29e Zondag na Pinksteren- Zondag van onze Heilige Voorvaderen

Onze Heer en Verlosser zei tot een van de voornaamste Farizeeërs, bij wie Hij aan de maaltijd was uitgenodigd:
“ Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen.
        En hij zond zijn dienaar/slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen.
De eerste zei tot hem: ‘Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
En een ander zei: ‘Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
Weer een ander zei: ‘Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen’.
        En de dienaar/slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze dingen.
Toen werd de heer des huizes toornig en zei tot zijn dienaar/slaaf:
‘Ga aanstonds de straten en stegen van de stad in en breng de bedelaars en misvormden 
en blinden en lammen hier’.
En de dienaar/slaaf zei: ‘Heer, wat gij hebt opgedragen, is geschied en nog is er plaats’.
En de heer zei tot de dienaar/slaaf:
‘Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden’.
Want ik zeg u: ‘Niemand van die mannen, welke genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.
        Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’
”.
Luc.14: 16-24;Matth.22: 14.

    Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zal ook jij met Hem verschijnen in Heerlijkheid.
Doodt dan de leden, die op de aarde zijn:
ontucht, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn van God komt.
Daarin hebt ook jij eertijds gewandeld, toen jij in die omstandigheden leefde.
Maar thans moet ook jij dit alles wegdoen:
toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 
Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf [dienaar] en vrije, maar alles en in allen is ChristusCol.3: 4-11.

De Farizeeën [Hebr.= פְּרוּשִׁים, pĕrûšîm, meervoud van פָּרוּשׁ, pārûš, “apart gezet” (van het werkwoord פָּרָשׁ, pārāš)] was een Joodse religieuze stroming, politieke partij en sociale beweging.          Hoewel sommigen ‘levieten, priesters’ farizeeër waren, bestond deze partij hoofdzakelijk uit leken. Weinig farizeeën waren sociaal of financieel ècht belangrijk, zij waren immers ‘vrijgesteld’, zoals we dat tegenwoordig noemen, behoefden naast hun studie en ‘belangrijk zijn’ geen werk voor hun levensonderhoud te verrichten. Wèl waren ze scherpzinnig in het op een bepaalde manier uitleggen, opvattingen over de Thora, de Wet van Mozes en hielden zich hier -‘wat hun buitenwereld aangaat’- behoorlijk streng aan. Ze hadden zo ook specifieke tradities, waarvan sommigen de wet strenger maakten en anderen de wet juist afzwakten – het volk had er om die reden geen zicht op en bewonderde hen, zette hen zoals wij dat tegenwoordig uitdrukken op een ‘voetstuk’. Ze geloofden in tegenstelling tot de aristocratische tegenstanders, de Sadduceeën, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” in ‘de Opstanding’.

IJdelheid, Vanity – by Bernardo STROZZI [1581-1644] Pushkin State Museum, Moscow
Nú één van hen en nog wel een belangrijk persoon, een vooraanstaande onder hen, zoals een opper-toezichthouder had onze ‘Heer en Meester van al wat bestaat’ uitgenodigd en lag met Hem aan tafel.  Èn zoals dat bij theologen gebruikelijk is gaat het er dan behoorlijk heftig aan toe, ‘confronterend‘ zeg maar en vervolgens komt Christus met bovenstaande gelijkenis.
Wij nemen uiteraard meteen positie in – scharen ons onmiddellijk achter onze Heer en Meester, dat zijn wij immers ‘in ons soort kringen‘ gewend.

          Maar waartoe wordt deze gelijkenis ons vandaag voorgehouden?

De Blijde Boodschap, het Evangelie is een spiegelbeeld van onszelf.
Ben jij op zoek naar iemand die jou persoonlijk en duurzaam gelukkig kan maken?
Kijk dan eens in de spiegel! Onze cultuur houdt ons vóór dat we ons geluk uitsluitend kunnen vinden in dingen en mensen die zich ‘buiten’ onszelf bevinden. Onze maatschappelijke positie met de daaraan verbonden voordelen, kortom ons werk, maar ook de kerkgemeenschap en andere organisaties waartoe wij behoren.
Indien je daarop vertrouwt, kom je bedrogen uit, want duurzaam geluk is alleen te vinden in je binnenste, in de ziel, die met jouw geest verbonden is.
De werkzame geestes-ziel is de prins op het witte paard, die jou persoonlijk duurzaam geluk kan schenken.

Waar spiegel jij je aan? Hoe en waarom laat jij je vormen? 

Durf jij jezelf te zijn òf zet je een alledaags masker op? En welke rol speelt God hierbij in je leven?
    Maar onze gedachten worden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.
Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over ons hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.
De Heer nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde Beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is  conf. 2Cor.3: 14-18.

Is dat zo?

En toch ontbreekt er iets, ‘de leemte in God’

Bouwen wij Christenen, door onafgebroken Christus te volgen, het Goddelijk Beeld in ons op?
In het Oude, Joodse Verbond heeft Mozes, als ‘een grote onder onze Heilige Voorvaderen’ God gezien. Hij mocht niet Gods aangezicht zien, maar heeft wèl ‘God‘ . . . . . ‘gezien‘.
Toen Mozes – ‘het Licht’ – God had gezien, straalde zijn gezicht, zelfs zo stralend dat hij doeken nodig had om de mensen niet de verblinden.
Mozes mocht God’s Aangezicht niet zien, maar in de Thora, de Wet kunnen we lezen dat wij met onbedekt gezicht de Heerlijkheid van de Heer -‘als in een spiegel’- mogen zien.
Ja, slechts in een spiegel, kijk maar naar de icoon van Transfiguratie. Wat is de Heerlijkheid des Heren?
Dat is Zijn Goedheid en Liefde, Zijn Genadegave voor ons als mensen. Dat is de pure Liefde van God, door Zijn Zoon Jezus Christus, aan ons bewezen als Verlosser en Zaligmaker.
God’s Heerlijkheid is niet te omschrijven en gaat ons verstand vèr te boven, maar in Zijn Zoon heeft Hij dit aan ons geopenbaard, getoond.
Hij heeft het laten zien in het verzoenende bloed en het gebroken vlees.
Omziende naar de mens die ‘tégen Hem’ is, heeft Hij persoonlijk gekozen, de keuze gemaakt de breuk weer te repareren die ontstaan is en als Almachtige is Hij afgedaald naar de aarde om ons, zondaren te redden.
Dàt is de Heerlijkheid van de Heer’, waar wij ons aan mogen spiegelen,
maar het is nog groter.
Dàt kunnen wij niet bevatten, maar dàt zullen we straks zien als Christus terugkomt!

              Christus toont ons Zichzelf en zó ziet God ons ook.
Hij ziet ons aan in Christus, wij staan niet langer meer voor eigen rekening wanneer Christus onze Zaligmaker is geworden, nee Christus heeft de rekening betaald en ons vrijgekocht.
Wij gaan –stapje voor stapje op de geestelijke ladder omhoog, wanneer wij toegeven aan Zijn onophoudelijk roepen – en gaan lijken op Hem, heel ons leven verandert, want het wordt op Hem gericht.
Wij staan ‘zelf’ niet centraal, maar ‘Christus’ staat centraal en daartoe worden zijn dienaren, de spelleiders en toezichthouders, kortom wij allemaal uitgezonden, dàt is onze taakomschrijving en daarbuiten dienen wij ons als ondergeschikte dienaren, als slaven van het God’s-volk te gedragen; niet méér en niet minder.

              ‘Christus’ is ‘Hèt’, Hij is het Hoogste van het hoogste, Die we zien in de spiegel en ‘Hij’ dient gevolgd te worden en daardóór een steeds grotere plaats in ons leven in te gaan nemen – Wij dienen ‘Hèm‘ toe te laten onafgebroken in ons leven geboren te worden.
Wij worden steeds kleiner, ‘Hij’ neemt onze plaats in, wàt er ook gebeuren zal – al is de gehele wereld tegen. Dat is tevens ook het mooiste wat een mens kan meemaken, gaan lijken op Christus – door dik en dun ‘navolger van Christus‘ te zijn. Wij zullen echter als mensen altijd ons gebroken vlees ervaren en behouden, maar toch mag dit tot wasdom komen, groeien in Heiligheid.

Orthodox gebedssnoer, Comboskini of Tjotki

De Geest werkt het allemaal uit in ons, dat behoeven we niet zelf te doen.
Door het ‘onafgebroken’ gebed worden we gesterkt en door het gebed groeien we.
      Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, armzalige zondaar”.

Misschien lees je dit en – ‘durf je dàt niet’ – òf  – ‘zie je het niet zitten’ -.
De Heilige Geest wil je hierbij helpen.
Stel je daarvoor open en laat je hart vervullen door de Heilige Geest van God.
Hij is ervoor naar de aarde gezonden door Christus en Hij wil ons daarin begeleiden.
We behoeven het niet alleen te doen, de Heilige Geest is bij ons
– sterker nog, de Heilige Drieëenheid is, ‘de Heilige, de Sterke, de onsterflijke’, kortom: “God is onder ons, Hij is en zal zijn”.
‘Hij’ heeft ons – ‘hier en nu’ – in deze tijd het honderd,- duizend, onnoembaar-  voudige gegeven,
“Hij” heeft ons het eeuwige leven gegeven in de komende wereld.
En indien Hij ons -‘hier en nu’- zou vragen om te sterven,
zouden we dat dan doen,
in volledige overgave,
zonder de minste klacht?
Hij richtte een grote maaltijd aan, zond Zijn spelleiders uit en
nodigde er velen en Hij diende hierin tot het uiterste te gaan
teneinde ons te bewegen op Zijn uitnodiging in te gaan.
Het is maar dat je dat vanaf nú onderkent, dit beseft !!!

Prok. in de 8e toon:
refr. “ De Heer is nabij
aan allen, die tot Hem roepen”.
– “Genadig en Barmhartig is de heer;
grootmoedig en eindeloos Barmhartig
” refr.
– “Al Uw werken, Heer, belijden U;
al Uw gewijden zegenen U
”. refr.
– “ De Heer is nabij”,
slot: “aan allen, die tot Hem roepen”.

All. in de 8e toon:
Opent uw poorten, o Vorsten;
ga open, eeuwige poorten,
opdat inga de Koning der Glorie.
Wie is de Koning der Glorie?
De Heer der Heerscharen,
Hij is de Koning der Glorie”.

Apolytikion     tn.2.
    In het Geloof hebt U de Voorouders gerechtvaardigd, en
in hen hebt U reeds tevoren
de KERK uit de volkeren aan u verloofd, terwijl
zij zich verheugen in Heerlijkheid,
omdat uit hun zaad de vrucht is voortgekomen,
die zonder zaad gebaard heeft.
Door hun gebeden, o Christus God,
ontferm U over ons
”.

Kondakion      tn.6.
    Het met handen gemaakte beeld hebt gij niet willen vereren.
Daarom werd Gij beschut door de niet-gemaakte Wezenheid,
en in de arena van het vuur zijt gij verheerlijkt.
overwonnen temidden van de vlammengloed
heeft uw drietal de Ene God aangeroepen.
‘kom ook tot ons te hulp’,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt”
.

Ikos.     tn.6.
    Strek uit Uw Machtige hand,
waarvan U aan de Egyptenaren de Kracht hebt getoond,
zoals de door hen aangevallen Hebreeën mochten aanschouwen:
laat ons niet in de macht van de vijand,
lever ons niet over lande dood die ons verslinden wil,
en sta niet toe dat wij verzwolgen worden door de haat van de satan;
maar kom nader tot ons en red onze zielen, zoals
u eens de jongelingen in het vuur van Babylon gered hebt.
Zij hielden niet op U in hymnen te bezingen, toen zij
omwille van U geworpen werden in de brandende oven, van waaruit
zij tot U roepen:
‘Kom ons haastig te hulp,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt
”.

Synaxarion van de Voorvaders

Als gegoten in de juiste vorm

Deze voorlaatste zondag voor het Kerstfeest is de Zondag van de Heilige Voorvaders.
     Verheug u, Voorvaders uit oude tijden,
           nu u Christus, de Messias ziet naderen.
Verheug u Abraham, want u bent de Voorvader geworden van Christus God.
     Wij hebben allen gehoord over Abraham, want zijn leven wordt ons verhaald door de grote Profeet Mozes in het boek an de Schepping [Genesis], dat wordt voorgelezen in de grote en Heilige Vasten. Daardoor weten wij dat hij afkomstig was uit het heidense land van de Chaldeeën, zodat zijn vader een afgodendienaar was. Toch was deze afkomst voor hem geen hinderpaal om te komen tot de ware kennis van God, want hij werd als het ware bij de hand geleid om te geraken tot het begrip van de Waarheid.
Hij overdacht dat geen enkel schepsel ooit zelf god kon zijn, en dat de ode in de zichtbare dingen onze geest op het spoor brengt van een bestaan van hogere, onzichtbare dingen.

Christuskind, detail kind, Museum Catharijneconvent, Utrecht

Daarom aanbad en vereerde Abraham deze God, Die het heelal in stand houdt en bestuurt, en Die zulk een zichtbare harmonie teweegbrengt in de betrekkingen van al wat bestaat.
     Toen hij dan ook God’s roeping in zichzelf bespeurde, aarzelde hij niet en gehoorzaamde hij met een standvastig Geloof aan dit inzicht om zijn tehuis te verlaten.
     En in diezelfde overgave mocht hij, hoewel een oud en afgeleefd man, een zoon ontvangen uit zijn lendenen, en door hem tot vader te worden van talrijke volkeren.
     En dit gebeurt op nog veel verhevener wijze nu hij ook de voorvader blijkt te zijn van Christus, de tweede Adam, in Wie heel het geslacht der mensheid is vernieuwd.

de KERK heeft bepaald dat Abraham’s feest met al de Voorvaderen gevierd wordt kort voor de Geboorte in het vlees van onze Heer Jezus Christus, omdat onze Verlosser, in Zijn Liefde tot de mensen, hem als een van de Voorouders heeft uitverkoren.
“Door de gebeden van al Uw Heiligen, O God, heb medelijden met ons.Amen
”.
uit: Meneon I, Grote feesten, ROK, ’s-Gravenhage.