Orthodoxie & de theologie van de feministen

    En het geschiedde kort daarna, dat Christus van stad tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk van God en de twaalven met Hem en enige vrouwen, die genezen waren van boze geesten en van ziekten: Maria, met de bijnaam: van Magdala [Hebr.= een toren], van wie zeven boze geesten uitgegaan waren, en Johanna [Hebr.= de Heer is een genadig gever], de vrouw van Chusas [Hebr.= zich haastend], de rentmeester van Herodes, en Susanna [Hebr.= lelie] en vele andere, die hen dienden met hetgeen zij bezatenLuc.8: 1-3.

De slagzin ‘het persoonlijke is politiek‘ betekende voor feministen op het westerlijk halfrond vanaf de jaren zeventig een vastberaden zoektocht naar een nieuwe levensstijl en identiteit, die niet zelden uitmondde in een moralistische levenshouding met totalitaire trekjes.
Vanuit gelovig perspectief zou je kunnen zeggen dat God in onze Heer Jezus Christus is geïncarneerd, in het vlees is gekomen; derhalve als een mannelijke mens.
Op zich heeft de mens één doel in het leven na te streven en dat is God te begrijpen voor zover het hem/haar gegeven is. Al de menselijke handelingen, het doen en laten en al de uitingen dienen dusdanig te zijn, dat ze de mens op dit doel richten, zodat er onder alles wat de mens doet niets is, wat daar niet op gericht is.
Nu had in theorie God ook een vrouw kunnen zijn, maar voor een christen is de menswording van Christus, die tegelijk God is, de Immanuël, God-met-ons nu eenmaal een man en dat is absoluut niet los te koppelen.
Theologisch gezien kun je geen argument aan voeren dat dit niet mogelijk zou kunnen zijn. Maar vanuit de historische werkelijkheid zou je het onwaar en onbetrouwbaar vinden, wanneer onze Heer Jezus Christus als vrouw werd voorgesteld.

Met name de katholieke zuil heeft op het westerlijk halfrond haar politieke systeem en het functioneren van katholieke vrouwen daarbinnen decennia lang beïnvloed. De bevoogdende houding van politici en clerus liet weinig ruimte voor de politieke en maatschappelijke ontplooiing van ‘het zwakke [?] geslacht‘.
Na het 2e [Rooms-Katholieke] Vaticaans concilie werden nogal wat oude waarheden onderuit gehaald en daardoor ontstonden onder katholieke vrouwen in navolging van de politieke stromingen vrouwenorganisaties, die vindingrijk konden zijn in het creëren van netwerken en het ontduiken van allerlei regels, zoals de toestemming van het episcopaat bij de oprichting van welke katholieke  organisatie dan ook. Het is om die reden iets minder verwonderlijk dat juist zij die doelstellingen van de feministische kiesrecht-beweging maximaal manifesteerden. Wij kunnen als theologen [man en vrouw] ook niet ontkennen dat de Blijde Boodschap vrouwelijke beelden kent. Onze Heer en Verlosser spreekt over Zichzelf als de hen, het vrouwtje van de hoender-achtigen, die de kuikens onder haar vleugels bij elkaar houdt. In de beschrijving van Mattheus 23 en in Jesaja lezen we over God in vrouwelijke beelden; de Heilige Geest wordt wel als vrouwelijk voorgesteld.
Maar historisch gezien klopt het niet om Jezus als vrouw voor te stellen, het zou dan ook tot ongeloofwaardigheid leiden. Als theoloog is het mogelijk dit gedachten-experiment te ondersteunen, als spelleider of toezichthouder laat je dat zeker wel uit je hoofd. In die situatie bekleed je vooral een beschermende taak, je beschermt de leer van de wereldomvattende Kerk van Christus en haar gelovigen. Een toezichthouder en een priester bekleden daarin per definitie een conserverende rol, al is het wel een levende traditie die zij dienen te bewaren.

Een vrouwelijke Christus, een ‘Christa’, is een breuk met de Orthodoxe visie, die gedeeld wordt door bijna alle andere Tradities binnen het wereld-Christendom.
Het vraagt te veel intellectuele nuance om die stap te maken en als gevolg daarvan dan niet tot een breuk te komen. Het gaat wèl over het hart van het Geloof. God is geen man en geen vrouw, Hij ‘overstijgt’ het geslachtelijke denken.
Als theoloog zou je wel als denkoefening een vrouwelijke Jezus Christus kunnen voorstellen, God wordt immers in de Bijbel soms met moederlijke beelden beschreven. De persoon van onze Heer, Jezus Christus is in de Blijde Boodschap een kwetsbare man, geweldloos ook, bij hem zien we geen stoere mannelijkheid.
Ook in het klassieke christendom zijn man en vrouw voor God volstrekt gelijkwaardig. Onze Heer en Verlosser is gekruisigd en opgestaan voor zowel mannen als vrouwen.

Christus als vrouw? Waarom zou je daarvoor kunnen vallen, dat zo kunenn kiezen? Feministische theologie wordt daarom wel beschouwd als een theologisch speculeren en niet als een provoceren, eerder als ongeloofwaardig.
Je komt daarbij op het gebied van het theologisch speculeren.
Stel dat Jezus een vrouw was geweest, waren Zijn discipelen dan ook vrouwen geweest? De consequenties daarvan zijn voor sommigen groter dan voor anderen. Je zou daarentegen wel mogen zeggen dat man en vrouw in Christus ‘gelijkwaardig’ zijn.
Je kunt niet weten of God wel redenen heeft gehad om onze Heer en Verlosser als man te laten incarneren, dàt gaat voorbij aan de Openbaring.
Wèl is het zo dat we ons in het westen Christus als westerling voorstellen, hetgeen eveneens nergens op stoelt.
Maar wij dienen het als goed te beschouwen om ons in alle openheid Christus voor te stellen in een andere cultuur; als Chinees, als Jood, als Afrikaan.
William Burns was de eerste zendeling die zich in China als Chinees heeft gekleed, met lange mantel en zijn haar in een paardenstaart. Eerst toen hij dat aan de chinezen duidelijk maakte bereikte hij aldaar de mensen met het de Blijde Boodschap. Zelf kun je in het huidige China ook afbeeldingen tegenkomen van onze Heer en Verlosser als Chinees. Dat is misschien vreemd voor ons, maar wij dienen wel te erkennen dat er recht en reden voor is. Het is arrogant om Jezus uitsluitend als westerse man voor te stellen. Historisch gezien dient Hij als Jood te worden afgebeeld.

Wat win je er eigenlijk mee om bestaande cultureel bepaalde voorstellingen van Christus los te laten teneinde het Geloof te verspreiden, òf om tevens bestaande cultureel bepaalde voorstellingen van Christus los te laten?
Het zou immers averechts kunnen werken, volgelingen van het ware Geloof [de vroeg-Christelijke vorm] zullen het als blasfemisch [godslasterlijk] opvatten, je ontmoet dan al gauw nieuwe polarisatie, verharding.
Daarom is het beslist geen goed idee, het is te ingewikkeld, gezocht, misschien wel aantrekkelijk in de stroom van de hang naar vernieuwing, maar zó zit de orthodoxe leer, de leer van de oude stempel – de vroeg-christelijke leer niet in elkaar. Het zal bovendien blokkerend werken, gelovigen in de ziel aantasten en alleen daarom al dienen wij als gelovigen, die Christus navolgen hier grote afstand van te nemen, wanneer we ermee geconfronteerd worden.

Indien de menselijke geest dan toch voortgang zoekt in de diepgang is het verstandiger jezelf te richten op de wijze waarop de heilige vrouwen zich in de Kerk hebben gemanifesteerd, zoals in bovenstaande perikoop door de Kerk op 9 October wordt voorgeschreven.
De Apostellezing geeft tevens aan:
      Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, het Woord van het Leven vast-houdend, mij [Paulus] ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos [mijn wedloop gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb.
       Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw Geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij. 
Ik hoop in de Heer Jezus Christus Timotheüs [Hebr.= God vererend] spoedig tot u te zenden, opdat ook ik welgemoed moge zijn, wanneer ik vernomen heb, hoe het u gaat.
Want ik heb niemand die zo een van geest [met u] is, om uw belangen getrouw te behartigen; want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van Christus Jezus.
Zijn beproefde trouw kent gij echter, dat hij, gelijk een kind zijn vader, mij in de dienst van het Evangelie heeft geholpen. Hem hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie, hoe het met mijn zaak looptPhil.2: 14-23.

  De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.
– Hij wijst mij te liggen in grazige weiden,
– Hij voert mij naar wateren der rust.
– Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen.
– Hij leidt mij in sporen van Waarheid getrouw aan Zijn Naam.
Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen.
Want naast mij staat Gij, uw stok en uw staf, zij doen mij getroost zijn.
Een tafel richt Gij mij aan in het aangezicht van mijn belagers en zalft met olie mijn hoofd. Mijn beker vloeit over.
Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden al de dagen van mijn leven.
Verblijven mag ik in het huis van de Heer tot in lengte van dagenPsalm 22[23], vert. Ida Gerhardt [1905-1997]

Apostel-lezing van de 4e October:
      Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden.
Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand van de  Geest van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.
       Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht en wat ik moet kiezen, weet ik niet. Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil.
       En in deze overtuiging weet ik, dat ik zal blijven en voortdurend bij u allen zijn, opdat gij verder moogt komen en u in het Geloof verblijden. Dan zult gij ruimschoots reden hebben om over mij te roemen in Christus Jezus, wanneer ik weer bij u kom.
       Alleen, gedraagt u waardig het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het Geloof aan het EvangeliePhil.1: 18-27.

Evangelielezing van de 5e October
    Waarmede zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken en waaraan zijn zij gelijk? Zij zijn gelijk aan kinderen, die op de markt zitten en elkander toeroepen het bekende: ‘Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend’.
       Want Johannes de Doper is gekomen, geen brood etende of wijn drinkende, en gij zegt: Hij heeft een boze geest!
       De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en gij zegt: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars!
En de wijsheid is gerechtvaardigd door al haar kinderenLuc.7: 31-35.

Op de 5e October vieren we het feest van de Heilige Charitini, een navolgster van Christus, die tijdens het bewind van Diocletianus [284-305 na Chr.] de marteldood stierf . Zij was een slaaf van een rijk man genaamd Claudius, die haar waardeerde en haar respecteerde vanwege haar karakter en Genadegaven.
Haar manier van leven maakte haar inderdaad aantrekkelijk omdat ze ijverig was, zich goed gedroeg en zich met respect en liefde gedroeg tegenover haar heer en haar mede-slaven. Het duurde niet lang of het werd openbaar dat ze een Christen was, want dat bleek immers tevens uit haar gedrag.
Haar gehele manier van leven en gedrag verschilde van de afgod- aanbiddende slaven, die meestal antipathie en haat hadden voor hun meesters en voortdurend onderling met elkaar botsten.
Toen Claudia Charitini werd gearresteerd, kleedde Claudius zichzelf om zijn treurnis aan te tonen en terwijl hij haar een bruidsmeisjes-jurk aandeed huilde Charitini ondraaglijk.
Procureur Dometius, gaf omdat hij er niet in slaagde haar te overtuigen ‘Christus‘  te verloochenen en te offeren aan afgoden, het bevel haar het hoofdhaar af te scheren. Haar haar groeide echter terstond weer aan en de procureur gaf toen in zijn negatieve gevoelen de opdracht om haar hoofd met houtskool te bekleden en zuur over haar heen te gieten.
De heilige bad vurig tot de Heer door te smeken om deze onrechtmatigheid niet te laten plaatsvinden, waarop Christus onmiddellijk haar zuivere en zuivere ziel overnam.

Het leven en de staat van de Heilige Charitini geven ons de gelegenheid om het volgende te benadrukken:
1.]. De wijze waarop zij haar leven inrichtte en het gedrag van de heilige beïnvloedde haar meester Claudius zo goed dat het pijn en verdriet zou veroorzaken om zijn slavin [dienaar] te onderdrukken. En laten we niet vergeten dat dit gebeurde in een tijd dat de slavernij volop bloeide en slaven als waardeloos werden beschouwd die door hun meester op elk moment gebruikt konden worden zoals hem dat goed dunkte. Hij zou zelfs zijn slaven kunnen doden zonder iemand hem ook maar iets in de weg legde.
Maar ook voor haar mede slavenen degenen met wie zij samenwerkte was zij  een voorbeeld geworden dat diende te worden na gevolgd, en het is heel natuurlijk dat de mensen, die het goed bedoelen positief worden beïnvloed en ten goede verandering ondergaan.

H. Anthonius, De verzoeking van de heilige Antonius, Jheronimus Bosch

De Heilige Antonius de Grote noemt mensen menslievend wanneer zij diegenen, hoewel ze ongeschoold zijn, positief kunnen beïnvloeden, zodat zij hun zelf-gekozen, opbouwende doeleinden leren lief te hebben, maar ook degenen die in staat zijn om hun omgeving te genezen van hun ontuchtige handelingen en deze dusdanig om te buigen dat ook zij op humane wijze aan menselijke deugden gevolg kunnen geven.
    Iemand dient menslievend te worden genoemd, wanneer deze ten opzichte van de behoeftige, krachtig en verhelderend een voorbeeld blijkt te zijn en door zijn/haar gedrag een opvoedende werking op anderen uitoefent.
Op dezelfde manier heeft onze Heer en Verlosser  zijn Volgelingen tijdens Zijn aards bestaan, Zijn omgeving een rechtvaardige en hervormde staat bij gebracht, die wij als van God gegeven noemen. Het voorbeeld geven van een hervormde staat, wordt ook in de huidige tijd als humanistisch betiteld voor mensen, die verlossing bewerkstelligen. Lof, geduld, gelukzaligheid en hoop zijn bemoedigend in de geest van de mensen om ons heen “ conf. Philokalia.
2.]. God staat beproevingen en verleidingen toe voor de training en redding van mensen, maar laat niemand meer ervaren dan hij kan verdragen. Hij stond ook niet toe dat de duivel de mens ongecontroleerd plaagde, maar stelde hem voorwaarden, voorwaarden en beperkingen.
Toen de duivel om toestemming vroeg om Job pijn te doen, stond God toe dat Job het  diepe geloof van de oud-vaders onthulde en -hoewel voorwaardelijk- tot een voorbeeld van geduld en geduld werd. Hij benadrukte expliciet en ondubbelzinnig dat “zijn ziel bewaard bleef“. En in het geval van de heilige martelares Charitini zou God mogen worden verleid en gemarteld om te schitteren “zoals goud in een smeltkroes” en tot op zekere hoogte plaats maakt voor Geloof als standaard voor  geduld en voorzichtigheid.
Toen de duivel haar ziel wilde kwetsen en er op uit trok om dit te bewerkstelligen, openden zich onmiddellijk de hemelse woningen, opdat corruptie de kop in werd gedrukt en de  zuiverheid en de maagdelijkheid bewaard werd.
Zeker in deze tijd, die vol is van “me-too”-bewegingen wordt tevens het feit onthult dat God Degene is Die het persoonlijke leven van elke persoon leidt en Zich bekommert om de redding van de mens, zonder de natuurlijk gegeven vrijheid te schenden.
Maar er blijven nu eenmaal -ook in onze tijd en geledingen- enkele personen, die zich arrogant als goden en gehumaniseerd voordoen, maar zonder de Genade en de Kracht van God in de Openbaring en de Kerk hun dingen doen, die tot verschillende problemen in menselijke relaties en veel sociale afwijkingen geleid hebben.
Vergoddelijking is het natuurlijk doel van het menselijk leven, vanaf de opname in de Kerk, vanaf de Christelijke doop behoort dit als de enige ervaring en levensstijl te zijn, als gevolg van de werking van de Heilige Drie-enige God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Dit is zo omdat God degene is die de Theosis en de zaligheid van de mens aan iedereen bij de schepping voor ogen heeft gehad.
Door de heilige levens, zoals die van de Heilige Martelares Charitini en al haar mede martelaressen te volgen, zullen wij het oorspronkelijk leven bereiken zoals Christus bedoeld heeft.

    Zalig allen, die de Heer vrezen; die wandelen op Zijn wegen.
De vrucht van uw moeiten zult gij eten; gij zijt gelukkig, en het zal u welgaan.
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok, die groeit langs de muur van uw huis. Uw kinderen als scheuten van een olijfboom, rondom uw tafel.
Zie, zo wordt een mens gezegend, die de Heer vreest.
Moge de Heer u zegenen uit Sion; moogt gij het welzijn van Jeruzalem zien, al uw levensdagen. Ja, moogt gij de kinderen van uw kinderen zien, dat er Vrede mag heersen over Israël [en Zijn Kerk]” Psalm 127[128], vert. ROK ‘s-Gravenhage.