Orthodoxie & de Wereldwijd opkomende chaos

    Doch jullie, ziet [toch] toe op uzelf.
Zij zullen u overleveren aan gerechtshoven, en in synagogen zult jullie gegeseld worden en voor stadhouders en koningen zullen jullie gesteld worden om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen.
       En aan alle volkeren dient eerst het Evangelie gepredikt te worden.
       En wanneer zij jullie wegvoeren om jullie over te leveren, weest dan niet van tevoren bezorgd wat je zeggen moet, maar zegt wat je in die ure gegeven wordt; want jullie zijn het niet, die spreken, maar de Heilige Geest.
       En een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
       En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam.
Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden
Marc.13: 9-13.

    Dit dienen jullie vooral te weten, dat geen Profetie van de Heilige Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is Profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van God’s-wege gesproken.
Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht 
heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend.
       En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet.
       Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht; en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven, maar de rechtvaardige Lot, die zwaar te lijden had onder de losbandige wandel dier zedelozen, heeft behouden
➻ want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel 
gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken
➻ dan weet de Heer de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen en de onrechtvaardigen te bewaren om hen op de dag van het oordeel te straffen
2Petr.1: 20,21; 2: 1-9, lezingen maandag 18 febr. 2019.

De schijnwereld, die wij om ons heen opgebouwd hebben en waar wij allen deel van uitmaken, hoe hier van los te komen?
      Hoor dan, Israël [Kerk] en onderhoud naarstig al God’s inzettingen en geboden, opdat het u wèl zal gaan, en opdat jullie zeer talrijk zal worden, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig.
       Hoor, Israël [Kerk]: ‘de Heer is onze God; de Heer is een!’.
Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaatDeut.6: 3-7.

Zo innig heeft onze Heer, Jezus Christus gebeden met de woorden van de Psalmen:

Christus, slechts in Hem behoud je de rust en de vrede

    De Heer is mijn Licht en mijn Heiland, wie zou ik vrezen?; de Heer beschermt mijn Leven, voor wie zou ik nog angst hebben? Al komen boosdoeners op mij af om mijn vlees te verslinden, mijn vijanden, die mij verdrukken worden zwak en komen ten valPsalm 26[27]: 1,2 en
Red mij, Heer, er is geen heilige meer: de Waarheid wordt zeldzaam onder de kinderen der mensen.
Ieder spreekt leugen tegen zijn naaste, hun lippen zijn vals; zij spreken kwaad in hun hart.
Laat de Heer alle bedrieglijke lippen verdelgen en de groot sprekende tong.
Die zeggen. Wij zullen onze tong verheffen, onze lippen behoren ons toe,
wie is Heer over ons ?
Maar nu sta Ik op, zegt de Heer; om de nood van de armen, om
het zuchten van de lijdenden.
Ik zal hen in veiligheid brengen, Ik zal vrijmoedig met hen spreken.
De woorden des Heren zijn vlekkeloos:
zilver, in vuur gegloeid, in aarde beproefd, zevenvoudig gelouterd.
Gij, o Heer, bewaar en behoed ons tegen dit geslacht, tot in alle eeuwigheid.
De goddelozen omringen ons, maar in Uw verhevenheid
slaat Gij acht op de kinderen der mensen

Psalm 11[12] vert. ROK ’s-Gravenhage

De Blijde Boodschap verhaalt ons van een klein Volk, dat bedreigd werd door vreemde legioenen.
En de verleider/tegenstrever zei:
• – Jullie zijn ‘een braaf en vreedzaam Volk‘, dat God’s gunst geniet, dat zelfs de stenen broden worden, geef maar toe, geef maar toe en jullie zullen zien, dat de stenen broden worden -.
  En dat kleine Volk luisterde naar die verleidelijke stem — – — en kreeg het goed, het kwam tot welstand, de stenen werden werkelijk brood.
Maar onze Heer en Verlosser, Zoon van de levende God zei: “ Er staat geschreven:
Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle Woord, dat God’s mond uitgaatMatth.4: 4.
  En dat kleine Volk leefde — – — en toch leefde het eigenlijk niet. Er was genoeg, ja, overvloedig brood en ook God’s Woord was er in ruime mate aanwezig; en men at zich oververzadigd dik aan het brood, maar liet God’s Woord onaangeroerd staan. Daarom ging en gaat de ziel dood, je zou er ont-moedigd van worden.
  Want juist dáár ligt het grote verschil: tussen hen die aan het brood alleen geloven en hen, die tegelijkertijd aan het Woord van God geloven. De Zoon van de levende God weet de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen.
• We leven echter in een wereld, die tegen zichzelf verdeeld is. Daar ontmoeten wij de overheersing door boze geesten, zodat de kreten van de lijdenden en verminkten en het zwijgen van de doden jaren lang naar de Hemel opstijgen. Telkenmale wordt daarop gepropageerd: ‘nooit meer oorlog!’ – ‘nooit meer onenigheid‘ – ‘nooit meer onrecht‘.
En toen de onreine geest/ de verleider, de tegenstrever naar zijn huis terugkeerde, vond hij het geveegd en op orde. Dan gaat hij heen en neemt met zich zeven andere geesten, nog bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar en het wordt in die wereld tenslotte nog erger dan aan het begin.
  En vervolgens zeggen de afvalligen: daar zie je dus het faillissement van het Christendom. En het enige wat je dan kunt zeggen: “Wàt heb je er zelf aan gedaan om dat faillissement te voorkomen?”.
  Het Christendom is ‘niet‘ failliet gegaan, omdat het immers nog helemaal ‘niet‘ tot stand is gebracht. De God van de Christenen is immers geen heerser met onbeperkte macht, geen dictator. Hij voert het Christendom niet met geweld in, legt Zijn Volk geen voldongen feiten op.

Geduld – uithoudingsvermogen; Patience – endurance; υπομονή – αντοχή.

We merken maar al te vaak dat we dienen te wachten. We wachten op mensen, vliegtuigen, eten en antwoorden op onze gebeden. We wachten op bijna alles. Maar we wachten niet altijd geduldig.
Wachten is overal in de Blijde Boodschap een gewoon woord, maar ‘geduld‘, dat kom je minder vaak tegen.
Dàt is nu juist het Mysterie van ons Geloof;
Dàt is nu juist het ongerijmde en essentiële van het Christelijk Geloof,
Dàt het Woord vlees werd, zoals
Johannes de Theoloog het uitdrukt:
    Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Doch allen, die Hem [werkelijk] hebben aangenomen, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hun, die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een mens, doch uit God zijn geborenJohn.1: 10-13.
En de grote Apostel zegt daarover:
    Laat die gezindheid [ook] bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het KruisPhil.2: 5-8.

Christus staat aan de deur en klopt

                                      Christendom, dat is de Almachtige God, Die tot de zwakke mens komt, Die aan de deur van ons hart klopt en hem vraagt: ‘Wilt jij Mij ontvangen?
En wanneer de mens zich afwendt, kan de Almachtige daar niets tegen doen. Dat is de ergerlijke immorele dwaasheid, die het Christendom de diepte-levenswijsheid noemt.
En juist daarom zijn wij Christenen de Joden een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid.

En ondanks alle ellende hebben we nog steeds niets geleerd; God is telkenmale tegemoet gekomen om de westerse mens Zijn diensten aan te bieden.
Hebben wij daarop God in dienst genomen en Hem tot het hoogst nastrevenswaardig verheven?
Ja, wij hebben kerken gebouwd en hebben de spelleiders een salaris gegeven, bepaalde Christelijke nominatie’s in sommige landen werden zelfs van staatssubsidie voorzien. Maar dat alles is allemaal wèl beschouwd zo onbelangrijk als het maar zijn kan.
Het is alsof je een knechtje in dienst neemt, maar hem niet op jouw boerderij toelaat. Wat voor zin heeft het om hem in ‘Zijn Dienst’ te negenen Hem z’n loon te betalen, indien Hij rustig thuis mag blijven bij Zijn Vader [en Moeder], en niet bij je op de binnenplaats mag komen om dáár nog wat uit te richten? Neen, eigenwijs als wij mensen zij – willen wij het allemaal ‘zelf’ en alleen doen.
Dáár hebben we de gevolgen van de zonden van de toezichthouders:
⁌  Zij mengen zich onder de groten der aarde, wensen gevleid te worden en bemind door het rond omstaande volk.
⁌  Zij bevestigen hiermee het bestaan van de wereld, geven zich over aan de geest van de leugen en het bedrog.
➻  Indien zij hun leer der waarschijnlijkheid niet vaarwel zeggen, zijn hun goede stelregels evenmin heilig als hun slechte, want zij zijn ‘gegrond‘ op het menselijk gezag; en als zij dus rechtvaardiger zijn, zullen zij ‘redelijker‘ wezen, maar niet ‘heiliger‘, niet ‘spiritueler‘.
Wanneer hetgeen u verkondigd wordt, niet dient om u voor te lichten, zal het dienstig zijn voor het steeds kleiner wordend Volk. En als deze zwijgen zullen de stenen spreken. Het zwijgen is de grote vervolging: ‘nimmer hebben Profeten, Martelaren en Heiligen gezwegen‘.
Het is waar dat er een roeping nodig is, dàt wordt echt niet ontkend, maar van de besluiten van de hogere niveaus behoeft men niet te vernemen òf men geroepen is, maar alleen van de noodzakelijkheid om ‘te spreken‘, ‘de Waarheid te verkondigen‘.
En alleen omdat de hogere heren gesproken hebben en men denkt, dat het de waarheid veroordeeld heeft nadat ‘zij’ het geschreven hebben; en dat de heilige boeken die het tegenovergestelde gezegd hebben, in de ban zijn gedaan, dient men des te luider te roepen, naar de mate men des te onrechtvaardiger is veroordeeld, en naarmate men des te geweldiger het Woord wil onderdrukken, totdat er een ‘waarachtige‘ Oppertoezichthouder [‘onze Heer en Verlosser’] komt, Die de beide partijen hoort en Die de oudheid raadpleegt om Goddelijke Recht te doen. De goede oppertoezichthouders zullen de Kerk dan vervolgens in grote chaos vinden.

Maar we blijven allemaal zo graag in onze veilige ‘comfort zone‘ zitten; het zijn onze vastgeroeste patronen, te grote of te kleine ego’s, schaamte en/of de angst voor verwijten en afkeuring, die deze faal-paradox in stand houden.

Ik vreesde dat ik slecht had geschreven, daar ik mij veroordeeld zag, ja zelfs bedreigd, doch het voorbeeld van vrome geschriften en de Oecumenische Pan-Orthodoxe congressen doen mij het tegendeel geloven.
God heeft geen behoefte aan religieuze woorden, Hij verlangt in nederigheid aangeboden liefdevolle daden.
Het is niet meer geoorloofd te schrijven als iemand, die oprecht z’n weg zoekt, zo bedorven of onwetend zijn zij, bereid door ‘indringende aanwezigheid’ het ‘eigen’ standpunt dóór te drukken, te verkondigen en de Waarheid te vertroebelen.
Weet wèl dat dit soort toezichthouders door de hogere leiding zijn gerekruteerd, om slechts, de éénzijdige waarheid te verkondigen; het éne standpunt wordt gefinancierd door een westerse mogendheid de ander door de opponent. Doch het Volk zal het een zorg zijn òf het autofecaal door een oppertoezichthouder of toezichthouder bestuurd wordt of niet, Christus is immers “Één en Heilig tot Heerlijkheid van God de Vader” – Hij is het hoofd van de Kerk.
       Ik vrees daarom ‘niets meer‘, want Geloof is de enige vaste grond van de dingen die men hoopt en ik geloof in Christus.
  Laten de nederigen die de Heer gehoorzamen, Hem daarom om redding smeken. Wees nederig en rechtvaardig. Misschien zal de Heer jullie dàn op die dag sparenSefanja 2: 3.
Het is immers beter aan God dan aan de mensen te gehoorzamen;
  Wie zal u kwaad doen, als jij jezelf beijvert voor het goede?1Petr.3: 13;
  Indien de rechtvaardige ternauwernood behouden wordt, waar zal dan de goddeloze en zondaar verschijnen? Laten derhalve ook zij, die naar de Wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende1Petr.4: 18,19.
        Ergens oprecht in geloven gebeurt niet zomaar; daar dient iemand op gewezen te worden, mee opgevoed te worden òf iemand dient zelf – in alle vrijheid – op zoek te gaan naar  de troost die het Geloof een mens kan bieden.
Wat iemand wèl of niet gelooft, daar is hij nog altijd vrij in en
==>> – ‘God’ zal een oprecht zoeker altijd op de goede weg leiden.

Geloof heeft dus te maken met twee eeuwige, onzichtbare realiteiten: ‘God Zelf en Zijn Woord’. De Blijde Boodschap is dan ook altijd uitsluitend gericht op deze twee werkelijkheden: “God en Zijn Woord”.
In gewone spreek­taal gebruiken we het woord geloof natuurlijk ook in ander verband. We hebben het bijvoorbeeld over ‘geloven wat er in de krant staat’ òf ‘geloof hebben in een medicijn’, of het geloof in de een of andere politieke leider.
Maar op die manier wordt het woord ‘Geloof’ in de Jood’s, Christelijke religie niet gebruikt.
In de Blijde Boodschap heeft Geloof uitsluitend en alleen betrekking op twee realiteiten die we niet met onze natuurlijke ogen kunnen zien: ‘allereerst op God, en ten tweede op Gods Woord’.
Laat je derhalve je Geloof -‘voortleven’- vanuit die Waarheid en laat je door niemand beperken tot de zichtbare dingen, de buitenkant. 

Wanneer je iemand in vertrouwen nadert, ontdooit deze, ontplooit hij/zij zich. Hoop en vertrouwen liggen immers dicht bij elkaar. Veel mensen hebben het vertrouwen en de hoop verloren en zijn daarom depressief, ze voelen zich compleet ontmoedigd. Dat is de ziekte van onze tijd en dat los je niet op door congressen en ingewikkelde Cypriotische bijeenkomsten te organiseren.
Het blijkt dat er tòch geen overeenstemming is te verkrijgen, de neuzen staan niet meer dezelfde kant op, de Waarheid wordt vertroebeld.
De enige, die daar toe in staat is is onze Heer en Verlosser en dat zal waarschijnlijk tot het einde der tijden duren.
Wat wèl gebeurt wanneer je in deze chaos zit en dat ervaren de gewone mensen; dat is dat God je hoe dan ook een knipoog geeft, als een glimlach vanuit Zijn Koninkrijk. Maar daarvoor is er veel vertrouwen nodig, vertrouwen in jezelf, in de ander en in Die geheel Andere!
In deze tijd van een ‘over’-aanbod aan keuze is Trouw aan Zijn Koninkrijk een moedige daad teneinde te overleven.
–    “     God laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit een enkele het gehele menselijke 
geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van onsHand.17: 25-27.
–    “     Wij dienen te roemen in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de Liefde van Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorvenRom.5: 3-6.