Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.

Orthodoxie & wanhoop niet, wat je ook overkomt

Een spelleider – een bekleder van het ambt van voorganger wordt opgeroepen de spiritualiteit van het navolgeling-schap in de gelovigen te stimuleren.
Gelovigen hebben eveneens een medeverantwoordelijkheid in de kerkgemeenschap – het bestaat niet alleen uit financiële bijdragen aan de gemeenschap, het samen in gebed zijn en onderhorigheid.
De spiritualiteit van Christus  wordt begroet door het samen op weg zijn en gezamenlijk het ‘Kruis van Christus‘ te dragen.

    Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
        Maar ik [Paulus, spelleider] moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld.
      Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen, en ook over het Israël van GodGal.6: 12-16.

Paulus was een spelleider en wat voor een; hij ging door dik en dun wanneer dit het navolgeling-schap van Christus betrof.
Maar waarom hield hij bovenstaande tekst aan de vroege christenen voor, aan  hen, die afkomstig uit het Joodse Geloof en zich door de doop bij Christus hadden aangesloten.
Het ging om de vraag of zij werkelijk in de praktijk brachten hetgeen zij bij hun doop hadden voorgenomen:
– “   Heb jij je verzaakt aan de satan en al zijn werken en al zijn geesten en al zijn diensten en al zijn pracht en praal“
– “ Heb jij je daad-werkelijk bij Christus aangesloten?, “Geloof je met hart en ziel in Hem?
”.
        Zovelen blijken uit verlangen een ​​goede vertoning in het vlees te maken, zich uiterlijk [te laten besnijden/dopen] voor te doen, maar gaan iedere gelegenheid, waarbij het Kruis in beeld komt uit de weg.
Maar God verhoede dat je zou moeten opscheppen, dan behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld gekruisigd is en wij afgesneden zijn van de wereld.
      Ook in de tijd van Paulus waren er al mensen, die zich slechts uiterlijk als christenen voordeden, tienden betaalden, gezamenlijk in gebed waren, maar wat de onderhorigheid aan het Kruis betreft – distantieerden zij zich.

De dubbelzinnigheid van de mens
We hebben heden-ten-dage veel van dit soort mensen in de Kerk.
Mensen met twee petten op, met twee gezichten, zij zijn dubbelzinnig:
      Zij richten zich enerzijds op het Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en anderzijds op de wereld om zich heen; in bepaalde opzichten trekt het ascetische, het monastieke hen misschien wel aan, maar aan de andere kant stellen zij zich ondergeschikt op aan de leiders van de wereld [òf aan de op de wereld gerichte leiders van de kerk].
Zij gaan gebukt onder de onvermijdelijke dubbelzinnigheid, waarvan de tegenstrever maar al te graag gebruik van maakt, omdat de ‘Kracht van het Kruis‘ in hun ontkennen verstrikt is geraakt.
Zij zoeken het gemak en het comfort; en juist ‘dìt’ vormt de grootste ketterij van onze tijd: een  Christendom zònder het Kruis; een christendom zònder opoffering; een christendom 
zònder ascese; blijkt een Christendom te zijn zònder liefde voor het vak!
We praten vandaag de dag over liefde, we horen – de hele tijd – over liefde, en meestal heeft het toch niets te maken met de liefde van God, doch betreft het de liefde voor het ‘zèlf’, welke overheerst!
En daardoor blijf je gevangen zitten in zelfvoldoening:
    wij [christenen] zijn goed en we leven [volgens iedereen om ons heen] overeenkomstig de wet, het vervullen ervan; we zijn gewoon goed in de ogen van God [en] wij, ja ‘wij‘ geloven.
Wij hebben het zo ontzettende getroffen met onszelf, met onze gemeenschap, met onze identiteit, maar ten opzichte van de liefde van Christus, ‘de liefde van Zijn Kruis’ hebben wij onszelf vèr van Hem verwijderd.
Mensen, die in de schaduw van de liefde tot zichzelf blijven hangen, uit zelfgenoegzaamheid, zijn levende slachtoffers binnen de kerk en verstoren het christelijke wereldbeeld, het φρόνημα [Gr. = , de christelijke ethos].
De Orthodoxe geest, het bemachtigen van het Hemels Koninkrijk, de staat van verheerlijking is een kwestie waarop het ware Orthodoxe Geloof wordt beoefend [= de ‘Orthopraxie’].
Of ze nu op de geestelijke weg -links of rechts- afwijken het maakt niet uit, ze blijven op de wereld gericht.  Zij blijken niet in staat te zijn de grootsheid van ‘het geestelijk leiderschap van Christus’ te onderkennen en dienen slechts als uiterlijke vertoning, voor de Wet, voor ‘zoals het volgens de mensen hoort‘ en vergeten
‘Wàt’ voor hun zielenheil als eerste voorop gesteld dient te worden.

          Het draait bij God in de eerste plaats om het navolgen van Christus, Zijn Zoon, Die ons via de Blijde Goddelijke Boodschap duidelijk heeft gemaakt dat wij ons Kruis dienen op te nemen en Hem via ons persoonlijke kruis dienen te volgen.

‘En dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen‘, Marc.8: 34

Eerst, Christus, eerst, het Kruis, en eerst dàn al het andere, inclusief onze wereldse identiteit, en alleen in Christus, en alleen in het Kruis,
alleen ‘Dàt’ geeft rust en heeft betekenis, diepte en regeneratie [geestelijke wedergeboorte].
Wij mensen zijn geprogrammeerd in vormen van geschiedenis, persoonlijke identiteit, nationaal denken, maar in plaats dat wij gered worden, verliezen we alles, omdat we ‘Christus en Zijn Blijde Boodschap‘ zijn kwijtgeraakt!
Alleen Christus kan het Volk, de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij wil en kan òns redden.
En wanneer we het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de Genade van het Heil, de Vrijheid, Die op de Genadegave volgt.

En omdat ze twee heren proberen te dienen – spannen zij het paard achter de wagen – plaatsen de Heer, achter de wereld.  Je hebt daarbij de leidinggevenden, die zich niet inzetten voor nauwkeurigheid van het Geloof, het onderkennen van de menselijke tekortkomingen [zonden] – en zij die dìt doen noemen wij fundamentalisten, zeloten. Ze spreken van ‘updaten’, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, het compromis met de wereld, omdat zij  Paulus niet navolgen en met hem weigeren te verkondigen dat:
    God verbiedt me dat ik mijzelf op de eerste plaats stel, in alles – behalve in het Kruis, wat  ik mij in Christus heb beloofd te zullen dragen‘ !
Ze maken het ascetisme bespottelijk, ze bespotten de onthouding, ze hebben ijver voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof.  Ze proberen er zo voordeling mogelijk op de voorgrond te treden en als belangrijke personen de eerste plaats in te nemen in de ogen van de buiten-wereld, van die onbekeerden en beweren dat slechts ‘zij‘ de tradities van de voorvaders hebben verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten compromis met de geest van de wereld en het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis !,
teneinde een compromis te sluiten om een hervorming uit de weg te gaan, omdat ze –‘niet werkelijk’– geloofden.  Onder al dit -op de wereldse werkelijkheid- gericht zijn, komt uiteindelijk deze weerstand klip en klaar naar voren en blijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in het offer van onze Heer en Verlosser.
Zij wilden ‘hèt hoof-item’, ‘hun’ Kruis zo veel mogelijk ontwijken!

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

De geschiedenis van de kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag aan toe en het lijkt wel of we er in onze tijd mee overweldigd worden- door veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen, aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze God om de mensen te behagen !
Ze behagen slechts de mens en haar vijandelijk tegenstanders van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering; Christus eist van ons offers, omdat
opoffering ‘liefde tot God en de naasten’ inhoudt.
Indien we onszelf niet opofferen, houden we niet van God en wanneer wij ons daarvan verwijderen, kunnen wij onmogelijk verenigd worden met God, Die onvoorwaardelijk ‘Liefde‘ is.
Het Kruis is ons pad, onze opening tot het leven van liefde met de Meester, het Eeuwige leven waar we allemaal naar op zoek zijn.
Indien we het Kruis opzij zetten, wijken we af van de weg naar God; want we leggen de liefde opzij. Als we het kruis verloochenen, ontkennen we het offer, wij ontkennen de kruisiging van ons intellect.

Wanneer een mens in zonde valt, in welke zonde dan ook, dient hij echter de Liefde en Genegenheid van de Hemelse Vader voor Zijn kinderen niet vergeten.
Als we God’s Barmhartige Liefde tot de mensen vergeten, dan komen wij òm in een verscheidenheid van strafbare feiten, verwaarlozen wij het goede en wijken af van de voorgenomen geestelijke weg.
Omgekeerd wanneer we ons inzetten de tegenstand te weerstaan door òp te staan en te vechten tegen God’s vijanden, en iedere dag opnieuw proberen ons Kruis op te nemen en het beschadigde weer te herstellen en afstand nemen van degene wat de wereld ons voorhoudt, vormen wij het evenbeeld van de profeet, die zegt:
Verblijd u niet over mij, mijn vijanden: al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
al zit ik in het duister, de Heer zal mij tot Licht zijn
Micha 7: 7-9.
We zijn in geen geval daarom in staat om de oorlog te stoppen en dienen daarom standvastig te blijven de gevolgen van een definitieve nederlaag te voorkomen en onze ziel in Christus, zolang Hij in ons leeft en ademt, proberen te redden.
Zelfs indien de drager van onze ziel elke dag te kort schiet en zijn geestelijke goederen verliest,
behoeven wij onze Hoop op redding niet te verliezen.
Het Geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet zietHebr.11: 1.
Wie het Woord veracht, zal te gronde gericht worden, maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden wordenSpr.13: 13.
Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld2Cor.4: 8.
Want in de Hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?Rom.8: 24.
Tenslotte:
En dàn is er onze Heer en Verlosser, Die in Zijn strijd met ons mee lijdt en  Hij ziet wat voor ongelukje jou is overkomen en Hij zal in al Zijn Barmhartigheid jou de Kracht geven om geduldig te zijn en de agressieve vijandelijke pijlen tegen te werken.
Dàt is de Wijsheid, Die God de mens verleent en de mens is slechts een wijze zieke, wanneer deze zijn Hoop niet heeft verloren.
Het is beter om weerstand te bieden aan slechts een paar fouten, die we hebben gemaakt en die we niet wisten te corrigeren,  dan om onze strijd volledig te staken. 
H. Isaäc de Syriër

Orthodoxie – Heiligen hebben een -‘ander leven’- dan ‘het huidige’ voor ogen

Bereid jezelf voor op de reis van je leven. Het is niet onze bedoeling jouw leven zorgeloos te laten verlopen door al je problemen maar even op te lossen.
Wèl proberen we je een beetje op weg te helpen, je tot de weg ter vervolmaking te verleiden, die vrij is van smet of schuld.
Het is namelijk bekend dat je zonder smet of schuld te ervaren een hoop van je problemen van je af kunt laten glijden. In feite zul je door het nastreven van volmaakt mens zijn soms verbijsterd raken door, ook geïntrigeerd. Door opgewekte nieuwgierigheid zul je jezelf liefdevol vragen gaan stellen en dolblij worden, doordat je verleid bent uit de mist van verstandsverbijstering en de doofheid door platte afgezaagde beweringen. 

Heiligen denken en leven heel erg ‘Zwart-Wit’, zij zijn navolgers van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God.
In ons land zijn er vandaag de dag nog maar weinig mensen over, die nog enigszins op de hoogte zijn van onze Heer en Verlosser en zijn Pedagogie.
Ondanks de overvloedige Genadegaven wordt onze aandacht telkenmale afgeleid door wereldse ervaringen. 
En indien ons Heer en Meester ons met Zijn gaven niet als een goede Herder de goede kant op geleid had waren wij door de tegenstrever verslonden.
Ik vermeld hierbij de Genadegaven des Heren, en het is voor mij als een tweede natuur geworden om hierover melding te maken, omdat de menselijke ziel de Heer in de Heilige Geest herkent en op de hoogte is, hoeveel Hij wel niet van mensen houdt. De overvloed van Zijn liefde en Zijn deugd zal onze persoonlijke zonden niet in herinnering houden. Mijn geest verlangt gaandeweg nietsvermoedend of ze bidt of schrijft of praat over God, en op wereldse aangelegenheden zit mijn ziel in het geheel niet meer te wachten – vanaf den beginne [in principe] wil de mens dat helemaal niet horen of zien, in het geheel niet tegenkomen.

En het zijn er nog minder, die weten hoe betrouwbaar en relevant Zijn Woorden zijn.  Onze Heer en Verlosser heeft zo’n uniek Woord gesproken en voorzeggingen gedaan, dat Hij onherroepelijk door de mand zou vallen wanneer  ook maar een טיטל [Hebr.= tittel] niet zouden kloppen.
De tittel en de jota zijn de twee kleinste tekens uit het Hebreeuwse alfabet.
Neem alleen al Zijn uitspraak over ‘de Waarheid‘. Hij zegt niet alleen dat Hij de waarheid spreekt, maar ook dat Hij de waarheid ‘is’ !  In de weergave van Zijn Blijde Boodschap door Johannes de Theoloog staat vermeld:
    Thomas [de ongelovige, Hebr.= ‘ tweeling‘ ] zei tot Hem:
‘ Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg
[die wij moeten gaan]?’.
Jezus zei [daarop] tot hem:
    Ik ben de weg en de waarheid en het leven;
niemand komt tot
[God] de Vader dan door Mij.
Indien jullie
[apostelen, navolgers] Mij kende,
zouden jullie ook Mijn Vader gekend hebben.
Vanaf nu af aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.
Philippus [Hebr.= ‘liefhebber’, die van ‘ik zag u onder de vijgenboom’]
zei
[daarop] tot Hem:
‘Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg’.
Jezus zei tot hem:
Ben Ik zolang bij je, Philippus
[‘liefhebber’], en ken je Mij niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: ‘Toon ons de Vader?’.
Geloven jullie niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
De woorden, die Ik tot jullie spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar
de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken.
Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat jullie ook vragen in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien jullie Mij iets vragen in Mijn naam, Ik zal het doen. Wanneer jullie Mij liefhebben, zullen jullie  Mijn Geboden bewarenJohn.14: 5-14.

Hiermee stelt onze Heer en Verlosser Zich heel kwetsbaar op.
Want indien Hij inderdaad ‘de Waarheid’ is, dan moeten al Zijn woorden,  inclusief datgene wat Hij voorzegd heeft, ook waar zijn.
Zou men Hem op ook maar één leugen of onwaarheid betrappen, dan  zouden al zijn aanspraken krachteloos worden.
Het bijzondere feit doet zich dan ook voor, dat wij onze Heer en Meester nog
nooit op een leugen of onwaarheid hebben kunnen betrappen.
Zijn uitspraken houden al zo’n tweeduizend jaar onwankelbaar stand en
Zijn voorzeggingen komen één voor één uit.
Dat Zijn Woord ook nu nog steeds van Kracht zouden zijn heeft Hij trouwens ook voorzegd:
      Zij [de uitverkorenen] zullen De Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote Macht en Heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de Hemelen.
Leert dan van de vijgenboom deze les: ‘Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is’.
Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. 
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De Hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaanMarc.13: 26-31.

Jezus belooft Zijn volgelingen de Trooster.
Vlak voordat Hij -‘als onze Heer en Meester van ons leven’-  zou worden gedood, opgewekt en opgenomen;  deed Hij nog een andere voorzegging.
Hij beloofde Zijn Volgelingen, dat Hij een andere Trooster zal sturen.
Hij doelt daarbij op de Heilige Geest.
Deze zal de lege plaats van onze Heer en Verlosser op aarde innemen.
Het grote voordeel van de Geest is, dat Hij niet alleen ‘bij’ maar ook ‘in’ de gelovige zal zijn.
God heeft ons dit via onze Heer en Verlosser kenbaar gemaakt:
    Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zendenJohn.16: 7.
    Indien je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijvenJohn.14: 15-17.

Akathist – alles draait om de Geboorte van Christus en bekijkt alles vanuit de goddelijke menswording

Het huis van God, de tempel dat zijn wij ‘zelf’.
Indien wij ‘zelf’ het huis van God zijn, worden wij -‘hier en nu’- in deze tijd gebouwd om aan het einde der tijden te worden ingewijd.
Het gebouw, of liever het bouwen zelf betekent zware inspanning, de inwijding hiertoe, door de doop, betekent slechts het begin van één groot feest – een  wedergeboorte.
Wat hier gebeurt wanneer het gebouw van het onvoorwaardelijk Geloof verrijst, vindt ook plaats, wanneer gelovigen in gemeenschap ‘in Christus’ bij elkaar komen. Want door het Geloof van christenen, de navolgers van Christus, worden zij als bouwmateriaal, hout en stenen, uit de bossen en de bergen. En eerst dàn worden zij onderwezen in het Geloof en gedoopt en ontvangen zij de Myronzalving, worden zij door de kruinschering tussenpersoon tussen God en henzelf.
Het is alsof ze door timmerlieden en metselaars worden bewerkt en rechtgemaakt en bijgeschaafd. 
Toch kunnen ze het huis van de Heer alleen maar bouwen indien  zij het ‘in Liefde tot God en elkaar’ in elkaar zetten.
⁌  Wanneer de balken en stenen zich niet hechten op de juiste wijze en in de voorgeschreven volgorde,
⁌  Wanneer ze zich niet vreedzaam verbinden en zich niet liefdevol aan elkaar hechten, dan zou niemand daar naar binnen gaan.
Inderdaad, wanneer je ziet dat in een bouwwerk, in een gemeenschap de stenen en balken zich goed hechten, ga je met een ‘veilig‘ gevoel naar binnen en ben je niet bang dat het zal instorten of vergaan.
Omdat Christus de Heer naar binnen wilde en in ons wilde wonen,  zei Hij alsof Hij aan het bouwen was:
Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.
Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben
John.13: 34.
Ik geef jullie een nieuw gebod…
Jazeker, jullie waren oud en vervallen,
jullie waren nog geen huis voor Mij aan het bouwen,
jullie lagen in je eigen bouwval.
Dus om bevrijd te worden uit die vervallen,
vernietigde bouw, die bouwval
dienen jullie elkaar lief te hebben, als jezelf.
    Hieraan zullen allen weten, dat jullie volgelingen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei
[daarop] tot Hem:
Heer, waar gaat Gij heen?     Jezus antwoordde:
Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
Petrus zei [daarop] tot Hem:
Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Onze Heer en Verlosser antwoordde: ‘ Uw leven zult gij voor Mij inzetten?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer jij Mij driemaal verloochend hebt
John.13: 35-38.
Dit is de beweegreden waarmee onze Heer en Verlosser ons geneest, met de woorden:
“    Hou goed moed, hou ondanks je vallen en opstaan vol, want je Geloof heeft je gered”; ga dit maar na -ook bij de heiligen- wordt bij al hun genezingen gevraagd:
    Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm u over mij, arme zondaar”.
God, onze Vader, in de Hemelen heeft Zijn kinderen nimmer voorgehouden dat
zij ‘niet’ zullen worden overweldigd door verdrukkingen of beproevingen, maar
Hij zegt dat Hij mèt hen zal zijn en dat ze niet in verval zullen geraken, zullen verteren of verbranden.
Als Vader belooft God niet dat Hij zijn kinderen altijd om de moeilijke omstandigheden heen leidt, maar Hij heeft wel beloofd Zijn kinderen te bewaren, te bemoedigen en te beschermen.
Als Vader bemoedigt Hij ons en zegt ons als Zijn kinderen die door beproevingen en andere hete vuren moeten gaan:
Ik heb jullie verlost, Ik heb je bij je naam geroepen, jullie zijn van Mij.
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie;
gaan jullie door rivieren, zij zullen je niet wegspoelen;
als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en
zal de vlam u niet verbranden
” Isaiah 43: 1-2.
Paulus herhaalt en bevestigt dit later door te zeggen:
Het Koninkrijk van God [der Hemelen] bestaat niet in woorden, maar in Kracht.
Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, òf met Liefde en
in een geest van zachtmoedigheid?
1Cor.4: 20,21; en vervolgens:
God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd:
hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan

1Cor.10: 13.

Ik wens jullie veel wijsheid en sterkte in de strijd op de geestelijke weg,  waarbij je door hete vuren en diepe duisternis wordt geleid.
Met en in Christus zàl je overwinnen want “‘Hij’ is overwinnaar, de Pantocrator!”  Onthoud dat wanneer je omringt wordt door duisternis dat het nooit van God is want in Hem is geen duisternis [1John.1: 5],
jij zult persoonlijk tot de ontdekking komen, dat de Waarheid in Zijn Licht altijd overwint.
”  
Zalig de mens, die niet gaat naar de raad van goddelozen.
Die niet stil houdt op de weg van zondaars, noch plaatsneemt in de zitting van wie een ‘pest’ zijn.
Maar die vreugde vindt in de Wet des Heren: die Zijn Wet overweegt bij dag en bij nacht.
Hij/zij staat als een boom, aan stromend water geplant; die te zijner tijd vrucht draagt.
Zijn/haar loof valt niet af, en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken
Psalm 1: 1-5, vert.ROK ‘s-Gravenhage