23e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie – Christus en de slaaf – de dienstknecht

Lazaros & de RijkeΟ Λάζαρος και οι πλούσιοιLazaros and the rich – لازاروس والأغنياء.

“ En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, neergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.
Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven.
En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.
En hij riep en zei: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water zal dopen en mijn tong zal verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlam’.
Maar Abraham zei: ‘Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die van hier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen’.
Doch hij zei:
Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen.
Maar Abraham zei: ‘Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren’.
Doch hij zei:
‘Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich 
bekeren’.
Doch hij zei tot hem:
‘ Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen’
” Luc.16:19-31.

“ God echter, die rijk is aan erbarmen, heeft, om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” Eph.2: 4-10.

de Kerk als brug van barmhartigheid

“ Woedt [= razen en tieren], o volkeren, en weest verslagen; ja, neemt ter ore, alle verre streken der aarde; gordt u aan en weest verslagen; gordt u aan en weest verslagen.
Beraamt een plan, maar het wordt verbroken; spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen, want God is met ons.
Want aldus heeft de Heer tot mij gezegd, toen Zijn hand mij overweldigde en Hij mij waarschuwde niet op de weg van dit volk te gaan:     Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt en voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken. De Heer der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn.
[Eerst] Dàn zal Hij tot een heiligdom zijn, en tot een steen, waaraan men zich stoot, en tot een rotsblok, waarover men struikelt, voor de beide huizen van Israël, tot een klapnet en tot een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem“ Isaiah 8: 9-14.

Wees maar blij, want wij zijn medeburgers geworden van het Hemels Koninkrijk,  want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen . . . . . werken van Barmhartigheid.
  Ben je ziek? . . . . . ga er dan niet onder gebukt, maar wees gelukkig, want ieder kind, dat onze Heer en Verlosser aanneemt heeft Hij Lief en wie Hij liefheeft, tuchtigt en kastijdt de Heer, teneinde hem/haar te leren”. conf.  Hebr.12: 6.
  Ben je arm of behoeftig? Laat je ziel in vrede tevreden blijven, want de Genadegaven, zoals aan de arme Lazarus zijn gegeven, wachten op jou.
  Belasteren en minachten zij jou omwille van Christus?
Je bent gezegend, want datgene wat je aantrekkelijk maakt zullen de engelen in Hemelse Glorie omzetten.
  Ben je iemand, die een ander – als slaaf, dienaar – dient te gehoorzamen?
Wees God toch maar dankbaar, want juist daarom zul je altijd bij Hem als uitverkorene worden beschouwd, want onze God heeft de voorkeur voor degenen ‘die het meest door andere mensen‘ worden vernederd.
Dank Hem, want je bent in een betere toestand verzeild geraakt, dan wie dan ook,  omdat je noch in dwangarbeid werd uitgezonden of jezelf daarmee beschadigd hebt.
Indien God jou ‘onafgebroken‘ kent, indien Hij nooit ver van je verwijderd kan zijn, zelfs al zijn er onafgebroken valkuilen op je pad, dan kan het niet anders
òf er overkomt je op hetzelfde moment moet iets: met een vooropgezet doel, met betrekking tot de eerste beginselen, niet aan verandering onderhevig, zelfs wanneer je nieuwe dingen aanleert, van gedachten verandert en als maar voort-groeit èn word je Zijn dienstknecht [diena(a)r(es)].
conf. Heilige Basilius de Grote

In voorgaande artikelen, welke voornamelijk gebaseerd zijn op de Blijde Boodschap zijn we tegengekomen dat menselijke tekortkomingen leiden tot ongeloof en afgoderij, ja tot de onderbouwing van de te vormen gelijkvormige wereldgerichte [= globalisering, iedereen dezelfde] religie.
Tegelijkertijd zagen we dat onzorgvuldige nieuwe vertalingen het bewijs vormen van de tekenen van deze tijd.
De grote Apostel waarschuwt hier al voor:
      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich [zelfs] in de tempel God’s zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is2Thess.2: 3,4.

Dat is iets waar we – ‘midden in’ – leven.
Mensen willen wel religieus zijn en in de “levende God” geloven, maar  dat God’s  Woord Waarheid is, dàt valt volgens hen nog te betwijfelen.
Ze lopen liever als makke schapen achter de kudde aan en geloven het wel –
nou ja, de boodschap die de Kerk ervan gemaakt heeft . . . . .,  daar kan men
soms nog wel wàt in zien [En die is voor iedereen anders . . . . .!, of niet soms? – zet maar eens duizend orthodoxen op een rij – ze geloven allemaal iets anders].
We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – dat wil zeggen ‘principieel te veranderen‘.

Is het Geloof dat God’s Woord slechts de Waarheid is. . . . . van Alfa tot Omega, van A tot Z, van kaft tot kaft . . . . . is dat nog mogelijk voor de mens anno 2018?
Toch hebben we ook gezien hoe een aantal vertalingen, die gevonden zijn en terug gaan tot ca. 70 en ca. 300 na Chr. èn nog eerder, laten zien dat de tekst die wij hebben in de Statenvertaling en de vooroorlogse NBG [Naardense vertaling] toch ècht wèl de tekst van de eerste Christenen is?
God heeft Zijn Woord voor ons door de eeuwen heen bewaard, exact zoals Hij beloofd heeft in Zijn Woord.
We ontdekken dat God ons niet in verzoeking leidt, zoals wij dagelijks bidden, maar dat alleen Hij, als God in staat is ons daarvan via Zijn Genadegaven te bevrijden.
In dit artikel zullen we, in het kader van de hiervoor genoemde studies, stilstaan bij het thema “Slaaf of dienstknecht”.
We gaan zien wat God’s Woord over dit onderwerp zegt en we gaan zien
wat er gebeurt als we vervolgens het Hebreeuwse of Griekse woordenboek gaan raadplegen . . . . . en wàt dàt zegt over deze woordenschat?
Opnieuw zullen we zien dat we God’s Woord vinden in de oude Statenvertaling en in de vertalingen, die er werkelijk toe doen, die zich bewust zijn van de oorspronkelijke tekst.
Nieuwe vertalingen spreken over “slaven van Christus”:
    Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt van degenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Maar aan God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde zijt geweest, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten van de GerechtigheidRom.6: 16-18.
Ja, ik weet dat het soms wel ouderwets Nederlands is, maar in de Statenvertaling lezen we over dienst-knechten van de zonde en over dienstknechten van de gerechtigheid, òf zoals even verder op over dienstknechten van God [Rom.6: 22].
En vergeet niet dat Lucas spreekt over: . . . . . “zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw WoordLuc.1: 38.
In veel nieuwe vertalingen worden in tegenstelling tot de dienstmaagd als de Moeder Gods vaak geschreven en weergegeven door het woord “slaaf”.
bijvoorbeeld in het volgende: “We zijn bevrijd uit de macht van de zonde. We zijn nu slaven van de God, Die ons wil reddenRom.6: 18.
En dat zien we op meer plaatsen gebeuren.
Zo lezen we in de juiste vertaling van het Woord van God het volgende:
“  Niet naar ogendienst, als mensen-behagers, maar
– als dienstknechten van Christus, doende
– de Wil van God van harte
Eph.6: 6.
Hiervan wordt tegenwoordig gemaakt:
niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar
als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil
”.
En elders leest je:
Wees niet schijnheilig, en gehoorzaam je meester niet alleen als hij je ziet.
Maar gedraag je als een slaaf van Christus.
En doe met heel je hart wat God van je vraagt
”.
Hier zien we dus hoe men ons “slaven van Christus” noemt.

Er is echter een huizenhoog verschil tussen slaven en dienstknechten [maagden] . . . . .
Maar deze verandering, dat gelovigen “slaven van Christus” zouden zijn,
is in feite een heel betreurenswaardige verandering.
Want het woord slaaf laat niet zien dat wij ‘uit vrije wil’ in Hem zijn gaan geloven. Een slaaf is gevangen genomen,
hij/zij wordt vaak onder hele wrede omstandigheden gedwongen,
om arbeid te verrichten.
En dat terwijl er zoals reeds vermeld is staat dat wij,
“dienstknechten van Christus” zijn, “van harte doen wat de Wil van God is;
[de King James 1611 zegt: “from the heart” =  vanuit het hart].
En onze Heer Jezus Christus  heeft uitgesproken:
Indien dan de Zoon u vrijgemaakt zal hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8: 36.
Een slaaf doet zijn/haar werk niet uit vrije wil, niet vanuit het hart, maar
omdat hij/zij daartoe gedwongen wordt.
Dit verschil is zelfs zichtbaar in een woordenboek.
In Wolters’ handwoordenboek lezen we bij “dienstknecht”: “ondergeschikte, trouwe dienaar van God en betrachter [in acht doen nemen] van Zijn Geboden” [Groningen, 27e druk, 1985].
En bij het woord “dienaar” lezen we:
iem. die een ander dient tegen loon: de dienaren der kroon, ministers; iem. die een ander vrijwillig en nederig diensten en hulde bewijst” [Groningen, 27e druk, 1985].
Terwijl we bij “slaaf” vinden:
lijfeigene, die geen persoonlijke rechten heeft; iem. wiens vrijheden sterk beknot zijn, die aan een vreemde overheerser is onderworpen, die in harde dienstbaarheid verkeert” [Groningen, 27e druk, 1985].

dienstknechten onder het juk

leer de dienaren van de toekomst te ontsnappen aan de wereld; teach the servants of the future to escape the world.

Het probleem zit er natuurlijk in dat hetzelfde Griekse woord voor dienstknecht, “δούλος” [doulos], soms ook gebruikt zou kunnen worden voor “slaaf”.
In 1 Tim. 6 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd zal worden”.
Ik heb juist deze tekst uitgekozen, omdat hier heel duidelijk gesproken wordt over “onder het juk” zijn. Dat duidt niet op vrije wil.
Zo spreekt Paulus elders over de “dienstknechten van de zondeRom.6: 16.
En als dienstknechten van de zonde zijn de ongelovigen overgeleverd aan de “overste van de macht der lucht [innerlijke neigingen]”, waardoor zij “de wil van het vlees” doen.
  En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, in welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, onder welke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature kinderen van de toorn, gelijk ook de anderenEph. 2: 1-3. Mensen zijn van nature [opvoeding] dus overgeleverd aan de wil van het vlees, doordat zij leven onder heerschappij van “de god van deze eeuw”.
Hij, de tegenstrever, die ons allen misleidt, heeft ons namelijk verblind:
    ongelovigen, wier overleggingen de god van deze eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het Evangelie van de Heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is2Cor.4: 4.
Van nature is de duivel dan ook hun vader [Joh.8: 44].
En schrijft Paulus het volgende:
Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich aan de Wet van God niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagenRom.8: 7,8.
Of de mensen dit nu willen of niet, door de zondeval is dit de enige realiteit en daardoor zijn de mensen “dienstknechten der zonde”. En dit zou je dan ook eventueel “slavernij” kunnen noemen.

Over Verlossing
Maar… Uit de slavernij is ook de term “vrijkopen” bekend.
Een slaaf kon “vrijgekocht” worden.
Ook de Blijde Boodschap kent dit principe en dàn hebben we het over “verlossing”.
Het betekent in feite “iets terug kopen” of “bevrijding uit de macht van een ander, door betaling van een losprijs”.
Voorbeelden hiervan vinden we al in het Eerste Verbond:
Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten. Wanneer uw broeder verarmd zal zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die zijn nabestaande is, komen, en zal het verkochte van zijn broeder lossenLev.25: 24,25.
En iets verderop:
Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, teruggeven. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing teruggeven Lev.15: 51,52.
We zien dus dat lossing inhoudt, dat men iets terug koopt wat ooit al eigendom is geweest.
In het Oude Testament was dat principe al in de Wet verwerkt!
We zien ook dat er sprake kan zijn van een Losser!
Een losser die iets of iemand terugkoopt, of die nageslacht voor een broer verwekt [Deut.25: 5,6]. We zien dat onder andere bij de geschiedenis van Ruth.
Naomi, die met haar man en zoons naar Moab trekt, vanwege de hongersnood in Bethlehem. In Moab komen haar man en zoons om het leven, en Naomi keert met haar Moabitische schoondochters terug naar Bethlehem. Althans, de ene schoondochter keert alsnog om naar Moab, maar Ruth gaat met Naomi mee. In Bethlehem lost Boaz de bezittingen van de man van Naomi, en huwt Ruth, zodat door lossing er toch nageslacht is voor Elimelech, de man van Naomi
[zie boek Ruth].

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons vrijgekocht!
En omdat de mens van nature “een dienstknecht der zonde” is, en overgeleverd is aan de “overste van de macht van de lucht”, is de Heer Jezus gekomen en heeft Zijn bloed voor ons vergoten aan het kruis van Golgotha.
Bij Paulus lezen we: “Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd1Tim.2:5,6.
Of in de tekst: “Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen1Cor.7: 23.
Een vrijgekochte slaaf is vrij, en is geen slaaf meer, in Christus zijn wij vrij – en alleen aan Christus verantwoording verschuldigd!

Daarom lezen we het volgende: “Want die in de Heer geroepen is, een dienstknecht zijnde, die is een vrijgelatene van de Heer; evenzo ook, die vrij zijnde geroepen is, die is een dienstknecht van Christus” 1Cor.7: 22.

Ook hier spreken sommige vertalingen over “slaven in Christus”! Wat dus helemaal niet kan, want een vrijgelatene is geen slaaf!
Maar een vrijgelatene kan wel een dienstknecht [dienstmaagd] zijn!
Iemand, die vrij is, kan in dienst zijn van iemand anders.
Vaak is dat dan voor loon. In ieder geval hebben we bovenstaand gezien dat we dan als dienstknechten “de Wil van God van harte doenEph.6 : 6.

En daar zie je het verschil. ‘Uit vrije wil‘ willen we Hem dienen!
En voor de uitoefening van die plicht danken wij Hem:
Maar God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, waartoe gij overgegeven zijtRom.6: 17.

In Navolging van Christus, je Kruis opnemen

Een gelovige, die aan Christus’ oproep voldoet Hem te volgen neemt vrijwillig zijn kruis op en is vrij in het Hem te dienen.
Wij zijn weliswaar gekocht door onze Heer en Verlosser, maar wij zijn wel vrij.
De ongelovige is gebonden aan de zonde, en kan de Heer geen plezier doen.
En hier hebben we een verschil met de gelovige.
De gelovige is in zijn leven vrij om een keus te maken in het dienen van de Heer.
Hierbij wordt gesproken over de werken van het vlees en de vruchten van de Geest: “En ik zeg: ‘Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet’Gal.5: 16.
En wordt gezegd: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelenGal.5: 25.
Hieruit blijkt dus dat wij een keuze hebben. Omdat wij opnieuw geboren zijn [door de Geest leven] hebben wij de mogelijkheid om ons dienstbaar te onderwerpen aan de Heer en naar Zijn Geest te wandelen. Dan zullen we ook vrucht dragen [Gal.5: 22].
Natuurlijk geeft onze Heer en Verlosser de gevolgen van ons handelen aan:
– We ontvangen loon en kroon als we Hem dienen [1Cor.3: 14],
– we zullen schade lijden als we naar ons vlees leven [1Cor.3: 15], maar
behouden zijn we, want we zijn en blijven kinderen van God.
We hebben dus heus wel iets te verliezen.
Maar wij zijn vrijgemaakt van de zonde, en hoeven de zonde niet meer te gehoorzamen.
Daarom roept Christus ons als volgt op:
Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van GodRom.6: 12,13.
Die gevolgen, die zijn duidelijk in Zijn Pedagogie, maar de keuze hoe we daarmee omgaan, hoe we leven, is wel aan onszelf !!!
En op die manier wordt duidelijk dat wij, hoewel, dat is wel te hopen,
van harte dienstbaar zijn aan de Heer’ [Eph.6 : 6] en
wel degelijk oprecht vrij zijn, zoals we al eerder zagen: “Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8 : 36.

Het Griekse woord “δούλος” [doulos]

δούλος, by M. katsaros

Ook al zou het Griekse woord voor “dienstknecht”, “doulos”, soms “slaaf” kunnen betekenen [als dat al zo is, want er wordt niet voor niets gesproken over “dienstknechten … onder het juk” 1Tim.6: 1; slaven zijn immers  altijd “onder het juk”; maar dat laten we nu buiten beschouwing], voor de gelovige in relatie tot onze Heer en Verlosser gaat dit zeker niet op!
Het woord “δούλος” kan dus meerdere betekenissen hebben.
Het Oude Testament, ging weliswaar niet uit van het Grieks, maar vanuit het Hebreeuws en geeft hier een mooi voorbeeld van:
Maar van de Israëlieten maakte Salomo niemand tot slaaf; zij waren echter krijgslieden, zijn knechten, hovelingen [Hebr. עָ֫בֶד (ebed)], zijn vorsten, zijn hoofdlieden en oversten van zijn wagens en van zijn ruiters1Kon.9: 22
We zien hier dat in het eerste deel van de zin “geen slaaf” staat.
In het deel van de zin, dat beschrijft wat er onder de kinderen van Israël wel wordt verstaan en wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt. Aangezien zij dat niet werden, moet ditzelfde woord hier een andere betekenis hebben.
En daar hebben we dan het verschil tussen “slaaf” en “dienstknecht” geïllustreerd.
Overigens ook in onze taal weten we dat één woord soms meerdere betekenissen kan hebben. U zou kunnen denken aan de zin: “De vorst [= koning] loopt over de door vorst [= vriezen] bevroren vijver”. Dit soort woorden worden homoniemen genoemd en zijn ook in onze taal een bekend verschijnsel.
We hebben gezien hoe het kind van God waarlijk vrij is.
Dat betekent dat de nieuwe vertalingen dus niet correct vertalen, wanneer zij het er over hebben dat gelovigen “slaven van God” en/of “slaven van Christus” zouden zijn.

NB; wordt God’s Woord in de praktijk door de eeuwen heen bewaard?
Volgens de ‘New Age’- beweging zijn Christenen slaven van God!
En het wordt nog schrijnender wanneer we beseffen dat men in de New Age-beweging Christenen omschrijft als slaven van hun God!
In het werk van Helena Blavatsky, een bekend occultiste in New Age kringen, lezen we bijvoorbeeld:
“   Het is het geloof in God en Goden dat tweederde van de mensheid tot slaven maakt van een handjevol die hen verleiden onder de valse claim hen te redden” [‘Unity of the World’s Religions’, Blavatsky Theosophy Group UK, The Teachings of H.P. Blavatsky & The Masters , http://blavatskytheosophy.com/unity-of-the-worlds-religions/].
Zij heeft ook het volgende uitgesproken:
“   Ik wil nog geen slaaf van God Zelf zijn, laat staan van mensen” [‘Theosophy: A Historical Analysis and Refutation’, James Skeen, Quodlibet Journal, Volume 4 Number 2-3, Summer 2002, bron: http://www.quodlibet.net/articles/skeen-theosophy.shtml#_ednref21].
Dit zijn slechts enkele uitspraken van een occultiste en haar New Age organisatie, die geloven dat satan de werkelijke god is! Zo was er bij een politie-onderzoek in California naar Satanische groepscriminaliteit en het ritueel doden het één en ander in beslag genomen.
Daarbij waren ook notities, waarin het volgende te lezen was:
Alle gelovigen in god zullen slaven worden van hun nieuwe meester. Omdat zij slaven zijn, is Christus de Koning van de slaven. […] Christus’ toekomst is de verwachting van het koude staal dat hem zal onthoofden, voor de ogen van al zijn huiverende volgelingen, allen die in zijn naam goed hebben gedaan. Satan zit op de troon van God, hij heft zijn met bloed gekleurde zwaard op en roept zichzelf uit als nieuwe heerser van het universum” [‘Demon Possession: 1986’, Paul Ries, Passport Magazine, Oct./Nov. 1986, pp. 12/13. Geciteerd in: ‘New Age Bible Versions’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corporation, Ararat, USA, 1993, 1999, blz. 222].

Kortom: In de New Age-beweging ziet men Christenen als slaven van hun God.
En nu verschijnt er in de nieuwe vertalingen steeds vaker dat wij “slaven van Christus” zouden zijn! De nieuwe vertalingen worden klaarblijkelijk aangepast aan de leer van de New Age !!! 
En aangezien de meeste Bijbelgenootschappen [in het kader van de Oecumenische beweging] aansturen op de aanpassing van Gods Woord aan de één-wereldreligie, zoals we in andere studies gezien hebben, hoeft ons dit niet te verbazen.
Wij dienen bij het gebruik van diverse moderne bijbelvertalingen alert te zijn op tekstverandering, die de lading van de oorspronkelijke Pedagogie van onze Heer en Verlosser absoluut niet dekt.
Met name de Oecumenische beweging verleidt de mensenmassa tot globalisering [eenheidsworst].
Eenheid in Geloof is een ‘onmogelijkheid‘, denk alleen maar aan het feit dat al die verschillende hoogmoedige toezichthouders hun ‘óh zo begeerde en verworven’ positie dienen op te geven.
Eenheid betekent het accepteren van de verscheidenheid van ieder mens en denk nu heus niet dat al die Orthodoxen, die zich baseren op het vroeg-christelijk Geloof – allemaal hetzelfde geloven.
Geloven in Vrijheid als dienstknecht van de heer betekent dat we allen zoals we geschapen zijn naar het Beeld van God, het ideaal beeld van Zijn Zoon nastreven en daar te Zijner tijd verantwoording over dienen af te leggen.
Wij zijn geen slaven, maar vrijgekochten van onze Heer en Verlosser en wij mogen Hem van harte dienen, wat ons ook nog eens ‘loon en kroon’ naar werken in het eeuwige leven zal geven.
Het gaat in de ‘apostolische’ verkondiging om:
het oorspronkelijk Geloof, het opwekken tot dit Geloof; het kennis dragen van de Waarheid;
het zoeken er naar en die verkondigen en mensen tot een godvruchtig leven te leiden.
Mogen wij hopen dit oprecht aan te wakkeren en daar in toe te nemen; de Hoop op het eeuwige leven.
Eerst dàn zal er sprake zijn van alom heersende éénheid in Geloof en zullen wij zicht hebben op de tijden van God.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer! Hallelujah! Psalm 117: 26.
Psalm mp4 in het Arabisch, zoals het bij de Antiochenen klinkt: 

    We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – principieel te veranderen.
Wij zijn – alleen nog maar dienstbaar – aan onze Heer, Jezus Christus.
Laat ieder van u er vanaf dit ogenblik er zijn eigen mening op na houden;
voor mijzelf lijkt het geschikt het kostbaarste te dienen als Heer en Meester van mijn leven.
Het lijkt mij daarbij voldoende een zuivere ziel te handhaven; het is voor mij passender dan 
de kostbaarste edelstenen, die momenteel voor miljoenen bij Christies worden geveild.
Met andere woorden men dient het offer aan de Heer op te dragen vol innerlijke zuiverheid en edelmoedigheid, in moreel opzicht vanuit een hoogstaand karakter.
De Kerk, het Lichaam van de Heer, dient, naast eredienst, een plaats van verstilling te zijn met ruimte voor onderlinge aandacht en plaats van gesprek, geen persoonlijke ambitie maar een aansporing voor de gehele wereld om haar heen.

De hand des Heren was op hem – το χέρι του Κυρίου ήταν εκεί πάνω του – كانت يد الرب عليه – The hand of the Lord was upon him.

    En God, de Barmhartige Heilige Drieëenheid doet ons – als een liefdevolle Vader, nieuwe verzoekingen toekomen en wacht af tot we – ook in Zijn Huis, de Kerk – uiteindelijk van “Zijn nederige Barmhartigheid” hebben geleerd:
✥   Hij geeft wereldleiders nog grotere problemen, die onoplosbaar lijken, wanneer er op de aloude manier vanuit werken dienen te worden uitgevoerd waartoe men eigenlijk totaal niet in staat is. Werp je een dam op in de vorm van een muur, dan komt de massa in beweging en komt deze ontwikkelingshulp ‘halen’ en daar kan geen leger met geweld tegenop.
✥   Hij geeft in Zijn Huis [hoofd-]toezichthouders lessen, waarbij nog meer mensen zich afscheiden, teneinde hen allen aan te geven dat slechts één benadering “in Liefde” – het Mysterie – kan doen ontstaan.
Je kunt elkaar niet ‘vanuit de hoogte‘ ontwikkelingen opleggen, je veroorzaakt alleen nog maar meer chaos.
Vanuit de hoogte bereik je met al je stoere gedrag namelijk niets, je zult alleen nog maar meer ellende op je hals halen:
”     Nadat ‘Hij’ nu van de berg was ‘af’-gedaald, volgden Hem vele scharen. 
En zie, een melaatse [Lazaros en de rijke] kwam tot Hem en viel voor Hem neer, zeggend: ‘Heer, indien Gij wilt, kunt Gij mij [ons] reinigen‘. 
En Hij strekte [als God] de hand uit en raakte hem aan en zei:
‘Ik wil het, word rein’.
En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid. 
En Jezus zei tot hem:
‘Zie toe, dat gij het aan niemand zegt, maar ga heen toon u aan de priester
en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis’Matth.8: 1-4.

Apolytikion     tn.6.
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6.
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, 
om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak:
Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht,
Heer, eer aan U
”.

November 1e – De heiligen Cosmas en Damianos de onbaatzuchtige artsen met hun moeder H. Theodota.

Anargyri Cosmas en Damianos

Dit zijn wel de bekendste, maar zij worden naast anderen gerekend tot de onbaatzuchtige geneesheren/artsen.
Deze artsen waren veelal vrome christenen, die niet alleen lichamen genazen, maar ook de zielen en daarmee brachten zij velen tot Christus en in plaats van het gebruik van zijn medicijnen maakten zij bij hun genezing door gebed gebruik van de Krachten uit den Hoge.
Zij benaderden hun patiënten regelmatig met de woorden: ‘Indien je jouw ziekte  wilt overwinnen, zorg dan dat je niet zondigt, want maar al te vaak is ziekte het gevolg van een zondig bestaan, dat je zelf hebt opgebouwd‘.
Wij kennen dat gegeven in onze tijd maar al te goed, te veel eten, te veel [alcohol of zoet- en kleurstoffen] drinken, kortom alles waar ‘te veel’ gehanteerd wordt is schadelijk voor de gezondheid.

H. Theodota & de Anargyri

De heiligen Cosmas en Damian waren broeders uit Mesopotamië (Azië). Hun vader was een heiden, terwijl hun moeder, Theodota, een christen was.
Zij werd al vroeg weduwnaar en leidde een vroom leven en leerde haar kinderen hetzelfde te doen. Ze instrueerde hen strikt in deugd en kende hen de Heilige Schrift en de kerkelijke leer.
Van kinds af aan toonden Cosmas en Damian gehoorzaamheid, zachtmoedigheid en een goed karakter. Het is opvallend dat het vaak heilige vrouwen zijn, die bekende heiligen aanzetten tot hoogstaande prestaties.
Om anderen tot nut / van dienst te zijn, bestudeerden zij medicijnen en de helende eigenschappen van kruiden en werden expert-artsen. Niet hoogdravend, – zij deden immers eenvoudig hun werk – en daarop zegende de Heer deze vriendelijke artsen en verleende hun de macht om ziekten op wonderbaarlijke wijze te helen en de boze geesten te verdrijven.
Ze gaven niet alleen hulp aan mensen, maar ook aan dieren.
Deze heilige broeders, die zichzelf en hun kennis ten dienste van anderen ter beschikking stelden, zochten bewust geen wereldse roem, noch rijkdom, en namen nooit geld aan voor hun werkzaamheden. Hiervoor gaf de Kerk deze altruïstische broeder/artsen de naam van onbaatzuchtigen.
Onbaatzuchtig wil zeggen niet gericht op eigen belang, niet met de bedoeling er zelf beter van te worden, het behoort tot een van de ascetische eigenschappen van een mens.

H. Theodota -2e Januari

De Heilige moeder Theodota wordt al heel vroeg in het jaar herdacht op 2 Januari.
Na een vreedzaam leven te hebben geleid, stierven deze broeders ook vreedzaam en na hun dood werden zij door de Heer verheerlijkt door vele wonderen.
Zo ging bijvoorbeeld tijdens de oogst een van de bewoners van die streken naar zijn velden. Omdat deze zich zwak voelde door de hitte van de zon en verlangde rust te nemen, ging hij liggen onder een eik en viel in slaap.
Terwijl hij sliep, glipte er bij hem een slang zijn open mond binnen. Bij het ontwaken voelde de boer niet meteen pijn en zette zijn werk voort. Toen hij echter ‘s avonds thuiskwam en op het bed ging liggen na het avondeten, voelde hij een vreselijke pijn omdat de slang zijn darmen begon te verscheuren. De boer, die niet in staat was om zo’n vreselijk lijden te ondergaan, begon te gillen en zijn gezin wakker te maken.
Zijn familieleden kwamen binnenrennen, maar konden hem op geen enkele manier helpen, omdat ze niet eens wisten wat er met hem aan de hand was.
Toen bad de zieke met z’n huisgenoten om hulp tot de heiligen Cosmas en Damian.
De heiligen reageerden onmiddellijk:
de boer viel snel in slaap en terwijl hij sliep, kroop de slang uit zijn mond.
Iedereen die het wonder zag, werd onder de indruk en verheerlijkte de heiligen.
Nadat de slang tevoorschijn kwam, ontwaakte de boer onmiddellijk en dankzij de hulp, die deze onbaatzuchtige heiligen van God afsmeekten kwam alles toch weer volkomen goed.

Een andere man met de naam Malchus woonde in de buurt van een kerk ter ere van de heiligen Cosmas en Damianos.
Hij bereidde zich voor op een lange reis, nam zijn vrouw mee naar de kerk en vertrouwde haar toe aan de heilige onbemiddelden, met de belofte later een vertrouwde persoon voor haar te sturen.
Een paar dagen later nam de duivel de gedaante aan van een van hun kennissen en kwam bij de vrouw, die aanbood haar naar haar man te brengen.
Bovendien zwoer de duivel met de naam van Saints Cosmas en Damian om haar onderweg niet te schaden.
Bij het horen van een dergelijke eed geloofde de vrouw de bedrieglijke duivel en ging met hem mee. Toen nam de duivel haar mee naar een kale en verlaten plek en probeerde haar te verkrachten en vermoorden.
De vrouw, die zichzelf in zo’n wanhopige situatie zag, riep de heilige onbaatzuchtigen aan en smeekte hen om hulp. En de heiligen verschenen onmiddellijk.
Zodra hij ze zag, verliet de duivel de vrouw en koos het hazenpad;
hij bereikte een hoog voorgebergte, van waaruit hij sprong en verdween in een afgrond, terwijl de heiligen de vrouw terugleidden naar haar huis.
Aldus staan deze heiligen door hun gebed tot God allen bij die hen in Geloof aanroepen.

Nu zal het voor nuchtere westerlingen, die wij zijn moeilijk geven om dit soort Mysteriën  te accepteren. Het is een bovennatuurlijk gegeven en een Mysterie lijkt voor velen maar vreemd.
“Hoe kan Christus ons door gebed naar lichaam en ziel genezen, ons geestelijk voeden?”. Dat deden diverse omstanders die deze bovennatuurlijke gebeurtenissen zagen – zij werden bang en verzochten hem de stad te verlaten.
En velen van hen verlieten Hem op dat moment en volgden Hem niet en hadden het idee met een charlatan van doen te hebben.
Onze Heer en Verlosser toonde daarmee aan dat Hij niemand dwingt om tot Hem te komen, dat Hij exclusief op vrijwillige basis – op basis zijn roep of door mensen – dient te worden gevolgd.
En wat zei hij over de ontmoeting met Hem, die Hem nabij kwamen in Zijn heilige communie?
Tenzij gij het Vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn Bloed drinkt, hebt u geen leven in u.
Een ieder die Mijn lichaam eet en Mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwige leven;
en Ik zal hem [persoonlijk] opwekken op de laatste dag
” John.6: 53-54.
Waar maakt een mens zich dàn nog zorgen over;
Christus zegt tevens: “Je Geloof heeft je gered” – doe dat dan!

En laten we daarnaast onze ongerechtigheden onder ogen zien
in overeenstemming met de woorden van diezelfde Heilige Schrift.
Vergeef ons, Heer, ten eerste, 
– dat we onszelf niet dag en nacht in de wet van God onderwijzen, 
– dat we de vermaningen van de Heer niet graag horen of lezen,
– dat vrome gesprekken ons vaak maar saai lijken,
– dat het vaak moeilijk is voor ons om in de kerk te staan, waar
een veelvoud van Gods geboden wordt verkondigd en uitgelegd”.
Heb berouw voor God en moedig je slaperige ziel aan wakker te worden en
wees blij en aandachtig naar elk woord van God te luisteren; sterker nog,
dit in uw hart te bewaren,  net als de Moeder van God of de andere gezegende Maria, die aan de voeten van Jezus zat, om  Zijn Woord te horen.
En wees niet eenvoudigweg koele en confabulerende [iets wat vergeet-achtige]  luisteraars, maar zij die houden van de woorden van de Heer:
      Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in 
waarheid leven1John.3: 18.

Kondakion     tn.2.
”    U hebt de [Genade-] gave van genezingen ontvangen
om gezondheid te schenken aan de zieken,
wonderdadige artsen Cosms en Damianos.
Door uw tussenkomst verslaat u de hoogmoedige vijand
en geneest de wereld door uw wonderen“.