Orthodoxie & wij zijn ‘allen’ slechts navolgers van Christus

… wij Christenen zijn slechts navolgers van Christus en derhalve ondergeschikt aan elkaar …
… wij Christenen zijn leden van het Lichaam van Christus en derhalve onafscheidelijk van elkaar …
… wij Christenen hebben ons bekleed met Christus en zijn derhalve nooit verwijderd van de door God gegeven historische werkelijkheid …
… wij Christenen spiegelen ons aan Christus en gaan derhalve uit van
de enige heilige regel, de liefdevolle nederigheid als leidraad …

De Christelijke Gemeenschap is de moeder, die de veiligheid en geborgenheid van haar leden waarborgt …..
In de Christelijke Gemeenschap heeft God de een aangesteld om als schaap in de kudde te worden opgenomen en anderen om hen als hoeders, om tot herder [‘behoeder‘] te zijn.
Weer anderen om toezicht te houden, om het overzicht te bewaren en anderen die als nieuwkomers/beginnelingen tot de toehoorders behoren.

• De een is op de een of andere dienstbare, ondergeschikte, liefdevolle manier het hoofd,
• sommigen vormen de voeten om de basis te verstevigen, anderen de armen om het noodzakelijk werk te doen,
• weer anderen, die het oog vormen om elke verandering van het [Thabor-]Licht waar te nemen en
• weer anderen vormen de rest van het lichaam, die, voor de eenheid en de belangen van het geheel zorgen of ze nu inferieur [minder in rang] dan wel in geestelijk of moreel opzicht hoger in rang zijn aan de anderen.

En net zoals in de lichamen de leden niet van elkaar gescheiden kunnen leven, doch alles één Lichaam vormt dat uit verschillende delen bestaat doen we echt niet allemaal hetzelfde werk.

Dat wil zeggen,
⁌ het oog gaat niet aan de wandel, maar geeft richting aan naar het ‘Licht’,
⁌ is de voet niet in staat om vooruit te kijken, maar beweegt zich van de ene plaats naar de andere voort en verschuift daarmee dan [zonder haast te maken] het lichaam naar een andere locatie,
⁌ de taal wordt tijdens een preek door de menselijke stem gehoord,
➻ met de stem plegen we overleg, alvorens onze handen iets ondernemen,
➻ wordt er gesproken dan komt men niet tussen beide, zodat men tijdens een hoorzitting niet onderbreekt/spreekt, want men heeft
➻ de tong om die in het gareel te houden en
➻ een neus, die de geur als een gevoelsorgaan waarneemt en
➻ het strottenhoofd welk het eten doorslikt, die tevens de stemband draagt en
➻ zo geeft aartsvader Job ons aan: ”de goddelijke hand is het instrument om te geven en te nemen”,
➻ de geest domineert alles, en daaruit komt het vermogen van “ervaren, voelen” voort en daartoe wordt de informatie doorgegeven aan al de sensorische organen, die gevoelig zijn om zintuigelijk waar te nemen en  terwijl dit alles gebeurt, komen wij tot één lichaam “in Christus” en
– zijn we allemaal ‘in Christus’ leden en daardoor  leden van elkaar.

Eén lid is in staat rekening houdend met allen te domineren en er wordt verwacht dat deze het voortouw neemt en de ander wijselijk [door de H. Geest geleid] bestuurd en richting aan geeft, want
niet iedereen doet hetzelfde werk.
En dàt komt omdat het niet uitmaakt of je nu heer of meester dan wel een beginneling bent, heeft de een het moeilijk [zoals dezer dagen], dan lijdt de ander. Al de leden, zowel de geestelijkheid als de leken, vormen gezamenlijk één Lichaam ‘in Christus’, omdat zij samenkomen en zich ondergeschikt opstellen
aan de Vader, door de Zoon en geïnspireerd door de Heilige Geest.
conf. H. Gregorius de theoloog.

De soevereiniteit van Christus …

Christus Pantocrator icon,
I.M. Chilandar. berg Athos [Gr.]

Ons lichaam van Christus, leert door de Heilige Geest in Christus, dat God, voor het creëren van de materiële wereld, de geestelijke wereld schiep/creëerde, dat wil zeggen de engelen die redelijke, immateriële en vrije wezens zijn.
Sommige engelen zijn echter anti-goddelijk geworden in het aangezicht van God.
Zoals de engelen van het Licht, zijn zij gevallen en werden engelen van duisternis.
Demonen zijn absoluut tegen God’s Wil, verspreiden laster, haat en ontkennen/rebelleren tegen God; hun doel is om de mens van God te verwijderen, ‘onenigheid en chaos‘ te laten overheersen. Onze ervaring bevestigt ons dat de duivel altijd onrust/tweedracht veroorzaakt en ‘dàt’ terwijl hij nog steeds doet voorkomen alsof ‘hij/zij‘ een engel van het licht is. Het aanzien van de tegenstrever is dat de duivel een obstakel vormt voor de redding van de mens.
Ja, de duivel is dezelfde, die Christus heeft proberen te verleiden en te mishandelen.
Maar hij is slechts een grote vijand, bezit totaal geen overheersende macht.
De Almacht van hierboven wordt vanuit de Hemelen gevormd door de regerende Vader, door onze Heer en Verlosser Jezus Christus en Zijn Heilige Geest, kortom de in liefde verbonden Heilige Drie-eenheid. Daarom dient iedere toezichthouder zich in de Kerk te distantiëren van al wat ook maar de indruk wekt te maken te hebben met Macht en Heerschappij.
D
e mammon is immers een personificatie van een Aramees woord voor geldzucht en winstbejag. We kunnen dan denken aan de macht van hebzucht, aangewakkerd door de satan en zijn demonen. Hebzucht is een vorm van afgoderij: “Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij,  om welke dingen de toorn Gods komtCol.3: 5.

Over: – ‘bezeten zwijnen’ – Σχετικά με: – «κατοχή των χοίρων” –
معلومات: – “يمتلك الخنازير”

De soevereiniteit van Christus wordt openbaar wanneer in de eucharistische Evangelielezing gesproken wordt over de bevrijding van de demonen.
De Heer komt tot ons vanuit de Kafarnaüm [Hebr:
כפר נחום – Kefar Nachum, “dorp van Nahum”, Hebr. Nahum= נַחוּם, “Trooster”]  in de tegenovergestelde richting van het meer van Gennesareth [aan de groten handelsweg van Damascus naar de Middellandse Zee], in de stad Gergeses, waar twee demonen leven. Ze worden als “haram” [Arabisch: حَرَامْ: onrein, verboden beschouwd – het gaat hierbij zowel om handelingen als datgene wat men schept/veroorzaakt en dit is zó gevaarlijk dat niemand op straat daar aan voorbij durft gaan, men gaat ze uit de weg – alcohol, drugs, xtc, die kolder in het hoofd veroorzaakt, verwarring en wat al niet meer in deze wereld [en kerk] tot onheil leidt. Ze leven als geestelijk gestoorden en ze trekken geïsoleerd op ‘naast’ de samenleving – niet alleen in de wereld, maar ook in de Kerk.

De andere evangelisten merken op dat het om persoonlijkheidsproblemen draait. Op de vraag wie uw naam is, zeggen zij: “Legioenen, dat zijn èr héél veel“.  Inderdaad, de demonische machten verspreiden en drijven de mens uiteen.
De gedemoniseerde, kent niet alleen zijn naam niet, maar hij heeft tevens de neiging om z’n eigen naam, zijn eigen bestaan te vernietigen. Jammergenoeg is dit nu juist het kenmerk van de modernste mens, die ontzettend vèr van de God verwijderd is geraakt.
Het is overduidelijk dat Christus op aarde is nedergedaald om het werk en de autoriteit van de duivel de kop in te drukken. De Heerschappij van Christus en Zijn overwinning blijkt het Evangelie te volgen.
Het gevoel van de demon in de dialoog met Christus onthult het immense verschil:
Wie?‘ dient er hier aanbeden te worden en ‘Wie is God?, Wie heeft het hier voor het zeggen’.
Waarop Christus antwoordt:
De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!”.

Faith = Hope, Grace, but in the first place Christian ‘Love’ !!!

Inderdaad, Christus is Liefde, het Leven en de Waarheid, Die tot Verlossing van de demonen leiden, die zich identificeren met het kwaad, achterbakse trucjes, valsheid, haat, misleiding, vernietiging, welke leidt tot eeuwige verdoemenis.
De demonen erkennen Zijn Goddelijkheid en vragen hem gemarteld te worden; ze vragen Hem om het verdriet van de zwijnen te ondergaan. De Heer staat tenslotte toe dat de zwijnen worden vernietigd en zullen in het meer verdrinken.
Uiteindelijk worden de demonische krachten vernietigd tot Heil en zegen van de mens op aarde. Maar het menselijk gedrag is datgene waar Zijn Schepsel diep spijt van heeft.
Daarom kwam Christus naar de overkant in het land der Gadarenen om deze twee 
bezetenen uit de grafsteden te ontmoeten en deze mannen zijn zeer gevaarlijk, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan”.

Jezus Christus laat blijken dat men eerbied en bewondering voor Hem dient op te brengen, Hij doet hier van Zich spreken, Hij onderwijst hen, Hij bevrijdt hen van demonen en deze worden door Hem afgewezen. Ze vragen Hem hun land te verlaten om uit hun leven te verdwijnen.
Christus houdt niet van hun aanwezigheid.

Met deze situatie worden wij mensen dagelijks in ons leven hier op aarde geconfronteerd.  Zelf hoogstaande Christenen vergeten dat
wij Christenen op onze Heer, Jezus Christus en
 ‘Zijn’ Kerk dienen te vertrouwen.
Dat ‘Zijn’ Genadegaven en
➥ ‘Zijn’ Liefde voor de mensen ons zal beschermen tegen alle demonische onvolkomenheid en zwakheden.
Dat de Mysteriën [RK. Sacramenten] onze spirituele oeroude voorstellingen [Archetypen] zijn en dat Christus de Bron is van ons leven en onze onsterfelijkheid.

Alleen in Christus Liefde kunnen wij overwinnen

              Gedemoniseerd in deze onverschillige maatschappij, beveelt de apostel Paulus ons:  ” De wapenrusting van God aan te doen, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel, want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewestenEph.6: 11,12.
Omdat alleen maar op deze manier kunnen we voorkomen dat moorddadige pijlen van de boze  ons bewustzijn tot chaos en duisternis verleiden.
               We bidden daarom om de Genadegave van het persoonlijk gebed, zoals we van Christus hebben geleerd: “Vader, Gij leidt ons niet in verzoeking, maar verlost ons van de boze”.

Oktober de 15e – Heilige Lucian van Antiochië

H. Lucian, gedragen door de Heilige Geest, is hij ons tot voorbeeld geworden; لقد أصبح القديس لوسيان ، الذي يحمله الروح القدس ، مثالاً لنا;  Ο Άγιος Λουκιανός, που μεταφέρεται από το Άγιο Πνεύμα, μας έχει γίνει παρά-δειγμα; Saint Lucian, carried by the Holy Spirit, he has become an example to us.

De Heilige Lucian van Antiochië, die leefde van ca. 240 tot 312) is ook wel bekend als Lucianos de Martelaar en was naast spelleider/priester voor de hem toegewezen gemeenschap, theoloog  en  martelaar. Hij is alom in de Kerkelijke wereld bekend geworden vanwege zij studiezin en gedreven ascetische vroomheid.

Afgaand op de uit de oude 10e eeuwse mediterrane wereld bekende encyclopedie Soudas  [Σούδας]  of Souidas [Σουίδας vernoemd naar haar auteur, werd Lucian geboren in Samosata, Kommagene gelegen in Syrië , uit een gezin van christelijke ouders en werd hij opgeleid in de naburige stad Edessa aan de opleiding van Macarios van Mesopotamië.
De grootste en laatste Romeinse vervolging van christenen begon in het jaar 303 onder de keizer Diocletianus. Lucian werd gearresteerd in Antiochië en afgevoerd naar de keizerlijke stad Nicomedia, waar de keizers vaak met hun hofhouding verblijf hielden.

• Eusebius schreef dat: “… in de aanwezigheid van de keizer, verkondigde hij het Hemelse Koninkrijk van Christus, eerst in een mondelinge verdediging, en daarna ook door daden” [Ecclesiastical History, 13, 2].
Lucian zat negen jaar gevangen, waarbij hij de andere christenen met hem aanmoedigde standvastig te blijven in hun belijdenis van Christus. Hij leed zowel de marteling als de honger, omdat hij het enige voedsel weigerde dat hem werd gegeven, vlees dat was aangeboden was aan Romeinse afgoden toegewijd.
• De vierde-eeuwse geschiedenis van Philostorgios van Cappadocië vertelt dat Lucianus, toen hij op zijn rug in de gevangenis werd gebonden en vastgeketend, de Goddelijke Mysteriën [H. Communie] op zijn eigen borst wijdde en de gelovigen die aanwezig waren liet meedelen in de ontmoeting met de Heer.

H. Lucian de Martelaar van Antiochië

Lucian stierf op 7 januari 312, tegen het einde van de laatste grote vervolging van christenen door de Romeinse autoriteiten. Zijn lichaam werd meegenomen naar Drepanum (later omgedoopt tot Helenopolis door Constantine ter nagedachtenis aan zijn moeder) en werd onmiddellijk vereerd door de kerk van Antiochië en elders. In een preek op zijn feestdag in 387 spoorde H. Johannes Chrysostomos de christenen aan zijn voorbeeld te volgen:
Hij minachtte de honger. Laten we ook luxe bespotten en de heerschappij van de maag vernietigen; dat we, wanneer de tijd rijp is om ons aan zulke martelingen te ontmoeten, van tevoren voorbereid zijn, met de hulp van een mindere ascee, om ons waardig te zijn van glorie in het uur van de strijd”.

De H. Lucian van Antiochië wordt op 7 januari in het Westen gevierd. Toen het feest van de Theophanie in de oosterse kerken werd uitgebreid door de herdenking van Johannes de Doper op die dag, werd zijn feest verplaatst naar 15 oktober.

Lofzang uit de Vespers voor deze heilige martelaar
    U hebt de gelovigen standvastig gemaakt en
hen verrijkt door uw geloof en het betoog van de kennis van God, zodat
zij moedig de woede van de tiran zouden kunnen verduren,
terwille van het onvergankelijke leven dat zal komen.
Daarom noemen wij u gezegend, o rechtvaardige glorieuze Lucian
en vieren we vandaag uw goddelijke stemmigheid
”.

H. Lucianos, hieromartelaar; Αγίου Λουκιανού του ιερομάρτυρα.

De theologische positie van Lucian is een onderwerp waar nogal wat onenigheid over is. Pogingen om zijn theologie uit de bestaande bronnen te reconstrueren hebben tot tegenstrijdige resultaten geleid.
Omdat Arius in een brief aan Eusebius van Nicomedia schreef als “συλλουκιανιστές” [d.w.z. navolgers van de theologie van Lucian] wordt zijn theologie geassocieerd met de Ariaanse controverse.
Toch wordt de H. Lucian beschouwd als een belangrijke voorstander van de bijbelse interpretatie in de Traditie die bekend staat als de “School van Antiochië”.  Terwijl in het belangrijkste centrum van de bijbelstudie, Alexandrië, de allegorische interpretatie van de Schrift werd bevorderd, benadrukten Antiochiaanse schrijvers een méér letterlijke interpretatie van heilige teksten.
Ze gebruikten ook typologie om latere teksten een basis te geven [te bewortelen]  in samenhang met eerdere onthullingen. Deze stijl zou in de bijbelstudie domineren tot in onze moderne tijd.
Vierde-eeuwse voorstanders van deze school waren Diodoros van Tarsus, Johannes Chrysostomos en Theodore van Mopsuestia.

De Antiochiërs benadrukten ook het onderscheid tussen het menselijke en het goddelijke in de persoon van Christus, terwijl de Alexandrijnen de eenheid van het menselijke en het goddelijke in Hem benadrukten.
In de volgende eeuw zouden uitersten van deze opvattingen worden beschreven als het Nestoriaans ordeningsprincipe [Antiochië]: je begint met een sterk argument, geeft dan enkele zwakke argumenten en eindigt weer met een sterk argument. Dit was 
in tegenstelling tot het Monofysitisch principe [Alexandrië] en het beslissende uitgangspunt worden in respectievelijk de Kerk van het Oosten en de Oosters-orthodoxe kerken.

Zowel de oudtestamentische als de nieuwtestamentische studies vinden voor het grootste deel een basis op grond van de werkzaamheden van Lucian van Antiochië. Hij was bekwaam in zowel het Hebreeuws als de Griekse taal en op die wijze produceerde Lucian een editie van de Septuagint waarin hij de Hebreeuwse tekst gebruikte om de fouten van kopiisten en andere verschrijvingen/interpretaties die in de loop der eeuwen waren binnengeslopen, te corrigeren. Zijn versie werd zéér gewaardeerd door de heilige Hiëronymus, de grootste Latijnse bijbelse autoriteit van die tijd.
Het werd uiteindelijk de voorkeurstekst die werd gebruikt in de Antiochische en Byzantijnse kerken. 
Lucian produceerde ook een editie van het [Griekse] Nieuwe Testament die bekend werd als de “Byzantijnse tekst” die op liturgische wijze in de Grieks-sprekende kerken van het Oosten werd gebruikt.
Eeuwen later zou het de basis zijn van de uitgave van de zestiende-eeuwse Nederlandse geleerde Desiderius Erasmus. Deze versie werd in het Westen algemeen aanvaard als de “door Goddelijke ingreep ontvangen tekst” en werd gebruikt als basis voor vele moderne vertalingen.
Door
 gebrek aan definitief onderbouwde informatie is het onmogelijk om de verdiensten van zijn kritische werkzaamheden nauwkeurig vast te stellen.
De Heilige Lucian van Antiochië geloofde echter in de letterlijke betekenis van de bijbelse tekst en legde aldus de nadruk op de noodzaak van tekstuele nauwkeurigheid. Hij vereenzelvigde zich met zijn roeping om de Septuagint te herzien op basis van het originele Hebreeuws en het resulterende manuscript werd zeer populair in Syrië en Klein-Azië.

Apolytikion     tn.1.
Door het lijden van de Heilige Lucian,
dat hij heeft verdragen om U,
Laat ons verbidden, o Heer,
en genees ons van onze ongerechtigheden,
zo smeken wij U, die alle mensen liefhebt”.

Kondakion     tn.8.
Als fel-schijnende fakkel bent u verschenen,
o goddelijke martelaar Lucian,
en door de stralen van uw wonderen verlicht u heel de schepping.
U hebt ziekten genezen en het die duister voor immer verjaagd.
Bid zonder ophouden voor ons allen tot Christus God”.