36e zondag na Pinksteren – zondag van de Talenten – hebben wij met de van God ontvangen talenten Zijn heilsplan uitgevoerd?

    Want het is als bij een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven [dienaren] riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
✥✥✥   En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij.
Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij.
Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
            En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.
En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: ‘ Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend’. Zijn heer zei  tot hem. ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Die met de twee talenten trad ook toe en zei:
‘ Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. Zijn heer zeide tot hem: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zei:
‘ Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen hier hebt gij het uwe. En zijn heer antwoordde en zei tot hem: ‘ Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid? Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben. Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars
Matth.25: 14-30.

    Maar als medewerkers [van God] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen,  want Hij zegt: ‘ ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het Heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen. Zie, nu is het de dag van het Heil’.
Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God:
‘ in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend2Cor.6: 1-10.

Wat is de mens, dat Gij hem hebt grootgemaakt?
Of dat Gij Uw aandacht op hem vestigt?
Dat Gij hem bezoekt tot aan de vroege morgen en
hem oordeelt tot aan zijn rust?
LXX Job 7: 17-18.

God is Degene,
Die de harten van de mensen schept, elk op zich;
Hij begrijpt al hun werken”

Psalm 32[33]: 15.

Is het Woord van God van u afkomstig, is het bij u begonnen? Of heeft het u alleen maar bereikt?
            Indien iemand meent een Profeet of een geestelijk [geïnspireerd] mens te zijn, laat hij dan wel weten, dat hetgeen ik [Paulus] u schrijf, ‘een gebod des Heren’ is.
Maar indien iemand hier geen rekening mee houdt, dan wordt er ook met hem/haar geen rekening gehouden. Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren en belemmert [elkaar] het spreken [op basis van de Heilige Geest] in tongen niet. Laat alles netjes, zoals het hoort en in goede orde [verlopen] geschieden” conf. 1Cor.14: 36b-40.
In simpele bewoording weergegeven verkondigt Paulus, dat
alles binnen de Kerk fatsoenlijk [volgens de regels van het spel] gedaan zou moeten worden” en juist dit geeft exact en onomwonden aan ‘wàt‘ de limieten van de werking van de kerkelijke gemeenschap inhouden.
Daarom is iedere activiteit, operatie of actie binnen en buiten de grenzen van de kerkelijke orde, niet alleen een probleem voor het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk, maar ook een navolging of een overtreding van de Blijde Boodschap van Christus en het Apostolisch Gebod, kortom het Evangelie.
Elke afwijkende activiteit welke wij als Christen aan de dag leggen beïnvloedt het gehele leven van de kerkelijke gemeenschap voor zover het zijn historische continuïteit aangaat en vormt op deze manier, de evolutie van het verloop van de kerkelijke voortgang, de uiteindelijke uitwerking tot behoud van God’s Heilsplan.

Hoeveel mensen hebben hun talenten niet ingezet en zich verzet tegen pauselijke/patriarchale innovaties binnen de Kerk en hebben in plaats daarvan de weg van de ballingschap gekozen.
Hoeveel pauselijke/patriarchale ingrepen hebben niet een onrust teweeg gebracht en problemen opgeworpen voor de voortgang van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk.
Gevolgd door hun vijand, de inquisitie vonden ze momenten van respijt in het onderwijzen van de mensen om vol te houden in vroomheid door de leringen van de Heilige Vaders te handhaven. Zij volgenden het Woord en de daden van de vroeg-Christelijke Kerk, waarbij geen sprake was van ‘aanzien des persoons’ [= zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat]. In alle oprechtheid verdedigden zij het waarachtige Geloof en ondervonden zij bij voortduring de uitwerking van hun krachtige religieuze geweten en de kracht tot aanvaarding van het martelaarschap als gevolg van hun overtuigingen.
In alle orthodoxe diensten en bijeenkomsten wordt begonnen met het aanroepen van de Heilige Geest – òf er vervolgens ook aandacht aan besteed wordt valt te betwijfelen. Òf het moet zó zijn dat de Heilige Geest bewust chaotische winden doet waaien teneinde ons waarachtig Geloof te beproeven. In de strijd om de ware orthodoxie te verdedigen, wekt zowel Christus, als Paulus in ons een het besef dat er gevochten dient te worden voor de integriteit van de ‘Orthodoxie in het algemeen, en het behoud van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk in het bijzonder.

Hoe kan het morele tekort in organisaties worden verminderd en
het morele handelen van toezichthouders en spelleiders worden bevorderd?

Er is sprake van een mogelijk gebrek aan morele leerprocessen,  gebrek aan integriteit en daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen persoonlijke en professionele integriteit. Centraal bij persoonlijke integriteit staat de vraag:
Wat is voor de persoon in kwestie ‘het goede’ in het leven?
Bij professionele integriteit gaat het om de vraag: ‘hoe goed’ doet de persoon in kwestie z’n werk?

Door de scheiding van deze begrippen en het loskoppelen van de centrale vragen: ‘wat is voor mij het goede leven?’ en ‘wat is bij goed [samen-]werken?’ onhoudbaar?
Het uitoefenen van een beroep is deel van een groter geheel, van een persoonlijk en maatschappelijk leven waarin een persoon niet alleen ‘zijn opgeblazen-ik-gevoel‘ volop de ruimte geeft, òf, in het andere uiterste, zich slaafs conformeert aan de waarden van zijn beroep of functie.
Professionele integriteit houdt voor navolgers van Christus ‘niet op’ bij het goed uitoefenen van een beroep, maar impliceert het inbrengen van persoonlijke idealen, waarden en commitments. Dat vergt de kunst om te balanceren op het koord dat gespannen is tussen persoonlijke integriteit en beroepsmatige integriteit en de daaraan verbonden idealen, worden deze verminderd of wordt het morele handelen van toezichthouders en spelleiders bevorderd?

Toezichthouders en spelleiders en in hun kielzog binnen de verschillende gemeenschappen de navolgers van Christus dienen zich –‘in alles’– te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’:
in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend’“.

Waarden drukken een beoordeling uit en verwijzen meestal op een meer algemene wijze naar aspecten van het leven die we belangrijk vinden en waardoor we ons in ons handelen laten leiden. ’Waarden geven richting aan het denken, doen en laten’.
Het zijn middelen om te waarderen:
Zonder waarden zouden mensen niet in staat zijn tot
een persoonlijk oordeel of iets goed of kwaad is,
gewenst of ongewenst, mooi of lelijk”.

Christus kijkt toe

De voornaamste persoon is “Christus, maar daarnaast ook onze medemensen. De omstandigheden waarover de Apostel Paulus spreekt gaan alle navolgers van Christus aan en dezen dienen zich -‘in alles’- te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’”.

Hoe kunnen wij dienaren van God zijn indien wij de door ons verkregen Genadegaven slechts gebruiken voor eigen paradepaardjes, ondergeschikten zonder overleg confronteren met vaststaande, niet meer te veranderen feiten en totaal geen overleg plegen over hoe de plaatselijke  gemeenschap haar weg gaat?
Wij worden een persoon zoals Christus wanneer wij de twee geboden der Liefde tot de enige Wet van ons bestaan maken. Dit kan alleen plaats vinden in gemeenschap met Christus en met respect en liefde tot gewone beminde gelovigen van de plaatselijke gemeenschap. Wij dienen God lief te hebben met geheel ons hart en door onze daden te bewijzen dat wij God met geheel ons hart liefhebben door onze broeders en zusters méér lief te hebben als onszelf. Eerst dan wordt ‘onze broeder ons leven’, zoals de Heilige Silouan van de berg Athos het formuleerde.
In de Kerk van Christus gaan wij om met het “overgankelijk zaad  het Woord van God in ons te ontvangen. Wij hebben dit zaad ontvangen als ‘het Mysterie van de Heilige Geest’ bij onze doop.
Bij het aangaan van het Verbond met God onze Schepper werden wij met Christus bekleed – ons hart werd ‘de akker, de aarde‘, die zich opent tot groei, tot leven‘ zoals oudvader Sophrony [Sakharov], geestelijk kind van de Heilige Silouan het noemde.

Door de jaren heen kan dit zaad, deze verkregen talenten, onvruchtbaar in de aarde liggen. En zoals we bovenstaand horen zal onze meester reageren met:
    Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?” Hij zal dan het talent afnemen en geven aan degenen, die er wel iets meer doen.
  Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden“.
Door de jaren heen kan tijdens ons [werkbare] leven het zaad onvruchtbaar in de aarde liggen, totdat onze Heer iemand vindt, die als navolger mee wil lijden en werken, zodat het zaad ontspruit en werkelijk vrucht draagt.
Daarop zegt Paulus wanneer hij zich over de voorgang van de Kerkopbouw zorgen maakt:
Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat
Christus in u Gestalte verkregen heeft
Gal.4:  19.
Waarden behoren tot de meest fundamentele drijfveren van mensen. Ze motiveren tot handelen en geven richting aan het handelen. We kunnen waarden omschrijven als duurzame overtuigingen over ‘wat’ in ons handelen nastrevenswaardig is, ‘wat’ een bepaalde levenswijze waardevol maakt [het tot een goed leven maakt] en ‘welke‘ ideale eigenschappen van mensen waardevol en nastrevenswaardig zijn.
Dit is het algemeen priesterschap van de navolgers van Christus.
De Blijde Boodschap zegt hierover:
  Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht.
Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht dieMatth.13: 45,46.
Daarbij gaat het beslist niet om een schatrijke [Oost- en West] kerkgemeenschap, die politiek macht gebruikt om z’n eigen zin door te drijven. Dit betekent om de menselijke hartstochten te beheersen en het hart te reinigen.
Eerst dàn zullen wij gezamenlijk als Kerk, als navolgers van Christus, worden overstelpt door Genadegaven, zodat de Parel, Die ons bij het Mysterie van de Doop geschonken is, weer volop onder ons mogen stralen. Dit is het werk van de Kerk, van alle navolgers van het Lichaam van Christus en dat kan alleen door het afschrikwekkende Kruis op te nemen en de weg naar het hemels Koninkrijk te vervolgen.

Apolytikion    
tn.3.
  Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion    
tn.3. 
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion    
tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Februari 1e, feestdag van de Martelaar Tryphon van Campsada bij Apamea in Syrië; 1-3 februari, de Wolvenfeesten

‘Mijn thuishaven is elders’; ‘Η θύρα μου είναι αλλού’; بيتي ميناء في مكان آخر;; ‘My home port is elsewhere’

Deze drie dagen beperken de vrouwen zich in Syrië om 
met wol te werken teneinde de kuddes en hun herder 
tegen de wolven te beschermen. 
Vaak naaiden ze het achterste en voorste deel van hun rok 
aan elkaar om ‘symbolisch‘ zand in de ogen van de wolf te zaaien.
De dagen rond de H. Tryphon worden tevens gebruikt om 
het weer gedurende het jaar te voorspellen. 
Wanneer het de eerste dag sneeuwt, 
dan verwacht de imker en boer dat 
z’n bijen overvloedig zullen uitzwermen en 
de opbrengst van de vruchten der aarde en de honing 
overvloedig zullen zijn.
Wanneer het zonnig is, verwachten ze dat 
de opbrengst aan maïs overvloedig zal zijn. 
En wanneer het op de tweede of de derde dag regent, 
dient de maïs al gezaaid te worden.
Zonder beveiliging hier op aarde 
zijn gelovigen als dronken lammetjes op een wolvenfeest; “ Moge daarom het Licht van Christus Dat in Heerlijkheid oprijst 
de duisternis dwingen uit ons hart en verstand te verdwijnen”.

De H. Tryphon is afkomstig uit Lampsacus in Phrychia en leefde in de 1e helft van de 3e eeuw ten tijde van keizer Gordianus en onderhield zich in zijn levensonderhoud door het hoeden van ganzen. Zijn naam is afgeleid van de Griekse τρυφη [tryphe] hetgeen ‘zachtheid, delicatesse’ betekent. Hij wordt dan ook geprezen vanwege de Kracht van de Heilige Geest, Die van hem uitging en hem al vanaf de 1e jaren van zijn leven het vermogen gaf ziekten te genezen.
Hij genas op deze wijze mensen, die door demonen beheerst werden en verslaafd waren aan allerlei mensonterende aandoeningen.
Onder degenen, die hij genas bevond zich de dochter van keizer Gordianus, die hij identificeerde als een zwarte wolf, welke hij tevens aan de omstanders openbaarde. 
Hierdoor bracht hij vele aanwezigen in aanraking met het Christendom, waarop zij zich in de H.Geest lieten dopen en zalven.
In de periode dat Decius regeerde [249-251,
de keizer, die na Gordianus III, Philip opvolgde, werd hij opgepakt door Acylinus,
de prefect van het midden-oosten, omdat hij voor de keizer een vreemde god aanbad en
hij weigerde de Romeinse goden te aanbidden. 
Zo werd hij naar Nicea opgebracht, de zetel van de eparch, om zichzelf te verdedigen.
Aldaar verdedigde hij op zachtmoedige wijze het Christelijk Geloof tegenover een machthebber, die van geen afwijkende mening wilde weten. De Romeinse cultuur had nog vele jaren voor zich om daar verbetering in aan te brengen.
Volgens de overlevering werd hij op verschillende wijzen gefolterd teneinde hem te dwingen zijn Geloof in Christus te verzaken, voordat hij uiteindelijk in 50 werd onthoofd.

 

Martelaar ‘Tryphon’ kerkje met oud huis, op het terrein van I.M. Chilandar, Athos

De H. Tryphon werd in zijn jongensjaren beschouwd als een herder’s-hond, een dienaar van onze Heer, de Behoeder van het Leven, omdat hij niet alleen mensen genas, maar ook de aan de mens toegewezen dieren, die hen in staat stelde zware landarbeid te verrichten.
De genezing van de dochter van de keizer, die door de duivel bezeten was
gaf hem alom in het rijk bekendheid.
Ook toen hij na zijn marteldood in zijn geboortedorp begraven werd,
vonden zij na gebed tot hem, waarbij zijn bemiddeling tot
de Heer en Verlosser werd afgesmeekt, genezingen plaats.
De Heilige Tryphon van Campsada werd altijd als geneesheer beschouwd en
wordt over het algemeen gezien als beschermheer van de veeteelt, het tuinieren en de wijnbouw.

– Als gevolg van de verlossing van een insecten-plaag wordt hij in het ‘Euchologium’ van het klooster op de berg Sinaï opgehemeld als beschermer van de gewassen op het land en van de graanoogst.
– Zijn bekendheid in Orthodoxe kringen mag blijken uit het feit dat in de vroege middeleeuwen in Constantinopel ten minste zes kerken voor de eredienst aan God werden opgericht, maar onder zijn bescherming werden gesteld. Het Synaxarium van Constantinopel vermeldt deze heilige als een belangrijke feestdag, waarop wijn en olie zijn toegestaan.
– Reeds in de achtste en negende eeuw bestond er al een klooster onder zijn naam op Cape Akritas bij Chalcedon; ook een van de preken van keizer Leo VI [† 912] gaat over zijn verkregen Genadegaven.
Uit de overleveringen van Justinianus blijkt de cultus van Tryphon naar het Westen te zijn overgebracht, waar het vanaf ongeveer 600 opduikt in Sufetula in Byzacena [nu Sbeïtla in Tunesië]
– In de aan hem toegewijde kathedraal van Kotor, in Montenegro, worden zijn lichaam en schedel vereerd, welke de tand des tijds hiertoe hebben doorstaan.
– In Rusland heeft de heilige Martelaar Tryphon al heel lang een speciale liefde genoten. Er bestaat daar een legende over ‘Ivan de Verschrikkelijke’, die er tijdens de jacht van hield te jagen met een jachtvalk.
De koning beval om de vogel op te sporen, die
was weggevlogen en dreigde te sterven.
De valkenier, ‘Tryphon’ genaamd reisde overal rond, maar het mocht niet baten.
Op de derde dag van zijn zoektocht, viel hij ontmoedigd in het bos in slaap en voor het slapen gaan bad hij naar gewoonte vurig tot zijn beschermheilige – de martelaar Tryphon.
In ene droom zag hij daarop een jonge man op een wit paard,
de koninklijke valk in zijn hand houdend.
De jongeman zei tot hem:
   Ga met God, neem de verloren geraakte vogel,
   geeft deze aan de vorst en
   je zult niet langer verdrietig zijn
”.
Wakker geworden, zag de valkenier de bewuste valk nabij in een pijnboom.

Martelaar Tryphon geeft blijk van zijn aanwezigheid en inzet bij allerlei soorten problemen en behoeften: hij geneest zowel fysieke als mentale kwalen, beschermt je tegen boze geesten, helpt je bij het vinden van huisvesting en werk,
kortom hij verlost je van opkomende problemen en verdriet.

Kondakion
tn.8.
  Door de Kracht van de Heilige Drieëenheid
hebt gij de afgoderij uit uw land verdreven;
en in de kracht van Christus, Verlosser,
hebt gij de macht van tirannen overwonnen.
Nu zijt gij gekroond met de krans van het martelaarschap en
ge hebt de Genadegave van genezingen ontvangen,
veelbezongen, onoverwinnelijke Martelaar Tryphon“.

Januari de 30e – Heilige Orthodoxe kerkleraren en Hiërarchen: Basilios de Grote, Gregorius de Theoloog [van Nazianze] en Johannes Chrysostomos.

De Heilige drie Hierarchen

  Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
    Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied’.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der HemelenMatth.5: 14-19.

  Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het Woord van God tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun Geloof na.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in Genade en niet in spijzen:
wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden.
Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten. Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand.
     Daarom heeft ook Jezus, ten einde Zijn volk door Zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden.
Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen.
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.
Laten wij dan door Hem aan God voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die Zijn Naam belijden.
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen.
Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u [aan hen], want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen.
Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doenHebr.13: 7-16.

God is een Schepper en daar gebruikt Hij mensen voor.
Als navolger van Christus merk je dat onmiddellijk,
dat is je aangeboren bij je doop,

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

het wordt als het ware een tweede natuur.
God lapt mensen op, neemt ze bij de hand en maakt hen compleet nieuw – er wordt nog aan gesleuteld, maar ooit zul je opkijken van het resultaat.

Maar God schept nog een beetje meer; een heleboel cadeautjes, Genadegaven voor onderweg naar die prachtige toekomst. En in elk pakje zit een goede daad die jij als mens ‘mag‘ doen.
Jij ‘mag’ als mens voor Zijn aangezicht je naasten bijstaan met het aanduwen van z’n/haar voertuig, het voornaamste vervoermiddel dat hem/haar tot de eeuwigheid brengt.
Jij ‘mag’ de minderbedeelden bijstaan, wanneer zij het zelf niet meer kunnen redden – dienstbaar zijn, boodschappen voor hen doen.
Jij ‘mag’ sober zijn, mild en je ‘mag‘ intens naar anderen luisteren en naar hen omzien.
Dit alles geeft je een gelukzalig gevoel en zin in het leven – het smaakt naar meer. Misschien was het je niet bekend dat dit kon – je wist niet eens dat je dàt ook zou willen . . .

Dit wordt met de eerste zin van de Blijde Boodschap van vandaag bedoeld:
    Jij bent het licht van de wereld. Een stad, de mogelijkheden, die in jou verborgen zitten, die op een berg opgetast liggen, kunnen niet verborgen blijven. Je hebt het in je, als je maar wilt.
Ook wordt er geen lamp aangestoken en wordt deze onder een koepel, een schaal gezet, maar wordt deze op het erepodium – op de standaard geplaatst en schijnen jouw mogelijkheden voor allen, die in de wereld zijn”.
  Dit ‘is’ wat het hart der mensen verheugt – ieder van ons heeft wel iets in zich wat behoord tot zijn/haar specifiek mogelijkheden; en gaat het je niet zo goed af, doe dan ‘jouw kleine dingen groots‘, met een allure van een overwinnaar op de dood.

  • Jij weet als geen ander, wat je mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, waar je grenzen liggen, wat jij persoonlijk in je mars hebt, geef dan gehoor aan de stem in je binnenste:
    Mensenkind, sta op, dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt; dit is jouw en mijn Hemelse toekomst, laat ons vrolijk en blij zijn”.
  •   Weet mensenkind als geen ander dat God van de mensen houdt! Wat er vandaag de dag ook gebeuren mag en wat de wereld ook over het Geloof in God mag denken. Iedere mens weet diep van binnen, dat God van ons houdt en daartoe Zijn Lichaam, de Kerk zal versterken en zal zorgen wat ieder nodig heeft. De mens komt naar Zijn gemeenschap om te geloven en God’s geboden te onderhouden.

We vinden in het ‘Lichaam van Christus‘, de Kerk twee niveaus van onderwijs.
Allereerst is er de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijsbediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus. Dit gebeurt door een krachtige werking van de Heilige Geest, Die een boven-natuurlijk getuigenis geeft van Jezus Christus als Verlosser van de wereld.
Vele van de nieuwe gelovigen zullen door deze bovennatuurlijke aanraking van God zó gegrepen zijn dat ze niet anders kunnen/willen dan binnengaan in het Koninkrijk der Hemelen, van God. Vandaag de dag zien we hetzelfde gebeuren in vele delen van de wereld waar mensen met een ontzettend grote nood leven. Zij hebben geen achtergrondinformatie van de Blijde Boodschap, geen opleiding, kunnen niet lezen of schrijven, maar God grijpt op een bovennatuurlijke manier in om hen te redden.
Het is belangrijk ons te realiseren hoe belangrijk de factor Godsdienstonderwijs  in de ontwikkelingsgebieden wel niet is, waartoe de Lage Landen na de val enige decennia geleden is komen te behoren. Het is een vitale strijd om de mensen die eenmaal voor Gods Koninkrijk zijn gewonnen, ook te brengen tot het punt een waarachtig volgeling van Christus te worden! Niet als een uiterlijke vertoning, maar als een verdieping in de stilte van het hart.

In de vroeg-Christelijke openbare verkondiging van het Woord kennen wij de geschriften en het onderwijs van enkele hoogstaand geestelijke leidslieden. Hiervan vieren wij vandaag de heilige drie Hiërarchen, de gedachtenis van de Heilige Basilios de Grote, de Heilige Gregorius de Theoloog en Johannes Chrysostomos [Gr.= ‘Guldenmond’].
Onder het gewone volk van Constantinopel hadden zich – onder invloed van wereldse inmenging vanaf het eind van de 4e eeuw partijen gevormd, die zich opwonden over de vraag, wie van deze heiligen wel de grootste zou zijn.

Dit is een echt menselijk trekje, welke totaal niet past binnen de dienst aan God – net zoals de weduwe van het penninkje, door Christus hoog geprezen werd, wordt bij God de meest minzame zondaar, die zich bekeerd heeft, de Hemel in geprezen. Bij God bestaat geen voorrang van de één boven de ander, neemt de één geen belangrijker plaats in dan de ànder – voor God is ieder mens gelijk, is eenieder als een kind wat in de luier rondloopt.
        Toezichthouder [metropoliet] Johannes, die zich – net als mensen van onze tijd – over dit soort ‘misplaatste‘ verheffing ontzettend verontruste, had indertijd een droom waarin de drie Heiligen van vandaag hem verschenen en meedeelden dat elk van hen gelijke eer bij God bezat en dat dit dus ook aan al de mensen toekwam. In 1084 stelde hij daarom de gemeenschappelijke feestdag in, aan het eind van de maand januari, waardoor de rust onder het gelovige volk in de stad werd hersteld.
Je zou verwachten dat de Kerk en met name de hoofdtoezichthouders en hun handlangers uit de geschiedenis van de Kerk hun lessen zouden hebben getrokken; ‘niets is minder waar‘, zo blijkt uit de opeenvolgende openbare meningsverschillen. Het zou eens tijd worden dat hier een eind aan kwam en er een bewustzijn loskwam van hoe ‘verdwaasd‘ deze hoogwaardigheidsbekleders zich heden-ten-dage gedragen.
Het mag duidelijk zijn dat er tevens geleerd wordt ‘uit het voorbeeld‘ wat de ene mens, – als ervaringsdeskundige – aan de ander leert.
Dit vormt immers de tweede wijze van de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijs-bediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus.
We dienen hierbij toe te geven dat onze samenleving en onze cultuur het niet gemakkelijk maken om nog ‘tevreden‘ te zijn. De samenleving verlangt voortdurend dat wij ons aanpassen aan het nieuwste imago, alleen om het weer te veranderen wanneer we dat imago eenmaal bereikt hebben. Het imago dat de wereld ons voorschotelt verandert voortdurend en steeds maar meer,
♨︎ ♨︎ ♨︎   maar het “imago” [de gelijkenis] aan Christus, verandert nooit.
Wij zijn geschapen om een evenbeeld van onze Schepper na te streven en dat houdt ‘eenvoud‘ in, jezelf nimmer verheffen boven de ander en een eenvoudig leven te leiden.
Paulus zegt hierover dat hij zich slechts verblijd in de Heer:
”     Niet dat ik [Paulus] dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag ‘alle dingen in Hem‘, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in mijn verdrukkingPhil.4: 11-14.

Christelijke tevredenheid

Op weg -, ‘ik weet niet wat jij wilt leren, maar zullen wij het samen doen?‘; – On the way – , “I do not know what you want to learn, but will we do it together?“.

1.]. Op het pad naar tevredenheid is de erkenning dat tevredenheid niet iets is wat God ons geeft, maar iets dat wij moeten leren ontwikkelen en in de praktijk brengen. Kijk eens naar die uitspraak van Paulus in bovenstaande tekst: “ik heb geleerd tevreden te zijn“. Net zoals we dat tegen gekomen zijn in het eerste principe over de zonde, zo is het ook met tevredenheid: voor een gelovige is dit gewoon een keuze!
2.]. Om een Christelijke tevredenheid te ontwikkelen is het onderscheiding’s-vermogen dat ons laat zien welke dingen eeuwig van aard zijn en welke tijdelijk van aard zijn. Wij zijn onsterfelijke wezens, geschapen om in een eeuwige toekomst te leven. We dienen ons te realiseren dat God een eeuwig plan voor ons heeft dat ‘véél verder gaat dan wij kunnen zien of ons zelfs maar kunnen voorstellen. Als onze visie op de toekomst niet verder blikt dan het einde van dit lichamelijke leven, dan zullen we nooit tevreden zijn.
Nu brengt inderdaad de Godsvrucht grote winst, [indien zij gepaard gaat] met tevredenheid. Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit mee vandaan nemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn1Tim.6: 6-8.
3.]. De grote stap naar tevredenheid is de ontwikkeling van een dankbare houding. Het is bijna onmogelijk om tegelijk dankbaar en ontevreden te zijn. Daarom leert de Blijde Boodschap zo vaak dat we een dankbaar hart dienen te ontwikkelen en de Heer altijd moeten danken. Zelfs wanneer de zaken niet echt op rolletjes lopen, is er genoeg om dankbaar voor te zijn.
”     Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toe-bereid heeft voor het erfdeel van de Heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zondenCol.1: 12-14.
Deze uitspraak alleen al zou ons in jubelende Vreugde dienen te doen uitbarsten en alle twijfel aan de kant moeten schuiven over God’s Trouw aan ons, want de Blijde Boodschap leert ons: “Als God vóór ons is, wie kan dan tegen ons zijn?”.
4.]. Op onze weg naar Christelijke tevredenheid dienen wij ons er onophoudelijk van te vergewissen dat wij God dienen omdat we daartoe bezield zijn.
Soms hebben we een krachtig verlangen om grote dingen voor God te doen. We werken met heel ons hart aan die taak en we stellen alles in het werk om het voor elkaar te krijgen. Het is een waardige roeping, de resultaten eren slechts God en onze pogingen zijn prijzenswaardig.
Maar om de een of andere reden stelt ons dat niet tevreden. We gaan op zoek naar een hogere roeping, betere resultaten en grotere inspanningen. Hoe meer we voor God bereiken, des te meer we willen bereiken. Het klinkt alsof zo iemand er helemaal voor gaat en zich helemaal heeft toegewijd aan de visie die God hem gegeven heeft.
Maar indien dat dan zo is, dan zal er vrede en tevredenheid zijn.
5.]. Tenslotte, indien wij over Christelijke tevredenheid willen beschikken, dan dienen wij te aanvaarden dat we niet alles kunnen doen wat er gedaan moet worden. Dit heeft te maken met een focus op wat je wél en wat je niet kunt doen. We zien soms dat er in sommige behoeften niet voorzien wordt, dat er nog veel werk te doen is en dat er veel mensen zij die – het goede nieuws van de Blijde Boodschap nog moeten gaan horen òf zich er geheel voor afgesloten hebben. Maar God heeft geen enkel mens geroepen of begaafd om het hele karwei in z’n eentje te klaren. Wij vergeten heel gemakkelijk dat God prima op de hoogte is van àl die behoeften en àl dat werk en àl die mensen die we nog willen helpen. Maar God heeft heus de controle niet verloren en is ook niet opgehouden met Zijn werk in het leven van andere gelovigen en ongelovigen.
Wij dienen ons slechts te concentreren op het werk waartoe wij geroepen zijn en erop vertrouwen dat ‘God‘ mensen en middelen zal aanleveren om die dingen te doen waar wij absoluut geen middelen, mogelijkheden, tijd of energie voor hebben. Wanneer wij erkennen dat God, als onze Vader en niet wijzelf, de touwtjes in handen heeft, eerst dàn kunnen we vrede vinden en leren tevreden te zijn.

Troparion
tn.1.
  De drie lichten van de drievoudige Zon der Godheid
hebben door de stralen van de goddelijke Leer
heel de wereld doen branden in Liefde tot God;
en als honing-vloeiende rivieren van wijsheid

drenken zij heel de schepping met stromen van de kennis van God.
Het zijn Basilios die de Grote heet, Gregorios,
die uitblonk door zijn kennis van het Wezen van God,
en de Gouden Mond van goddelijke welsprekendheid.
Komt bijeen, gij allen die hun woorden bemint
om hen gezamenlijk met hymnen te eren,
want zij bidden voortdurend voor ons
tot de Heilige Drieëenheid
”.

Kondakion
tn.2.
  De God-verkondigende Predikers,
de grootsten van Uw Leraren, o Heer,
hebt Gij opgenomen,
om van Uw goederen te genieten in eeuwige rust.
Want hun moeiten en arbeid hebt Gij verkozen boven alle brandoffers
Gij, Die alleen Uw Heiligen werkelijk kunt verheerlijken
”. 

NB. Let op de opmerkelijke manier waarover men hier spreekt:
    En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrie, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.
En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door [God’s] Genade van veel nut voor hen, die geloofdenHand.18: 24-27.
                  De vroeg-christelijke Kerk ontving geen predikers die niet waren ‘aanbevolen door de plaatselijke gemeente‘ waar zij vòòr die tijd hadden gediend. Dit is enorm belangrijk.
Indien we dat vandaag zouden toepassen zou dat een direct einde maken aan de praktijk van mensen die de wereld rondreizen – ‘zonder achterban’ en zonder vrucht voort te brengen, maar die simpelweg een bron van inkomsten en aanzien verwerven door middel van God’s kinderen.
De glorie, of heerlijkheid, van God is de luister van Zijn Geest.
Het is geen esthetische schoonheid of materiële schittering, maar
de schoonheid die uitstraalt van Zijn persoonlijkheid, vanuit alles wat God is.
Ook wordt de rijke in de Blijde Boodschap opgedragen zich nederig te gedragen:
    Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een

bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelkenJac.1: 9-11.
Houdt uw voorgangers in gedachtenis, maar
verneder hen niet door hen te verheffen!
De Glorie van God manifesteert Zich in de eigenschap van
Zijn Lichaam als geheel en die totaalindruk van al Zijn eigenschappen samen,
verdwijnt nooit. Deze Glorie is eeuwig.

Januari de 28e – Orthodoxie – tijd en stilte – H. Ephraïm de Syriër.

      En de Heer, onze Verlosser daalde met hen af en bleef staan op een vlakke plaats en [daar] was een grote menigte van Zijn Volgelingen en een grote menigte van Volk uit het gehele Joodse land en Jeruzalem en van Tyrus en Sidon aan de zee, die gekomen waren om Hem te horen en genezen te worden van hun ziekten; en die gekweld werden door onreine geesten werden genezen.        En de gehele schare trachtte Hem aan te raken, omdat
er Kracht van Hem uitging en Hij allen genas.
       En Hij hief zijn ogen op naar Zijn aanhangers en zei:
– Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
– Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden.
– Zalig, gij, die nu weent, want gij zult lachen.
– Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten en wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.
Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de Hemelen
Luc. 6: 17-23a lezing 28 januari [gedenkdag van H. Ephraïm de Syriër

God is niet dood, Hij heeft wèl de Heilige Geest gegeven!

Maar de Vrucht van de Geest is Liefde, Blijdschap, Vrede, Toegevendheid, Vriendelijkheid, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid, Zelfbeheersing.
     Tegen zodanige mensen is de Wet [en haar rechtvaardigheid’s-besef] niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
     Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de Wet van Christus vervullen”. Gal.5: 22-6: 2

Kunnen wij door ‘inzet in Christus’, onszelf in deze tijd nog verwonderen?
Er gaat een Kracht uit van de Heer, onze Verlosser en
Hij geneest ‘allen, die in Hem geloven‘.

Geloven doe je niet alleen, daar heb je elkaar voor nodig.

 

Welke Psalmen lees je in de ochtend?

    Belijdt [daarom] de Heer, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijn Barmhartigheid.
Getuigt dit, jullie die bevrijd zijn door de Heer; die Hij bevrijd heeft uit de hand van uw vijanden.
Want Hij heeft jullie bijeengebracht uit alle streken: vanuit het oosten, het zuiden, het noorden en de zee. Sommigen verdwaalden in de woestijn [de wereld], in een waterloos land en vonden geen weg naar een bewoonde plaats. Zij leden honger en dorst; hun ziel bezweek in hun binnenste.
Zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij leidde hen naar een goede weg, zodat zij aankwamen in een bewoonde streek.
Dat zij de Heer beiden om Zijn Barmhartigheid
om Zijn Mysteriën
[wonderen] voor de kinderen der mensen.
Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd en de hongerige met goederen vervuld
”.
Psalm 106[107]: 1-9 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Daarom nemen leden van de Kerk standaard deel aan gezamenlijke bijeenkomsten in het land.
Daarom nemen leden van de Kerk standaard deel aan bijeenkomsten in hun directe omgeving, aan zogenaamde huiskringen, die verspreid plaatsvinden over het geheel land.
✥ ✥ ✥ Dit vormt als vanouds de ruggengraat van de christelijke gemeenschap, teneinde de zorgen van alledag te kunnen dragen. Geloven dat doe je niet alleen, daar heb je elkaar voor nodig.
Geloven dat doe je ‘niet’ via jouw 
WhatsApp, Linkedin of Facebook;
Geloven doe je door elkaar in elkaars huis te ontmoeten, eerst dàn
voorkom je dat je onderweg in de beproeving van eenzaamheid geraakt.
Neem daarom in ‘jouw eigen‘ omgeving het initiatief en nodig anderen, die in jouw omgeving wonen bij je thuis uit. Er is genoeg om over te praten en ga je daarbij verdiepen hoe je de christelijke weg gaat en dit weet vol te houden.
Een huiskring bestaat uit een groep van zes tot tien mensen, die eens in de twee weken bij elkaar komt. Daar leer je nieuwe mensen kennen, duik je samen de Blijde Boodschap van de Heer in en is er ruimte om door te vragen, om je kwetsbaar op te stellen en om zo samen de diepte in te gaan.
   Daar beleef je dat ‘God Goed is’ en dat je er niet alleen voor staat.
Alleen reizen op een door lotgenoten verlaten weg leidt tot eenzame beproeving, gezamenlijk optrekken is het enige dat je werkelijk rijkdom doet ervaren.
Huiskringen zijn de ruggengraat van de christelijke gemeenschap; dáár leer je reisgenoten kennen op weg naar het Hemel’s Koninkrijk.
   Daar ontstaat een groep van gemeenschapsleden, die voor elkaar zorgt en op elkaar betrokken is. Het accent ligt daar niet alleen op het onderwijs en de bijbelstudie, maar ook op de onderlinge zorg.
Lief en leed wordt daar gedeeld, er is geestelijke toerusting en gebed, kortom iedereen draagt zorg voor elkaar.  Het doel van de huiskring is onderlinge gemeenschap, geestelijke intimiteit en geloofsgroei.

Je kunt pas krachtige onderlinge gemeenschap beleven, wanneer deze in de kleine groep wordt uitgewerkt.
De zondagse samenkomst is bij uitstek een plaats voor gelovigen om samen God te aanbidden en je in de Kerk, ‘het Lichaam van Christus’ ontvangen te weten. Dáár vinden de Goddelijke Mysteriën plaats, Die je geestelijk ondersteunende  Kracht vertrekken om ondanks tegenslagen toch dóór te gaan.
Maar de onderlinge relatie komt daar minder tot zijn recht.
In een kleine groep kun je veel beter elkaar bemoedigen, troosten en versterken.
Door de deelname ontstaat er vriendschap en is er zorg voor elkaar.

In de vroeg-Christelijke Kerk speelde het leven van de gemeente zich voor een groot deel af in de huizen van de gemeenteleden:
      Zij dan, die Zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs van de Apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebedenHand.2: 41-46;
      En Paulus vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand, genaamd Titius Justus, die God vereerde, wiens huis naast de synagoge stond”;
      En toen wij op de eerste dag van de week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernacht. En er waren verscheidene lampen in de bovenzaal, waar wij vergaderd waren“;
    Hoe Paulus al die tijd onder u verkeerd heeft, dienende de Heer met alle besef van nederigheid, onder tranen en beproevingen, die hem overkwamen door de aanslagen van de Joden; hoe hij niets nagelaten heeft van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuisHand.18: 7, 20: 8 en 20: 18b-20;
      Ik beveel Phoebe, onze zuster, tevens dienares van de gemeenschap te Kenchreeen, bij u aan, dat jullie haar ontvangen in de Heer op een wijze, de heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend.
Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus, mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de gemeenschappen der heidenen. Groet insgelijks de gemeenschap bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus de eersteling voor Christus uit Asia [en nog vele anderen
Rom.16: 1-5;
      Stelt u dan ook onder zulke mensen en onder ieder, die meewerkt en arbeidt. Ik verblijd mij over de komst van Stephanas, Fortunatus en Achaicus, want hetgeen van uw kant nog ontbrak, hebben dezen aangevuld; want zij hebben mijn geest en de uwe verkwikt. Erkent dan zulke mensen. U groeten de gemeenten van Asia. Vele groeten in de Heer van Aquila en Prisca en van de gemeenschap bij hen aan huis. U groeten al de broeders. Groet elkander met de heilige kus1Cor.16: 16-20;
      Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die een van mijn medewerkers is voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost is geweest. Epafras laat u groeten, die een van de uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil. Want ik [Paulus] kan van hem getuigen, dat hij zich vele moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hierapolis zijn. De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten. Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap bij haar aan huis. En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeenschap te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen“ Col.4: 11-16.

Mocht je aanvullende en/of andere vragen willen behandelen in je huiskring, dan kan de volgende indeling in soorten vragen je wellicht helpen:
1.]. Verwerkings- of begripsvragen [het lezen van de lezingen van de dag, de zondag en deze  bespreken]: wat staat er?
2.]. Belevingsvragen [of motivatie-vragen}: wat ervaar ik hierbij?
3.]. Toepassingsvragen: wat wil/kan ik ermee doen [een beslissing nemen]?

Bovenstaande driedeling kun je ook zien als: ‘hoofd – hart – handen’ of:
snappen – wil/kan ik? – wat ga ik doen?
Denk vooraf biddend na welke vragen je in ieder geval op de avond/middag van de huiskring wilt bespreken.
Neem de tijd voorafgaand om – in stilte – naar boven te halen wat jou in de dienst heeft geraakt en hoe God daarin tot je heeft gesproken.
Mocht je tijdens de dienst aantekeningen hebben gemaakt, neem ze erbij.
             NB. Indien je de dienst hebt gemist of je geheugen wilt opfrissen: op deze blog/website vind je de lezingen van de zondag behandeld.

Wissel uit wat jou in de het geheel met name aansprak.
Indien je daarin hebt ervaren dat de Heer tot je sprak, hoe
zou je dan Zijn woord aan jou in eigen bewoordingen kunnen samenvatten?
Wat betekent deze periode van het Kerkelijk jaar voor jou persoonlijk?
Deel dit in de kring en zie hoe ieders antwoord elkaar tot hulp en inspiratie kan zijn.

De gezindheid van Christus… Betrap je jezelf wel eens op een gezindheid die niet de gezindheid van Christus is? Zo ja, wat doe je dan? Hoe kan dit gedeelte je helpen? 
In Phil.2: 1-11 ligt de nadruk op de gezindheid van Christus; toch betrekt Paulus juist ook de Vader en de Geest in zijn oproep. Het gedeelte is dus Trinitarisch.
Dat wil zeggen Paulus spreekt vanuit de Drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest. Dit zie je ook terugkomen in Rom.8: 5,6 waar Paulus spreekt over de gezindheid van de Geest.
De Geest wil in ons een werk doen waardoor we steeds meer op Jezus lijken en Zijn gezindheid ontvangen. Paulus zet de gezindheid van de Geest tegenover de gezindheid van het vlees.
Kun je aangeven waar dat in je eigen leven kan ‘botsen’? Hoe ga je daarmee om?
. . . . . [Neem tijd om samen te bidden dat Gods Geest ons het verlangen geeft Zijn gezindheid steeds meer te krijgen].

Welke zinnen uit de gelezen teksten die nog niet zijn besproken, vielen jou extra op/spraken jou extra aan? Kun je onderling delen waarom?
Leren die zinnen jou persoonlijk iets over God, de Vader, over Jezus, als Zijn Zoon en de Heilige Geest? Zo ja, wat met name? [Hoe] kan dat je helpen in je eigen leven?

  In Phil.2: 8 worden de vernedering van onze Heer en Verlosser en Zijn gehoorzaamheid in één adem genoemd. In hoeverre horen ze bij elkaar; kunnen ze ook los van elkaar staan?
Kun je iets delen van wat hierover in je eigen leven [in de Kerk] speelt of speelde?

De bereidheid van onze Heer en Verlosser om de hemel te verlaten mag ons ook inspireren en motiveren om het tijdseigene van deze periode te delen met hen die Jezus nog niet kennen.
Deel met elkaar hoe je deze periode benut om over je Geloof te spreken.
Deel je ervaringen en bid samen voor hen die uit nieuwsgierigheid zijn gekomen en als deelnemers aan de huiskring uitgenodigd zijn.

Onze Heer en Verlosser, onze God in Drieëenheid, mogen we net als de vroeg – Christelijke Gemeenschap dankbaar zijn voor het Mysterie dat de Hemel onder ons bewerkt.
Mag de Genade van onze Heer Jezus Christus,
de Zoon van God, Die Zich over ons zondaars ontfermen zal
ons de Liefde  toekomen van onze Vader, in de gemeenschap met Zijn Heilige Geest,
met ons zijn en blijven, tot in eeuwigheid.

Troparion van de H. Ephraïm de Syriër
tn.8. 
De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zuchten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt Gij, onze heilige Vader Ephaïm, tot een ster geworden,
die heel de aarde verlicht door uw wonderen.
Bid tot Christus onze God, om onze zielen te redden
.

Kondakion van de H. Ephraïm de Syriër
tn.2. 
Gij hebt voortdurend het uur van het Oordeel voor ogen gehad
en uzelf in diepe droefheid beweend.
Gij hebt de stilte liefgehad, heilige Ephraïm,
en door uw ascese zijt gij onze leraar geweest.
Zie in uw goedheid op ons neer
en wek onze onverschillige harten tot rouw-moedig-heid
.

– abuna Ephraïm de Syriër –

De heilige vader Ephraïm de Syriër, [arabisch: الاب المقدسة افرايم السوري, alab almuqadasat afraym alsuwriu] werd geboren in 306 in de stad Nisibis [nu Nusaybin in Turkije], in het betwiste grensgebied tussen Sassanid Assyrië en Romeins Mesopotamië , toen recentelijk door Rome verworven.
Hij wordt als een groot tekstdichter beschouwd in de Kerk van de hedendaagse multi-culturele en multi-religieuze samenleving, welke een ongekende historische rijkdom en een buitengewoon mooie natuur kent.

Pas sinds 1920 wordt deze heilige door de westerse [lees RK] Kerk vereerd als kerkleraar; dat kwam met name via Frankrijk en Engeland, welke een grote invloed hadden in deze streken van het Midden-Oosten.
Eén van de opvallendste aspecten van ‘de Levant’ is de ongeëvenaarde culturele en archeologische rijkdom. Opgravingen hebben aangetoond dat dit gebied al duizenden jaren constant bewoond is !!!   De oudste sporen van menselijke aanwezigheid dateren uit 80.000 voor Christus. De oudste belangrijke beschaving van deze streek, de Phoeniciërs, ontstond in het derde millennium voor Christus, hun opvallendste kenmerk was hun handelsgeest.
Bij de splitsing van het Romeinse Rijk kwam het gebied in 395 onder Constantinopel te staan welke Syrië tot in de 7e eeuw bestuurde. Vervolgens is er een niet aflatende ‘vreemde’ overheersing gevolgd door Omajjaden, Abbasiden, Seltsjoeken, de kruistochten, de mongolen en de opkomst van het Ottomaanse Rijk. De volkerenbond [Fransen en Engelsen] heeft geleid tot een kortstondige overheersende zekerheid tot rust, maar vanaf de onafhankelijkheidsstrijd [1916-1920, het Sykes-Picotverdrag] is het in ‘de Levant’ tot de dag van vandaag onrustig  gebleven.
Het gevaar van de multi-religieuze samenleving was voor Rome en Constantinopel [ook toen konden ze het al erg goed met elkaar vinden] aanleiding de Antiocheens Orthodoxe Kerk van de 18e tot het einde van de 19e eeuw ‘onder curatele‘ te stellen van de autofecale kerk van Athene. In de officiële tenaamstelling is dit nog af te lezen: ‘Grieks-orthodox Patriarchaat van Antiochië’.

In de dagen van Ephraïm de Syriër werden er in de stad Nisibis talloze talen gesproken, afgeleide  dialecten van het Aramees, de christelijke gemeenschap gebruikte een Syrisch dialect. Ephraïm werd reeds op jeugdige leeftijd en was binnen een vroeg-Christelijk wijze van monastiek leven vrijwel zeker een ‘zoon van het Verbond met God‘.  Jacob, de tweede bisschop van Nisibis stelde Ephraïm aan als leraar [Syrisch malp̄ānâ, Arabisch muealam], een titel die nog steeds veel respect oproept onder Syrisch Orthodoxe Christenen. Hij werd tot lezer, subdiaken en vervolgens tot diaken gewijd en begon kerkelijke Hymnes te componeren en bijbelse commentaren te schrijven als onderdeel van zijn in Christus gegeven stijl gegeven pedagogisch onderwijs.
In zijn Hymnes verwijst hij soms naar zichzelf als een ‘herder‘, naar zijn toezichthouder als ‘de herder‘ en naar zijn gemeenschap als een ‘kudde’.
De heilige Ephraïm wordt algemeen beschouwd als de stichter van de Theologische School van Nisibis, die in latere eeuwen uitgroeide tot het centrum van het onderwijs van de Antiocheens Orthodoxe Kerk.
  Ik werd weliswaar op de weg naar de Waarheid geboren: hoewel ik in mijn puberjaren de grootsheid van deze Genade niet onderkende, werd ik hierin eerst onderwezen toen de beproevingen kwamenconf. Adversos Haereses, XXVI.
Hij leefde eenzaam in afzondering en werd nimmer tot priester gewijd.
Na de verovering van Nisibis door Perzië in 363, vestigde Ephraïm zich in het Romeinse Edessa waar hij de hymnen componeerde, die tot op de dag van vandaag in de Antiocheens Orthodoxe Kerk  worden gebruikt.
Zijn composities werden vertaald in het Armeens en het Grieks, en via de laatstgenoemde taal overgezet in het Latijn en Slavisch. Vele werken in deze westerse vertalingen, die aan hem worden toegeschreven, zijn, nochtans, niet werkelijk van zijn hand.
Veel van Ephraïm’s exegetische, dogmatische en ascetische werken zijn in versvorm.
Hij schreef verscheidene polemische werken om de ketterijen van Marcion,  Bardaisan, Mani, het Arianisme, de gnostische Borboriten en de Anomeanen te weerleggen. Hij schreef brede beschouwende commentaren op de Blijde Boodschap, waaronder over Genesis en een samengestelde chronologische weergave van de vier Evangeliën [Diatessaron].
Zijn geschriften bevatten omvangrijke typologieën en symboliek.
Meer dan 500 hymnen zijn bewaard gebleven.
Zijn poëzie bevat twee genres: als ‘Hymnen‘ en als ‘Preken‘ in versvorm.
Na zijn dood werden de hymnen in hymnen-cycli geplaatst, hiervan zijn de bekendste het Geloof [incl. die van de ‘vijf over de Parel van het Geloof‘),
het Paradijs en Nisibis [vooral de 2e helft:
de Afdaling van Christus in Hades/ de Sheol.
Zijn liturgische poëzie had een geweldige invloed liedkunst zowel voor ‘de Levant’ als die van Griekenland. In de christelijke Geloof’s-gemeenschappen van de Levant wordt hij in navolging van de Psalmdichter David geëerd als ‘de harp van  de Heilige Geest‘.
Met name één hymne, welke als niet identiek wordt beschouwd, is:
    Ik, Efraïm ben stervende en schrijf mijn nalatenschap.
Moge het een getuigschrift zijn voor hen, die na mij komen;
Bidt dag en nacht, uw gehele leven lang.
Zoals een ploeger, dag in dag uit, zijn grond omploegt.
Een ploeger, is de trouw aan zijn dagelijkse bezigheden;
hij is bewonderenswaardig en doet geen slechte dingen;
wees niet zoals luiaards van wie de velden
met doornen overwoekerd zijn.
Bidt zonder ophouden, want hij die het gebed liefheeft, zal
zowel hier op aarde als in de Hemelen God’s hulp en bijstand genieten”.”

Uiteraard kan dit resumé van zijn leven niet afgesloten worden zonder
het onder Orthodoxen bekende gebed van Ephraïm de Syriër, welke
in de grote en heilige vastenperiode gebeden wordt en
voor de lenigen onder ons begeleid wordt door lichamelijke oefeningen:
Heer en Meester van mijn leven,
Bewaar mij voor een geest van luiheid, moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.  *
Maar schenk mij, uw dienaar, een geest van ingetogenheid, nederigheid, geduld en liefde. *
Ja mijn Heer en mijn Schepper, doe mij mijn eigen fouten zien en niet mijn broeder veroordelen;
want gij zijt gezegend in de eeuwen der eeuwen. 
Amen“. *
* [
Grote buiging]
Heer reinig mij van mij zonden“. [afsluitend, + Kleine buiging, 10 x].

35e na Zondag Pinksteren – Zacheüs-zondag

    En Onze Heer en Verlosser kwam Jericho [Hebr.=‘stad van lieflijke geur’] binnen en ging erdoor.
En zie, er was een man, Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’] geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk.
En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte.
En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
    Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
    Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
    Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.
En Jezus zei tot hem:
    Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham
[Hebr.= ‘vader van een menigte’] is.
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19:1-10.

    Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard.
Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
       Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in Woord, in wandel, in Liefde, in Geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profeten-woord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen zal blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4:9-15.

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

  Alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het Woord van God en door gebed.
Wanneer gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wel onderlegd in de woorden van het Geloof en van de goede leer, die gij gevolgd zijt; maar wees afkerig van onheilige oude-vrouwen-praat.
Oefen u in de Godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst” 1Tim.4: 4b-8.

De Blijde Boodschap, het Woord is op vele manieren samen te vatten.
Een kernbetekenis is b.v. dat God van Zijn kant ‘gemeenschap met ons zoekt’ [‘contact zoekt’] door onder ons Zijn woning te stichten [de tempel in ons hart] en ons toegang te verschaffen door Jezus Christus:
    Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouwHebr.10: 19-23.

Diezelfde gedachte van gemeenschap zoeken wordt in de bijbel ook naar voren gebracht wanneer verkondigd wordt, dat God in ons huis, ons leven wil komen.
Dat is de kern van de geschiedenis van Zacheüs: “Heden dien Ik in uw huis te vertoeven” .
Die geschiedenis wordt in de laatste zin nog eens samengevat:
De Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden“.
De wijze waarop de Apostel en Icoon-schrijver Lucas ons deze ‘verloren-gewaande’ omschrijft doet ons denken aan ‘de verloren penning’, ‘de verloren zoon’.  Onze Heer en Verlosser is gekomen om het verlorene, de verloren gewaande mens te zoeken
dàt is de Blijde Boodschap volgens Lucas.
Christus in de eerste plaats ‘in mij’, als zondaar Zijn overvloedige geduldige verdraagzaamheid komen bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later ten eeuwigen leven op Hem zouden komen  vertrouwen.
Ook Paulus, die door Lucas in zijn verkondiging werd vergezeld laat ons dit weten:
    Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem1Tim.1: 15.
Ja, Christus heeft ontzettend veel geduld met ons, wanneer Hij ons zo ziet voort-modderen, want het is toch zo dat wij haast omkomen in ons eigen onvermogen nog iets van het leven te maken.

Onze Heer en Verlosser is gekomen om ‘te zoeken’ en ‘te redden’, dat zijn Zijn twee belangrijkste activiteiten in deze historische, maar ook hedendaagse wereld.

Wanneer je diep in de tekst doordringt bemerk je dat Zacheüs al vanaf den beginne ècht aan het zoeken was, dat is echt niet zo eenvoudig wanneer je door een grote menigte [Kerk-]mensen ondergesneeuwd wordt. Door de imponerende wijze waarop de menigte zich manifesteert, maakt een beminde gelovige gewoon geen kans meer Hem te ontmoeten!

Je neemt immers aan dat eenieder, die zich om je heen bevindt, zich beter heeft voorbereid en zich dusdanig gedragen heeft dan ‘jij‘, ooit zult kunnen, als de toezichthouder, de spelleider, de dienaren, de koorleden. zangers, gelovigen.

Zacheüs was een tollenaar, een ‘opper’-tollenaar nog wel – hij had kennelijk z’n draai gevonden in dat aardse beroep; een man, die zich in dienst had gesteld van de vijand [de Romeinen] en z’n volksgenoten uit te persen en zich aldus verrijkte ten koste van zijn broeders en zusters. Komt in de beste kringen voor, niet waar?
Zelfs in de Kerk proberen sommigen de boventoon te voeren.
Probeer je jezelf eens voor te stellen hoe het zou zijn om omgeven te zijn door mensen die afgunstig zijn vanwege jou manier van optreden.
Jij, die over wereldse eigenschappen of bezittingen beschikt, waar men op zich ‘zelf’ afgunstig door zou worden?
Het blijkt dat op hetzelfde moment de mens fysieke pijn ervaart, een bepaalt gevoel, die in het brein wordt geregistreerd en vervolgens de ander ‘buiten‘ sluit.

Zó stond deze opper-belastinginner van de overheid hier tussen al die gelijken,
die zoekenden zijn in de woestijn van het leven.

Kijk maar, hij doet het alweer, wat een schurk.
Daarom hadden de Joden hem volkomen afgeschreven:
met hèm, die zondaar, daar behoefde je geen rekening mee te houden.
Zacheüs moest er dus een heleboel voor over hebben om onze Heer te zien en
klom in de hoogste regionen door, klom in de bomen, een olijfboom [een kyrië- eleïson-boom].
Hij dient toch wel als een behoorlijke doorzetter worden beschouwd, bij het zoeken. Maar wanneer onze Heer en Verlosser bij die boom des levens voorbij komt, dan vindt er ineens een merkwaardige verschuiving plaats.
Zacheüs was op zoek, maar ‘wórdt’ gevonden.
De rollen worden als vanzelfsprekende precies omgekeerd.
Zo gaat dat wanneer wij naar God gaan zoeken,… dan blijkt dat God ons al lang gevonden heeft.

Wij reageren een millimeter op de roep van onze Heer en Meester en
Hij komt ons een meter tegemoet.

Bij een zondig mens,
ja, inderdaad, want onder al die mensen:
neem ik een eerste plaats in”.

Daar begrijp je helemaal niets van
– alleen wanneer je de persoon van Zacheüs maar voor ogen houdt.

Pas dàn kun je slechts een dergelijke confrontatie verklaren;
wanneer je aandacht schenkt aan de Liefde van God voor de mensen en
Zijn Barmhartigheid, die in de persoon van onze Heer en Verlosser gestalte krijgt.
De overvloedige Genade van God, Die ons zonder voorwaarden vooraf tegemoet komt.

Indien ons Heer en Zaligmaker in dát huis moest zijn, bij mij binnen treedt, dan betekent dat meteen, dat alle onrecht de deur uit, het huis uit dient te worden gezet.
Onze Heer en Verlosser, de schenker van het Leven toelaten in jouw tempel, in jouw leven, dat heeft duidelijke gevolgen.

Zacheüs begrijpt dat: wanneer het met God weer goed is gekomen, dan kan het niet anders of dat moet z’n weerslag hebben in de verhouding tussen de mensen onderling.
En Zacheüs blijkt zoveel mogelijk weer goed te hebben gemaakt met z’n medemensen; hij vergoedt meer, dan Mozes ooit heeft voorgeschreven:
    Het is een schuldoffer; hij heeft de Heer zijn schuld volkomen geboetLev.5: 19. èn
Wanneer iemands rund het rund van zijn naaste stoot, zodat het sterft, dan zal men het levende 
rund verkopen en zijn prijs verdelen en ook het dode dier zal men verdelen. Of als het bekend was, dat het rund reeds vroeger stotig was, en als zijn eigenaar het desondanks niet bewaakte, dan zal hij volledig rund voor rund vergoeden, doch het dode dier zal zijn eigendom zijnEx.21: 35,36.

En eerst dàn klinkt het God’s-Woord ‘redden‘.
Redding en behoud is er alleen, indien we daadwerkelijk consequenties trekken uit God’s Belofte van Zijn Genade-gaven.

Omdat hij een zoon van Abraham is”, en wat betekent dàt nu weer?

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

God trekt Zacheüs, laat hem toe in Zijn gemeenschap, omdat hij tot Abraham, tot het Verbond behoort. Zacheüs is kind van het Verbond, is besneden, is gedoopt,  een verbintenis is aangegaan.
Misschien niet bewust, het overkwam hem immers reeds als kind.
Maar dàt zijn/waren zijn omstanders allang weer vergeten òf niet soms?
Is ieder van ons zich hier nog dagelijks, in het – hier en nu – van bewust, dat hij/zij een verbintenis is aangegaan met God, ja, ook u daar binnen deze menigte van mensen?

Maar dìt is/was volgens ons/hen voor een tollenaar, een verrader, een buiten-geslotene, niet meer geldig, outcast. Wij mensen zijn gewend de ongerechtigheden van een ander eerder te onderkennen, dan de zonden van onszelf. En het is al een hele levenskunst om dat te onderkennen: “ Doe ik dàt nu al weer?”.

Maar hier wordt zichtbaar, dat God, het goddelijke in ons dìt niet vergeet.
Hier blijkt, dat God inderdáád trouw, onwrikbaar trouw is aan Zijn Verbond met de mensen.
Lucas toont ons hier in zijn schrijfkunst: je mag tollenaars, d.w.z. Kerk-verlaters, Verbond’s-verlaters niet over één kam scheren; onder hen zijn namelijk zoekers, zoals Zacheüs.

We mogen hen niet in de weg staan. We moeten juist oog voor hen hebben en hen uitzicht op onze Heer en Verlosser, op het Leven en de Opstanding blijven bieden, – wat er ook gebeuren mag.
En vergeet niet, extremen komen niet alleen binnen religies voor, óók onder andere extremen, zowel links, als rechts-georiënteerden.

We herhalen dit nog maar een keer, dan valt het misschien op, maar ook Paulus onderkent dit.
In het andere schrijven van Lucas, de handelingen van de Apostelen verhaalt deze verkondiger dat zij die tot de oude leer van Mozes behoren altijd eerst afgaat op zichzelf, z’n volksgenoten, zij die zich Joods noemen en de verweerders van de dienst aan God. Immers verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Voor Paulus zijn mensen, die afstand hebben genomen van de Leer, zij die zich buiten de gemeente, buiten de gebaande sporen hebben begeven, geen egaal grijze massa.
Ook zij, die naar zij verkondigen, de Godsdienst achter zich hebben gelaten, weet hij te vinden.

Wij kennen allemaal wel van die mensen, die ooit het teken van God’s verbintenis hebben ontvangen, maar die hun eigen weg zijn gegaan.
Wij mogen ze niet afschrijven, ook niet, als hun leven zo duidelijk spreekt van afkeer van alles wat met religie te maken heeft; we mogen ze niet op één hoop gooien – ook zij zijn zoekend.
Er zijn er onder hen, die zoekers zijn, ook al leiden ze een leven, dat veel vraagtekens en misschien ook wel weerzin oproept.
Dat neemt niet weg dat wij alles wat met afschuwelijke overtredingen van humane en goddelijke wetten aangaat resoluut dienen af te wijzen, doch de mens daarachter niet dienen af te schrijven.

Dit is hetgeen Christus en Paulus ons vandaag tot beter gedrag willen aansporen, willen onderwijzen.

Christus is verrezen/opgestaan

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven
nederdaalde tot de dood,

hebt Gij de kracht der onderwereld gedood
door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

34e Zondag na Pinksteren – Zondag van de tien melaatsen

God heeft Hem door de Heilige Geest met Kracht gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door het kwaad waren overweldigd, want God was met Hem [Hand.10: 38]

    En toen Hij een zeker dorp binnenging,
kwamen Hem tien melaatse mensen tegemoet, die op een afstand bleven staan.
En zij verhieven hun stem en zeiden: ‘Jezus, Meester, heb medelijden met ons’
En Hij zag hen aan en zei tot hen:
‘Gaat heen, toont u aan de priesters’.
     En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.
     En een van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was, met luider stem God verheerlijkende, en hij wierp zich op zijn aangezicht voor zijn voeten om Hem te danken. En dit was een Samaritaan.
En Jezus antwoordde en zei:
‘Zijn niet alle tien rein geworden? Waar zijn de negen anderen?
Waren er dan geen anderen om terug te keren en God eer te geven,
dan deze vreemdeling?
En Hij zei tot hem:
Sta op, ga heen, uw Geloof heeft u behouden
Luc.17: 12-19.

    Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in Heerlijkheid.
Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.
Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefde.
     Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is ChristusCol.3: 4-11.

De Ware schat

“Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus”; ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ”; ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό”

    Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akkerMatth.13: 44.
De waarachtige schat, die de mens bij de schepping heeft meegekregen , die de mens zich voor eeuwig heeft verworven is het Leven. 

Zoals we het enige dagen geleden hebben uiteengezet is waarachtig leven, het Leven in God. God heeft ons geschapen teneinde dat wij mensen Zijn Beeld en gelijkenis trachten te evenaren, aldus schept God, als de menslievende onophoudelijk. God is inderdaad niet opgehouden Zich met Zijn Schepping te verenigen. God zoekt de mens, onophoudelijk klopt Zijn Zoon, onze Heer en Zaligmaker, op de deur van ons hart en roept:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal jullie rust geven; neemt mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie mensen zullen rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMath.11: 28-30.
Door dit te besprenkelen door een toenemend proces van economische, culturele en politieke integratie op mondiaal niveau worden alle schatten van de aarde, die ons van God’s weg zijn toevertrouwd, totaal waardeloos.
Maar hoeveel inzicht heeft een mens eigenlijk in zijn eigen en de mondiale geschiedenis en wat nog in het verschiet ligt?
Indien ik Prediker goed begrijp, gaf God ons bij de Schepping de aandrang over het verleden na te denken, maar slagen wij daar maar heel beperkt in God na te volgen, na te rekenen.
    Ik heb in ogenschouw genomen de bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om Zich daarmee te kwellen. 
Hij heeft al voortdurende Schepper Alles alles op tijd voortreffelijk gemaakt; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekkenPrediker 3: 11.
Neen, wanneer je er maar op los leeft, alles maar neemt zoals het door de wereld aangeboden wordt en je slechts in al je blindheid en doofheid laat leiden door de tegenstrever, ben je slechts bezig met het tijdelijke. En leef je in het tijdelijke dan kijk je niet verder dan je neus lang is.
Wanneer je God ná-rekent, Hem in de loop van de geschiedenis tracht te achterhalen – op een andere manier is het onmogelijk Hem te ontdekken – dan wordt het wel erg moeilijk om te achterhalen: “Hoe je ontstaan bent” en Waar je naar toe gaat”, wat je bestemming is. Wij mensen kunnen alleen maar denken in termen van tijd. Wij herinneren ons dingen en verwachten iets voor de toekomst, anders zijn we gevoelloos, melaats, gedoemd om ten onder te gaan, te sterven.

Wie kan zich voorstellen niet aan tijd gebonden te zijn, een oneindig verleden en een oneindige toekomst te hebben? Maar God? Voor Hem ligt zowel mijn geschiedenis als wat komen gaat in het heden, in het hier en nu – het maakt voor Hem geen enkel verschil.
Door de schat van het Leven, wat wij gekregen hebben te bevruchten met onzin, met er niets-toe-doende praktijken, worden alle ons toegekende mogelijkheden, schatten, Genadegaven hier op de aarde waardeloos, besmet.
    Welaan dan, jullie, die er op los leven [-zij die zich rijk wanen-], weent en maakt misbaar 
over de rampen, die u zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw kleren zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is vervlogen [in lucht opgegaan], en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijnconf. Jac.5: 1-3.

De waarachtige schat

de schat van het Leven in God; the treasure of Life in God; ο θησαυρός της ζωής στον Θεό.

De ware schat, die we dienen te zoeken en verkrijgen, is de schat van het Leven in God, de schat die we hebben voor het eeuwige leven. Maar het voordeel ligt in de manier waarop wij leven verborgen, is niet duidelijk.
Waarom?
De mens, die zich als gevolg van de val van de mens verheven heeft, zich als god [in Frankrijk] waant, is de gevallen mens, de melaatse mens. Na z’n vervallen zijn – aan de wereldse geneugten –  is deze mens niet langer geschikt een fenomeen, een natuurlijk verschijnsel te zijn – om de schatten van God te ervaren. Deze mens doet niet anders dan zich van God te verwijderen.
    Geeft het Heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u zullen verscheurenMatth.7: 6.
In een valse staat kan de mens, de ware schatten, de hem van God gegeven Genadegaven niet waarderen.

Daarom is de Heer, onze God, onze Verlosser voor hen verborgen, niet in de zin dat God Zich van hen distantieert, maar in de zin dat de mens Hem de kans ontneemt, de mens tegemoet te treden.
Nadat de mens geroepen is, dient deze op een of andere manier te reageren,
dient actie te ondernemen, zijn werkveld bewerken en zich inspannen.
De mens gaat 1 millimeter richting God en God komt hem een meter tegemoet.
En dit gebeurt dagelijks  voor onze ogen en het vreemde is
dat er van de tien die regio werden, er slechts een terugkeert om
z’n dankbaarheid te toten
En een van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was,
en met luide stem God verheerlijkt deze God en werpt zich op de grond
op z’n aangezicht voor Zijn voeten om Hem te danken:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar”.
En deze mens was iemand, die van de gemeenschap uitgesloten was,
een Samaritaan.

Zó ziet God het complete leven van de mens, God, als de Eeuwige, maakt de mens terughoudend in het duiden de betekenis van historische feiten.
Job wist nooit waartoe z’n kinderen omkwamen.
Ten opzicht van God schiet de mens schromelijk tekort –
God gaat ons verstand vèr te boven.
Maar door de Blijde Boodschap van onze Heer en Verlosser, Jezus Christus, tasten we niet langer  volstrekt in het duister over onze relatie de Eeuwige en
mogen we Hem blijven zoeken en danken
en dit is op zich een zegen.
Dus: ‘Sta op, ga heen, uw Geloof heeft u behouden!’.

Apolytikion     tn.1.
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1.
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1.
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

Orthodoxie & De koren der heiligen volgen in Waarheid het Woord van God

. . . . .’ Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen van de Hemelen nestelden in Zijn takken’.
En nogmaals sprak Hij [Christus]: ‘Waarmee zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?
‘ Het is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was’.
En Hij trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem.
En iemand zeide tot Hem:
Heer, zijn het weinigen, die behouden worden?
Hij zei tot hen:
    Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggend:
Heer, doe ons [toch] open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt’.
Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd.
En Hij zal tot u spreken, zeggende:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers van de  ongerechtigheid.
Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaäc en Jaäcob zult zien en al de Profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buiten-geworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk van GodLuc.13: 19-29.

    Paulus, door de Wil van God een Apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Colosse:
‘ Genade en Vrede zij u van God, onze Vader.
Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw Geloof in Christus Jezus en van de Liefde, Die gij al de heiligen toedraagt, om de Hoop, die voor u is weggelegd in de Hemelen.
Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking van de Waarheid, het Evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de Genade van God in Waarheid hebt leren kennenCol.1: 1-6 [lezingen van zaterdag 17 januari 2019].

Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
  Naar zijn raadsbesluit heeft God ons [als een mosterdzaadje] voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen [het voorbeeld, naar God’s beeld en gelijkenis] te zijn onder zijn schepselenconf. Jac.1: 18.

In navolging van het Woord, volgenden de Apostelen
De Apostel Paulus is met Petrus uitgegroeid tot één van de kopstukken van de Kerk, beiden worden dan ook op dezelfde dag gevierd: 29 juni.
Paulus heeft zoveel gereisd in dienst van de verkondiging van de Blijde Boodschap, dat hij de eretitel van ‘De Apostel‘ heeft meegekregen.
Toch heeft hij onze Heer en Verlosser niet persoonlijk gekend, eerst na diens Hemelvaart heeft hij zich bij Zijn leerlingen gevoegd en dat was echt niet vanzelfsprekend.
Paulus kwam uit Tarsis en moet als jongeling reeds naar Jeruzalem zijn verhuisd.
Hij heeft nog als leerling aan de voeten gezeten van de beroemde leermeester Gamaliël.
Zo was hij uitgegroeid tot een vurige Rabbi, een wet’s-getrouwe jood, die niets moest hebben van de vrijzinnige sekte van Jezus van Nazareth.
We horen voor het eerst van hem, als Stephanos, de diaken, op last van de Joodse overheden wordt gestenigd. Dan leggen de beulen hun mantels neer aan de voeten van Saulus.
Het was hem er dan ook voor zijn roeping alles aan gelegen om het Christendom uit te roeien,  daartoe had hij zelfs volmachten gekregen van de Hoge Raad te Jeruzalem. Ze gaven hem het recht om huizen van verdachten binnen te dringen en te controleren of er geen volgelingen van Jezus woonden…
Op latere leeftijd betreurt Saulus zijn jonge jaren ten zeerste:
“ . . . . . Mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest: Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vleesRom.9: 1b-3.
Maar niet veel hedendaagse Joodse afstammelingen en zij die Christenen uit de heidenen worden genoemd beseffen hoezeer Paulus Joods bleef nadat hij door God was geroepen om het goede nieuws naar de heidenen te brengen.  
Zelfs toen het Joodse volk probeerde hem in de val te lokken en hem te doden, bleef hij trouw aan zijn broeders en de leringen van God’s instructies [de Wet], de Profeten en zijn Joodse achtergrond. 

De levensweg van Paulus
Paulus werd geboren als Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of af-gebeden]. Zoals we uit zijn eigen woorden zullen zien, reisde Sha’ul  als apostel Paulus door het Romeinse Rijk, waarbij hij zowel Joden als heidenen onderwees over de redding van Messias Yeshua [Jezus] door uit de diepten van zijn hart, ziel en geest te spreken als een Joodse Rabbijn.
Maar Paulus zei: ‘ Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië; ik vraag u verlof tot het volk te mogen sprekenHand.21: 39.
En er is dus veel in zijn levensgeschiedenis waar wij van kunnen leren.
Door ons te verdiepen in zijn standvastige verkondiging van Christus’ Blijde Boodschap mogen wij hopen dat zowel de Joden als de heidenen, ja de gehele mensheid wordt gered.
Bedenk wel dat: “     Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de Wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
En dan zal Ik [Christus, de uiteindelijke Opperrechter] hun openlijk zeggen: ‘ Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.

Echter iedere waarachtige Christen zal werkelijk met onze Heer en Verlosser over het water willen lopen en uitroepen: ‘Heer, redt mij’. Wat hiermee bedoeld wordt is niets meer dan dat wij navolgers van Christus dagelijks een verlangen ervaren in een relatie met onze Heer en Verlosser door het leven te gaan. Wij willen Hem trouw dienen, Hem onvoorwaardelijk vertrouwen en Hem onophoudelijk behagen. Je dient daarbij te begrijpen dat de toepassing van God’s Wil voor elke gelovige anders is en wij laten het uiteindelijk oordeel dan ook aan Hem over.

Johannes, Mattheüs, Marcus en Petrus, Lucas en de andere volgelingen waren drie jaar bij Christus, maar Sha’ul, alleen “hoorde” Hem ooit tot zich spreken – onzichtbaar, bovennatuurlijk op weg naar Damascus!
… Op weg naar Damascus werd hij als een donderslag bij heldere hemel getroffen en op de grond geworpen. Verblind door het felle licht tastte hij hulpeloos in het duister.  Een stem vroeg hem:
Sha’ul [Hebr.= ‘gevraagd of af-gebeden] waarom vervolg je mij?”
Een leerling van Jezus, Ananias [Griekse vorm Hebr. Hananiah= ‘de Heer is genadig’], overwon zijn weerzin en nam hem bij zich in huis.
Paulus was als een blad aan een boom omgedraaid [μετάνοια, omkeren, van gedachten veranderen].
Van nu af zou hij de meeste fanatieke verdediger van de Pedagogie van Onze Heer en Verlosser worden: De Blijde Boodschap is er immers voor eenieder die hulpeloos in het duister rond tast, ongeacht of men tot het uitverkoren Joodse Volk behoorde of niet.
Drie jaar lang bereidde Paulus zich in het verborgene voor op zijn zending. Toen trad hij uit de schaduw en ondernam minstens vier grote reizen.
Intussen schreef hij een onbekend aantal brieven, waarvan er veertien in het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn opgenomen.

Paulus had tevens het geluk om geboren te worden in de hoofdstad van de Romeinse provincie Cilicia – Tarsus, hetgeen een “vrije stad” was; als zodanig gaaf dit hem het Romeins staatsburgerschap bij zijn geboorte: “ En de overste ging erheen en zei tot hem: ‘Zeg mij, zijt gij een Romein?’. En hij zei: ‘Ja’.  En de overste antwoordde: ‘Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen’. Maar Paulus zei: ‘Doch ik bezit het door geboorte’Hand.22: 27,28. Het staatsburgerschap hielp Paul om een vreselijke geseling en geseling te voorkomen, hetgeen illegaal was om een Romeinse burger zonder een eerlijk proces te treffen.
Maar Paulus rept ook na zijn bekering over zijn achtergrond:
    Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliel opgeleid met nauwgezette inachtneming van de Wet van onze vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt. En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten, gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudstenHand.22: 3-5a. en vervolgens verhaalt hij de wonderlijke gebeurtenis van zijn bekering tot het Christendom.

Zowel Paulus als Christus [zie, de verkondiging aan de Emmaüsgangers] verkondigen de Blijde Boodschap op basis van de Joodse voorgeschiedenis.
Paulus vertrok na zijn voorbereiding in het verborgene naar Jeruzalem, waar de discipelen en apostelen aanvankelijk hem niet accepteerden vanwege zijn recente verleden als een vijand van het Geloof. Hij verliet Israël en begon de Blijde Boodschap aan de volken [de heidenen] te verspreiden.

De meeste spelleiders in onze gemeenschappen zullen u zeggen dat Paulus zich bekeerde tot een ‘nieuwe‘ religie, het christendom genaamd, op de dag dat hij verblind werd door God’s Licht.
Maar waar Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of de af-gebedene] zich werkelijk in bekeerde was een hart en een geest vervuld met de Geest van God, tot het oude wat overvloeide, evolueerde in het nieuwe.
Hij schreef vaak over God’s Liefde die hem ingeven door de Heilige Geest vanaf die wonderlijke gebeurtenis vervulde:
➥➥➥ ”     Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer” Rom.12: 10-19.

Paulus toonde deze liefde zelfs aan degenen die hem vervolgden. Toen God bijvoorbeeld de deuren van de gevangenis opende om te ontsnappen, maakte hij zich meer zorgen over de redding van de bewaker dan over zijn eigen vrijheid. In deze maken Petrus [verering Petrus’ banden] en Paulus hetzelfde mee, op wonderbare wijze worden zij [door een engel] bevrijd uit een gevangenschap, die hen vanwege de verkondiging van de Blijde Boodschap overkomt.
Beiden verkondigen de Blijde Boodschap, die zegt:
    Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwade door het goedeRom.12: 20,21.
Aldus verkondigen alle apostelen dezelfde Blijde Boodschap, Die zich over de gehele wereld verspreidt:
    Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij [Onze Heer Jezus Christus, de Zoon van de levende God] ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselenJac. 1: 18.

Mp3 – Δόξα αίνων Ζ Ιανρίου-(Προδρόμου)-ΠΕΤΡΟΥ-[Μετόχι Ι.Μ Σινά:

Troparion de koren der Heiligen [zaterdag]
tn.2.     “ Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten,
Die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard heb,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede, voor ons,
opat onze zielen mogen worden gered.

Kondakion [zaterdag]
tn.8.    Als eerstelingenoffer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal,
de Goddragende Martelaren.
bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God’s, Barmhartige“.

Theotokion [zaterdag]
tn.2.
    Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymnen der engelen
om U vroom te verheffen”.

Troparion de gestorvenen [zaterdag]
tn.2.  Gedenk, Heer, in Uw Goedheid de dienaren en dienaressen,
en vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U,
Die de Macht bezit om ook aan hen,
die overgegaan zijn, de rust te verlenen.

Kondakion de gestorvenen [zaterdag]
tn.8.  Met Uw Heiligen laat rusten o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn
doch waar Leven is, zonder einde”.

Orthodoxie & jezelf in je doen en laten werkelijk, waarachtig en vrij richten op God.

    Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw Verlossing genaakt [komt dichterbij].
En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is.
      Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaanLuc.21: 28b-33.

You only know what you want to change, when you know where your resistance is.

    Weet wel [dit], mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.
      Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante Woord aan, dat uw zielen kan behouden.
      En weest daders van het Woord en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Want wie hoorder is van het Woord en niet dader, die gelijkt op een mens, die het gelaat, waarmee hij/zij  geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij/zij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
     Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die van de Vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
     Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens dienst aan God is waardeloos.
Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun 
druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewarenJac.1: 19-27.

Mozes aanvaardt de wet – Parijs psalter

Er zijn slechts twee beweegredenen waarom de mens doet en laat, zoals hij/zij doet:
uit angst òf uit vrij gekozen Liefde.
Telkens wanneer je iets overkomt in het leven voel je hier iets bij. Er kruipt een emotie bij je omhoog als reactie op die gebeurtenis.
Dit kan een emotie zijn die je als positief ervaart, zoals dankbaarheid, blijdschap, troost of geluk. Je kunt ook een emotie ervaren die negatief voelt, zoals jaloezie, haat, verdriet, teleurstelling of afgunst.
Hoewel we in de meeste gevallen denken geen invloed te hebben op de gevoelens die we ervaren, is juist het tegendeel waar.
We kunnen onze emoties sturen, en zelf bepalen welke gevoelens we ervaren naar aanleiding van iedere gebeurtenis.
Zoals al vaker is uiteengezet heeft een gebeurtenis geen betekenis totdat jij die eraan toekent. Jij kiest hoe je wilt reageren op iets dat je overkomt. En hoewel we meestal functioneren op de automatische piloot, heb je wel degelijk zelf een keus in de reactie die een gebeurtenis in jouw lichaam teweeg brengt.

Waarom is dit zo interessant te kiezen je eigen emotie?
Voornamelijk omdat we deze vrije keuze kunnen gebruiken om ons leven mooier te maken. Wanneer ons iets ‘vervelends’ overkomt kun je zelf bepalen hoe je hier op reageert.
Goed en slecht‘ bestaan niet en zo het bestaat, zal God daar wel over oordelen, dus niets ligt van tevoren vast. Wie zegt ons dat deze of gene gebeurtenis per definitie slecht is?
Je kunt ‘zelf‘ kiezen welk gevoel je eraan wilt koppelen, en deze vrijheid geeft je de kans om je leven mooier te maken en daarom kun je kiezen tussen angst en liefde.

Wanneer je kijkt naar de gevoelens die je ervaart, komt het spectrum van emoties voort uit slechts twee basis emoties: angst en liefde. Dit zijn de twee basisgevoelens van waaruit we allemaal handelen.
    Angst is de emotie van afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens.
    Liefde is de emotie van vasthouden, samen zijn, samenwerken, blijdschap en alle andere positieve gevoelens.
In iedere situatie in je leven reageer je in essentie vanuit één van deze twee emoties. Je reageert vanuit liefde of vanuit angst. Veel mensen reageren automatisch vanuit angst.
Ze zijn bang om iets kwijt te raken, of iets te ervaren dat ze niet willen.
Je hebt echter zelf de keus vanuit welke emotie je wilt reageren.
    Angst houdt je gevangen en maakt je leven minder fijn.
Zoals je begrijpt is leven vanuit gevoelens van angst op de lange termijn niet prettig. Wie zijn leven inricht rondom angst baseert zijn leven op negatieve emoties, en de angst om deze emoties te ervaren.
Hoe meer angst je in je leven brengt, des te meer reden je zult krijgen om angstig te zijn. Je gevoelswereld zal worden gedomineerd door negatieve gevoelens, met alle gevolgen van dien.
    Liefde maakt je vrij en je leven een stuk aantrekkelijker, mooier.
Wanneer je je leven baseert op gevoelens van Liefde zul je je leven op de lánge èn kòrte termijn mooier maken. Hoe meer Liefde je voelt, des te meer Liefde je zult kunnen ervaren. Je kunt ervoor kiezen om Liefde te voelen bij alles wat je overkomt, zelfs wanneer iemand je aanvalt.
Je kunt kiezen voor een positieve energie in je leven die doorwerkt in alle gebieden van je leven.

Zo kies je in alle openheid voor het gevoel van Liefde
Wanneer je voor een keuze staat, beoordeel je eigen emotie:
òf je reageert vanuit vrij gekozen Liefde òf vanuit de ineengekrompen gevangenschap van de angst.
      Wanneer je wilt gaan reageren vanuit een gevoel van angst [jaloezie, afwijzing, teleurstelling of bijvoorbeeld haat), sta dan even stil, en vraag jezelf af hoe je kunt reageren als je vanuit liefde zou handelen.
      Uiteraard is dit in veel gevallen makkelijker gezegd dan gedaan. Je dient dan ook niet te verwachten dat je vanaf -‘hier en nu’- de keuze kunt maken om alleen nog maar vanuit Liefde te reageren.
      Wel kun je je steeds bewuster worden van je reacties en je gedachten.
Je kunt jezelf langzamerhand trainen om steeds vaker te leven vanuit Liefde, en het leven vanuit angst achter je te laten. Dit doe je stap voor stap, niet van de een op de andere dag.
  Je bent moedig wanneer je je angsten ervaart en het tóch uit Liefde doet, gewoon om ‘zelf‘ frank en vrij over de brug te komen en je te uiten. Moed gaat niet over door uit Liefde geen angst voelen, want indien je geen angst voelt om Lief te hebben, dan heb je ook geen moed nodig.
– Vrij zijn van angsten komt vanzelf, maar pas nadat je de moed hebt opgepakt en los komt uit het verleden.
– Moedig zijn draait om het volgen van je hart, je doet wat je wilt en kunt doen zonder je te laten belemmeren door je angsten.
Maar je ervaart je Liefde voor de ander ondanks de angst wel degelijk. En je besluit er toch voor te gaan, je zegt gewoon waar het op staat.
–  Indien je dit niet doet – en dus je angsten niet overwint – dan gaan je angsten je leven dicteren en blijf je gevangen zitten in afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens en stijg je onmogelijk boven de situatie uit.

De Kracht van waarachtige Liefde schuilt niet in het vasthouden maar in het loslaten van het oude [van de Wet], van de  gevangenschap. Je wereld gaat er heel anders uitzien wanneer je in een relatie elkaar met respect behandelt, elkaar durft laten zijn, die je bent, zonder de ander te overheersen.
Dat houdt in dat je elkaar de vrijheid geeft om ‘helemaal‘ jezelf te zijn. Wanneer deze onzekerheid zich uit in een relationele wurggreep, kan dit een relatie ernstig beschadigen; er is dan geen sprake meer van vertrouwen.
Negatieve energie binnen de relatie, zoals egoïsme, jaloezie, afgunst, wantrouwen etc., staat in de weg van waarachtige Liefde.

Wanneer je een relatie met God wilt ontwikkelen kan de vraag ontstaan hoe je jouw gebed vorm kunt geven.
De discipelen hadden deze vraag ook. Zij vroegen aan Jezus: “leer ons bidden”.
Toen leerde onze Heer en Verlosser hen het Onze Vader.  Christus gaf ons hiermee aan dat de relatie met God intiem kan zijn, als met jouw Vader, een familie-relatie – een grote rijkdom aan principes en mag dus ook een soort ‘basis zijn‘ van onze gesprekken met God.
Er zijn er veel psalmen , klaagliederen en proclamaties in de Blijde Boodschap voorhanden, die je een krachtige impuls aanbieden voor je gebedsleven.
Wil je een gedienstig leven met God opbouwen, dan vraagt dat om een relatie, om intimiteit en daar zul je ook aandacht en tijd in steken.
Wij geloven in de navolging van Christus, Die heel vrijmoedig sprak over Zijn relatie met God, de Vader. We maken van daaruit [bewuste en onbewuste] keuzes, we leven vanuit een soort agenda, proberen aan de eisen van Zijn wereld te voldoen en ook af en toe nog een beetje te ontspannen.
Maar op een gegeven moment willen we ook in ons hart ervaren dat ‘God’ werkelijk aanwezig is, Hem ervaren en een relatie met Hem opbouwen.
Een relatie waarin wij Hem alles kunnen vertellen en waarin ook Hij de ruimte krijgt om te spreken en vervolgens zaken aan Hem kunnen overlaten.
Liefde kan niet van een kant komen en al helemaal niet wanneer ons een dreigende God voor ogen staat. Ideaal gesproken is dit de basis van ons hele bestaan, de Liefde tot God en onze naasten. De band met onze ouders en familieleden is er – als het goed is – een, die gebaseerd is op Liefde.
Er kan enorm veel in de weg zitten om de liefde van God te herkennen. Verkeerde denkbeelden, angst, woede en andere onverwerkte emoties kunnen als obstakels in de weg zitten.
Toch staat er in de Blijde Boodschap dat de Liefde sterker is dan de dood.
Vele wateren kunnen haar niet blussen, zij is een verterend [begeesterend] vuur, en met deze Heilige Sterkte en overweldigende Kracht houdt God van ons mensen.

Christus klopt aan jouw deur

Indien wij de deur voor Hem open zetten, zal Hij niet rusten tot we snappen ‘Wie’ Hij voor ons wil zijn.
Daar mogen we op wachten en daar mogen we steeds op hopen.
Deze liefde van God bouwt op, bemoedigt, verandert omdat het ons doet groeien.
Dit is wat onze Heer ons heeft geleerd en hetgeen ons in Zijn Geest
door zijn opvolgers is overgedragen al 20 eeuwen lang.
Mensheid richt u daarom op en heft uw hoofden omhoog,
want uw Verlossing komt dichterbij.

Troparion H. Apostelen [donderdag]
tn.3. “   Heilige Apostelen,
bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen”.

Kondakion H. Apostelen [donderdag]
tn.2.
  De trouwe Verkondigers van God, Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven offers,
omdat Gij alleen de harten kent
”.

Theotokoion [donderdag]
tn.3.
  Uit U bezitten wij het Woord van de Vader,
Christus onze God, in het vlees,
Moeder God’s en maagd,
alleen zuivere en enig gezegende.
Daarom willen wij u zonder ophouden bezingen en verheffen
”.

Kondakion H. Nicolaas [donderdag]
tn.4. “   Als richtsnoer van het Geloof,
voorbeeld van zachtmoedigheid,
en leraar der onthouding
zo heeft de waarheid van uw daden
U aan Uw kudde getoond.
Door nederigheid hebt gij het verhevene gewonnen;
door armoede de rijkdom.
Vader en aartsbisschop Nicolaas bidt tot Christus God
onze zielen te redden”.

Orthodoxie & gelukzaligheid in de wereld

    En toen sommigen van de tempel zeiden, dat hij met schone stenen en wijgeschenken versierd was, sprak Hij:
      Wat gij daar aanschouwt – er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
      En zij vroegen Hem en zeiden: ‘ Meester, wanneer zal dit dan geschieden? En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren?
Hij zei:
      Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden.
  Toen zei Hij tot hen:

Petrus’ banden [boeien] verbroken

Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel.
  Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijnLuc.21: 5-8a- 10-11, 20-24.

H. Jacobus, 1e toezichthouder te Jeruzalem

    Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
     Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat het beproefd worden van uw Geloof volharding uitwerkt.
⁌       Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.
⁌      Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan dient hij God daarom te bidden, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
      Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
      Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.
      Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
      Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht.
Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
      Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen
Jac.1: 1-18.

Naar Zijn raadsbesluit heeft God ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder Zijn schepselen.
Paulus verschafte de mensen een nieuwe openbaring over zaken waar Jezus niet uitdrukkelijk over gesproken heeft. Hoe uitgebreid de bediening van Jezus ook was, Hij heeft niet al het denkbare ten aanzien van het Christelijke leven uitgelicht. Daarom zond Hij Zijn volgelingen uit om Zijn bediening voort te zetten na Zijn Hemelvaart, en daarom hebben wij allen een door God geïnspireerde Blijde Boodschap gekregen, “zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust2Tim.3: 17.
Die onthullingen zijn uiteindelijk afkomstig van de Heilige Geest en worden Mysteriën genoemd. Het woord “Mysterie” is een theologisch-technische term, Die doelt op een vooraf onbekende Waarheid, Die -‘hier en nu‘- onthuld wordt, zoals dat de Kerk bestaat uit Joden en heidenen [conf. Rom.11: 25]
òf het moment waarop de bazuin het einde inluidt, wanneer de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en wij zullen onherroepelijk ten goede veranderd worden [conf. 1Cor.15: 51-52].
Vandaag wordt ons hetzelfde voorgeschoteld door de broeder des Heren, James/Jacobus., die eveneens een volgeling van Christus werd.

Het Evangelie van vandaag begint met de tempel en dan gaat het niet over dat gebouw – gebouwen zijn slechts ontstaan uit uiterlijke beweegredenen van mensen, meestal als project van deze of gene, die zichzelf ontzettend belangrijk heeft gevonden.  Je ziet dat overal om je heen – mensen, die zich zo nodig dienen te manifesteren als zijnde, zie mij eens.
Er wordt daarbij vergeten dat wij slechts stof zijn en tot stof zullen weerkeren.

Neen, het gaat hier vandaag om ‘die andere tempel‘, waar de Paulus over gesproken heeft.

Weet u het nog?
De tempel is de plaats van de ontmoeting met God: ‘het huis van … God‘ is Hem ontmoeten in de tempel van ons innerlijk, in ‘de tempel van ons hart’ en
waneer we dáár naar binnen kijken is het meestal zo dat we het erg met onszelf getroffen hebben – met schone stenen en wijgeschenken versierd.
Wat ons rest is dat we met de hulp van God uit ‘onze gevangenschap‘ komen – het verbreken van de ‘oh-zo-kostelijke’ kettingen waarmee wij door herodes weggehouden worden van het enige wat ons als volgelingen van Christus kan redden.
Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef zal doorstaan, op die wijze zal de mens de kroon van het Leven ontvangen, Die onze Heer en Meester beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Navolging van Christus houdt niet anders in dan in zekere zin het
met onze Heer te streven om als mensen
eerstelingen te zijn onder God’s schepselen.

MP3: ‘Welzalig is de mens, die niet wandelt naar de raad der goddelozen‘ – Ormylia Monastery

Kruis – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Tropaar van het Heilig Kruis [woensdag en Vrijdag]
tn.1. “   Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel;
schenk aan de rechtgelovigen de overwinning over de vijanden,
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Kondakion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven,
o Christus God,
schenk Uw ervaringen aan Uw nieuwe Gemeente,
die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht
in de strijd tegen de vijand.
Want gij zijt onze helper door het onoverwinnelijke Vredeswapen van Uw Kruis
”.

Theotokion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Wij allen die uw bescherming ondervinden, Al-reine,
en die door uw speling van onze tegenstanders zijn bevrijd:
wij worden bewaakt door het Kruis van Uw Zoon;
daarom willen wij u vroom verheffen
”.

Kondakion [Petrus’ banden (boeien)] 16 januari
tn.2. “   Christus, de Rots, verheerlijkt
de stralende rots van het Geloof,
de Eerst-tronende van de Volgelingen,
want Hij roept allen samen
voor het feest van Petrus’ ketenen
en Hij verleent ons vergeving van onze zonden
”.

Orthodoxie & de dood van een machtssysteem en de wederopstanding

‘de dood’, ascetische afbeelding van het open graf van de Keizer ‘Alexander de Grote’

      Maar vóór dit alles zullen zij de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u voor koningen en stadhouders te leiden omwille van Mijn Naam. Het zal voor u hierop uitlopen, dat gij zult getuigen.
       Neemt u daarom in uw hart voor, niet vooraf te bedenken, hoe gij u zult verdedigen. Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerstaan of weerleggen.
       En gij zult overgeleverd worden zelfs door ouders en broeders en verwanten en vrienden, en zij zullen sommigen van u doden en gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam.
Doch geen haar van uw hoofd zal teloor gaan; door uw volharding zult gij uw leven verkrijgenLuc.21: 12-19 

      Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst.
Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, Die uit de Hemelen [spreekt].
Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggend: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de Hemel doen beven.
       Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering van de wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat zal blijven, wat niet wankel is.
      Ik vermaan u, broeders, houdt mij dit woord van vermaning ten goede, want ik schrijf u maar kort. Weet, dat onze broeder Timotheus
[Hebr.= ‘God vererend’] in vrijheid gesteld is; als hij spoedig komt, zal ik met hem u bezoeken.
Groet al uw voorgangers en al de heiligen. De broeders uit Italië laten u groeten. De Genade zij met u allenHebr.12: 25-27:13: 22-25 [lezingen van dinsdag 15 januari].

Broeders, zusters, de Genadegaven van onze Heer en Verlosser zij met u allen, maar weet dat degenen, die God vereren, die Zijn godsspraak op aarde deed horen, zijn ‘vrijgesteld’.

De huidige globaliserende wereld

Globalisering leidt tot verbrokkeling

Omdat ons lot onzeker en onze natuur onbetrouwbaar is, hoeveel
eerbiedwaardiger en beter is het dan om de leer van onze voorouders als meesteres in de Waarheid te aanvaarden,
de overgeleverde godsdienstige gebruiken in ere te houden, de goden, die je door je ouders als kind intiem hebt leren aanbidden, te vrezen in plaats van hen nader te leren kennen; hoeveel eerbiedwaardiger en beter is het dan om de ouden te geloven dan zich over de goddelijke wezens een ‘eigen’ mening te willen vormen

uit: de Apology ‘Spectaculis’ van Tertullianus [ca. 150–222 na Chr.]

Wilt u werkelijk historische inzicht verkrijgen lees dan het volgende:
Pdf:  De wereld waarin de eerste Christenen leefden

⁌⁌⁌          Weet dan dat er tegen het einde van de 21e eeuw in onze globaliserende wereld misschien nog geen tienduizend christenen zullen overblijven, een uitermate kleine minderheid dus.
Wij, Christenen zullen door allen gehaat worden omwille van de Naam Van onze Heer Jezus Christus: “ De wereld zal de handen aan u slaan en u vervolgen,
door u over te leveren in jullie gebedshuizen en hun gevangenissen, en
u voor koningen en stadhouders
[toezichthouders] te leiden omwille van Mijn Naam. Het zal er voor u op uitlopen, dat jullie persoonlijk zult dienen te getuigen”.

de dood van een aards imperium

De Macht en de Opstanding komt slechts onze Heer en Verlosser toe
Of de Apostel Petrus ooit echt in Rome is geweest en daar de leiding heeft genomen over de vroege Christelijke gemeenschap is onduidelijk, wel is bekend dat deze Apostel, deze rots, toezichthouder, bisschop was in Antiochië.
Wat tevens bekend is dat de vroegste Christelijke gemeenschappen helemaal geen niet bekend centrale leider kende in de vorm van een paus of patriarch.
Zij waren losjes georganiseerd omdat de eerste Christenen in de veronderstelling leefden dat Christus spoedig zou terugkeren op aarde.
Pas toen rond het begin van de tweede eeuw bleek dat die terugkeer nog wel even op zich liet wachten ontstond er de menselijke behoefte aan meer hiërarchie en organisatie.

Zo ontstonden lokale leiders in de vorm van bisschoppen [Latijn = ‘Episcopus, toezichthouder’].                Terwijl de gemeenschappen groeiden en de Christelijke heilsleer zich door het steeds instabieler wordende Romeinse Rijk verspreidde, kregen de bisschoppen steeds meer macht en invloed.
Op de eerste grote kerkvergadering, welke in het jaar 325 door keizer Constantijn de Grote bijeengeroepen werd, was er geen paus of patriarch aanwezig – er waren slechts toezichthouders, die in onderlinge liefde, overleg pleegden.
Na de val van het Oost- en West-Romeinse rijk ontstond er een machtsvacuüm en begon de strijd om een door ‘werelds denken‘ beïnvloede bevoorrechte positie, welk tot op de dag van vandaag leidde tot een hang naar Macht.
De Macht in de Kerk, het Lichaam van Christus komt slechts God toe.
Alvorens een inter-collegiaal besluit te nemen, die door ‘alle’ toezichthouders aanvaard en vervolgens door het Christenvolk in het hart gedragen zou worden, werd daarom de Heilige Geest aangeroepen [‘het Hemelse Koning‘], Christus is immers het hoofd van de Kerk.
Wie zich derhalve blijft opwerpen als eerste onder gelijken dient zich bewust te zijn dat dit slechts een menselijke weeffout is en dient zich overtuigen dat de waarheid niet door ‘drammen’ of ‘onwaarheden te verkondigen’ opgedrongen kan worden, de Geest waait immers waarheen God dat wil. De tijd speelt hierin een grote rol en daarom wordt ieder gebed tot onze Heer en zaligmaker ook afgesloten met “in de eeuwen der eeuwen, Amen [bij God, zo zij het]”.


De woestijn van ons leven
       “Jij bent die mens in de woestijn!”

De woestijn en de plaats waar de weg ingezet wordt tot verdoemenis is een van de belangrijkste factoren in de ontwikkeling van zelfconcentratie en gebed tot God.  Wij zijn dit al eerder tegengekomen in het leven van de profeten en
de laatste onder hen Johannes de Doper.
Daar is het niet bij gebleven, dit is eveneen duidelijk waar te nemen in het leven van de Heiligen Paulus van Thebe, Antonius de Grote en de drie H Hierarchen, die deze maand in de [Orthodoxe] Kerkkalender met heiligen zijn opgenomen

Heilige Anthonius de Grote met Paulus van Thebe in de woestijn van Egypte

            De Heilige Paulus van Thebe kwam voort uit een rijke familie van Neder-Thiva in Egypte. Toen de Romeinse keizer Decius [249-251] zijn vreselijke vervolging tegen christenen inzette, verloor deze Paulus [Hebr.= ‘klein’], slechts 15 jaar oud, zijn ouders.
Met een door de Heilige Geest ingegeven hoogwaardige motivatie gaat hij de weg uit de wereld vandaan, hij trekt zich terug in zijn binnenkamer om maar niet overgeleverd te worden aan de [over-]heersende aanvallen van de tijd, welke de christenen vervolgt, teneinde zich te kleden voor de komende Bruidegom, Die hem de Opstanding, de Overwinning op de dood heeft voorzegd.
Hij trekt zich terug in een onherbergzame streek, ver van de bewoonde wereld, in de woestijn en roept Zijn Heer en Meester aan [Psalm 90[91] als zijn enig overgebleven toevlucht.
Daar, in de stilte van de natuur, vond hij tijd voor systematische studie en gebed.
Toen de vervolging van Decia voorbijging en de vrede terugkeerde, leeft Paulus nog steeds in de woestijn en besluit hij er in feite permanent te blijven.
Niet voor het eerst in de geschiedenis had de woestijn z’n intellectuele superioriteit bewezen en de mens ten opzichte van onze Heer nederigheid bijgebracht.
Deze hoogstaande bewustwording spreekt vele mensen aan, die vermoeid en belast zijn en rust zieken voor hun ziel. Massa’s mensen kwamen om van zijn inzichten te leren, naar hem te luisteren en hem in hun moeilijkheden te raadplegen.
Zijn reputatie bereikte Anthonius de Grote, die zich om weg begaat om hem uiteindelijk in een atmosfeer van onuitsprekelijke vreugde te ontmoeten; zij herkenden elkaar in hun streven naar de ontmoeting met onze Heer en Verlosser. Toen de heilige Antonius een paar maanden daarna opnieuw Paulus van Thebe wilde vereren met een bezoek vond hij hem dood en twee leeuwen bewaakten het graf, welke zij met hun nagels in de woestijn uitgegraven hadden.
De grote kluizenaar was toen 113 jaar oud.
Vele monniken en monialen hebben deze levenswijze, welke ver vóór Christus de mens reeds tot de hoogste hoogte voerde, nagevolgd. De Goddelijke Wijsheid wordt aldaar gekoesterd.
Aldus wordt in de Kerk ‘God’ vereerd en wordt de wijsheid van de Godsspraak, ‘de Blijde Boodschap’ over de gehele aarde gehoord en zijn zij in de holen en spelonken der aarde ‘vrijgesteld’.

Troparion H. Johannes de Doper [dinsdag]
tn.2. “   De gedachtenis van een rechtvaardige
wordt gevierd met hymnen,
maar u volstaat het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij toonde u waarlijk eerbiedwaardiger dan de Profeten,
omdat gij Hem, Die gij predikte mocht dopen in de wateren.
En nadat gij geleden had voor de Waarheid,
hebt gij vol vreugde de Blijde Boodschap gebracht in de Hades,
dat God in het vlees is verschenen.
Die de zonde van de wereld wegneemt
en ons de grote Genade verleent“.