Februari 8e – de Profeet Zacharias [ca 500 voor Chr.]

Zacharias, profeet

  In die dagen, toen er weer een grote mensen-menigte bijeen was en zij [opnieuw] niets te eten hadden,
riep Hij Zijn discipelen tot Zich en zei tot hen:
  Ik heb medelijden met de mensen, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten; en indien Ik hen zonder voedsel naar huis laat gaan, zullen zij onderweg bezwijken, en sommigen van hen zijn van ver weg.
En Zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar zal iemand dezen hier in een eenzame streek met broden kunnen verzadigen?
En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven.
En Hij gaf aan de mensenmenigte bevel op de grond te gaan zitten. En Hij nam de zeven broden, dankte, brak ze en gaf ze aan zijn discipelen om ze hun voor te zetten, en zij zetten ze voor aan de mensen. En zij hadden enkele visjes; en nadat Hij daarbij de zegen had uitgesproken zei Hij, dat zij ook die moesten voorzetten.
En zij aten en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op – zeven korven. En het waren er ongeveer vierduizend en Hij zond hen weg. En terstond ging Hij met zijn discipelen in het schip en kwam in het gebied van Dalmanuta [Hebr.= ‘langzaam brandend stuk (Kruis-)hout]” Marc.8: 1-10.

    Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is,
maar met het kostbare bloed van Christus, als van 
een onberispelijk en vlekkeloos Lam.
     Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging van de wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God.
        Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de Waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broeder-liefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God.
     Want: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord des Heren blijft in der eeuwigheid.
     Dit nu is het Woord, dat u als Evangelie verkondigd is:
Legt dan af alle kwaadwilligheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij,  en verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt 
opwassen tot zaligheid, indien gij geproefd hebt, dat de Heer goedertieren is.
En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig 
priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God welgevallig zijn door Jezus Christus.
➥➥➥  Daarom staat er in een schriftwoord:
        Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het Woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.
          Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [ aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter God’s volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen1Petr.1: 18-2: 10.

De vandaag geëerde profeet Zacharias was, de elfde van de twaalf minder belangrijke profeten en de auteur van het Boek van Zacharia uit het eerste Verbond .
Hij was net als de profeet Ezechiël voortgekomen uit de priesterlijke traditie.
Hoewel Berechiah [Hebr.=‘de Heer zegent’] de vader van Zacharias was noemt het boek Ezra hem de zoon van zijn grootvader Iddo [Hebr.= ‘Zijn getuige’], misschien omdat deze de grootste invloed op hem heeft gehad in z’n verdere leven.

Niettemin begon Zacharias [זְכַרְיָה] volgens de overlevering zijn profetische loopbaan in het tweede jaar van Darius , de koning van Perzië [d.i. 520 jaar vóór Christus].
Hij profeteerde in de dagen van Haggaï – zijn aandacht ging het meest uit naar de bouw van de 2e Tempel. Deze profeet wordt door onze Heer en Verlosser genoemd als zijnde vermoord [in de kiem gesmoord] door opstandige en ongehoorzame Joden van zijn tijd, zie Matth.23: 35.
Z’n naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord Zakhar, hetgeen betekent: de ‘Heer herinnert Zich’, d.w.z ‘om te onthouden’ en aandacht aan te besteden. Z’n graf zou zich net als die van de profeten Haggai en Maleachi bevinden op de bovenste helling van de olijfberg te Jeruzalem.

De aandacht van deze profeet Zacharias ging voornamelijk uit naar de bouw van de Tempel. De Apostel Paulus leert ons dat de Tempel ons binnenste binnen is, het hart.

Daar waar de inwoning van de Heilige Geest gerealiseerd is, daar beleven gelovigen de invloed, de werking, de Heerschappij van de Heilige Geest. De gelovige in wiens hart de Geest woont, is in de Geest en dat betekent verblijven onder de Genadige Heerschappij van de Heer, van Zijn Heilige Geest.
Deze profeet is om die reden door opstandige en ongehoorzame Joden van zijn tijd vermoord [in de kiem gesmoord].

Reeds vijf eeuwen voordat het in de tijd plaats vond, heeft deze profeet Zacharias allerlei tekenen uit het Lijden van onze Heer en Verlosser voorspeldt.
  Hij beschrijft de intocht in Jerusalem, het verraad van Judas voor dertig zilverlingen, het vluchten van de Apostelen en Hoe Hij doorboord werd aan het Kruis.
  Jubel luid, gij dochter Sion, juich dochter Jerusalem! Zie, uw Koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; Hij is deemoedig, Hij is gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdierZach.9: 9; John.20: 15.
  En zij telden Mijn loon uit, dertig zilverstukken . . . de prijs waarop Ik door hen geschat ben. En Ik nam de dertig zilverstukken en wierp ze in het huis van God, voor de pottenbakkerZach.11: 12,13; Matth.26: 15.
  Zo luidt de godsspraak van God, de Heer der Heerscharen: Sla de herder, dan zullen de schapen verstrooid worden” Zach. 13: 7; Marc.14: 27.
  Over het huis van David en de bevolking van Jerusalem zal Ik een Geest van mededogen uitstorten. Die hen tot bidden aanzet. Dan zullen ook zij opzien naar Hem, Die zij doorstoken   hebben “ Zach.12: 10; John.19: 37; Hand.1: 7.

Een profeet spreekt met het oog op zijn eigen tijd, ook als hij uitspraken doet over de toekomst. Bepaalde profetische thema’s kunnen als het ware, in een nieuwe context, wel weer actueel worden. `

Soms kun je dan spreken van ‘vervulling’, als profetische verwachtingen door bepaalde gebeurtenissen of personen alsnog werkelijkheid worden.
Op die manier hebben christenen in onze Heer en Verlosser de vervulling gezien van alle profetische uitspraken over de Messias.
‘   Onze Heer en Verlosser Die komen zou’ . . . . . en dit werd door onze Heer Zelf nog eens bevestigd in het gesprek na Zijn Opstanding met de twee volgelingen onderweg naar Emmaus.
        Het is kenmerkend voor de profeet uit de Blijde Boodschap, dat hij op het openbare toneel verschijnt in een tijd dat godsdienst èn politiek steeds weer bepaald worden door instituten en toezichthouders met macht en invloed.
Een overvloed aan macht leidt namelijk gemakkelijk tot misbruik en corruptie en dááròm stuurt God profeten als een kritisch geluid tegenover van koningen en priesters.
Een kenmerk van de ware profeet is immers zijn vrijheid en onafhankelijkheid;
hij is een dissident die alleen durft te staan en laat zich door niets en niemand  gebruiken, zelfs niet door de gevestigde macht.
Profeten die optreden in dienst van het hof zijn er ook, maar dat zijn meestal meelopers, die op profijt uit zijn en derhalve valse profeten die hun koning naar de mond praten. De echte profeet is een onafhankelijk verkondiger van het vrije Woord en nemen alles wat daarop volgt voor lief.
Profeten roepen weerstand op, getergde reacties van leiders, toezichthouders of groepen mensen, die niet zittende wachten op iemand die de mensen laten nadenken over datgene ‘wat wèrkelijk plaats vindt‘, m.a.w. ‘ hen onrustig’ maakt.
Meestal worden ze eerst genegeerd, vervolgens tegengesproken, bedreigd met maatregelen en als dat niet meer lukt wordt hen soms hardhandig het zwijgen opgelegd.
Elia moest daarom vluchten voor zijn doodvonnis, Jeremia wordt gewoonweg in een put gegooid en onze Heer en Verlosser wordt gekruisigd.

Het is soms wel begrijpelijk, dat mensen zich ergeren, geïrriteerd raken door profeten met hun scherpe pen/computer/tong, die op een vervelende manier blijven aandringen omdat zij ‘verandering’ verlangen, de wereld gaat anders ten onder en schreeuwt immers om ‘ander‘ voedsel. 
Je zult maar koning, oppertoezichthouder of handlanger van de toezichthouders zijn, waarvan verwacht wordt dat zij leiding geven in moeilijke tijden van crisis.
Tòch zijn het de profeten, die de ‘Blijde Boodschap‘ verkondigen, zij zin geen kritische buitenstaanders met goedkope praatjes en schone handen.
Profeten treden op tégen bestaande constituties, tégen het eigen volk, waarmee zij zich met hart en ziel verbonden voelen; zij lijden ook zèlf aan het onrecht en de nood die zij aanwijzen. Bovendien beroepen de profeten zich op het Verbond als gevolg de Doop en het daaropvolgende ontvlammen door de Goddelijke Geest, waarop koningen, priesters en geheel het Volk aanspreekbaar zou dienen te zijn.
Juist òmdát de profeet zich zo sterk verbonden voelt met zijn eigen volk als -‘het Volk van het Verbond’-, is hij zo kritisch en gedreven.
Ook in de hedendaagse tijd blijft er een taak weggelegd voor de profeten.
Die taak begint in de  eigen kring van de Kerk, waar principieel ruimte dient te zijn voor kritische tegenspraak. Kerken dienen op hun beurt in het debat de democratische rechten en spelregels altijd nadrukkelijk te respecteren – gebeurt dit niet dan verliest en de koning, de oppertoezichthouder of handlanger van de toezichthouders ‘steeds méér‘ aan gezag.
Daarbij zal blijken dat het in het geheel geen bezwaar behoeft te zijn, dat kerkgemeenschappen [en anderen] laten zien vanuit welke levensbeschouwing zij de democratische grondbeginselen met volle overtuiging steunen. Christenen [of andere gelovigen] mogen absoluut niet met een profetisch beroep op God de boventoon gaan voeren, het alleenrecht opeisen en op die wijze de democratie uithollen. Wèl kunnen ze vanuit eigen inspiratie en overtuiging de democratie volgen en versterken. Dat is niet alleen goed voor de samenleving, maar ook voor de vitaliteit van de Kerk Zelf. Met je Geloof publiekelijk en soms kritisch voor de dag komen behoeft de democratie niet te bedreigen, maar kan die juist versterken. Die overtuiging vindt steun in het feit, dat we de normen en waarden van de democratie en mensenrechten voor het merendeel te danken hebben aan de Joods-Christelijke Traditie. De profetische rijkdom van die Traditie lijkt mij eerder ‘een levensvoorwaarde’ dan een bedreiging van de democratie.

De wijze koning Salomo zei: “ Op Zijn tijd heeft God alles  voortreffelijk gemaakt; Hij heeft de eeuwigheid in ons hart geplant Prediker 3:11a.

In ons hart weten we dat ‘het heden’ – ‘niet alles is wat er is en daardoor kunnen wij als christenen ons ‘vrij’ vechten en toch onderling ‘in liefde’ verbonden blijven.
Dat is herkenbaar. . . Is ons Geloof houdbaar?
Het is een uitdaging om niet bitter te worden, niet cynisch, om te blijven leven vanuit God’s Liefde, Zijn Barmhartigheid. Altijd kom je dan weer uit bij wat je overeind houdt en regelmatig gaat dan het zinnetje van Paulus door je heen:
Ik leef, beweeg en ben in U”.
Wie is nu tevreden met de gedachte dat ons vluchtig bestaan  het een en het al zou zijn?
Wie kent niet de heimwee naar een verloren Paradijs dat eeuwig is?
Met de Liefde staat God namelijk niet zomaar buiten de tijd, ‘afwezig’ ergens aan de overkant.
Neen, hoe méér wij zijn ondergedompeld in de Liefde, hoe meer God voor ons ‘realiteit is’ en we ‘nu reeds’ in de eeuwigheid leven.

erosie en vergankelijkheid van het menselijk bestaan; erosion and impermanence of human existence; τη διάβρωση και την εξώθηση της ανθρώπινης ύπαρξης; تآكل وعدم ثبات الوجود البشري.

Ik heb vertrouwen en Geloof in God’s hand in de geschiedenis
• durf ook als Kerk inzicht te krijgen in wat God’s bedoeling is.
Mij is altijd voorgehouden dat samen Kerk zijn geen democratisch gebeuren is, de realiteit van alle dag is anders. God gaat ons verstand immers vèr te boven
• ook die van kerkleiders, toezicht-houders en hun handlangers.
Wat kunnen wij zeggen over de steeds opnieuw voorkomende massale uitroeiing van mensen, wat beoogde God met de val van de Berlijnse muur, met het aan de macht komen van diverse despoten als wereldleider.
Is het niet zo dat de Liefde voor het Lichaam van Christus algehele verontwaardiging doet opkomen bij de scheiding binnen sommige bloed-groepen, bij het misbruik van jonge kinderen. Dankzij Christus en Zijn Liefdegebod tasten we ‘totaal niet’ in het duister over de relatie tussen tijd en eeuwigheid.
Toen onze Heer en Verlosser als mens tijdelijk Zijn plaats op aarde innam,
heeft Hij ons laten zien ‘Wie’ de Eeuwige is.
Ook voor onze kinderen zal Dit altijd blijven gelden en zal Hij als Lam het centrum van een nieuwe wereld en een nieuwe aarde zijn.
De historische noodzaak van het offer van God’s Zoon zal ons tot God’s Glorie eeuwig voor ogen staan.

Daarom begint iedere Orthodoxe Liturgische Samenkomst met de openingsgebeden:
⁌ “Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.  Amen”
⁌ “ Laat ons daarom de Heer in vrede bidden” – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om de Hemelse Vrede [Orde] en de redding van onze zielen” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om Vrede voor de gehele wereld, het welzijn van de heilige Kerken God’s en
om de Eenheid van allen ” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor dit heilige Godshuis, en voor hen die er met Geloof, eerbied en vreze Gods binnentreden” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ Voor onze Patriarchen, voor Metropolieten, voor onze [Aarts-]bisschop, voor de eerbiedwaardige priesters, het diaconaat  in Christus, voor geheel de geestelijkheid, en voor geheel het rondom staande Volk” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor onze Koning, voor onze Koningin, en voor de Regering van ons land” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor deze stad, en voor alle steden en dorpen, en voor alle gelovigen die er wonen” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor goed weer en overvloed van de vruchten der aarde, en om vredige tijden” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor de reizigers op zee, te land en in de lucht; voor de zieken en lijdenden; voor de gevangenen en hun redding” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om bevrijding uit alle verdrukking, toorn, gevaar en nood” – – “Heer, ontferm U”.
“ Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons,
o God, door Uw Genade” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Onze al-heilige, ongeschonden, hoog-gezegende, roem-rijke Koningin, God’s Moeder en altijd Maagd Maria, met alle Heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan“ – – “Aan U o Heer”
.
➻➻➻ Maak alsjeblieft geen beeld van God, maar herken Hem in de onderlinge Liefde en saamhorigheid van het Volk dat tot Hem bidt;
doe je anders dan schiet je in je hoogmoed schromelijk tekort.
God gaat ons verstand immers mijlen-vèr te boven;
wordt Hij niet juist de Eeuwige genoemd om
Hem van al het menselijk geneuzel te onderscheiden?

Een profeet verhaalt – na een ascetisch leven – zijn eigen geschiedenis met God;
en door zich te uiten brengt hij dank en lof aan God voor al Zijn Genadegaven en daarmee schudt hij de wereld wakker, want de wereld heeft opnieuw niets te eten!
Hij roept opnieuw Zijn navolgers tot Zich en zegt tot hen:
  Ik heb medelijden met de mensen, want zij zijn nu
al die dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten;
en indien Ik hen zonder voedsel naar huis laat gaan,
zullen zij onderweg bezwijken en
sommigen van hen zijn van ver weg’”.

Kondakion
tn.4.   ” Verlicht door de Heilige Geest,
is uw zuiver hart een woonplaats geworden van de profetie;
want nog verre gebeurtenissen hebt gij als tegenwoordig geschouwd,
daarom vereren wij u,
roemrijk Profeet, gezegende Zacharias“.

”    Gelukkig is de mens die de Heer vreest, die Zijn geboden vurig liefheeft.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde, het geslacht der gerechten zal gezegend zijn.
Heerlijkheid en rijkdom zijn in zijn huis; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen.
In de duisternis is het licht opgegaan voor de oprechten; de liefderijke Barmhartige en Rechtvaardige.
Goed is de mens, die zich ontfermt en te leen geeft.
Hij overweegt zijn woorden met oordeel, zodat hij niet wankelt in eeuwigheid.
In eeuwige gedachtenis staat de rechtvaardige; hij vreest niet als hij slechte tijding hoort.
Want zijn hart is bereid, en hij vertrouwt op de heer.
Zijn hart is standvastig en zonder vrees, zelfs wanneer hij zijn vijanden aanschouwt.
Hij deelt uit en geeft aan de armen; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der
eeuwen.
Zijn hoorn wordt verheven in heerlijkheid; de zondaar ziet het tot zijn woede.
Hij knarst met de tanden, maar verdwijnt, want elk zondig verlangen vergaat”.
Psalm 11[112] vert. ROK ‘s-Gravenhage.