Orthodoxie & de Kerk is op haar best als lokale gemeenschapskerk

‘Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij’                                   – ‘ We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us’
-‘ نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا’

De waarden, normen en structuren van de traditionele monastieke samenleving zijn heel sterk  doorgedrongen in orthodoxe manier van leven.
Nu gaat het dus in de Orthodoxie niet om steeds maar weer opnieuw nieuwe monastieke gemeenschappen te gaan opstarten, maar om het gegeven dat de plaatselijke kerk nauw verbonden is met het leven in de kloosters.
De geheel Liturgische opbouw binnen de Orthodoxie is namelijk gebaseerd op de monastieke gebedsregels; niet dat deze ook door de doorsnee gelovige in het dagelijks leven wordt toegepast, maar men heeft er weet van en vertrouwt erop dat de broeders en zusters in de kloosters, de aloude gebedsregel handhaven, daartoe hebben zij zich ten slotte uit de wereld teruggetrokken.
Vanuit kerkgemeenschappen zijn regelmatig groepjes leden, die een korte of langere tijd in een van de landelijke of internationale kloosters doorbrengen.

Monnikenwerk, I.M. Karakallou, Athos [Gr.]
Monastiek hetgeen afkomstig is van het leven van een eenzaam levend mens  [Gr: μοναχός] is de vroeg-christelijke praktijk van terugtrekking uit de wereld om zichzelf volledig en intens te wijden aan het leven van de Blijde Boodschap, de pedagogie welke op zoek gaat naar eenheid met Jezus Christus. De blik en het verkrijgen van de scherpte van het monnikendom is gericht op Theosis , het proces van perfectie waarnaar elke christen streeft.
Dit ideaal komt daar tot uiting waar de zaken, die God aangaan, boven alle andere dingen worden gesteld, hetgeen bijvoorbeeld te lezen is in de Philokalia,  een boek met Monastieke geschriften. Met andere woorden, een monnik, moniaal en in hun kielzog de christen, die in het nastreven van het Goddelijke een Verbond is aangegaan – heeft op zich genomen niet alleen de geboden van de Kerk te volgen, maar ook de raadgevingen [waaronder aandacht voor de  eenvoud, armoede, kuisheid, stabiliteit en gehoorzaamheid aan God].
De woorden van Jezus die de hoeksteen zijn van dit ideaal, zijn:
“Wees zo volmaakt als jouw Hemelse Vader volmaakt is”.

Dat er best veel mensen zijn dit dit nastreven blijkt uit het feit dat het in onze overbelaste samenleving alleen maar aan te bevelen is, dàt de mens -‘bij tijd en wijle’- gewoon eens helemaal tot bezinning en tot rust komt door een klooster te bezoeken. Dat zou in ieders leven een rechtmatige keuzemogelijkheid dienen te zijn – het geeft namelijk een kleur aan het leven met levensvragen. Veel mensen begeven zich hiermee bewust op het pad van ontwikkeling en verdieping.
Deze ontwikkeling -van buiten naar binnen-, de ontdekking dat het hart het centrum is van het tot jezelf komen is voor velen van onze tijd een enorme sprong.
Je zou dit alles als een normaal menselijk ontwikkelings- proces kunnen zien, welke zo oud is als de mensheid, te beginnen met voorvader Abraham, die zich geroepen voelde zijn land te verlaten.

”     Ga uit uw land en uit uw maagschap [verwantschap, waar je aan gewend bent] en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen en uw naam groot maken en gij zult [alles] tot een zegen zijn.
Ik zal zegenen wie u zegenen en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Toen ging Abram [=Hebr. verheven vader], zoals de Heer tot hem gesproken had en Lot [z’n echtegenote, =Hebr. sluier of bedekking] ging met hem en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran [Hebr. het bergland] trokGen.12: 1-4.
De zoektocht is het gevolg van het kloppen van Christus, welke ons oproept naar een manier van leven, waarop wij volgeling van Hem [Christen] worden en uiteindelijk Gemeenschap’s-lid worden en deelnemer aan Zijn Kerk [Zijn Lichaam] worden, Die teruggaat naar de Kern en Zich daarom ook door het monastieke leven laat inspireren.
Het daagt ons uit -‘de wereld achter ons te laten‘- en met het weinige dat overblijft ‘waarachtig‘ de noodzakelijke zoektocht naar ~het Hemels Koninkrijk~ te vervolgen.
Wat is dan inderdaad nog van waarde en wat is vanaf nu niet langer belangrijk? Waar kunnen we -‘niet genoeg’- aandacht aan besteden?
Wat dient -‘als eerste’- aangepakt te worden en wat is slechts bijzaak?
Waar beginnen we, waar laten wij ons door leiden, volgens welk patroon, iedere dag, ieder week, of  -‘zonder meer’- maar meteen het diepe in te gaan?
Tot welke basisgemeenschap kunnen we ons aansluiten en wáár ~kom ik zelf~ als persoon het meest tot m’n recht?

Toen onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser in de wereld verscheen, geloofden bijna alle volkeren dat de boze geesten sterk waren en de goede geesten maar zwak.
De kwade machten domineerden de wereld en daarom noemde Christus hen heer en meesters van de wereld, heersers van dit aards bestaan.
Geen wonder dat zelfs de spelleiders, de geestelijk leiders van de Joden alle Goddelijke Kracht van Christus toeschreven aan de duivel en gevallen engelen.
De goede geesten, de engelen, zijn oneindig veel sterker dan boze geesten, die in werkelijkheid geen enkele autoriteit bezitten om ook maar iets te doen wanneer De Almachtige God het niet toestaat.
Wanneer de alom-dragende van het goede, de Heer Jezus Christus, voor hen verschijnt, roepen zij van angst uit “      Wat hebt U met ons te maken, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?“.
Niemand is zo bang als degene die anderen overheerst en aanvalt en martelt.
De slechte geest martelt al honderdduizenden jaren de mens en heeft in de loop der tijd voldoening gevonden in deze wrede manier van pijn doen; het enige wat hen drijft is de ondergang van de mens.
Maar wanneer zij Christus ontmoeten, slaat hen de doodsangst om het hart voor hun grootste Rechter. Ze zijn bereid zich in zwijnen of andere afschuwelijke wezens te laten verdrijven, zodat Christus hen niet uit deze wereld zou kunnen verbannen.
➥ Maar Christus was niet van plan dit te doen, deze wereld zit immers vol met verschillende soorten van op elkaar inwerkende krachten. Het is een slagveld waar de mens volledig bewust en vrij zal dienen te kiezen:
– òf ze zullen de overwinnende Christus volgen,
– òf ze zullen meegaan met de onreine en verslagen geesten.

Christus kwam -als ‘Zoon van God‘- tòt mensen uit liefde vóór de mensen, want God is Liefde, teneinde de kracht van het goede ten opzichte van het kwade te tonen, en om het Geloof van mensen in het goede, òp God te bevestigen – Hij kwam alleen maar ten goede, als God, de Zoon.
Alles wat God heeft gedaan is goed, immers “en Hij zag dat het goed was” en dit gaat àlle menselijk geestelijke Waarheid te boven.
De gehele schepping is ontstaan om de mens te dienen, om hem te helpen en niet om hem pijn te doen.
Hoewel er zaken zijn, die de natuurlijke bevrediging van de mens, in de weg staan, maakt zèlfs dit werk dat het omwille van zijn ziel dusdanig gevormd is dat het hem uiteindelijk toch tot geluk brengt en verrijkt.
    Leid mij in Uw Waarheid en onderricht mij, want U bent God, mijn Verlosser, die ik heel de dag verwacht. Heer, gedenk uw ontferming en Uw Barmhartigheid, die immers van eeuwigheid zijn“ en “     Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staanPsalm 24[25]: 5,6 en 1,2.
Alles dat van God afkomstig is, is goed; de Bron van het Leven blijkt immers alleen ‘Leven’ te bevatten; bij God bestaat geen kwaad.
Hoe kan het dan kwaad van Hem zijn, dè Enige Bron van goedheid?
Veel onwetende en roekeloze mensen noemen ziekte boosaardig; maar ziekte kan niet slecht zijn. Sommige ziekten zijn het werk van goddelozen en anderen zijn de remedie voor het kwaad. Het kwaad is de boze geest, die op een krankzinnige of paranoïde [op] de mens be-[ en in-]werkt.
God verlangt ernaar ons innerlijke ervaringen te geven; wanneer we dit hebben leren herkennen, wordt ons gelijktijdig het inzicht gegeven en opent Hij de Blijde Boodschap voor ons vanuit die Openbaring.
Door onze ingebakken intuïtie aanvaarden we de feitelijke leiding van de Heilige Geest en kunnen wij de stem van God ervaren.
Ons leven in de Geest, onze relatie met God is dan ook een innerlijke, intuïtieve, geestelijke ervaring die plaatsvindt in ons hart.
      Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.
        Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
– Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods
Wij nu hebben niet de geest uit de wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
– Doch een on-geestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
       Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten?
Maar wij hebben de zin van Christus
“ 1Cor.2: 9-16.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken;                  We can be found in the heart of the Faith – by making a deep bow for Your Cross 

Waarheid leren we kennen met ons hart, door ervaring.
Wanneer ik een kind zeg, “het vuur is heet” is dit kennis, die ik overdraag.
Wanneer het kind zijn vingers vervolgens brandt, is de waarheid een ervaring geworden.
Wanneer een Christen God niet intuïtief kent maar slechts rationeel, geraakt zo iemand hiermee onder andere de mogelijkheden kwijt om Christelijk te functioneren; hij/zij verliest  in een van de 9 Genadegaven van de Heilige Geest.
De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest
aan Christenen zijn gegeven met het doel om het de Kerk, het lichaam van Christus op te bouwen. De gaven zijn de ‘charisma’ [Gr. χάρισμα], uitstraling:
      aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de 
ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk de Goddelijke Geest het wil“. 1Cor. 12: 7-11.
De vruchten en Gaven van de Heilige Geest zijn de vindplaats van materiaal voor studie van de H. Schrift, studie van het Geloof, catechese op school of gemeenschap, het persoonlijke Geloof, studie thuis en in de  kerkgemeenschap, maar ook het officiële [Orthodoxe] Godsdienstonderwijs [voor Nederland in Gent (B.)], elke de zingeving en persoonlijke kennis vergroten.
Eerbied en respect voor God doet ons verstaan dat ‘alles‘ Genadegave is en
dat onze ware Sterkte alleen in de navolging van Christus bestaat en in het aanvoelen dat de Vader Zijn Goedheid en Barmhartigheid over ons kan uitstorten.
Het openen van het hart met het gevolg dat de Goedheid en Barmhartigheid van God tot ons komen.
Dat bewerkt de Heilige Geest door middel van de Genadegave van ontzag voor God: Hij opent de harten zodat de vergiffenis, de Barmhartigheid, de Goedheid en de Liefkozingen van de Vader ons bereiken, want wij zijn kinderen van Hem, Die oneindig bemind worden.
Wanneer we doordrongen zijn van ontzag voor God, zijn we geneigd de Heer met nederigheid, volgzaamheid en gehoorzaamheid te volgen.
Niet als gevolg van een houding van onderwerping, passief, zelfs klagend, maar
met kinderlijke verbazing en de bijbehorende vreugde waarmee wij ons door de Vader, gedragen, geholpen en bemind weten.
Ontzag voor God maakt van ons geen angstige Christenen die het opgeven, maar
het wekt ons tot moedig en krachtig volhouden!
Het is een Genadegave die ons – tegen wat voor stroom ook in- tot overtuigde en enthousiaste Christenen maakt, niet door angst aan de Heer onderworpen, maar ontroerd en gewonnen door Zijn Goddelijke Liefde!
Door Gods Liefde overmannen zijn, door de Liefde van God, de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, de Drie-éne God  Die ons intens, met geheel Zijn hart, bemint.
De Vrede Christus wordt versterkt wanneer we niet vergeten dat  wij, alle mensen, dezelfde Vader hebben en als broeders en zusters in Christus samenleven.

Heer redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en
bescherm Uw
Geloofs-gemeenschap door Uw Kruis
.