20e – Orthodoxie & Liefde is goddelijk, superieur aan cognitieve ontwikkeling

De ontwikkelingsfase van de mens heeft een tijdbestek van meer dan 40 jaar, dat is de reden waarom er over drie deelfasen van een leven wordt gesproken.
– De jongvolwassene 22 tot 40 jaar
– De midden volwassene 40 tot 55 jaar
– De oudere volwassene 55 tot 65 jaar
De jong volwassene verschilt ten opzichte de oudere volwassene. De jong volwassene is vooral gericht op de toekomst en zoekt daarbij  grenzen van zijn mogelijkheden en kansen.

In de ontwikkelingspsychologie worden de ouderen ook in deelfasen verdeeld.
– Jongere ouderen ook wel jong-bejaarden of
actieve ouderen genoemd 65 tot 80 à 85 jaar
– Oudere ouderen ook wel hoogbejaarden of
afhankelijke ouderdom genoemd 80/85 jaar en ouder.
Alle oudere mensen hebben een eigen levensgeschiedenis.
Ontwikkelen is een duurzame en langzame verandering en
er zijn drie manieren van ontwikkelen:
– Door te lichamelijk te groeien
– Door het leren bezitten van theoretische, praktische en sociale kennis en vaardigheden.
– Door rijping ‘ergens aan toe zijn’.

De ontwikkelingspsychologie
Psychologie houdt zich bezig met, de wetenschap die met mensen gedrag bestudeerd. Ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de ontwikkeling van de mens. Geronto-psychologie is het gedrag- en belevingsverandering bij de ouder wordende mens.
Ontwikkelingsfactoren Ieder mens is uniek en ontwikkelt zich ook uniek.
Niemand is hetzelfde. 
Zo zijn er drie factoren:
– Interne factoren, ieder mens heeft zo zijn eigen mogelijkheden en beperkingen, dat is vanaf de geboorte al bepaald.
– Externe factoren, factoren van buitenaf die de ontwikkeling bepalen.
Bepaalde omstandigheden of een bepaalde omgeving.
– Zelfbepaling de mogelijkheid om een richting te geven aan je eigen ontwikkeling.

De ontwikkelingsfasen van de mens van baby tot oudere:
Ongeboren kind     = 40 weken
Baby / zuigeling     = 0-18 maanden
Peuter                   = 18 maanden- 4 jaar
Kleuter                   = 4-6 jaar
Schoolkind             = 6- 12 jaar
Puber                     = 12-17 jaar
Adolescent             = 17-22 jaar
Volwassenen         = 22-65 jaar
Oudere mens         = 65+ jaar

Voor God is iedere mens Zijn kind

De meesten van ons zijn bekend met het schepping verhaal, hetgeen een door ‘משה’, Mozes [Hebr.= uit het water gehaald] gegeven beschrijving is van hoe God Heel een aarde heeft geschapen [Genesis 1: 1 – 2: 4], vervolgens rustte God ná 6 tijdseenheden scheppen op de 7e dag. Hierbij werd de mens mannelijk en vrouwelijk geschapen en zowel man als vrouw mochten God’s Beeld en Gelijkenis vorm geven en kregen een opdracht waartoe ze volmaakt werden toegerust. Man en vrouw waren dus volkomen gelijkwaardig! Zij kregen samen de opdracht om de aarde te bevolken. Vervolgens komen we in de tuin van Eden, een paradijstuin [Genesis 2: 5-25] een prachtige maar afgeschermde plek waar alles uitbundig groeit en bloeit, waar dieren in alle soorten en maten leven. Misschien was er nog niet een volmaakte orde, maar het is duidelijk dat er in de tuin geen chaos was zoals buiten de tuin nog wel het geval was. Gods bedoeling was dat de tuin zich zou uitbreiden over heel de aarde. En omdat dieren nu eenmaal dieren zijn die een weinig ruime horizon hebben omdat ze niet denken kunnen, schiep God de mens. En die mens kreeg de opdracht om alles zo te regelen en te beheren dat op termijn de hele aarde een tuin van Eden geworden zou zijn. Tussen de schepping van Adam en Eva zit een bepaalde tijd.

Schepping van de mens, Adam & Eva, vanuit het stof

In Z’n onnoemlijke Wijsheid schept God eerst de man Adam. Deze krijgt de opdracht om alle dieren een naam te geven [te classificeren om ze een geschikte plek te kunnen toewijzen].
Hij, Adam, krijgt ook het verbod te horen dat hij niet mag eten van de boom ‘van kennis van goed en kwaad’ en dat hij bij overtreding van dit gebod onherroepelijk zal sterven.

Adam gaat vervolgens aan het werk. Zoals we later lezen kwam God gewoonlijk aan het einde van de middag naar de aarde. Tijd voor overleg, het begin van sociaal overleg.
Adam doet verslag en stelt z’n vragen en doet voorstellen. God en Adam wandelen samen. Ze hebben de tijd voor elkaar en genieten van de Schepping. 
Adam ontdekt dan dat hij niet zoals de dieren een ‘soortgenoot’ heeft met wie hij kan optrekken. Hoe lang Adam alleen geweest is, weten wij niet. Maar het is duidelijk dat Adam al een stuk levensgeschiedenis achter de rug had toen God besloot om aan hem een helper te geven.
God schiep een vrouw en bracht haar naar Adam.  Adam was dolgelukkig en noemde haar Mannin [vrouw, virago, heldin, pas na de zondeval zal ze Eva (Hebr.=
חוה, Chavah), levengevende genoemd worden] vanwege het feit dat dit prachtige schepsel gebouwd was uit een rib van de man en zo vlees van zijn vlees en been van zijn been vormde.
Het was volop genieten voor hen beiden, en dus ook voor God.
Hier zijn twee mensen die niet zonder elkaar ‘kunnen’ en ook niet ‘willen’ en die leven en werken mogen ‘delen’ als vertegenwoordigers van de Schepper op aarde.
Adam en Eva vormen als God’s kinderen beiden het beeld van God en zijn volkomen gelijkwaardig – ook in de keuzes, die ze maken en als zodanig zijn zij vrij om te doen en laten wat zij willen, naast de ‘levensboom’ was er echter een beperking van hun vrijheid via de boom ‘van kennis van goede en kwaad’.
De tweede boom eist onze aandacht op en doet ook allerlei vragen in ons opkomen. Wat doet hij daar in het paradijs, een plaats ongestoord door de zonde?  Er dient in de volkomenheid van de schepping een boom te zijn die werkelijk het kwaad [zij het tezamen met het “goede”] vertegenwoordigt?
En is de plaatsing van zo’n boom zuiver om die eerste mensen op de proef te stellen? Had deze boom slechts zo’n negatieve functie?

Dit zijn vooralsnog “gedachten”, dat wil zeggen, geen afgerond wetenschappelijk onderzoek, maar een poging om een en ander, zij het deels wat speculatief, een mogelijke verklaring te geven. Wanneer de boom “van de kennis van goed en kwaad” zuiver als een beproeving van Adam en Eva beschouwd wordt, ligt het voor de hand om de naam te doen slaan op deze beproeving. De uitslag ervan zal de “kennis” leveren over de vraag of Adam en Eva “goed” dan wel “kwaad” handelen. En toch biedt het Hebreeuws een andere mogelijkheid.
Sowieso mag duidelijk zijn dat deze “kennis” geen intellectuele kennis is.
Door van de vrucht te eten zouden Adam en Eva niet ineens gaan begrijpen hoe een offeraltaar te bouwen (“goed”), of hoe een ingewikkelde misdaad te plannen en uit te voeren (“kwaad”) zou zijn.

De uitdrukking “kennis van goed en kwaad” wordt óók in “de boeken van Mozes” op een andere manier gebruikt, namelijk, om volwassenheid tegenover kinderlijkheid als begrip te stellen.
      En uw kleine kinderen, waarvan gij gezegd hebt: ‘ten roof zullen zij zijn, en uw zonen, die op dit ogenblik nog geen kennis hebben van goed en kwaad, die zullen dáár komen, ja, aan hen zal Ik het [Beloofde Land] geven en zij zullen het in bezit nemenDeut.1: 39.
Het draait om het sociale, de emotionele en persoonlijke omgang met God en de mens, een specifiek soort ‘volwassen’- geworden kennis.
In de persoonlijkheidsontwikkeling, de levensloop-psychologie van de mens
draait het voor wat z’n medemensen om:
1.]. In het leven van een volwassene:
– Kinderen krijgen en opvoeden, het werken,
waardoor inkomen wordt vergaard en hoe dit te besteden.
– De relatie met de partner en met de eigen ouders.
2.]. In het leven van de ouderen:
– De relatie met de partner, met anderen, waaronder vrijwilligerswerk
– De relatie met volwassen kinderen en kleinkinderen en het verlies van naasten.
Om goed te begrijpen wat deze boom met omgang’s bewustzijn te maken heeft
dienen we er bij stil te staan dat Adam, en vervolgens ook Eva, uit het stof der aarde geschapen werden met ‘volwassen’ lichamen. Desondanks hadden zij geen enkele levenservaring direct na hun schepping. Zij maakten het proces van het opgroeien van baby tot volwassene zelf niet mee. Indien je hun leeftijd op dag twee van de schepping hebben kunnen schatten, zeg maar pakweg minimaal 22 jaar, waren zij in hun beleving geen volwassenen.

Maar Adam en Eva waren niet in alle aspecten kinderen, zij kregen naast hun volwassen lichamen ook denkvermogens. Vanaf het begin lijkt het erop dat zij op een volwassen manier konden communiceren, zij spraken immers met God.
Indien wij hiermee rekening houden, kan de kennis van goed en kwaad van de bijzondere boom niet bedoeld worden om Adam en Eva onderscheidingsvermogen te geven. Het mag duidelijk zijn dat zij dát vermogen al hadden! Zij kregen een verbod om van die boom te eten. Daaruit wordt verondersteld dat ze ‘het besef hebben’ dat God-ongehoorzaam-zijn “kwaad” is, en dat God-gehoorzaam-zijn “goed” is. Ze hoefden van de boom niet te eten om dat te leren! God-ongehoorzaam-zijn is het jezelf verheffen, alsof je God helemaal niet nodig hebt, dat je zelf wel man’s [mens] genoeg bent om je leven te leiden, zoals jij dat wilt.

Schepping van de mens, Adam, vanuit het stof – Mosaïc. Sicilië Italië 12e eeuw]

En toch vond de Heer het kennelijk nodig om in het begin heel voorzichtig met de mens en zijn partner om te gaan. Ondanks het bevel om de aarde in te gaan [Gen.1: 28] en deze te vervullen, plaatst de Heer Adam en Eva eerst in de bescherming van een gecultiveerde tuin, de plaats die wij kennen als het paradijs.
Het Hebreeuws woord
 גן [hebr.=gan, tuin] suggereert een afgebakende park, bijvoorbeeld door middel van een grote hek, of heg.
Hier dienden Adam en Eva eerst dat nieuwe fenomeen van het leven te ontdekken. Hier moesten zij ook leren hoe zij het land konden cultiveren en zo gedomesticeerde planten doen groeien door middel van irrigatie.
      Er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid van het veld uitgesproten, want de Heer, onze God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken“ Gen.2: 5 en er was op dat moment ook geen mens die vanuit de rivieren irrigatiesystemen kon bouwen om het land te bewerken.

Hierdoor komen wij iets meer te weten van wat de mensen in de hof moesten aanleren. Zo ook laat God Adam de dieren verkennen. De Heer brengt ze tot Adam en Adam geeft de verschillende dieren aparte namen.
Hij merkt eerst dàn pas dat hij geen gepaste partner heeft en voelt zich eenzaam.
De Heer wilde Adam dat gevoel leren ervaren vóórdat Hij Eva voor hem schept.
Zo leert ons de Blijde Boodschap het paradijs te beschouwen als een opvoedingscentrum voor de eerste twee mensen. En gebonden met deze gefaseerde opvoeding van Adam en Eva is ook de merkwaardige constatering dat zij nog geen volwassen seksuele bewustzijn gegeven waren. Wij komen dit voor het eerst tegen na de schepping van Eva.
En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar
zij schaamden zich voor elkander niet
Gen.2: 25.

Mensen van allerlei geloofsrichtingen hebben hun spelleider, toezichthouder de vraag gesteld waarom? Waarom sta ik vroeg of laat naakt in de wereld en zie ik om mij heen het verderf?

Joseph [Hebr. = de Heer heeft toegevoegd]

Ik sta dan als Joseph, die in een droom bedenkt: “Ik ben ver van hier, hetgeen ik niet bemerkte, ik ben afgedwaald met alle mensen in het veld en ontdek bij het binden van het koren, wanneer mijn schoof zich van de aarde hief, bleef staan en staan bleef voor mijn ogen, terwijl de andere schoven al te faam zich voor mijn ogen bogenGen.37.
De dromen kwamen van onze Heer en zaligmaker, zij waren profetisch en God wilde dat Joseph de boodschap ervan aan anderen doorgaf. In een bepaald opzicht moest Joseph hetzelfde doen als alle Profeten na hem, die Gods boodschappen en oordelen aan Zijn Opstandige Volk bekendmaakten. Joseph was niet de eerste en ook niet de laatste aanbidder van onze Heer en God, die gevraagd werd een profetische boodschap door te geven, die niet populair bleek en zelfs tot vervolging leidde.
Van al die boodschappers was onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus, als Zoon van God de belangrijkste en Hij zei tegen zijn volgelingen: „ Gedenkt het Woord, dat Ik tot u gesproken heb:
Een dienaar, een slaaf staat niet boven zijn Heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn Woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren. Maar dit alles zullen zij u aandoen om Mijn Naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeftJohn.15: 20,21.
      En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op Mijn dienstknechten en Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn {Heilige] Geest uitstorten en zij zullen profeterenHand.2: 17,18.
Christenen van alle leeftijden en van alle volkeren kunnen dan ook ontzettend véél leren van het Geloof en de moed van de jonge Joseph. De wereld is in het dol-huis ‘naakt’ en heeft in de lof der zotheid de zorgen van haar toehoorders verjaagd.

Maar wanneer je goed om je heen kijkt zie je op elke hoek van de straat wel iemand met een gezicht als een vaatdoek, ogen, die pijn, verdriet en bitterheid uitstralen. En deze zullen op hun beurt in hun omgeving eveneens wreedheid, depressie en pessimisme teweeg brengen.
De mens is vergeten wat het vreugde betekent, of andersgezind heeft zijn leven niet weten af te bakenen [
גן (hebr.=gan, tuin) het afgebakende park] , door te zeggen tot hier en niet verder.
Het is de mensheid, zoals bij zoveel andere dingen, totaal niet bijgebracht te gaan leven door zichzelf en z’n doen en laten – ook wat het bovenaardse aangaat te bestuderen, het in ieder geval te proberen te begrijpen.
De filantroop, Onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser, onze God, is uiteindelijk alleen maar op aarde gekomen, waar Hij de pijn van Zijn schepsel kon meevoelen, teneinde de pijn, de dood en alles wat daarmee samenhangt af te schaffen.

Jezus Christus, Verlosser van pijn en dood

Daar roept Hij onophoudelijk:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De alomvattende weldoener, de mensenvriend, onze Heer Jezus Christus is gekomen als de overwinnaar op de dood:
1.]. bij de opwekking van Lazaros [Hebr.= ‘God helpt hem’] was Hij aanwezig teneinde ons duidelijk te maken dat Hij de overwinnaar is van onze slijtageslag.
2.]. de Opstanding van de eniggeboren zoon van de weduwe van Naïn [Hebr.= schoonheid], doet op ons een beroep ‘open’ te gaan staan, dat Hij de grondslag is van alle redding, een halt toeroept aan alle pijn, het  verlossend antwoord, de remedie is op onze persoonlijk verlies tegen de aanvallen van de tegenstrever. Onze Christus komt in Naïn en doet een Mysterie, een wonder plaatsvinden, alleen maar om een boodschap af te geven aan de wereld, aan ieder mens, dat die pijn een omkeerbaar conditie is. De tegenstrever lijkt misschien als een beest klaar om een ieder te verslinden, maar in feite is de mens al betaald en de duivel verslagen door de Verlosser van de mensheid.
De steeds maar doorgaande, niet aflatende dwaling van de mensheid is dat het weigert z’n toevlucht te nemen tot Christus als de tegenstander van de pijn en de blijdschap van de vreugde.
En tot op de dag van vandaag blijft Christus Zelf Zijn volgelingen toespreken op de meest geloofwaardige manier over de vreugde die de mens zichzelf kan gunnen en die niemand van hen zonder Zijn bemiddeling kan verkrijgen.

MP4: de grote Doxologie [arab]