Orthodoxie & niet vèr verwijderd van het Koninkrijk van God

    En een van de schriftgeleerden, tot Hem komende, hoorde, dat zij met elkander redetwistten, en overtuigd, dat Hij hun goed geantwoord had, vroeg hij Hem:
      Welk gebod is het eerste van alle?
Jezus antwoordde:
      ‘Het eerste is: Hoor, Israël, de Heer, onze God, de Heer is een, en jullie zullen de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht.
      Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod groter dan deze, bestaat niet’.
En de schriftgeleerde zei tot Hem:
     ‘ Inderdaad, Meester, naar Waarheid hebt Gij gezegd, dat Hij één is en dat er geen ander is dan Hij. En Hem lief te hebben uit geheel het hart en uit geheel het verstand en uit geheel de kracht, en de naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers’.
      En Jezus, ziende, dat hij verstandig geantwoord had, zei tot hem:
‘Gij zijt niet ver [verwijderd] van het Koninkrijk Gods’.
En niemand durfde Hem meer iets vragen.
      En Jezus antwoordde bij zijn onderwijs in de Tempel en zei:
‘  Hoe zeggen de schriftgeleerden, dat de Christus een zoon van David is?
            David zelf heeft door de Heilige Geest gezegd:
              De Heer heeft gezegd tot Mijn Heer:
              Zet U aan mijn rechterhand, totdat
              Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb’.
David zelf noemt Hem Heer, en hoe kan Hij dan Zijn Zoon zijn?’.
En het merendeel van de schare hoorde Hem graag
[was op Hem gesteld]“
Marc.12: 28-37 [lezingen van woensdag 13 februari 2019].

    Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moeten ook jullie je wapenen met dezelfde gedachte, dat, wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de Wil van God de tijd die nog rest in het vlees, te leven.
      Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen van de wil van de heidenen [de wereld], toen jullie wandelden in allerlei losbandigheid, begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.
Daarom bevreemdt het hen, dat gij u niet met hen stort in diezelfde poel van liederlijkheid, en zij belasteren u; maar zij zullen daarvan rekenschap moeten geven aan Hem, Die gereed staat om levenden en doden te oordelen.
Want daartoe is ook aan doden het Evangelie gebracht, opdat zij wel, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.
      Het einde van alle dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat jullie kunnen bidden.
      Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de Liefde bedekt tal van zonden.
      Weest gastvrij jegens elkander, zonder morren.
      Dient elkander, een ieder naar de Genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei Genade van God.
      Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God;
     dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat
in alles God verheerlijkt zal worden door Jezus Christus,
aan Wie de Heerlijkheid is en de Kracht, in alle eeuwigheid! Amen
1Petr.4: 1-11.

  Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.
Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staan. Dat allen beschaamd worden, die tevergeefs ongerechtigheid doen.
Heer, doe mij Uw wegen kennen, en leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid, en onderricht mij, want Gij zijt God, mijn verlosser, die ik heel de dag verbeid.
Heer, gedenk Uw Ontferming en Uw Barmhartigheid, Die immers van eeuwigheid zijn. Mijn jeugdzonden en mijn onwetendheid, gedenk die niet meer. Maar denk aan mij volgens Uw barmhartigheid, omwille van Uw goedheid, o Heer.
Heilig en gerecht is de Heer, daarom geeft Hij de Wet aan de zondaars op hun weg. Hij leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen.
Alle wegen van de Heer zijn Ontferming en Waarheid, voor wie streven naar Zijn Verbond en Zijn Getuigenissen.
Omwille van Uw Naam, Heer, vergeef mij mijn zonde, hoe talrijk deze ook is.
Wie is de mens die de Heer vreest? Hij geeft hen de Wet op de weg die hij gaat.
Zijn ziel zal rusten temidden van het goede: zijn zaad zal de aarde erven.
De Heer is de sterkte van hen die Hem vrezen: Hij zal hun Zijn Verbond openbaren. Mijn ogen richt ik steeds op de Heer, want Hij bevrijdt mijn voeten uit de strik. Zie neer op mij en ontferm U over mij, want ik sta alleen en ben arm.
De beproevingen van mijn hart zijn talrijk geworden, bevrijd mij uit de benauwing. Zie mijn vernedering en mijn moeiten; vergeef al mijn zonden.
Zie mijn vijanden, hoe talrijk zij zijn, hoe zij mij haten met onrechtvaardige haat.
Behoed mijn ziel en bevrijd mij, laat niet beschaamd staan omdat ik op U vertrouw.
Heer, onschuldigen en gerechten hangen mij aan, omdat ik U verwacht.
O God, bevrijd Israël uit al zijn beproevingenPsalm 24[25] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Wat kan ik aan bovenstaande worden eigenlijk nog toevoegen wanneer ik u vertel van al die Navolgers van Christus: Heiligen, Martelaren en degenen, die in volle oprechtheid de Pedagogie van Christus , de Zoon van de levende God, over de wereld hebben verkondigt.
Er staat immers in woorden datgene weergegeven wat reeds in twee tafelen op de Sinaï-berg stond vermeld: ”  Heb de Heer uw God Lief en uw naasten als uzelf“.
Het lijkt zo eenvoudig, maar wij laten nèt als de mensen in Christus tijd, ons Heil door de vingers glippen en vallen telkenmale opnieuw ten prooi aan de geneugten van deze wereld. Wij wandelen nog steeds in allerlei losbandigheid, begeerten, dronken-schap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.

Het gekke is dat het ook de wereld zal bevreemden, wanneer jullie jezelf niet met hen zal storten in diezelfde poel van liederlijkheid, en omdat jullie hen volgt belasteren zij ons christenen, dat wij -‘in het geheel niet afwijken van hun gedrag‘-. Maar ook zij zullen daarvan rekenschap dienen te geven aan Hem, Die gereed staat om levenden en doden te oordelen.

Maar laat je hierbij niet verontrusten want uit de praktijk van het strafrecht weten we dat straf nimmer genoeg is voor verzoening. Straffen zijn nodig voor het handhaven van de rechtsorde, die je op kunt pakken [kunt zien] als menselijke vertaling van God’s Rechtsorde.
Veel spelleiders en toezichthouders hebben ons in het verleden wijs gemaakt, dat God eveneens langs die weg straft. 
Zij spinnen en sponnen waarschijnlijk goed garen bij zulk een verkondiging, maar zoals zo dikwijls ligt ook hier de Waarheid in het midden: “God is geen straffende God, geen boeman!”.
Laat je alsjeblieft door niemand zoiets wijsmaken: “|  Onze God is een Barmhartige God en Zijn Barmhartigheid kent geen grenzen  |”.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat  God langs de weg van het wereldse beeld straft: via gezagsdragers van een ‘rechtvaardige overheid’, die als enige [de eerste onder gelijken] zich het recht heeft toebedeeld een zekere mate van geweld uit te oefenen bij het straffen van daders; maar voor verzoening tussen dader en slachtoffer is veel méér nodig.
Zo is het ook gesteld bij de verhouding tussen God en mens.
De straffende gevolgen van de zonde maken ons nog geen ‘beter’, d.w.z. heel mens, naar de gelijkenis van onze Heer en Zaligmaker.
Zwaarder straffen heeft dan ook geen zin; een plaatsvervangende straf voor onze Heer en Verlosser eveneens niet.
Er is ‘één daad’ nodig die veel ‘verder gaat dan de orde van schuld en straf’,
‘een ja-woord van Liefde’, welke ruimte schept voor Vergeving van schuld en vernieuwing van ons leven.
Christus hief met Zijn Leven op aarde, Zijn dood aan het Kruis en Zijn Opstanding, de orde van de zonde niet op, maar ging daar hemelhoog bovenuit door zoveel te investeren in Zijn relatie met ons, Zijn naasten, Zijn broeders en zusters.
Op deze wijze  werd Verzoening mogelijk, herstel van de relatie tussen God en mens en van de relaties tussen de mensen onderling.
De meeste schade, die door de menselijke zonde veroorzaakt is, kan niet meer ongedaan gemaakt worden.
Het leed dat door oorlog en overweldigende strijd veroorzaakt is
heeft de mens diep in het hart verwond.
De gevolgen daarvan en dat kunnen
vele gelovigen uit het Antiocheens Patriarchaat onder ons bevestigen,
blijven wij ons heel ons aardse leven met ons meedragen.
Maar Verzoening is wèl mogelijk, zodat
we elkaar weer gaan accepteren als mensen, die er mogen zijn.
De basis daarvoor is gelegd door God Zelf:
Zijn ja-Woord op grond waarvan eenieder recht van bestaan heeft,
zowel de tollenaar als de farizeeër, maar daarover dit weekend meer.
  laat derhalve alles zijn als uit kracht, door God verleend, opdat
in alles God verheerlijkt zal worden door Jezus Christus,
aan Wie de Heerlijkheid is en de Kracht, in alle eeuwigheid! Amen”.

Apolytikion
tn. 1
    Heer, red Uw Ook en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.