Jan 1e – Besnijdenis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus & feest van H. Basilios de Grote.

    En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.
       En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de Naam Jezus, Die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
       Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade Gods was op Hem.
       En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.
En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en Zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.
       En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende.
       En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de Tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.
       Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden.
En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zei tot Hem:
       ‘Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’
            En Hij zei tot hen:
‘ Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.
            En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en Genade bij God en mensen”.
Luc.2-20,21;40-52.

    Ziet toe, dat niemand u zal medeslepen door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
       In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 8-12.

 

Μια τριπλή σημείωση δεν μπορεί να διαχωριστεί εύκολα; Een drievoudig snoer kan niet gemakkelijk worden gescheiden; ملاحظة ثلاثية لا يمكن فصلها بسهولة

Waarom hebben jullie naar Mij gezocht?
Wisten jullie dan niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
    Kan iemand er een [enkeling] overweldigen,
twee zullen tegenover Hem kunnen standhouden; en
een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken
Pred. 4: 12.

Waar staan ‘wij’ als Gemeenschap in Christus verbonden tegenover deze lezingen, die ons toch maar aangeboden worden in de hoogtijdagen van God’s Geboorte in het vlees.

De Geboorte van het Licht van de Wereld welke wij vieren, wat inhoudt dat wij hunkeren naar ‘een betere tijd’ en ons er persoonlijk toe aanzet – ‘nog vasthoudender’ ons best te doen – op de weg, die wij in de doop op ons hebben genomen.
              Wij hebben ons voorgenomen het vandaag en morgen beter te doen dan tot nu toe en hebben ons ondanks vallen en opstaan vast voorgenomen dat ‘hier en nu’ ten uitvoer te brengen.
In deze tijd van het jaar wordt onze geest voortdurende afgeleid door de wereldgeesten en als tegenactie in overeenstemming gebracht met Christus, want
in Hem’ woont àl de volheid van het Goddelijke lichamelijk en in Hem wordt de Volheid verkregen, Die het Hoofd is van alle overheid, de financiële en bestuurlijke macht van de wereld [de Kerk].

De wereld raast niets ontziend onder ‘hels kabaal’ opdringerig over ons heen en
het is mijn vaste overtuiging, dat wij slechts door gezamenlijk – ‘alsof we één zijn’ – op te treden tegen het geweld wat ons omringt;
hoe gek je er ook [ – ‘als dwaas om Christus’ – ] op wordt aangekeken.
            Eenheid in de Kerk wordt slechts bereikt in Christus en het is een goede tijd om dit door te brengen in het gezin, de gemeenschap waarin onze heiliging plaats vindt naast die door ons – persoonlijk uitgekozen – gemeenschap met de christenen buiten onze voordeur.
Wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en de geschiedenis van de mensheid kent, wordt zowel ‘de adel van zijn oorsprong‘ als ‘zijn decadentie‘ opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen.
           Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit het slijk der aarde werd gevormd.
          Wij worden als mens door alle perikelen van het alledaagse in beslag genomen dat er onderling maar weinig overblijft tot de werkelijkheid van het bestaan te komen en ons te verdiepen ‘in datgene wat ons drijft‘, wat ons bezielt, ons aanspreekt.
Wij laten ons door niemand meeslepen, die ons met wijsbegeerte en ijdel bedrog in overeenstemming brengt met de overlevering van de mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, al komen zij nog zo indrukwekkend over.

De meeste mensen worden afgeleid door de stroom van gedachten, die in de mensenwereld ronddwalen, zien geen kwaad in de stroom zelf en daarom wordt deze dag een betoog gehouden je daar maar eens overtuigend van te distantiëren.
            De wereld [óók de Kerk] zit vòl van manipulatie en eigen belang en tracht de mens achter een bepaald karretje te spannen. Het is een menselijke gewoonte, die in eeuwen is gegroeid – in de tijd voorafgaand en in de tijd volgend op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser, we behoeven ons niet beter voor te doen dan de Farizeeën en Schriftgeleerden.  
            Het gebruik maken van de kuddegeest der mensen is ‘niet’ te rechtvaardigen noch te verdedigen, maar men probeert op een wereldse wijze de gedachten in dezelfde richting te leiden . . . . . en dàt is mensenwerk, dàt is ‘niet’ van God, dat is ‘niet’ de Wil van onze Vader, in de Hemelen.
God heeft van den beginne bevolen dat er maar ‘één Waarheid‘ is en toen bleek dat wij daar als mens niet toe in staat zijn:
    Heeft God, toen de volheid des tijds gekomen was, zijn Zoon uitgezonden geboren uit een 
vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.      En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Wij zijn dus niet langer slaaf, doch kind; indien gij kind van God zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.
            En wat gebeurt er vervolgens, het is de mens eigen, de stroom van gedachten wordt opnieuw dusdanig afgeleid dat een gewone gelovige – van de kudde des Heren – door de bomen het bos niet meer ziet, ‘de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’.
            Ook wij zijn ons bewust geen heilige meer te zijn doch de heimwee naar God’s beeld en gelijkenis blijft in ons binnenste wroeten.
Zonder het nauwkeurig dóór te hebben, er inzicht in te hebben, worden ik weet niet hoeveel mensen aangetrokken tot de schoonheid van het Licht.
En wij kunnen ons regelmatig afvragen, wat wij hier in God’s Naam in dit tranendal komen doen.
Misschien is dit bij de schepping ontstaan en hebben wij als mens dat verlangen in Zijn Naam volmaakt te zijn van onze Schepper meegekregen; heeft Hij deze behoefte als het ware in onze genen verstopt. Wij zijn als de gehele natuur, die van het Licht afhankelijk is – zonder Licht is er 
immers geen groen, ja geen hoop meer, geen leven.

Laten we God daarom bedanken voor de Gave van Zijn dierbare Zoon en God slechts door de innige verbintenis in Liefde met elkander delen. Vaak staan mensen juist in deze Kerstperiode méér ópen en kláár om de Blijde Boodschap en het goede nieuws te horen. Er zit in deze periode gewoon verandering in de lucht, misschien komt dat wel doordat alles gewoon stil ligt.
De schoorstenen stoten hun vuiligheid niet meer uit waardoor de adem van de Heilige Geest beter tot ons doordringt, het rumoer van de straat neemt af, zodat onze oren beter horen en de mist trekt op zodat wij beter kunnen zien.
Já, er zit verandering in de lucht, het gevoel dat de dingen anders, lichter en vrolijker zal kunnen – indien ‘wij’ mensen maar gehoor geven aan de roep in de woestijn van het leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
indien wij wèrkelijk het in onze verbintenis opgenomen juk opnemen en onze voornemens nakomen.

Sommige mensen voelen echter een zwaar gevoel, lijden aan gevoelens van eenzaamheid en depressie en zijn wanhopig op zoek naar de Blijde Boodschap over Gods liefde.
De Geboorte van onze Heer en Verlosser uit de maagd, de Theotokos, is en was wonderbaarlijk net als het leven dat onze Heer en Verlosser heeft geleefd !:

 

– ‘The-Morning-after-the-Deluge‘ [ochtend na de zondvloed]- painted by WilliamTurner; – ‘Licht-dat-ons-aanstoot-in-de- morgen‘ – composed by Huub Oosterhuis

    Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”.

    Licht, van mijn stad de Stedehouder, aanhoudend Licht dat overwint. Vaderlijk Licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk Zijn Naam in Vrede draagt”.

    Alles zal zwichten en verwaaien wat op het Licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig Licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, Eerstgeboren, Licht, laatste Woord van Hem Die leeft”.
Huub Oosterhuis

    Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van Genade en Waarheid” John.1: 14.

Het besneden [gedoopte] Kind van het Verbond groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade van God was op Hem.
       En het gezegend Kind reisde, als Zoon van God, met Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

Apolytikion     tn.1
    Ofschoon Gij van nature God waart,
boven alles medelijdende Heer,
hebt Gij zonder verandering te ondergaan,
de menselijke natuur op U genomen.
Om de Wet te vervullen hebt Gij de Besnijdenis verduurd,
opdat er een einde zou komen aan de duisternis en
ook om de zware sluier van ons [menselijke] driften weg te snijden.
Eer daarom aan Uw Goedheid,
Eer aan het Woord, uw onzegbare afdaling tot de mensen
”.

Troparion     tn.3
    Gij, Al-Beheerser, hebt de Besnijdenis ondergaan,
om onze overtredingen we te snijden, o Goede.
Daardoor schenkt Gij Verlossing aan heel de wereld.
En in den hoge verheugt zich ook de Hogepriester van de Schepper:
de lichtstralen verkondiger van Christus’ Mysteriën,
onze Heilige Vader Basilios [de Grote]
”.

De Heilige Basilios de Grote [329 -1 jan. 379], die vandaag eveneens gevierd wordt, is van ontzettend grote betekenis geweest voor het Orthodoxe monnikswezen.
Met de aanduiding monnikswezen wordt de beweging van personen bedoeld, die zich vanuit religieuze overtuiging bewust afkeren van de wereld en daarbij afzien van het stichten van een gezin. Zij kiezen bewust voor deze speciale levensinvulling om zich in hun leven geheel tot God te kunnen richten.
Nadat de moeder van Basilios, Emilia als martelares omkwam werd hij als oudste zoon met zijn 4 broers en 5 zusters opgevoed door zijn grootmoeder Macrina; ondanks de vervolging van de christenen hield deze hen staande in haar Christelijk Geloof. Op jeugdige leeftijd stak Basilios vèr boven zijn leeftijdgenoten uit, waarop hij naar Constantinople vertrok om aldaar filosofie te studeren.
Na verloop van 5 jaar aldaar vertrok hij voor ongeveer 5 jaar naar Athene om z’n studie af te ronden. In Athene ontmoette hij de H. Gregorius van Nazianze met wie hij een woning deelde en met wie hij een vriendschap ontwikkelde, waarbij zij als ‘één van geest‘ weerstand boden aan de latere keizer Julianus, die zich als christenvervolger ontpopte.

Heilige Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk monniksleven, omdat dit ‘veel gemakkelijker‘ recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het individuele kluizenaarsleven.
Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij toezichthouder [bisschop] werd gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei klooster-gemeen-schappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch christelijk leven.
De verzameling van deze brieven wordt wel de ‘basilios-regel‘ genoemd en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen. Hij is eveneens bekend door zijn samenstelling van de Basilios-Liturgie, een wijze van Eucharistie vieren, die de Orthodoxe Kerk naast de hoogfeesten en ook zijn eigen feestdag steeds voltrekt, vooral op de Zondagen van de grote en Heilige vastenperiode.
Met name de tekst van de Eucharistische Canon onderscheidt zich in een bezielende taal, die heel de loop van he Goddelijk Heilswerk aan ons voorbij doet trekken.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan toen
zij uw woord aannam, waardoor gij het wezen van de dingen hebt uitgelegd,
en de zeden van de mensen schoner hebt gemaakt.
Koninklijke priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God, om onze zielen te redden
”.