6e Zondag na Pinksteren – wij zijn verlamd door onze ongerechtigheden, maar houd moed, onze zonden worden vergeven

  En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in Zijn Eigen stad.
En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem. 
En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
‘Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven’.
     En zie, sommige van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: ‘Deze lastert God’. En daar Jezus hun overleggingen kende, zei Hij:
‘Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? Maar, opdat gij weten moogt, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven’
– toen zei Hij tot de verlamde: ‘Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis’.
En hij stond op en ging naar huis.
Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten God, die zulk een macht aan de mensen gegeven hadMatth.9: 1-8.

De Genadegaven van de Heilige Geest, mosaïc by Arie van de Meer

Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, Die ons gegeven is:
– Profetie, naar gelang van ons Geloof;
– wie dient, in het dienen;
– wie onderwijst, in het onderwijzen;
– wie vermaant, in het vermanen;
– wie mededeelt, in eenvoud;
– wie leiding geeft in ijver;
– wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
De liefde zij ongeveinsd.
Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,
in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed,
bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14.

    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander . . . . .
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goedeRom12: 4-5,15-21.

Met het Licht en ongeveinsde Liefde op weg
Houd moed, kinderen van God, jullie zonden worden vergeven.
Heb je het idee gekregen dat God mens is geworden en dat Hij alleen maar gekomen is voor de mensen die zichzelf de beste van de Kerk vinden?
Hij is gekomen voor mensen die zichzelf niet meer zien zitten, teneinde
hen hoop en vreugde te geven.
Want zo zegt de Hoge en Verhevene,
Die in eeuwigheid troont en Wiens Naam de Heilige is:
In den hoge en in het heilige woon Ik en
bij de verbrijzelde en nederige van geest, om
de geest van de nederigen en het hart van de verbrijzelden te doen opleven.
Want Ik zal niet altijd met u van mening verschillen nòch voor eeuwig kwaad [woedend] zijn, anders zou de
[Goddelijke] Geest voor Mijn aangezicht bezwijken, terwijl  Ik toch Zelf de Levensadem heb gegevenIsaiah 57: 15,16.
Onze Heer, Jezus Christus is niet gekomen om te veroordelen,
zo zegt Hij meerdere malen, in Zijn Blijde Boodschap;
Hij is gekomen om ons te verlossen, te redden.

God is jou persoonlijke Verlosser, Hij is niet tégen je; Hij ‘is’, Die is om de mensheid te helpen.
God geeft jou en mij Zijn Goddelijke Liefde. Van vóór je geboren werd, was Hij al je God Die je slechts liefhad, méér dan je ooit kunt beseffen.
Hij heeft jou geroepen om Hem te leren kennen;
Hij heeft je tot Zich getrokken om Hem te vinden.
En Hij wil je tonen dat Hij er is om jou door Zijn Leer te verlossen !!!
Om je te bevrijden van je schuld – Hij is niet jouw vijand; Hij is je broeder.
Onze Heer ging naar de zondaars en at met hen.
Hij liet zien en Hij laat ook nu aan jou zien dat Hij bij jou wil zijn.

Daar staat wat tegenover, dat Christus verwachtingen heeft ten opzichte van ons;
dat wij Hem in al Zijn doen en laten volgen;
met andere woorden dat ons leven één Goddelijke Liturgie dient te zijn.
     God verandert mensen, ook al word je er misschien wat onrustig van,
omdat je denkt: er is nog zo weinig aan verandering te zien in mijn leven?
     Ervaar daarom dankbaarheid voor wat God in je leven allemaal al heeft gedaan?
òf ervaar je verzet: ‘alles is toch goed, wanneer ik maar niet behoef te veranderen, ik heb het immers ontzettend goed met mezelf getroffen.
    Paulus leert ons in navolging van Christus: dat God ons mensen een metamorfose laat ondergaan.

Wanneer je jouw vertrouwen gaat stellen op God, kan het niet anders of dingen veranderen.
Er gaat bij ons misschien nog genoeg mis, maar God leert ons bijvoorbeeld
Liefde, Vrede en Vergeving; wat ‘hard’ is in ons dat begint Hij ‘zacht’ te maken.
God verandert mensen:
1.]. Door je niet aan te passen aan de tijdgeest;
2.]. Door de vernieuwing van je gezindheid;
3.]. Al doende leer je in de praktijk wat God’s Wil is.

1.]. Door je niet aan te passen aan de tijdgeest
Elk seizoen worden wij er door de wereld weer opnieuw toe opgeroepen ons aan te passen –
de reclame roept ons op

specialized-Turbo e-bike

– zomergroenten te gebruiken;
– onze dorst met de meest uiteenlopende drankjes te ledigen;
– weer nieuwe seizoenskleding aan te schaffen;
– voorop te lopen door de meest luxe fiets, auto of ander vervoermiddel;
– ons uiterlijk bóven de ander te verheffen; het houdt allemaal niet op, er zijn oneindig veel mogelijkheden,
welk materiaal/stof, welk model, welke kleuren.
En nu is de vraag: Ga jij daar in mee?

  • Wanneer je een huis vòl hebt met spullen, je kasten uitpuilen met allerlei zaken, die je niet meer gebruikt – waar je anderen een groot plezier mee zou kunnen doen.
  • ‘Al die spullen’ zijn nog goed en je doet er niets mee – leg je die weg en wil jij
    koste wat het kost met de nieuwste mode mee?
  • Misschien bekijk jij wel eens reclamefolders van supermarkten.
    Wat eet jij thuis? Eten jullie datgene wat de supermarkt voor jullie heeft uitgezocht deze week of trek je een èigen lijn in wat je koopt? Sla je ook wel eens aanbiedingen over? Niet om iets duurders te kopen, maar omdat je helemaal geen behoefte hebt aan wat je aangeboden wordt?
  • En, het is nu niet het seizoen, maar als het Kerst is, moet jij dan per se gourmetten met half Nederland mee, of eet je dan ook wel eens, zeg maar, boerenkool met worst?
  • Wie bepaalt wat jij doet? Bepaalt de omgeving, de modegril dat? Het aanbod dat door anderen gestuurd wordt? Ben je een slaaf van je omgevingsfactoren?… Of dien je de Heer?
  • Laat je jouw ‘doen en laten‘ door Hem bepalen?…
    Dat is de vraag die Paulus ons voorhoudt.
    In hoeverre maken wij ons afhankelijk van de tijd en de wereld waarin wij leven?

Mensen leven vaak enorm als kuddedieren.
Niet alleen in rages en hypes kwa kinderspeelgoed; maar ook in gadgets voor volwassenen. Ook in dure dingen.

Maar de apostel Paulus zegt: “Conformeer je niet aan het schema van deze eeuw”.
Pas je niet steeds aan, aan het tijdperk waarin jij leeft.
Ook niet aan de tijd waarin je ouders en voorouders leefden;
maak jezelf niet tot slaaf van trends in de tijd.
Wàt Paulus hier zegt is een bekend thema in de Blijde Boodschap!
  Tegen Abraham zei God al:
Ik wil jouw God zijn. Ga uit jouw land en familie met hun goden en zekerheden,
naar het land dat Ik jou wijs
”.
  Toen God Zijn Volk Israël [de Kerk] uit Egypte leidde en naar het Beloofde Land bracht, zei God: “Ik ben jullie God. Wanneer je straks in het land woont, ga je dan niet mengen met die volken en hun dienst aan de afgoden daar. Leef niet volgens hun patronen”.
  Het geldt ook in de Kerk wanneer dáár dingen scheef gaan.
De Joodse leiders leren het Volk mooie dingen, maar ze handelen er zelf niet naar. Dan zegt onze Heer en Verlosser tegen God’s Volk:
Pas je niet bij hen aan. Doe hen in hun gedrag niet na”.

Indien wij ons wèl aanpassen aan onze tijd met z’n eigen leven’s stijl dan gebeurt dit:
     
dan bepalen de trend, de mode en de hypes van vroeger of vandaag wat wij denken, willen en doen.
     
dan laten we de tijdsgeest de baas over ons zijn.
We onderwerpen ons niet aan God en wat God wil, maar aan wat gedurende een bepaalde tijd ‘in’ is.
Buiten de Kerk of in de kerkgemeenschap, waartoe wij behoren; we gedragen ons als een kameleon en bekennen niet ‘echt’ de Christelijke kleur.

Indien we op die manier leven, dat blijkt dat uiteindelijk niet goed voor ons te zijn.
Dat ligt hieraan:
de tijd waarin wij mensen leven is doortrokken van een houding die tégen God ingaat. Dàt was zo toen Paulus zijn brief aan de gemeente van Rome schreef en dàt is nog steeds zo.
Je van God verwijderen door je eigen weg te gaan dat zit ons mensen in onze genen sinds de opstand van de mens tégen God.
Vanàf dàt moment vinden wij naar onze aard ‘alles‘ goed…, indien er maar geen plek is voor het Goddelijke en Christelijke.
Paulus heeft dáár -‘in navolging van Christus’- herhaald over geschreven.

Indien we vanuit dié houding denken en leven, dàn verwijderen we ons steeds verder van God. Dàn kunnen Christus en Zijn [monastieke] levenswijze geen vaste grond krijgen in ons leven, geen fundament vinden.
Dáárom is het belangrijk dat we onderkennen wáár wij vastzitten aan de wereld, aan de trends en verlokkingen van onze tijd.
Wáár we ons dáár door laten overmeesteren in plaats onze God als Heer en Meester van ons leven te erkennen.
En het is dáárom belangrijk dat we met de wereld breken en ons weer op God richten en op wat Hij wil.

2.]. Door de vernieuwing van je gezindheid
Tegenover je ergens aan te conformeren of aan te passen
plaatst de Apostel de metamorphose oftewel van binnen uit veranderd worden.
De verandering waarover Paulus het heeft daarin zit het woord metamorphose.
Een metamorphose is een gedaanteverandering.
Eerst is er bijvoorbeeld een rups, die wordt een pop of cocon en dan opeens komt er een vlinder tevoorschijn. En je denkt: Wat mooi, komt die prachtige vlinder dáár uit voort?
De Blijde Boodschap gebruikt dat woord voor verandering als metamorphose
op nog twee andere plekken.

Transfiguratie μεταμόρφωση

  Misschien herken je bovenstaande wel in het feest dat we de 6e Augustus gaan vieren:  De Verheerlijking van onze Heer en Verlosser op de berg Thabor.
Onze Heer is daar met Petrus, Johannes en Jaäcobus; voor hun ogen verandert Hij van Gedaante, Zijn gezicht straalt als de zon en Zijn kleren worden wit als Licht. De Goddelijke Majesteit manifesteert Zich hier, wordt openbaar gemaakt.
  Paulus maakt ook gebruik van dat woord veranderen als in een metamorphose.
Hij onderwijst: “ En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde Beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is2Cor.3: 18.
Hoe méér wij Christus navolgen, hoe meer we Hem ontvangen door de heilige Geest, des te meer zullen we door Hem uitstralen. Hij gaat afstralen van je gezicht, datgene wat je zegt, je doen en je laten en anderen valt dat op.

Make-over

– Misschien heb je wel eens gehoord van een make-over, het op-pimpen. Dat kan gaan over een woning, keuken of een tuin die compleet opnieuw wordt gerenoveerd en wordt her-ingericht.
Maar vaak gaat het over het uiterlijk van mensen, in gezicht, haar en kleding. Vaak van vrouwen.
Meesteressen willen graag een ander uiterlijk, ze krijgen een behandeling en zij komen met een heel ander uiterlijk tevoorschijn. Dat is alleen maar een verandering van de buitenkant. De verandering waar Paulus het over heeft begint aan de binnenkant.
Paulus leert: “Word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid”.
Je gezindheid dat is iets dat binnen in je zit; het is je ‘mind’; je manier van denken, maar het woord dat Paulus gebruikt daar hoort
eveneens je ervaring bij en de wil waarmee je besluiten neemt.
Eerst dient alles in jou wat je brengt tot de daadwerkelijke keuzes die je maakt te worden vernieuwd. Eerst dàn ben je in staat waarachtig hernieuwd, herboren naar buiten te komen.

Het is goed om te beseffen dat dat pàs ècht de grote verwachte verandering teweeg brengt. Paulus heeft in het voorgaande geschreven hoe diep de mens gevallen is toen hij zich van God verwijderde, bij Hem vandaan liep. Maar dat God ons blijft roepen, teneinde ons naar Zijn oorspronkelijke Beeld en Gelijkenis terug te voeren – op de weg van Geloof en de navolging van Jezus Christus, onze Heer.
Hoe meer je beseft hoe diep ingrijpend de aantasting was, des te meer besef je hoe diep ingrijpend het herstelwerk van God in ons is; het is geen make-over van de buitenkant alleen. Het zou je nog méér dienen te treffen, dan de wonderlijke metamorphose van de rups die een vlinder wordt.
Het is een Transfiguratie, een transformatie die God vanuit ons diepste innerlijk in beweging zet. Paulus heeft eerder al geschreven dat God dit herstelwerk in ons doet door Zijn Woord en de Heilige Geest.

– Voordat we naar praktijkvoorbeelden gaan wil ik één ding samen met jullie helder krijgen. Dat gaat over die Metamorphose. Ben jij niet méér dan die vlinder of ben je méér dan die cocon – of als de volgels en de mussen . . . . .
Wanneer je hier bij stil staat: Soms stralen Christenen in hun leven als die vlinder, bijvoorbeeld in de Paasnacht, maar wij kunnen ook heel erg in onszelf of onze gemeenschap opgesloten zijn en maar heel weinig van onze Heer en Verlosser in de wereld uitstralen.
Misschien herken je dáár iets van uit jouw omgeving.

☦️ Wat we, óók als gemeenschap dienen te voorkómen is dat we alleen maar in die cocon blijven zitten, omdat we denken: het wordt toch nooit wat met ons, wanneer wij ons naar buiten manifesteren.
☦️ Wat we tevens dienen te voorkómen is dat als we in ons leven momenten of fasen hebben waarin we ‘niet’ zo schitteren, we onszelf de vleugels uittrekken en veroordelen – bij de pakken gaan neerzitten.

God heeft een reddingsplan.
Hij wil een machtige metamorphose in ons en door ons tot stand brengen. Van binnen uit naar buiten toe. Hij doet dat door ons – in Jezus Christus – plaats te laten innemen in onze omgeving.
Indien je waarachtig met Hem bekleed bent, aan Hem verbonden bent dan ben je een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe schepping en dat mag gezien worden, opdat ook anderen die weg kunnen gaan.

En tegelijkertijd:
Wàt we ook zíjn dat dienen we met z’n allen – door vallen en opstaan – steeds verder te laten groeien, laten vervolmaken.
God verandert mensen, God verandert onze gemeenschap in Christus.
Mensen kunnen terugvallen. Mensen kunnen tegenvallen; óók opnieuw geboren christenen, zèlfs gewijde prelaten.
Maar wat zij doen is dit: zij gaan elke keer terug naar de barmhartigheden van God.
Weet je nog hoe de Apostel dit hoofdstuk begon?
      Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de Barmhartigheden van God, dat jullie je  lichamen stelt tot een Levend, Heilig en aan God welgevallig Offer: dit is uw redelijke eredienst [de Goddelijke Liturgie]. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de Wil van God is, het Goede, Welgevallige en datgeen wat volkomen isRom.12: 1,2.
Ons Christelijk houvast ligt niet in hóe slècht we wel niet zijn, of hòe goed we zijn. Oók niet in hoe veranderd we zijn. Maar ons Christelijk houvast ligt in de ontelbare onverdiende gunsten van God voor de ander in Christus Jezus, onze Heer.

een gekruisigde Christus’, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid

  Indien we dàn met Paulus naar de feitelijke toepassing gaan kijken dan dienen we ons niet zo maar zorgeloos op weg te begeven en zonder opletten te gaan handelen.
Wij kunnen ons persoonlijk gaan gedragen alsof God met ons géén diepe levensverandering voor ogen heeft.
Nee, God wil ook ons leven helemaal op z’n kop zetten – of je nu een bepaalde wijding hebt ondergaan of niet – wij dienen een metamorphose, een transfiguratie, verandering te ondergaan, terug te keren naar Zijn Beeld en Zijn Gelijkenis.  Dáárvoor zijn wij door Christus geroepen en hebben ons in een Christelijke Gemeenschap verenigd – komen we in de kerkgemeenschap.
Indien je alleen maar naar de kerk komt voor onderlinge [nationaal-gebonden] contacten en informatie, dan kom je naar de Kerk met een verkeerde houding.
God wil ons Grieken, Roemenen, Russen, Serviërs, Syriërs èn Nederlanders niet informeren, maar God wil ons persoonlijk leven omvormen, transformeren – ons een metamorphose laten ondergaan. Dáárvoor heeft Christus, ons ter Verlossing geroepen !!!

⁌ Aan de andere kant worden we ook niet moedeloos vanwege alles waar we nog tekort in schieten. Kijk dan naar het Mysterie [het wonder] van de Verlamde.
Paulus leert ons niet dat wij onszelf dienen te transformeren, maar dat wij een metamorphose dienen te ondergaan, dat ‘Christus‘ ons zal transformeren.
Gericht op de geroepene – heel persoonlijk: Jij dient jezelf niet te veranderen, maar je wórdt veranderd !!! …
Stop dan alle pogingen om van jezelf een beter mens te maken dan je al bent en die doet wat God wil. Al je tekortkomingen en gebreken waar jij telkens weer tegen aan loopt:
Erken dat jij dàt niet kunt veranderen, maar vraag Gód dat in jou te doen… door Jezus en zijn Geest !“.
Blijf dat onvermoeibaar aan God vragen, ‘Hij’ gáát met je aan het werk;
‘Hij’ zal je steeds méér laten worden wie je bent.

⁌ En als je daarbij tekort schiet en kopje onder gaat, struikelt.
Ook daarbij behoef je niet de Hoop op te geven.
Gods Woord leert ons eerlijk te laten kijken naar onze onvolkomenheden en vergeving te vragen. De Geest leert ons dat door het Woord van God, door de pedagogie van onze Heer, Jezus Christus, Die ons zal verlossen en heeft vrijgekocht van alle afkeuring, smet.

Zo geeft God ons een persoonlijke plaats in Zijn ruimte, in Zijn Hemels Koninkrijk; in de ruimte van Zijn Barmhartigheid.
In een levenslang proces van vergeving en vernieuwing en al dat schone wat Hij in ons gelegd heeft toen Hij ons schiep, en gezekerd heeft in Jezus Christus, dàt zal Hij tevoorschijn roepen.
Nu nog stukje bij beetje, steeds iets meer en straks helemaal af, een nieuwe  Hemel en een nieuwe aarde, het Hemels Koninkrijk.

3.]. Al doende leer je in de praktijk wat God’s Wil is.
De omvorming, de verandering, metamorphose of transformatie van binnenuit werkt door naar buiten toe. Hoe weet je of de mens doet waarvoor hij gemaakt is?
Echt niet uit mooie woorden – een preek met prachtige theorieën, maar uit  door het te doen.
    Want dit Gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. 
Het is niet in de Hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: ‘Wie zal opstijgen ten Hemel, het voor ons halen en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’.
En het is niet aan de overkant van de zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: ‘Wie zal oversteken naar de overkant van de zee, hèt voor ons halen, en hèt ons doen horen opdat wij hèt vol-brengen?
Maar dit woord is zéér dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen.
Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade:
‘Doordat ik u heden gebied de Heer, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de Heer, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemenDeut.30: 11-16.
Je denken, je ervaren [voelen] en je wil zullen vernieuwd worden.
Dàn kun je onderscheiden wat God wil en het in de praktijk testen.
Dat woord testen in de praktijk gebruikt Paulus: de Kerk is de tuin, de proefperiode van de Heilige Geest. Wij zijn de proefpersónen die door ons praktische leven mogen laten zien Wie God wel niet is.
Wij Christenen mogen het als een eer beschouwen dat wij God’s Wil in de praktijk mogen brengen! Met alle vallen en opstaan, maar toch echt proefondervindelijk praktiseren.
Door die praktijkervaring leren we dat het ècht klopt:
Onze God is een waarachtige God, Hij is goed en Hij heeft de mensen lief.
Wàt God wil dat is het goede, het welgevallige en het volledig mens zijn, naar hart en nieren. Goed, aangenaam, gaaf; dàt blijkt voor onszelf en voor de mensen om ons heen.

In het vervolg van zijn brief geeft Paulus daar praktische voorbeelden bij.
De verandering die God in ons werkt die werkt door in al onze relaties:
– in relatie tot onszelf:
    Want krachtens de Genade, Die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het Geloof, Dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeldRom.12: 3.
– in de relatie tot de [kerk-]gemeente:
    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een Lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.
Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, die ons gegeven is: Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheidRom.12: 4-8.
Samen vormen we één Lichaam, we krijgen gaven om elkaar te ondersteunen en op te bouwen. Wij hebben elkaar nodig! God maakt dat wij dàt ook willen, dàt we samen één gemeente vormen, dàt we elkaar aanvullen en dienen met de mogelijkheden die we hebben gekregen.
De gemeenschap is oefenplaats voor de nieuwe gezindheid die God ons geeft, teneinde er vervolgens mee naar buiten te treden.

– God verandert mensen, dàt blijkt in de relatie tot elkaar en tot de mensen om ons heen:
    De Liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwaad, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver on-verdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blij met degenen, die blij zijn, weent met degenen, die  wenen. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: ‘Mij’ komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwaad door het goedeRom.12: 9-21.
Het nieuwe leven dat God geeft bruist op vanuit de Liefde van God en bewijst zich in liefde naar elkaar en naar buiten. Die liefde bestaat in oprechtheid, onderscheidingsvermogen, innigheid, respect [hoogachting], enthousiasme, standvastigheid, vrijgevigheid, gastvrijheid, goedheid, sympathie, eensgezindheid en nederigheid…

Jezus Christus, Hij is gisteren en vandaag en tot in eeuwigheid

Je ziet Christus, onze Verlosser voor je ogen opdoemen.

Zó wil God ons leven veranderen, nu al met een waarachtig begin. Niet meer aangepast aan deze tijd en waar wij mensen allemaal maar achter aan rennen, maar Hij verandert ons naar Wie onze Heer en Verlosser is.
Hij komt je tegemoet, jij mag Hem ontvangen en vervolgens komt Hij door ons heen naar buiten. Onze woorden zijn eigenlijk Zijn woorden, onze blik is eigenlijk Zijn blik.
Ons luisterend oor is eigenlijk Zijn luisterend oor.
Onze arm om de schouder van de ander is Zijn arm om de schouder.
Onze waarachtig menselijk voorkomen is Christus!
Hij straalt van je gezicht af, maar dat komt omdat Hij woont in je hart en
je van binnenuit verandert door Zijn Heilige Geest!

Apolytikion     tn.5.
Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.


Kondakion     tn. 5.
“ Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.


Theotokion     tn.5.
  Gij zijt in waarheid de cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.

Orthodoxie & volharding in het Geloof

      Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt; want wat dit oplevert, is beter dan de opbrengst van zilver,  wat dit oplevert, is beter dan goud.
Dit is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren.
Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer”
Spr. 3: 13-16.

We leven momenteel in een samenleving waar de mens z’n fundamentele houvast verloren is – de mens leeft ontdaan van aloude waarden en weet niet meer wat het is om een menswaardig bestaan te leiden. De oude waarden en rollen, die in de vroegere agrarische en patriarchale samenleving steun boden om zich aan vast te houden, lijken in onze geïndustrialiseerde samenleving nu bijna onmogelijk.
De persoonlijke binding, welke zich als van nature tussen ouders en kinderen van nare aanwezig was, is een zeldzame ervaring geworden.
Alsof dit voor de geestelijk gezinde niet moeilijk genoeg te dragen is wordt men overspoeld door vreemde en soms afwijkende opvattingen over seksualiteit en rolmodellen. We leven in een cultuur van toenemende ‘unisex’, perversie en immoraliteit – op het werk, thuis en soms zelfs in de kerkgemeenschap.
De “emancipatiebeweging” beginnend bij de vrouwen was een begrijpelijke reactie op onverantwoordelijke, hardhandige, arrogante en ongevoelige mannen; maar in plaats van het geweten en de moraliteit van mannen naar het traditionele opvoedende en morele niveau van vrouwen te brengen, had dit tot gevolg dat vrouwen naar het meer dierlijke niveau van het gedrag van mannen werden gebracht, terwijl dit tegelijkertijd de “mannelijke mythe” verbrijzelde zonder daarvoor in de plaats te stellen wat het is om een fatsoenlijk mens te zijn – of, in onze situatie, wat het is om een [orthodox] christelijke menswaardig bestaan te leiden.

Een buitengewoon relevant model voor de [orthodox] christelijke mens van vandaag is de profeet Job in het Oude Testament. Inderdaad, wordt ons hier een mens “naar Gods eigen hart” voor ogen gesteld. Zijn leven getuigt van bepaalde menselijke eigenschappen waaraan de [orthodox] christelijke mens zichzelf vandaag kan toetsen – een logische opeenvolging van punten, die spirituele groei opleveren als gevolg van een niet aflatende strijd, die met geen pen te beschrijven is.
Indien je nog ogen hebt om te zoeken naar wat het mensen om je heen ontbreekt en nog een hart bezit om te aanvaarden wat nog beter kan – ervaar je dingen waar anderen in hun haast van deze wereld aan voorbij lopen.
We horen het regelmatig om ons heen – vrienden, kennissen, die geconfronteerd worden met ongeneeslijke ziekte – die een strijd op leven en dood hebben te voeren. Wij zijn in onze tijd vergeten dat het liefdevol volharden tot het einde – de overwinning van problemen inhoudt.
Maar we zien en horen dit niet meer – weten er niet meer mee om te gaan – worden opgeslokt door nietszeggende afleiding’s-manoeuvres welke onze consumptie-maatschappij ons voorhoudt. 
We denken hierbij in de eerste plaats aan de profeet Job – in de betekenis van het gegeven, dat hij door de kwellingen van het leven een rechtszaak aanging tegen het Geloof, daarom ziet de orthodoxe Kerk hem als profeet van ‘het lijdende wezen’. We zijn in onze tijd vergeten dat hij – als ‘lijdend wezen’ volhardde tot aan het einde en de overwinning over zijn problemen behaalde.
We realiseren ons nog zelden dat hij om deze overwinning te behalen bepaalde eigenschappen van karakter en ziel nodig had – de kwaliteiten van een waarachtig,  op God ingesteld mens.
Hij begon zich niet pas tot God te wenden toen hem het water aan de lippen stond:
      O, zo ik was als in vroegere maanden, als in de dagen, toen God mij behoedde; toen Hij Zijn lamp [de zon] boven mijn hoofd deed schijnen, ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht; zoals ik was in de bloeitijd van mijn leven, toen God’s vertrouwelijke omgang in mijn tent toefde; toen de Almachtige nog met mij was, en mijn kinderen rondom mij waren; toen mijn schreden zich baadden in room en de rots in mijn nabijheid oliebeken uitgoot.
Wanneer ik uitging naar de stadspoort, mijn zetel deed plaatsen op het plein, dan verborgen knapen zich, als zij mij zagen, hoogbejaarden verhieven zich en bleven staan; vorsten staakten hun gesprek en legden de hand op hun mond; de stem van de edelen verstomde en hun tong kleefde aan hun gehemelte; wanneer een oor mij hoorde, prees het mij gelukkig en wanneer een oog mij zag, gaf het goede getuigenis van mij
Job 29: 2-11.
De profeet Job was een mens, die God en God’s liefdevolle zorg voor hem niet vergat, hoe vreselijk de huidige kwelling zich ook voordeed: “God was altijd met mij en de vriendschap van God beschermde mijn huis”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft ernaar God en zijn zegeningen nooit te vergeten, hetzij in het verleden of in het heden en hij geeft ditzelfde voorbeeld aan z’n vrouw en kinderen door, met name in tijden van beproeving. Deze profeet hield van zijn kinderen en miste hen heel erg toen hij in ballingschap was; hij beschouwde hen niet als een irritante inbreuk op zijn eigen ‘levensstijl‘.
Hij stond vroeg op om te bidden en offers voor hen te brengen, om hen te zuiveren voor het geval zij hadden gezondigd.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus bidt vurig voor zijn kinderen – zowel om wijsheid – de optimale begeleiding van hen, als om de Goddelijke zegen en Genadegaven over hen.
Dit is ook een model voor een spelleider in de christelijke gemeenschap, die nu eenmaal veel [‘spirituele’] kinderen heeft, maar ook de medechristenen bidden als lekenpriesters voor hun naasten.
De profeet Job was rechtvaardig, zowel voor z’n kinderen als voor degenen met wie hij buiten zijn familie verantwoordelijkheid opbracht.
Op dezelfde wijze is een [orthodox] christelijke navolger van Christus tot voorbeeld van rechtvaardigheid en onpartijdigheid ten opzichte van z’n eigen kinderen, waardoor Gerechtigheid met Genadegaven op een hoger plan wordt gebracht:
Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had; de zegenwens van wie dreigde onder te gaan, kwam op mij en het hart der weduwe [de gescheiden vrouw] deed ik jubelen; met gerechtigheid bekleedde ik mij, en mijn recht  bekleedde mij als mantel en hoofddoek; tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen, en het rechtsgeding van mij onbekenden, onderzocht ik; ik verbrijzelde het gebit van de verkeerde en rukte de prooi uit zijn tandenJob.29: 12-17.
Job, de profeet erkent de behoefte van kinderen aan een veilig huiselijk gevoel en stabiliteit in hun leven te hebben. Hij was God’s-zoeker en streefde wijsheid na:
  de Heer geeft en de Heer neemt; gezegend zij de naam des Heren”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft er ook naar om sereen te rusten in Gods voorzienigheid, zijn toewijding aan het [orthodox] Geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van zijn persoonlijke krachtige inbreng.
Wanneer je door de Pedagogie van de Heer geroepen bent, zijn aanwijzingen volgt zullen ook de Psalmen een rode draad [de kern] van je leven worden:
Juich voor de Heer, gehele aarde, zing een Psalm voor Zijn Naam,   breng lof aan Zijn heerlijkheid.
Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn Uw werken; de volheid van Uw kracht doet Uw vijanden huichelen voor U’.
Dat heel de aarde U zal aanbidden en voor U zal zingen; dat zij de Psalmen zullen zingen voor Uw Naam, o Allerhoogste.
Komt en ziet de werken van God: hoe vreeswekkend Hij is in Zijn besluiten over de kinderen der mensen.
Hij veranderde de zee in droge grond, opdat zij te voet zouden trekken door de stroom.
Daar worden wij verblijd door Hem, Die door Zijn kracht heerst in eeuwigheid.
Zijn ogen zien neer op de volkeren, laten de opstandigen niet zichzelf verheffen.
Zegent, volken, onze God; laat horen de stem van Zijn lof.
Hij heeft mijn ziel in leven gehouden, Hij heeft mijn voeten niet prijs gegeven aan de branding.
God, Gij hebt ons op de proef gesteld, Gij hebt ons als zilver gekeurd in het vuur.
Gij hebt ons in een strik gevoerd, Gij hebt kwellingen op onze rug geladen, Gij hebt de mensen boven ons hoofd gesteld.
Wij zijn gegaan door water en vuur, maar Gij hebt ons daaruit gevoerd en verkwikt.
Ik wil opgaan naar Uw Huis met brandoffers, om U de geloften te volbrengen die mijn lippen hadden [toe]gezegd.
Die mijn mond had gesproken, toen ik in nood verkeerde.
Vette brandoffers draag ik U op, met wierook en rammen; ik offer U runderen en bokken.
Komt en hoort, gij allen die God vreest: ik zal U verhalen wat Hij aan mijn ziel heeft gedaan.
Met mijn mond heb ik tot Hem geroepen; ik heb Hem verheven met mijn tong.
Als er onrecht was te zien in mijn hart, dan zou de Heer mij niet hebben verhoord.
Juist daarom heeft God mij verhoord; Hij heeft geluisterd naar de stem van mijn smeking.
Gezegend zij God, Die mijn gebed niet afwijst en Zijn barmhartigheid niet van mij doet wijken
Psalm 65[66] vert. ROK ’s-Gravenhage

Waar haalt de profeet z’n motivatie vandaan? :
Ik dacht: Tegelijk met mijn nest zal ik de geest geven en mijn dagen vermeerderen als de feniks. Mijn wortel was voor het water toegankelijk, en de dauw overnachtte op mijn takken. Mijn eer was altijd nieuw bij mij, en mijn boog verjongde zich in mijn handJob.29: 18-20.
Vanwege al deze geestelijke kenmerken is de [orthodox] christelijke mens van vandaag in staat om verschrikkelijk lijden en ellende te verdragen, waardoor de Heer het laatste deel van het leven ons nog meer zal zegenen dan hij de eerste jaren gezegend had.
Hier wordt dus een waarachtig voorbeeld getoond voor de mens van deze tijd, die vaak geneigd zijn om zich terug te trekken in passieve zelfgerichtheid in het aangezicht van moeilijkheden en verleidingen, die te bereid blijkt te zijn [en door de maatschappij aangemoedigd wordt om dit te doen] om alles maar te laten vallen, echtgenote, en kinderen bij de minst of geringste bevlieging of moeilijkheid alleen te laten gaan.
Hier wordt ons een heelheid en vastberadenheid van een heilige voor ogen gesteld, die in de hedendaagse mens waarachtige menselijkheid kan inspireren in plaats van een nep-menselijkheid.
Een Heilige is die volmaakte mens, die blijft zoeken naar het beeld van God en tracht zijn wijsheid bij God op te doen:
  De Heer heeft gegeven, en de Heer heeft genomen; gezegend zij de naam des Heren”. De [orthodox] christelijke navolger van Christus blijft er naar streven om sereen te rusten in de Goddelijke voorzienigheid, zijn toewijding aan het orthodoxe geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van persoonlijk krachtdadig optreden.
      Als de rechtvaardigen juichen, is de Heerlijkheid groot, maar als de goddelozen aan de Macht komen, verbergen zich de mensen.
Wie z’n overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.
Welzalig de mens die gedurig vreest, maar wie zijn hart verhardt, valt in het onheilSpr. 28:12-14.
Gezegend hij/zij, die komt in de Naam des Heren!