‘Ik zal jou, via mij, -de wijngaard van Nabot- doen toekomen‘.  Zij beveelt vervolgens om twee valse getuigen, vijanden van Nabot, te vinden, zodat ze hem in het openbaar stelt – God te hebben beschuldigd en God, zowel als de koning te hebben vervloekt -.
Zo gezegd, zo gedaan. Nabot wordt gestenigd en Achab komt in bezit van de wijnstok 1Kon.21.
Aldus het waar gebeurde verhaal van een geschiedenis uit 869-850 voor Christus.
We zien hetzelfde gebeuren in het Sanredrin [Hebr.
סַנְהֶדְרִין = ‘samen zitting houden’], het joodse gerechtshof, dat uit 71 leden bestond, waarbij onze Heer en Verlosser van Godslastering beticht werd. De geestelijke leidslieden van Israël, waarvan de ‘crème de la crème’ van de samenleving  verenigd was hebben er ‘niet altijd‘ blijk van gegeven op een zedelijk hoog peil te staan.
Zo ziet u er is niets nieuws onder de zon, hoogwaardigheidsbekleders bevestigen elkaar in hun rol en dat is op de Zondag van de Orthodoxie echt nooit anders geweest. Om de gespeelde eenheid niet te versluieren wordt dit schouwspel aanstaande zondag voor het Nederlandse publiek in Rotterdam nog eens dunnetjes overgedaan/ alleen in Nederland zònder de koning.
Het is dan niet verwonderlijk dat óók in ons bevriende België stemmen opgaan ‘Kerk en Staat’ eveneens van elkaar te scheiden; het is immers zo dàt iedere mens slechts het woord spreekt uit de hand, die het ‘werelds’ brood geeft.

♨︎♨︎♨︎   Waarachtig Geloof heeft niets te vrezen, aanleren en jezelf verdiepen in het Goddelijke is het essentieel en het begin van een spiritueel leven.
God tracht de mensheid aan Zich te binden, dwingt of bedreigt niemand en heeft de tijd, haast zich derhalve niet. Als een waarachtige Vader wacht Hij ons op, dringt wel aan en wacht ‘met ons‘ op de terugkeer van onze broeder, welke blijkt te zijn afgeweken en vermijdt al het mogelijke om onze toekomst op het spel te zetten.
Goddelijke kerkenwerk wordt daarom -‘in openheid en waarheid’- verricht, niet in achterafzaaltjes, de stemming is onbaatzuchtig, verheft zichzelf niet.
En het rondom staande volk gaat er van uit dat onze toezichthouders en spelleiders degenen zijn die -‘onvoorwaardelijk‘- te vertrouwen zijn.
Waarachtig Geloof heeft niets om bang voor te zijn, behoeft zich dus in het geheel niet te omringen met hoogwaardigheidsbekleders, zich door een koor van militairen te omringen; het is immers de Heer, Die onze Herder is, de Énige Die ons redt in geval van nood.
Orthodoxie is ons persoonlijk eigendom, maakt hier op aarde reeds deel uit van ònze schat, òns erfdeel, welke wij als een grote Bruidsschat koesteren.
Alleen daarom verkondigen wij, door ons persoonlijk functioneren ons Geloof aan onze omgeving. Daar behoeven wij geen bevestiging vanuit de overheid, want wij weten ons omringt door talloze getuigen, die reeds vóór òns ‘de wereld‘  hebben afgewezen.
Dìt is hetgeen ons bescherming biedt en ons vertrouwen op de Heer doet groeien in de zekerheid dat wij vanuit den Hoge beschermd zullen worden.
Willen wij onze werken werkelijk tot bloei laten komen, dan dienen wij in alle nederigheid ons vertrouwen te stellen op de Heer, en niet op hoogstaande op
– zichzelf en hun kapitaal – gerichte mensen.
Deze afgeronde eenheid in de Christelijke Leer dient in alle nederigheid in te zien wat onze dagelijkse inzet inhoudt en dient absoluut niet door/met pracht en praal aan de wereld getoond te worden. Deze manier van doen dient het uitgangspunt te zijn van onze spelleiders, maar tevens van de toezichthouders, opdat wij als eenvoudige gelovigen in staat worden gesteld ons allemaal te realiseren dat wij tot ‘dezelfde Kerk‘ behoren en aan hetzelfde doel werken. Deze manier van werken is immers het stempel van onze identiteit.
Ons werk is gericht op de verworpenen der aarde, aan allen, die belast en beladen zijn, die gebukt gaan onder de overweldigende heerschappij van een wereld waarin iedereen slechts aan zichzelf denkt.
In de minre broeders ontmoeten we immers Christus, dat wil zeggen in de voedselbank, de kledingbeurs en wat voor voorzieningen wij al niet voor de minderbedeelden opzetten. Jezelf omringen met de ‘crème de la crème’ van de samenleving stoot degenen, die Christus tot Zich roept slechts af.
Orthodoxe Christenen ervaren de “Gekruisigde” in het dagelijks leven om zich heen en bevestigen hun doen en laten niet door wereldse buitensporigheden.
Wij, Orthodoxen, zijn werkelijk in gevaar indien wij ons niet opnieuw keren tot onze Heer en Zaligmaker als de Énige ‘Heer en Meester’ van ons leven.
“Onze Verlosser is – de Heer – en ‘Heer der heerscharen‘ is Zijn Naam – de heilige van Israël en ‘geheel‘ Zijn Kerk” conf. Isaiah 47: 4.

Ter bevestiging van de ware weergave van de historie rond de wijngaard van Nabot wordt momenteel in het Louvre een grote plaat van basalt bewaard, waarvan drie stukken zijn teruggevonden met de tekst:
    Wat Omri [de voorganger van Achab] betreft, koning van Israël, hij vernederde Moab vele jaren. En zijn zoon [Achab] volgde hem op en ook hij zei: ‘ik zal Moab vernederen’. Zo sprak hij in mijn tijd, maar ik overwon hem en zijn huis, terwijl Israël onderging voor immer“.
  Onze Heer en Zaligmaker heeft willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van Zijn Geheimenis is onder de heidenen: ‘ Christus onder u, de hoop der Heerlijkheid’.
Slechts Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens
[ongeacht rang of stand] terechtwijzen en wij onderrichten iedere mens in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn” conf. Col.1: 27,28.
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de liefde tot de [mede-]broeders [in Christus] en door de broederliefde de liefde jegens allen” [de gehele mensheid] 2Petr.1: 5-8.

Desiderius Erasmus Roterodamus, Hans Holbein de Jonge

En in dàt geval blijft er niets anders over en zeggen we volmondig met Desiderius Erasmus [een Rotterdam’s spelleider [1478-1536], Augustijner kanunnik, theoloog, filosoof, schrijver en humanist:
” Ik verdraag derhalve deze Kerk, totdat ik een betere zal zien, en
zij is wel genoodzaakt, mij te verdragen,
totdat ‘
ikzelf’ beter zal worden”.
Ook deze Desiderius ‘Goudæ conceptus, Roterodami natus’ [Lat: ‘in Gouda verwekt; in Rotterdam geboren’] was een oprecht en waarachtig navolger van Christus;  zijn houding en gedachtegoed weerspiegelt de door God gegeven vrijheid van mensen en hun daarop volgende vrede, de Heer is immers met de werkelijk nederige navolgers verbonden.
Erasmus schreef zijn ‘Lof der zotheid’, een uitgave die door uit te gaan van een zot als spreker in deze declamatio de spot kon drijven met de misplaatste ernst waarmee alle mensen, ongeacht beroep, stand, of positie, hun eigen belangen najagen, en de groteske kortzichtigheid waarmee zij klaar stonden met hun oordeel over elkaar.
Hij werd benoemd tot raadsheer van keizer Karel V en vestigde hij zich in de Nederlanden [1516-1521] waar hij in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen verbleef.
In 1521 woonde hij enige tijd in Anderlecht en in 1535 vetrok hij naar Bazel in Zwitserland.
Daar overleed hij op 12 juli 1536, zijn graf ligt in de Münster van Bazel.
Zijn laatste woorden waren volgens de overlevering: “Lieve God“;
Uit deze laatste zucht blijkt een enorme liefdesverklaring, maar het blijft tot op de dag van vandaag lastig om te zeggen, want er is op dit moment weinig in Zijn Lichaam, de Kerk om ècht verliefd op te worden.
Maar juist dàt verwijst ons terug naar de liefde, een Liefde, Die weet dat wàt er ook gebeurt, wij niet kunnen en mogen ophouden een onderling innig verbonden [Orthodoxe] Kerk te zijn.
    Te dien dage zal wàt de Heer doet – uitspruiten tot sieraad en Heerlijkheid zijn en de vrucht van het land tot glorie en luister voor de ontkomenen van Israël [de Kerk].
En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten; ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, wanneer de Heer het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging.
[Eerst] Dàn zal de Heer over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en ’s-nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.
En er zal een hut zijn tot een schaduw overdag tegen de hitte en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen.
. . . . . Ik wil van mijn Geliefde zingen, het lied van mijn Beminde over Zijn wijngaard. Mijn Geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met ‘edele wijnstokken’, bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En Hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar deze bracht wilde druiven voort.
. . . . . Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog aan Mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat deze goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort?
. . . . . Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest zal worden; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt zal worden; Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallen.
. . . . .Welnu, de wijngaard van de Heer der heerscharen is het huis van Israël [Zijn Kerk], en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachtingIsaiah 4: 2-5: 7.

En wat moet ik er verder nog aan toevoegen wanneer ik gebruik makend van het boek Spreuken voortga met de lezingen van de Maandag na de Zondag van de Orthodoxie:
    Wanneer Hij met spotters te doen heeft, spot Hij Zelf [God Zelf], maar de nederigen geeft Hij Genade. De wijzen beërven eer, maar de dwazen laden schande op zich.

Getuigen

. . . . . Hoort, zonen [en dochteren], de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat Mijn onderwijzing niet.
Want toen ik nog als zoon bij Mijn Vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees Hij mij en zei tot mij:
. . . . . ‘ Laat uw hart Mijn woorden vasthouden onderhoud Mijn geboden, opdat gij moogt leven.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden van Mijn mond.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
– Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
– Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
– Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke kroon zal zij u schenken.
. . . . . Hoor, mijn zoon [dochter], en neem Mijn woorden aan, opdat uw levensjaren talrijk worden.
– Ik onderricht u in de weg der wijsheid, Ik doe u treden op rechte paden.
– Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden, wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen.
– Houd vast aan de tucht, laat haar niet los, bewaar haar, want zij is uw leven.
– Kom niet op het pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet. Mijd die, ga er niet over; wijk ervan af en ga voorbij.Want zij kunnen niet slapen, wanneer zij geen kwaad kunnen doen; hun slaap wordt hun ontnomen, wanneer zij niet iemand kunnen doen struikelen; want zij eten brood der goddeloosheid en drinken wijn van gewelddadigheid.
➥➥➥ Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.
De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.
. . . . .Mijn zoon [dochter], sla acht op Mijn woorden, neig uw oor tot Mijn uitspraken;
Laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart.
Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam
Spreuken 3: 34-4: 22.

Het is al zo vaak gezegd: “Horen, wie het horen wil” en
zeg mij nu nimmer meer dat de Blijde Boodschap te moeilijk voor u is en dat u er niets meer van begrijpt.

Zoals de Profeten het hebben gezien,
zoals de Apostelen het hebben geleerd,
zoals de Kerk het heeft ontvangen,
zoals de Vaders het hebben verkondigd,
zoals de wereld eensgezind heeft aanvaard,
zoals door Genade is opgestraald,
de Waarheid, zoals Die bewezen is,
de leugen, zoals die [uiteindelijk] verdreven is,
de Wijsheid, zoals die vrijmoedig gesproken wordt,
zoals Christus het heeft verkondigd:

denken wij,
spreken [en schrijven] wij,
prediken wij Christus,
onze waarachtige God en Zijn Heiligen;
en wij eren hen
in woorden, in geschriften, in gedachten,
in offers, in kerken en in Iconen.

Het is dat wij ‘Christus‘ vereren en ‘Hem‘ eren wij
. . . . . als ‘God‘ en als ‘Meester‘;
en de heiligen eren wij als Zijn ware dienaren,
en hun betuigen wij een betrekkelijke [niet absolute] verering.

Dìt is het Geloof van de Apostelen,
dìt is het Geloof van de Vaders,
dìt is het Geloof van de [eenvoudige] Orthodoxen,
dìt is het Geloof waardoor de wereld wordt ondersteund.
Verder willen wij de Predikers der goede verering
met broederlijke en vaderlijke liefde huldigen
om de eenvoudige vroomheid waarmee zij hebben gestreden,
en daarom zeggen wij:
            koningen, heilige oppertoezichthouders, toezichthouders, spelleiders, leraren, martelaren en belijders: Eeuwige Gedachtenis !!!

1e Zondag van de Vasten – Orthodoxie, ke[r]npunt van het Christelijke Geloof

    Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei:
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus.
       De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Filippus.
       En Jezus zei tot hem: Volg Mij.
Filippus nu was uit Betsaida, de stad van Andreas en Petrus.
Filippus vond Natanaël en zei tot hem:
       Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth.
En Natanaël zei tot hem:
       Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Filippus zei tot hem:
       Kom en zie.
Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zei van hem:
Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
       Natanaël zei tot Hem:
       Vanwaar kent Gij mij?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom.
       Natanaël antwoordde Hem:
Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israel!
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij?
Gij zult grotere dingen zien dan deze
John.1: 43-51.

    Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
       En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, 
de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling  – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
            Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
            Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeftHebr.11: 24-26, 32- 12:2a.

      laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt”.

Er wordt vandaag de dag veel gesproken en geschreven over onze houding ten opzichte van het geestelijk leven, over het leven door God’s Geest en het verlangen daarnaar of het gebrek daaraan. Bij al ons spreken en schrijven over deze dingen, is het wel van belang om te weten waar het in in dit verlangen nu ten diepste om gaat. Misschien heeft wel niemand beter dan Paulus onder woorden gebracht wat dit verlangen inhoudt: “‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” Gal.2: 20.

Het verlangen naar het Goddelijke, het streven naar perfectie komt tot uitdrukking waar mensen door de Geest geleid en tot eer van de Vader Jezus Christus centraal stellen in hun leven en in Hem alles zoeken en vinden wat ze nodig hebben.

Wie en wat jij bent in Christus is zó bijzonder dat God daar allerlei nieuwe begrippen en omschrijvingen aan Zijn Volk, Zijn grote publiek, heeft laten zien.
Zo verschijnen begrippen als:
  Hoop, op de plaats, die jij temidden van het Volk bekleed,
  Het Erfdeel, dat ons te wachten staat,
  De Verzoening door Zijn Bloed,
  De Oproep tot verkondiging,- de opwekking het goede te doen en
  De Genadegaven.
Onze Heer en Meester heeft dit juist in dát deel van de Blijde Boodschap gedaan
wat expliciet voor de hedendaagse gelovige is bestemd.
Beginnend bij Mozes was God al 1500 jaar bezig met het op schrift laten stellen van Zijn Woord en helemaal aan het einde is daar Paulus die schrijft dat hij de taak heeft ontvangen:
om het Woord van God te vervullen, namelijk het geheimenisCol.1: 25,26.
En zó is wat op dát moment -‘nog niet’- geopenbaard was – en werd daarom dus juist daarom ‘verborgen’, niet of nauwelijks zichtbaar genoemd.
Paulus heeft ons dit door zijn verkondiging onder de heidenen bekend gemaakt en met compleet nieuwe, niet altijd gemakkelijk te aanvaarden woorden, zoals vandaag.
En dáár zit nu juist het verschil in want Christus heeft ons ‘Zelf’ persoonlijk geroepen:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Daar zit hem het verschil in en tezamen vormen ze een fantastische Blijde Boodschap voor de gelovige, die ervoor zorgt dat je geheel anders in het leven mag staan.

En dáárìn mogen we elkaar erkennen, zeker in de grote en Heilige vasten, we zijn al een week onderweg en hebben onze atletische lichamen gebogen
tijdens de dienst van de Canon van Andreas van Kreta.
Wìj, Orthodoxen zijn op weg gegaan:
door in het Geloof volwassen teworden, en
⤽ wij weigeren door te gaan voor een kind van wereld, maar wij beseffen dat wij liever met het Volk van God ‘het kwaad, het menselijk juk’ verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten; en
♨︎ wij achten de smaad van Christus groter dan de rijkdom van de wereld, want wij houden onze blik gericht op de vergelding’
♨︎ ‘Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth’.

Ja, zo reageren wij wanneer wij zojuist zijn gedoopt /òf in de Orthodoxie aangenomen zijn, maar ‘tonen wij ons dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; en maken wij ons aangezicht ontoon-baar, om ons aan de mensen te vertonen, wanneer wij vasten’?.
Zijn wij beter dàn àl die anderen, die Carnaval hebben gevierd of
mede-navolgers van Christus, die in het geheel niet over vasten spreken.
Ben je jezelf dan wèrkelijk bewust van het idee dat Christus
jou reeds zag onder de vijgenboom?
Ja, ‘wij’, orthodoxen hebben Hem gevonden, van
Wie Mozes in de Wet geschreven heeft en de Profeten,
Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth en
kloppen ons als de huichelaars op de borst,
wij zijn immers ook zondaars onder de mensen, of niet soms?
Wij herkennen Hem als mens onder de mensen en zeggen met Natanaël:
      Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ èn leven ons gezellige orthodoxe leventje verder.
Maar zijn wij dàn wel zó volwassen geworden in het Christelijk Geloof?
Christelijk Geloof, wat is dat eigenlijk?
En Paulus geeft hier in zijn verkondiging aan Hebreeën ook
aan de heidenen opnieuw een profiel aan:
wij, die zo’n grote mensenmassa aan getuigen rondom ons hebben,
  Laten we afleggen alle last en zonde, die ons zo licht in de weg staat;

  Laten we met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
  Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op onze Heer Jezus Christus”.
En Hij gaat nog verder:
Onze Heer Jezus Christus is de Leidsman èn de Voleinder van het Geloof.
Dat onze Verlosser tevens onze Leidsman is, dat is wel te begrijpen,
zeker met de woorden die in de tweede zin volgen.
Onze Heer en Verlossers laat ons zien dat we slechts door lijden tot Heerlijkheid zullen komen, als mensen zullen groeien naar Volwassenheid.
Het lijden in deze wereld zal uiteindelijk niet opwegen aan de Heerlijkheid die we in de ons toekomende tijd, het Hiernamaals zullen ontvangen.
Onze Heer en Verlosser bleef Zijn ogen Zelf immers onafgebroken richten op
het einde van Zijn aardse loopbaan en dat was niet het Kruis, maar dat was Zijn Opstanding en Zijn Hemelvaart.
En alleen op die manier hield de God-mens het Leven vol. 

In die zin is Christus dus onze Leidsman.
En het is goed om dit – eens goed – aan elkaar duidelijk te maken.
Misschien is je leven op dit moment wel heel zwaar en ervaar je heel veel lijden van alle gebrokenheid en strijd, maar besef dàn tevens dat aan het einde van jouw levensweg, jouw loopbaan, er een absolute ver-Heerlijking te wachten staat indien je ondanks al het wereldse lijden volhoudt.
En onze Heer en Leidsman, onze Herder doet het je voor, terwijl Zijn lijden nog veel intenser en dieper ging.
Blijf daarom gefocust op onze Heer en Verlosser en weet dat Hij de enige mens is Die ook de voleinder is van het Geloof.

En daar kun je van alles van proberen te maken, maar het grondwoord laat zich niet veel anders vertalen dan met ‘voltooier‘ of met ‘voleinder‘.
Letterlijk staat er dus dat onze Heer en Meester het Geloof voltooit of voleindigt.
Geloofde onze Heer en Meester dat dan?
Ja, onze Heer en Verlosser geloofde in ieder geval dat Zijn lijden niet het eindpunt was.
Kun je dan zeggen dat Hij Zijn geloof voltooide op het moment dat Hij de hemel binnenging? Ja, zo zou je dat kunnen zeggen.
Maar je kunt ‘Leidsman’ wèl betrekken op onze Heer en Meester als de Leidsman,
maar het woord ‘voleinder’ kun je niet betrekken op Zijn Geloof van HemZelf omdat het bezittelijk voornaamwoord ontbreekt en het over het Geloof gaat.
Onze Heer en Verlosser voltooit dus het Geloof.
Welk Geloof is dat dan?
Gezien het feit dat de brief aan de Hebreeën geschreven is aan de Joden in de verstrooiing die vanuit het Joodse geloof christenen zijn geworden zal dit vooral te maken hebben met het Oud Testamentische Geloof.
Dat wat God zichtbaar had laten worden in de dienst van het offer aan het altaar, dat was zinloos zonder het Geloof in de Messias, Die immers zou komen.
En dat Geloof heeft onze Heer en Verlosser voltooid!
Onze Heer en Verlosser voleindigt het Geloof – door Zijn Eigen offer -, door Zich voor ons op te offeren!
Al die offers van het Oude Testament waren een profetie voor het offer dat ‘Hij’ zou brengen en zoals mensen in het Oude Testament -‘vooruit‘- geloofden voor hetgeen ‘Hij’ zou gaan doen,
zó geloven wij Orthodoxen met de andere navolgers van Christus -‘achteruit‘- naar wat ‘Hij’ heeft gedaan. 

Je zou al die offers van het Oude Testament eens moeten bestuderen om op die manier een beeld te krijgen van het offer van onze Heer en Verlosser!
En dit Geloof in de Messias, hetgeen werd uitgebeeld in die offers, dat heeft de Zoon van God beëindigd en hierom is ‘Hij’ tot ons gekomen, gezonden.
En wij leven door dit feit in de tijden van Verzoening!
Dat is bijzonder! Want God, heeft door Zijn Zoon al dat oude opgelost door
Zelf voor ons‘ te sterven en vervolgens onze menselijke zonde waar de dood op  volgt te overwinnen. Het vormt het omslagpunt in de geschiedenis en God’s Liefde stroomt nu rijkelijk!

En hoe gaan wij nu verder?
Schep in mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een rechte [standvastige] geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en 
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg” Psalm 50[51]: 12,13 vert. ROK ’s-Gravenhage.
Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor het verleden radicaal wordt afgesloten en er geen enkele aanklacht meer overblijft.
David [en wij als deelgenoot aan het menselijk bestaan] is gebroken door zijn zonden en daardoor weet hij wat hij echt nodig heeft, maar tevens weet hij dat God juist een gebroken hart wil aanvaarden, teneinde een nieuw hart te scheppen.
Niet de offers, maar een gebroken hart, dáár kan God pas echt wat mee.
We zijn de zoveelste ‘Tijd met God‘ de veertigdagentijd weer in gegaan en
hoe kun je -hier en nu- wáárachtig anderen om je heen, bv. op het werk van onze Heer en Verlosser wijzen?
Indien je dit van binnenuit, vanuit het hart, jouw tempel en altaar ervaart en
weet dat je hart opnieuw rein is geworden en er geen schaamte meer overblijft.
Eerst dàn ontvang je ‘de Vreugde van het Heil’ opnieuw terug en kun je door je doen en laten vrijmoedig getuigen van ‘onze Heer en Meester en al Zijn werken’.
Laat het, telkens wanneer het verkeerd is gegaan in je leven, jouw persoonlijk gebed zijn dat God een rein hart schept in jou en dat slechts Hij je lippen opent om opnieuw te getuigen van Zijn Heerlijkheid en Glorie.
       Ik weet niet wat er in jouw leven als gelovige wel niet allemaal is misgegaan
en eveneens niet hoe het telkens – net als bij mij – terug blijft komen.
Dat is voor iedereen persoonlijk verschillend en dat doet er ook niet toe.
Maar indien jij met David op deze manier tot God komt, dan zal ‘Hij’ als liefdevolle Vader jouw hart nooit verachten, maar jou in Zijn armen nemen en Zijn Liefde herstellen en jou persoonlijk genezing geven. 
Vervolgens blijft misschien alleen nog de vraag over of als God jou heeft vergeven, jij ook jezelf wilt vergeven en echt opnieuw wilt beginnen.
En ja, sommigen dingen uit het verleden blijven opspelen, zullen je leven lang een rol blijven spelen, sommige verkeerde keuzes hebben immers sporen getrokken, die niet meer uit te wissen zijn, maar weet dan wèl dat het geestelijk anders is, ook als de tegenstrever, de vijand van de mens, je telkenmale probeert met die herinnering ‘klein’ te houden.
David zal ook telkens Bathseba voor ogen hebben gezien en telkenmale beseft hebben dat Uria er niet meer was.
Dat verdwijnt niet, maar hij is ná alles wèl opnieuw gaan leven uit zijn reine, nieuw geschapen hart.
Door het Geloof heeft ook Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
Zo verscheen Mozes met Elias in het Licht van Christus op de berg Thabor, maar daarover volgende week meer.

Apolytikion
tn.2.
    Wij vallen neer voor Uw vlekkeloze icoon, Algoede,
en wij smeken U: vergeef ons onze zonden, Christus God.
In het vlees hebt Gij het Kruis wille bestijgen om
Uw schepselen te ontrukken aan de slavernij van de vijand.
Daarom roepen wij U dankbaar toe:
onze Verlosser, Gij hebt het heelal met Vreugde vervuld,
door de wereld te komen redden”.

Kondakion
tn.8.
    Het onbegrensde Woord van de Vader
werd in het vlees omgrensd, o Moeder God’s,
uit wie Hij dit vlees heeft aangenomen.
De verminkte icoon heeft Hij omgevormd in het oerbeeld en
verbonden meet de Goddelijke Schoonheid.
Omdat wij dit Heil in woord en daad belijden
mogen wij het ook afbeelden op de iconen”.

Orthodoxie & het vasten is al eeuwen lang een zich omkeren naar God

    Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Christus en vroegen:
Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet?
Onze Heer Jezus Christus zei tot hen:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat
de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
” Matth.9: 14-17.

Hallo, allemaal, “ Geeft alle eer aan de Goddelijke Genadegaven, immers als de politiek ons Gerechtigheid dient te verstrekken, dan is Christus zonder enige doel of betekenis voor ons gestorven. Oh jullie dwaze volgelingen van Christus! Wie heeft jullie zo in betovering gebracht, dat jullie andere idolen najagen, terwijl Christus is afgeschilderd als de Gekruisigde?
Alleen dit zouden wij nog via de communicatiemiddelen dienen te vernemen: hebben jullie de Heilige Geest ontvangen via de menselijke wetten of door gehoor te geven aan het Geloof in onze Heer Jezus Christus? Zijn jullie begonnen in de Geest om nu te eindigen in het vlees?
conf.Gal.2:  21-3: 3.

Christus spreekt ons allemaal moed in en Hij is de Énige, Die dit kan dit doen als de Overwinnaar op de zonde en de daaraan verbonden dood. Daarop sprak Hij tot Zijn geliefde volgelingen na Zijn Opstanding:
”     Ik zal altijd met jullie zijn tot het einde van de wereld” Matth. 28: 20.
Er zijn twee woorden, die wij ten alle tijde dienen te onthouden:
‘‘    ‘Vreest niet‘, want Mij is gegeven alle Macht niet alleen in de Hemel maar ook op de aarde” Matth. 28: 18. Wie van ons herinnert zich Iemand, Die dergelijke woorden in dit ondermaanse durfde uit te spreken.
Deze woorden zijn niet gewoon, ze zijn als steunpilaren waar het leven van de hele mensheid om draait: ‘Ik heb de wereld overwonnen, ik zal bij jullie zijn!’.
Luister naar deze woorden en laat ze iedere dag voor jezelf en je kinderen weerklinken. Overschreeuw daarmee het lawaai van de wereld welke je zult ontmoeten, laat deze woorden datgene wat in je hart omgaat in kaart brengen.
Van al je verlangens is dit het grootste verlangen, wat in deze woorden is samengevat.

Christus, Verlosser

⁌   Van Wie zul je meer houden dan van Degene, Die de dood heeft overwonnen, de satan, de zonde?
⁌   Wie anders zou niet bij je zijn op het moment dat je de grens van het leven naar de dood overgaat en Die je na de dood opvangt in het onvoorstelbare – de overwinnaar van alle verdriet, alle angsten en al jouw zwakke punten?
Het duizelt je af en toe in deze wereld, maar duizelen maakt een mens bescheiden. Wie kan zich voorstellen niet aan tijd gebonden te zijn, een oneindig verleden en een oneindige toekomst te hebben.
Maar God? Voor Hem ligt zowel mijn geschiedenis als wat nog komen gaat in het heden.
Stel je een hoge berg [Athos of de Sinaï] voor van waaràf je de bron en de monding in zee van een rivier kunt zien,
haar begin, verloop en einde in één oogopslag.
Zó ziet God ons complete leven voor Zich.
• Christen zijn betekent deze woorden van Christus in je hart bewaren, onze Verlosser voor ogen houden en vervolgens naar deze woorden handelen.
• Christen zijn betekent jezelf door Christus, in Zijn nabijheid  als mede-overwinnaar van het kwaad beschouwen.
➽ Christus, de Overwinnaar, waardoor je jezelf als Zijn volgeling ‘Christen’ mag weten, jezelf door Zijn aanwezigheid als levend & mede-zegevierend  beschouwen, iedere dag, die God je geeft.
➽ Christus, de Overwinnaar, zal met ons zijn in vreugde en lijden, zodat we niet verloren gaan en wanhopen.

>>> Waarachtig Wijze mensen zeggen:
Vanwege het goede wat [door mij, maar eigenlijk zonder mij], bewerkstelligd wordt behoef ik niet trots te zijn en datgene wat ik verkeerd doe in mijn kleinmenselijkheid behoef ik niet te wanhopen”.
Christus is de Overwinnaar, Hij is onze gastheer in elk geluk en onze behoeder voor elk verdriet.
Laat noch jouw passies, noch de mensen om je heen jouw kwetsen. Laten wij het voetvolk onder de soldaten worden van de Onverslagen Generaal, zoals Hij is in Zijn stralend Licht, in Gerechtigheid, in Zuiverheid, in Bescheidenheid en in alomvattende Liefde.
Dit is de betekenis van het christelijk leven ….
Daarom ervaren wij ten aanzien bij elke deemoedige samenkomst:
‘     weest nuchter, sla jezelf niet op de borst, buig jezelf ter aarde en
beschouw jezelf en je huisgezin [jouw omgeving]  als
behorend tot het Volk van God te zijn en
met Christus een gids te worden voor de rest van de wereld, want
Hij zal jullie de weg wijzen. Amen’”<<<.
conf. de H. Nikolai van Zica [Velimirovic – 1880-1956], die
wel de Servische Chrysostomos wordt genoemd.

In iedere geestelijke strijd is het vasten belangrijk, want doordat er
op allerlei terreinen minder wordt geconsumeerd en het lawaai van de wereld,
van het dagelijks leven wordt verminderd,
ontstaat ruimte om te leven.
Vanuit de Blijde Boodschap wordt met het vasten Kracht aangereikt en
in combinatie met het gebed vormt het een machtig wapen voor de gelovige.
Het vasten is vooral in deze tijd van ommekeer noodzakelijk.
Vaak is het bidden alleen niet voldoende, het
dient met vasten gepaard te gaan –
wil je waarachtig diep contact met de Schepper opbouwen.
Onze Heer en Verlosser was Zich er van bewust dat de kinderen God’s het vasten
nodig zouden hebben: “Er zullen echter dagen komen… en dan zullen zij vasten”.
Vasten is het onthouden van spijs [en drank] om jezelf voor God
deemoedig te gaan gedragen en om krachtig te bidden tot God.

Bij het vasten dienen wij met het volgende rekening te houden:
Vasten heeft te maken met deemoed, met verootmoediging.
Het woord vasten betekent onder andere: de ziel aanzetten tot deemoed:
      In de zevende maand op de tiende van de maand
zult gij u verootmoedigen en generlei werk doenLev.16: 29.
Dit verootmoedigen zien wij ook bij koning Achab
[Hebr. אַחְאָב = ‘ broeder van vader’ en z’n vader was Omri Hebr.= ‘ De Heer is mijn leven‘]:
“  Zodra Achab deze woorden hoorde, scheurde hij zijn klederen,
deed een rouwgewaad om zijn lichaam en vastte
1Kon.21: 27.
Deze koning scheurde zijn klederen en trok zich een rouwgewaad aan,
hij nam een deemoedige houding aan, kortom hij vaste.
En het antwoord van de Heer daarop bleef niet uit:
  Toen kwam het woord des Heren tot de Tisbiet Elia:
    Hebt gij gezien, dat Achab zich voor Mij verootmoedigd heeft? Omdat hij zich voor Mij
verootmoedigd heeft, zal ‘
Ik’ het onheil in zijn dagen niet doen komen’1Kon.21: 28-29.

Het vasten
David huilde terwijl hij aan het vasten was. Dit huilen heeft te maken met berouw en verdeemoediging. Verdeemoedigen is het zich vernederen voor het aangezicht van God.
We dienen te erkennen dat wij niets zijn zonder onze Heer; ook wij doen belijdenis van onze schuld en leggen onszelf met geheel ons hebben en houden op het altaar; ook wij buigen voor de Wil van God.
Het is goed dat kinderen Gods zich vernederen voor Gods aangezicht.
Immers iemand, die God wenst te dienen en geen overwinning kan behalen over de zonde, zou op z’n minst dienen te besluiten om te gaan vasten, zich te verdeemoedigen.
Zo iemand, die één of meerdere dagen vast, zal kracht ontvangen in de geestelijke strijd.
De Blijde Boodschap zegt immers: “Vernedert u voor de Heer, en Hij zal u verhogenJac.4: 10.
Verdeemoediging is als het ware het offeren van de persoonlijke wil, hierdoor krijgt het vasten grote waarde.

Het Onthouden
Het vasten is het zich onthouden van spijs om zich te verdeemoedigen voor God.
Eerst het volgende: In het Oude Testament betekent ‘vasten’ het bedekken van de mond.
In het Nieuwe Testament betekent het ‘niet eten’.
Vasten is het zich onthouden van voedsel voor een bepaalde periode.
Het vasten welke wij bedoelen is het zich onthouden van bepaald voedsel op een dag of over een bepaalde periode voor de zaak van de Heer, onze God.
Ons vasten heeft te maken met verdriet en werkelijk verdriet verdrijft het verlangen naar voedsel; immers iemand die de dood betreurt en daardoor veel verdriet heeft, heeft vaak geen eetlust.
Vasten is een opgeven van de geriefelijkheden van het leven, door het voedsel te laten staan; dit  heeft te maken met verdeemoediging.
David zei het aldus: “Mijn knieën zijn verzwakt door het vasten, mijn vlees is vervallen [vermagerd], door onthouding van olie” Psalm 108[109]: 24.
Hij viel ontzettend af, het tekende zijn aangezicht, omdat hij vanwege het vasten geen voedsel tot zich nam.
    Ga heen, vergader al het Volk om je heen die zich in Susan
[Hebr.= “ burgers van de lelie”, de schoonheid van de onschuld, de reinheid en de dood]
bevinden, en vast om mijnentwil: eet noch drinkt drie dagen, zo min des nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten en dan zal ik tot de koning gaan ondanks het verbod; kom ik om, dan kom ik om“ Esther 4:16; “ Veertig dagen werd Christus [eveneens] in de woestijn verzocht door de duivel” Luc.4: 2. Wij zien hieraan dat het vasten te maken heeft met ‘niet’-eten.

De drie manieren om te vasten
1.]. Het vasten zonder voedsel en zonder water.
Dit soort vasten dient u alleen te ondernemen indien u daartoe een duidelijke aanwijzing heeft van God. Mozes was zo iemand die 40 dagen niet at en niet dronk.
    En hij was daar bij de Heer veertig dagen en veertig nachten, brood at hij niet en water dronk hij niet, en Hij schreef op de tafelen de woorden van het Verbond, de Tien WoordenEx.34: 28;
    Toen ik de berg was opgegaan om de stenen tafelen te ontvangen, de tafelen van het Verbond, dat de Heer met u gesloten had, vertoefde ik veertig dagen en veertig nachten op de berg; brood at ik niet en water dronk ik niet; Daarop wierp ik mij voor de Heer neer, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten [brood at ik niet en water dronk ik niet] vanwege heel jullie zondige activiteiten: die jullie deden – hetgeen kwaad is in de ogen des Heren en Hem beledigde [geestelijk pijn deed]. Want ik vreesde de toorn en de grimmigheid, waarmee de Heer tegen u toornig geworden was, zodat Hij u wilde verdelgen. Maar ook ditmaal hoorde de Heer naar mijDeut.9: 9,18,19.
Dit zeggen wij omdat het lichaam niet lang zonder voedsel en water kan. Een menselijk lichaam bestaat voor zo’n 80% uit water. Een mens kan veel langer zonder voedsel dan zonder water. Zonder water kan een mens uitdrogen.
2.]. Een tweede manier is vasten zonder voedsel maar met water.
Dit vasten is het vasten dat het meest plaats vindt onder kinderen, welke God is toegenegen. Zij  onthouden zich van voedsel, maar nemen wel af en toe water tot zich.
3.]. De derde manier is op sobere wijze vasten.
Een voorbeeld van sober vasten vinden wij bij de Profeet, die Beltesassar [ Hebr.= ‘ heer van de schat van iemand die in verlegenheid is‘] genoemd werd:
    In die dagen bracht ik, Daniël [Hebr.= ‘ God is mijn rechter‘], drie volle weken door met rouw bedrijven; Smakelijke spijze at ik niet, vlees noch wijn kwamen in mijn mond en ik zalfde mij in het geheel niet, tot er drie volle weken verlopen waren” Dan.10: 2,3.
Daniël zegt , ‘smakelijke spijze at ik niet’. Er staat dus niet dat hij helemaal niet at.
Hij vastte sober; dit soort vasten is van groot belang voor die gelovigen die lichamelijk niet in staat zijn te vasten zonder voedsel. Op deze wijze kunnen – ook zij – tijd doorbrengen in bidden en vasten. Dit soort vasten wordt aanbevolen voor de volgende gelovigen:
Gelovigen die voor langere tijd [40 dagen] willen vasten en gelovigen die als gevolg van kwalen of zwaar werk lichamelijk niet in staat zijn lang zonder voedsel te blijven.
Hoe iemand ook vast het is van zeer groot belang dat u met name veel bidt.
Sommigen die alle voedsel weigeren bij het vasten, dus die een volkomen vasten hebben, raken soms verzwakt, waardoor zij niet veel kracht hebben om krachtig te bidden.
Ze voelen zich slap en hebben de neiging om veel te slapen of te liggen, waardoor er weinig en niet krachtig gebeden wordt. Voor deze mensen is het misschien aan te bevelen om sober te vasten, waardoor zij meer kracht hebben om ernstig en vaak het aangezicht van de Heer op te gaan zoeken.
Desondanks wordt er toch met enige nadruk door de Kerk vastgehouden aan het feit dat een volkomen vasten – ‘voor hen die hiertoe in staat zijn -, altijd beter is dan sober vasten.

Enkele praktische aanwijzingen
1.]. U kunt bijvoorbeeld vasten van 6.00 tot 18.00 uur.
2.]. Breng dan regelmatig tijd door in gebed.
3.]. Trek u voor gebed terug in uw binnenkamer.
4.]. Lees ook uit de daartoe aangegeven lezingen uit de Blijde Boodschap, houdt u van zingen –  zing of luister dan naar geestelijke liederen en distantieer u van de gewoonte radio en tv aan te zetten.
5.]. Het is heel verstandig om u op uw vastendag niet bezig te houden met alledaagse  beslommeringen. Dit kan voor moeders met jonge kinderen heel moeilijk zijn, maar het is niet onmogelijk.
6.]. Zorg dat uw vasten niet bij velen bekend is, doe het net als de Heer in het verborgene. Het gaat om een zaak tussen u en God. Het is wel verstandig om indien nodig uw huisgenoten op de hoogte te stellen, zodat zij u beter kunnen begrijpen, wanneer u elders [in uw stille hoek] verblijft.
7.]. Vermijd vooral niets-zeggende telefoongesprekken, voer alleen ‘chat’- ‘what’s-up’- gesprekken, die strikt noodzakelijk zijn.
8.]. Drink af te toe wat koud of warm water – thee is niet persé noodzakelijk, zeker de thee-soorten van deze tijd niet, welke met allerlei ‘liflafjes’ [chemisch] op smaak worden gebracht.
9.]. Zorg ervoor dat u ná het vasten niet direct probeert de schade in te halen door heel veel te eten. Dit kan schade brengen aan uw maag. Dit is vooral belangrijk voor degenen die meerdere dagen vasten.

Zelfverloochening
Het vasten heeft naast verootmoediging en onthouding van spijzen, eerst en vooral te maken met zelfverloochening. De Christen die ontrouw wordt aan z’n normale manier van doen en laten wordt minder belangrijk in ‘eigen’ ogen, maar… groeit in Genade en eer aan de Heer.
Zelfverloochening zou de normaals zaak van de wereld voor een Christen dienen te zijn. Het is een navolgen van het voorbeeld van de Heer en dit heeft vooral te maken met discipline:
Niet mijn ik, maar Christus Zelf leeft in mij”, aldus Paulus in Gal.2: 20.
Zelfverloochening heeft te maken met zich opofferen voor de zaak en Naam des Heren.
Iemand die de discipline van de Heer toont is bereid ‘dóór’ te zetten ondanks beledigingen van mensen. Ondanks vernederingen en zaken waardoor de mensen minder-waardig over u gaan denken. Beschouw het als een zegen, dat u beledigd wordt.
Zelfverloochening brengt ook grote zegeningen en rust in
de harten van waarachtige gelovigen en verzekert hen van grote overwinningen.
– Hoe bent u als iemand kwaad van u spreekt? Hoe reageert u daarop?
– Hoe voelt u zich als u iemand excuses moet vragen, terwijl u weet dat de ander een grotere schuld tegenover u heeft?
– Hoe voelt u zich als u de broeder of zuster die u beledigt heeft en u negeert moet liefhebben en aanvaarden zoals deze nu eenmaal is?
– Hoe bent u als iemand uw uitgestoken hand tot verzoening afwijst?
Allemaal zaken die te overwinnen zijn door ‘Zelfverloochening’.
Is zelfverloochening onbekend in uw leven, ga dan vasten en bidden hiervoor.
Het oprechte vasten werkt genezend in zulke gevallen, want vasten, bidden en zelfverloochening gaan samen.

vasten in het nieuwe testament
✥✥✥  ” En terwijl zij nu te Antiochië vastten bij de dienst des Heren, zei de Heilige Geest: ‘     Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan’” Handelingen 13: 2.
Voordat heel belangrijke beslissingen werden genomen, werd er gevast en gebeden. Dit deden zij om de keuze aan de Heer over te laten. Ze kenden de Heer in al hun zaken.
Konden zij niet gewoon volstaan met bidden?
De Kerk neemt aan dat het vasten nodig was omdat bij zulke belangrijke zaken er heel veel strijd is. En geestelijke strijd kunnen wij het best aangaan door bidden en vasten en dat wordt nogal eens vergeten.
Wie bidt en vast :
Roept de hulp en bijstand van de Heer in die weet dat er een zware strijd wordt gevoerd in de hemelse gewesten. Dus dat de tegenstander alles zal doen om het antwoord tegen te houden.
Weet, dat het vasten en bidden een geestelijke aanval is op het rijk des duisternis.
vasten in het oude testament
Een goed voorbeeld hiervan vinden wij in:
✥✥✥     Toen hoorde ik het geluid van zijn woorden, en toen ik het geluid van zijn woorden hoorde, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. En zie, een hand raakte mij aan en deed mij op knieën en handen sidderend oprijzen.
En hij [God’s boodschapper, een engel] zei tot mij: ‘     Daniel, gij zeer beminde man, let op de woorden die ik tot u spreek, en ga rechtop staan, want nu ben Ik tot u gezonden. Toen hij dit tot mij sprak, stond ik bevend op.
En hij zei tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat jij je hart erop gezet had om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.
Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield; en ik ben gekomen om u te verstaan te geven wat uw Volk in het laatst der dagen overkomen zal; want wederom is het een gezicht aangaande de toekomst.
Toen hij op deze wijze met mij sprak, boog ik mijn gelaat ter aarde en was verstomdDan.10:  9-15.
Daniël heeft op deze wijze een belangrijke boodschap over zijn Volk gekregen. Hij ging daarom tot vasten over en de ‘vorst’ van het koninkrijk der Perzen kwam in opstand. Maar door het vasten en bidden overwon “het Licht” van God.
Christus Zelf
✥✥✥       Dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten Matth.17: 21;
met deze woorden maakt onze Heer en Meester ons ‘Zelf’ duidelijk dat het in onze strijd tegen de boze nodig is om te bidden en vasten.
Het vasten geeft bijzondere kracht in de strijd tegen sterke demonen. Daarom is het vasten in de eerste plaats een zaak voor hen die bidden voor de bezetene.
Het vasten geeft bijzondere bijstand van de Heer onze God ‘Zelf’, het is het geestelijk lijntje naar boven welke de geestelijk strijders absoluut nodig hebben.
Dus strijders en dwazen om Christus wil, dienen in die gevallen te vasten en te bidden, want zij zijn geroepen om in de Naam van de Heer boze geesten uit te drijven. Vanzelfsprekend kunnen zij desgewenst ‘de gebondene’ de bezetene, indien hij/zij daartoe ‘open staat’ en daartoe ‘in staat’ is, vragen eveneens te vasten en te bidden.

verkeerd vasten
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat…‘ Matth.6: 16-18.
De Heer toont ons hier dat vasten gebruikt kan worden als een middel om te tonen hoe ‘geestelijk ‘ men wel niet is; een vorm van hoogmoed. Door te vertellen hoe vaak de Farizeeën vastten zochten zij eer bij de mensen en verkondigden in hun hoogmoed:
      Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten…Luc.18: 12-14.
Het is het beste om tijdens uw vasten hier zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan te geven. Het moet u onverschillig laten of anderen op de hoogte zijn van uw vasten. Het gaat om een zaak tussen u en uw Heer en Meester, uw Verlosser.
Breng uw eigen gezin, zoals ik eerder reeds aanhaalde, wel op de hoogte van uw vasten en doe af en toe een duit in het zakje van degenen, die het hard nodig hebben [zorg en bijstand].
Lees vervolgens datgene wat aan uzelf ‘geestelijke bijstand’ verstrekt, waaronder met name:

    Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen. Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verdeemoedigd: dat hij zijn hoofd laat hangen als een bieze [een oeverplant met lange stengels en een gebogen pluim] en zich rouwgewaad en as tot een leger [rustbed] spreidt?
Noemt gij dat een vasten, dat een dag die aan de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid ‘
los’ te maken, de banden van het juk te ‘ontbinden’, verdrukten ‘vrij te laten’ en elk juk te ‘verbreken’?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
{Eerst] Dàn zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de Heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
Als gij dan roept, zal de Heer [u] antwoorden; als gij om hulp roept, zal Hij zeggen: ‘
Hier ben Ik’. Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,
Wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: ‘Hersteller van bressen, Herbouwer van straten’
Isaiah 58: 4-12 en
      Zeg tot al het Volk van het land en tot de priesters [spelleiders en toezichthouders]:
      wanneer gij in de vijfde en zevende maand hebt gevast en geklaagd nu al zeventig jaren lang, hebt gij dan inderdaad voor Mij gevast?
En wanneer gij eet en drinkt, eet en drinkt gij dan niet voor uzelf?
Ging het niet zo met de woorden welke de Heer door de vroegere profeten heeft uitgeroepen, toen Jeruzalem met de steden er rondom heen nog bewoond was en rust had en het Zuiden en de Laagte nog bewoond waren'” [Ook tot Zacharia (Hebr.= ‘de Heer herinnert Zich‘ )is het Woord des Heren gekomen] Zacharia 7: 5-8.
kortom het vasten is een geweldige manier om je voor te bereiden op
verdere geestelijke groei in de Heer.
Als laatste en niet onbelangrijk dit:
Indien je met lichamelijke problemen worstelt of enige medische behandelingen ondergaat, dan is het aan te raden om allereerst met je huisarts in overleg te gaan, voordat je je lichaam en geest aan tekorten blootstelt.
Je kunt voordat je begint te vasten er natuurlijk ook over bidden en
advies vragen van een werkelijk geestelijk volwassen Christen.
Onthoud dat vasten in vele gevallen periodiek en slechts een beperkt aantal dagen lang zou moeten zijn om te voldoen aan een ondervonden gebod tot vasten.
Het is immers belangrijk op te merken dat de Blijde Boodschap gelovigen nooit en te nimmer heeft geboden om strikt te vasten, het is een richtlijn waartoe wordt opgeroepen. De Christen heeft dus de keuzevrijheid om een dergelijke vastenperiode al dan niet in acht te nemen.
Aan de andere kant laat onze Heer en Verlosser ons weten
dat vasten ons goed kan doen, dat het heilzaam en nuttig kan zijn.
Ook hier en nu echter spreekt onze Heer en Verlosser:
  Bekeert u tot Mij met uw gehele hart en met [het] vasten [voor zover u aankunt] en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Heer, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil.
Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de Heer, uw God
” Joël 2: 12-14.
Indien de Kerk de mens van deze tijd wijst op het feit dat deze zich dient te richten op Christus, doet zij dit enkel en alleen opdat dit verandering tot stand kan brengen en het leven voor eenieder op deze aardbol wezenlijke inhoud en onderbouwing kan krijgen.
Dit heeft niets te maken met een experiment of een hypothetische aannames, maar het is de eeuwenlange ervaring die hier telt, die iedereen zal onderkennen, die het heeft  meegemaakt, vermits deze een goed humeur en een open geest bezit.
Laten we daarom het gemeenschappelijk geestelijk pad gaan, welke ons persoonlijk door onze Heer Jezus  Christus wordt aangereikt en die ons zal terugbrengen naar de hemelse gewesten, naar God.

Orthodoxie & de Boetecanon

Jaäcob & Esau, by Rembrandt – wat is je verantwoordelijkheid?; Jaäcob & Esau, by Rembrandt – what is your responsibility?          – de oproep tot catechese op basis van grondbeginselen –

    Maar nu, zo zegt de Heer, uw Schepper, o Jaäcob [Hebr.= ‘hij die de hiel vastgrijpt of onderkruiper’], en [God] uw Formeerder, o Israël [Kerk]:
‘ Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn [kind].
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie; gaan jullie door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en zal de vlam jullie niet verbranden.
       Want Ik, de Heer, ben jullie God, de Heilige van Israël [de Kerk], jullie Verlosser; Ik geef Egypte, Ethiopië en Seba als losgeld in jullie plaats.
       Omdat jullie kostbaar zijn in Mijn ogen en hooggeschat en Ik jullie liefheb, geef Ik mensen voor jullie in de plaats en natiën [de wereld] in ruil voor jullie leven.
       Vrees niet, want Ik ben met jullie; Ik doe jullie nakroost van het oosten komen en vergader jullie van het westen.
Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde van de aarde,
       Ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.
            Doet het Volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren.
            Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën [wereld] hebben zich verzameld. Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zegge: ‘Het is waarheid’.
            Jullie zijn, luidt het Woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat jullie het weten en in Mij gelooft en inziet, dat
– Ik dezelfde ben; vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn
– Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
– Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder jullie; jullie toch zijn Mijn getuigen, luidt het Woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit Mijn hand.
Ik werk, en wie zal het keren?
“ Isaiah 43: 1-13.

H. Andreas van Kreta [fresco]
De Heilige Andreas van Kreta [660-740], werd vanuit zijn dagelijks ascetisch leven tot bisschop gekozen, vanuit die jarenlange levenservaring, die achtergrond als monnik componeerde hij vanuit de Grote Canon, welke in ieder aanvangsperiode van de vastentijd de basis vormt van het Orthodox liturgisch leven.
God sprak tot Abraham en gaf hem de opdracht zijn vertrouwde omgeving te verlaten.
Abraham was gehoorzaam en vertrok “zonder te weten waar hij komen zou”.
En in Geloof ging hij op weg . . . . .
Met de regelmaat van de klok komen wij bekende politici tegen, die in opspraak zijn omdat zij gelogen hebben over weet ik ‘nog’ wàt wèl of niet. Zulke incidenten groeien uit tot een nationale of wereldwijde rel, hetgeen tot in de hoogste [wereldse] regionen tot heftige debatten leidt.
Volgens de regels van het Recht zouden deze politici uit hun functie gezet dienen te worden. Bij minder prominente figuren zou dit geen probleem geweest zijn. Maar bij iemand die wèl èrg ‘bekend is’ en waarbij collega’s over hun lot dienen te beslissen, blijkt dit telkenmale anders te liggen. Uiteindelijk wordt de leugen weggepoetst en mag de bewuste politicus zijn/haar positie behouden; meestal wordt er dan gesproken na afloop en blijkt er geen actieve herinnering meer te zijn.

Echter bij wàt er in de Blijde Boodschap besproken wordt blijkt er weliswaar ‘welzeker‘ sprake te zijn van Memorie, van ‘eeuwige Gedachtenis’ en zal óók de leugenachtige hoge functionaris in het leven van het hiernamaals z’n weg wel vinden.
Nèt zoals het in onze tijd belangrijk voor onze beeldvorming is om te weten òf asielzoekers met een legitieme reden naar ons land komen, is dit ook voor ons van het allerhoogst belang ten aanzien van onze beweegredenen om naar Egypte te trekken en na bezinning weer tot God terug te keren. Wij zullen anders snel geneigd zijn met een [verkeerd] oordeel klaar te staan en in die twijfelachtige hoedanigheid voor God’s troon verschijnen.
De behoefte van de mens om zichzelf en God te leren kennen, maakt het noodzakelijk dat waarachtige doorleefde kennis van God nodig is om tot zelfkennis te komen. Daarom staan wij deze grote vastenperiode stil bij onze eigen persoonlijke beweegredenen om naar Egypte te trekken.

Zo blijkt maar weer dat wàt in de Blijde Boodschap beschreven staat van alle tijden is en er wat betreft het menselijk handelen niets nieuws onder de zon is!
Er is wel een verschil tussen de huidige geschiedenis en die van eeuwen geleden.
Tegenwoordig zijn het mensen die tot een – in hun ogen – rechtvaardige beslissing komen.
In de Blijde Boodschap is het ‘God’, Die – staande boven alle machthebbers en wetten – ingrijpt en recht spreekt.
Hij poetst daarbij de menselijke fout niet weg, maar toont ons ten alle tijden Genade, zo is onze God nu eenmaal.

    Ik, Ik ben het, die jullie overtredingen uitdelg om Mijnentwil en
Ik gedenk jullie zonden niet.
Maak Mij indachtig, laat ons tezamen richten, spreek op, opdat
jullie in het gelijk gesteld mogen worden.
Jullie eerste [voor-]vader heeft al gezondigd en
jullie woordvoerders
[toezichthouders en spelleiders] hebben tegen Mij overtreden;
Daarom ontwijdde Ik oversten van het heiligdom en
gaf Ik Jaäcob prijs aan de ban, Israël
[de Kerk] aan beschimpingen
Isaiah 43: 25-28.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

    Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd:
Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen.
Christus, U hebt mijn geest teruggebracht
Om mij naar uw Vader terug te brengen
conf. Luc.23: 46.

    In het hart van deze aarde is Zijn Schepper gekomen om ons te redden.
Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden; en
direct werd het verloren Paradijs teruggevonden
conf. Luc.23: 43.
    Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping;
Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen uit uw doorstoken zijde
[John.19: 34]
voor mij een Doopbad mogen zijn, een drank van Verlossing.
      Zó gezalfd
[als met Myron] door Uw Woorden van Leven als olie;
en ze als drank te ontvangen, zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die de straal van Uw levende Zijde ontvangt,
dubbele en enige stroom van kennis en vergeving,
beeld van beide Testamenten in één verenigd, het Oude en het Nieuwe
”.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

Het is niet de bedoeling hier de complete tekst van de Boetecanon van deze Heilige asceet Andreas van Kreta voor te schotelen, daar zijn velen mij al in voorgegaan, oa. de tekst van de Grote Canon van Andreas van Kreta is vertaald uit de Griekse grondtekst:
http://www.orthodoxasten.nl/teksten/triodion/2/03wo-eerste-week.pdf en
de daarop volgende weken eveneens op die site.

De slavernij aan de wereld gaat voorbij, maar er breken nog lange jaren van zwerven door de woestijn aan, met veel ontberingen.
Tijdens al die jaren begin je net als het rondom staande God’s-Volk, gelouterd door het harde leven, langzaam maar zeker jouw identiteit te vinden.
Met veel vallen en opstaan wijdt je je met je mede-omstanders toe aan de éne God, alvorens het ‘beloofde land’ te kunnen betreden.
Nu nog ondergaan wij jaren van loutering, van terugkijken naar vroeger en van een soort terugverlangen naar wat eens was: ‘de vleespotten van Egypte’.
⁌ vroeger was immers alles veel beter
⁌ luister maar naar naar je Opa of Oma’.
Jaren van twijfel ook aan de zin van al het zwerven en zelfs van angst voor de ongewisse toekomst.
Het is begrijpelijk dat dit jaren zijn van terugval, van het zekere voor het onzekere willen nemen, van liever de zichtbare rond om ons schreeuwende god aanbidden, dan te moeten leven met de Onzichtbare, Die Zichzelf aan ons als
– ‘Ik zal er zijn’ ≈ ‘bij Mijn wederkomst’ bekend heeft gemaakt.
         Was dat laatste dan een garantie voor een zekere toekomst?
Nee, dat niet, toen niet en nu nog steeds niet.
Het sleutelwoord is en was toen: “Vertrouwen”.
Vertrouwen dat het goed zou komen, dat er een uitweg zou zijn, een begaanbaar pad, leven.
De toekomst was dus afhankelijk van de inzet, de overgave, het vertrouwen van de mensen zelf in de Onzichtbare, Ongenaakbare God.

Mp3: Приими мя пустыня [недоступный] –  Breng me naar binnen, vanuit de woestenij  [Ongenaakbare]

 


Vrije vert, wie het beter kan mag het zeggen:
  Accepteer mij zoals ik ben, in de woestijn, als een moeder, die haar kind,
een rustige en stille boezem aanbiedt.
Zweer niet, bij de wildernis, aanzet en veroorzaker van het kwaad, de ontucht van deze wereld, aantrekkelijke woestijn – vrolijke dwarsligger!
Ik hou meer van je dan van een Koninklijk vooruitzicht en een verheerlijkt vooruitzicht. En trouwens volgens Uw rode druiven, Uw verschillende kleuren,
Uw ademhaling vanuit de lucht van de nederige lieden, voortgebracht als gevolg van de boom, de lichtzinnige tak.
En ik zal zijn als een wild beest, zal samen zingen en als mens rondrennen
En ik zal vele levens zaaien, en zittend, huilend en snikkend, in Uw diepe en wilde ondermaans verblijf:
O Heer en Meester, Koning van koningen, verheug me door aardse zegeningen, 
beroof mij niet van èn de Hemel èn van uw Koninkrijk.
Neem me tot U in de woestijn als een moeder, die haar kind tot zich trekt, neem me stil op tot U stil op aan Uw serene boezem; Ik ben gevlucht voor de hooghartige ontuchtpleger van deze wereld.
Oh, die prachtige wildernis, vol vrolijk eikenhout, ik ben geneigd meer van jou te houden dan een koninklijk onderkomen met vergulde kamers, ik zal me in jouw woestijn aan de prachtige wijnstok met verschillende bloemen optrekken, ademend met wind die om je groene takken slingert.
Ik zal zijn als een wild dier en helemaal alleen rondzwerven, mensen uit de weg gaan en dit leven vol verdriet en zorgen ontwijken, al treurend en berouwvol in je diepe en ontzagwekkende boezem.
Mijn Heer, U hebt mij gezegend met aardse goede dingen, ontneem mij ook niet uw Hemelse Koninkrijk“.

door de woestijn
Het ergste is voorbij, zeiden we tegen elkaar. De vrijheid danst in ons om. De toekomst lonkt.
Hier staan we met onze nieuw verworven vrijheid, ons goed fatsoen en een plotselinge duizeling: ‘ Lang en leeg strekt zij zich voor ons uit, de woestijn een eindeloos royaal gebaar.
De tocht kan beginnen.
We lopen en lopen en tellen de dagen, de jaren.
Veertig, tachtig voor de sterken of toch steeds maar meer ? De tijd die het kost om er doorheen te gaan.
Het lijkt of de tijd verdwijnt, we raken de tel kwijt. Bij zoveel stilte, bij zoveel niets.
De woestijn zwijgt oorverdovend. We zijn er alleen nog maar zelf.
Angst schreeuwt. Heimwee trekt. Honger en dorst kwellen ons. Ik roep tot de
Ene. De steppe zou toch bloeien?
Het zou mij toch aan niets ontbreken?
Soms klinkt er zacht een lied op. In een van ons.
Een nieuw lied voor de Ene. Niet eerder gehoord.
Mijn lied voor de Ene. Zijn lied in mij.
Dan weer is het stil en is er enkel de gang van onze voeten.
Ik neig mijn oor om Zijn stem op te vangen.
Een teken van leven.
Els de Clercq

Christian Baptism, the most important Mystery of the Supreme Being !

Er wordt tegenwoordig een soort geboorte-knip gezet tussen het ‘waarachtige leven’ en spiritualiteit. Ik zie mensen om mij heen die zich helemaal uit de naad werken en maar voortdurend op hun smart-phones zitten te spelen.
Zij trekken zich vervolgens een dag in de week, òf twee weken per jaar terug en
gaan dan vervolgens van alles aan zingeving doen.
Alsof er bovenop ‘het leven’ af en toe een toefje slagroom moet komen met wat spiritualiteit. Terwijl ik denk dat je spiritualiteit en zingeving behoort te beleven opgenomen in het echte leven.
Dat spiritualiteit ook die glimlach is, die je bij een onbekende op het gezicht tovert na een kort gesprekje – misschien heb je zijn/haar dag wel ontzettend goed gemaakt.
Maar wat is er dan mis mee dat mensen behoefte hebben aan dat toefje slagroom?
‘Er bestaat tegenwoordig een soort spiritualiteit waarin je als een speer omhoog gaat, omdat je na jaren oefenen goed bent geworden vanwege een bepaalde meditatie-oefening, òf een bepaalde kennis hebt vergaard.
Slechts persoonlijke ontwikkeling vanwege de ontwikkeling, alsof het om het presteren òf om een topsport gaat.
Je denkt: ‘Nu ben ik toch al een heel eind opgestegen uit de waan van de dag. Wat ben ik eventjes goed bezig’. Dat is ontzettend ‘ik’-gericht.
Indien de schepping en haar voortbestaan jou werkelijk interesseert, heb je aandacht voor de mensen en dingen om je heen.
Niet om er zèlf iets mee te winnen, maar omdat je de wereld en haar voortbestaan om je heen zo ontzettend belangrijk vindt.
Waarom zou ook spiritualiteit iets dienen ‘op te leveren?’;
de economische term alleen al …
      In propaganda die je hierover tegenkomt zou je  mensen die
op deze manier naar zingeving zoeken ‘misdadig’ en ‘lege zielen’ kunnen noemen.
Dat is best pittig?
        We hebben steeds meer aandacht voor onze eigen kwetsbaarheid en dat is best goed. Maar parallel daaraan kun je een soort onverschilligheid-tot- op- het-bot waarnemen.
Zo van ‘elke crisis is een kans’ èn ‘op lijden, verdriet en pijn’ plakken we gewoon
een bijpassende pleister met een nieuw boek of [meditatie-]cursus.
Sommige mensen zeggen rustig tegen iedereen met tegenslag:
dan had je maar positiever moeten denken’.
Of ze zíen het lijden gewoon niet meer, veel te ingrijpend en lastig te verhapstukken.
Maar je kunt zoiets niet zeggen tegen vluchtelingen uit Syrië in een Turks of Grieks kamp die ook nog de kans lopen in de hens te vliegen [plastic tenten].
Dat is meedogenloos, maar zelfs dàt ervaart het gros van de mensen
tegenwoordig nauwelijks meer. Met hun zógenáámde kennis en spiritualiteit zien ze de wereld om zich heen niet meer.
Waar denkt u dat dit onvermogen en de honger naar de ‘ik-spiritualiteit’ vandaan komen?
We worden tegenwoordig overvoerd met nieuws en berichtgeving.
We weten alles van elke plek op de wereld.
Terwijl we tot voor kort een krant en het avondjournaal hadden en misschien daarna uit verveling maar naar een in slaap sussende talkshow keken.
Tegenwoordig komt er elk moment zoveel op ons af en we zijn oh zo bang om maar iets van ‘het nieuws’ te missen.
Wie weet wat wij tijdens het lezen van dit stuk wel niet missen, omdat we immers niet op onze telefoons kijken? In die overvloed van informatie voelen we ons heel klein èn nietig èn machteloos.
Die verlamming is in de geschiedenis misschien nog nooit zo groot geweest.
Mensen hebben nergens meer houvast aan en zoeken dat vervolgens buiten zichzelf.

En dàn? Dàn wordt het even stil en . . . . . wordt er naar woorden gezocht
‘Het . . . . . zou kunnen . . . . . dat wij in het westen misschien niet meer
aan de eindigheid van het leven durven te denken.
Er lijkt zo’n tendens te zijn van: even op je kiezen bijten, maar daarna wordt het wel beter. Terwijl ik denk dat een sterk bewustzijn dat dingen afbreekt en er iets nieuws voor in de plaats brengt, heel waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld het besef dat er ooit een moment kan komen waarop je geliefde je levensgezel er niet meer zal zijn.
Is aandacht voor de opbouw van een spiritueel leven hetzelfde als hard werken aan innerlijke groei door het volgen van cursussen en meditatie?
Òf betekent het gewoon een aandachtig bestaan leiden?

De Antiocheens Orthodoxe Kerk denkt dat laatste en vindt het nogal zorgelijk dat niet iedereen dàt inziet, zelfs in de Kerk niet.

Hoe laat ik mij zien aan die ene persoon, die als minderbedeeld wordt omschreven? Hoe geef ik zijn of haar leven waarde, ondanks het feit dat ik mijzelf erger aan de omstandigheden [in de Kerk]?
Doordat we ons zo goed willen voelen in een ‘eeuwige hier en nu’, verdwijnen
die vragen naar de achtergrond.
Eeuwig hier en nu…?
Ja, dat maakt alles van waarde relatief.
Stilte.
Hoe kunnen we dàn uit dat ‘eeuwige hier en nu’ komen?
Door géén cursussen te volgen om nog beter in het hier en nu te leven, maar gewoon te leven. Door te zoeken naar kwaliteit van leven, in plaats van naar kwantiteit van kennis en spirituele technieken.
Veel mensen kunnen, wanneer het echt slecht gaat en ze door het oog van de naald moeten, tóch die vragen stellen.
Die vragen: ‘Hoe kan ik dàn nog mens zijn?’;
Hoe kan ik dàn nog waardig leven?’.
Het gaat niet om het zoeken naar een uitweg, maar om wat je doet als alle ballast van je afvalt.
Sommige Syrische vluchtelingen die ik in deze gemeenschap heb ontmoet, kunnen in hun warmte en zorg voor een ander ‘groots’ zijn.  Ze zijn gebroken, al jaren eerder door het regime van Assad en de bombardementen van oost en west, ze weten maar al te goed dat hun littekens ‘nooit’ zullen verdwijnen. Peptalk, die nergens op gebaseerd is, is aan hen niet besteed.
Ze hebben oog in oog gestaan met het dieptepunt van menselijkheid; er is al zoveel verloren, dus geven ze de rest ook maar weg.
Met de moed, niet die van de wanhoop, maar van de hoop op God.
Niet eens voor henzelf, maar voor toekomstige generaties, ja, hier in en aan de Lage Landen, aan jullie aanmatigend optreden. Ook al hebben ze zelf geen cent te makken, want ook als ze al gekwalificeerd werk verkrijgen geven we ze niet meer dan het minimum loon.

Wij dienen tot onze beschaming te bekennen dat wij in ons leven soms wel bezwijken voor de verleidingen van macht, van overheersing over andere bevolkingsgroepen, van het grote geld.
Durven we ons daarvan lòs te maken, en wat zou ons dat dàn wèl niet gaan kosten, zeg?
Wie kan ons daarbij helpen, of beter gezegd: op Wie durven wij dàn te vertrouwen? Op God, zal Die dàn nog luisteren?
Zo zijn er gebeurtenissen in ons leven waarover we geen zeggenschap hebben en die we niet los kunnen laten, omdat ze ons gewoonweg overkomen. Dan kun je jezelf de vraag stellen:
“ . . . . . Welke woestijnervaring heb ik in mijn leven te verwerken gekregen?
En niet alleen door verleidingen, maar ook door ervaringen van verlies,
van tekort, van geen perspectief meer hebben?
”.
Wat gebeurt er met je als je je vertrouwde omgeving zult dienen te verlaten en
naar een verzorgingshuis zult moeten gaan, omdat je niet meer voor jezelf kunt zorgen, omdat je het gewoon niet meer weet en niemand meer herkent?
Hoe is dat voor je partner, als hij of zij nog in leven is en jij op dat moment van vertrek uit dit leven veel zorgtaken zult moeten loslaten? Wat maakt dat je het leven toch volhoudt? Voor wie doe je dat?
Door het met name in deze tijd de ‘Blijde Boodschap’ te bestuderen kunnen wij
gesterkt worden in het vermoeden dat de ervaring van  ‘in de woestijn zijn’ ons leven niet eindeloos hoeft te bepalen.
Geen tunnel is zo lang of er komt wel een einde aan, door een moment van Licht, van vooruitzicht. Het leven blijkt toch verder te kunnen gaan, ànders, met breuken en barsten, maar desondanks: vèrder.
    Want Mijn Gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn Wegen luidt het woord des Heren.
Want zoals de Hemelen hoger zijn dan de aarde,
zo zijn Mijn Wegen hoger dan uw wegen en
Mijn Gedachten dan uw gedachten.
     Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door en door  evochtigt het eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter.
     Alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend”. Isaiah 55: 8-11.